<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR63065_14</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Steenwijkerland 2009 Versie 10 (incl. 9e wijziging)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-09-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2016, nr. 150642</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening Steenwijkerland 2009 versie 10 9e wijziging</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de kansspelen, titel Va</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Speelautomatenbesluit</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-10-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-09-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging artikel 2.11</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016/77</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>diverse regelingen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Algemene plaatselijke verordening Steenwijkerland 2006.</al><al>Aanvragen om een vergunning als bedoeld in de artikelen 2:10, vierde lid, 2:11 en 4:11 die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van de wijzigingsverordening worden afgehandeld volgens het recht zoals dat gold vóór het tijdstip waarop artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking is getreden.</al><al>De regeling met "Algemene uitgangspunten bij de vergunningverlening aan de paracommerciële instellingen" is ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Steenwijkerland
            2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Steenwijkerland;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 januari 2009,
                        nummer 2009/3;</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al/><al>mede gelet op titel Va van de Wet op de kansspelen en het
                        Speelautomatenbesluit;</al><al/><al>overwegende dat het aanbeveling verdient regels te stellen ter handhaving
                        van de openbare orde;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente
                        Steenwijkerland 2009 (inclusief toelichting).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats,
                                    waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b;</al></li><li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen zoals vastgesteld
                                    overeenkomstig artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening van de gemeente Steenwijkerland;</al></li><li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet;</al></li><li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan beslist op een
                                aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de
                                datum van ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3:9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde
                                lid, of een vergunning als bedoeld inartikel 2:11, tweede lid,
                                aanhef en onder a, of artikel 4:11.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of
                                ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of
                                ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegde gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>Lex silencio positivo van toepassing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>artikel 2:6 (beperking aanbieden e.d. van geschreven of
                                        gedrukte stukken of afbeeldingen); </al></li><li nr="b."><al>artikel 2:10 (het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg
                                        in strijd met de publieke functie ervan); </al></li><li nr="c."><al>artikel 2:60 (het houden van hinderlijke of schadelijke
                                        dieren);</al></li><li nr="d."><al>artikel 2:11 (omgevings)vergunning voor het aanleggen,
                                        beschadigen en veranderen van een weg);</al></li><li nr="e."><al>artikel 4:6 (overige geluidhinder);</al></li><li nr="f."><al>artikel 4:12 (bestrijding iepenziekte);</al></li><li nr="g."><al>artikel 4:18 (recreatief nachtverblijf buiten
                                        kampeerterreinen);</al></li><li nr="h."><al>artikel 5:2 (parkeren van voertuigen van autobedrijf
                                        e.d.);</al></li><li nr="i."><al>artikel 5:3 (te koop aanbieden van voertuigen);</al></li><li nr="j."><al>artikel 5:6 (kampeermiddelen e.a.);</al></li><li nr="k."><al>artikel 5:7 (parkeren van reclamevoertuigen);</al></li><li nr="l."><al>artikel 5:8 (parkeren van grote voertuigen);</al></li><li nr="m."><al>artikel 5:11 (aantasting groenvoorzieningen door
                                        voertuigen);</al></li><li nr="n."><al>artikel 5:13 (inzamelen van geld of goederen);</al></li><li nr="o."><al>artikel 5:18 (standplaatsvergunning en weigeringsgronden);
                                    </al></li><li nr="p."><al>artikel 5:23 (vergunning organisatie snuffelmarkt);</al></li><li nr="q."><al>artikel 5:33 (beperking van verkeer in natuurgebieden);</al></li><li nr="r."><al>artikel 5:34 (ontheffing verbod op vuurstoken). </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op aanvragen waarbij een Bibob
                                advies bij Bureau Bibob wordt aangevraagd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>OPENBARE ORDE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden dan wel te vechten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij
                                    een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    ongeregeldheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>BETOGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>[vervallen; opgenomen in artikel 2:24 e.v.]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare
                                    plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>(vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of
                                    gedrukte stukken of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>VERTONINGEN E.D. OP DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>[vervallen; opgenomen in artikel 2:24 e.v.]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op, aan of
                                    boven een openbare plaats in strijd met de publieke functie van
                                    de plaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg, een weggedeelte of andere openbare
                                    plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke
                                    functie daarvan, indien het voorwerp of beoogde gebruik: </al><lijst><li nr="a."><al>door zijn omvang, vormgeving, constructie of plaats van
                                            bevestiging schade toebrengt aan de openbare plaats;
                                        </al></li><li nr="b."><al>gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare
                                            plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik
                                            daarvan;</al></li><li nr="c."><al> een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de openbare plaats; </al></li><li nr="d."><al>hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving
                                            niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; </al></li><li nr="e."><al>een oudejaarshuisje betreft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare
                                    orde of ter bescherming van de woon- en leefomgeving nadere
