<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR6333_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissies gemeente Capelle aan den IJssel 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">IJsselpost, 22-10-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissies gemeente Capelle aan den IJssel 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-02-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-02-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-10-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Verzameling 2007, nr. 2 / a</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>1.In artikel 34 is bepaald dat de Commissieverordening van de raad van de gemeente Capelle aan den IJssel vervalt met ingang van de dag dat deze verordening in werking treedt.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de raadscommissies gemeente Capelle aan den IJssel 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Capelle aan den IJssel;</al><al>gelet op artikel 82 van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de volgende verordening: </al><al><vet>Verordening op de raadscommissies gemeente Capelle aan den IJssel
                                2007.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>lid: lid van een raadscommissie;</al></li><li nr="b."><al>voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="c."><al>commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="d."><al>griffier: griffier van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="e."><al>vergadering: vergadering van een raadscommissie;</al></li><li nr="f."><al>presidium: de voorzitter van de raad en diens plaatsvervanger,
                                    alsmede de commissievoorzitters of hun plaatsvervangers.</al></li><li nr="g."><al>portefeuillehouder: het lid van het college van burgemeester en
                                    wethouders tot wiens taak en verantwoordelijkheid een onderdeel
                                    van het bestuur van de gemeente behoort.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>INSTELLING, TAKEN EN SAMENSTELLING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt de volgende raadscommissies in:</al><lijst><li nr="a."><al>Algemene Zaken en Veiligheid;</al></li><li nr="b."><al>Dienstverlening;</al></li><li nr="c."><al>Middelen en Buitenruimte;</al></li><li nr="d."><al>Stedelijke Ontwikkeling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad regelt in een apart besluit de onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het
                                onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies besproken, tenzij de
                                voorzitters van de betrokken raadscommissies in overleg beslissen
                                dat een gezamenlijke vergadering van de raadscommissies wordt belegd
                                of de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, het
                                onderwerp behandelt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt
                                belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het
                                onderwerp het meest aangaat, de taken van de voorzitter. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken</titel></kop><al>Een raadscommissie heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of
                                    onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2, tweede, derde
                                    of vierde lid, genoemde onderwerpen;</al></li><li nr="b."><al>het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging;</al></li><li nr="c."><al>voeren van overleg met het college of de burgemeester over in
                                    ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte
                                    inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in
                                    artikel 2, tweede lid, derde of vierde lid, genoemde
                                    onderwerpen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadscommissie bestaat ten hoogste uit:</al><lijst><li nr="a."><al>één lid per fractie, indien de fractie maximaal vier leden
                                        telt;</al></li><li nr="b."><al>twee leden per fractie, indien de fractie meer dan vier
                                        leden telt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad op
                                voordracht van de fracties benoemd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid kan zowel raadslid als niet-raadslid zijn. De artikelen 10,
                                11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige
                                toepassing op een lid van een raadscommissie. De in het eerste lid
                                genoemde leden dienen daarnaast tijdens de laatste verkiezingen van
                                de raad geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van een fractie. De
                                voorzitter van de raad roept een toegelaten lid van een
                                raadscommissie op om voorafgaand aan de raadscommissievergadering,
                                waarin het lid voor het eerst zitting heeft, de voorgeschreven eed
                                of belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De fracties zijn vrij, met inachtneming van het eerste lid, leden af
                                te vaardigen naar een commissie. Per agendapunt voert slechts één
                                fractielid het woord. Indien meerdere fractieleden zitting hebben in
                                een raadscommissie delen de fractieleden voorafgaand aan de
                                vergadering aan de commissiegriffier mee wie namens de fractie het
                                woord voert.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter is geen lid van de raadscommissie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van deze verordening;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun
                                plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de
                                zittingsperiode van de raad. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een
                                raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4,
                                vierde lid, gestelde eisen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens
                                voordracht het lid is benoemd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan de voorzitter ontslaan. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde
                                ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad.
