<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR63301_3</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING RUIMTE- EN INRICHTINGEISEN PEUTERSPEELZALEN GEMEENTE WOUDRICHEM (inclusief 1e wijziging)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Woudrichem</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-05-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Woudrichem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Altena Nieuws 24-5-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Woudrichem</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko)</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">gemeentewet artikel 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Wet Ontwikkelingskansen door educatie (Wet OKE)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-05-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Eerste wijzigingsverordening, betreft lid 3 artikel 4</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>raadsvergadering 20-12-2011, nr. 2011-064, agendapunt 7</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING RUIMTE- EN INRICHTINGEISEN PEUTERSPEELZALEN GEMEENTE WOUDRICHEM (inclusief 1e wijziging)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder peuterspeelzaal hetgeen daaronder
                        wordt verstaan in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en
                        de Beleidsregels kwaliteit peuterspeelzalen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Groepsspeelruimte</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Aan binnenspeelruimte is voor ieder kind:</al><lijst><li nr="a."><al>In bestaande huisvesting, waar de peuterspeelzaal bij
                            inwerkingtreding van deze verordening reeds is gehuisvest, minimaal 3m2
                            bruto-oppervlakte groepsspeelruimte beschikbaar;</al></li><li nr="b."><al>In nieuwe huisvesting, zijnde huisvesting die na de inwerkingtreding
                            van deze verordening ten behoeve van peuterspeelzaalwerk wordt betrokken
                            of gerealiseerd, minimaal 3,5 m2 bruto oppervlakte groepsspeelruimte
                            beschikbaar. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>2. Elke ruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal en de
                            leeftijd van de op te vangen kinderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Buitenspeelruimte</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De peuterspeelzaal beschikt over aangrenzende buitenspeelruimte.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>2. De buitenspeelruimte voldoet aan de volgende eisen: </al><lijst><li nr="a."><al> voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar;</al></li><li nr="b."><al> een oppervlakte van minimaal 3 m2 bruto-oppervlakte speelruimte per
                            aanwezig kind;</al></li><li nr="c."><al> ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen
                            kinderen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanwijzing toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>1. Burgemeester en wethouders zien toe op de naleving van de bij deze
                            verordening gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders wijzen de directeur van de GGD aan als
                            toezichthouder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onderzoek door de toezichthouder</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag als bedoeld in artikel 2.2,
                            eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen
                            of de instandhouding redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming
                            met de voorschriften uit deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder jaarlijks of de
                            exploitatie van een peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met
                            de voorschriften uit deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de
                            toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving van de
                            bij deze verordening gestelde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vastleggen onderzoeksresultaten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek
                            bij een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de bij of krachtens
                            artikel 2 en 3 gegeven voorschriften niet zijn of zullen worden
                            nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Alvorens het rapport vast te stellen, stelt de toezichthouder de houder
                            in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover
                            zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder vermeldt de
                            zienswijze van de houder in een bijlage bij het rapport.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de houder,
                            die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage legt op een
                            voor ouders en personeel toegankelijke plaats.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na de
                            vaststelling daarvan openbaar.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>De toezichthouder stuurt een afschrift van het inspectierapport aan
                            burgemeester en wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Melding in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Degene die voornemens is een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen
                            binnen de gemeente doet daarvan melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De melding vindt plaats met behulp van een door het college vastgesteld
                            en beschikbaar gesteld formulier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijn van in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een peuterspeelzaal wordt niet in exploitatie genomen binnen acht weken
                            na het tijdstip van de melding.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien uit het onderzoek van de toezichthouder, bedoeld in artikel 2.19
                            Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen , eerder is
                            gebleken dat de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in
                            overeenstemming met de bepalingen in hoofdstuk 3 van deze verordening,
                            kan de exploitatie vanaf dat moment plaatsvinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verbod op het in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal</titel></kop><al>Het is verboden een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen indien uit het
                        onderzoek van de toezichthouder blijkt dat niet aan de eisen van deze
                        verordening wordt voldaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Handhaving van een peuterspeelzaal</titel></kop><al>Indien uit het onderzoek van de toezichthouder, bedoeld in artikel 2.19 Wet
                        kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, blijkt dat niet aan de
                        eisen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en
                        beleidsregels kinderopvang en peuterspeelzalen wordt voldaan, is het college
                        bevoegd te handhaven conform onderdeel 5e van het afwegingsmodel handhaving
                        gemeente Woudrichem.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen artikel 2 en 3 buiten toepassing laten of
                        daarvan afwijken, voorzover toepassing gelet op het belang van kwalitatief
                        verantwoorde opvang voor kinderen in een peuterspeelzaal leidt tot een
                        onbillijkheid van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De artikelen 7, 8 en 9 van deze verordening vervallen op het moment dat één
                        of meer artikelen van hoofdstuk 2, afdeling 2, paragraaf 1 “aanvraag en
                        registratie” van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen
                        (artikel 2,2; 2,3; 2,4 en 2,4a) in werking treedt of treden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekking voorgaande regeling en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen gemeente Woudrichem
                            wordt ingetrokken d.d. 31-12-2011.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                            openbare bekendmaking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Ruimte- en
                        Inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Woudrichem 2011.</al></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>