<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR63423_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerlen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-07-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerlen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Parkstad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening Heerlen 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, 108 en 147 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-07-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-07-14</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling (tevens intrekking oude regeling)</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/21009</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>De APV is de verordening, waarin de gemeente inhoud geeft aan haar verantwoordelijkheid voor het stellen van regels inzake de 'huishouding' van de gemeente (artikel 108 Gemeentewet). Daarmee bevat de APV een breed palet van geregelde onderwerpen met betrekking tot de openbare orde en veiligheid en het beheer van de openbare ruimte.</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al><extref doc="1.1:CVDR9086_1">APV-vergunningen en -ontheffingen voor horeca-inrichtingen, beleidslijn inzake.</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR8928_2">Prostituanten, dwangsombeleid voor.</extref></al><al>Gebiedsontzeggingen straatprostitutie-locatie Imstenraderweg te Heerlen eengrenzend gebied, gebruiksinstructie van burgemeester aan politie ex art 3.3.4.2, lid 2 APV.</al><al><extref doc="1.1:CVDR8933_1">Evenementen, alsmede de vaststelling van de daarbij behorende facilitairing, indeling Heerlense.</extref></al><al>Sluitingsuur van de nacht van maandag tot en met de nacht van donderdag op vrijdag met maximaal 1 uur voor gebeurtenissen van bijzondere aard, richtlijn incidentele ontheffingen.</al><al>Draaiorgel, beleid voor een vergunning/ontheffing voor het spelen met een.</al><al><extref doc="1.1:CVDR8946_1">Exploitatievergunningen smart-, head- en growshops, beleidsregels.</extref></al><al>Prostitutievergunningen als bedoeld in artikel 3.3.2.2 APV, nadere regels voor de verlening van. Wijziging sluitingstijd tippelzone van 01.00 uur naar 02.00 uur en nadere regels voor de verlening van prostitutievergunningen.</al><al>Gebiedsontzeggingen ex artikel 2.4.25 APV, gebruiksinstructie.</al><al>Feesttentenregeling 2009.</al><al>Softdrugsbeleid wijziging 2008.</al><al>Aanwijzingsbesluit gebied bedelarij</al><al><extref doc="1.1:CVDR9715_1">Beleidsregels buitenevenementen 2009 en principetoestemmingen feesttenten 2009</extref></al><al>Indeling Heerlense evenementen in A/B/C categorieën en instelling termijnen van aanvragen t.b.v. Heerlense evenementen</al><al>Uitwerkingsbesluit Horeca -exploitatievergunning</al><al><extref doc="1.1:CVDR92140_1">Uitwerkingsbesluit kleine evenementen</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR92149_1">Uitwerkingsbesluit plaatsen voorwerpen/objecten op de openbare weg.</extref></al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Algemene Plaatselijke Verordening 2010
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>“ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING VOOR DE GEMEENTE HEERLEN 2010“</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Artikel 1:1</al>
            <al>Begripsomschrijvingen</al>
            <al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>weg: de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
              <li nr="b."><al>openbaar water: alle wateren die - al dan niet met enige beperking -
                                voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn;</al></li>
              <li nr="c."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten
                                de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid
                                van de Wegenwet;</al></li>
              <li nr="d."><al>rechthebbende: een ieder die over enige zaak enige zeggenschap heeft
                                krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li>
              <li nr="e."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li>
              <li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening
                                gemeente Heerlen;</al></li>
              <li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet;</al></li>
              <li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te
                                dienen;</al></li>
              <li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 1:2</al>
            <al>Beslistermijn</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken
                                verdagen.</al></li>
              <li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in de artikelen 2:10 of 2:11
                                dan wel, voor zover het een omgevingsvergunning betreft, artikel
                                2:12.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 1:3</al>
            <al>Indiening aanvraag</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voor bepaalde, door het bevoegde bestuursorgaan aan te wijzen,
                                vergunningen of ontheffingen kan een andere dan de in het eerste lid
                                genoemde uiterste indieningstermijn termijn worden vastgesteld.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 1:4</al>
            <al>Voorschriften en beperkingen</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></li>
              <li nr="2."><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen na te komen.</al></li>
              <li nr="3."><al>Een vergunning of ontheffing dient aanwezig te zijn op de plaats
                                waar de handelingen worden verricht waarvoor de vergunning of
                                ontheffing verleend is.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 1:5</al>
            <al>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</al>
            <al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                        deze verordening anders is bepaald.</al>
            <al>Artikel 1:6</al>
            <al>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</al>
            <al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens
                                zijn verstrekt;</al></li>
              <li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt
                                gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de
                                vergunning of ontheffing is vereist;</al></li>
              <li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en
                                beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li>
              <li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt
                                binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een
                                dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li>
              <li nr="e."><al>indien de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 1:7</al>
            <al>Vergunning of ontheffing voor onbepaalde tijd</al>
            <al>Een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing geldt voor
                        onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of
                        de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.</al>
            <al>Artikel 1:8</al>
            <al>Weigeringsgronden </al>
            <al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde bestuursorgaan
                        worden geweigerd in het belang van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
              <li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li>
              <li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li>
              <li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li>
            </lijst>
            <al>HOOFDSTUK 2</al>
            <al>OPENBARE ORDE</al>
            <al>AFDELING 1</al>
            <al>BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN</al>
            <al>Artikel 2:1</al>
            <al>Samenscholing en ongeregeldheden</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden op de weg deel te nemen aan een samenscholing,
                                onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven
                                tot wanordelijkheden.</al></li>
              <li nr="2."><al>Een ieder, die op de weg aanwezig is bij enig voorval, waardoor er
                                wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan of bij een tot
                                toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis, waardoor er
                                wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich
                                bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op een
                                daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                verwijderen.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op terreinen, wegen
                                of weggedeelten, wanneer deze door of vanwege het bevoegde
                                bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter
                                voorkoming van wanordelijkheden zijn afgezet.</al></li>
              <li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                gestelde verbod.</al></li>
              <li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten
                                als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></li>
            </lijst>
            <al>AFDELING 2</al>
            <al>BETOGING</al>
            <al>Artikel 2:2</al>
            <al>Kennisgeving optocht</al>
            <al>Gereserveerd</al>
            <al>Artikel 2:3</al>
            <al>Kennisgeving betogingen, samenkomsten en vergaderingen op openbare
                        plaatsen</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging,
                                een samenkomst tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging
                                of een vergadering te houden, moet daarvan voor de openbare
                                aankondiging ervan en ten minste 2 werkdagen voordat deze gehouden
                                zal worden, schriftelijk kennis geven aan de burgemeester, met
                                inachtneming van hetgeen in artikel 2:5, eerste lid, hierover is
                                bepaald.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving door
                                terugrekening valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een
                                zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt dit tijdstip geacht
                                te vallen op 12.00 uur op de voorgelegen dag, die geen zaterdag,
                                zondag of algemeen erkende feestdag is.</al></li>
              <li nr="3."><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats en op een
                                vooraf bepaalbaar tijdstip een regelmatig terugkerende samenkomst
                                tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging te houden moet
                                daarvan, voor de openbare aankondiging en ten minste 2 werkdagen
                                voordat deze voor de eerste keer gehouden zal worden na
                                inwerkingtreding van dit artikel, eenmalig schriftelijk kennis geven
                                aan de burgemeester, met inachtneming van hetgeen hierna daaromtrent
                                is bepaald.</al></li>
              <li nr="4."><al>Onder openbare plaats wordt verstaan een plaats als bedoeld in
                                artikel 1, eerste lid, juncto tweede lid, van de Wet openbare
                                manifestaties, te weten een plaats die krachtens bestemming of vast
                                gebruik open staat voor het publiek, met uitzondering van een gebouw
                                of besloten plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de
                                Grondwet.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:4</al>
            <al>Afwijking termijn</al>
            <al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in artikel 2:3, eerste
                        lid, genoemde termijn van twee werkdagen verkorten en een mondelinge
                        kennisgeving in behandeling nemen.</al>
            <al>Artikel 2:5</al>
            <al>Te verstrekken gegevens</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>naam en adres van degene die de samenkomst, vergadering of
                                        betoging houdt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het doel van de samenkomst, vergadering of betoging;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de datum waarop de samenkomst, vergadering of betoging wordt
                                        gehouden en het tijdstip van aanvang en van
                                        beëindiging;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                        plaats van beëindiging;</al></li>
                  <li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;</al></li>
                  <li nr="f."><al>maatregelen die degene die de samenkomst, vergadering of
                                        betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te
                                        bevorderen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></li>
            </lijst>
            <al>AFDELING 3</al>
            <al>VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</al>
            <al>Artikel 2:6</al>
            <al>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                        afbeeldingen</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken, afbeeldingen dan wel
                                goederen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te
                                bieden, aan te bevelen of bekend te maken op of aan door het college
                                aangewezen wegen of gedeelten daarvan.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                dagen en uren.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan
                                huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken, afbeeldingen dan
                                wel goederen, of voor stukken met een ideële of levensbeschouwelijke
                                inhoud.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:7</al>
            <al>Bevel politie</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Hij, die op of aan de weg gedrukte of geschreven stukken aan publiek
                                al dan niet tegen betaling aanbiedt, de kennisneming daarvan
                                aanbeveelt of de inhoud ervan bekend maakt, is verplicht aan de
                                vordering van een politie-ambtenaar, gedaan ter voorkoming of
                                bestrijding van wanordelijkheden of verkeersbelemmeringen, terstond
                                te voldoen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het bepaalde in lid 1 is van overeenkomstige toepassing op degene,
                                die op of aan de weg propaganda maakt met behulp van borden, doeken,
                                voertuigen of enig ander middel.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:8</al>
            <al>Straatartiest</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op
                                te treden op of aan door de burgemeester aangewezen wegen of
                                gedeelten daarvan.</al></li>
              <li nr="2."><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot in de
                                openbare kennisgeving aan te duiden dagen en uren.</al></li>
              <li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                bedoelde verbod.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:9</al>
            <al>Spelen om geld op of aan de weg</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden op of aan de weg op een voor het publiek
                                toegankelijke plaats, anders dan in een kermisinrichting waarvoor
                                ingevolge deze verordening vergunning is verleend, gelegenheid te
                                geven tot of deel te nemen aan enig spel met of om geld tegen geld
                                inwisselbare voorwerpen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet op de
                                Kansspelen.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:10</al>
            <al>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke
                        functie van de weg</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden zonder voorafgaande vergunning de weg of een
                                weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke
                                functie daarvan.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het is verboden op, aan, over of boven de weg een voorwerp of stof
                                waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te
                                brengen of te hebben, indien het voorwerp of de stof:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>door de omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                        bevestiging schade toebrengt aan de weg,</al></li>
                  <li nr="b."><al>gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                        doelmatig en veilig gebruik daarvan, of</al></li>
                  <li nr="c."><al>een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud
                                        van de weg.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid
                                wordt beslist:</al></li>
            </lijst>
            <al>voor zover het een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste
                        lid, onder j of onder k van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: door
                        het bevoegd gezag als beslissing op een aanvraag om een
                        omgevingsvergunning;</al>
            <al>in de overige gevallen: door het college.</al>
            <lijst>
              <li nr="4."><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                        gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                        doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering
                                        kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de
                                        weg.</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                        verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand.</al></li>
                  <li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast of
                                        hinder.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="5."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:23;</al></li>
                  <li nr="b."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2:33;</al></li>
                  <li nr="c."><al>standplaatsen als bedoeld in de
                                        Standplaatsenverordening;</al></li>
                  <li nr="d."><al>voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden
                                        geopenbaard.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="6."><al>a. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al><lijst>
                  <li nr="b."><al>De weigeringsgrond van het derde lid, onder a, geldt niet
                                        voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li>
                  <li nr="c."><al>De weigeringsgrond van het derde lid, onder b, geldt niet
                                        voor bouwwerken.</al></li>
                  <li nr="d."><al>De weigeringsgrond van het derde lid, onder c, geldt niet
                                        voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door de Wet Milieubeheer.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="7."><al>Indien het college bevoegd is om te beslissen op een aanvraag om een
                                vergunning als bedoeld in het eerste lid, is paragraaf 4.1.3.3 van
                                de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.</al></li>
              <li nr="8."><al>Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor,
                                eventueel onder door hem te stellen voorschriften, het verbod in het
                                eerste lid niet geldt.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:11</al>
            <al>Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning een weg aan te leggen, de
                                verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten,
                                aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins
                                verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat,
                                alsmede alle niet-openbare ontsluitingswegen van gebouwen.</al></li>
              <li nr="3."><al>Op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid
                                wordt beslist:</al></li>
            </lijst>
            <al>indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                        beheersverordening of voorbereidingsbesluit: door het bevoegd gezag als
                        beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning;</al>
            <al> in de overige gevallen: door het college.</al>
            <lijst>
              <li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het
                                rijk, de provincie, de gemeente of het waterschap bij het uitvoeren
                                van zijn/haar publiekrechtelijke taak.</al></li>
              <li nr="5."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor zover
                                in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek
                                van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de
                                Wegenverordening provincie Limburg, de Telecommunicatiewet of de
                                daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:12</al>
            <al>Maken en veranderen van een uitweg</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een uitweg
                                te maken, te hebben of te veranderen of het gebruik daarvan te
                                veranderen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het
                                belang van de bruikbaarheid van de weg of het doelmatig en veilig
                                gebruik daarvan, ter bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                omgeving of ter bescherming van groenvoorzieningen in de
                                gemeente.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening provincie
                                Limburg.</al></li>
            </lijst>
            <al>AFDELING 6</al>
            <al>VEILIGHEID OP DE WEG</al>
            <al>Artikel 2:13</al>
            <al>Veroorzaken en voorkomen van gladheid</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg te
                                werpen, uit te storten of te laten lopen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder
                                4, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                Wegenverkeerswet 1994.</al></li>
              <li nr="3."><al>De gebruiker, of indien er geen gebruiker is, de eigenaar van een
                                gebouw is verplicht het gedeelte van het feitelijk voor voetgangers
                                bestemde weggedeelte dat zich voor of langs het perceel, waarop dit
                                gebouw is gelegen, uitstrekt, zo spoedig mogelijk na sneeuwval ter
                                breedte van een meter sneeuwvrij te maken dan wel gladheid op dit
                                weggedeelte te bestrijden.</al></li>
              <li nr="4."><al>Indien er meerdere rechthebbenden op het gebruik van enig bebouwd
                                perceel zijn, rust de in het derde lid vermelde verplichting op de
                                rechthebbende(n) van het op of nagenoeg op de begane grond en het
                                dichtst bij de weg gelegen perceelsgedeelte.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:14</al>
            <al>Winkelwagentjes</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter beschikking
                                stelt, mede ten behoeve van het vervoer van winkelwaren over de weg,
                                is verplicht deze te voorzien van de naam van het bedrijf of van een
                                ander herkenningsteken en de in de omgeving van dat bedrijf door het
                                publiek op of langs de weg achtergelaten winkelwagentjes terstond te
                                verwijderen of te doen verwijderen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het is verboden zich met een winkelwagentje op de weg te bevinden
                                buiten de onmiddellijke omgeving van het bedrijf als bedoeld in het
                                eerste lid of, indien het bedrijf is gelegen in een winkelcentrum,
                                buiten de onmiddellijke omgeving van dat winkelcentrum. Als
                                onmiddellijke omgeving van het bedrijf of winkelcentrum wordt
                                aangemerkt de weg of het weggedeelte, grenzende aan dat bedrijf of
                                dat winkelcomplex en tevens een aan die weg of dat weggedeelte
                                aansluitende parkeerplaats.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het is verboden een winkelwagentje dat is gebruikt op de weg,
                                onbeheerd daarop achter te laten anders dan op een daartoe
                                aangewezen plaats.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:15</al>
            <al>Hinderlijke beplanting of voorwerp </al>
            <al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op
                        zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of
                        daaraan op andere wijze hinder of gevaar oplevert.</al>
            <al>Artikel 2:16</al>
            <al>Openen straatkolken e.d.</al>
            <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk,
                        rioolput, brandkraan of enigerlei andere afsluiting, die behoort tot een
                        openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te
                        dekken.</al>
            <al>Artikel 2:17</al>
            <al>Kelderingangen, koekoeken e.d.</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Kelderingangen, koekoeken, indiepingen en andere lager dan de
                                aangrenzende weg gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen
                                geen gevaar voor de veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder
                                1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:18</al>
            <al>Rookverbod in bossen en natuurgebieden</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide- of veengronden of
                                binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende de door het
                                college aangewezen periode.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het is verboden in bossen, op heide- of veengronden of binnen een
                                afstand van honderd meter daarvan, voor zover het de open lucht
                                betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te
                                werpen of te laten liggen.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het in het eerste en in het tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                bepaalde in artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                Strafrecht.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor zover
                                het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende, als tuin
                                ingerichte, erven.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:19</al>
            <al>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen
                                aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2 meter boven dat
                                gedeelte van de weg.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet t.a.v.
