<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR63492_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de Erfgoedcommissie Langedijk 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Langedijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Langedijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">2009, 270 Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de Erfgoedcommissie Langedijk 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=MONUMENTENWET 1988">Monumentenwet 1988, art. 15</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-10-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-10-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-04-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R13102009GB270</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Volkshuisvesting en woningbouw</overheidrg:onderwerp></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de Erfgoedcommissie Langedijk 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>de raad van de gemeente Langedijk;</al><al> gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 juni 2009,
                        nummer 72;</al><al> gezien het advies van het forum;</al><al> gelet op de Erfgoedverordening Langedijk 2009;</al><al> b e s l u i t :</al><al> vast te stellen de volgende verordening:</al><al> Verordening op de Erfgoedcommissie Langedijk 2009.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder: </al><al>a. monument: </al><al>1. zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis
                            voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; </al><al>2. terrein of water dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige
                            zaak als bedoeld onder 1; </al><al>3. complex van zaken en/of terreinen en wateren, dat van belang is
                            wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of
                            cultuurhistorische waarde en wegens de samenhang tussen de zaken,
                            terreinen en/of wateren; </al><al>b. beschermd gemeentelijk monument: onroerend monument, als bedoeld
                            onder a, dat overeenkomstig de bepalingen van de Erfgoedverordening
                            Langedijk 2009 als zodanig is aangewezen, geen monument betreffende dat
                            is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is
                            aangewezen op grond van de monumentenverordening van de provincie
                            Noord-Holland; </al><al>c. gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de
                            overeenkomstig de Erfgoedverordening Langedijk 2009 aangewezen
                            beschermde gemeentelijke monumenten; </al><al>d. beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in
                            de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers; </al><al>e. stads- of dorpsgezicht: de waardevolle verschijningsvorm van een
                            gebied, in zijn stedenbouwkundige en architectonische samenhang, zoals
                            deze wordt gevormd door groepen van zaken, hieronder begrepen bomen,
                            wegen, straten, dijken, bruggen, vaarten, sloten en andere wateren, die
                            met één of meer monumenten een beeld vormen, dat van algemeen belang is
                            wegens de schoonheid of het eigen karakter van het geheel; </al><al>f. beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht: stads- of
                            dorpsgezichten, die overeenkomstig de bepalingen van de
                            Erfgoedverordening Langedijk 2009 zijn aangewezen als beschermde
                            gemeentelijke stads- of dorpsgezichten; </al><al>g. beeldbepalend pand: pand dat in een bestemmingsplan voor een
                            beschermd gemeentelijk dorpsgezicht als zodanig is aangemerkt en dat,
                            naast de beschermde monumenten in het als zodanig aangewezen gebied, als
                            referentie dient voor het waardevol geachte beeld van de bebouwing in
                            het dorpsgezicht; </al><al>h. karakteristiek pand: pand dat in een bestemmingsplan als zodanig is
                            aangemerkt en dat van cultuurhistorische waarde wordt geacht op grond
                            van typering, architectuur, landschappelijke en/of stedenbouwkundige
                            situering, beeldbepalende onderdelen, bijzondere vormgeving, bijdrage
                            aan herkenbaarheid van de omgeving en/of gaafheid; </al><al>i. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                            Langedijk; </al><al>j. erfgoedverordening: Erfgoedverordening Langedijk 2009 </al><al>k. commissie: de door de raad ingestelde Erfgoedcommissie van de
