<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR632637_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening parkeerbelastingen 2020</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-12-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2019-311318">gmb-2019-311318</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening parkeerbelastingen 2020</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">https://www.overheid.nl/</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2019-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2019-12-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2019, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2018 door de raad van Stichtse Vecht.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening parkeerbelastingen 2020</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Stichtse Vecht,</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 november 2019; </al><al/><al>gehoord de commissie van 3 december 2019;</al><al/><al>gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 225 van de Gemeentewet;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al>Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2020</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:</al><al>- houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het</al><al> kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was</al><al> ingeschreven;</al><al>- motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van </al><al> brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990;</al><al>- parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van </al><al> verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting </al><al> overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al><al>- parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een</al><al> voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt</al><al> wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het </al><al> onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen </al><al> voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, </al><al> waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is </al><al> verboden.</al><al>- seizoen: de periode van 1 april tot 1 oktober.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven:</al><al>a. een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;</al><al>b. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.</al><al>2. Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: </al><al>a. degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;</al><al>b. zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft </al><al> plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat </al><al>1e als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt </al><al> overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst </al><al> de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt </al><al> aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;</al><al>2e als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die </al><al> ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.</al><al>3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.</al><al>4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak</titel></kop><al>De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.</al><al>2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><al>1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren</al><al>2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al>1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.</al><al>2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen</titel></kop><al>De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>Het parkeren van de volgende gebruikers wordt niet gereguleerd en is derhalve vrijgesteld van het betalen van parkeerbelastingen als bedoeld in artikel 2 van deze verordening:</al><al>a. Gehandicapte, voor zover deze beschikt over een duidelijk zichtbaar aangebrachte:</al><al>- geldige Europese Gehandicapten Parkeerkaart;</al><al>- gemeentelijke parkeerontheffing voor gehandicapten;</al><al> - buitenlandse gehandicaptenparkeerkaart.</al><al>b. als zodanig herkenbare politievoertuigen</al><al>c. als zodanig herkenbare brandweervoertuigen</al><al>d. als zodanig herkenbare ambulances</al><al>e. als zodanig herkenbare dierenambulances</al><al>f. als zodanig herkenbare dienstvoertuigen van de gemeente Stichtse Vecht.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kosten</titel></kop><al>1. De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, sub. a bedragen € 64,50 per aanslag </al><al>2. De kosten van het wijzigen van de parkeervergunning in verband met een nieuw kenteken bedragen € 16,10;</al><al>3. De kosten voor het verstrekken van een duplicaat parkeervergunning bij verlies of diefstal bedragen € 16,10. Hierbij dient een proces–verbaal opgemaakt door een bijzondere opsporingsambtenaar te worden overgelegd. </al><al>4. De kosten voor het verstrekken van een duplicaat parkeervergunning bij verlies of diefstal zonder proces–verbaal bedragen € 33,70 per maand, te vermenigvuldigen met het aantal nog resterende maanden van het seizoen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De ‘Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2019’ van 18 december 2018, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.</al><al>2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening parkeerbelastingen 2020’.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie>Stichtse Vecht, 17 december 2019</functie><functie>Griffier Voorzitter</functie></ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label/><nr/><titel>Tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerbelastingen 2020</titel></kop><al/><al>I. Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, sub a, bedraagt:</al><al/><al>het bedrag per tijdseenheid voor de betreffende parkeerlocaties genoemd in onderstaande tabel, met een maximum tijdsduur van 48 uur, voor zover het parkeren plaatsvindt van 1 april tot 1 oktober (zie onderstaande tabel):</al><al/><al/><table><tgroup cols="4"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><tbody><row><entry/><entry><al> </al><al><vet>Parkeerterrein, voorzien   van parkeerautomaat</vet></al></entry><entry><al> </al><al><vet>Tijdseenheid</vet></al></entry><entry><al> </al><al><vet>Bedrag </vet></al></entry></row><row><entry/><entry><al>Scheendijk-Noord,   Breukelen</al></entry><entry><al>per 14 minuten</al></entry><entry><al>€ 0,20;</al></entry></row><row><entry/><entry/><entry><al>met een maximum</al></entry><entry><al>van  € 3,00 per dag</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>II. Het tarief voor het parkeren met een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, sub b, bedraagt:</al><al/><al/><table><tgroup cols="8"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><colspec colname="colE"/><colspec colname="colF"/><colspec colname="colG"/><colspec colname="colH"/><tbody><row><entry/><entry><al> </al><al><vet>Parkeerterrein</vet></al></entry><entry><al> </al><al><vet>Tijdseenheid</vet></al></entry><entry><al> </al><al><vet>Bedrag </vet></al></entry></row><row><entry/><entry><al>Scheendijk-Noord,   Breukelen</al></entry><entry><al>per seizoen</al></entry><entry><al>€ 202,10;</al></entry></row><row><entry/><entry><al>Bij het aanvragen of   inleveren van de vergunning gedurende het seizoen</al></entry><entry><al>resterende aantal</al><al>volle maanden</al></entry><entry><al>resterende   aantal volle maanden</al></entry></row><row><entry/><entry/><entry/><entry/><entry/><entry/><entry/><entry/></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al>Behorende bij het raadsbesluit van 17 december 2019.</al><al/><al/><al>De griffier van Stichtse Vecht,</al></bijlage></regeling></body></cvdr>