                                prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen,
                                die op grotere afstand dan 0,25 m uit de uiterste boord van de weg,
                                op van de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn
                                aangebracht.</al></li>
              <li nr="3."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan hetgeen
                                artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                Wegenverkeerswet 1994.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:20</al>
            <al>Voorzieningen voor verkeer, verlichting en openbare dienst</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of
                                aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van het
                                college, voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het
                                openbaar verkeer, de openbare verlichting of anderszins ten behoeve
                                van de openbare dienst worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                                verwijderd.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college maakt tevoren aan de rechthebbende als bedoeld in het
                                eerste lid hun besluit bekend over te gaan tot het doen aanbrengen
                                of wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening als bedoeld in het
                                eerste lid.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:21</al>
            <al>Verwijdering e.d. voorzieningen voor verkeer, verlichting, openbare dienst
                        en nutsvoorzieningen</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een bord of
                                een andere voorziening ten behoeve van het openbaar verkeer, de
                                openbare verlichting, nutsvoorzieningen of openbare dienst te
                                verwijderen, te wijzigen, te beschadigen, de werking ervan te
                                beletten of te belemmeren.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van
                                Strafrecht.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:22</al>
            <al>Veiligheid op het ijs</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te
                                        verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige
                                        andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid
                                        geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten, te verplaatsen,
                                        weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het
                                        gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van
                                Strafrecht.</al></li>
            </lijst>
            <al>AFDELING 7</al>
            <al>TOEZICHT OP EVENEMENTEN</al>
            <al>Artikel 2:23</al>
            <al>Begripsomschrijving</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek
                                toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van
                                        de Gemeentewet en artikel 5:21 van deze verordening;</al></li>
                  <li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet
                                        gelegenheid geven tot dansen;</al></li>
                  <li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de
                                        Wet openbare manifestaties;</al></li>
                  <li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9;</al></li>
                  <li nr="g."><al>kermisinrichtingen als bedoeld in afdeling 11.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een braderie;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel
                                        2:3, op de weg;</al></li>
                  <li nr="d."><al>een feest of wedstrijd aan de weg.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Onder klein evenement wordt verstaan een straatfeest of
                                buurtbarbecue op een dag.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:24</al>
            <al>Evenement</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement
                                te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te
                                nemen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een klein evenement,
                                indien:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 200
                                        personen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het evenement tussen 09.00 en 24.00 uur plaats vindt;</al></li>
                  <li nr="c."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht vóór 09.00 uur en na
                                        22.00 uur;</al></li>
                  <li nr="d."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad
                                        of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor
                                        het verkeer en de hulpdiensten;</al></li>
                  <li nr="e."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte
                                        van minder dan 8 m2 per object;</al></li>
                  <li nr="f."><al>er een organisator is;</al></li>
                  <li nr="g."><al>wordt gehandeld in overeenstemming met de in het vierde lid
                                        bedoelde voorschriften;</al></li>
                  <li nr="h."><al>de organisator minimaal vier weken voorafgaande aan het
                                        evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                        burgemeester.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>De burgemeester kan binnen twee weken na ontvangst van de melding
                                besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het
                                tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de
                                openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                komt.</al></li>
              <li nr="4."><al>De burgemeester is bevoegd in het belang van de openbare orde, de
                                openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu voorschriften
                                te verbinden aan het organiseren van een evenement, waarvoor op
                                grond van het tweede lid geen vergunning is vereist.</al></li>
              <li nr="5."><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor de in het tweede lid,
                                onder d van artikel 2:23 voorziene gevallen, voor zover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto
                                artikel 148 Wegenverkeerswet 1994.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:25</al>
            <al>Ordeverstoring</al>
            <al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al>
            <al>Artikel 2:26</al>
            <al>Beëindiging evenement</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Degene die een evenement organiseert of bij dat evenement feitelijk
                                de leiding heeft, is verplicht:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>dat evenement onverwijld te beëindigen indien de
                                        burgemeester hiertoe een bevel geeft;</al></li>
                  <li nr="b."><al>ervoor te zorgen dat, nadat het onder a bedoeld bevel door
                                        de burgemeester is gegeven, geen publiek meer tot het
                                        evenement toegelaten wordt;</al></li>
                  <li nr="c."><al>ervoor te zorgen dat ambtenaren van politie te allen tijde
                                        toegang hebben tot het evenement.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het is voor publiek verboden aanwezig te zijn bij een evenement ten
                                aanzien waarvan een bevel, als bedoeld in het eerste lid, onder a,
                                gegeven is.</al></li>
            </lijst>
            <al>AFDELING 8</al>
            <al>INRICHTINGEN</al>
            <al>Artikel 2:27</al>
            <al>Begripsomschrijvingen</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>Inrichting:</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="1."><al>een inrichting waarin een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van
                                de</al></li>
            </lijst>
            <al>Drank- en Horecawet wordt uitgeoefend, zomede de daarbij behorende open
                        aanhorigheden;</al>
            <lijst>
              <li nr="2."><al>elke voor het publiek toegankelijke lokaliteit, open plaats, tuin of
                                gedeelte daarvan, zomede</al></li>
              <li nr="3."><al>de daarbij behorende terrassen en de daarmee gemeenschap hebbende
                                vertrekken die niet uitsluitend als woning of winkel als bedoeld in
                                de Winkeltijdenwet (met uitzondering van afhaalcentra) worden
                                gebruikt, voor zover daar bij wijze van hoofdfunctie of overwegende
                                nevenfunctie gelegenheid wordt gegeven om al dan niet tegen betaling
                                enigerlei eetwaren voor directe consumptie en/of alcoholvrije
                                dranken te verkrijgen en/of verbruiken;</al></li>
              <li nr="4."><al>een afhaalcentrum, zijnde een winkel waar voor gebruik elders dan
                                ter plaatse uitsluitend eetwaren en/of alcoholvrije dranken plegen
                                te worden verstrekt.</al><lijst>
                  <li nr="b."><al>Houder: degene die een inrichting exploiteert of daarin de
                                        feitelijke leiding heeft.</al></li>
                  <li nr="c."><al>Terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting
                                        liggend deel van het horecabedrijf aan de openbare weg waar
                                        sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                        vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor
                                        directe consumptie kunnen worden bereidt of verstrekt.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>In deze afdeling wordt onder bezoekers niet verstaan:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de gezinsleden van de houder, alsmede diens elders wonende
                                        bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de
                                        zijlijn tot en met de derde graad;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de personen die voorkomen in het register als bedoeld in
                                        artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens
                                        dringende redenen noodzakelijk is;</al></li>
                  <li nr="d."><al>het dienstdoend personeel.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:28</al>
            <al>Sluitingsuur</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 2:27,
                                eerste lid onder a, sub 1, verboden dit voor bezoekers geopend te
                                hebben en/of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                tussen:</al><lijst>
                  <li nr="-"><al>03.00 uur en 07.00 uur in de nacht van vrijdag op zaterdag
                                        tot en met de nacht van zondag</al><al> op maandag en</al></li>
                  <li nr="-"><al>02.00 uur en 07.00 uur in de nacht van maandag op dinsdag
                                        tot en met de nacht van</al><al> donderdag op vrijdag.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 2:27,
                                eerste lid onder a, sub 2 en 3, verboden dit voor bezoekers geopend
                                te hebben en/of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                tussen 03.00 uur en 07.00 uur.</al></li>
              <li nr="3."><al>De burgemeester is bevoegd van de in lid 1 en 2 vervatte verboden
                                ontheffing te verlenen.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:29</al>
            <al>Toegang ambtenaren van politie</al>
            <al>De houder van een inrichting is verplicht ervoor te zorgen dat ambtenaren
                        van politie vanaf de weg onmiddellijk en onbelemmerd toegang hebben tot zijn
                        inrichting:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gedurende de tijd dat de inrichting voor bezoekers geopend is;</al></li>
              <li nr="b."><al>gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn en indien
                                die ambtenaren van politie hun vermoeden uiten dat daarin of aldaar
                                bezoekers aanwezig zijn.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:30</al>
            <al>Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid,
                                zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere
                                omstandigheden, te zijner beoordeling, tijdelijk andere dan de
                                krachtens artikel 2.3.1.2 geldende sluitingsuren vaststellen of
                                tijdelijk sluiting van een of meer inrichtingen bevelen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b Opiumwet.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:31</al>
            <al>Aanwezigheid in gesloten inrichting</al>
            <al>Het is bezoekers van een inrichting verboden gedurende de tijd die deze
                        inrichting krachtens artikel 2:28 of ingevolge een op grond van artikel 2:30
                        genomen besluit gesloten dient te zijn, zich daarin of aldaar te
                        bevinden.</al>
            <al>Artikel 2:32</al>
            <al>Ordeverstoring</al>
            <al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al>
            <al>Artikel 2:33</al>
            <al>Terrasvergunning horeca</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10 beslist de
                                burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die betrekking
                                heeft op een of meer bij het horecabedrijf behorende terrassen voor
                                zover deze zich op de weg bevinden over de ingebruikneming van die
                                weg ten behoeve van het terras.</al></li>
              <li nr="2."><al>De burgemeester kan de in het eerste lid bedoelde ingebruikneming
                                van die weg ten behoeve van een of meer bij een horecabedrijf
                                horende terrassen weigeren:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                        gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                        doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering
                                        kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de
                                        weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zich zelf, hetzij in
                                        verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand;</al></li>
                  <li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast
                                        voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende
                                        zaak.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor zover in
                                het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                rijkswaterstaatwerken of de Wegenverordening provincie Limburg.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:34</al>
            <al>Verbod drankverstrekking op terras</al>
            <al>Het is verboden:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>op het terras alcoholhoudende drank te verstrekken aan personen, die
                                geen gebruik maken van de op het terras aanwezige zitplaatsen;</al></li>
              <li nr="b."><al>op het terras alcoholhoudende drank te verstrekken gedurende de tijd
                                dat de inrichting ingevolge artikel 2:28 of krachtens de Wet
                                milieubeheer voor bezoekers gesloten dient te zijn.</al></li>
            </lijst>
            <al>AFDELING 9</al>
            <al>MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID</al>
            <al>Artikel 2:35</al>
            <al>Betreden gesloten woning of lokaal</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een
                                bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten
                                woning, een voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning
                                of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></li>
              <li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.</al></li>
              <li nr="4."><al>De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid
                                bedoelde verboden ontheffing te verlenen.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:36</al>
            <al>Plakken en kladden</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden de weg of dat gedeelte van een onroerende zaak dat
                                vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                rechthebbende op de weg of op dat gedeelte van een onroerende zaak
                                dat vanaf de weg zichtbaar is:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                        aanduiding aan te plakken of te laten aanplakken, of op
                                        andere wijze aan te brengen of te laten aanbrengen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof enige
                                        afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                        laten aanbrengen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien
                                gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></li>
            </lijst>
            <al>4 Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                        meningsuitingen en bekendmakingen.</al>
            <lijst>
              <li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></li>
              <li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben
                                op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li>
              <li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens
                                eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:37</al>
            <al>Vervoer plakgereedschap e.d.</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden tussen 22.00 en 6.00 uur op de weg te vervoeren of
                                bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer,
                                kleur- of verfstof of verfgereedschap.</al></li>
              <li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen of
                                gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                handelingen als verboden in artikel 2:36.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:38</al>
            <al>Vervoer inbrekerswerktuigen</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden tussen 22.00 en 06.00 uur op de weg te vervoeren of
                                bij zich te hebben: lopers, valse sleutels, touwladders, lantaarns
                                of enig ander gereedschap, voorwerp of middel, dat ertoe kan dienen
                                zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen,
                                onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door
                                middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                voorkomen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde gereedschappen,
                                voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                de in het eerste lid bedoelde handelingen.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:39</al>
            <al>Betreden van plantsoenen e.d.</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zich te
                                bevinden in of op voor het publiek toegankelijke parken,
                                wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de
                                daarin gelegen wegen of paden.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:40</al>
            <al>Rijden over bermen e.d.</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van
                                een weg.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien
                                dat rijden door de omstandigheden redelijkerwijs gebillijkt
                                wordt.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor zover
                                in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening provincie
                                Limburg.</al></li>
              <li nr="4."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                verstaat.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:41</al>
            <al>Hinderlijk gedrag op of aan de weg</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>op of aan de weg te klimmen of zich te bevinden op een
                                        beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                        toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                        afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                        straatmeubilair;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zich op of aan de weg zodanig op te houden dat aan
                                        weggebruikers of aan bewoners van nabij de weg gelegen
                                        woningen onnodig overlast of hinder veroorzaakt wordt.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis
                                of 431 van het Wetboek van Strafrecht dan wel artikel 5 van de
                                Wegenverkeerswet 1994.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:42</al>
            <al>Hinderlijk drankgebruik</al>
            <al>Het is verboden op de weg alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken
                        flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben,
                        waarbij hinder wordt of kan worden veroorzaakt.</al>
            <al>2 Het is verboden op de weg, die deel uitmaakt van een door het college
                        aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen,
                        blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al>
            <lijst>
              <li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in
                                        artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder
                                        a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de
