Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Waterschap Drents Overijsselse Delta

Instellingsbesluit van de dagelijkse besturen van het voormalige waterschap Groot Salland, het voormalig waterschap Reest en Wieden en het waterschap Vechtstromen en de colleges van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Rijn en IJssel, het waterschap Vallei en Veluwe en het waterschap Zuiderzeeland houdende regels omtrent de GR Aqualysis (Gemeenschappelijke regeling Aqualysis)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieWaterschap Drents Overijsselse Delta
OrganisatietypeWaterschap
Officiële naam regelingInstellingsbesluit van de dagelijkse besturen van het voormalige waterschap Groot Salland, het voormalig waterschap Reest en Wieden en het waterschap Vechtstromen en de colleges van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Rijn en IJssel, het waterschap Vallei en Veluwe en het waterschap Zuiderzeeland houdende regels omtrent de GR Aqualysis (Gemeenschappelijke regeling Aqualysis)
CiteertitelGemeenschappelijke regeling Aqualysis
Vastgesteld doordagelijks bestuur
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling is vastgesteld door de dagelijkse besturen van het Waterschap Groot Salland, het Waterschap Reest en Wieden en het Waterschap Vechtstromen en de colleges van dijkgraaf en heemraden van het Waterschap Rijn en IJssel, het Waterschap Vallei en Veluwe en het Waterschap Zuiderzeeland.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. hoofdstuk III van de Wet gemeenschappelijke regelingen
  2. Waterschapswet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2016nieuwe regeling

20-10-2015

Staatscourant 2015, 48401

5284

Tekst van de regeling

Intitulé

Instellingsbesluit van de dagelijkse besturen van het voormalige waterschap Groot Salland, het voormalig waterschap Reest en Wieden en het waterschap Vechtstromen en de colleges van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Rijn en IJssel, het waterschap Vallei en Veluwe en het waterschap Zuiderzeeland houdende regels omtrent de GR Aqualysis (Gemeenschappelijke regeling Aqualysis)

De dagelijkse besturen van het Waterschap Groot Salland, het Waterschap Reest en Wieden en het Waterschap Vechtstromen en de colleges van dijkgraaf en heemraden van het Waterschap Rijn en IJssel, het Waterschap Vallei en Veluwe en het Waterschap Zuiderzeeland, ieder voor zover voor het eigen waterschap bevoegd,

 

Gelet op

 

hoofdstuk III van de Wet gemeenschappelijke regelingen,

 

de Waterschapswet en de provinciale Waterschapsreglementen,

 

de toestemming van de algemene besturen van het Waterschap Groot Salland, het Waterschap Reest en Wieden en het Waterschap Vechtstromen, het Waterschap Rijn en IJssel, het Waterschap Vallei en Veluwe en het Waterschap Zuiderzeeland, ieder voor zover voor het eigen waterschap bevoegd;

 

Besluiten

 

de navolgende gemeenschappelijke regeling te treffen:

 

Gemeenschappelijke regeling Aqualysis

 

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

Artikel 1: Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    bestuur het bestuur van Aqualysis, bedoeld in artikel 6, eerste lid;

  • b.

    colleges: de dagelijkse besturen onderscheidenlijk de colleges van dijkgraaf en heemraden van de waterschappen;

  • c.

    directeur: de directeur van Aqualysis, bedoeld in artikel 21, tweede lid;

  • d.

    gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Overijssel, tenzij uit de regeling anders blijkt en onverminderd het bepaalde in artikel 29 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • e.

    regeling: de gemeenschappelijke regeling Aqualysis

  • f.

    verrichting: een werkzaamheid die onderdeel uitmaakt van een taak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a tot en met f;

  • g.

    vertegenwoordigende organen: de algemene besturen van de waterschappen, en

  • h.

    waterschappen: het Waterschap Groot Salland, het Waterschap Reest en Wieden, het waterschap Vechtstromen, het Waterschap Rijn en IJssel, het Waterschap Vallei en Veluwe en het Waterschap Zuiderzeeland.

Artikel 2: Belang

De regeling wordt getroffen ter gemeenschappelijke uitvoering van de laboratoriumactiviteiten van de waterschappen ter ondersteuning bij de uitoefening door de waterschappen van de taken en bevoegdheden die bij of krachtens de wet aan hen zijn toegekend. Aqualysis kan, binnen zijn taken, daarbij als aankoopcentrale voor de waterschappen fungeren.

Artikel 3: Bedrijfsvoeringsorganisatie.