                                Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of
                                zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
                                raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming
                                van artikelen 4 en 5. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                                vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die
                                fractie is benoemd, van rechtswege. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Griffier en commissiegriffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een
                                medewerker van de griffie aan als commissiegriffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door
                                daartoe aangewezen medewerker van de griffie, of een daartoe, in
                                overleg met de gemeentesecretaris, aangewezen ambtenaar. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>AANWEZIGHEID COLLEGE, BURGEMEESTER EN SECRETARIS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter kan één of meer portefeuillehouders uitnodigen in de
                                vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te
                                nemen. De portefeuillehouders kunnen zich doen bijstaan door één of
                                meer ambtenaren of deskundigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een portefeuillehouder bij een vergadering aanwezig wil zijn
                                en wil deelnemen aan de beraadslagingen, doet hij hiertoe een
                                verzoek aan de voorzitter. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter neemt zo spoedig mogelijk een voorlopige beslissing op
                                het verzoek. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raadscommissie of de voorzitter kan het college verzoeken de
                                secretaris aanwezig te laten zijn in de vergadering en deel te nemen
                                aan de beraadslagingen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>VERGADERINGEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>1</nr><titel>TIJDSTIP VAN VERGADEREN EN VOOREREIDING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissie plaats
                                    volgens een jaarlijksvooraf vast te stellen rooster. De
                                    vergaderingen vangen in de regel aan om 20.00 uur en vinden
                                    plaats in het gemeentehuis. In de regel wordt niet vergaderd
                                    tussen 17.00 en 19.00 uur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het
                                    nodig oordeelt of indien ten minste twee fracties schriftelijk
                                    met opgaaf van redenen daarom verzoeken. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of
                                    aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                    voert hierover overleg met de griffier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt ten minste tien dagen voor een vergadering
                                    de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag,
                                    het tijdstip en de plaats van de vergadering. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden verzonden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                    artikel 13, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                    voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk
                                    48 uur vóór aanvang van de vergadering aan de leden gezonden.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de
                                    voorzitter, gehoord het presidium, de agenda van de vergadering
                                    voorlopig vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur vóór de aanvang van
                                    een vergadering een aanvullende agenda opstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda
                                    vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                    raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan
                                    de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende
                                    voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college
                                    of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De
                                    raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of
                                    voorstel opnieuw geagendeerd wordt. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                    op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van
                                    de schriftelijke oproepvoor een ieder op het gemeentehuis ter
                                    inzage gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke
                                    oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan
                                    mededeling gedaan aan de leden en zo mogelijk in een openbare
                                    kennisgeving. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het gemeentehuis gebracht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier een lid inzage. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep
                                    door aankondiging in een in de gemeente verspreid huis- aan
                                    huisblad, in het gemeentelijk informatieblad en door plaatsing
                                    op de gemeentelijke website openbaar gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige
                                            agenda van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar eenieder de agenda en
                                            de daarbij behorende stukken kan inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht
                                            als bedoeld in artikel 17.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Daarnaast worden de bij de voorlopige agenda behorende stukken,
                                    indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente
                                    geplaatst.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>2</nr><titel>ORDE DER VERGADERING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de
                                presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst
                                door de voorzitter en de commissiegriffier door ondertekening
                                vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opening vergadering en quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                                    aanwezig is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder
                                    verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der
                                    afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een
                                    tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de
                                    schriftelijke oproep is gelegen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                    niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere
                                    aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien
                                    blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal
                                    zitting hebbende leden aanwezig is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de agenda wordt de mogelijkheid geboden voor aanwezige
                                    burgers om gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het
                                    woord voeren over geagendeerde en niet geagendeerde
                                    onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><lijst><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en
                                            beroep openstaat of heeft opengestaan;</al></li><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                            personen;</al></li><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de
                                            Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten
                                    minste 48 uur vóór de aanvang van de vergadering aan de
                                    griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en
                                    telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil
                                    voeren. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                    voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het
                                    belang is van de orde van de vergadering. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De
                                    voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als
                                    er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in
                                    bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de
                                    spreektijd. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                    verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de
                                    commissievergadering toestaan aan insprekers een korte,
                                    verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats
                                    tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. De
                                    voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van
                                    de inbreng van de burger. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Nadat de leden hebben gereageerd op het door de burger
                                    gesprokene stelt de voorzitter de betreffende burger kort in de
                                    gelegenheid nog iets te zeggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt, zo
                                    mogelijk, aan de leden toegezonden gelijktijdig met de
                                    schriftelijke oproep. Het conceptverslag wordt op hetzelfde
                                    moment aan de overige personen die het woord gevoerd hebben,
                                    toegezonden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het begin van de vergadering wordt, het verslag van de
                                    vorige vergadering vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden, de voorzitter en de portefeuillehouders hebben het
                                    recht, een voorstel tot wijziging van het verslag aan de
                                    raadscommissie te doen, indien het verslag onjuistheden bevat of
                                    niet duidelijk weergeven hetgeen gezegd of besloten is. Een
                                    voorstel tot verandering dient voor de aanvang van de
                                    vergadering schriftelijk bij de commissiegriffier te worden