                                        Drank- en Horecawet.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:43</al>
            <al>Glazen drinkgerei</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De houder van een horeca-inrichting als bedoeld in artikel 3:4 is
                                verplicht zodanige maatregelen te nemen dat de bezoekers van zijn
                                inrichting geen drinkgerei van glas of flessen van glas buiten de
                                inrichting brengen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het is verboden op de weg drinkgerei van glas of geopende flessen
                                van glas die kennelijk zijn bestemd voor het bewaren van drank bij
                                zich te hebben of met zich mee te voeren.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>een terras waarvoor een vergunning geldt als bedoeld in
                                        artikel 2:33;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de plaats waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35
                                        van de Drank- en Horecawet.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:44</al>
            <al>Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                        houden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                        drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                gebouwen, die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder
                                redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik
                                bestemde ruimte van een zodanig gebouw.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:45</al>
            <al>Afdwingen van steun, hulp of bijstand</al>
            <al>Het is verboden op of aan de weg, aan de huizen en bij of in openbare
                        gebouwen post te vatten, zich aldaar op te houden of aldaar kinderen neer te
                        zetten of te leggen, een en ander met het kennelijk doel onderdak, steun,
                        hulp of sociale bijstand af te dwingen.</al>
            <al>Artikel 2:46</al>
            <al>Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten</al>
            <al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke
                        wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijk portaal,
                        telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage,
                        rijwielstalling of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke
                        ruimte dan wel deze te verontreinigen dan wel te bezigen voor een ander doel
                        dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd.</al>
            <al>Artikel 2:47</al>
            <al>Neerzetten van fietsen e.d.</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden op of aan de weg een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek,
                                indien:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li>
                  <li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het is verboden een fiets of een bromfiets, indien daardoor overlast
                                veroorzaakt wordt, op of aan de weg te plaatsen of te laten
                                staan:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>op een langs enige bebouwing gelegen voetpad- of trottoir
                                        gedeelte;</al></li>
                  <li nr="b."><al>tegen gevels, beelden, monumenten, lantaarnpalen en overige
                                        straat- en verkeersmeubilair, afrasteringen, bomen of
                                        hekken.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:48</al>
            <al>Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein e.d.</al>
            <al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen uren en
                        plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college
                        of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering,
                        bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit
                        verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.</al>
            <al>Artikel 2:49</al>
            <al>Bespieden van personen</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel van een
                                gebouw of woonwagen op te houden met de kennelijke bedoeling deze
                                persoon dan wel een zich in dit gebouw of deze woonwagen bevindende
                                persoon, te bespieden.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                optisch instrument een zich in een gebouw of woonwagen bevindende
                                persoon te bespieden.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:50</al>
            <al>Bewakingsapparatuur</al>
            <al>Het is verboden om zonder toestemming bewakingsapparatuur te gebruiken
                        indien daarmee personen kunnen worden gadegeslagen in een ander gebouw,
                        vaartuig of besloten erf dan waar de bewakingsapparatuur staat
                        opgesteld.</al>
            <al>Artikel 2:51</al>
            <al>Loslopende honden</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
                                verblijven of te laten lopen:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>op de weg zonder dat die hond zowel in bedwang als
                                        aangelijnd is;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                        zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak, sportcomplex,
                                        groenvoorzieningen of speelweide of op een andere door het
                                        college aangewezen plaats;</al></li>
                  <li nr="c."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een
                                        ander identificatiemerk, dat de eigenaar of houder duidelijk
                                        doet kennen;</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het college wijst de gebieden aan waar het los laten lopen van
                                honden is toegestaan.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van de onder lid 1, sub a en b,
                                opgenomen verboden.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het verbod geldt niet voor zover de eigenaar of houder van een hond
                                zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden en
                                de hond als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is of indien een
                                eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd
                                opleidt tot geleidehond.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:52</al>
            <al>Verontreiniging door honden</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat
                                die hond zich op openbaar terrein niet van uitwerpselen
                                ontdoet.</al></li>
              <li nr="2."><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de
                                hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden
                                verwijderd.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde gebod geldt niet voor de goot van de
                                rijweg naast een hoger gelegen trottoir en voor terreinen die door
                                het college zijn aangewezen als hondenuitlaatterrein. Het in het
                                eerste lid gestelde gebod geldt voorts niet voor zover de eigenaar
                                of houder van een hond zich vanwege zijn handicap laat begeleiden
                                door een blindengeleide- of hulphond, dan wel rolstoelgebonden
                                is.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:53</al>
            <al>Gevaarlijke honden</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
                                verblijven of te laten lopen op of aan de weg of op het terrein van
                                een ander:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd, nadat het college aan de
                                        eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond
                                        gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband
                                        met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf,
                                        nadat het college de eigenaar of de houder heeft
                                        bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht
                                        en een aanlijn- en muilkorfgebod in verband met het gedrag
                                        van die hond noodzakelijk vindt.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>In afwijking van artikel 2:51, eerste lid, aanhef en onder c, geldt
                                voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond moet zijn
                                voorzien van een optisch leesbaar, niet verwijderbaar
                                identificatiekenmerk in het oor of in de buikwand, die enerzijds de
                                eigenaar of houder duidelijk doet kennen en anderzijds de hond
                                herkenbaar maakt als zijnde een gevaarlijk hond.</al></li>
              <li nr="3."><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>muilkorf: muilkorf ingericht naar een model dat beantwoordt
                                        aan de volgende beschrijving: een muilkorf vervaardigd van
                                        stevige kunststof, of van stevig leer of van beide stoffen,
                                        die door middel van een stevige leren riem rond de hals
                                        zodanig is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van
                                        de mens niet mogelijk is en die zodanig is ingericht dat de
                                        drager geen mens of dier kan bijten, dat de afgesloten
                                        ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat
                                        en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.</al></li>
                  <li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een
                                        lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is
                                        dan 1,50 meter.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:54 </al>
            <al>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een dier verboden dit dier te
                                houden op een voor de omgeving hinderlijke of voor de openbare
                                gezondheid schadelijke wijze, dan wel waar deze bij ontsnapping
                                gevaar kan veroorzaken.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college is bevoegd aanwijzingen te geven ten aanzien van het
                                houden van dieren ter voorkoming of opheffing van de hinder, de
                                schade of het gevaar, als bedoeld in het eerste lid.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:55</al>
            <al>Loslopend vee</al>
            <al>De rechthebbende op vee, dat zich bevindt in een aan een weg liggend weiland
                        of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een deugdelijke
                        veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen
                        worden dat dit vee of pluimvee die weg niet kan bereiken.</al>
            <al>Artikel 2:56</al>
            <al>Duiven</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                duiven niet kunnen uitvliegen tussen 08.00 uur en 18.00 uur in een
                                door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart en 1
                                juni.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gesteld gebod.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:57</al>
            <al>Bijen</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden bijen te houden:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere
                                        gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als
                                noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen te
                                voorkomen.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt niet
                                voor zover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen of
                                gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></li>
            </lijst>
            <al>4 Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt niet voor
                        zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wegenverordening
                        provincie Limburg.</al>
            <al>5.Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing
                        verlenen.</al>
            <al>Artikel 2:58</al>
            <al>Handhaving bij diverse vormen van overlast</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van
                                overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                leefklimaat, de veiligheid van personen en goederen, de
                                verkeersvrijheid of veiligheid en de gezondheid of zedelijkheid kan
                                het college een gebied aanwijzen waar door politie-ambtenaren aan
                                een persoon, die zich bevindt op de weg of plaats, die deel uitmaakt
                                van dit gebied, gedurende de uren daarbij genoemd, het bevel kan
                                worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                verwijderen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de burgemeester aan de persoon aan wie tenminste eenmaal een
                                        bevel is gegeven als bedoeld in het eerste lid, een verbod
                                        opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak
                                        van ten hoogste veertien dagen, anders dan in een openbaar
                                        middel van vervoer, te bevinden op de weg of plaats, die
                                        deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied als
                                        bedoeld in het eerste lid, gedurende de uren daarbij
                                        genoemd;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de burgemeester aan de persoon, aan wie eerder een verbod
                                        als bedoeld onder a is opgelegd, een verbod opleggen om zich
                                        gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste
                                        zes maanden, anders dan in een openbaar middel van vervoer,
                                        te bevinden op de weg of plaats, die deel uitmaakt van een
                                        door het college aangewezen gebied als bedoeld in het eerste
                                        lid, gedurende de uren daarbij genoemd.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>De burgemeester beperkt het in het tweede lid, onder a en b genoemde
                                verbod of de daarin genoemde termijn indien dat in verband met de
                                persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het tweede lid, onder a
                                en b.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:59</al>
            <al>Bedelarij</al>
            <al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de weg of
                        in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere
                        zaken.</al>
            <al>AFDELING 10</al>
            <al>BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN</al>
            <al>Artikel 2:60</al>
            <al>Begripsomschrijvingen</al>
            <al>In deze afdeling wordt verstaan onder: handelaar: de handelaar als bedoeld
                        in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437,
                        eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al>
            <al>Artikel 2:61</al>
            <al>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter, eerste lid, van het Wetboek van
                        Strafrecht</al>
            <al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 437ter, tweede
                                lid, van het Wetboek van Strafrecht, de burgemeester of de door deze
                                aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in kennis stelt dat hij van
                                het opkopen een beroep of gewoonte maakt, daarbij tevens
                                schriftelijk opgave te doen van zijn woonadres en van het volledig
                                adres van elke lokaliteit door hem ten behoeve van zijn onderneming
                                in gebruik genomen;</al></li>
              <li nr="b."><al>de onder a bedoelde functionaris onverwijld doch in ieder geval
                                binnen drie dagen, schriftelijk in kennis te stellen van een
                                verandering van zijn woonadres, zomede van het adres of de adressen
                                van een bij hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik zijnde
                                lokaliteit;</al></li>
              <li nr="c."><al>aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is
                                gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de
                                onderneming duidelijk zichtbaar voorkomt;</al></li>
              <li nr="d."><al>indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen waarvan
                                redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van misdrijf afkomstig is
                                of voor de rechthebbende verloren is gegaan, hiervan onverwijld
                                kennis te geven aan de onder a bedoelde functionaris;</al></li>
              <li nr="e."><al>wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep of gewoonte
                                te maken, onderscheidenlijk het beroep van handelaar niet langer
                                uitoefent, de onder a bedoelde functionaris hiervan onverwijld doch
                                in ieder geval binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                stellen.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:62</al>
            <al>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</al>
            <al>Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig door
                        opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen dat het onder zijn
                        berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging aan te brengen tenzij
                        deze wijziging van geen invloed is op de herkenbaarheid van het goed.</al>
            <al>Artikel 2:63</al>
            <al>Handel in horeca</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is de houder van een inrichting verboden toe te laten dat een
                                handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig
                                voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze
                                overdraagt.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor openbare
                                verkopingen en veilingen.</al></li>
              <li nr="3."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>inrichting: de inrichting als bedoeld in artikel 2:27, lid
                                        1, onder a;</al></li>
                  <li nr="b."><al>houder: de houder als bedoeld in artikel 2:27, lid 1, onder
                                        b.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>AFDELING 11</al>
            <al>KERMISINRICHTINGEN</al>
            <al>Artikel 2:64</al>
            <al>Definitie</al>
            <al>Onder kermisinrichtingen worden verstaan: draaimolens, schommels, kramen of
                        andere dergelijke inrichtingen voor vermaak, terwijl daaronder mede zijn
                        begrepen kisten, manden of kramen en dergelijke voor de verkoop van geringe
                        hoeveelheden eetwaren, rookartikelen, speelgoed of feestartikelen.</al>
            <al>Artikel 2:65</al>
            <al>Verbod openstelling</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een kermisinrichting of zijn
                                plaatsvervanger verboden deze zonder vergunning van de burgemeester
                                voor het publiek open te stellen of opengesteld te hebben of daarin
                                bezoekers toe te laten, te ontvangen of te hebben.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt geacht met vergunning
                                van de burgemeester te handelen, hij die bij gelegenheid van de
                                kermissen, bij verpachting door of vanwege het college, op de door
                                hen aan te wijzen kermisterreinen is toegelaten.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 2:66</al>
            <al>Verbod inname van niet aangewezen plaats</al>
            <al>Het is verboden op terreinen, voor het houden van kermissen bestemd, met een
                        kermisinrichting een plaats in te nemen, die niet door of vanwege het
                        college is aangewezen, dan wel een plaats te blijven innemen, nadat de
                        ontruiming daarvan door of vanwege het college is gelast.</al>
            <al>Artikel 2:67</al>
            <al>Sluiting</al>
            <al>De eigenaar of houder van een voor het publiek opengestelde kermisinrichting
                        of zijn plaatsvervanger, is bij het ontstaan van ongeregeldheden of ter
                        voorkoming van gevaar voor bezoekers in zijn inrichting, verplicht op bevel
                        van de politie terstond te sluiten en gesloten te houden, zolang de
                        burgemeester zulks nodig acht.</al>
            <al>Artikel 2:68</al>
            <al>Bevelen politie</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Iedere bezoeker van een voor het publiek opengestelde
                                kermisinrichting is verplicht deze op bevel van de politie terstond
                                te verlaten, indien de kermisinrichting zonder vergunning van de
                                burgemeester is opengesteld of de vrije toegang tot de inrichting
                                door de politie, de brandweer of de door het college aan te wijzen
                                ambtenaren van bouw- en woningtoezicht of van het marktwezen is
                                geweigerd, of door de politie het bevel tot sluiting als bedoeld in
                                artikel 2:67 gegeven is.</al></li>
