<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR63421_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening professionele instellingen gemeente Kerkrade</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Kerkrade</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Kerkrade</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zuid-Limburger 01-10-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening professionele instellingen gemeente Kerkrade</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-09-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-10-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>08Rb034</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Algemene subsidie verordening welzijnsinstellingen gemeente Kerkrade 2005 en de deelverordening professionele welzijnsinstelligen gemeente Kerkrade 2005</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>SUBSIDIEVERORDENING PROFESSIONELE INSTELLINGEN GEMEENTE KERKRADE</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><al><vet>a. Accountantsrapport</vet></al><al>Een rapportage omtrent het onderzoek van een registeraccountant of een accountant administratie consulent naar de juistheid, tijdigheid, volledigheid en getrouwheid van de verstrekte informatie over de verleende subsidie;</al><al/><al><vet>b. Activiteit</vet></al><al>De activiteit die door de instelling zal worden uitgevoerd en die door het college kan worden gesubsidieerd. De prestaties worden in meetbare termen gedefinieerd, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is.</al><al/><al><vet>c. Activiteitenplan</vet></al><al>Naast het genoemde in artikel 4:62 Awb bevat het plan een overzicht van voorgenomen activiteiten, zo mogelijk vertaald naar meetbare prestaties en beoogde effecten, alsmede de relatie van de voorgenomen activiteiten met het gemeentelijk beleid.</al><al/><al><vet>d. Afkoopsom</vet></al><al>Het bedrag waarop een subsidie (jaarlijks) wordt vastgesteld.</al><al/><al><vet>e. Awb</vet></al><al>Algemene wet bestuursrecht</al><al/><al><vet>f. Begroting</vet></al><al>Een raming van baten en lasten</al><al/><al><vet>g. Beleidsregel</vet></al><al>Zoals bedoeld in artikel 1:3 lid 4 Awb</al><al/><al><vet>h. Bestuursorgaan</vet></al><al>De raad dan wel het college van de gemeente Kerkrade.</al><al/><al><vet>i. Boekjaar</vet></al><al>Een boekjaar is gelijk aan een kalenderjaar.</al><al/><al><vet>j. Budgetsubsidie</vet></al><al>Een vooraf voor een bepaalde periode toegekende subsidie ten behoeve van de uitvoering van één of meer activiteiten die het college van belang acht. Dit kan in de vorm van een afkoopsom, vastgelegd in een beschikking en eventueel een uitvoeringsovereenkomst.</al><al/><al><vet>k. College</vet></al><al>Het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade.</al><al/><al><vet>l. Eigen vermogen</vet></al><al>Het verschil tussen bezittingen en schulden.</al><al/><al><vet>m. Incidentele subsidie</vet></al><al>Een eenmalig (waarderings)subsidie die het college verstrekt voor een activiteit met een eenmalig of experimenteel karakter. </al><al/><al><vet>n. Prestatie</vet></al><al>In meetbare eenheden omschreven resultaten. </al><al/><al><vet>o. Professionele instelling</vet></al><al>Een instelling, wier taken voornamelijk uitgevoerd worden door één of meer personen in dienst op grond van een landelijke CAO of een anderszins gereguleerde arbeids- overeenkomst, en als zodanig door het college aangewezen.</al><al/><al><vet>p. Raad</vet></al><al>De gemeenteraad van Kerkrade.</al><al/><al><vet>q. Rechtspersoon</vet></al><al>Een rechtspersoon als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek, Boek 2; titel 6 (stichtingen), die zich de behartiging van de belangen van ideële en/of materiële aard van de inwoners van Kerkrade ten doel stelt.</al><al/><al><vet>r. Rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid</vet></al><al>Een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid conform artikel 2:27 BW en artikel 2:289 BW.</al><al/><al><vet>s. Reserves</vet></al><al>Vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die, bedrijfseconomisch gezien, vrij besteedbaar zijn. De egalisatiereserve is bedoeld om fluctuaties in de kosten op te vangen, de bestemmingsreserve is gericht op een bepaalde bestemming. </al><al/><al><vet>t. Subsidie</vet></al><al>Zoals bedoeld in artikel 4:21 Awb lid 1.