  • 1.

    Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie, genaamd Aqualysis.

  • 2.

    Aqualysis is gevestigd te Zwolle.

Artikel 4: Taken

  • 1.

    Het bestuur van Aqualysis heeft tot taak het uitvoeren van:

    • a.

      metalenonderzoek;

    • b.

      microbiologisch onderzoek;

    • c.

      anorganisch onderzoek;

    • d.

      organisch onderzoek;

    • e.

      monsterneming, en

    • f.

      hydrobiologisch onderzoek.

  • 2.

    De colleges, onderscheidenlijk de waterschappen, verplichten zich voor de taken, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met d, alle verrichtingen af te nemen bij Aqualysis. De colleges, onderscheidenlijk de waterschappen, hebben de intentie voor de taken, bedoeld in het eerste lid, onder e en f, de verrichtingen zo veel mogelijk af te nemen bij Aqualysis. De colleges, onderscheidenlijk de waterschappen, hebben ook de intentie, indien in de toekomst besloten zou worden tot volledige uitbesteding, deze taken op te dragen aan Aqualysis.

  • 3.

    Onder de taken, bedoeld in het eerste lid, worden mede begrepen de daartoe behorende ondersteunende processen.

  • 4.

    Het bestuur stelt een dienstverleningshandvest vast voor de taken, bedoeld in het eerste lid.

  • 5.

    Aqualysis en het betreffende waterschap sluiten een dienstverleningsovereenkomst, waarin onder meer is vastgelegd voor welke taken als bedoeld in het eerste lid, het waterschap diensten afneemt van Aqualysis.

  • 6.

    Het bestuur stelt een model dienstverleningsovereenkomst vast ten behoeve van de dienstverleningsovereenkomst, bedoeld in het vijfde lid.

  • 7.

    Aqualysis kan ook diensten verlenen aan andere organen of rechtspersonen dan de deelnemende waterschappen, met dien verstande dat Aqualysis ten minste tachtig procent van zijn werkzaamheden uitsluitend ten aanzien van de deelnemende waterschappen verricht. Het bestuur beslist met betrekking tot dienstverlening aan derden.

Artikel 5: Bevoegdheden

  • 1.

    De colleges dragen geen bevoegdheden over aan het bestuur.

  • 2.

    Alle bevoegdheden die bij of krachtens enige wet van toepassing zijn op Aqualysis komen toe aan het bestuur.

  • 3.

    Het bestuur besluit slechts tot oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de vertegenwoordigende organen in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het bestuur te brengen. Het besluit wordt genomen bij twee derde meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

Hoofdstuk 2: Bestuur

Artikel 6: Aanwijzing leden

  • 1.

    De colleges wijzen ieder, uit hun midden, een lid van het bestuur aan.

  • 2.

    De colleges wijzen voorts ieder, uit hun midden, voor ieder lid van het bestuur dat zij hebben aangewezen een plaatsvervangend lid aan dat het lid van het bestuur, bedoeld in het eerste lid, bij verhindering vervangt. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid, tenzij de regeling anders bepaalt.

Artikel 7: Einde van het lidmaatschap

  • 1.

    Het lidmaatschap van het bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid te zijn van het college uit wiens midden men is aangewezen.

  • 2.

    Een lid van het bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het bestuur. Het ontslag gaat in met ingang van de dag, gelegen een maand na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen of zoveel eerder als zijn opvolger is aangewezen.

  • 3.

    Een lid van het bestuur kan te allen tijde ontslagen worden door het college dat hem heeft aangewezen, indien het lid van het bestuur niet langer het vertrouwen van het betreffende college bezit. Het ontslag gaat per direct in.

Artikel 8: Vergaderorde

  • 1.

    Het bestuur vergadert ten minste viermaal per jaar en voorts zo vaak als het daartoe heeft besloten. Het bestuur vergadert voorts wanneer de voorzitter of ten minste een vijfde van de leden van het bestuur daarom schriftelijk verzoekt.

  • 2.

    De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op. Tegelijkertijd met de oproeping brengt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen met uitzondering van de in artikel 23 van de Wet gemeenschappelijke regelingen bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd.

  • 3.

    De vergadering van het bestuur wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden, onderscheidenlijk hun plaatsvervangers, tegenwoordig is.

  • 4.

    Indien ingevolge het derde lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.

  • 5.

    Op de vergadering, bedoeld in het vierde lid, is het derde lid niet van toepassing. Het bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het derde lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden, onderscheidenlijk hun plaatsvervangers, tegenwoordig is.