                            gemeente Langedijk, op grond van artikel 15 van de Monumentenwet 1988.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Taak commissie</titel></kop><al>De commissie heeft tot taak het college op verzoek of uit eigen beweging
                            te adviseren over: </al><al>1. het aanwijzen van beschermde gemeentelijke monumenten en de
                            samenstelling van de gemeentelijke monumentenlijst; </al><al>2. de aanwijzing van beschermde rijksmonumenten, als bedoeld in artikel
                            3 van de Monumentenwet 1988; </al><al>3. aanvragen monumentenvergunning en subsidie voor gemeentelijke
                            monumenten; </al><al>4. aanvragen monumentenvergunning voor beschermde rijksmonumenten als
                            bedoeld in artikel 11 van de Monumentenwet 1988; </al><al>5. het aanwijzen van beschermde stads- en dorpsgezichten, beeldbepalende
                            en karakteristieke panden; </al><al>6. het archeologisch belang bij ruimtelijke ontwikkelingen; </al><al>7. bestemmingsplannen, voor zover daarbij belangen van
                            cultuurhistorische waarden in het geding zijn; </al><al>8. alle overige aangelegenheden die van belang zijn voor de behartiging
                            van het cultuurhistorisch beleid in de gemeente Langedijk. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Reikwijdte advies</titel></kop><al>Bij het uitbrengen van het advies laat de commissie zich uitsluitend
                            leiden door overwegingen van geschiedkundig, architectonisch,
                            archeologisch, cultuur-, kunst-, bouw- en sociaalhistorisch belang en/of
                            historisch geografisch belang.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling commissie</titel></kop><al>1. De commissie is samengesteld uit ten minste vijf leden, inclusief de
                            voorzitter. De leden en voorzitter worden door het college benoemd. De
                            commissie bestaat uit: </al><al>- 1 restauratiearchitect; </al><al>- 1 architectuurhistoricus of bouwhistoricus; </al><al>- 1 lid namens de plaatselijke historische verenigingen; </al><al>- 1 (amateur)archeoloog. </al><al>- 1 overig lid. </al><al>2. De leden hebben zitting voor een periode van vier jaar en zijn
                            onmiddellijk hernoembaar voor nog één zittingsperiode. Na deze tweede
                            zittingsperiode wordt in een rooster van aftreden de wisseling van de
                            commissie leden zodanig geregeld dat jaarlijks ongeveer een vijfde deel
                            van de commissieleden aftreedt. </al><al>3. Een lid kan te allen tijde zijn ontslag nemen en dient dit
                            schriftelijk in bij het college. </al><al>4. In geval van onvoldoende functioneren van de voorzitter of een
                            commissielid, of wanneer de voorzitter of een commissielied drie
                            achtereenvolgende vergaderingen zonder opgaaf van redenen niet aanwezig
                            is, kan het college de voorzitter of het commissielid ontslaan. </al><al>5. Een lid dat aftreedt of ontslag neemt blijft lid, totdat een opvolger
                            de benoeming heeft aanvaard. </al><al>6. Bij afwezigheid van de voorzitter kan een ander lid van de commissie,
                            daartoe door de commissie aangewezen, als voorzitter optreden. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Vergaderingen commissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><al>1. De commissie vergadert: </al><al>a. na schriftelijke oproep van de voorzitter en/of secretaris; </al><al>b. op verzoek van tenminste twee van haar leden; </al><al>c. op verzoek van het college. </al><al>De voorzitter en/of secretaris belegt vervolgens binnen twee weken na
                            ontvangst van het verzoek de vergadering. </al><al>2. De commissie vergadert minimaal vier keer per kalenderjaar. </al><al>3. De commissie vergadert slechts indien minimaal 3 leden aanwezig zijn.
                            Wanneer het vereiste aantal leden niet is opgekomen, zal een nieuwe
                            vergadering worden belegd. </al><al>4. In spoedeisende gevallen kan van het bepaalde in het derde lid van
                            dit artikel worden afgeweken, waarvan mededeling wordt gedaan in het uit
                            te brengen advies. </al><al>5. De commissie is bevoegd om zich te laten adviseren door andere
                            personen en/of instanties. </al><al>6. De vergaderingen van de commissie zijn in beginsel openbaar. Op
                            voorstel van voorzitter en/of een lid van de commissie, kan de commissie
                            besluiten om de vergadering achter gesloten deuren voort te zetten.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Advisering</titel></kop><al>1. Adviezen worden uitgebracht met volstrekte meerderheid van stemmen.
