<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR63681_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van roerende woon- en bedrijfsruimten 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad voor Ouder-Amstel 17/11/2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening roerende ruimte-belasting 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 221</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-05-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/59</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van roerende woon- en bedrijfsruimten 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 september
                        2010, nummer 2010/59,</al><al>gelet op artikel 221 van de Gemeentewet;</al><al>s t e l t v a s t:</al><al>de “Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op
                        roerende woon- en bedrijfsruimten 2011”</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>ruimte: een roerende woon- of bedrijfsruimte, welke duurzaam aan
                                    een plaats gebonden is en dient tot permanente bewoning of
                                    permanent gebruik;</al></li><li nr="b."><al>woonruimte: een ruimte waarvan de vastgestelde waarde in
                                    hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van de ruimte die
                                    dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan
                                    woondoeleinden;</al></li><li nr="c."><al>bedrijfsruimte: een ruimte die niet kan worden aangemerkt als
                                    woonruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam “roerende-ruimtenbelastingen” worden ter zake van
                                    binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe belastingen
                                    geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van
                                            het kalenderjaar een bedrijfsruimte al dan niet
                                            krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                            recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van
                                            het kalenderjaar van een ruimte het genot heeft
                                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een ruimte in
                                            gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene
                                            die dat deel in gebruik heeft gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een ruimte voor
                                            volgtijdig gebruik aangemerkt als degene door degene die
                                            de ruimte ter beschikking heeft gesteld.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Degene die een in het vorige lid, onder b. bedoelde deel of een
                                    onder c. bedoelde ruimte ter beschikking heeft gesteld is
                                    bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie
                                    die ruimte of deel daarvan ter beschikking is gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><al>Als één ruimte wordt aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>een binnen de gemeente gelegen ruimte;</al></li><li nr="b."><al>een gedeelte van een onder a. bedoelde ruimte dat blijkens zijn
                                    indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden
                                    gebruikt;</al></li><li nr="c."><al>een samenstel van twee of meer onder a. bedoelde ruimten of
                                    onder b. bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde
                                    belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de
                                    omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;</al></li><li nr="d."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van een onder a. bedoelde
                                    ruimte, van een onder b. bedoeld gedeelte daarvan of van een
                                    onder c. bedoeld samenstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf is de waarde die aan de ruimte dient
                                            te worden toegekend indien de volle en onbezwaarde
                                            eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de
                                            verkrijger de ruimte in de staat waarin deze zich
                                            bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou
                                            kunnen nemen.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de
                                            waarde van een bedrijfsruimte, met uitzondering van
                                            ruimten die zijn ingeschreven in een van de ingevolge de
                                            Monumentenwet 1988 vastgestelde registers van beschermde
                                            monumenten, bepaald op de vervangingswaarde indien dit
                                            leidt tot een hogere waarde dan die ingevolge het eerste
                                            lid. Bij de berekening van de vervangingswaarde wordt
                                            rekening gehouden met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de bestemming van de ruimte;</al></li><li nr="b."><al>de sedert de stichting van de ruimte opgetreden
                                            technische en functionele veroudering waarbij de invloed
                                            van latere wijzigingen in aanmerking wordt genomen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste lid wordt de waarde van een
                                            woonruimte dat deel uitmaakt van een op de voet van de
                                            Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan
                                            de in artikel 1, derde lid, onderdeel b, van die wet
                                            bedoelde voorwaarden bepaald met inachtneming van een
                                            vooronderstelde verplichting om het landgoed gedurende
                                            een tijdvak van 25 jaren als zodanig in stand te houden
                                            en geen opgaand hout te vellen anders dan volgens de
                                            regels van normaal bosbeheer noodzakelijk of
                                            gebruikelijk is. Ruimten die dienstbaar zijn aan de
                                            woonruimte worden geacht deel uit te maken van die
                                            woonruimte.</al></li><li nr="4."><al>Met betrekking tot een ruimte als bedoeld in artikel 3,
                                            aanhef en onderdeel d., wordt de waarde gesteld op een
                                            evenredig deel van de waarde die dient te worden
                                            toegekend aan de gehele ruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                                            heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, de waarde
                                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>glasopstanden, voor zover de ondergrond daarvan bestaat
                                            uit cultuurgrond die bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd
                                            ten behoeve van de land- of bosbouw. Onder cultuurgrond
                                            wordt mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond
                                            van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt
                                            voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de
                                            ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>ruimten die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                            eredienst of voor het houden van openbare
                                            bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard,
                                            een en ander met uitzondering van delen van zodanige
                                            ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="c."><al>ruimten ten behoeve van waterverdedigings- of
                                            waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen,
                                            instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                            rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen
                                            van zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en
                                            ander afvalwater en die worden beheerd door organen,
                                            instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                            rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen
                                            van zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="e."><al>werktuigen die van een ruimte kunnen worden afgescheiden
                                            zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen
                                            wordt toegebracht en die niet op zichzelf als ruimten
                                            zijn aan te merken;</al></li><li nr="f."><al>bedrijfsruimten voor zover die bestemd zijn te worden
                                            gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met
                                            uitzondering van delen van zodanige bedrijfsruimten die
                                            bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van
                                            onderwijs;</al></li><li nr="g."><al>ruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt
                                            ten behoeve van begraafplaatsen, urnentuinen en
                                            crematoria, een en ander met uitzondering van delen van
                                            zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="h."><al>ruimten, die feitelijk worden gebruikt als pastorie of
                                            kosterswoning, indien het genot krachtens eigendom,
                                            bezit of beperkt recht daarvan toekomt aan een
                                            kerkgenootschap of ander genootschap als in onderdeel b.
