<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>6332_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-03-15</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">IJsselpost 07-01-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:issued>2008-12-15</dcterms:issued><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentwet, art. 228a</dcterms:source><dcterms:subject>algemeen</dcterms:subject><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Verzameling 2008, nummer 77 / b - III</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp></overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><lijst><li nr="1."><al>De nummering na artikel 13 is niet correct;</al></li><li nr="2."><al>In artikel 13 lid 1 van deze verordening is bepaald dat de Verordening rioolrechten eigenaren 2008 en de Verordening rioolrechten gebruikers 2008 worden ingetrokken per 1 januari 2009 met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li></lijst></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label></label><titel></titel></kop><al> De raad van de gemeente Capelle aan den IJssel;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de volgende VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbeschrijving</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, 	verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in 	beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van  de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de 	zuivering van huishoudelijk afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde 	hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen 	van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te 	voorkomen of te beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens 				eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten 			op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en</al></li><li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de 				gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als 	genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij 	het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij 	blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt 	recht is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens 			eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – 			voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel zoals blijkt uit hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten samen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat va nuit het 	perceel wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en 	grondwater dat in de laatste aan het einde van het belastingjaar voorafgaande 	verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode 	niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door 	herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een 	kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn 	voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste 			capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen.</al><al>	De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt 	water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water 	wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het eigenarendeel bedraagt € 107,00.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gebruikersdeel bedraagt bij een hoeveelheid water:</al><lijst><li nr="a."><al>van minder dan 250 kubieke meters, doch meer dan 25 kubieke meters € 86,00;</al></li><li nr="b."><al>indien het aantal kubieke meters afvalwater meer bedraagt dan 250 kubieke 			meters, wordt het onder a. bedoelde tarief, vermeerderd met € 81,00 per eenheid 		van 250 kubieke meters of gedeelte daarvan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De rechten worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar 						tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel, zo 	dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop 	van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde 	gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de 	aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van 	het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van 	het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van de 	belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de 	ontheffing minder bedraagt dan € 5,00.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de 	gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen 	als volgt worden betaald:</al><lijst><li nr="a."><al>in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand 			volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de 			tweede 	twee maanden later.  		In afwijking van het voorgaande geldt voor aanslagen waarvan het totaalbedrag 			van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar 			één aanslag bevat het bedrag daarvan meer bedraagt dan € 1.999,99, dat de 			aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand 			volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld;</al></li><li nr="b."><al>in afwijking in zoverre van a. geldt, in geval het totaalbedrag van de op één 				aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat 			het bedrag daarvan meer is dan € 1,00, doch minder dan € 2.000,00, en zolang de 		verschuldigde bedragen door middel van automatisch betalingsincasso kunnen 			worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke 			termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het 			aanslagbiljet en elke van de volgende termijnen telkens een maand later;</al></li><li nr="c."><al>in afwijking van het a. en b. moeten de aanslagen die worden gedagtekend in enig 			jaar gelegen na het kalenderjaar waarop de aanslag betrekking heeft, worden betaald 		uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de 				dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde 	termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de in artikel 3, eerste lid, letter a., bedoelde heffing wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolrechten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening rioolheffing 2009.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De "Verordening rioolrechten eigenaren 2008”en de “Verordening rioolrechten gebruikers 	2008” van 17 december 2007, worden ingetrokken met ingang van de in het derde lid 	genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing 	blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgende op die van 	bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2009.</al></li></lijst><al>Vastgesteld in de openbare vergadering van 15 december 2008,</al><al>de griffier,					de voorzitter,</al></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>