                                    ingediend. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag moet inhouden: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de commissiegriffier,
                                    de burgemeester en de wethouders, de secretaris en de ter
                                    vergadering aanwezige leden, allen voorzover aanwezig, alsmede
                                    van de overige personen die het woord gevoerd hebben,
                                    afzonderlijk wordt vermeld </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>welke leden afwezig waren;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van
                                    de namen der aanwezigen die het woord voerden;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>een samenvatting van het advies aan de raad onder vermelding van
                                    de namen van de leden die mededeling hebben gedaan van hun goed-
                                    of afkeuring, en met aantekening van de namen van de leden die
                                    zich niet uitgelaten hebben;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van
                                    die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 26
                                    door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de
                                    beraadslagingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de
                                    griffier. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de
                                    commissiegriffier ondertekend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid, een portefeuillehouder of de secretaris voert het woord
                                    na het aan de voorzitter gevraagd en van de voorzitter gekregen
                                    te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan eenmaal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering
                                    mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                    toegelicht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie
                                    terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                        tenzij:</al></li><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van
                                        deze verordening te herinneren; </al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de
                                        spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                        afronden.</al></li><li nr="2."><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                        uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in </al></li></lijst><al>behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk
                                interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door
                                de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen
                                gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin
                                zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord
                                ontzeggen. </al><lijst><li nr="3."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering
                                        voor een door hem te bepalen tijd </al><al> schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt
                                        verstoord - de vergadering sluiten. </al></li><li nr="4."><al>De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid
                                        dat door zijn gedragingen de </al><al> geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in
                                        de vergadering te ontzeggen. </al></li><li nr="5."><al>Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming
                                        daarvan verlaat het lid de vergadering </al></li></lijst><al>onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij
                                herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste
                                drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                                    beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                                    schorsen, teneinde het college of de leden de gelegenheid te
                                    geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden
                                    hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de
                                    beraadslaging. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van
                                    het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt
                                    genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raadscommissie anders beslist. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of
                                    er een advies aan de raad wordt uitgebracht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt
                                    beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud
                                    van het advies. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het advies worden de standpunten van alle fracties en
                                    buitengewone leden opgenomen. </al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>BESLOTEN VERGADERING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag van een besloten vergadering wordt toegezonden aan de
                                leden van de desbetreffende raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                                ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de
                                raadscommissie een beslissing over het al dan niet openbaar maken
                                van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter
                                en de commissiegriffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                            overeenkomstig artikel 86, </al><al>eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en
                            het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raadscommissie kan
                            besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover,
                            indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom
                            verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>TOEHOORDERS EN PERS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde
                                van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die
                                bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten
                                hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                            beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter
                            en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet
                            zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoon</titel></kop><al>In de vergaderzaal met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het standby houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet
                            toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over
                            de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel
                            van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na
                            vaststelling. Op dat tijdstip vervalt de commissieverordening van de
                            raad van de gemeente Capelle aan den IJssel vastgesteld bij raadsbesluit
                            van 27/28 juni 2004, zoals sindsdien gewijzigd.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 12 februari 2007,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting</tussenkop><tussenkop>Toelichting op de verordening op de raadscommissies</tussenkop><tussenkop>Artikelgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALINGEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de verordening
                    moeten worden herhaald, zijn in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig
                    gedefinieerd.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 2 INSTELLING, TAKEN EN SAMENSTELLING</tussenkop><tussenkop>Artikel 2 Instelling raadscommissies</tussenkop><al>In deze verordening is gekozen voor een stelsel van meerdere
                    raadscommissies.</al><tussenkop>Artikel 3 Taken</tussenkop><al>De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van
                    de Gemeentewet. </al><al>De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met
                    het college of de burgemeester. Voor wat betreft de invulling van de taken van
                    de raadscommissies zijn ruwweg twee modellen te onderscheiden. In het eerste
                    model is een raadscommissie vooral gericht op voorbereiding en
                    informatievoorziening en vindt het politieke debat plaats in de raad, in het
                    tweede vindt het politieke debat plaats in een raadscommissie en geschiedt de
                    besluitvorming door de raad plaats.</al><al>De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking
                    in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De
                    raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook
                    dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de
                    raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van
                    kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan.</al><al>De raadscommissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. Dit betekent dat
                    niet het college, maar </al><al>(de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een voorstel aan de
                    raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt besproken.
                    Hierover kan uiteraard ook overleg plaatsvinden in het presidium (bestaande uit
                    de fractievoorzitters en de voorzitter van de raad)of de agendacommissie
                    (bestaande uit de voorzitters van de raadscommissies en de voorzitter van de
                    raad). Veelal zal het echter wel zo blijven dat een onderwerp eerst in een
                    raadscommissie wordt besproken.</al><tussenkop>Artikel 4 Samenstelling</tussenkop><al>De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel
                    82, derde lid, van de Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor een
                    evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke
                    groeperingen. Om dit te bereiken schrijft het eerste lid van artikel 4 voor dat
                    een raadscommissie bestaat uit één lid per fractie, indien de fractie maximaal
                    vier leden telt en uit twee leden per fractie, indien de fractie meer dan vier
                    leden telt. </al><al>Zoals ook uit het vierde lid blijkt, hoeven de leden van een raadscommissie geen
                    raadslid te zijn. Wel is er in deze bepaling vanuit gegaan dat de politieke
                    groeperingen (fracties) de in het eerste lid bedoelde leden voordragen.