  • 6.

    De voorzitter kan de overige leden van het bestuur voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

  • 7.

    Het bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast.

Artikel 9: Besluitvorming

  • 1.

    Ieder lid van het bestuur heeft één stem.

  • 2.

    Een lid van het bestuur neemt niet deel aan de stemming over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger van zijn waterschap in een andere hoedanigheid eveneens betrokken is en waarbij belangenspanning speelt of de integriteitsvraag aan de orde zou kunnen zijn.

  • 3.

    Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt.

  • 4.

    Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen.

  • 5.

    Het vierde lid is niet van toepassing:

    • a.

      ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat lid niet geldig was;

    • b.

      voor zover het betreft onderwerpen die in een daaraan voorafgaande niet geopende vergadering aan de orde waren gesteld.

  • 6.

    Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht, voor zover de regeling niet anders bepaalt.

  • 7.

    Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje.

Artikel 10: Immuniteit

Zij die behoren tot het bestuur en anderen die deelnemen aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor hetgeen zij in de vergadering van het bestuur hebben gezegd of schriftelijk aan het bestuur hebben overgelegd.

Artikel 11: Inlichtingen en verantwoording

  • 1.

    Het bestuur verstrekt de vertegenwoordigende organen schriftelijk alle inlichtingen die door een of meer leden van die organen worden gevraagd.

  • 2.

    Een lid van het bestuur geeft aan het college dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door een of meer leden van dit college worden gevraagd.

  • 3.

    Ieder college regelt afzonderlijk hoe het lid van het bestuur dat het heeft aangewezen ter verantwoording kan worden geroepen voor het door hem in het bestuur gevoerde beleid.

  • 4.

    Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het vertegenwoordigend orgaan van het betreffende waterschap.

Artikel 12: Aanwijzing

  • 1.

    De voorzitter wordt door en uit het bestuur aangewezen.

  • 2.

    Uit de overige leden van het bestuur, bedoeld in artikel 6, eerste lid, worden een of meerdere plaatsvervangend voorzitters aangewezen. Artikel 6, tweede lid, is niet van toepassing op de vervanging van de voorzitter.

Hoofdstuk 3: Taken en bevoegdheden

Artikel 13: Voorzitter

  • 1.

    De voorzitter ondertekent alle stukken die van het bestuur uitgaan.

  • 2.

    De voorzitter is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de vergaderingen van het bestuur en tevens voor de vergaderorde binnen het bestuur, onverminderd artikel 8, zevende lid.

  • 3.

    Het bestuur kan de voorzitter machtigen om namens het bestuur te handelen.

Hoofdstuk 4: Financiën

Artikel 14: Algemene financiële uitgangspunten

  • 1.

    Aqualysis draagt de kosten die zijn verbonden aan de behartiging van de taken die Aqualysis bij de regeling zijn opgedragen.

  • 2.

    Het bestuur stelt een bijdrageverordening vast, waarin de uitgangspunten voor kostentoerekening aan de waterschappen worden vastgelegd. De bijdrageverordening wordt met twee derde meerderheid vastgesteld en gewijzigd.

  • 3.

    De waterschappen zullen er steeds zorg voor dragen dat Aqualysis te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden, waaronder in het geval van leningen, te kunnen voldoen en staan daarmee garant voor de volledige nakoming van de financiële verplichtingen van Aqualysis.

  • 4.

    Artikel 98a van de Waterschapswet en hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 15: Kadernota

Het bestuur zendt uiterlijk 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de vertegenwoordigende organen.

Artikel 16: Begroting

  • 1.

    Voor alle aan Aqualysis opgedragen taken brengt het bestuur jaarlijks op de begroting de bedragen die het daarvoor beschikbaar stelt, alsmede de van de waterschappen te ontvangen bijdragen en andere financiële middelen die naar verwachting kunnen worden aangewend.

  • 2.

    De begroting bevat mede een bedrag voor onvoorziene uitgaven.

  • 3.

    De begroting moet in evenwicht zijn.

  • 4.

    Ten laste van Aqualysis kunnen slechts lasten en daarmee overeenstemmende balansmutaties worden genomen tot de bedragen die hiervoor op de begroting zijn gebracht.

  • 5.

    Het begrotingsjaar is het kalenderjaar.

Artikel 17: Begrotingsprocedure

  • 1.