</al><al/><al><vet>u. Subsidiebeschikking</vet></al><al>Een door het college genomen besluit tot: </al><al>• het verlenen van een subsidie; </al><al>• het afwijzen van een verzoek om subsidie; </al><al>• het definitief vaststellen van een subsidie; </al><al>• het intrekken of wijzigen van een besluit tot subsidieverlening of subsidievaststelling; </al><al>• het verlenen van voorschotten. </al><al/><al><vet>v. Subsidieperiode</vet></al><al>Het in de subsidiebeschikking en/of uitvoeringsovereenkomst bepaalde respectievelijk overeengekomen tijdvak waarvoor de subsidie is verstrekt. De subsidies van structurele aard kunnen voor één boekjaar of voor een aantal boekjaren worden verstrekt.</al><al/><al><vet>w. Subsidieplafond</vet></al><al>Zoals bedoeld in artikel 4:22 Awb. </al><al/><al><vet>x. Subsidievaststelling</vet></al><al>De beschikking waarbij het bedrag van de subsidie wordt vastgesteld en dat een onvoorwaardelijke aanspraak geeft op betaling van het vastgestelde bedrag. </al><al/><al><vet>y. Subsidieverlening</vet></al><al>De beschikking die voorafgaand aan de subsidiabele activiteit wordt gegeven, waarbij een omschrijving van te leveren prestaties, de maximale hoogte van het subsidiebedrag en de aan de subsidie verbonden verplichtingen worden meegedeeld.</al><al/><al><vet>z. Subsidieverstrekking</vet></al><al>De verzamelterm voor het toekennen van subsidie wat zowel subsidieverlening als subsidievaststelling omvat.</al><al/><al><vet>aa. Uitvoeringsovereenkomst (subsidieovereenkomst)</vet></al><al>De overeenkomst die door de subsidieontvanger en het college kan worden gesloten ter uitwerking van de subsidiebeschikking. Daarin wordt in elk geval aangegeven: </al><al>• de looptijd van de subsidie; </al><al>• de maximale hoogte van het subsidiebedrag; </al><al>• de te verrichten activiteiten; </al><al>• de doelgroep met betrekking tot de te leveren activiteiten en </al><al>• de wijze waarop deze verantwoord moeten worden.</al><al/><al><vet>bb. Voorziening</vet></al><al>Een voorziening als bedoeld in artikel 374, lid 1 Boek 2 BW, voorzover deze als zodanig door het college als redelijk is aangemerkt. Het college kan terzake beleidsregels vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op alle subsidiebesluiten voor activiteiten verricht op alle gemeentelijke beleidsterreinen door professionele instellingen werkzaam binnen de gemeente Kerkrade.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als soorten subsidies onderscheidt deze verordening: budgetsubsidies en incidentele subsidies. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij budgetsubsidies kan het college direct tot subsidievaststelling besluiten, tenzij de raad anders bepaalt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college bepaalt welke professionele instellingen in aanmerking komen voor subsidieverlening op grond van budgetsubsidiëring.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij incidentele subsidies vindt eerst subsidieverlening plaats. Pas na goedkeuring van de overgelegde financiële verantwoording vindt de subsidievaststelling plaats. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bevoegdheidsverdeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen de door de raad vastgestelde begroting kan het college een of meer subsidieplafonds vaststellen en bepalen hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college, belast met de uitvoering van deze verordening, is bevoegd te beschikken omtrent subsidies.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan voor het indienen van aanvragen en het verstrekken van gegevens aanvraagformulieren vaststellen ten behoeve van de subsidieverlening en subsidie- vaststelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Subsidiesoorten/vormen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies worden in de vorm van een budgetsubsidie of in de vorm van een incidentele subsidie verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een budgetsubsidie wordt verstrekt voor jaarlijks terugkerende activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een incidentele subsidie wordt verstrekt voor: </al><al> a. activiteiten met een eenmalig of bijzonder karakter. Deze subsidie kan voor ten hoogste vier aaneensluitende kalenderjaren worden verstrekt; </al><al>b. buitengewone kosten ten aanzien van huisvestingskosten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan voor incidentele subsidies één of meer beleidsregels vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Subsidies kunnen voor één kalenderjaar of voor meerdere jaren worden verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidiegerechtigden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie wordt alleen verstrekt ten behoeve van activiteiten georganiseerd door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die zich ten doel stelt activiteiten te verrichten die passen binnen het beleid van de gemeente Kerkrade. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd een subsidie te verstrekken, indien de aard van de te verrichten activiteiten daartoe aanleiding geeft, aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid in oprichting. De in deze verordening opgenomen bepalingen zijn, voor zover mogelijk, van overeenkomstige toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Maximale subsidieduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie wordt in beginsel verstrekt voor een tijdvak van maximaal één boek jaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een meerjarige subsidie verstrekken, doch de maximale duur van een subsidieperiode is vier boekjaren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een meerjarige subsidie wordt verstrekt, wordt in de beschikking aangegeven op welk bedrag de subsidieaanvrager elk boekjaar recht heeft.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een meerjarige subsidie wordt verstrekt, kan aan de subsidie de verplichting verbonden worden tot het periodiek aan het college verstrekken van gegevens. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar tenzij bij de beschikking anders is bepaald. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Criteria voor subsidieverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie wordt slechts verstrekt indien de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een gemeentelijk belang dienen en in voldoende mate overeenstemmen met de door de raad en het college geformuleerde beleidsdoelstellingen en prioriteiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvrager dient te kunnen aantonen dat de verwachting gerechtvaardigd is, dat de doelstellingen kunnen worden gerealiseerd met de ter beschikking staande financiële middelen met inbegrip van de te verstrekken subsidie en dat er een effectieve en doelmatige werkwijze wordt toegepast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Subsidies kunnen uitsluitend worden verstrekt ten behoeve van activiteiten waarvan niemand op grond van ras, godsdienst, geslacht, afkomst, seksuele voorkeur of anderszins wordt uitgesloten, tenzij dit geschiedt met het doel een bestaande achterstand te verminderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Doelstelling en werkwijze van de subsidieontvanger mogen niet strijdig zijn met het recht, het algemeen belang en/of openbare orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidie wordt, naast het in artikel 4:25 Awb genoemde geval, geweigerd indien de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met het recht, het algemeen belang en/of de openbare orde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidieverlening kan worden geweigerd indien: </al><al>a. de activiteiten reeds plaatsgevonden hebben alvorens een aanvraag om subsidie is ingediend; </al><al>b. de aanvrager niet staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel gedurende een bepaalde periode, voor zover dat door het college is bepaald. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een subsidieverlening kan, naast de in artikel 4:35 Awb genoemde gevallen, geweigerd worden indien gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat: </al><al>a. de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op het gemeentelijk belang of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente Kerkrade; </al><al> b. de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; </al><al>c. de aanvrager ook zonder subsidieverlening over voldoende gelden kan beschikken, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden om de kosten van de activiteiten te dekken. Onder eigen middelen wordt verstaan: deelnemersbijdragen, donaties, erfstellingen, legaten en gelden in reserves en voorzieningen; </al><al>d. het subsidieverzoek niet past binnen het beleid van de gemeente Kerkrade.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekking en wijziging subsidieverlening/vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Conform het bepaalde in artikel 4:48 Awb kan het college zolang de subsidie niet is vastgesteld, een beschikking tot subsidieverlening intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Conform het bepaalde in artikel 4:49 Awb kan het college een beschikking tot subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Naast het bepaalde in artikel 4:50 Awb kan het college zolang de subsidie niet is vastgesteld, een lopende subsidieverlening tevens intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen, indien de werkelijke kosten voor uitvoering van de activiteit(en) lager zijn uitgevallen dan de kosten die zijn opgenomen in de bij de subsidieaanvraag bijgevoegde begroting. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Conform het bepaalde in artikel 4:51 Awb kan het college de voortzetting van de subsidie weigeren. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Betaling, bevoorschotting en terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het subsidiebedrag wordt binnen 4 weken na de subsidievaststelling betaald. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de subsidieontvanger voorschotten verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De beschikking vermeldt het bedrag van het voorschot, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald, alsmede de data waarop de voorschotten worden betaald. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Tenzij in de beschikking anders is bepaald, bedraagt het voorschot bij incidentele subsidies 90% van het te verstrekken subsidiebedrag.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een onverschuldigd betaald subsidiebedrag of —voorschot kan worden teruggevorderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Begrotingsvoorwaarde</titel></kop><al>Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd kan in de beschikking tot verstrekking van de subsidie het voorbehoud worden gemaakt dat voldoende financiële middelen beschikbaar worden gesteld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Andere financiële bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Reserves en voorzieningen, voor zover niet genoemd in deze verordening, kunnen alleen gevormd worden op verzoek van of met toestemming van het college. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover het verstrekken van subsidie heeft geleid tot vermogensvorming is de subsidieontvanger aan het college een vergoeding verschuldigd overeenkomstig artikel 4:41 Awb. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door een onafhankelijke deskundige.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Budgetsubsidies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Afdeling 4.2.8 Awb</titel></kop><al>Op de verstrekking van budgetsubsidies is afdeling 4.2.8 Awb van toepassing. Het college kan bepalingen uit afdeling 4.2.8 Awb ook op incidentele subsidies van toepassing verklaren. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Aanvraag tot subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 4:60 Awb wordt een schriftelijke aanvraag voor een budgetsubsidie ingediend bij het college vóór 1 mei van het jaar voorafgaande aan dat, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 4:5 Awb kan het college besluiten de aanvraag buiten behandeling te laten indien een aanvraag niet op het in het eerste lid genoemde tijdstip is ingediend, mits de aanvrager in de gelegenheid is gesteld, binnen een door het college gestelde termijn, de aanvraag alsnog in te dienen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Vereisten aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat een aanvraag voor een budgetsubsidie naast de formele vereisten conform artikel 4:2 Awb en gegevens conform de artikelen 4:61 tot en met 4:63 Awb en artikel 4:65 Awb de volgende gegevens bevat: </al><al> a. een beschrijving van de doelgroep en het beoogde resultaat van de activiteiten in relatie tot de gestelde doelen, indien mogelijk, uitgedrukt in meetbare resultaten; </al><al>b. voorgenomen en doorgevoerde wijzigingen van het bestuur c.q. van de statuten; </al><al>c. een opgave van de met de instelling gelieerde rechtspersonen en de aard van de betrekking met die rechtspersoon; </al><al>d. een overzicht van de ruimtelijke voorziening(en), waar de activiteit(en word(t)(en) uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een eerste aanvraag worden door de aanvrager, naast het bepaalde in het eerste lid en artikel 4:64 Awb de volgende gegevens verschaft: a. een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel; </al><al>b. een opgave van de bestuurssamenstelling; </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Beschikking tot subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening wordt gegeven uiterlijk 31 december voorafgaande aan het jaar waarvoor subsidie is aangevraagd</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschikking tot subsidieverlening bevat naast het bepaalde in de artikelen 4:30 tot en met 4:32 Awb: de subsidieverplichtingen.