                    Daarnaast moeten de in het eerste lid bedoelde leden op grond van deze bepaling
                    op de kandidatenlijst van een fractie hebben gestaan. Op grond van het vierde
                    lid moeten commissieleden evenals raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in
                    de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet. Dit betekent onder andere
                    dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten
                    beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen functie als bedoeld in
                    artikel 13 mogen vervullen en niet in strijd mogen handelen met artikel 15.</al><al>Om ervoor te zorgen dat iedere fractie en met name ook de kleine fracties in
                    staat zijn om deel te nemen aan de vergaderingen van de raadscommissie bepaalt
                    het vierde lid dat iedere fractie een plaatsvervangend lid kan voordragen. Voor
                    de plaatsvervangende leden gelden dezelfde eisen als voor het lid van een
                    raadscommissie. De vervangingsregeling geldt uitsluitend voor de op basis van
                    het eerste lid benoemde leden.</al><tussenkop>Artikel 5 Voorzitter</tussenkop><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5, eerste
                    lid, dat de raad de voorzitters en hun plaatsvervangers "uit zijn midden"
                    benoemt. In deze bepaling is er voor gekozen om de voorzitters van de
                    raadscommissies door de raad te laten benoemen.</al><al>Het staat de raad echter vrij om te bepalen dat een raadscommissie de
                    (plaatsvervangende) voorzitter benoemt. Gelet op de belangrijke functie die de
                    raadscommissies ten opzichte van de raad vervult, ligt het wel in de rede dat de
                    raad de (plaatsvervangende) voorzitters benoemt. Ook kan er voor gekozen worden
                    om de voorzitters te laten benoemen door de raad en de plaatsvervangend
                    voorzitters door de raadscommissies.</al><al>Op basis van het tweede lid, is de voorzitter (en de plaatsvervangend voorzitter
                    op grond van artikel 1 van de modelverordening) geen lid van de raadscommissie.
                    Dit is een bewuste keuze, op deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op
                    zijn taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het
                    bewaken van de positie van de raadscommissie. Hij hoeft zich niet te bekommeren
                    om de inbreng van zijn fractie in de raadscommissie. Een andere keuze is echter
                    ook denkbaar, de Gemeentewet verzet zich er niet tegen dat de (plaatsvervangend)
                    voorzitter tevens lid van een raadscommissie is. Indien de raad er voor kiest om
                    de voorzitters tevens lid van de raadscommissies te laten zijn dan zullen de
                    artikelen 4 en 5 hierop aangepast moeten worden.</al><al>Het ligt voor de hand dat de (plaatsvervangend) voorzitters, evenals de leden,
                    van de raadscommissies in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                    samenstelling worden benoemd, aangezien de zittingsperiode van de voorzitters en
                    de leden aan het einde van de zittingsperiode van de raad eindigt (artikel 6,
                    eerste lid). Aangezien het echter niet altijd mogelijk zal zijn om de
                    voorzitters direct na de verkiezingen te benoemen, is er voor gekozen om geen
                    termijn in artikel 5, eerste lid, op te nemen. Hetzelfde geldt overigens voor
                    artikel 4, tweede lid. </al><tussenkop>Artikel 6 Zittingsduur en vacatures</tussenkop><al>De zittingsperiode van de leden, de eventuele buitengewone leden, de voorzitters
                    en hun plaatsvervangers is even lang als de zittingsperiode van de raadsleden,
                    in principe dus vier jaar. </al><al>De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te
                    ontslaan.</al><al>Op grond van het tweede lid eindigt het (buitengewoon) lidmaatschap van een
                    raadscommissie eveneens van rechtswege indien een lid niet meer voldoet aan de
                    in artikel 4, vierde lid, gestelde eisen en indien een lid is benoemd op
                    voordracht van een fractie die blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                    voorzitter van de raad niet meer vertegenwoordigd is in de raad (zevende
                    lid).</al><al>De raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die het
                    lid heeft voorgedragen, ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van
                    een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op
                    grond van artikel 4, eerste lid, recht op een eigen lid. Er is in deze bepaling
                    niet voorzien in een ontslagregeling voor buitengewone leden, deze hebben in
                    principe vier jaar zitting, tenzij zij niet meer voldoen aan de in artikel 4,
                    vierde lid, gestelde eisen, ontslag nemen of overlijden. </al><al>Desgewenst kan de raad er voor kiezen om hiervoor een vergelijkbare
                    ontslagregeling als voor de voorzitter op te nemen door aanvulling van het
                    vierde lid. De (plaatsvervangend) voorzitter van een raadscommissie kan de raad
                    ook zonder voorstel van een fractie ontslaan, bijvoorbeeld indien deze
                    (plaatsvervangend) voorzitter niet meer het vertrouwen van de meerderheid van de
                    raad bezit. Het vijfde en zesde lid voorzien in de situatie van tussentijdse
                    vacature, hetzij door ontslag het zij door overlijden.</al><tussenkop>Artikel 7 Griffier en commissiegriffier</tussenkop><al>Iedere raadscommissie wordt ondersteund door een commissiegriffier. Afhankelijk
                    van de omvang van de griffie is dit een medewerker van de griffie of een
                    ambtenaar uit de reguliere ambtelijke organisatie. In dit geval kunnen de
                    volgende bepalingen gebruikt worden.</al><al>De medewerker van de griffie kan ook parttime door de raad als commissiegriffier