                                            bedoeld.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vrijstelling met betrekking tot de in het eerste lid,
                                            onderdeel f., bedoelde ruimten geldt niet voor de
                                            eigenarenbelasting voor zover de gemeente van die
                                            ruimten niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit
                                            of beperkt recht.</al></li><li nr="3."><al>De vrijstelling met betrekking tot de in het eerste lid,
                                            onderdeel h., bedoelde ruimten geldt niet voor de
                                            gebruikersbelasting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Waardepeildatum</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf wordt bepaald naar de waarde die de
                                            ruimte op 1 januari 2010 heeft.</al></li><li nr="2."><al>De heffingsmaatstaf vindt toepassing voor het
                                            kalenderjaar 2011.</al></li><li nr="3."><al>De waarde van de ruimte wordt bepaald naar de staat
                                            waarin de ruimte op de waardepeildatum verkeert.</al></li><li nr="4."><al>Indien een ruimte tussen de waardepeildatum en het begin
                                            van het kalenderjaar:</al><lijst><li nr="a."><al>opgaat in een andere ruimte dan wel in meer ruimten,
                                            of</al></li><li nr="b."><al>wijzigt als gevolg van hetzij bouw, verbouwing,
                                            verbetering, afbraak of vernietiging, hetzij verandering
                                            van bestemming, of</al></li><li nr="c."><al>een verandering in waarde ondergaat als gevolg van een
                                            andere, specifiek voor de ruimte geldende, bijzondere
                                            omstandigheid, wordt, in afwijking van het derde lid, de waarde bepaald naar de
                                    staat van die ruimte bij het begin van het kalenderjaar. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                                    heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt bij de:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruikersbelasting: 0,1456%</al></li><li nr="b."><al>eigenarenbelasting:</al><lijst><li nr="-"><al>voor ruimten die in hoofdzaak tot woning dienen
                                            0,0717%</al></li><li nr="-"><al>voor ruimten die niet in hoofdzaak tot woning dienen
                                            0,1820%</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belastingen moeten worden betaald in drie gelijke
                                            termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de
                                            laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke
                                            volgende termijn steeds één maand later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid worden, indien het
                                            totaalbedrag van de op één aanslagbiljet voorkomende
                                            aanslag dan wel de op één aanslagbiljet verenigde
                                            aanslagen niet meer dan € 2.500,00 bedragen, de
                                            belastingen betaald in acht gelijke termijnen als de
                                            verschuldigde bedragen door middel van automatische
                                            incasso kunnen worden afgeschreven. De eerste termijn
                                            vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                            vermeld en elke volgende termijn steeds één maand
                                            later.</al></li><li nr="3."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in
                                            het eerste en tweede lid gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                        wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels
                                    geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de
                                    roerende-ruimtenbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening belastingen op roerende woon- en
                                            bedrijfsruimten 2010” van 5 november 2009 wordt
                                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde
                                            datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat
                                            zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die
                                            zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1
                                            januari 2011, of zo dit later is, met ingang van de
                                            eerste na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari
                                            2011.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de
                                            “Verordening roerende-ruimtenbelastingen 2011”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 4 november 2010</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>W.van Zanen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.T.J. Blankers-Kasbergen</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>