</al><al/><al>In de beschikking tot subsidieverlening kunnen de volgende zaken worden opgenomen: </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>een begrotingsvoorwaarde conform artikel 4:34 Awb;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>dat ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening een uitvoeringsovereenkomst wordt gesloten conform artikel 4:36 Awb;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>een vergoedingsplicht bij vermogensvorming conform artikel 4:41 Awb, waarin tevens wordt aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald; </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>de wijze van (tussentijdse) rapportage: de gegevensverstrekking over de voortgang van de realisering van de activiteiten, indien mogelijk, geformuleerd in prestatie-indicatoren;</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>de betalingstermijn;</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>de wijze van bevoorschotting;</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>de vereiste reikwijdte en intensiteit van de accountantscontrole. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd de uit de wet voortvloeiende verplichtingen in artikel 4:69 en artikel 4:70 Awb kan het college de subsidieontvanger een toestemmingsvereiste opleggen voor de in artikel 4:71 lid 1 Awb genoemde (rechts)handelingen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen conform artikel 4:38 lid 1 Awb die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. Deze doelgebonden verplichtingen kunnen onder meer betrekking hebben op: </al><al> a. de kennis en ervaring van personeel voor zover dat personeel betrokken is bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten; </al><al>b. de wijze waarop gebruikers, vrijwilligers en beroepskrachten worden betrokken bij het ontwikkelen en uitvoeren van beleid van de subsidieontvanger; </al><al>c. aard, deugdelijkheid, inrichting, beheer en toegankelijkheid van voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan tevens niet doelgebonden verplichtingen opleggen conform artikel 4:39 lid 1 Awb met het oog op onder meer: a. milieubelangen; </al><al> b. bescherming van minderheden; </al><al>c. emancipatorische aangelegenheden; </al><al>d. publicatie van de door de gemeente Kerkrade verstrekte subsidie. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht alle medewerking te verlenen aan een toezichthouder, die belast wordt met het houden van toezicht op de naleving van de aan de subsidieontvanger opgelegde verplichtingen conform artikel 4:59 Awb en mee te werken aan eventuele onderzoeken van de rekenkamercommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien geen beschikking tot subsidieverlening is afgegeven, is op de beschikking tot vaststelling het bepaalde in artikel 17 lid 2 en 3 van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan direct tot vaststelling besluiten. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van artikel 4:74 Awb dient de subsidieontvanger die een beschikking tot verlening van een budgetsubsidie heeft ontvangen vóór 1 juli volgend op het jaar waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij het college.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de aanvraag na afloop van genoemde termijn niet is ingediend, stelt het college de subsidieontvanger een termijn van vier weken binnen welke de aanvraag alsnog moet zijn ingediend. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien na afloop van de in het tweede lid genoemde termijn geen aanvraag tot vaststelling is ingediend, stelt het college de subsidie ambtshalve vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Jaarrapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 4:75 en 4:76 Awb bevat het financieel verslag een specificatie ter verantwoording hoe de door de gemeente Kerkrade verstrekte subsidiegelden specifiek zijn aangewend ter verwezenlijking van de gestelde doelen ingeval de subsidieaanvrager subsidie en/of financiële middelen ontvangt van respectievelijk bestuursorganen van andere overheden en/of additionele financiers.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 4:76 Awb is van overeenkomstige toepassing indien de subsidieontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gecontroleerde jaarrekening dient uiterlijk op 1 juli te worden overlegd. Het college bepaalt per professionele instelling in de subsidiebeschikking of de gecontroleerde jaarrekening van een accountantsrapport dan wel enige andere beoordeling moet zijn voorzien. In de subsidiebeschikking dan wel de uitwerkingsovereenkomst bij de subsidiebeschikking kan het college de nadere verplichtingen opnemen waaraan de accountantscontrole moet voldoen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college legt per instelling de verplichting op om een (jaar-)rapportage in te dienen. Bij uitwerkingsovereenkomst of subsidiebeschikking kunnen nadere regels worden gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Beschikking tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beschikking tot subsidievaststelling wordt binnen 3 maanden na ontvangst van alle vereiste bescheiden, doch uiterlijk 31 december van het jaar volgend op het jaar waarvoor subsidie is verleend, gegeven, tenzij in de beschikking tot subsidieverlening zoals bedoeld in artikel 16 anders is bepaald. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de beschikking niet binnen 3 maanden gegeven kan worden, deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt het een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien géén beschikking tot subsidieverlening is afgegeven, is op de beschikking tot vaststelling het bepaalde in artikel 16 lid 2 en 3 van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan van de bepalingen in deze verordening afwijken, voor zover toepassing ervan zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Bijzondere gevallen</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet of niet voldoende voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend of vastgesteld blijven de bepalingen zoals die zijn opgenomen in de “Algemene subsidieverordening welzijnsinstellingen gemeente Kerkrade 2005” en in de “Deelverordening professionele welzijnsinstellingen gemeente Kerkrade 2005” van toepassing. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vaststelling van voor de inwerkingtreding van deze verordening verleende incidentele subsidies vindt plaats overeenkomstig de bepalingen van de “Algemene subsidieverordening welzijnsinstellingen gemeente Kerkrade 2005” en de “Deelverordening professionele welzijnsinstellingen gemeente Kerkrade 2005”.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Beslissingen op aanvragen voor budgetsubsidies, welke zijn ingediend voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening, worden genomen overeenkomstig de bepalingen van de nieuwe verordening te weten de Subsidieverordening professionele instellingen gemeente Kerkrade. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt drie dagen na bekendmaking in werking onder gelijktijdige intrekking van de “Algemene subsidieverordening welzijnsinstellingen gemeente Kerkrade 2005” en de “Deelverordening professionele welzijnsinstellingen gemeente Kerkrade 2005”. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan aangehaald worden als “Subsidieverordening professionele instellingen gemeente Kerkrade”. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade, in zijn openbare vergadering d.d. 24 september 2008.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>J.J.M. Som plv. J. Schrijnemaekers </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel>Toelichting Subsidieverordening professionele instellingen gemeente Kerkrade</titel></kop><al><vet>Inleiding </vet></al><al/><al>In het kader van het vereenvoudigen, het creëren van helderheid en  eenduidigheid en het terugbrengen van het aantal subsidiebepalingen was het  noodzakelijk om in de bestaande verordeningen, te weten “De algemene  subsidieverordening welzijnsinstellingen Gemeente Kerkrade 2005” en de daaraan  gekoppelde deelverordeningen met betrekking tot de professionele en  niet-professionele welzijnsinstellingen, wijzigingen aan te brengen.  </al><al/><al>Gekozen werd om de systematiek van een algemene subsidieverordening plus een  of meer deelverordeningen niet langer te handhaven en in de plaats daarvan een  subsidieverordening voor professionele instellingen en een subsidieverordening  voor vrijwilligersorganisaties op te stellen.  </al><al/><al>In deze verordening zijn de subsidiebepalingen voor professionele  instellingen in Kerkrade opgenomen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen  budgetsubsidiëring en incidentele subsidiëring. Voor het stellen van nadere  inhoudelijke en financiële criteria kan het college beleidsregels opstellen.  </al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijving  </vet></al><al>Voor de toelichting op de begrippen  die in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn opgenomen zijn de titels 4.1 en  4.2 van de Algemene wet bestuursrecht bij deze verordening bijgevoegd.  </al><al/><al><vet>Budgetsubsidie</vet></al><al> Budgetsubsidiëring houdt in, dat een bepaalde  prestatie wordt geboden voor een bepaald beschikbaar gesteld budget. Kenmerkend  voor deze vorm van subsidiëring is dat zij betrekking heeft op bepaalde  activiteiten en leidt tot minder administratief werk. Budgetsubsidiëring kan in  de vorm van een jaarlijkse afkoopsom plaatsvinden.  </al><al/><al><vet>Incidentele subsidie</vet></al><al> Als voorbeelden gelden onder andere  waarderingssubsidies, projectsubsidies, startsubsidies of subsidies voor  eenmalige activiteiten. Waarderingssubsidies zijn subsidies die het college  verstrekt als waardering indien het bepaalde activiteiten van belang acht zonder  deze naar aard en omvang te willen beïnvloeden.  </al><al/><al><vet>Reserve  </vet></al><al>In de praktijk bestaat nogal eens onduidelijkheid welke  regels er gelden met betrekking tot reservevorming en —besteding. Het verdient  aanbeveling ter zake nadere afspraken met de afzonderlijke instellingen te  maken.  Het systeem van budgetsubsidiëring gaat ervan uit dat een eenmaal  toegekend subsidie in principe niet meer wordt teruggevorderd. Dit betekent dat  een eventueel batig exploitatiesaldo behouden blijft voor de instelling. Wel  wordt bij de bepaling van de subsidie voor het daaropvolgend begrotingsjaar c.q.  begrotingsperiode rekening gehouden met de opgebouwde reserves, welke oorsprong  deze ook hebben. In principe zal de instelling voor de bekostiging van de  voorgestelde activiteiten allereerst een beroep moeten doen op deze reserves. De  gemeente zal dan hooguit aanvullend subsidiëren.  Het deel van de reserves  dat het afgesproken reservepercentage niet te boven gaat, blijft hier echter  buiten; hierdoor krijgt de instelling de (financiële) prikkel om naar een  gunstig exploitatieresultaat te streven.</al><al/><al><vet>Subsidie</vet></al><al> Het subsidiebegrip is exact vastgelegd in artikel 4:21  Awb. De Awb zondert een aantal subsidies uit van titel 4.2. Niet als  Awb-subsidies zijn aan te merken:</al><al>  1. de uitgaven gebaseerd op  gemeenschappelijke regelingen;  </al><al>2. contributies en lidmaatschappen;  </al><al> 3. deelnemingen als aandeelhouder in n.v./b.v. en dergelijke;   4. bestuurscompensatie (schadevergoeding).  </al><al/><al><vet>Uitvoeringsovereenkomst </vet></al><al> Deze overeenkomst dient ter uitwerking van  de subsidiebeschikking. Voorzover niet in de subsidiebeschikking vermeld, wordt  in de uitwerkingsovereenkomst in ieder geval aangegeven: de looptijd van het  subsidie, de maximale hoogte van het subsidiebedrag, de te verrichten  activiteiten, de doelgroepen in relatie tot de te verrichten activiteiten, de  wijze waarop daarover verantwoording wordt afgelegd.  Daarnaast kunnen ook  nog andere, inhoudelijk gerelateerde zaken in de uitwerkingsovereenkomst worden  opgenomen. Te denken valt aan kwaliteitseisen, voorwaarden ten aanzien van  samenwerking, et cetera. Het college kan ter zake nadere regels vaststellen.   De uitvoeringsovereenkomst komt tot stand in overleg tussen de instelling en  het college. Het kader voor dit overleg vormt het gemeentelijk beleid en het  beschikbare budgetsubsidie in relatie tot het door de instelling ingediende  activiteitenplan met bijbehorende begroting.  </al><al/><al><vet>Artikel 2 Reikwijdte</vet></al><al>  De subsidieverordening heeft betrekking op  alle subsidies aan professionele instellingen werkzaam binnen de gemeente  Kerkrade. Deze verordening biedt de in artikel 4:23 lid1 Awb vereiste wettelijke  grondslag voor het verstrekken van subsidies door de gemeente.  Artikel 4:23  lid 3 Awb bevat de uitzonderingen op de eis van een wettelijke grondslag. Deze  wettelijke grondslag is niet van toepassing: </al><al> 1. in afwachting van de  totstandkoming van een wettelijk voorschrift gedurende ten hoogste een jaar of  totdat een binnen dat jaar bij de Staten-Generaal ingediend wetsvoorstel is  verworpen of tot wet is verheven en in werking is getreden;  </al><al>2. bij subsidies  die verstrekt worden op grond van Europese regelgeving;  3. subsidies die  vermeld zijn in de begroting of de toelichting daarop;  </al><al>4. bij incidentele  subsidies voor maximaal 4 jaar.  </al><al/><al><vet>Artikel 8 Weigeringsgronden</vet>  </al><al>  Indien door een toewijzing van een  subsidieaanvraag het subsidieplafond zou worden overschreden, dan moet het  college de subsidie op grond van artikel 4:25 lid 2 Awb weigeren. Het college  kan voorts subsidie weigeren op grond van de in artikel 4:35 Awb geregelde  gronden, dan wel zelf bij beleidsregel andere weigeringsgronden vaststellen.</al><al/><al><vet>Artikel 9 Intrekking en wijziging subsidieverlening/vaststelling</vet>   Zolang een verleend subsidie nog niet is vastgesteld kan het college op  grond van de vijf in artikel 4:48 Awb opgenomen gronden de subsidieverlening  intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen. De intrekking of  wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend,  tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.  Een reeds  vastgesteld subsidie kan op grond van de in artikel 4:49 Awb opgenomen gronden  worden ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger worden gewijzigd.   </al><al>Artikel 4:50 Awb is van toepassing als het college gedurende het tijdvak een  lopende subsidieverlening wil intrekken of wijzigen. Intrekking of wijziging op  grond van genoemd artikel heeft alleen effect voor de toekomst. Het college zal  bij intrekking of wijziging een redelijke termijn in acht moeten nemen. De  redelijke termijn start als de intrekkings- of wijzigingsbeschikking aan de  subsidieontvanger bekend is gemaakt. De subsidieontvanger moet de tijd gegund  worden om de verplichtingen jegens derden op zorgvuldige wijze af te wikkelen. </al><al>  Artikel 4:51 Awb betreft het niet afgeven van een nieuwe beschikking voor  een aansluitende periode wegens veranderde omstandigheden of gewijzigde  inzichten. Subsidieontvangers, die tenminste drie jaar achtereen subsidie hebben  ontvangen worden door artikel 4:51 Awb beschermd. Van de in de Awb vermelde  termijn van drie of meer achtereenvolgende jaren kan niet worden afgeweken.   </al><al>Artikel 4:12 lid 2 Awb regelt dat het college in de onder sub a — c genoemde  gevallen een hoorplicht overeenkomstig de bepalingen van artikel 4:7 en 4:8 Awb  heeft.  </al><al/><al><vet>Artikel 10  Betaling, bevoorschotting en terugvordering</vet></al><al>  Een  besluit tot vaststelling van een subsidie heeft een betalingsplicht tot gevolg.  Budget subsidies worden overeenkomstig de vaststelling uitbetaald in twaalf  maandelijkse termijnen.  Als regel vindt bevoorschotting plaats op basis van  de beschikking tot subsidieverlening. Daarin wordt, behoudens de te stellen  andere voorwaarden, bepaald: de hoogte van de voorschotten, de wijze waarop de  bevoorschotting plaats vindt en voor welke datum de verantwoording en financiële  afrekening moet worden ingediend. Na het indienen van de afrekening volgt de  beschikking tot subsidievaststelling, waarin de betaalde voorschotten verrekend  worden met het bedrag van de vastgestelde subsidie.  </al><al/><al><vet>Artikel 11  Begrotingsvoorwaarde  </vet></al><al>Bij de subsidieverlening kan een  begrotingsvoorbehoud worden gemaakt. Om rechtsverwerking te voorkomen, moet  binnen vier weken na vaststelling of goedkeuring van de begroting op dit  voorbehoud een beroep worden gedaan.  </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2 Budgetsubsidies</vet></al><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al> Gelet op de nodige  deskundigheid en de continuïteit van het professionele werk binnen de gemeente  Kerkrade komen in beginsel slechts door het college erkende professionele  instellingen voor subsidiëring van activiteiten en taken in aanmerking. Hiermee  wordt enerzijds beoogd, dat genoemde instellingen zich blijven richten op hun  kernactiviteiten en dat ondoelmatige overlappingen worden tegengegaan. Met  behulp van dit beginsel wordt tevens afgeremd, dat externe of commerciële  instellingen zich ten koste van wachtgeldverplichtingen ten aanzien van de  erkende instellingen selectief richten op deelactiviteiten, die met het oog op  de te verwerven inkomsten aantrekkelijk zouden zijn.  </al><al/><al>Voorop staat dat de nodige flexibiliteit aanwezig moet zijn om op  maatschappelijke ontwikkelingen alert en doelmatig te kunnen reageren. Het is  dan ook van eminent belang dat er regelmatig afstemming plaatsvindt tussen de  subsidieontvanger, de gemeente en mogelijk andere partijen. Het gemeentelijk  beleid en het maatschappelijk belang staan daarbij voorop.  </al><al/><al>Om de professionele organisatie in de gelegenheid te stellen een  meerjarenbeleid op te stellen, waarbij ook zekerheid over de financiële  onderbouwing bestaat, kan het college besluiten meerjarige subsidies te  verstrekken. De jaarlijkse afrekeningen en tussentijdse voortgangsrapportages  zorgen voor een nauwe aansluiting bij de per kalenderjaar verstrekte  subsidies.    </al><al/><al><vet>Artikel 15  Vereisten aanvraag</vet></al><al>  Naast de wettelijke verplichtingen  kan het college bepalen welke aanvullende gegevens bij de subsidieaanvraag  bijgevoegd dienen te worden.  </al><al/><al><vet>Artikel 17  Verplichtingen</vet></al><al> Het doelmatig en rechtmatig besteden  van subsidiegelden wordt bevorderd door het opleggen van verplichtingen aan de  subsidieontvanger. Sommige verplichtingen vloeien rechtstreeks voort uit de  bepalingen van subsidietitel 4.2 Awb. Het college kan de subsidieontvanger ook  andere, doelgebonden en niet-doelgebonden verplichtingen op-leggen.  </al><al/><al><vet>Artikel 22  Bijzondere gevallen</vet></al><al> Dit artikel is bedoeld om het  college de bevoegdheid te geven in bijzondere gevallen waarin deze  subsidieverordening niet voorziet, een beslissing te nemen. Deze bijzondere  gevallen moeten wel passen in de geest van deze verordening.  </al><al/><al>De overige in deze toelichting niet opgenomen artikelen spreken voor zich en  behoeven geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>