                    worden benoemd. </al><al>Het verschil tussen deze beide opties komt tot uitdrukking in de alternatieven
                    voor het eerste en derde lid. Indien de commissiegriffier een medewerker van de
                    griffie is, is de raad de werkgever en benoemt deze de commissiegriffier en
                    regelt zijn vervanging. De vervanging van de commissiegriffiers kan ook worden
                    overgelaten aan de griffier, in dat geval zal het derde lid moeten worden
                    gewijzigd. </al><al>Als de commissiegriffier een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke organisatie
                    is, is het college de werkgever en zal de raad in overleg met het college moeten
                    beslissen welke ambtenaar deze functie vervult en wie hem bij zijn afwezigheid
                    of verhindering vervangt. De facto zal de secretaris bij deze beslissing vaak
                    een rol vervullen.</al><al>De commissiegriffier is altijd bij de vergaderingen van de raadscommissie
                    aanwezig. In principe neemt hij geen deel aan de beraadslagingen, zij het dat de
                    raadscommissie op grond van artikel 24 van deze lverordening altijd de
                    mogelijkheid heeft om anderen aan de beraadslagingen deel te laten nemen. Of de
                    griffier aanwezig is in de vergaderingen van de raadscommissies zal afhangen van
                    de omvang van de griffie en het daarmee samenhangende profiel van de
                    commissiegriffier. Als de commissiegriffier een ambtenaar uit de reguliere
                    organisatie is en voornamelijk administratieve taken vervult, ligt het meer voor
                    de hand dat de griffier ook in de vergaderingen van de raadscommissies aanwezig
                    is.</al><al>Het kan ook zijn dat de griffier de taken van de commissiegriffier vervult, maar
                    gelet op de overige taken die de griffier moet vervullen wordt dit minder
                    wenselijk geacht.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 3 AANWEZIGHEID COLLEGE, BURGEMEESTER EN SECRETARIS</tussenkop><tussenkop>Artikel 8 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</tussenkop><al>Het kan gewenst zijn dat een lid van het college, de burgemeester of de
                    secretaris deelneemt aan de vergadering van de raadscommissie. De commissie kan
                    per vergadering beslissen of de aanwezigheid al dan niet gewenst is en of de
                    genodigde aan de beraadslagingen mag deelnemen. Artikel 82, vijfde lid, </al><al>dat artikel 21, tweede lid, van overeenkomstige toepassing verklaard, is
                    hiervoor de grondslag. Dit geldt zowel voor besloten als voor niet besloten
                    vergaderingen. In openbare vergaderingen kunnen collegeleden, de burgemeester en
                    de secretaris uiteraard altijd aanwezig zijn. Deelnemen aan de beraadslagingen
                    kunnen zij echter alleen als de raadscommissie hiermee instemt. In de regel zal
                    de portefeuillehouder veelal wel aanwezig zijn ten behoeve van het voeren van
                    overleg en het uitoefenen van controle door de raadscommissie.</al><al>De bepaling is met de herziening in 2006 gewijzigd. Er is gekozen voor een wat
                    minder strenge duale redactie. Zo is het artikel over de secretaris geïntegreerd
                    in dit artikel 8 en is weggelaten dat aan het college toestemming moet worden
                    gevraagd voor de aanwezigheid van de secretaris (aangezien het college werkgever
                    is van de secretaris). Het oude artikel 9 over de secretaris is hierdoor
                    vervallen. Daarnaast is in dit artikel de bepaling geschrapt dat raadscommissie
                    bij aanvang van de vergadering kan beslissen dat de burgemeester en één of meer
                    wethouders niet in de vergadering aanwezig mogen zijn of aan de beraadslagingen
                    mogen deelnemen. Gezien de eerste bepaling van het artikel is dit feitelijk
                    overbodig.</al><al>De stuurgroep Leemhuis heeft in haar rapport aandacht besteed aan de
                    aanwezigheid van de burgemeester en leden van het college in de
                    commissievergaderingen. Naar verwachting komt het Ministerie van Binnenlandse
                    Zaken en Koninkrijksrelaties met voorstellen voor een minder 'stramme'
                    ontvlechting. Om te komen tot een praktische regeling is er in deze bepaling
                    voor gekozen om de voorzitter van de raadscommissie een voorlopige beslissing
                    omtrent de aanwezigheid van de burgemeester of een wethouder en de deelname aan
                    de beraadslagingen te laten nemen. Als de raadscommissie het niet met deze
                    voorlopige beslissing van de voorzitter eens is, kan zij bij aanvang van de
                    vergadering anders beslissen. Een expliciete beslissing bij iedere vergadering
                    is niet nodig. Als de raadscommissie niet aangeeft dat de aanwezigheid van het
                    college niet gewenst is, volstaat de beslissing van de commissievoorzitter.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 4 VERGADERINGEN</tussenkop><tussenkop>PARAGRAAF 1 TIJDSTIP VAN VERGADEREN EN VOORBEREIDING</tussenkop><tussenkop>Artikel 9 Vergaderfrequentie</tussenkop><al>Veelal zullen de vergaderingen van de raadscommissies plaatsvinden op een vaste
                    dag en plaats voorafgaand aan de vergaderingen van de raad. Een raadscommissie
                    vergadert vaker als de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste twee
                    fracties hierom vragen. In plaats van twee fracties kan gekozen worden voor een
                    bepaald deel van de raadscommissie. Ook zou de agendacommissie of het presidium
                    hierin een rol kunnen vervullen. Deze keuzes zijn aan de raad voorbehouden.
                    Indien een raadscommissie een hoorzitting zal willen houden, kan de voorzitter
                    gebruik maken van het derde lid en een andere dag, aanvangsuur of plaats
                    bepalen. Bepaald is dat de voorzitter hierover overleg voert met de griffier.
