<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR6322_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening gemeentelijke ombudsman Capelle aan den IJssel 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-122713.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAnderePeriode%26spd%3d20151214%26epd%3d20160118%26sdt%3dDatumPublicatie%26rbk%3dVerordeningen%26org%3dCapelle%2baan%2bden%2bIJssel%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d2%26rpp%3d10%26_page%3d1%26sorttype%3d1%26sortorder%3d4&amp;resultIndex=7&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad, Jaargang 2015 Nr. 122713</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening gemeentelijke ombudsman Capelle aan den IJssel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="HTTP://WETTEN.OVERHEID.NL/BWBR0005537/GELDIGHEIDSDATUM_01-01-2016">Algemene wet bestuursrecht (hoofdstuk IVc)</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="HTTP://WETTEN.OVERHEID.NL/BWBR0005416/TITELIII/HOOFDSTUKIX/ARTIKEL149/GELDIGHEIDSDATUM_18-01-2016">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>lid 2 toegevoegd aan artikel 1</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>698206</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>algemeen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening gemeentelijke ombudsman Capelle aan den IJssel 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Capelle aan den IJssel;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is naar aanleiding van de wijziging van
                        hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 81 p tot en met z
                        van de Gemeentewet de regels over de gemeentelijke ombudsman aan te
                        passen;</al><al/><al>gelet op het advies van de commissie Algemene en Bestuurszaken van 10
                        oktober 2005;</al><al/><al>gelet op titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht (hoofdstuk IVc) en
                        artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>Besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de hierna volgende Verordening gemeentelijke ombudsman
                        Capelle aan den IJssel, luidende: </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Gemeentelijke ombudsman</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een gemeentelijke ombudsman.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentelijke ombudsman treedt tevens op als gemeentelijke
                                kinderombudsman.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Herbenoeming ombudsman en plaatsvervangend ombudsman</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Benoeming vindt slechts plaats nadat ten aanzien van de
                                kandidaat-ombudsman of kandidaat-plaatsvervangend ombudsman een
                                verklaring omtrent het gedrag is afgegeven als bedoeld in de Wet
                                justitiële en strafvorderlijke gegevens.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad besluit ten minste zes maanden voor afloop van de
                                benoemingsperiode over het al dan niet herbenoemen van de ombudsman
                                en diens plaatsvervanger.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>BEKOSTIGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bekostiging van de ombudsman</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De financiering van de ombudsman vindt plaats door middel van een
                                jaarlijkse bijdrage in de kosten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van deze bijdrage wordt gerelateerd aan het aantal
                                inwoners van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de vaststelling van het aantal inwoners, bedoeld in het tweede
                                lid, geldt als peildatum 1 januari van het betreffende jaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ombudsman verantwoordt de baten en lasten van het vorige
                                begrotingsjaar in het verslag aan de raad, bedoeld in artikel 81u,
                                van de Gemeentewet.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>TAKEN EN BEVOEGDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Klachten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ombudsman kan mondelinge klachten in behandeling nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de ombudsman dit nodig acht, kan hij klagers behulpzaam zijn
                                bij het op schrift stellen van een klacht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Overige bevoegdheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ombudsman kan het beschikkingsbevoegde orgaan verzoeken om de
                                    uitvoering van een bepaald besluit of regeling voor bepaalde
                                    tijd op te schorten. Het orgaan dat verzoek gemotiveerd
                                    afwijzen. </al></li><li nr="2."><al>De ombudsman heeft, indien het onderwerp van de beraadslagingen
                                    betrekking heeft op klachten, klachtrecht of klachtbehandeling
                                    in het algemeen, het recht in de vergadering van de raad of de
                                    raadscommissie het woord te voeren. </al></li><li nr="3."><al>De ombudsman kan, in overleg met het presidium, onderwerpen op
                                    de agenda plaatsen van de raad of een raadscommissie.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2006.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening gemeentelijke
                            ombudsman Capelle aan den IJssel 2005.</al><al/></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 7 november 2005.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Griffier, De Voorzitter,</ondertekening><ondertekening>T.A. de Mik J.J. van Doorne</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij de Verordening gemeentelijke ombudsman
                        2005Algemeen</titel></kop><al>Met de inwerkingtreding van de Wet externe klachtrecht op 1 januari 2006 komt de
                    huidige Verordening gemeentelijke Ombudsman 2001 van rechtswege te
                    vervallen.</al><al>Vanaf 1 januari 2006 voorziet hoofdstuk IVc Gemeentewet (nieuw) in de grondslag
                    van de benoeming van een gemeentelijke ombudsman. Dit hoofdstuk bevat bepalingen
                    over de wijze van benoeming van de gemeentelijke ombudsman en de voorwaarden
                    waaronder de benoeming plaats kan vinden. Daarnaast regelt titel 9.2 Algemene
                    wet bestuursrecht (Awb) de klachtbehandeling door een ombudsman, met de daarbij
                    geldende bevoegdheden en procedure.</al><al>De bepalingen in deze Verordening zijn bedoeld als aanvulling op de
                    bovengenoemde bepalingen in de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht.
