<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR635019_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug houdende regels omtrent de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten (Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2020)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-12-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2019-318562">gmb-2019-318562</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2020</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=229&amp;lid=1&amp;g=2019-01-01">artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0003245&amp;artikel=15.33&amp;g=2019-11-14">artikel 15.33 van de Wet milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2019-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2019-12-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2019-186a</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2019.</al><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug houdende regels omtrent de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten (Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2020)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2019</al><al/><al>Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer;</al><al/><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al>Vast te stellen de:</al><al/><al>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2020 </al><al>(Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2020).</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inhoudelijke bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="b."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="-"><al>‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer; </al></li><li nr="-"><al>‘grof bedrijfsafval’: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel> Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De belastingplichtige als bedoeld in artikel 4 van de Verordening Afvalstoffenheffing kan in aanmerking komen voor vrijstelling van de toeslag voor het gebruik van een 240 liter container voor restafval indien hij/zij als gevolg van chronische ziekte, handicap, of chronische ziekte of handicap van personen die behoren tot zijn of haar huishouden, extra restafval moet aanbieden aan de gemeentelijke inzameldienst.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De belastingplichtige die in aanmerking wil komen voor deze vrijstelling dient een daartoe strekkend verzoek in bij de heffingsambtenaar. Bij dit verzoek dient een bewijsstuk te worden gevoegd waaruit blijkt dat als gevolg van een chronische ziekte of handicap extra afval wordt aangeboden. Als geldig bewijsstuk wordt, behalve een schriftelijke verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of verzekeraar, ook de factuur van de apotheek of de pakbon van het gebruikte materiaal, geaccepteerd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De vrijstelling gaat in op de eerste dag van de maand volgend op het ontvangen van het verzoek, en is geldig voor het lopende kalenderjaar. Voor het nieuwe jaar moet het verzoek opnieuw, met een actueel bewijsmiddel zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel, worden ingediend. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De vrijstelling wordt voor slechts één container voor restafval per perceel verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, zoals opgenomen in hoofdstuk 1 en 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, wordt ontheffing verleend voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien het aantal personen dat gebruik maakt van een perceel in de loop van het jaar wijziging ondergaat, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar na de wijziging nog volle kalendermaanden overblijven. Deze ontheffing bestaat uit het verschil in tarief over die periode, tussen de eerder vastgestelde belastingschuld en de belastingschuld na wijziging.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn twee maanden later.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel> Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht, of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingschuld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 2 en 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, wordt ontheffing verleend voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten</titel></kop><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid moeten de aanslagen, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rechten zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van hoofdstuk 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel moeten worden voldaan binnen 1 maand na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving zoals bedoeld in artikel 15 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rechten zoals bedoeld in artikelen 3.1.2 tot en met 3.1.4 van hoofdstuk 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel moeten terstond, na het doen van de kennisgeving zoals bedoeld in artikel 15, lid 2, contant betaald worden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Nadere regels met betrekking tot de heffing en invordering </titel></kop><al>Het bestuur van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van reinigingsrechten, als bedoeld in artikel 1, aanhef, onderdeel b, wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2019, vastgesteld door de gemeenteraad van de Utrechtse Heuvelrug op 20 december 2018, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 16 mei 2019 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2020'.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie>Aldus vastgesteld in de vergadering van 16 december 2019</functie></ondertekening><ondertekening><functie/><functie>de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug</functie></ondertekening><ondertekening><functie/><functie>de griffier </functie><functie>W. Hooghiemstra </functie></ondertekening><ondertekening><functie/><functie>de voorzitter</functie><functie>G.F. Naafs</functie></ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage:</label><nr/><titel> TARIEVENTABEL </titel></kop><al/><al>Behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Utrechtse Heuvelrug 2020.</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 1 </vet><vet>MAATSTAVEN EN TARIEVEN AFVALSTOFFENHEFFING</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="80*"/><colspec colname="col3" colwidth="23*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.1.1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 240,18</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1.2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De belasting als bedoeld in onderdeel 1.1.1 wordt indien het perceel op</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt,</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door meer dan één persoon</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>vermeerderd met</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 60,08</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1.3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De belasting als bedoeld in de onderdelen 1.1.1 en 1.1.2 wordt</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>vermeerderd voor het in bruikleen hebben van:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1. een 240 liter Rest container</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 121,66</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>2. een extra GFT container</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 85,59</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>3. een extra Rest container</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 291,97</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>HOOFDSTUK 2 </vet><vet>MAATSTAVEN EN JAARLIJKSE TARIEVEN REINIGINGSRECHTEN</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="63*"/><colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="23*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>2.1.1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het recht bedraagt per belastingjaar voor het periodiek verwijderen</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>van bedrijfsafval, exclusief BTW</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 300,26</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het recht als bedoeld in de onderdeel 2.1.1 wordt vermeerderd voor</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>het in bruikleen hebben van:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1. een 240 liter Rest container, exclusief BTW</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 121,66</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>2. een extra GFT container, exclusief BTW</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 85,59</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>3. een extra Rest container, exclusief BTW</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 291,97</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>HOOFDSTUK 3 </vet><vet>MAATSTAVEN EN TARIEVEN OVERIGE AFVALSTOFFENHEFFING EN REINIGINGSRECHTEN</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="66*"/><colspec colname="col3" colwidth="22*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>3.1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het recht bedraagt voor:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.1.</al></entry><entry colname="col2"><al>vervangen afvalpasje bij verlies, diefstal of beschadiging binnen 5 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 18,29</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.2.</al></entry><entry colname="col2"><al>bij een defect zonder schuld of pasje ouder dan 5 jaar kosten nihil,</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>indien oude pasje retour.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.3.</al></entry><entry colname="col2"><al>het achterlaten van asbestplaten met een maximum van 20 platen, per m2</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3,82</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.4.</al></entry><entry colname="col2"><al>autobanden met velg tot 16 inch</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 6,04</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>het laten ophalen van grof afval met een maximum van 1 m3</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 15,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Behoort bij raadsbesluit van 16 december 2019.</al><al/><al>de griffier, </al><al/><al/><al>W. Hooghiemstra </al></bijlage></regeling></body></cvdr>