                                    regels stellen ten aanzien van terrassen,
                                        uitstallingen<vet>,</vet> driehoeksreclameborden en
                                    oudejaarshuisjes.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid gestelde verbod. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het derde lid kan het bevoegd gezag een
                                    omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde
                                    gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in
                                    artikel 2.2, eerste lid, onder j of k van de Wet algemene
                                    bepalingen omgevingsrecht. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor: </al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18;</al></li><li nr="c."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2:28a.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet of de Omgevingsverordening Overijssel 2009.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen,
                                    beschadigen en veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, de Omgevingsverordening
                                    Overijssel 2009, de Waterschapskeur of het bepaalde bij of
                                    krachtens de Telecommunicatiewet of de Algemene verordening
                                    ondergrondse infrastructuur gemeente Steenwijkerland. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg
                                    (inrit/oprit)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering
                                    te brengen in een bestaande uitweg naar de weg:</al><lijst><li nr="a."><al>indien degene die voornemens is een uitweg te maken naar
                                            de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg
                                            naar de weg daarvan niet van tevoren melding heeft
                                            gedaan aan het college, onder indiening van een
                                            situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de
                                            bestaande situatie;</al></li><li nr="b."><al>indien het college het maken of veranderen van de uitweg
                                            heeft verboden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente
                                    gebruikelijke wijze van bekendmaking. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                            gebracht,</al></li><li nr="b."><al>dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats,</al></li><li nr="c."><al>het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze
                                            wordt aangetast,</al></li><li nr="d."><al>er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door
                                            een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze
                                            tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats of het openbaar groen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan het maken van een uitweg zijn de volgende voorwaarden
                                    verbonden:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanleg van de uitweg wordt, op kosten van de melder,
                                            door een door de gemeente goedgekeurd
                                            aannemers-/stratenmakersbedrijf of door werknemers van
                                            de gemeente Steenwijkerland uitgevoerd; </al></li><li nr="b."><al>kosten voor het eventueel verplaatsen van een
                                            trottoirkolk, een lichtmast e.d. of het kappen van een
                                            gemeentelijke boom, wordt bij de melder in rekening
                                            gebracht;</al></li><li nr="c."><al>indien de te maken uitweg zich boven een kabel- of
                                            leidingtracé bevindt, is het niet toegestaan gesloten
                                            verharding als beton of asfalt, of een puinverharding of
                                            puinfundering aan te brengen;</al></li><li nr="d."><al>de melder dient te gedogen dat werkzaamheden aan kabels
                                            en leidingen van nutsbedrijven plaatsvinden, voor zover
                                            deze zijn gelegen in gemeente-eigendommen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan nadere voorwaarden stellen aan de aanleg van een
                                    uitweg.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen
                                    zes weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de
                                    gewenste uitweg wordt verboden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de
                                    Omgevingsverordening Overijssel 2009.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>6.</nr><titel>VEILIGHEID OP DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk
                                    voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en
                                    natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan
                                    wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                    daarvan gedurende een door het college aangewezen periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                    voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                    liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                    zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>[vervallen; valt onder algemeen voorwerpverbod in artikel
                                2:10)]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en
                                    verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                    Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te
                                    verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige
                                    andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid
                                    geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg
                                    te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                    daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                    Omgevingsverordening Overijssel 2009. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>7.</nr><titel>EVENEMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bioscoopvoorstellingen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                                    Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet
                                    gelegenheid geven tot dansen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>een klein evenement zoals in ieder geval: een straatfeest,
                                    buurtbarbecue, kleine in- of optocht of wandeltocht op op één
                                    dag.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze
                                    verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een braderie;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3