              <li nr="2."><al>Degene, die in een voor het publiek opengestelde kermisinrichting de
                                orde verstoort of de eerbaarheid schendt, is verplicht de inrichting
                                op bevel van de politie terstond te verlaten.</al></li>
            </lijst>
            <al>AFDELING 12</al>
            <al>VEILIGHEIDSRISICOGEBIED</al>
            <al>Artikel 2:69</al>
            <al>Veiligheidsrisicogebied</al>
            <al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b Gemeentewet bij verstoring
                        van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige
                        vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin
                        gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven,
                        aanwijzen als veiligheidsrisicogebied. </al>
            <al>AFDELING 13 </al>
            <al>CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN</al>
            <al>Artikel 2:70</al>
            <al>Aanwijzing plaatsen</al>
            <al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c Gemeentewet besluiten tot
                        plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het
                        toezicht op een openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare
                        manifestaties, alsmede op andere voor eenieder toegankelijke plaatsen, voor
                        zover deze als weg zijn aan te merken.</al>
            <al>HOOFDSTUK 3</al>
            <al>DRUGSHANDEL, HORECA-INRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSINRICHTINGEN,
                        SEKSWINKELS, ESCORTBEDRIJVEN, SMART-, HEAD- EN GROWSHOPS</al>
            <al>AFDELING 1</al>
            <al>DRUGSHANDEL</al>
            <al>Artikel 3:1</al>
            <al>Overlast drugs</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien de eigenaar, beheerder, houder of gebruiker van een
                                inrichting, een perceel of perceelsgedeelte of enige andere ruimte
                                waarover hij de beschikking heeft, gedoogt dat anderen daarin
                                middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, zonder
                                dat daartoe op grond van die wet verloven zijn verstrekt, gebruiken,
                                bereiden, bewerken, verwerken of vervaardigen, kan de burgemeester
                                voor zover het een publiek openstaand gebouw betreft dan wel het
                                college voor zover het een voer- of vaartuig of een niet voor
                                publiek openstaand gebouw betreft, indien zulks naar zijn dan wel
                                hun oordeel in het belang van de openbare orde, de volksgezondheid,
                                of ter voorkoming of beperking van overlast of aantasting van het
                                woon- en leefklimaat in de naaste omgeving is vereist, de
                                inrichting, het perceel of perceelsgedeelte of die ruimte gesloten
                                verklaren.</al></li>
              <li nr="2."><al>De burgemeester kan voor zover het een voor publiek openstaand
                                gebouw betreft, dan wel het college voor zover het een voer- of
                                vaartuig of een niet voor publiek openstaand gebouw betreft de
                                sluiting bevelen van een inrichting als bedoeld in het eerste lid in
                                het belang van de openbare orde, volksgezondheid, of ter voorkoming
                                of beperking van overlast of aantasting van het woon- en
                                leefklimaat. De sluiting wordt bekend gemaakt door het aanbrengen
                                van een afschrift van het bevel op of nabij de toegang of toegangen
                                van de inrichting, behoudens spoedeisende gevallen. De sluiting
                                treedt in werking op het moment dat bedoeld afschrift is
                                aangebracht, spoedeisende gevallen uitgezonderd.</al></li>
              <li nr="3."><al>Een ieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid
                                bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang
                                de sluiting van kracht is.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het is de rechthebbende op en de beheerder van een inrichting, een
                                perceel of perceelsgedeelte of enige andere ruimte waarover hij de
                                beschikking heeft als bedoeld in het eerste lid, verboden daarin
                                bezoekers toe te laten, daarin te laten verblijven of te laten
                                betreden, zolang de sluiting van kracht is.</al></li>
              <li nr="5."><al>Het is een ieder verboden een overeenkomstig het tweede lid gesloten
                                inrichting, perceel of perceelsgedeelte of enige andere ruimte
                                waarover hij de beschikking heeft te bezoeken, te betreden of als
                                bezoeker daarin te verblijven.</al></li>
              <li nr="6."><al>Het in lid 5 gestelde verbod geldt niet voor personen wier
                                aanwezigheid in de inrichting, perceel of perceelsgedeelte of enige
                                ander ruimte als bedoeld in het eerste lid wegens dringende redenen
                                noodzakelijk is.</al></li>
              <li nr="7."><al>De burgemeester dan wel het college is bevoegd van het in lid 5
                                genoemde verbod ontheffing te verlenen.</al></li>
              <li nr="8."><al>De sluiting kan op aanvraag van de belanghebbende door de
                                burgemeester, dan wel het college, worden opgeheven wanneer later
                                bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en
                                naar hun oordeel voldoende garanties aanwezig zijn dat geen
                                herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben
                                geleid, zal plaatsvinden.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:2</al>
            <al>Drugshandel op straat </al>
            <al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg
                        post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen
                        in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden,
                        met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van
                        de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te
                        leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin
                        te bemiddelen.</al>
            <al>AFDELING 2</al>
            <al>HORECA-INRICHTINGEN</al>
            <al>PARAGRAAF 1 </al>
            <al>ALGEMENE BEPALINGEN</al>
            <al>Artikel 3:3</al>
            <al>Toepassingsbereik</al>
            <al>Indien en voor zover de bepalingen van deze afdeling afwijken van de overige
                        bepalingen van de Algemene Plaatselijke Verordening, blijven de overige
                        bepalingen buiten toepassing.</al>
            <al>Artikel 3:4</al>
            <al>Begripsomschrijvingen</al>
            <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>Horeca-inrichting:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>een inrichting waarin een horecabedrijf als bedoeld in
                                        artikel 3 van de Drank- en Horecawet wordt uitgeoefend,
                                        zomede de daarbij behorende open aanhorigheden;</al></li>
                  <li nr="2."><al>elke voor het publiek toegankelijke lokaliteit, open plaats,
                                        tuin of gedeelte daarvan, zomede de daarbij behorende
                                        terrassen en de daarmee gemeenschap hebbende vertrekken die
                                        niet uitsluitend als woning of winkel als bedoeld in de
                                        Winkeltijdenwet (met uitzondering van afhaalcentra) worden
                                        gebruikt, voor zover daar bij wijze van hoofdfunctie of
                                        overwegende nevenfunctie gelegenheid wordt gegeven om al dan
                                        niet tegen betaling enigerlei eetwaren voor directe
                                        consumptie en/of alcoholvrije dranken te verkrijgen en/of
                                        verbruiken;</al></li>
                  <li nr="3."><al>een afhaalcentrum, zijnde een winkel waar voor gebruik
                                        elders dan ter plaatse uitsluitend eetwaren en/of
                                        alcoholvrije dranken plegen te worden verstrekt;</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="b."><al>Ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon voor wiens rekening en
                                risico de horeca-inrichting wordt geëxploiteerd.</al></li>
              <li nr="c."><al>Leidinggevende: degene die de feitelijke leiding geeft aan de
                                exploitatie van een horeca-inrichting.</al></li>
              <li nr="d."><al>Bezoeker: een ieder die zich in de horeca-inrichting bevindt met
                                uitzondering van:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>de gezinsleden van de ondernemer(s) alsmede diens elders
                                        wonende bloedverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de
                                        zijlijn tot en met de derde graad;</al></li>
                  <li nr="2."><al>de personen die voorkomen in het register als bedoeld in
                                        artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht;</al></li>
                  <li nr="3."><al>de personen wier aanwezigheid in de horeca-inrichting wegens
                                        dringende omstandigheden noodzakelijk is;</al></li>
                  <li nr="4."><al>het dienstdoend personeel;</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="e."><al>Bevoegd orgaan: de burgemeester dan wel het college, ieder voor
                                zover het zijn/hun bevoegdheid betreft.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:5</al>
            <al>Vergunningplicht</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden een horeca-inrichting te exploiteren zonder
                                vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>een horeca-inrichting in een zorginstelling;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een horeca-inrichting in een museum.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:6</al>
            <al>Gelding en zichtbaarheid vergunning</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De in artikel 3:5 bedoelde vergunning geldt uitsluitend voor één of
                                meer in de vergunning vermelde ruimten.</al></li>
              <li nr="2."><al>De in artikel 3:5 bedoelde vergunning dient te allen tijde in de
                                horeca-inrichting op een voor een ieder zichtbare plaats te zijn
                                opgehangen.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:7</al>
            <al>Vrijstelling</al>
            <al>Het bevoegd orgaan kan bij openbare kennisgeving:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>bepalen dat het exploiteren van categorieën horeca-inrichtingen,
                                genoemd in artikel 3:4, onder a, al dan niet beperkt tot een bepaald
                                gebied, vrijgesteld is van de vergunningplicht;</al></li>
              <li nr="b."><al>nadere regels stellen aan de onder a genoemde vrijstelling.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:8</al>
            <al>Inlichtingenplicht</al>
            <al>Onverminderd het bepaalde in de Drank- en Horecawet is de ondernemer
                        verplicht om:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>binnen vier weken nadat zich een wijziging in de aard van de
                                onderneming, de ondernemingsvorm, de persoon van de ondernemer of
                                leidinggevende of een wijziging van de inrichting voordoet het
                                bevoegd orgaan hiervan schriftelijk in kennis te stellen;</al></li>
              <li nr="b."><al>binnen een door het bevoegd orgaan te stellen termijn op haar
                                verzoek schriftelijk de gegevens en bescheiden te verstrekken die op
                                de in het vorige lid genoemde onderwerpen betrekking hebben.</al></li>
            </lijst>
            <al>PARAGRAAF 2 </al>
            <al>DE VERGUNNING</al>
            <al>Artikel 3:9</al>
            <al>Aanvraag vergunning</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voor het verkrijgen van een vergunning moet een schriftelijke
                                aanvraag bij het bevoegd orgaan worden ingediend aan de hand van een
                                door het bevoegd orgaan vast te stellen aanvraagformulier.</al></li>
              <li nr="2."><al>Bij de aanvraag, bedoeld in het vorige lid, wordt tenminste</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>opgaaf gedaan van de personalia en het adres van de
                                        ondernemer(s) c.q. diegene(n) die de rechtspersoon
                                        rechtsgeldig vertegenwoordigt(/en) en de
                                        leidinggevende(n);</al></li>
                  <li nr="b."><al>opgaaf gedaan van het adres en de aard van de
                                        horeca-inrichting;</al></li>
                  <li nr="c."><al>overgelegd een nauwkeurige beschrijving van de
                                        horeca-inrichting, waarbij is opgenomen de oppervlakte
                                        daarvan en een plattegrond van de horeca-inrichting;</al></li>
                  <li nr="d."><al>aangetoond dat aanvrager rechthebbende is ten aanzien van de
                                        horeca-inrichting.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Per horeca-inrichting kan niet meer dan één aanvraag gelijktijdig in
                                behandeling worden genomen.</al></li>
              <li nr="4."><al>De vergunning kan uitsluitend worden gesteld ten name van de
                                ondernemer(s) van de horeca-inrichting en is niet
                                overdraagbaar.</al></li>
              <li nr="5."><al>Uitsluitend de op de vergunning vermelde leidinggevende(n) mag/mogen
                                zijn belast met het geven van de feitelijke leiding in de
                                horeca-inrichting.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:10</al>
            <al>Beslissing op de aanvraag</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2 beslist het bevoegd
                                orgaan op de aanvraag voor een vergunning binnen dertien weken na de
                                dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het bevoegd orgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste dertien
                                weken verdagen. Van het besluit tot verdaging wordt voor de afloop
                                van de in het eerste lid bedoelde termijn schriftelijk mededeling
                                gedaan aan de aanvrager.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:11</al>
            <al>Weigeringsgronden</al>
            <al>Het bevoegd orgaan weigert de vergunning indien:</al>
            <al>a.naar zijn oordeel door de aanwezigheid van de horeca-inrichting het woon-
                        en leefklimaat in de naaste omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
                        beïnvloed.</al>
            <al>Bij de toepassing van dit criterium wordt door het bevoegd orgaan rekening
                        gehouden met het karakter van de straat en van de wijk waarin de
                        horeca-inrichting is gelegen of zal komen te liggen, alsmede met de aard van
                        de horeca-inrichting. Voorts betrekt het bevoegd orgaan in de beoordeling
                        van de aanvraag de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds bloot
                        staat of bloot zal komen te staan;</al>
            <lijst>
              <li nr="b."><al>de vestiging of exploitatie strijd oplevert met het geldende
                                bestemmingsplan dan wel met een geldende leefmilieuverordening;</al></li>
              <li nr="c."><al>de horeca-inrichting niet voldoet aan de inrichtingseisen, als
                                bedoeld in artikel 3:16 van deze afdeling, tenzij een ontheffing als
                                bedoeld in artikel 3:17 is verleend;</al></li>
              <li nr="d."><al>de ondernemer(s) c.q. diegene(n) die de rechtspersoon rechtsgeldig
                                vertegenwoordigt(/en) een horeca-inrichting heeft/hebben
                                geëxploiteerd die evenwel op grond van (ernstige vrees voor)
                                verstoring van de openbare orde binnen drie jaar voor de aanvraag
                                gesloten is geweest;</al></li>
              <li nr="e."><al>er naar zijn oordeel sprake is van een concentratie van
                                horeca-inrichtingen in een bepaald gebied, waardoor het gevaar voor
                                aantasting van de openbare orde of het woon- en leefklimaat
                                cumulatief toeneemt;</al></li>
              <li nr="f."><al>de horeca-inrichting gevestigd is in de onmiddellijke nabijheid van
                                bedrijven of winkels met een dusdanig andere bezoekersgroep, dat de
                                ontmoeting tussen de verschillende bezoekersgroepen openbare
                                orde-problemen tot gevolg heeft of tot gevolg kan hebben;</al></li>
              <li nr="g."><al>redelijkerwijze moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand
                                niet m et het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal
                                zijn;</al></li>
              <li nr="h."><al>leidinggevende(n) van de in artikel 3:4, onder A, sub 2 en 3
                                bedoelde horeca-inrichtingen de leeftijd van 18 jaar nog niet
                                heeft/hebben bereikt;</al></li>
              <li nr="i."><al>door de leidinggevende(n) en/of ondernemer(s) c.q. diegene(n) die de
                                rechtspersoon rechtsgeldig vertegenwoordigt(/en) niet wordt voldaan
                                aan de eisen die bij of krachtens artikel 8, tweede lid sub a en b,
                                en derde lid van de Drank- en Horecawet worden gesteld;</al></li>
              <li nr="j."><al>het gebruik van de horeca-inrichting in strijd is met artikel
                                2.11.1, eerste lid, dan wel artikel 2.12.1, eerste lid, van het
                                Besluit brandveilig gebruik bouwwerken;</al></li>
              <li nr="k."><al>voor de horeca-inrichting geen melding is gedaan als bedoeld in
                                artikel 1.10 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                milieubeheer.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:12</al>
            <al>Voorschriften</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het bevoegd orgaan kan aan een vergunning voorschriften
                                verbinden.</al></li>
              <li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer
                                betrekking hebben op:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de openings- en sluitingstijden van de
                                        horeca-inrichting;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de verkoop van dranken en eetwaren via een loket of automaat
                                        vanuit of buiten de besloten ruimte van de
                                        horeca-inrichting;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de wijze waarop handelsreclame mag worden gevoerd;</al></li>
                  <li nr="d."><al>het aantal bezoekers dat gelijktijdig in de
                                        horeca-inrichting aanwezig mag zijn;</al></li>
                  <li nr="e."><al>de aanwezigheid van de leidinggevende(n).</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Het bevoegd orgaan kan de aan een vergunning verbonden voorschriften
                                wijzigen dan wel nieuwe voorschriften aan de vergunning
                                verbinden.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het is verboden te handelen in strijd met de aan de vergunning
                                verbonden voorschriften.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:13</al>
            <al>Intrekkingsgronden</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het bevoegd orgaan trekt de vergunning in, indien:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>ter verkrijging van de vergunning gegevens zijn verstrekt
                                        die zodanig onjuist of anders blijken te zijn, dat op de
                                        aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de
                                        beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend
                                        waren geweest;</al></li>
                  <li nr="b."><al>door de wijze van exploitatie het woon- en leefklimaat in de
                                        naaste omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
                                        aangetast of dreigt te worden aangetast;</al></li>
                  <li nr="c."><al>zich in de betrokken horeca-inrichting feiten of
                                        omstandigheden hebben voorgedaan die de ernstige vrees
                                        wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar
                                        oplevert voor de openbare orde;</al></li>
                  <li nr="d."><al>niet langer wordt voldaan aan de eisen, bedoeld in artikel
                                        3:11, sub i;</al></li>
                  <li nr="e."><al>de horeca-inrichting niet meer voldoet aan de
                                        inrichtingseisen, als bedoeld in artikel 3:16 van deze
                                        afdeling, tenzij een ontheffing als bedoeld in artikel 3:17
                                        is verleend;</al></li>
                  <li nr="f."><al>binnen een termijn van zes maanden na de dagtekening van de
                                        vergunning geen gebruik is gemaakt van de vergunning, anders
                                        dan wegens overmacht;</al></li>
                  <li nr="g."><al>de exploitatie van de horeca-inrichting voor een periode van
                                        langer dan drie maanden is of wordt onderbroken, anders dan
                                        wegens overmacht;</al></li>
                  <li nr="h."><al>de vergunninghouder c.q. -houders hierom verzoekt c.q.
