<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR636275_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van de forensenbelasting 2020</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2020-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2020-13434">gmb-2020-13434</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening forensenbelasting 2020</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=223&amp;g=2020-01-01">artikel 223 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2019-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>bb19.00523</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Verordening op de heffing en de invordering van de forensenbelasting 2020</overheidrg:onderwerp></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van de forensenbelasting 2020</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>Bij besluit van 17 december 2019 met het kenmerk BB19.00523 heeft de gemeenteraad de Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2020 vastgesteld.</al><al/><al>De raad van de gemeente Beuningen in openbare vergadering bijeen;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 november 2019;</al><al/><al>gelet op artikel 223 van de Gemeentewet;</al><al/><al>B E S L U I T : </al><al/><al>vast te stellen de volgende:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van de forensenbelasting 2020</vet></al><al>(Verordening Forensenbelasting 2020)</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label/></kop><al/><al><vet>Artikel 1</vet><vet>Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet.</al><al/><al><vet>Artikel 2 </vet><vet>Belastbaar feit en belastingplicht</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam ‘forensenbelasting’ wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 3</vet><vet>Vrijstellingen</vet></al><al>Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft.</al><al/><al><vet>Artikel 4</vet><vet>Maatstaf van heffing en belastingtarief</vet></al><al>De belasting bedraagt per woning € 554,--.</al><al/><al><vet>Artikel 5</vet><vet>Belastingjaar</vet></al><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al><al/><al><vet>Artikel 6</vet><vet>Wijze van heffing</vet></al><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al><al/><al><vet>Artikel 6A </vet><vet>Ontstaan van de belastingschuld</vet></al><al>De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde woning meer dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden als bedoeld in artikel 2.</al><al/><al><vet>Artikel 7</vet><vet>Termijnen van betaling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9 eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt - ingeval het totaalbedrag van de op één aanslag biljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 45,-- met een maximum van € 3.000,-- en een machtiging is afgegeven voor het automatisch incasseren van het verschuldigde bedrag -, dat:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari en 1 oktober van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben, worden geïncasseerd in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar overblijven met een maximum van acht;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben, worden geïncasseerd in drie gelijke termijnen.</al></li></lijst><al>Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste incassotermijn een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al><al/><lijst><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, voor aanslagen waarvan het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 45,- of minder bedraagt en een machtiging is afgegeven voor het automatisch incasseren van het verschuldigde bedrag, dat het totaalbedrag van de aanslag in één keer wordt geïncasseerd twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Voor aanslagen, waarvan het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 3.000,--, is geen automatische incasso mogelijk en is de betalingstermijn als onder lid 1 van toepassing.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 8</vet><vet>Overgangsrecht</vet></al><al>De “Verordening Forensenbelasting 2019” vastgesteld bij besluit van 4 december 2018, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 9, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><al/><al><vet>Artikel 9 </vet><vet>Inwerkingtreding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van bekendmaking.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 10</vet><vet>Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening forensenbelasting 2020’.</al><al/><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie>Beuningen, 17 december 2019 </functie><functie/><functie/><functie>De raad voornoemd,</functie><functie/><functie/><functie>de griffier, de voorzitter,</functie></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>