                    Voor alle duidelijkheid zijn deze bepalingen als bijlagen bij deze toelichting
                    gevoegd.</al><al/><tussenkop>Artikel 1 Gemeentelijke ombudsman</tussenkop><al>Op grond van artikel 81p van de Gemeentewet kan de gemeenteraad de behandeling
                    van verzoekschriften als bedoeld in artikel 9:18, eerste lid van de Algemene wet
                    bestuursrecht opdragen aan een gemeentelijke ombudsman. Volgens artikel 81q,
                    tweede lid wordt tevens een plaatsvervangend ombudsman benoemd.</al><al/><tussenkop>Artikel 2 Benoeming en herbenoeming ombudsman en plaatsvervangend
                    ombudsman</tussenkop><al>Lid 1.</al><al>De Gemeentewet bepaalt dat de ombudsman door de raad kan worden ontslagen
                    ingeval er sprake is van omstandigheden waarin de betrouwbaarheid van de
                    ombudsman niet meer volledig wordt gegarandeerd. De ombudsman heeft voorgesteld
                    om reeds bij de benoeming een waarborg te scheppen dat de ombudsman en de
                    plaatsvervangend ombudsman aan minimale eisen van betrouwbaarheid voldoen.
                    Hiertoe is als voorwaarde voor benoeming gesteld dat de kandidaat-ombudsman of
                    kandidaat-plaatsvervangend ombudsman een verklaring omtrent het gedrag als
                    bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens overleggen. </al><al>Lid 2</al><al>Met het oog op de in te zetten capaciteit wenst het Bureau gemeentelijke
                    ombudsman ruim van te voren te weten of een herbenoeming al dan niet plaats zal
                    vinden. Om die reden is bepaald dat het besluit over herbenoeming tenminste zes
                    maanden voor afloop van de benoemingsperiode wordt genomen.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 Bekostiging van de ombudsman</tussenkop><al>De Gemeentewet (artikel 81v) bepaalt dat de raad bij verordening regels stelt
                    over de vergoeding voor de werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten van
                    de ombudsman.</al><al>In dit artikel is de wijze van bekostiging, zoals eerder door de raad is bepaald
                    in de Verordening gemeentelijke ombudsman 2001, opnieuw vastgelegd. De
                    bekostiging vindt plaats volgens een jaarlijkse bijdrage in de kosten. De hoogte
                    van de bijdrage wordt gerelateerd aan het aantal inwoners van de gemeente.</al><al/><tussenkop>Artikel 4 Klachten</tussenkop><al>De gemeentelijke ombudsman biedt, o.a. met het houden van een inloopspreekuur,
                    een laagdrempelige voorziening. In dit licht wil de ombudsman uitdrukkelijk de
                    mogelijkheid openhouden om klachten mondeling aan te brengen. Daarbij hoort ook
                    de klantvriendelijke service om, waar nodig, behulpzaam te zijn met het op
                    papier zetten van de klachten.</al><al/><tussenkop>Artikel 5 Overige bevoegdheden</tussenkop><al>Lid 1</al><al>De bevoegdheid van de gemeentelijke ombudsman om een bestuursorgaan te verzoeken
                    een bepaald besluit of regeling voor bepaalde tijd op te schorten is de
                    ombudsman eerder toegekend in de Verordening gemeentelijke ombudsman 2001
                    (artikel 11). De ombudsman acht deze bevoegdheid, ook al wordt deze heel
                    spaarzaam gebruikt, van grote waarde om effectief te kunnen optreden.</al><al>Lid 2 en lid 3</al><al>De ombudsman acht het van belang om coördinerend betrokken te blijven bij
                    ontwikkelingen die de werkzaamheden van de ombudsman ten nauwste aangaan. De
                    ombudsman stelt er daarom prijs op om, op eigen verzoek of door de raad of de
                    raadscommissie, betrokken te worden bij beraadslagingen over onderwerpen die
                    betrekking hebben op klachten, klachtrecht of klachtbehandeling in het
                    algemeen.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Inwerkingtreding</tussenkop><al>De bepalingen van de Wet extern klachtrecht, voorzover die betrekking hebben op
                    de instelling van een gemeentelijke ombudsman, treden op 1 januari 2006 in
                    werking. Per die datum komen de Verordening gemeentelijke ombudsman 2001 van
                    rechtswege te vervallen. De datum van inwerkingtreding is daarom bepaald op 1
                    januari 2006.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>