                    Indien de commissiegriffier echter meer inhoudelijke taken vervult, is het ook
                    denkbaar dat hierover overleg wordt gevoerd met de commissiegriffier. Over de
                    openbaarheid van de vergaderingen bevat deze verordening geen bepaling,
                    aangezien artikel 82, vijfde lid, hierin voorziet. In deze bepaling wordt
                    artikel 23 van overeenkomstige toepassing verklaard op raadscommissies. Dit
                    betekent dat de vergaderingen van de raadscommissies in de regel in het openbaar
                    plaatsvinden. Op verzoek van een vijfde van het aantal leden van een
                    raadscommissie of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen om achter
                    gesloten deuren te vergaderen. Van een besloten vergadering wordt een
                    afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar is tenzij de raadscommissie
                    anders beslist.</al><tussenkop>Artikel 10 gereserveerd</tussenkop><tussenkop>Artikel 11 Oproep</tussenkop><al>De leden van een raadscommissie ontvangen een oproep inclusief de agenda voor
                    een vergadering en de stukken ten minste 10 dagen voor de vergadering. Indien in
                    spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld bedraagt deze
                    termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. Uiteraard kan ook voor andere
                    termijnen worden gekozen. Wel zal de termijn uiteraard zodanig moeten zijn dat
                    de leden van een raadscommissie in staat zijn om de stukken te lezen. De stukken
                    ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd worden niet toegezonden, maar
                    kunnen bij de griffier worden ingezien </al><al>(artikel 13, derde lid).</al><tussenkop>Artikel 12 De agenda</tussenkop><al>Voor het verzenden van de oproep, stelt het presidium de agenda voorlopig vast
                    (artikel 12). </al><al>Het versturen van de agenda is geregeld in artikel 11. In dit artikel is
                    allereerst een procedure voor spoedeisende zaken geregeld. Uiteindelijk bepaalt
                    een raadscommissie zijn eigen agenda. </al><al>De agenderende rol van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het tweede,
                    derde en vierde lid. </al><al>Dit betekent onder andere dat een raadscommissie kan bepalen dat een onderwerp
                    of voorstel onvoldoende voorbereid en voor inlichtingen of advies aan het
                    college wordt gezonden. </al><al>Een raadscommissie bepaalt vervolgens in welke vergadering het onderwerp of
                    voorstel opnieuw geagendeerd wordt en niet het college. Uiteraard zal hierover
                    wel overleg gevoerd moeten worden met het college of de secretaris.</al><tussenkop>Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken</tussenkop><al>Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken die
                    ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen op een
                    vaste plaats voor een ieder ter inzage gelegd. Veelal zal dit in het
                    gemeentehuis zijn, maar uiteraard kan in een gemeente met meerdere dorpskernen
                    ook gekozen worden voor terinzagelegging op meerdere plaatsen zoals een
                    bibliotheek. In de openbare kennisgeving wordt vermeld waar de stukken liggen.
                    Originele stukken moeten uiteraard bij de gemeente blijven berusten. Stukken ten
                    aanzien waarvan geheimhouding wordt opgelegd kunnen leden van raadscommissies
                    ook bij de commissiegriffier in plaats van bij de griffier inzien. Deze keuze is
                    aan de gemeente.</al><tussenkop>Artikel 14 Openbare kennisgeving</tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van
                    een raadscommissie tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag, het
                    tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De
                    voorlopige agenda en de daarbijbehorende stukken worden tegelijkertijd met de
                    schriftelijke oproep en op een bij openbare kennisgeving aan te geven plaats ter
                    inzage gelegd. </al><al>Deze bepaling geeft hier een regeling voor. Bij de herziening van deze
                    verordening en van het reglement van orde voor de raad is tevens de verplichting
                    opgenomen op de agenda en stukken ook op internet te plaatsen. Vanuit het
                    oogpunt van service aan de burger is dit een voor de hand liggende regeling die,
                    doordat alle gemeenten beschikking hebben over een website, ook praktisch
                    uitvoerbaar is. Dit is echter niet verplicht op grond van de Gemeentewet;
                    gemeenten kunnen ervoor kiezen het derde lid niet over te nemen.</al><tussenkop>PARAGRAAF 2 ORDE DER VERGADERING</tussenkop><tussenkop>Artikel 15 Presentielijst</tussenkop><al>De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en de commissiegriffier
                    zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is.
                    Indien de griffier tevens de functie van commissiegriffier op zich neemt,
                    ondertekent hij de presentielijst. Daarnaast is de presentielijst van belang om
                    de vergoedingen voor de leden van een raadscommissie te kunnen vaststellen.</al><tussenkop>Artikel 16 Opening der vergadering en quorum</tussenkop><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                    raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel 16
                    voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                    aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan worden vergaderd. </al><al>Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het
                    quorum niet aanwezig is, anders zou de afwezigheid van leden van een
                    raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat
                    op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip, nog niet
                    vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen
                    tussen de twee vergaderingen zit, mag er vanuit worden gegaan dat het mogelijk
                    is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen. Overigens ligt
                    het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie over de datum
                    van een nieuwe vergadering.</al><tussenkop>Artikel 17 Spreekrecht burgers</tussenkop><al>Het spreekrecht is niet beperkt tot geagendeerde onderwerpen, om de burgers de
                    mogelijkheid te geven alle relevante onderwerpen onder de aandacht te brengen.
