<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR63546_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het burgerinitiatief</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrecht (Utr)</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad van Utrecht, 2004, 58</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening burgerinitiatief</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=82">Gemeentewet, art. 82 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-12-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-12-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2004-12-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsvoorstel jaargang 2010, nr. 223</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling wordt vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR83775_2">Verordening burgerinitiatief</extref> van 2004.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op het burgerinitiatief</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>VERORDENINGophetburgerinitiatief</vet></al><al>(raadsbesluit van 28 augustus 2003)</al><al>De raad van de gemeente Utrecht gelet op het voorstel van de VVD d.d. 15
                        april 2003</al><al><vet>Besluit:</vet></al><al>vast te stellen de volgende</al><al><vet>VERORDENINGophetburgerinitiatief.</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>De doelstelling van de Verordening op het burgerinitiatief is:</al><al>De participatie en betrokkenheid van de bewoners van Utrecht te vergroten en
                        de bewoners de mogelijkheid te bieden om direct invloed uit te oefenen op de
                        politieke agenda.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>raad: de gemeenteraad van Utrecht;</al></li><li nr="b."><al>commissie: een raadscommissie als bedoeld in artikel 82 van de
                                Gemeentewet;</al></li><li nr="c."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van
                                Utrecht;</al></li><li nr="d."><al>burgerinitiatief: een schriftelijk en gemotiveerd verzoek van
                                ingezetenen aan de raad om te beraadslagen en te besluiten over een
                                door hen geformuleerd voorstel dat betrekking heeft op een
                                gemeentelijke aangelegenheid;</al></li><li nr="e."><al>ingezetenen: personen ingeschreven in het bevolkingsregister van de
                                gemeente Utrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>Ingezetenen van veertien jaar en ouder kunnen een burgerinitiatief
                        indienen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><al>Een burgerinitiatief kan niet worden ingediend over de volgende
                        aangelegenheden:</al><lijst><li nr="a."><al>de uitvoering van besluiten van hogere bestuursorganen waaromtrent
                                de raad geen beleidsvrijheid heeft;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke procedures;</al></li><li nr="c."><al>de gemeentelijke organisatie;</al></li><li nr="d."><al>vaststelling en wijziging van de gemeentelijke begroting en
                                begrotingen van takken van dienst;</al></li><li nr="e."><al>gemeentelijke belastingen en tarieven;</al></li><li nr="f."><al>geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers dan
                                wel hun nagelaten betrekkingen of hun rechthebbenden;</al></li><li nr="g."><al>onderwerpen waarover de raad korter dan twee jaar voor de indiening
                                van het burgerinitiatief een besluit heeft genomen;</al></li><li nr="h."><al>handelingen en gedragingen van collegeleden, raadsleden of
                                ambtenaren waartegen een klacht kan worden ingediend op grond van de
                                Algemene wet bestuursrecht of een door de gemeenteraad of het
                                college vastgestelde klachtenregeling;</al></li><li nr="i."><al>benoemingen van personen en functioneren van personen;</al></li><li nr="j."><al>onderwerpen waartegen een bezwaar of beroepsprocedure openstaat of
                                heeft opengestaan;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het burgerinitiatief wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter
                                van de raad.</al></li><li nr="2."><al>Het burgerinitiatief dient te worden ondersteund door tenminste het
                                volgende aantal ingezetenen van veertien jaar en ouder:</al><lijst><li nr="a."><al>voor verzoeken met een buurtgericht karakter: 250</al></li><li nr="b."><al>voor verzoeken met een wijkgericht karakter: 1.000</al></li><li nr="c."><al>voor verzoeken met een bovenwijks of stedelijk karakter:
                                        2.500.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De ondersteuning als bedoeld in het vorige lid blijkt uit
                                ondertekening door de ondersteuner van een aan het burgerinitiatief
                                gehechte, door de gemeente verstrekte lijst.</al></li><li nr="4."><al>Een ondertekening bedoeld in het vorige lid is pas geldig als naast
                                de handtekening tevens de naam, het adres en de geboortedatum van de
                                ondersteuner worden vermeld.</al></li><li nr="5."><al>Digitale handtekeningen zijn niet geldig.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het burgerinitiatief bevat een voorstel aan de raad voor een door de
                                raad te nemen besluit, voorzien van een motivering.</al></li><li nr="2."><al>Indien uit de realisering van het burgerinitiatief kosten
                                voortvloeien wordt daarvan een globale raming gegeven.</al></li><li nr="3."><al>Het burgerinitiatief vermeldt de naam, het adres en de geboortedatum
