<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR632780_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing (Verordening rioolheffing Rheden)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rheden</dcterms:creator><dcterms:modified>2020-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rheden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2019-311842">gmb-2019-311842</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing Rheden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=228a&amp;g=2019-01-01">artikel 228a van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2019-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing (Verordening rioolheffing Rheden)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Rheden;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 november 2019;</al><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet.</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de: <vet>Verordening op de heffing en </vet><vet>de invordering van </vet><vet>rioolheffing (Vero</vet><vet>rdening rioolheffing Rheden</vet><vet>)</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater, of oppervlaktewater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en</al></li><li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></li><li nr="3."><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel -niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4- voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan;</al></li><li nr="c."><al>ingeval een eigendom ter beschikking gesteld is voor volgtijdig gebruik: degene die het eigendom ter beschikking heeft gesteld.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr> 1. </lidnr><al>Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.</al></lid><lid><lidnr> 2. </lidnr><al>Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>3. </lidnr><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke  meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de laatste  aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar  het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet  gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid  water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt  een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al></lid><lid><lidnr>4. </lidnr><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen; of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen.</al></li></lijst><al>De  eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de  hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere  wettelijke bepaling.</al><al/></lid><lid><lidnr>5. </lidnr><al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of  opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is  afgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het eigenarendeel bedraagt € 72,96.</al></li><li nr="2."><al>Het gebruikersdeel bedraagt bij een hoeveelheid water:</al><lijst><li nr="a."><al>van 0 tot en met 299 m3 € 130,20;</al></li><li nr="b."><al>van 300 tot en met 999 m3 € 368,40;</al></li><li nr="c."><al>van 1.000 m3 tot en met 9.999 m3 € 3.042,96;</al></li><li nr="d."><al>van 10.000 m3 of meer € 23.916,12.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="4."><al>Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.</al></li><li nr="5."><al>Voor de toepassing van het bepaalde in het vierde lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolrechten of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting is niet verschuldigd ter zake:</al><lijst><li nr="1."><al>van een eigendom in hoofdzaak gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente met uitzondering van eigendommen die worden gebruikt voor het geven van onderwijs;</al></li><li nr="2."><al>van een eigendom in hoofdzaak bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige eigendommen die dienen als woning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1. </lidnr><al>De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op die waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2. </lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kunnen de aanslagen in acht gelijke termijnen worden betaald, indien aan het navolgende wordt voldaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolheffing of andere belastingen/heffingen is minder dan € 5.000,00;</al></li><li nr="b."><al>de verschuldigde bedragen moeten door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven.</al></li></lijst><al>De eerste termijn vervalt dan op de laatste dag van de maand volgend op die waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gesteld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr> 3. </lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Kwijtschelding van de belasting vindt plaats op basis van de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Rheden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Verordening rioolheffing Rheden, vastgesteld bij raadsbesluit van 27 november 2018, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 15, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2020.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening rioolheffing Rheden’.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie>Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 17 december 2019, nr. 10.</functie><functie>De Steeg, 17 december 2019</functie><functie>De raad voornoemd,</functie><functie/><functie>voorzitter.</functie><functie/><functie>griffier.</functie></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>