                    Als een burger zich meldt voor een onderwerp dat een andere raadscommissie
                    aangaat, ligt het voor de hand dat de griffier de betreffende persoon naar de
                    juiste raadscommissie verwijst.</al><al>In het tweede lid zijn drie onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet
                    voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar
                    en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook
                    kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Verder zijn de benoemingen,
                    keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen uitgesloten van het
                    spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen,
                    voordrachten of aanbevelingen van personen </al><al>-de belangen van - kandidaten al dan niet in de uitoefening van hun ambt of
                    functie kan schaden, kunnen burgers hierover geen uitlatingen doen. Als laatste
                    kunnen burgers zich ook niet uitlaten over onderwerpen, waar zij op grond van
                    artikel 9:2 Algemene wet bestuursrecht een klacht over kunnen indienen. Deze
                    procedure gaat voor het spreekrecht van burgers.</al><al>De burgers die wensen in te spreken moeten zich ten minste 48 uur vóór de
                    vergadering melden bij de griffier. Uiteraard kan er afhankelijk van de
                    beschikbaarheid, ook gekozen worden voor aanmelding bij de
                    commissiegriffier.</al><al>In het zesde lid is ervoor gekozen om een burger eenmaal het woord te geven. De
                    raad kan er ook voor kiezen om burgers die inspreken een tweede termijn te
                    geven. Toegevoegd is daartoe lid 7. Op basis van artikel 18, eerste lid, wordt
                    het verslag toegezonden aan de burgers die hebben ingesproken.</al><tussenkop>Artikel 18 Verslag</tussenkop><al>Het conceptverslag worden tegelijkertijd met de schriftelijk oproep verstuurd
                    aan de leden en overige personen die het woord gevoerd hebben toegezonden. De
                    voorzitter, de leden, de collegeleden hebben het recht een voorstel tot
                    wijziging te doen. Een voorstel tot wijziging wordt voorafgaand aan de
                    vergadering schriftelijk bij de commissiegriffier ingediend. Het recht om
                    aanpassing voor te stellen </al><al>(derde lid) komt ook toe aan de voorzitter, een lid en een collegelid, dat bij
                    de desbetreffende vergadering niet aanwezig was. Het is aan de raadscommissie om
                    te beslissen of een voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt,
                    aangezien de raadscommissie het verslag vaststelt. Een afwijzing van een
                    dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling Rechtspraak
                    van de Raad van State). Het is aan te bevelen uitsluitend een zakelijke
                    samenvatting van hetgeen besproken is, te geven. </al><al>De commissiegriffier stelt het verslag, maar de uiteindelijke
                    verantwoordelijkheid ligt hiervoor bij de griffier op grond van het vijfde lid.
                    Er kan ook voor worden gekozen om deze verantwoordelijkheid bij de
                    commissiegriffier te leggen. Na vaststelling van het verslag ondertekenen de
                    voorzitter en de commissiegriffier deze.</al><al>Als een gemeente de mogelijkheid aan burgers biedt om
                    burgerinitiatiefvoorstellen in te dienen, moeten het verslag ook hiervan melding
                    maken. Dit betekent dat het vierde lid aangevuld moet worden.</al><tussenkop>Artikel 19 Aantal spreektermijnen</tussenkop><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een
                    spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft overigens niets te
                    veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng
                    van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. </al><al>Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte
                    reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren. Indien de raad van
                    mening is, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij
                    daartoe uitdrukkelijk besluiten.</al><tussenkop>Artikel 20 Spreektijd</tussenkop><al>Dit artikel strekt ertoe te benadrukken dat een raadscommissie op eigen
                    initiatief regels kan stellen over de spreektijd van de leden. Hetzelfde geldt
                    voor de spreektijd van overige sprekers. De voorzitter hoeft dit niet voor te
                    stellen. De voorzitter kan in het kader van zijn taak om de orde tijdens de
                    vergadering te handhaven wel voorstellen de spreektijd te beperken.</al><tussenkop>Artikel 21 Voorstellen van orde</tussenkop><al>Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen (zie ook
                    artikel 20). </al><al>De beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de
                    betreffende raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder
                    beraadslaging, besloten door een raadscommissie.</al><al>Bij staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen, (artikel 32, vierde lid
                    Gemeentewet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft
                    bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg) pauze. </al><tussenkop>Artikel 22 Handhaving orde; schorsing</tussenkop><al>Het eerste lid verzekert dat leden van een raadscommissie vrijelijk kunnen
                    spreken. Wel zijn interrupties uiteraard toegestaan voor zover de voorzitter bij
                    een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de
                    beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                    interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet
                    belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de
                    Gemeentewet bovendien dat artikel 22 van overeenkomstige toepassing is op leden
                    van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te
                    vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij
                    in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel
                    raadsleden als niet-raadsleden.</al><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de
                    voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige
                    onderwerp het woord ontzegd worden. </al><al>Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring
                    van de orde, kan hij de vergadering sluiten. In het uiterste geval kan hij een
                    lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen.