                            Staande de vergadering van de commissie wordt het advies geformuleerd. </al><al>2. Indien geen eenstemmig advies wordt uitgebracht, wordt het gevoelen
                            van de minderheid in het advies vermeld. </al><al>3. Geen lid mag tegenwoordig zijn bij de beraadslaging en bij de
                            vaststelling van een advies over zaken, waarbij het lid als
                            belanghebbende is betrokken. </al><al>4. Alle adviezen zijn met redenen omkleed. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter is belast met: </al><al>- het leiden van de vergadering; </al><al>- het handhaven van de orde van de vergadering; </al><al>- het doen naleven van deze verordening; </al><al>- hetgeen deze verordening de voorzitter verder opdraagt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><al>1. Het college wijst een ambtenaar aan als secretaris voor de commissie. </al><al>2. De secretaris heeft geen stemrecht. </al><al>3. De secretaris heeft tot taak: </al><al>- het in overleg met de voorzitter samenstellen van de vergaderagenda; </al><al>- het maken van een verslag van het tijdens de vergadering behandelde; </al><al>- het ondersteunen van de commissie bij het formuleren van de adviezen; </al><al>- het college in kennis stellen van de adviezen van de commissie; </al><al>- de commissie in kennis stellen van de besluiten van het college
                            aangaande de door de commissie uitgebrachte adviezen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergoeding commissieleden</titel></kop><al>1. De commissieleden en de voorzitter ontvangen per bijgewoonde
                            commissievergadering presentiegeld en een reiskostenvergoeding voor de
                            reisafstand groter dan 10 km tussen hun woonplaats en het gemeentehuis
                            of een nader bepaalde vergaderlocatie. </al><al>2. De commissieleden en de voorzitter ontvangen ingeval van een
                            werkbezoek op locatie, indien dit werkbezoek wordt uitgevoerd op verzoek
                            van de gemeente en noodzakelijk is voor het uitbrengen van een advies,
                            een vergoeding en een reiskostenvergoeding voor de reisafstand groter
                            dan 10 km tussen hun woonplaats en de locatie van het werkbezoek. </al><al>3. De commissieleden en de voorzitter ontvangen ingeval van een
                            werkbezoek op locatie, indien dit werkbezoek wordt uitgevoerd op eigen
                            initiatief, een reiskostenvergoeding voor de reisafstand groter dan 10
                            km tussen hun woonplaats en de locatie van het werkbezoek. </al><al>4. Ingeval van advisering over veelomvattende cultuurhistorische
                            aangelegenheden, waarbij naar het oordeel van het college een
                            onevenredige hoeveelheid uren gemoeid is met de voorbereiding door leden
                            en voorzitter op deze advisering, kan het college besluiten een extra
                            vergoeding toe te kennen aan de voorzitter en de leden, in aanvulling op
                            het bovengenoemde presentiegeld. </al><al>5. De hoogte van het presentiegeld, de vergoeding voor werkbezoek, de
                            reiskosten en de eventuele extra vergoeding wordt vastgesteld door het
                            college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Horen derden</titel></kop><al>De commissie is bevoegd derden te horen, met dien verstande dat de
                            commissie machtiging van het college behoeft, indien aan het horen van
                            derden kosten zijn verbonden voor de gemeente. Het verzoek tot
                            machtiging wordt gedaan onder overlegging van een kostenoverzicht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Ondertekening</titel></kop><al>Alle stukken welke van de commissie uitgaan, worden getekend door de
                            voorzitter en de secretaris.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overige bepaling</titel></kop><al> In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, evenals bij
                            gerezen geschillen, beslist het college, de commissie gehoord
                            hebbende.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>1. Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking van de
                            verordening, op de daartoe geëigende wijze. </al><al>2. De bepalingen betreffende de monumentencommissie, zoals opgenomen in
                            de Monumentenverordening gemeente Langedijk, vastgesteld door de raad op
                            10 oktober 1995, vervallen op de datum waarop de “Verordening op de
                            Erfgoedcommissie Langedijk 2009” in werking is getreden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Langedijk in zijn openbare
                        vergadering van 13 oktober 2009.</ondertekening><ondertekening> De voorzitter,</ondertekening><ondertekening> drs. J.F.N. Cornelisse</ondertekening><ondertekening> De griffier,</ondertekening><ondertekening> J. van den Bogaerde</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>