                                van tenminste een en ten hoogste drie personen die als
                                vertegenwoordigers van het burgerinitiatief optreden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter van de raad bericht de raad binnen twee weken na
                                ontvangst van een burgerinitiatief of het burgerinitiatief voldoet
                                aan de eisen bedoeld in de artikelen 4 en 5 en of sprake is van
                                eventuele uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel 3.</al></li><li nr="2."><al>Indien een burgerinitiatief niet voldoet aan de eisen bedoeld in
                                artikel 4 stelt de voorzitter van de raad de vertegenwoordigers als
                                bedoeld in artikel 5, derde lid, gedurende een termijn van ten
                                hoogste vier weken in</al></li></lijst><al>de gelegenheid om de vastgestelde gebreken te herstellen.</al><lijst><li nr="3."><al>De voorzitter van de raad doet van een besluit als bedoeld in het
                                vorige lid schriftelijk mededeling aan de vertegenwoordigers en aan
                                de raad.</al></li><li nr="4."><al>De termijn bedoeld in het tweede lid vangt aan met ingang van de
                                datum van dagtekening van de schriftelijke mededeling bedoeld in het
                                derde lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad beslist in zijn eerstvolgende vergadering na ontvangst van
                                het advies van de voorzitter als bedoeld in artikel 6, eerste lid,
                                over de behandeling van het burgerinitiatief.</al></li><li nr="2."><al>Indien de raad het burgerinitiatief in behandeling neemt, stelt hij
                                tegelijkertijd vast of gebruik wordt gemaakt van een van de
                                mogelijkheden genoemd in het derde en het vierde lid van dit artikel
                                en in welke raadsvergadering besluitvorming over het
                                burgerinitiatief zal plaatsvinden.</al></li><li nr="3."><al>De raad kan een burgerinitiatief om advies voorleggen aan het
                                college. Hij stelt daarbij een termijn vast waarbinnen dit advies
                                moet zijn uitgebracht.</al></li><li nr="4."><al>De raad kan besluiten om over een burgerinitiatief het advies in te
                                winnen van een commissie. Het derde lid, tweede volzin, van dit
                                artikel is van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="5."><al>Beraadslaging en besluitvorming over een burgerinitiatief vinden
                                plaats binnen twaalf weken nadat de raad heeft besloten om het
                                burgerinitiatief in behandeling te nemen.</al></li><li nr="6."><al>Indien een burgerinitiatief wordt ingediend in de maanden juli of
                                augustus worden de termijnen genoemd in het vijfde lid met twaalf
                                respectievelijk acht weken verlengd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter van de raad stelt een of meer van de
                                vertegenwoordigers als bedoeld in artikel 5, derde lid, in de
                                gelegenheid gesteld het burgerinitiatief toe te lichten in de
                                raadsvergadering waarin de beraadslaging over het initiatief
                                plaatsvindt en eventuele vragen uit de raad te beantwoorden.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter van de raad kan een of meer van de vertegenwoordigers
                                als bedoeld in het eerste lid toestemming geven om deel te nemen aan
                                de beraadslaging in de raad over het burgerinitiatief.</al></li><li nr="3."><al>Indien de raad toepassing heeft gegeven aan artikel 7, vierde lid,
                                zijn het eerste en het tweede lid van dit artikel van
                                overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt de vertegenwoordigers bedoeld in artikel 5, derde lid,
                                binnen twee weken na de datum van de raadsvergadering waarin
                                besluitvorming over het burgerinitiatief heeft plaatsgevonden
                                schriftelijk in kennis van zijn besluit. Indien de raad geheel of
                                gedeeltelijk afwijkt van het burgerinitiatief geeft hij de redenen
                                daarvoor aan. </al></li><li nr="2."><al>Indien de raad geheel of gedeeltelijk overeenkomstig het
                                burgerinitiatief besluit, deelt het college de vertegenwoordigers
                                binnen twee weken na de raadsvergadering als bedoeld in het eerste
                                lid van dit artikel mede wanneer met de uitvoering van het
                                raadsbesluit zal worden gestart en bij welke medewerker van de
                                gemeente Utrecht de vertegenwoordigers nadere inlichtingen kunnen
                                inwinnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na publicatie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Burgerinitiatief.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op</ondertekening><ondertekening>28 augustus 2003.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>Drs. A.A.H. Smits Mr. A.H. Brouwer-Korf</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Bekendmakingisgeschiedop1oktober2003.</vet></al><al><vet>Dezebeleidsregelisinwerkinggetredenop9oktober2003.</vet></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>