<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR63620_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van de onroerende zaakbelasting 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad voor Ouder-Amstel 17/11/2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de onroerende zaakbelasting 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 220 tot en met 220 h</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-05-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/58</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van de onroerende zaakbelasting 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 september
                        2010, nummer 2010/58,</al><al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;</al><al>s t e l t v a s t :</al><al>de “Verordening op de heffing en de invordering van
                        onroerende-zaakbelastingen 2011”.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam “onroerende-zaakbelastingen” worden ter zake van
                                    binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe
                                    belastingen geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van
                                            het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in
                                            hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens
                                            eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
                                            gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van
                                            het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft
                                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te
                                            noemen: eigenarenbelasting.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak
                                    in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die
                                    dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in
                                    gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te
                                    verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                            volgtijdelijk gebruik aangemerkt als gebruik door degene
                                            die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld;
                                            degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft
                                            gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen
                                            op degene aan wie die zaak ter beschikking is
                                            gesteld.”</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                                    krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die
                                    bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale
                                    registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip
                                    geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                                    is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld
                                    in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></li><li nr="2."><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de
                                    waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                                    onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaken die in
                                    hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende
                                    zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan
                                    woondoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                                    waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde
                                    waarde voor het tijdvak waarbinnen het in artikel 1 bedoelde
                                    kalenderjaar valt.</al></li><li nr="2."><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is
                                    vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                                    onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende
                                    zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij
                                    of krachtens de artikelen 17, 18, 20, tweede lid, en 22, tweede
                                    lid, van de Wet waardering onroerende zaken.</al></li><li nr="3."><al>De waardepeildatum is 1 januari 2010.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de
                                            bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking
                                            gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de
                                            bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de
                                            waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig
                                            geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de
                                            open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die
                                            bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van
                                            gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem
                                            te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor
                                            de kweek of teelt van gewassen, voorzover de ondergrond
                                            daarvan bestaat uit dein onderdeel a. bedoelde
                                            grond;</al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak bestemd zijn voor de
                                            openbare eredienst of voor het houden van openbare
                                            bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard,
                                            een en ander met uitzondering van delen van zodanige
                                            onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een
                                            op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen
                                            landgoed dat voldoet aan de in artikel 1, derde lid,
                                            onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden met
                                            uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde
                                            eigendommen;</al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                            heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen,
                                            die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid
                                            welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het
                                            behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd
                                            worden;</al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar
                                            vervoer per rail, een en ander met inbegrip van
                                            kunstwerken;</al></li><li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken, die worden
                                            beheerd door organen, instellingen of diensten van
                                            publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van
                                            delen die dienen als woning;</al></li><li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en
                                            ander afvalwater en die worden beheerd door organen,
                                            instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                            rechtspersonen, met uitzondering van de delen van
                                            zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                            afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan
                                            die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf
                                            als gebouwde eigendommen zijn aan te merken;</al></li><li nr="j."><al>onroerende zaken voorzover die bestemd zijn te worden
                                            gebruikt voor de publieke dienst van gemeente, met
                                            uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die
                                            bestemd te worden gebruikt voor het geven van
                                            onderwijs;</al></li><li nr="k."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanig
                                            gebouwde eigendommen – niet zijnde gebouwen – welke zijn
                                            geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek,
                                            ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de
                                            gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties,
                                            standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri´s,
                                            hekken en palen;</al></li><li nr="l."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de
                                            gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot
                                            heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met
                                            uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die
                                            dienen als woning;</al></li><li nr="m."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een en ander
                                            met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken
                                            die dienen als woning;</al></li><li nr="n."><al>onroerende zaken, die feitelijk worden gebruikt als
                                            pastorie of kosterswoning, indien het genot krachtens
                                            eigendom, bezit of beperkt recht daarvan toekomt aan een
                                            kerkgenootschap of ander genootschap als in onderdeel c.
                                            bedoeld;</al></li><li nr="o."><al>parkeergarages “Uranus” en “Venus”, behorende tot de
                                            Zonnehofflats in Duiven-drecht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j.
                                            van het eerste lid bedoelde onroerende zaken voor de
                                            eigenarenbelasting geldt niet voor zover de gemeente van
                                            die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit
                                            of beperkt recht.</al></li><li nr="3."><al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel n.
                                            van het eerste lid bedoelde onroerende zaken geldt niet
                                            voor de gebruikersbelasting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                                    heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt bij de:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruikersbelasting 0,1456%</al></li><li nr="b."><al>eigenarenbelasting:</al><lijst><li nr="-"><al>voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen
                                            0,0717%</al></li><li nr="-"><al>voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning
                                            dienen 0,1820%</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting moet worden betaald in drie gelijke
                                            termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de
                                            laatste dag van de maand die volgt op de maand die in de
                                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke
                                            volgende termijn steeds één maand later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid worden, indien het
                                            totaalbedrag van de op één aanslagbiljet voorkomende
                                            aanslag dan wel de op één aanslagbiljet verenigde
                                            aanslagen niet meer dan € 2.500,00 bedragen, de
                                            belastingen betaald in acht gelijke termijnen als de
                                            verschuldigde bedragen door middel van automatische
                                            incasso kunnen worden afgeschreven. De eerste termijn
                                            vervalt op de laatste dag van de maand die volgt op de
                                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                            vermeld en elke volgende termijn steeds één maand
                                            later.</al></li><li nr="3."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in
                                            het eerste en tweede lid gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van onroerende-zaakbelastingen wordt in
                                    afwijking van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het
                                    percentage voor de berekening van de kosten van bestaan
                                    vastgesteld op 100 percent. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                        wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels
                                    geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de
                                    onroerende-zaakbelastingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening onroerende-zaakbelastingen 2010” van 5
                                            november 2009, wordt ingetrokken met ingang van de in
                                            het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing,
                                            met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                            voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1
                                            januari 2011, of zo dit later is, met ingang van de
                                            eerste na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari
                                            2011.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening
                                            onroerende-zaakbelastingen 2011”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 4 november 2010</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>W.van Zanen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.T.J. Blankers-Kasbergen</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>