                                        verzoeken.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het bevoegd orgaan kan de vergunning intrekken, indien:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>naar zijn oordeel gehandeld wordt in strijd met de aan de
                                        vergunning verbonden voorschriften;</al></li>
                  <li nr="b."><al>er sprake is van een wijziging in de aard van de
                                        horeca-inrichting;</al></li>
                  <li nr="c."><al>naar zijn oordeel gehandeld wordt in strijd met de
                                        bepalingen van deze afdeling;</al></li>
                  <li nr="d."><al>op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                        inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning moet
                                        worden aangenomen dat intrekking wordt gevorderd door het
                                        belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning
                                        is vereist.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:14</al>
            <al>Vervallen van de vergunning</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Een vergunning vervalt:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>wanneer voor dezelfde horeca-inrichting een nieuwe
                                        vergunning als bedoeld in artikel 3:5 van kracht wordt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien de enige vergunninghouder als zodanig niet meer aan
                                        het rechtsverkeer kan deelnemen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>indien één der vergunninghouders als zodanig niet meer aan
                                        het rechtsverkeer kan deelnemen, tenzij binnen één maand na
                                        intreden van deze toestand een nieuwe vergunning is
                                        aangevraagd.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>PARAGRAAF 3</al>
            <al>INRICHTINGSEISEN</al>
            <al>Artikel 3:15</al>
            <al>Toepassingsbereik</al>
            <al>De bepalingen van de paragrafen 3 en 5 zijn niet van toepassing op de
                        horeca-inrichtingen als bedoeld in artikel 3:4, onder a, sub 1 en 3.</al>
            <al>Artikel 3:16</al>
            <al>Inrichtingseisen</al>
            <al>De horeca-inrichting voldoet aan de eisen gesteld in artikel 1, lid 2 en de
                        artikelen 2 tot en met 7 van het Besluit eisen inrichtingen Drank- en
                        Horecawet.</al>
            <al>Artikel 3:17</al>
            <al>Ontheffing inrichtingseisen</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het bevoegd orgaan kan op schriftelijk verzoek ontheffing verlenen
                                van de in artikel 3:16 bedoelde eisen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het bevoegd orgaan beslist binnen dertien weken nadat het verzoek om
                                ontheffing is ingekomen. Deze beslissing kan vervat zijn in zijn
                                beschikking op de aanvraag om vergunning.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het bevoegd orgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste dertien
                                weken verdagen. Van het besluit tot verdaging wordt voor de afloop
                                van de in het tweede lid bedoelde termijn schriftelijk mededeling
                                gedaan aan de aanvrager.</al></li>
              <li nr="4."><al>Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Een
                                ontheffing kan worden gewijzigd of ingetrokken.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:17a</al>
            <al>Staat van toiletten/toiletgelegenheden</al>
            <al>De leidinggevende(n) van een horeca-inrichting is/zijn verplicht er zorg
                        voor te dragen dat de in de horeca-inrichting aanwezige toiletten en
                        toiletgelegenheden bruikbaar zijn en in zindelijke staat verkeren.</al>
            <al>PARAGRAAF 4 </al>
            <al>GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN</al>
            <al>Artikel 3:18</al>
            <al>Verlichtingssterkte</al>
            <al>Indien zich publiek in een lokaliteit bevindt, moet de gemiddelde
                        horizontale verlichtingssterkte, gemeten op 1,5 meter boven de vloer, over
                        de gehele oppervlakte van die lokaliteit ten minste 5 lux bedragen.</al>
            <al>Artikel 3:19</al>
            <al>Verlichtingssterkte in toiletten e.d.</al>
            <al>Indien zich publiek in een horeca-inrichting bevindt dienen de ruimten
                        waarin zich de toiletten bevinden, de directe toegang tot deze ruimten,
                        alsmede de entreeruimten voorzien te zijn van een zodanige verlichting dat
                        de gemiddelde horizontale verlichtingssterkte, gemeten op ongeveer 2 meter
                        boven de vloer, over de gehele oppervlakte ten minste 10 lux bedraagt.</al>
            <al>PARAGRAAF 5 </al>
            <al>DWANGBEPALINGEN</al>
            <al>Artikel 3:20</al>
            <al>Sluiting</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3.1.1 van deze verordening kan
                                het bevoegde orgaan de sluiting al dan niet voor een bepaalde
                                termijn van de horeca-inrichting bevelen indien:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de ondernemer(s) in strijd handelt/handelen met het bepaalde
                                        in 3:5 van deze verordening;</al></li>
                  <li nr="b."><al>gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                        voorschriften;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de exploitatie van een horeca-inrichting op een zodanige
                                        wijze plaatsvindt dat het woon- en leefklimaat in de naaste
                                        omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed dan
                                        wel de vrees bestaat voor een ernstige aantasting van het
                                        woon- en leefklimaat. Tot dit bevel wordt, behoudens
                                        spoedeisende gevallen, niet overgegaan alvorens de
                                        ondernemer(s) schriftelijk is/zijn gewaarschuwd en in de
                                        gelegenheid is/zijn gesteld te worden gehoord.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b Opiumwet.</al></li>
              <li nr="3."><al>De sluiting wordt geacht openbaar bekend te zijn, zodra een
                                afschrift van het bevel tot sluiting op of nabij de toegang of de
                                toegangen van de horeca-inrichting is aangebracht.</al></li>
              <li nr="4."><al>Zolang het bevel tot sluiting van kracht is, is het verboden
                                bezoekers tot de horeca-inrichting toe te laten of daarin te laten
                                verblijven.</al></li>
              <li nr="5."><al>Zolang het bevel tot sluiting van kracht is, is het verboden deze
                                als bezoeker te betreden of daarin als bezoeker te verblijven.</al></li>
              <li nr="6."><al>De sluiting kan op verzoek van belanghebbende(n) door het bevoegd
                                orgaan worden opgeheven wanneer later bekend geworden feiten en
                                omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel
                                voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten
                                of gedragingen die tot sluiting hebben geleid zal plaatsvinden.</al></li>
            </lijst>
            <al>AFDELING 3</al>
            <al>STRAATPROSTITUTIE</al>
            <al>PARAGRAAF 1 </al>
            <al>BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</al>
            <al>Artikel 3:21</al>
            <al>Begripsomschrijvingen</al>
            <al>In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                        onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>Prostitué(e): degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten
                                van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.</al></li>
              <li nr="b."><al>Straatprostitutie-locatie: een als zodanig door het college
                                aangewezen, en bij openbare kennisgeving bekend gemaakte weg of
                                gedeelte van een weg, niet zijnde een openbare weg in de zin van de
                                Wegenwet, gedurende de uren in die kennisgeving vastgesteld.</al></li>
              <li nr="c."><al>Prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van
                                seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.</al></li>
              <li nr="d."><al>Verslaafde prostitué(e): een prostitué(e) die bij Mondriaan
                                Zorggroep, divisie Verslavingszorg, is ingeschreven en van of via
                                dit bureau zorg of behandeling ontvangt.</al></li>
            </lijst>
            <al>PARAGRAAF 2 </al>
            <al>AANWIJZING STRAATPROSTITUTIELOCATIE, PROSTITUTIEVERBOD EN
                        PROSTITUTIEVERGUNNING</al>
            <al>Artikel 3:22</al>
            <al>Aanwijzing straatprostitutielocatie en prostitutieverbod</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college wijst een straatprostitutielocatie aan als bedoeld in
                                artikel 3:21, sub b.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het is verboden op of aan een weg of een gedeelte van een weg anders
                                dan op een straatprostitutielocatie als bedoeld in artikel 3:21, sub
                                b, gedurende de uren daarbij vastgesteld, door houding, woord,
                                gebaar of op andere wijze, handelingen te verrichten waarvan
                                redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze worden verricht om
                                zich ter prostitutie aan te bieden.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het is verboden op of aan een weg of een gedeelte van een weg anders
                                dan op een straatprostitutie-locatie als bedoeld in artikel 3:21,
                                sub b, gedurende de uren daarbij vastgesteld, door houding, woord,
                                gebaar of op andere wijze, handelingen te verrichten waarvan
                                redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze worden verricht om een
                                ander tot prostitutie aan te lokken of daartoe uit te nodigen.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het is verboden personen, van wie redelijkerwijs kan worden
                                aangenomen dat zij zich ter prostitutie aanbieden op de ingevolge
                                het eerste lid, sub b verboden plaatsen en tijdstippen, en personen
                                die tot prostitutie uitnodigen of aanlokken in de zin van het tweede
                                lid, daarbij te ondersteunen.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:23</al>
            <al>Prostitutievergunning</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college, door handelingen,
                                houding, woord, gebaar of op andere wijze, te trachten als
                                prostitué(e) de aandacht van passanten op zich te vestigen op een
                                straatprostitutielocatie. Om voor een vergunning in aanmerking te
                                komen dient aanvrager meerderjarig te zijn en te beschikken over een
                                geldige verblijfstitel.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het maximale aantal door het college af te geven vergunningen als
                                bedoeld in het eerste lid bedraagt vijfentachtig.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het in het tweede lid bedoelde maximum wordt opgesplitst als
                                volgt:</al><lijst>
                  <li nr="-"><al>maximaal tachtig vergunningen voor verslaafde prostitué(e)s;
                                        en</al></li>
                  <li nr="-"><al>maximaal vijf vergunningen voor niet-verslaafde
                                        prostitué(e)s.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4."><al>Het college kan nadere regels vaststellen aan de hand waarvan zij
                                het maximale aantal aan verslaafde prostitué(e)s te verlenen
                                vergunningen op een lager aantal kunnen vaststellen.</al></li>
              <li nr="5."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning als
                                bedoeld in het eerste lid worden geweigerd:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting
                                        van het woon- en leefklimaat;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in het belang van de arbeidsomstandigheden van de
                                        prostitué(e)s.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="6."><al>Het college kan aan een vergunning als bedoeld in het eerste lid
                                voorschriften verbinden.</al></li>
              <li nr="7."><al>Het college verleent een vergunning als bedoeld in het eerste lid
                                telkenmale voor de periode van maximaal één jaar.</al></li>
              <li nr="8."><al>Met het oog op de in het vijfde lid genoemde belangen of bij
                                overtreding van een aan de vergunning verbonden voorschrift als
                                bedoeld in het zesde lid kan het college een verleende vergunning
                                als bedoeld in het eerste lid intrekken.</al></li>
            </lijst>
            <al>PARAGRAAF 3</al>
            <al>VERBOD VAN HINDERLIJK GEDRAG EN SAMENSCHOLINGSVERBOD</al>
            <al>Artikel 3:24</al>
            <al>Verbod van hinderlijk gedrag op een straatprostitutielocatie</al>
            <al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke
                        wijze op te houden op een straatprostitutielocatie dan wel deze te
                        verontreinigen dan wel te bezigen voor een ander doel dan waarvoor deze
                        locatie is bestemd. </al>
            <al>Artikel 3:25</al>
            <al>Verbod van hinderlijk gedrag op een straatprostitutielocatie en de
                        aangrenzende openbare weg</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden op een weg of plaats, die deel uitmaakt van een door
                                het college aangewezen gebied als bedoeld in artikel 3:28, eerste
                                lid, gedurende de periode van 19.00 uur tot en met 02.00 uur,
                                handelingen te verrichten waarvan redelijkerwijs kan worden
                                aangenomen dat zulks geschiedt met het kennelijk doel het
                                functioneren van een straatprostitutielocatie te hinderen, zoals het
                                post vatten op deze weg of plaats, het heen en weer bewegen op deze
                                weg of plaats, het zich bevinden in of op een voertuig op deze weg
                                of plaats, daarmee heen en weer of rond te rijden, daarmee
                                opzettelijk langzaam te rijden of te simuleren dat er een defect is
                                aan dit voertuig.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis
                                of 431 van het Wetboek van Strafrecht dan wel artikel 5 van de
                                Wegenverkeerswet 1994.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:26</al>
            <al>Samenscholingsverbod</al>
            <al>Het is verboden op een weg of plaats, die deel uitmaakt van een door het
                        college aangewezen gebied als bedoeld in artikel 3:28, eerste lid, gedurende
                        de periode van 19.00 uur tot en met 02.00 uur, deel te nemen aan een
                        samenscholing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de
                        samenscholing geschiedt met het kennelijk doel het functioneren van een
                        straatprostitutielocatie te hinderen. </al>
            <al>PARAGRAAF 4 </al>
            <al>HANDHAVING EN NADERE REGELS</al>
            <al>Artikel 3:27</al>
            <al>Handhaving openbare weg</al>
            <al>Met het oog op de naleving van de in artikel 3:22 gestelde verboden kan door
                        politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde
                        richting te verwijderen.</al>
            <al>Artikel 3:28</al>
            <al>Handhaving straatprostitutielocatie en de aangrenzende openbare weg</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Met het oog op de in artikel 3:23, vijfde lid, genoemde belangen of
                                bij overtreding van het bepaalde in de artikelen 3:23, eerste lid,
                                3:24, 3:25 en 3:26 kan het college een gebied aanwijzen waar door
                                politieambtenaren aan een persoon, die zich bevindt op de weg of
                                plaats, die deel uitmaakt van dit gebied, gedurende de uren daarbij
                                genoemd, het bevel kan worden gegeven zich onmiddellijk in een
                                bepaalde richting te verwijderen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Met het oog op de in artikel 3:23, vijfde lid, genoemde belangen of
                                bij overtreding van het bepaalde in de artikelen 3:23, eerste lid,
                                3:24, 3:25 en 3:26 kan:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de burgemeester aan de persoon aan wie tenminste eenmaal een
                                        bevel is gegeven als bedoeld in het eerste lid, een verbod
                                        opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak
                                        van ten hoogste veertien dagen, anders dan in een openbaar
                                        middel van vervoer, te bevinden op de weg of plaats, die
                                        deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied als
                                        bedoeld in het eerste lid, gedurende de uren daarbij
                                        genoemd;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de burgemeester aan de persoon, aan wie eerder een verbod
                                        als bedoeld onder a is opgelegd, een verbod opleggen om zich
                                        gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste
                                        zes maanden, anders dan in een openbaar middel van vervoer,
                                        te bevinden op de weg of plaats, die deel uitmaakt van een
                                        door het college aangewezen gebied als bedoeld in het eerste
                                        lid, gedurende de uren daarbij genoemd.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>De burgemeester beperkt het in het tweede lid, onder a en b genoemde
                                verbod of de daarin genoemde termijn indien dat in verband met de
                                persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het tweede lid, onder a
                                en b.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:29</al>
            <al>Nadere regels</al>
            <al>Met het oog op de in artikel 3:23, vijfde lid genoemde belangen kan het
                        college over de uitoefening van de bevoegdheden in deze afdeling nadere
                        regels vaststellen.</al>
            <al>AFDELING 4</al>
            <al>SEKSINRICHTING, SEKSWINKELS EN ESCORTBEDRIJVEN</al>
            <al>PARAGRAAF 1 </al>
            <al>ALGEMENE BEPALINGEN; NADERE REGELS</al>
            <al>Artikel 3:30</al>
            <al>Begripsomschrijvingen</al>
            <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van
                                seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li>
              <li nr="b."><al>prostitué(e): degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten
                                van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li>
              <li nr="c."><al>inrichting: een seksinrichting en een escortbedrijf;</al></li>
              <li nr="d."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was,
                                seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch
                                pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in
                                elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen
                                een erotische massagesalon en seksclub, een seksbioscoop,
                                seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in
                                combinatie met elkaar;</al></li>
              <li nr="e."><al>escortbedrijf: een bedrijf gevoerd door een natuurlijke persoon,
                                groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig, of in een
                                omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een
                                andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li>
              <li nr="f."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch pornografische aard aan
                                particulieren plegen te worden verkocht dan wel verhuurd;</al></li>
              <li nr="g."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen, of indien de
                                aanvraag is gedaan door een rechtspersoon, de in het
                                aanvraagformulier aangewezen tot vertegenwoordiging van die
                                rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, die een seksinrichting
                                of escortbedrijf exploiteert;</al></li>
              <li nr="h."><al>beheerder: de natuurlijke persoon die de onmiddellijke feitelijke
                                leiding uitoefent in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li>
              <li nr="i."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                uitzondering van:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>de exploitant;</al></li>
                  <li nr="2."><al>de beheerder;</al></li>
                  <li nr="3."><al>de prostitué(e);</al></li>
                  <li nr="4."><al>het personeel dat in de inrichting werkzaam is;</al></li>
                  <li nr="5."><al>toezichthouders als bedoeld in artikel 6:2;</al></li>
                  <li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens
                                        dringende redenen noodzakelijk is.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:31</al>
            <al>Bevoegd bestuursorgaan</al>
            <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college
                        of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij
                        behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de
                        burgemeester.</al>
            <al>Artikel 3:32</al>
            <al>Nadere regels</al>
            <al>Het college kan ter bescherming van de in artikel 3:43 genoemde belangen
                        nadere regels vaststellen.</al>
            <al>PARAGRAAF 2</al>
            <al>VERGUNNINGPLICHT SEKSINRICHTINGEN; SEKSWINKELS; VERBOD RAAMPROSTITUTIE E.D. </al>
            <al>Artikel 3:33</al>
            <al>Vergunningplicht</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden een inrichting te exploiteren of te wijzigen zonder
                                vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.</al></li>
              <li nr="2."><al>De aanvraag daartoe dient te geschieden door middel van een door het