                    Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de
                    vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd. Het vierde lid is
                    sluit aan bij artikel 26, </al><al>derde lid, van de Gemeentewet, die een dergelijke regeling geeft ten aanzien van
                    raadsleden.</al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed-
                    of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor
                    wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar
                    artikel 30 van deze verordening.</al><tussenkop>Artikel 23 Beraadslaging</tussenkop><al>Om de duur van vergaderingen niet te beperken wordt over een voorstel dat in
                    onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In
                    het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Zowel de voorzitter
                    als de leden hebben het recht om voor te stellen een voorstel gesplitst te
                    behandelen. Het eerste lid brengt daarmee tot uitdrukking dat een raadscommissie
                    zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht wordt aan ieder individueel raadslid
                    toegekend. Dit past in het streven naar dualisering, aangezien dualisering
                    versterking van de vertegenwoordigende en daarmee agenderende rol van een
                    raadscommissie veronderstelt. Hiertoe dienen ook individuele raadsleden en
                    kleine fracties over adequate instrumenten te beschikken.</al><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede
                    termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot
                    stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd
                    (zie artikel 21).</al><tussenkop>Artikel 24 Deelname aan beraadslaging door anderen</tussenkop><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet
                    van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en
                    andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook
                    mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in
                    bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen (bij voorbeeld de
                    voorzitter van een deelraad aan de beraadslaging over
                    deelgemeenteaangelegenheden). Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden,
                    de voorzitter, de burgemeester, de wethouders en de secretaris. Deze hebben op
                    grond van de artikel 8 van deze modelverordening reeds het recht om aan de
                    beraadslagingen deel te nemen. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet
                    dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om
                    een voorstel te doen tot wijziging van het verslag, een voorstel over de
                    spreektijd of over de orde van de vergadering.</al><tussenkop>Artikel 25 Advies</tussenkop><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toegelicht, tenzij een raadscommissie anders beslist. Een
                    raadscommissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming in de
                    raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Wel kan een
                    raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De leden
                    beslissen over het advies. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te
                    doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, wordt de
                    standpunten van alle fracties opgenomen. Het ligt voor de hand dat indien een
                    lid het niet eens is met het fractiestandpunt, dat hier afzonderlijk melding van
                    wordt gemaakt in het advies aan de raad.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 5 BESLOTEN VERGADERING</tussenkop><tussenkop>Artikel 26 Algemeen</tussenkop><al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht
                    worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het
                    vergaderquorum en voorstellen van orde. </al><al>De bepalingen van deze verordening zijn echter niet van toepassing, voorzover de
                    toepassing van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de
                    vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor
                    openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die
                    betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal een
                    raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in artikel 86 van
                    de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><tussenkop>Artikel 27 Verslag</tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van
                    overeenkomstige toepassing. </al><al>Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet schrijft voor dat van een
                    besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt opgemaakt, dat niet openbaar
                    wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus een raadscommissie anders beslist.
                    Het verslag wordt toegezonden aan de leden van de desbetreffende raadscommissie.
                    De raadscommissie beslist over het openbaar maken van dit verslag.</al><tussenkop>Artikel 28 Geheimhouding</tussenkop><tussenkop>Artikel 28 Geheimhouding</tussenkop><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een raadscommissie kan
                    geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een raadscommissie, het college en
                    de burgemeester kunnen geheimhouding aan een raadscommissie opleggen. Overigens
                    kan een raadscommissie ook geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten
                    aanzien van stukken die zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25,
                    tweede lid, en artikel 55, tweede lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding
                    geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of
                    die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. </al><al>De geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of
                    de raad, haar opheft.</al><tussenkop>Artikel 29 Opheffing geheimhouding</tussenkop><al>Zoals uit de toelichting op artikel 28 blijkt kan de raad de geheimhouding die
                    een raadscommissie aan de raad oplegt, opheffen. In deze modelbepaling is een
                    overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van
                    hoor en wederhoor.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 6 TOEHOORDERS EN PERS</tussenkop><tussenkop>Artikel 30 Toehoorders en pers</tussenkop><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies
                    ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid voorziet
                    hierin.</al><tussenkop>Artikel 31 Geluid- en beeldregistraties</tussenkop><al>Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                    kunnen radio- en </al><al>tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval
                    als het een besloten vergadering betreft.</al><tussenkop>Artikel 32 Verbod gebruik mobiele telefoons</tussenkop><al>Dit artikel heeft betrekking op het mobiele telefoonverkeer. Het afgaan van
                    mobiele telefoons werkt verstorend tijdens de vergadering. Dit laat echter
                    onverlet, dat indien zwaarwegende redenen dit noodzakelijk maken, de voorzitter
                    aanwezigen toestemming kan geven hun mobiele telefoon wel stand-by te laten
                    staan.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 7 SLOTBEPALINGEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 33 Uitleg verordening en artikel 34 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>