<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR634222_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Doetinchem houdende regels omtrent de heffing en invordering van afvalstoffen en reinigingsrechten (Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2020)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Doetinchem</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-12-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Doetinchem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2019-316189">gmb-2019-316189</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2020</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=229&amp;lid=1&amp;g=2019-01-01">artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0003245&amp;artikel=15.33&amp;g=2019-11-14">artikel 15.33 van de Wet milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2019-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2019-12-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2019.</al><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Doetinchem houdende regels omtrent de heffing en invordering van afvalstoffen en reinigingsrechten (Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2020)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Doetinchem;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 december 2019;</al><al/><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en de onderdelen a en b van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2020</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>- Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="b."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;</al></li><li nr="-"><al>grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel> – Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven voor het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorwerp van de belasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voorwerp van de belasting is een perceel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als perceel wordt aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;</al></li><li nr="c."><al>een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;</al></li><li nr="d."><al>een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;</al></li><li nr="e."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onderdelen 1.1, 1.2 en 1.3 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onderdelen 1.4 en 1.5 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onderdelen 1.1, 1.2 en 1.3 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onderdelen 1.1, 1.2 en 1.3 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onderdelen 1.4 en 1.5 van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de op grond van artikel 8, eerste lid, bedoelde belasting worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen dertig dagen na de dagtekening van de kennisgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt:</al><lijst><li nr="a."><al>in het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 25,- en niet meer is dan € 2500,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="b."><al>in het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder of gelijk is aan € 25,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in één termijn. Deze termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onderdelen 1.3, 1.4 en 1.5 van de tarieventabel wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel> - Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of onderhoud zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruikmaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven, is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang van de jaarlijks verschuldigde rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de op grond van artikel 16 bedoelde belasting worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt:</al><lijst><li nr="a."><al>in het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 25,- en niet meer is dan € 2500,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="b."><al>in het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder of gelijk is aan € 25,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in één termijn. Deze termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel> - Aanvullende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2019 van 20 december 2018 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 21, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als <vet>Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2020</vet>.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering</functie><functie>van 19 december 2019,</functie></ondertekening><ondertekening><functie/><functie>griffier </functie></ondertekening><ondertekening><functie/><functie>voorzitter</functie></ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label> Bijlage: </label><nr/><titel>Tarieventabel, behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing  en reinigingsrechten 2020  </titel></kop><al/><al/><table><tgroup cols="5"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><colspec colname="colE"/><tbody><row><entry/><entry/><entry><al><vet>Algemeen</vet></al></entry><entry/><entry/></row><row><entry/><entry/><entry><al>De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief   omzetbelasting indien  </al></entry><entry/><entry/></row><row><entry/><entry/><entry><al>deze verschuldigd is.