    Het bestuur biedt jaarlijks, ten minste acht weken voor de in artikel 18, eerste lid, bedoelde vaststelling, de vertegenwoordigende organen een ontwerp aan voor de begroting met toelichting van Aqualysis en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren.

  • 2.

    De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling geschiedt openbare kennisgeving.

  • 3.

    De vertegenwoordigende organen kunnen bij het bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.

Artikel 18: Vaststelling begroting

  • 1.

    Het bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. De begroting is vastgesteld wanneer ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen voor zijn.

  • 2.

    Nadat deze is vastgesteld, zendt het bestuur, zo nodig, de begroting aan de vertegenwoordigende organen, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.

  • 3.

    Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan de betrokken colleges van gedeputeerde staten.

Artikel 19: Begrotingswijzigingen

  • 1.

    Besluiten tot wijziging van de begroting kunnen tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen.

  • 2.

    De artikelen 17 en 18, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing. Het bestuur zendt de begrotingswijziging binnen vier weken na de vaststelling aan de betrokken colleges van gedeputeerde staten.

Artikel 20: Jaarrekening

  • 1.

    Het bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.

  • 2.

    Het bestuur zendt voor 15 april van het jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening dient, een voorlopige jaarrekening aan de vertegenwoordigende organen.

  • 3.

    Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan de betrokken colleges van gedeputeerde staten en aan de vertegenwoordigende organen.

Hoofdstuk 5: Organisatie

Artikel 21: Directeur

  • 1.

    De directeur wordt door het bestuur benoemd, geschorst en ontslagen.

  • 2.

    De directeur staat als secretaris het bestuur ter zijde bij de uitoefening van hun taak. Hij is aanwezig in de vergadering van het bestuur en kan aan de beraadslagingen deelnemen. Hij ondertekent de stukken die van het bestuur uitgaan, mede.

  • 3.

    Het bestuur regelt de vervanging van de directeur. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op degene die de directeur vervangt.

Artikel 22: Organisatie

  • 1.

    Aqualysis heeft een ambtelijke organisatie, die onder leiding van de directeur staat.

  • 2.

    Het bestuur stelt de regelingen, bedoeld in artikel 125, tweede lid, van de Ambtenarenwet vast. Het bestuur hanteert daarbij zoveel mogelijk de Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen Waterschapspersoneel zoals die door de Unie van Waterschappen en de vakbonden worden overeen gekomen.

Artikel 23: Archief

  • 1.

    Het bestuur van Aqualysis is verplicht de onder hem berustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden.

  • 2.

    Overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen verordening, welke aan de betrokken colleges van gedeputeerde staten wordt medegedeeld, draagt het bestuur zorg voor de archiefbescheiden van de organen van Aqualysis.

  • 3.

    De kosten, verbonden aan de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde zorg, komen ten laste van Aqualysis.

  • 4.

    Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid, en artikel 13, eerste lid van de Archiefwet 1995, over te brengen archiefbescheiden van de organen van Aqualysis wijst het bestuur een archiefbewaarplaats van een van de waterschappen aan.

  • 5.

    Ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van de organen van Aqualysis, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats, is, onder de bevelen van het bestuur, met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995 belast de archivaris van het waterschap dat overeenkomstig het vierde lid is aangewezen. Met betrekking tot dit toezicht stelt het bestuur een verordening vast, welke aan de betrokken colleges van gedeputeerde staten wordt medegedeeld.

Artikel 24: Ombudsfunctie

Onverminderd het bepaalde in artikel 1a van de Wet Nationale ombudsman is de Nationale ombudsman als bedoeld in artikel 2 van de Wet Nationale ombudsman bevoegd verzoekschriften als bedoeld in artikel 9:18 van de Algemene wet bestuursrecht te behandelen.

Hoofdstuk 6: Regeling

Artikel 25: Duur

De regeling wordt voor onbepaalde tijd getroffen.

Artikel 26: Wijziging

  • 1.

    De regeling kan gewijzigd worden bij daartoe strekkende besluiten van ten minste twee derde van de colleges, onverminderd het bepaalde in artikel 50, tweede en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

  • 2.

    Het bestuur kan een voorstel tot wijziging sturen naar de colleges. Een voorstel tot wijziging kan ook worden ingediend bij het bestuur door ten minste twee colleges. Het bestuur zendt het voorstel, bedoeld in de vorige volzin, onverwijld door aan de colleges.

Artikel 27: Toetreding

  • 1.

    Dagelijkse besturen van andere waterschappen of andere rechtspersonen als bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek kunnen een verzoek tot toetreding indienen bij het bestuur.