                                bevoegd bestuursorgaan vastgesteld formulier.</al></li>
              <li nr="3."><al>In de aanvraag om een vergunning wordt in ieder geval vermeld en
                                bijgevoegd:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de aard van de inrichting;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de locatie van de inrichting;</al></li>
                  <li nr="e."><al>het aantal werkzame prostituees;</al></li>
                  <li nr="f."><al>een bewijs van inschrijving in het Handelsregister bij de
                                        Kamer van Koophandel;</al></li>
                  <li nr="g."><al>een nauwkeurige plattegrondtekening van de inrichting,
                                        schaal tenminste 1:100, met vermelding van de oppervlakte
                                        van de verschillende ruimten in m2;</al></li>
                  <li nr="h."><al>een verklaring en het rapport van de GGD-OZL dat de
                                        seksinrichting voldoet aan de vereisten zoals gesteld in het
                                        Inspectie Hygiëne Protocol.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4."><al>De vergunning wordt uitsluitend verleend aan de exploitant. Zij is
                                persoonsgebonden en kan niet worden overgedragen.</al></li>
              <li nr="5."><al>Per inrichting wordt niet meer dan een aanvraag tegelijk in
                                behandeling genomen.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:34</al>
            <al>Gedragseisen exploitant en beheerder</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>staan niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                        ouderlijke macht of de voogdij;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;</al></li>
                  <li nr="c."><al>en hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en de
                                beheerder niet:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                        Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met
                                        toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht
                                        ter beschikking gesteld;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot
                                        een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer
                                        door de rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of
                                        Aruba, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf
                                        waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige
                                        hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek
                                        van Strafvordering is toegelaten;</al></li>
                  <li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                        uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een
                                        onvoorwaardelijke geldboete van duizend gulden of meer of
                                        tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste
                                        lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel
                                        mede wegens overtreding van:</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="1."><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de
                                Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000 en de Wet arbeid
                                vreemdelingen;</al></li>
              <li nr="2."><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 197a tot en met 197c, 240b,
                                242 tot en met 249, 250a (oud), 250, 273f, 300 tot en met 303, 416,
                                417, 417bis, 426 of 429quater en 453 van het Wetboek van
                                strafrecht;</al></li>
              <li nr="3."><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8
                                of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
              <li nr="4."><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de
                                kansspelen;</al></li>
              <li nr="5."><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></li>
              <li nr="6."><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></li>
              <li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                gesteld:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel
                                        74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of
                                        artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake
                                        rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375
                                        bedraagt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                        straf.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="5."><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen
                                exploitant of beheerder geweest van een inrichting die voor ten
                                minste één maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of
                                waarvan de vergunning als bedoeld in artikel 3:33 is ingetrokken,
                                tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:35</al>
            <al>Sluitingsuur</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting, met uitzondering van
                                seksbioscopen en seksautomatenhallen, voor bezoekers geopend te
                                hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 uur en 07.00
                                        uur;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 07.00 uur.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het is verboden een seksbioscoop of seksautomatenhal voor bezoekers
                                geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                verblijven tussen 23.00 uur en 09.00 uur.</al></li>
              <li nr="3."><al>In afwijking van het eerste lid kan het bevoegd bestuursorgaan door
                                middel van een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 1:4 voor
                                een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingsuren
                                vaststellen.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                bevinden gedurende de tijd dat die inrichting krachtens het eerste
                                lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:26, gesloten dient te
                                zijn.</al></li>
              <li nr="5."><al>Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet voor
                                zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de op de
                                Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:36</al>
            <al>Afwijking sluitingsuur; sluiting</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Met het oog op de in artikel 3:43, tweede lid, genoemde belangen of
                                in geval van handelen of nalaten in strijd met de bepalingen in dit
                                hoofdstuk, de aan de vergunning verbonden voorschriften, of de
                                nadere regels als bedoeld in artikel 3:32, kan het bevoegd
                                bestuursorgaan:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:25, eerste of
                                        tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet voor een
                                        bepaalde termijn de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                        bevelen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                bestuursrecht, doet het bevoegd bestuursorgaan mededeling van het in
                                het eerste lid bedoelde besluit in een van overheidswege uitgegeven
                                blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:37</al>
            <al>Intrekking van de vergunning</al>
            <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan het bevoegde bestuursorgaan de
                        vergunning intrekken met het oog op de in artikel 1:8 of artikel 3:43,
                        tweede lid, genoemde belangen of in geval van handelen of nalaten in strijd
                        met de bepalingen in dit hoofdstuk, de aan de vergunning verbonden
                        voorschriften, of de nadere regels als bedoeld in artikel 3:32.</al>
            <al>Artikel 3:38</al>
            <al>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben,
                                zonder dat de ingevolge artikel 3:33 op de vergunning vermelde
                                exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is.</al></li>
              <li nr="2."><al>De exploitant en de beheerder zijn verplicht er voortdurend op toe
                                te zien dat in de inrichting:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval
                                        de feiten als genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de
                                        zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid),
                                        XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het
                                        Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet
                                        en in de Wet wapens en munitie;</al></li>
                  <li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd
                                        met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                        Vreemdelingenwet 2000 bepaalde.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:39</al>
            <al>Verbod raamprostitutie</al>
            <al>Het is aan personen van wie redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij
                        zich op dat moment ter prostitutie aanbieden verboden zich binnenshuis
                        bevindende, door handelingen, houding, woord, gebaar, kledij of op enige
                        andere wijze de aandacht te trekken van iemand die zich op of aan de weg
                        bevindt.</al>
            <al>Artikel 3:40</al>
            <al>Sekswinkels</al>
            <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                        sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de openbare
                        orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de
                        gemeente.</al>
            <al>Artikel 3:41</al>
            <al>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch pornografische
                        goederen, afbeeldingen en dergelijke</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of
                                daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven
                                stukken dan wel afbeeldingen van erotisch pornografische aard
                                openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                        bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                        aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en
                                        leefomgeving op ontoelaatbare wijze aantast;</al></li>
                  <li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan
                                        in het belang van de openbare orde of de woon- en
                                        leefomgeving gestelde regels.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het
                                tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften,
                                aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen,
                                die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld
                                in artikel 7, eerste lid van de Grondwet.</al></li>
            </lijst>
            <al>PARAGRAAF 3</al>
            <al>BESLISSINGSTERMIJNEN EN WEIGERINGSGRONDEN</al>
            <al>Artikel 3:42</al>
            <al>Beslissingstermijn</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het bevoegd bestuursorgaan beslist op de aanvraag voor een
                                vergunning als bedoeld in artikel 3:33, eerste lid, binnen dertien
                                weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn beslissing eenmaal voor ten
                                hoogste dertien weken verdagen.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:43</al>
            <al>Weigeringsgronden</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vergunning als bedoeld in artikel 3:33, eerste lid, wordt
                                geweigerd indien:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel
                                        3:34 gestelde eisen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de inrichting in strijd
                                        is met een geldend bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                        leefmilieuverordening in de zin van de Wet op de Stads- en
                                        dorpsvernieuwing;</al></li>
                  <li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de inrichting personen werkzaam
                                        (zullen) zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van
                                        Strafrecht, of met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                        vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning als
                                bedoeld in artikel 3:33, eerste lid, worden geweigerd:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting
                                        van het woon- en leefklimaat;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in het belang van de arbeidsomstandigheden van de in de
                                        inrichting werkzame prostitué(e);</al></li>
                  <li nr="c."><al>indien niet voldaan is aan het gestelde in de nadere regels
                                        als bedoeld in artikel 3:32.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>PARAGRAAF 4 </al>
            <al>BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER; VERVALLEN VERGUNNING</al>
            <al>Artikel 3:44</al>
            <al>Beëindiging exploitatie</al>
            <al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie geeft de
                        exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al>
            <al>Artikel 3:45</al>
            <al>Wijziging beheer</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien de beheerder het beheer in de inrichting feitelijk heeft
                                beëindigd geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het
                                bevoegd bestuursorgaan.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het beheer kan slechts worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder
                                indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging
                                in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:43, eerste lid,
                                aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:46</al>
            <al>Vervallen vergunning</al>
            <al>De vergunning vervalt:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>zodra de ingevolge artikel 3:33 op de vergunning vermelde
                                exploitant, de exploitatie van de inrichting feitelijk heeft
                                beëindigd;</al></li>
              <li nr="b."><al>indien er een wijziging heeft plaatsgevonden in de persoon van de
                                exploitant;</al></li>
              <li nr="c."><al>indien er een wijziging van bouwkundige aard in de inrichting heeft
                                plaatsgevonden;</al></li>
              <li nr="d."><al>indien de inrichting naar een andere locatie wordt verplaatst.</al></li>
            </lijst>
            <al>AFDELING 5</al>
            <al>SMART-, HEAD- EN GROWSHOPS</al>
            <al>Artikel 3:47</al>
            <al>Toepassingsbereik</al>
            <al>Indien en voor zover de bepalingen van deze afdeling afwijken van de overige
                        bepalingen van de Algemene Plaatselijke Verordening, blijven de overige
                        bepalingen buiten toepassing.</al>
            <al>Artikel 3:48</al>
            <al>Begripsomschrijvingen</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin
                                        bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of
                                        anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden
                                        verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan
                                        het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer
                                        wordt aangeduid als een smart-, head- of growshop;</al></li>
                  <li nr="b."><al>ondernemer: de natuurlijke persoon voor wiens rekening en
                                        risico een inrichting wordt geëxploiteerd;</al></li>
                  <li nr="c."><al>leidinggevende: degene die de feitelijke leiding geeft aan
                                        de exploitatie van een inrichting.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>In deze afdeling wordt onder bezoeker niet verstaan:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de gezinsleden van de ondernemer alsmede diens elders
                                        wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt,
                                        in de zijlijn tot en met de derde graad;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de personen die voorkomen in het register als bedoeld in
                                        artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens
                                        dringende redenen noodzakelijk is;</al></li>
                  <li nr="d."><al>het dienstdoend personeel.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:49</al>
            <al>Vergunningplicht</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden een inrichting te exploiteren zonder vergunning van
                                de burgemeester.</al></li>
              <li nr="2."><al>De ondernemer vraagt de vergunning aan met een door de burgemeester
                                vastgesteld formulier.</al></li>
              <li nr="3."><al>De vergunning is niet overdraagbaar.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:50</al>
            <al>Afnemend maximum</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De burgemeester stelt een maximum aantal vergunningen vast.</al></li>
              <li nr="2."><al>Als de burgemeester een vergunning intrekt, neemt het in het eerste
                                lid bedoelde maximum met hetzelfde aantal af, tenzij de intrekking
                                verband houdt met verplaatsing van een inrichting.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:51</al>
            <al>Beslistermijn</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2 beslist de burgemeester
                                op de aanvraag voor een vergunning binnen dertien weken na de dag
                                waarop de aanvraag ontvangen is.</al></li>
              <li nr="2."><al>De burgemeester kan zijn beslissing voor ten hoogste dertien weken
                                verdagen. Van het besluit tot verdaging wordt voor de afloop van de
                                in het eerste lid bedoelde termijn schriftelijk mededeling gedaan
                                aan de aanvrager.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:52</al>
            <al>Weigeringsgronden</al>
            <al>De burgemeester weigert de vergunning indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het in artikel 3:50 bedoelde maximum aantal vergunningen is
                                bereikt.</al></li>
              <li nr="b."><al>de vestiging of exploitatie strijd oplevert met het geldende
                                bestemmingsplan dan wel met een geldende leefmilieuverordening;</al></li>
              <li nr="c."><al>het gebruik van de inrichting in strijd is met artikel 2.11.1,
                                eerste lid, dan wel artikel 2.12.1, eerste lid, van het Besluit
                                brandveilig gebruik bouwwerken;</al></li>
              <li nr="d."><al>de inrichting gevestigd is in de nabijheid van een school of
                                jongerencentrum;</al></li>
              <li nr="e."><al>de inrichting gevestigd is in de nabijheid van bedrijven of winkels
                                met een dusdanig andere bezoekersgroep, dat de ontmoeting tussen de
                                verschillende bezoekersgroepen openbare orde-problemen tot gevolg
                                heeft of tot gevolg kan hebben;</al></li>
              <li nr="f."><al>er naar zijn oordeel sprake is van een concentratie van inrichtingen
                                in een bepaald gebied, waardoor het gevaar voor aantasting van de
                                openbare orde of het woon- en leefklimaat cumula-tief toeneemt;</al></li>
              <li nr="g."><al>naar zijn oordeel door de aanwezigheid van de inrichting het woon-
                                en leefklimaat in de naaste omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig
                                wordt beïnvloed;</al></li>
              <li nr="h."><al>ondernemer(s) of leidinggevende(n) de leeftijd van 18 jaar nog niet
                                heeft/hebben bereikt;</al></li>
              <li nr="i."><al>ondernemer(s) of leidinggevende(n) niet voldoet/voldoen aan de eisen
                                die bij of krachtens artikel 8, tweede lid sub a en b, en derde lid
                                van de Drank- en Horecawet worden gesteld;</al></li>
              <li nr="j."><al>ondernemer(s) of leidinggevende(n) een inrichting als bedoeld in
                                artikel 3:4, 3:30 of 3:48 heeft/hebben geëxploiteerd die evenwel op
                                grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde
                                binnen drie jaar voor de aanvraag gesloten is geweest;</al></li>
              <li nr="k."><al>redelijkerwijze moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand
                                niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal
                                zijn;</al></li>
              <li nr="l."><al>sprake is van een geval en onder de voorwaarden als bedoeld in
                                artikel 3 van de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het
                                Openbaar Bestuur.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:53</al>
            <al>Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de openbare
                                veiligheid of de volksgezondheid, of in geval van bijzondere
                                omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of meer
                                inrichtingen, tijdelijk andere dan de krachtens de Winkeltijdenwet
                                geldende sluitingsuren vaststellen of tijdelijk sluiting
                                bevelen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel 13b van
                                de Opiumwet van toepassing is.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 3:54</al>
            <al>Verbod aanwezigheid in gesloten inrichting</al>
            <al>Het is verboden gedurende de tijd dat een inrichting voor bezoekers gesloten
                        dient te zijn, deze inrichting voor bezoekers geopend te hebben, daarin of
                        aldaar een of meer bezoekers toe te laten of te laten verblijven, of zich
                        als bezoeker daarin of aldaar te bevinden.</al>
