<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR635414_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële Verordening gemeente Midden-Groningen 2020</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Midden-Groningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2020-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Midden-Groningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2019-320061">gmb-2019-320061</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Midden-Groningen 2020</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=212&amp;g=2019-01-01">artikel 212 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2019-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2019-035933</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële Verordening gemeente Midden-Groningen 2020</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Midden-Groningen;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2019;</al><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de Financiële verordening gemeente Midden-Groningen 2020</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken</al></li><li nr=""><al>van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de</al></li><li nr=""><al>gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;</al></li><li nr="b."><al>afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met</al></li><li nr=""><al>een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college;</al></li><li nr="c."><al>inkomsten: totaal van de baten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves;</al></li><li nr="d."><al>netto schuld per inwoner: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke</al></li><li nr=""><al>bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31 december van het begrotingsjaar.</al></li><li nr=""><al>Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende</al></li><li nr=""><al>schulden, crediteurenvorderingen en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen</al></li><li nr=""><al>wordt verstaan het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige </al></li><li nr=""><al>verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende</al></li><li nr=""><al>uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa;</al></li><li nr="e."><al>onbenutte belastingcapaciteit onroerende zaakbelasting: verschil tussen de</al></li><li nr=""><al>opbrengst onroerende zaakbelasting bij de tarieven die minimaal nodig zijn voor</al></li><li nr=""><al>toegang tot de procedure van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet en de</al></li><li nr=""><al>(geraamde) opbrengst onroerende zaakbelasting;</al></li><li nr="f."><al>overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet</al></li><li nr=""><al>zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al</al></li><li nr=""><al>dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is</al></li><li nr=""><al>het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap,</al></li><li nr=""><al>waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt;</al></li><li nr="g."><al>project: een project is een, in tijd en middelen begrensde, activiteit om iets te</al></li><li nr=""><al>creëren. Het onderscheidt zich door zijn eenmalige karakter van een programma of</al></li><li nr=""><al>proces.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><al>1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die</al><al>raadsperiode vast.</al><al>2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college de</al><al>taakvelden per programma vast.</al><al>3. De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast.</al><al>Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld</al><al>in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording</al><al>provincies en gemeenten.</al><al>4. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in</al><al>extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken</al><al>kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><al>1. Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s, het</al><al>overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het overzicht van de overhead de baten</al><al>en lasten per taakveld weergegeven.</al><al>2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe</al><al>investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt</al><al>van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van</al><al>de uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven.</al><al>3. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in aanvulling op het</al><al>bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording</al><al>provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als</al><al>gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.</al><al>4. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde</al><al>investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten</al><al>weergegeven.</al><al>5. In de jaarrekening wordt ingegaan op afwijkingen ten opzichte van de begroting na</al><al>laatste wijziging voor zover de afwijking groter zijn dan € 200.000 of 10% van het</al><al>budget op productniveau.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><al>1. Het college biedt jaarlijks aan de raad een voorjaarsnota aan met een voorstel voor</al><al>het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar</al><al>en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota voor het zomerreces vast.</al><al>2. In de begroting wordt een post onvoorzien ter hoogte van het bedrag per inwoner</al><al>zoals vermeld in de Provinciale begrotingsrichtlijnen opgenomen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><al>1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per</al><al>programma.</al><al>2. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij</al><al>op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil</al><al>ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met</al><al>het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. In het geval een investering niet</al><al>in het begrotingsjaar wordt gerealiseerd, kan het college het krediet ook aanwenden in</al><al>de 2 navolgende begrotingsjaren.</al><al>3. Het college informeert de raad als ze verwacht, dat de lasten van een programma of</al><al>een prioriteit de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de</al><al>investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet</al><al>dreigen te overschrijden, of de baten van een programma of een prioriteit de</al><al>geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft aan of hij een voorstel</al><al>wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma of de prioriteit,</al><al>voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van</al><al>het beleid.</al><al>4. Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad bedoeld in artikel 6, lid 1,</al><al>doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten,</al><al>het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het</al><al>beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het college indien</al><al>nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor</al><al>het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten.</al><al>5. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de</al><al>begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van</al><al>verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een</al><al>investeringskrediet aan de raad voor.</al><al>6. In afwijking van lid 5 geldt, indien er zich acute situaties voordoen waarbij de</al><al>bedrijfsvoering in gevaar komt, dat investeringen na goedkeuring van het college en</al><al>het informeren van de raad, kunnen worden uitgevoerd. De formele goedkeuring van</al><al>de raad middels een raadsbesluit, vindt overeenkomstig de voorgaande beschrijving</al><al>plaats.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><al>1. Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages, inclusief</al><al>begrotingswijzigingen op programmaniveau. Tussentijdse rapportages zijn tenminste:</al><al>de voorjaarsnota en de najaarsnota. Daarnaast zijn indien noodzakelijk altijd</al><al>rapportages mogelijk als de omstandigheden daartoe aanleiding geven.</al><al>2. De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen</al><al>van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming (begrotingswijziging op</al><al>programmaniveau) van:</al><al>a. de baten en de lasten per programma;</al><al>b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen uitgesplitst naar programma’s;</al><al>c. het overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting;</al><al>d. het totale saldo van de baten en lasten volgend uit de onderdelen a, b en c;</al><al>e. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma;</al><al>f. het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; en</al><al>g. de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten.</al><al>3. In de tussenrapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de</al><al>baten en lasten van programma’s, prioriteiten en investeringskredieten in de begroting</al><al>groter dan € 50.000 of hoger dan 25% van het actuele begrote bedrag toegelicht.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><al>Het college besluit niet over:</al><al>a. de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan € 250.000;</al><al>a1 met uitzondering van de verkoop van bouwterreinen in bestemmingsplannen,</al><al>waarvoor een grondexploitatie-opzet is vastgesteld.</al><al>a2. de aankoop van onroerende goederen, die voorkomen op een door de raad vast te</al><al>stellen lijst van te verwerven percelen of objecten;</al><al>b. het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 50.000;</al><al>c. het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen; en</al><al>d. het aangaan van geldleningen voor zover niet in de begroting is vermeld,</al><al>dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is</al><al>gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve</al><al>aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet</al><al>houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of</al><al>een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht,</al><al>doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><al>1. Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en</al><al>de termijnen zoals vermeld in de nota afschrijvingsmethodieken.</al><al>2. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie</al><al>gebracht.</al><al>3. Een saldo voor agio of disagio wordt direct ten laste van de exploitatie gebracht.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><al>Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden, inclusief gemeentelijke</al><al>(belasting)heffingen en bijstandsverstrekkingen wordt een voorziening wegens</al><al>oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de</al><al>openstaande vorderingen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><al>1. In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening</al><al>vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden</al><al>plaats.</al><al>2. Het college biedt de raad eens in de vier jaar een nota reserves en voorzieningen</al><al>aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt:</al><al>a. de vorming en besteding van reserves;</al><al>b. de vorming en besteding van voorzieningen.</al><al>3. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een</al><al>investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven:</al><al>a. het specifieke doel van de reserve;</al><al>b. de voeding van de reserve;</al><al>c. de maximale hoogte van de reserve; en</al><al>d. de maximale looptijd.</al><al>4. Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven</al><al>maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij</al><al>en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><al>1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee</al><al>kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden</al><al>geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van</al><al>kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe</al><al>kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en</al><al>voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.</al><al>2. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van</al><al>voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de</al><al>afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen</al><al>waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele</al><al>belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het</al><al>kwijtscheldingsbeleid betrokken.</al><al>3. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen</al><al>worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een</al><al>specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd </al><al>en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die</al><al>activiteiten.</al><al>4. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen</al><al>worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld</al><al>overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de</al><al>vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.</al><al>5. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en</al><al>heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken,</al><al>diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet</al><al>activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een</al><al>aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de</al><al>economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel</al><al>die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten en heffingen,</al><al>gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1</al><al>Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel.</al><al>6. Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de</al><al>financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks</al><al>met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt (inclusief</al><al>afronding) bepaald conform het renteschema 3 uit de notitie rente 2017 van de</al><al>commissie BBV. Indien op nacalculatiebasis de afwijking kleiner is dan 25% wordt niet</al><al>tot correctie van het omslagpercentage overgegaan.</al><al>7. In afwijking van het eerste lid wordt bij grondexploitaties gehandeld conform de</al><al>notitie grondexploitaties 2016 van de commissie BBV en dit op de volgende manier: het</al><al>gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de</al><al>gemeente, naar verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen, indien geen sprake is</al><al>van projectfinanciering.</al></artikel><artikel><kop><titel> Artikel 13. Prijzen economische activiteiten</titel></kop><al>1. Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan</al><al>overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen</al><al>treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij</al><al>afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze</al><al>activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang </al><al>van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt</al><al>gemotiveerd.</al><al>2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan</al><al>overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in</al><al>rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf</al><al>een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of de</al><al>garantie wordt gemotiveerd.</al><al>3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden</al><al>gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten</al><al>van de verstrekte middelen. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college</al><al>vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de</al><al>kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.</al><al>4. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in de vorige</al><al>leden zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht</al><al>en sprake is van:</al><al>a. leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen,</al><al>garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en</al><al>verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere</al><al>overheid;</al><al>b. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen</al><al>publiekrechtelijke taak;</al><al>c. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of</al><al>uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden;</al><al>d. een bevoordeling van sociale werkplaatsen;</al><al>e. een bevoordeling van onderwijsinstellingen;</al><al>f. een bevoordeling van publieke media-instellingen; en</al><al>g. een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het</al><al>Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen </titel></kop><al>1. Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke</al><al>tarieven voor de onroerendezaakbelastingen, de rioolheffingen, de afvalstoffenheffing,</al><al>reinigingsrecht, toeristenbelasting, begrafenisrechten, leges, liggelden en marktgelden.