  • 2.

    Het bestuur zendt het verzoek tot toetreding onverwijld door aan de colleges.

  • 3.

    De toetreding is tot stand gekomen indien de beoogd toetreder en ten minste twee derde van de colleges, onverminderd het bepaalde in artikel 50, tweede en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, daartoe besluiten.

  • 4.

    Het bestuur kan voorwaarden verbinden aan de toetreding, voordat over de toetreding wordt besloten.

Artikel 28: Uittreding

  • 1.

    Uittreding is niet mogelijk binnen drie jaar nadat de regeling voor het eerst in werking is getreden, te weten op 1 januari 2014, onderscheidenlijk binnen drie jaar na toetreding, voor zover het de toetreder betreft.

  • 2.

    Het college dat voornemens is uit te treden, maakt dit kenbaar aan het bestuur. Het bestuur zendt het voornemen onverwijld door aan de overige colleges.

  • 3.

    Het bestuur stelt een voorstel op voor de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding voor Aqualysis. De kosten voor het maken van het voorstel komen voor rekening van het college dat voornemens is uit te treden.

  • 4.

    Het college dat voornemens is uit te treden neemt op basis van het voorstel, bedoeld in het derde lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 50, tweede en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De uittreding geschiedt per 1 januari van enig kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste drie volle kalenderjaren.

  • 5.

    De gevolgen van de uittreding worden, op basis van het voorstel, bedoeld in het derde lid, vastgesteld door ten minste twee derde van de colleges.

Artikel 29: Opheffing

  • 1.

    De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkend besluit van ten minste twee derde van de colleges.

  • 2.

    Het bestuur stelt een liquidatieplan vast, dat de gevolgen van de opheffing en de liquidatie van Aqualysis regelt.

Hoofdstuk 7: Slotbepalingen

Artikel 30: Inzending

Het dagelijks bestuur van het waterschap Groot Salland zendt de regeling aan de betrokken colleges van gedeputeerde staten.

Artikel 31: Citeerwijze

De regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke regeling Aqualysis.

Artikel 32: Inwerkingtreding

  • 1.

    Het dagelijks bestuur van waterschap Groot Salland draagt zorg voor de bekendmaking van de regeling bij eenieder in het werkgebied van de waterschappen, onverminderd het bepaalde in artikel 50a juncto artikel 26, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

  • 2.

    Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking, met dien verstande dat de inwerkingtreding niet eerder plaatsvindt dan 1 januari 2016.

Artikel 33: Overgangsbepaling

Na inwerkingtreding van het Reglement voor het Waterschap Drents Overijsselse Delta, zoals vastgesteld door provinciale staten van Drenthe en door provinciale staten van Overijssel, wordt de regeling als volgt gewijzigd:

  • a.

    de aanhef komt te luiden: de dagelijkse besturen van het Waterschap Drents Overijsselse Delta en het Waterschap Vechtstromen en de colleges van dijkgraaf en heemraden van het Waterschap Rijn en IJssel, het Waterschap Vallei en Veluwe en het Waterschap Zuiderzeeland, ieder voor zover voor het eigen waterschap bevoegd,

  • b.

    in de aanhef onder gelet op komt te luiden: de toestemming van de algemene besturen van het Waterschap Drents Overijsselse Delta, het Waterschap Vechtstromen, het Waterschap Rijn en IJssel, het Waterschap Vallei en Veluwe en het Waterschap Zuiderzeeland, ieder voor zover voor het eigen waterschap bevoegd, alsmede de algemene besturen van het Waterschap Groot Salland en van het Waterschap Reest en Wieden, als rechtsvoorgangers van het bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta ,

  • c.

    artikel 1, onder e, komt te luiden:

    waterschappen: het Waterschap Drents Overijsselse Delta, het Waterschap Vechtstromen, het Waterschap Rijn en IJssel, het Waterschap Vallei en Veluwe, en het Waterschap Zuiderzeeland;

  • d.

    artikel 30 komt te luiden: Het dagelijks bestuur van het waterschap Drents Overijsselse Delta zendt de regeling aan de betrokken colleges van gedeputeerde staten.

  • e.

    artikel 32, eerste lid komt te luiden: Het dagelijks bestuur van waterschap Drents Overijsselse Delta, draagt zorg voor de bekendmaking van de regeling in de waterschappen, onverminderd het bepaalde in artikel 50a juncto artikel 26, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.