            <al>Artikel 3:55</al>
            <al>Toegang ambtenaren van politie</al>
            <al>De exploitant is verplicht ervoor zorg te dragen dat ambtenaren van politie
                        vanaf de weg onmiddellijk en onbelemmerd toegang hebben tot zijn
                        inrichting:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gedurende de tijd dat de inrichting voor bezoekers geopend is dan
                                wel</al></li>
              <li nr="b."><al>gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn, indien
                                die ambtenaren van politie het vermoeden uiten dat daarin of aldaar
                                bezoekers aanwezig zijn.</al></li>
            </lijst>
            <al>HOOFDSTUK 4</al>
            <al>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK
                        AANZIEN VAN DE GEMEENTE</al>
            <al>AFDELING 1</al>
            <al>GELUID- EN LICHTHINDER</al>
            <al>Artikel 4:1</al>
            <al>Begripsomschrijvingen</al>
            <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                milieubeheer;</al></li>
              <li nr="b."><al>inrichting: een inrichting als bedoeld in het Besluit;</al></li>
              <li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar, ondernemer,
                                leidinggevende of anderszins een inrichting drijft;</al></li>
              <li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of
                                een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li>
              <li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is
                                aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li>
              <li nr="f."><al>overmatige hinder: er is sprake van overmatige hinder indien meer
                                dan 20 dB(A) (muziek)geluid wordt geproduceerd boven de vigerende
                                geluidsnorm van de betreffende inrichting c.q. festiviteit.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 4:2</al>
            <al>Aanwijzing collectieve festiviteiten</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit gelden niet voor
                                door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
                                Wel dient de houder van de inrichting voor een dergelijke
                                festiviteiten maatregelen te treffen ter voorkoming van overmatige
                                hinder.</al></li>
              <li nr="2."><al>Artikel 4.113 van het Besluit geldt niet voor door het college per
                                kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de
                                daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></li>
              <li nr="3."><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid en het tweede lid,
                                kan het college bepalen dat de aanwijzing geldt in één of meerdere
                                delen van de gemeente.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor het begin
                                van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></li>
              <li nr="5."><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs
                                niet te voorzien was een festiviteit terstond als collectieve
                                festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 4:3</al>
            <al>Kennisgeving incidentele festiviteiten</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de artikelen 2.17,
                                2.19 en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn mits de houder
                                van een inrichting ten minste vijf werkdagen voor de aanvang van de
                                festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij artikel 4.113 van
                                het Besluit niet van toepassing zijn mits de houder van een
                                inrichting ten minste vijf werkdagen voor de aanvang van de
                                festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van de
                                kennisgeving als bedoeld in het eerste en tweede lid. Op dit
                                kennisgevingsformulier dient door of namens de houder van de
                                inrichting te worden aangegeven welke maatregelen ter voorkoming van
                                overmatige hinder worden getroffen.</al></li>
              <li nr="4."><al>De kennisgeving wordt geacht eerst te zijn gedaan wanneer het in het
                                derde lid bedoelde formulier, volledig en naar waarheid ingevuld,
                                tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></li>
              <li nr="5."><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele
                                festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond
                                toestaat.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 4:4</al>
            <al>Verboden incidentele festiviteiten</al>
            <al>Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te laten,
                        feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen, indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de kennisgeving daarvan niet overeenkomstig het bepaalde in artikel
                                4:3 is gedaan;</al></li>
              <li nr="b."><al>gehandeld wordt in afwijking van de gegevens die in de kennisgeving
                                als bedoeld in artikel 4:3 zijn verstrekt;</al></li>
              <li nr="c."><al>de houder van de inrichting verzuimt te doen of na te laten hetgeen
                                redelijkerwijs gevergd kan worden om overmatige hinder te
                                voorkomen;</al></li>
              <li nr="d."><al>de burgemeester het organiseren van een incidentele festiviteit
                                verboden heeft, hetzij op grond van het overschrijden van het
                                maximum van twaalf incidentele festiviteiten, hetzij wanneer naar
                                zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze worden
                                beïnvloed.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 4:5</al>
            <al>Overige geluidhinder</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben
                                of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een
                                omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt
                                veroorzaakt.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt
                                voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de
                                Wet geluidhinder, de Wegenverkeerswet 1994, de Zondagswet, het
                                Wetboek van Strafrecht, de Luchtvaartwet,</al><al> het Reglement Verkeerstekens en verkeersregels 1990 of het
                                Vuurwerkbesluit.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 4:6</al>
            <al>(Geluid)hinder in de open lucht</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden in de open lucht een geluidsapparaat, een
                                (recreatie)toestel of een (bouw)machine in werking te hebben op en
                                zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving
                                (geluid)hinder wordt veroorzaakt.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan van het bepaalde in het eerste lid ontheffing
                                verlenen.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waar het verbod,
                                vervat in het eerste lid, niet van toepassing is op het in werking
                                hebben van bepaalde bij dat besluit aangewezen categorieën van
                                geluidsapparaten, (recreatie)toestellen of (bouw)machines, voor
                                zover wordt voldaan aan de door het college vast te stellen
                                voorschriften ter voorkoming of beperking van (geluid)hinder.</al></li>
              <li nr="4."><al>De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer
                                betreffen:</al><lijst>
                  <li nr="-"><al>het maximale geluidsniveau;</al></li>
                  <li nr="-"><al>de situering van de geluidsbronnen;</al></li>
                  <li nr="-"><al>de frequentie en tijden van gebruik.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 4:7</al>
            <al>(Geluid)hinder door dieren</al>
            <al>Degene die zorg heeft over een dier, moet voorkomen dat dit voor de
                        omwonenden of overigens voor de omgeving geluidhinder veroorzaakt.</al>
            <al>Artikel 4:8</al>
            <al>(Geluid)hinder door bromfietsen e.d.</al>
            <al>Het is verboden zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te
                        gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving
                        (geluid)hinder ontstaat.</al>
            <al>AFDELING 2</al>
            <al>BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</al>
            <al>Artikel 4:9</al>
            <al>Straatvegen</al>
            <al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van
                        de gemeentelijke of een door de gemeente ingeschakelde reinigingsdienst
                        aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                        laten staan op een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al>
            <al>Artikel 4:10</al>
            <al>Natuurlijke behoefte doen</al>
            <al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn natuurlijke
                        behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting of plaats.</al>
            <al>Artikel 4:11</al>
            <al>Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten
                        buiten gebouwen</al>
            <al>Sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten gebouwen
                        mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de
                        veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de
                        gebouwen of voor anderen.</al>
            <al>AFDELING 3</al>
            <al>BESCHERMING VAN FLORA EN FAUNA</al>
            <al>Artikel 4:12</al>
            <al>Bescherming groenvoorzieningen</al>
            <al>Het is in een voor publiek toegankelijk park of plantsoen of in bij de
                        gemeente in onderhoud zijnde groenstroken, grasperken of bloembakken
                        verboden enige schade toe te brengen aan een boom of een bloem- of
                        heesterperk, dan wel aldaar bloemen te plukken.</al>
            <al>Artikel 4:13</al>
            <al>Beschermde planten; hout sprokkelen</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college is bevoegd:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>plaatsen aan te wijzen waar het ter bescherming van het
                                        natuur-, landschaps- of dorps-/ stadsschoon verboden is
                                        daarbij aangeduide bloemen of planten te plukken of bij zich
                                        te hebben;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bosgebieden of gedeelten daarvan aan te wijzen, waar het om
                                        redenen van milieubeheer verboden is hout te sprokkelen of
                                        gesprokkeld hout bij zich te hebben.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het is verboden op een, door het college, krachtens het eerste lid,
                                aangewezen plaats:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de daarbij aangeduide bloemen of planten te plukken, bij
                                        zich te hebben; dan wel</al></li>
                  <li nr="b."><al>hout te sprokkelen of gesprokkeld hout bij zich te
                                        hebben.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>ten aanzien van door of met toestemming van de rechthebbende
                                        ter plaatse verkregen dan wel elders afkomstige bloemen of
                                        planten of hout;</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien de in dit artikel bedoelde handelingen worden
                                        verricht in het kader van normale
                                        onderhoudswerkzaamheden;</al></li>
                  <li nr="c."><al>voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        Natuurbeschermingswet.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4."><al>Het in het tweede lid, aanhef en onder b, bepaalde geldt voorts
                                niet:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>ten aanzien van hout afkomstig van houtopstanden waarop de
                                        Kapverordening niet van toepassing is;</al></li>
                  <li nr="b."><al>ten aanzien van hout dat moet worden verwijderd krachtens
                                        een verordening van het Bosschap.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid
                                gestelde verbod.</al></li>
              <li nr="6."><al>Onder sprokkelen van hout wordt in dit artikel verstaan: het
                                verzamelen en verwijderen van staand of losliggend, vermolmd dan wel
                                uitdrogend, dood hout.</al></li>
            </lijst>
            <al>AFDELING 4</al>
            <al>MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST</al>
            <al>Artikel 4:14</al>
            <al>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer in de openlucht, buiten de weg gelegen plaatsen
                                aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van de
                                gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel
                                voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is een of
                                meer van de volgende daarbij nader aangeduide, voorwerpen of stoffen
                                op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben, anders dan met
                                inachtneming van de door hem gestelde regels:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                        voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></li>
                  <li nr="c."><al>caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere dergelijke,
                                        gewoonlijk voor recreatieve doeleinden gebezigde voorwerpen,
                                        indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt
                                        voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel
                                        doel;</al></li>
                  <li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil,
                                        een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                        landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>In het eerste lid wordt onder weg verstaan, hetgeen daaronder
                                verstaan wordt in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het is verboden op een door het college krachtens het eerste lid
                                aangewezen plaats een door hem aangeduid voorwerp of stof:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben; dan wel</al></li>
                  <li nr="b."><al>op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben anders dan
                                        met inachtneming van de door het college gestelde
                                        regels.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het geregelde
                                onderwerp wordt voorzien door de Wet op de Ruimtelijke Ordening of
                                de Provinciale milieuverordening Limburg.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 4:15</al>
            <al>Stankoverlast door gebruik van dierlijke meststoffen</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>dierlijke meststoffen: dierlijke meststoffen als bedoeld in
                                        artikel 1 van de Meststoffenwet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>emissiearm aanwenden: gebruiken van dierlijke meststoffen op
                                        de wijze die is aangegeven in de bij het Besluit gebruik
                                        meststoffen behorende bijlage II, met dien verstande echter
                                        dat onder 3, punt a onder 2e gelezen moet worden: 'tijdens
                                        het uitrijden van de dierlijke mest deze gelijktijdig wordt
                                        ondergewerkt';</al></li>
                  <li nr="c."><al>grond: bouwland, maïsland en grasland.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het Besluit gebruik meststoffen is het
                                verboden op gronden dierlijke meststoffen uit te rijden, op te
                                brengen, te doen uitrijden of te doen opbrengen op zaterdag, zondag
                                en op algemeen erkende feest- en gedenkdagen.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing voor
                                zover de dierlijke mest emissiearm, als bedoeld in dit artikel,
                                wordt aangewend.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in het tweede lid
                                gestelde verboden.</al></li>
              <li nr="5."><al>Vervoer van dierlijke meststof als dunne mest dient te geschieden in
                                volledig gesloten transportmiddelen die in een zindelijke staat
                                verkeren.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 4:16</al>
            <al>Eisen aan lichtreclame voor handelsdoeleinden</al>
            <al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak door middel van lichtreclame
                        goederen of diensten aan te prijzen aan de hand van een opschrift,
                        aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, indien daardoor de
                        veiligheid van het verkeer in gevaar wordt gebracht of overlast wordt
                        veroorzaakt.</al>
            <al>Artikel 4:17</al>
            <al>Verkoopautomaten</al>
            <al>Het is de rechthebbende op enig terrein verboden, zonder vergunning van het
                        college, op een op dit terrein gelegen plaats, welke vanaf de weg of een
                        voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar is, een verkoopautomaat te
                        plaatsen of te hebben.</al>
            <al>HOOFDSTUK 5</al>
            <al>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</al>
            <al>AFDELING 1</al>
            <al>PARKEEREXCESSEN</al>
            <al>Artikel 5:1</al>
            <al>Begripsomschrijvingen</al>
            <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>voertuigen: alle voertuigen met uitzondering van:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>treinen en trams;</al></li>
                  <li nr="2."><al>fietsen, bromfietsen;</al><al> 3 invalidenvoertuigen in de zin van het Reglement
                                        verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al></li>
                  <li nr="4."><al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen,
                                        rolstoelen;</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="b."><al>parkeren: het laten stilstaan van een voertuig, anders dan gedurende
                                de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in-
                                of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of
                                lossen van goederen.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 5:2</al>
            <al>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte
                                van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te
                                verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                        toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met
                                        een straal van 25 meter met als middelpunt een dezer
                                        voertuigen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                verstaan:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                        lessen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                        personen tegen betaling.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet
                                gerekend:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                        worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen,
                                        zulks gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt
                                        voor deze werkzaamheden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in het
                                        eerste lid genoemde persoon.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing
                                verlenen.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 5:3</al>
            <al>Te koop aanbieden van voertuigen</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden op door het college aangewezen wegen of weggedeelten
                                een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                bieden of te verhandelen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan ontheffing van dit verbod verlenen.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 5:4</al>
            <al>Defecte voertuigen</al>
            <al>Het is verboden een voertuig waarmede als gevolg van andere dan eenvoudig te
                        verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie
                        achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.</al>
            <al>Artikel 5:5</al>
            <al>Voertuigwrakken</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuigwrak op de weg te plaatsen of te
                                hebben.</al></li>
              <li nr="2."><al>Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig dat rijtechnisch in
                                onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk
                                verwaarloosde toestand verkeert.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                milieubeheer.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 5:6</al>
            <al>Caravans e.d.</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper,
                                magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig
                                dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor
                                andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>langer dan op vijf achtereenvolgende dagen op de weg te
                                        plaatsen of te hebben;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar
                                        dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                        aanzien van de gemeente.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wegenverordening
                                provincie Limburg.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 5:7</al>
            <al>Parkeren van reclamevoertuigen</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van
                                handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om
                                daarmee handelsreclame te maken.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing
                                verlenen.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 5:8</al>