</al><al>2. Het college biedt de raad eens in de vier jaar een nota aan met de kaders voor de</al><al>prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, werken en diensten aan</al><al>overheidsbedrijven en derden en voor de huren en de erfpachten.</al><al>3. Het college legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren en erfpachten ten</al><al>opzichte van de kaders uit de nota vooraf een besluit voor aan de raad.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><al>1. Het college stelt een treasurystatuut vast met inachtneming van de minimumeisen</al><al>van de Wet Fido (Wet Financiering decentrale overheden) en regeling Ruddo (Regeling</al><al>uitzetting derivaten decentrale overheden)</al><al>2. Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende</al><al>kaders in acht:</al><al>a. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar</al><al>worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd;</al><al>en</al><al>b. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1,</al><al>onder c, van de Wet financiering decentrale overheden.</al><al>3. Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken</al><al>van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden.</al><al>4. Bij het verstrekken van een garantie wordt een voorziening ten laste van de</al><al>begroting gevormd ter grootte van het risico dat de gemeente met de garantie loopt.</al><al>Als in de begroting niet is voorzien in budget voor deze voorziening dan doet het</al><al>college vooraf aan de garantieverlening een voorstel aan de raad voor een</al><al>begrotingswijziging.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen</al><al>naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en</al><al>verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:</al><al>a. de berekening van het rentepercentage (rente omslagpercentage) voor de</al><al>rentevergoeding over de reserves en de voorzieningen voor het bepalen van de</al><al>kostprijzen, bedoeld in artikel 12, zevende lid.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast</al><al>de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en</al><al>verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:</al><al>a. Kasgeldlimiet</al><al>b. Renterisiconorm</al><al>c. Kredietrisico’s</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Weerstandsvermogen &amp; risicobeheersing</titel></kop><al>1. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de</al><al>jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11</al><al>van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:</al><al>a. de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner;</al><al>b. het saldo van de baten en lasten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves</al><al>als percentage van de inkomsten;</al><al>c. de onbenutte belastingcapaciteit onroerende zaakbelasting als percentage van de</al><al>inkomsten;</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><al>1. Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar het beleidsplan Openbare</al><al>ruimte aan. Het plan geeft het kader aan voor het te voeren beleid en beheer. De raad</al><al>stelt het beleidsplan vast. Het college stelt de beheerplannen vast.</al><al>2. Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een rioleringsplan aan. Het</al><al>plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het</al><al>onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud en de</al><al>eventuele uitbreidingen. De raad stelt het plan vast.</al><al>3. Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar het beleidsplan Vastgoed</al><al>Gebouwen aan. Het plan geeft het kader aan voor het te voeren beleid en beheer. De</al><al>raad stelt het beleidsplan vast. Het college stelt de beheerplannen vast.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><al>Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een nota grondbeleid aan. De</al><al>raad stelt de nota vast. In de nota wordt aandacht besteed aan:</al><al>a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente;</al><al>b. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al><al>c. het verloop van de grondvoorraad;</al><al>d. de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Financiële organisatie en financieel beheer</titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is</al><al>voor:</al><al>a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als</al><al>geheel en in de afdelingen;</al><al>b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste</al><al>activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten;</al><al>c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en</al><al>investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;</al><al>d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de</al><al>gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van</al><al>het gemeentelijke beleid; </al><al>e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de</al><al>doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de</al><al>begroting en relevante wet- en regelgeving;</al><al>f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan</al><al>ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de</al><al>doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de</al><al>gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt zorgt voor:</al><al>a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig</al><al>toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen;</al><al>b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,</al><al>verantwoordelijkheden;</al><al>c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen</al><al>ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;</al><al>d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de</al><al>bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;</al><al>e. de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de</al><al>daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de</al><al>voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;</al><al>f. de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de</al><al>taakvelden;</al><al>g. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen,</al><al>werken en diensten;</al><al>h. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van</al><al>subsidies aan ondernemingen en instellingen; en</al><al>i. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk</al><al>gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van</al><al>rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>1. Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld</al><al>in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de</al><al>baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de</al><al>Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de</al><al>informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij</al><al>afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.</al><al>2. Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de</al><al>ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien</al><al>verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de</al><al>debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende</al><al>schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en</al><al>registergoederen (periodiek) en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de vijf jaar. Bij</al><al>afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de</al><al>tekortkomingen.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Intrekken oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><al>1. De Financiële verordening gemeente Midden-Groningen 2018 vastgesteld op 20</al><al>december 2018 wordt ingetrokken per 1 januari 2020, met dien verstande dat zij van</al><al>toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het</al><al>begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en</al><al>op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het</al><al>begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>1. Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2020.</al><al>2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Midden-Groningen 2020.</al><al/></artikel></hoofdstuk><artikel><kop><label/></kop><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 19 december 2019.</functie><functie>Adriaan Hoogendoorn,</functie><functie>De voorzitter.</functie><functie/><functie>Mieke Bouwman,</functie><functie>De griffier.</functie></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>