</al></entry><entry/><entry/></row><row><entry/><entry/><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry/><entry><al><vet>Hoofdstuk 1 - Maatstaven en tarieven   afvalstoffenheffing</vet></al></entry><entry/><entry/></row><row><entry/><entry/><entry/><entry/><entry/></row><row><entry><al>1.1</al></entry><entry/><entry><al>De belasting bedraagt per belastingjaar per   perceel  </al></entry><entry><al>€</al></entry><entry><al>157,08</al></entry></row><row><entry><al>1.2</al></entry><entry/><entry><al>Dit bedrag wordt verhoogd:  </al></entry><entry/><entry/></row><row><entry><al>1.2.1</al></entry><entry/><entry><al>indien dat perceel op 1 januari van het   belastingjaar of, indien de belasting-    </al></entry><entry/><entry/></row><row><entry/><entry/><entry><al>plicht later aanvangt, bij de aanvang van de   belastingplicht, wordt gebruikt   </al></entry><entry/><entry/></row><row><entry/><entry/><entry><al>door één persoon, met  </al></entry><entry><al>€</al></entry><entry><al>45,24</al></entry></row><row><entry><al>1.2.2</al></entry><entry/><entry><al>indien dat perceel op 1 januari van het   belastingjaar of, indien de belasting-    </al></entry><entry/><entry/></row><row><entry/><entry/><entry><al>plicht later aanvangt, bij de aanvang van de   belastingplicht, wordt gebruikt   </al></entry><entry/><entry/></row><row><entry/><entry/><entry><al>door meer dan één persoon, met  </al></entry><entry><al>€</al></entry><entry><al>90,48</al></entry></row><row><entry><al>1.3</al></entry><entry/><entry><al>De belasting als bedoeld in de onderdelen 1.1 en 1.2   wordt vermeerderd  </al></entry><entry/><entry/></row><row><entry/><entry/><entry><al>voor het op 1 januari van het belastingjaar of,   indien de belastingplicht  </al></entry><entry/><entry/></row><row><entry/><entry/><entry><al>later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht,   in gebruik hebben  van  </al></entry><entry/><entry/></row><row><entry/><entry/><entry><al>een extra rolemmer:    </al></entry><entry/><entry/></row><row><entry><al>1.3.1</al></entry><entry/><entry><al>bestemd voor huishoudelijke afvalstoffen, per extra   rolemmer met  </al></entry><entry><al>€</al></entry><entry><al>115,68</al></entry></row><row><entry><al>1.3.2</al></entry><entry/><entry><al>bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval, per   extra rolemmer met  </al></entry><entry><al>€</al></entry><entry><al>50,28</al></entry></row><row><entry><al>1.3.3</al></entry><entry/><entry><al>bestemd voor huishoudelijk papier en karton, per   extra rolemmer met  </al></entry><entry><al>€</al></entry><entry><al>30,24</al></entry></row><row><entry><al>1.3.4</al></entry><entry/><entry><al>bestemd voor plastic verpakkingen en flacons,   metalen verpakkingen en     </al></entry><entry/><entry/></row><row><entry/><entry/><entry><al>drankkartons, per extra rolemmer met   </al></entry><entry><al>€</al></entry><entry><al>30,24</al></entry></row><row><entry><al>1.4</al></entry><entry/><entry><al>De belasting bedraagt voor het achterlaten van   afvalstoffen op een daartoe </al></entry><entry/><entry/></row><row><entry/><entry/><entry><al>van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats per   m³ of een gedeelte  </al></entry><entry/><entry/></row><row><entry/><entry/><entry><al>daarvan  </al></entry><entry><al>€</al></entry><entry><al>34,20</al></entry></row><row><entry><al>1.5</al></entry><entry/><entry><al>De belasting bedraagt voor het achterlaten van   huishoudelijke afvalstoffen  </al></entry><entry/><entry/></row><row><entry/><entry/><entry><al>op het afvalbrengpunt per m³ of een gedeelte   daarvan  </al></entry><entry><al>€</al></entry><entry><al>12,00</al></entry></row><row><entry><al>1.5.1</al></entry><entry/><entry><al>De belasting bedraagt voor het achterlaten van   huishoudelijke afvalstoffen  </al></entry><entry/><entry/></row><row><entry/><entry/><entry><al>op het afvalbrengpunt per m³ of een gedeelte daarvan   via Pin betaling     </al></entry><entry><al>€</al></entry><entry><al>11,25</al></entry></row><row><entry/><entry/><entry/><entry/><entry/></row><row><entry/><entry/><entry><al><vet>Hoofdstuk 2 - Maatstaven en jaarlijkse tarieven   reinigingsrechten  </vet></al></entry><entry/><entry/></row><row><entry/><entry/><entry/><entry/><entry/></row><row><entry><al>2.1</al></entry><entry/><entry><al>Het recht bedraagt per belastingjaar:  </al></entry><entry/><entry/></row><row><entry><al>2.1.1</al></entry><entry/><entry><al>voor het eenmaal per week ledigen van één   rolemmer  </al></entry><entry><al>€</al></entry><entry><al>299,55</al></entry></row><row><entry><al>2.1.2</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>voor het aanbieden van drie zakken per week via een ondergrondse</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry/><entry/><entry><al>verzamelcontainer</al></entry><entry><al>€ </al></entry><entry><al>299,55</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Behoort bij besluit van de raad van 19 december 2019   </al><al>Mij bekend,  </al><al/><al/><al>de griffier  </al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>