            <al>Parkeren van grote voertuigen</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                meter op de weg te parkeren.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college wijst plaatsen aan waarvoor het in het eerste lid
                                genoemde verbod niet geldt.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet gedurende de tijd
                                die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van
                                werkzaamheden, waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse
                                noodzakelijk is.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 5:9</al>
            <al>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen daar te
                                parkeren waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen gebouwen of
                                terreinen daarvan hinder of overlast kunnen ondervinden.</al></li>
              <li nr="2."><al>Dit verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt
                                voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 5:10</al>
            <al>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig, fiets of bromfiets te rijden door dan
                                wel deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of een
                                van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></li>
              <li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>op de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter
                                        uitvoering van werkzaamheden door of vanwege de
                                        overheid;</al></li>
                  <li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                        terreinen die mede of uitsluitend voor dit doel zijn
                                        bestemd.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 5:11</al>
            <al>Overlast van fiets of bromfiets</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het
                                belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                opheffing van overlast, dan wel ter voorkoming van schade aan de
                                openbare gezondheid verboden is:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde
                                        ruimten of plaatsen te laten staan;</al></li>
                  <li nr="b."><al>fietsen of bromfietsen langer dan een door het college te
                                        bepalen periode onafgebroken binnen de voor het plaatsen van
                                        fietsen of bromfietsen bestemde ruimten of plaatsen te
                                        stallen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in
                                onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand
                                verkeren, op de weg te laten staan.</al></li>
            </lijst>
            <al>AFDELING 2</al>
            <al>COLLECTEREN, VENTEN, STANDPLAATSEN EN SNUFFELMARKTEN</al>
            <al>Artikel 5:12</al>
            <al>Inzameling van geld of goed</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden een openbare inzameling van geld of goederen te
                                houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, indien:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>degene die het voornemen heeft de openbare inzameling van
                                        geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan
                                        te bieden, daarvan niet minimaal zes weken van tevoren een
                                        melding heeft gedaan aan het college, of</al></li>
                  <li nr="b."><al>het college de openbare inzameling van geld of goederen te
                                        houden of het daartoe aanbieden van een intekenlijst met
                                        inachtneming van het bepaalde in het vijfde lid tijdig heeft
                                        verboden.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan het
                                bij het aanbieden van goederen, waartoe ook geschreven of gedrukte
                                stukken worden gerekend, dan wel bij het aanbieden van diensten,
                                aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt
                                gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten
                                dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een inzameling
                                die in besloten kring gehouden wordt.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het college kan besluiten de openbare inzameling van geld of
                                goederen te houden of het daartoe aanbieden van een intekenlijst te
                                verbieden indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid
                                of de volksgezondheid in gevaar komt.</al></li>
              <li nr="5."><al>Het college dient een besluit als bedoeld in het vierde lid te nemen
                                binnen vier weken na ontvangst van de melding.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 5:13</al>
            <al>Begripsomschrijving</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening
                                van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                goederen op of aan de weg, aan huis dan wel op een andere voor het
                                publiek toegankelijke en in de open lucht gelegen plaats, dan wel
                                diensten aan te bieden.</al></li>
              <li nr="2."><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene
                                        die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in
                                        artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        als bedoeld in het eerste lid op jaarmarkten en markten als
                                        bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                                        Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:21
                                        van deze verordening.</al></li>
                  <li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        als bedoeld in het eerste lid op een standplaats als bedoeld
                                        in artikel 5:16 van deze verordening.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 5:14</al>
            <al>Ventverbod</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                openbare veiligheid of de volksgezondheid in gevaar komt.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het is verboden te venten op zondag en op maandag tot en met
                                zaterdag tussen 22.00 en 06.00 uur.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het verbod geldt tevens niet aanzien van het op de zondag en de
                                feestdagen te koop aanbieden en verkopen van voor directe consumptie
                                geschikte eetwaren en alcoholvrije dranken.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 5:15</al>
            <al>Vrijheid van meningsuiting</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het verbod van artikel 5:14 geldt niet voor venten met gedrukte of
                                geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard
                                als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                eerste lid beperken door een verbod in te stellen:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>op of aan door het college aangewezen openbare plaatsen,
                                        of</al></li>
                  <li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van het tweede
                                lid.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 5:16</al>
            <al>Begripsomschrijving standplaats</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                vaste plaats op of aan de weg of op een andere voor het publiek
                                toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden,
                                verkopen of afleveren van goederen of het anderszins aanbieden van
                                goederen of diensten, al dan niet gebruikmakend van fysieke
                                middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></li>
              <li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>vaste plaatsen op jaarmarkten of markten als bedoeld in
                                        artikel 160, eerste lid onder h, van de Gemeentewet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>vaste plaatsen op evenementen als bedoeld in artikel
                                        2:23;</al></li>
                  <li nr="c."><al>vaste plaatsen op snuffelmarkten als bedoeld in artikel
                                        5:21.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 5:17</al>
            <al>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in
                                te nemen of te hebben.</al></li>
              <li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden
                                geweigerd</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband
                                        met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke
                                        welstand;</al></li>
                  <li nr="b."><al>vanwege strijd met een geldend bestemmingsplan.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 5:18</al>
            <al>Toestemming rechthebbende</al>
            <al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop
                        zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen</al>
            <al>Artikel 5:19</al>
            <al>Afbakeningsbepalingen</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het verbod van artikel 5:17, eerste lid geldt niet voor zover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                Standplaatsenverordening, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of
                                het Provinciaal wegenreglement.</al></li>
              <li nr="2."><al>De weigeringsgrond van artikel 1:8, onder d, geldt niet voor zover
                                in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                milieubeheer;</al></li>
              <li nr="3."><al>De weigeringsgrond van artikel 5:17, tweede lid, onder a, geldt niet
                                voor bouwwerken.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 5:20</al>
            <al>Aanhoudingsplicht</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In afwijking van artikel 1:2, houdt het college de beslissing op een
                                aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 5:17 aan indien er
                                geen grond is de vergunning te weigeren, en de aanvraag een
                                activiteit betreft waarvoor tevens een vergunning is vereist als
                                bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer dan wel, na
                                inwerkingtreding van artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht, een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1
                                van die wet.</al></li>
              <li nr="2."><al>De aanhouding duurt tot de dag waarop is beslist op de aanvraag om
                                een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer
                                dan wel, na inwerkingtreding van artikel 2.2 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht, een omgevingsvergunning.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 5:21</al>
            <al>Snuffelmarkten e.d.</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>in of op een - al dan niet met enige beperking - voor het
                                        publiek toegankelijk gebouw of plaats een markt te
                                        organiseren of toe te laten, waar ter plaatse aanwezige
                                        goederen worden verhandeld;</al></li>
                  <li nr="b."><al>toe te laten, te bevorderen of er gelegenheid toe te geven,
                                        dat in of op een - al dan niet met enige beperking - voor
                                        publiek toegankelijk gebouw of plaats met een kraam, een
                                        tafel of enig ander dergelijk middel standplaats wordt of is
                                        ingenomen om goederen aan publiek aan te bieden, te verkopen
                                        of te verstrekken.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor ruimten die
                                uitsluitend geheel en voortdurend dan wel nagenoeg geheel en
                                voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de
                                Winkeltijdenwet</al></li>
              <li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, kan een vergunning als
                                bedoeld in het eerste lid worden geweigerd in het belang van een
                                krachtens de Gemeentewet ingestelde markt.</al></li>
            </lijst>
            <al>AFDELING 3</al>
            <al>OPENBAAR WATER</al>
            <al>Artikel 5:22</al>
            <al>Reddingsmiddelen</al>
            <al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij
                        het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel, dan wel
                        voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al>
            <al>AFDELING 4</al>
            <al>CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN NATUURGEBIEDEN</al>
            <al>Artikel 5:23</al>
            <al>Crossterreinen</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                (brom)fiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd dan wel, ter
                                voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een
                                motorvoertuig of een (brom)fiets met het kennelijke doel daartoe
                                aanwezig te hebben.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid
                                gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels
                                stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                        overlast;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien
                                        van de omgeving en ter bescherming van andere
                                        milieuwaarden;</al></li>
                  <li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in
                                        het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten en/of van het
                                        publiek.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                verstaat.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het geregelde
                                onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit
                                geluidproduktie sportmotoren.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 5:24</al>
            <al>Beperking verkeer in natuurgebieden</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden,
                                parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen
                                te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig als bedoeld in
                                artikel 1, onder z, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990,
                                een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of een
                                paard.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid
                                gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels
                                stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                        milieuwaarden;</al><al> c in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor bestuurders
                                van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                paarden:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                        hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                        lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de
                                        minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                        hulpverleningsdiensten;</al></li>
                  <li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                        exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                        bedoeld;</al></li>
                  <li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                        wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li>
                  <li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden en huurders en pachters van
                                        percelen gelegen binnen de terreinen als in het eerste lid
                                        bedoeld;</al></li>
                  <li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging
                                        van de onder d bedoelde personen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van
                                        de Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale milieuverordening
                                        Limburg aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van
                                        motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                        aangewezen als ‘toestel’.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>5 Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde
                        verbod. </al>
            <al>AFDELING 5</al>
            <al>VERBOD VUUR TE STOKEN</al>
            <al>Artikel 5:25</al>
            <al>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te
                        stoken</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten
                                inrichtingen of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te
                                hebben.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod.</al></li>
              <li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden
                                geweigerd ter bescherming van de flora en de fauna.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder
                                1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
                                milieuverordening.</al></li>
            </lijst>
            <al>AFDELING 6</al>
            <al>VERSTROOIING VAN AS</al>
            <al>Artikel 5:26</al>
            <al>Begripsomschrijving</al>
            <al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het
                        verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de Lijkbezorging op een door de
                        overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe
                        bestemd terrein.</al>
            <al>Artikel 5:27</al>
            <al>Verboden plaatsen</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn
                                wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid
                                asverstrooiing plaatsvindt.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor
                                de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen
                                van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke
                                begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 5:28</al>
            <al>Hinder of overlast</al>
            <al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast
                        wordt veroorzaakt voor derden.</al>
            <al>AFDELING 8</al>
            <al>OVERIGE BEPALINGEN</al>
            <al>Artikel 5:29</al>
            <al>Liggen of slapen op of aan de weg</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden op of aan de weg:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>tussen zonsondergang en zonsopgang te liggen of te
                                        slapen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>tussen zonsopgang en zonsondergang te liggen of te slapen,
                                        nadat een ambtenaar van politie, of een door/namens het
                                        college aangewezen toezichthouder in het belang van de
                                        openbare orde, veiligheid of zedelijkheid is aangezegd dat
                                        dit moet worden beëindigd;</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>In bijzondere gevallen kan het college plaatsen aanwijzen, waarop
                                gedurende bepaalde uren het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder
                                a, niet van toepassing is.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 5:30</al>
            <al>Sproei- en wasverbod</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het is verboden water uit de waterleiding te gebruiken voor het
                                sproeien van tuinen en voor het wassen van auto's gedurende door het
                                college te bepalen tijdvakken.</al></li>
              <li nr="2."><al>Bekendmaking van het besluit waarbij de in het eerste lid bedoelde
                                tijdvakken worden vastgesteld, zal ten minste een dag voor de
                                aanvang daarvan op de gebruikelijke wijze plaatsvinden.</al></li>
            </lijst>
            <al>HOOFDSTUK 6</al>
            <al>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</al>
            <al>Artikel 6:1</al>
            <al>Strafbepaling</al>
            <al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt
                        gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                        tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de
                        rechterlijke uitspraak.</al>
            <al>Artikel 6:2</al>
            <al>Toezichthouders</al>
            <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                        verordening zijn belast de bij besluit van het college of de burgemeester
                        aangewezen personen.</al>
            <al>Artikel 6:3</al>
            <al>Binnentreden woningen</al>
            <al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een
                        overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften
                        welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of
                        bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot
                        het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.</al>
            <al>Artikel 6:4</al>
            <al>Inwerkingtreding</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Heerlen,
                                vastgesteld op 29 april 2008, wordt ingetrokken.</al></li>
              <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2010.</al></li>
            </lijst>
            <al>Artikel 6:5</al>
            <al>Overgangsbepaling</al>
            <al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, eerste
                        lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening,
                        alsook besluiten die op grond van het overgangsrecht van de in artikel 6:4,
                        eerste lid, bedoelde verordening hun gelding hebben behouden, en waarvoor
                        deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten
                        genomen krachtens deze verordening.</al>
            <al>Artikel 6:6</al>
            <al>Citeertitel</al>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening
                        Heerlen 2010.</al>
            <al>Aldus besloten tijdens de vergadering van de raad der gemeente Heerlen van 6
                        juli 2010.</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>