<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR632569_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Vaals houdende regels omtrent de heffing en invordering van marktgeld (Verordening marktgeld 2020)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vaals</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-12-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vaals</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2019-311016">gmb-2019-311016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening marktgeld 2020</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=229&amp;lid=1&amp;g=2019-01-01">artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2019-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2019-12-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>19.0006798</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening marktgeld 2019.</al><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Vaals houdende regels omtrent de heffing en invordering van marktgeld (Verordening marktgeld 2020)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Vaals</al><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2019: gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>B E S L U I T:</vet></al><al>Vast te stellen de <vet>‘Verordening op de heffing en invordering van marktgeld 2020’</vet> (Verordening marktgeld 2020).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam “marktgeld” wordt een recht geheven voor het, gedurende de markttijd, innemen van een standplaats op het daartoe aangewezen marktterrein, daaronder begrepen de diensten die met de standplaats verband houden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Het recht als bedoeld in artikel 1 wordt geheven van degene, die de plaats op het marktterrein inneemt voor het plaatsen, uitstallen of verkopen van zaken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf voor heffing</titel></kop><al>De heffingsmaatstaf is het aantal strekkende meters – waarbij voor de berekening een gedeelte van een meter voor een hele meter wordt gehouden – dat voor een incidentele of vaste standplaats wordt ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Het recht bedoeld in artikel 1 bedraagt:</al><lijst><li nr="1."><al>voor een incidentele standplaats:</al><al>voor los op de grond uitgestalde zaken, voor kramen, tafels en andere uitstallingen, al dan niet overdekt, alsmede voor twee- of meerwielige voertuigen en standwerkers, per strekkende meter plaatsruimte of gedeelte daarvan met een diepte van ten hoogste 3 meter, € 2,77 met een minimumbedrag van € 11,00 per marktdag.</al></li><li nr="2."><al>voor een vast aangewezen standplaats:</al><al>voor los op de grond uitgestalde zaken, voor kramen, tafels en andere uitstallingen, al dan niet overdekt, alsmede voor twee- of meerwielige voertuigen en standwerkers, per strekkende meter plaatsruimte of gedeelte daarvan met een diepte van ten hoogste 3 meter, per kalendermaand € 7,99.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al>Het belastingtijdvak is gelijk aan een kalendermaand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het marktgeld, dat is verschuldigd voor incidentele standplaatsen, als bedoeld in artikel 4, lid 1, wordt à contant geheven door middel van een gedagtekende nota, waarop het verschuldigde bedrag wordt vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het marktgeld, dat is verschuldigd voor vast aangewezen standplaatsen, als bedoeld in artikel 4, lid 2, wordt bij wege van aanslag geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><al>Het recht als bedoeld in artikel 1 is voor standplaatsen als bedoeld in artikel 4, lid 1 en 2, verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Tijdstip/termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De marktgelden zijn verschuldigd voor incidentele standplaatsen, als bedoel in artikel 4, lid 1, op het tijdstip waarop een standplaats wordt ingenomen en dienen bij het innemen van de standplaats te worden voldaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen marktgelden voor vast aangewezen standplaatsen als bedoeld in artikel 4, lid 2, worden betaald binnen een maand na  dagtekening van het aanslagbiljet </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het tweede lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De 'Verordening marktgeld 2019' van 17 december 2018, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van  bekendmaking.</al><al>2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020</al></artikel><artikel><kop><label/><nr/><titel> Artikel 12 Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening marktgeld 2020”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie>Aldus besloten in de raadsvergadering van 16 december 2019 </functie><functie>mr. B.G.P. Hoevenagel </functie><functie>Griffier</functie><functie>M.H. Jussen</functie><functie>Plv. Voorzitter</functie></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>