                                    van deze verordening, op de weg;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                    weg;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>een klein evenement zoals in ieder geval: een straatfeest,
                                    buurtbarbecue, kleine in- of optocht of wandeltocht op één
                                    dag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                    indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het evenement voor 23.00 uur of 0.00 uur op een dag waarop een
                                    vrije dag volgt, is afgelopen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>alleen achtergrondmuziek ten gehore wordt gebracht</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of
                                    parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het
                                    verkeer en de hulpdiensten;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van
                                    minder dan 10 m2 per object;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de direct omwonenden worden geïnformeerd over het plaatsvinden
                                    van het kleine evenement;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de organisator binnen 21 dagen voorafgaand aan het evenement
                                    daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen 14 dagen na ontvangst van de melding
                                    besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het
                                    tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of de
                                    bescherming van woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten
                                    aanzien van evenementen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>8.</nr><titel>TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare inrichting:</al><lijst><li nr="i."><al>een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                                snakbar, discotheek, buurthuis of clubhuis;</al></li></lijst><lijst><li nr="ii."><al>elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten
                                                ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                                zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of
                                                dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen
                                                voor directe consumptie worden verstrekt of
                                                bereid;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                        inrichting liggend deel van de openbare inrichting waar sta-
                                        of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                        vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor
                                        directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatievergunning openbare
                                    inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op nader door de burgemeester aangewezen
                                    plaatsen of voor nader door de burgemeester aangewezen
                                    categorieën openbare inrichtingen zonder vergunning van de
                                    burgemeester een openbare inrichting te exploiteren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of
                                    exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een
                                    geldend bestemmingsplan, beheersverordening of
                                    exploitatieplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester kan de
                                    vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn
                                    oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in
                                    de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde
                                    weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter
                                    van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is
                                    gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting
                                    en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds
                                    blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28a</nr><titel>Exploitatie terras</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een terras
                                    bij een openbare inrichting te exploiteren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de bruikbaarheid en het
                                    aanzien van een openbare plaats, de openbare orde of de
                                    bescherming van woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten
                                    aanzien van terrassen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist wanneer wordt voldaan aan de in de
                                    nadere regels opgenomen criteria voor terrassen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd openbare inrichting </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de exploitant verboden de openbare inrichting voor
                                    bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de openbare
                                    inrichting te laten verblijven tussen 06.00 en 09.00 uur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval een openbare inrichting wordt uitgeoefend als
                                    nevenactiviteit van een winkel in de zin van de Winkeltijdenwet
                                    gelden dezelfde sluitingstijden als de winkel. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste lid opgenomen sluitingstijden gelden niet voor
                                    die categorieën openbare inrichtingen waarvan de reguliere
                                    bedrijfsvoering, gelet op de aard van de openbare inrichting,
                                    zich mede richt op het tijdstip tussen 06.00 en 09.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift
                                    andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk
                                    openbare inrichting.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het eerste, derde en vierde lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen
                                    tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende
                                    sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van
                                    de Opiumwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31 verboden gedragingen </nr></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting: </al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat
                                        de inrichting krachtens artikel 2:29 of ingevolge een op
                                        grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten dient te
                                        zijn. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel in openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting laat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>[vervalt] </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Voorkomen glasoverlast</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan uitgaansgebieden/plaatsen aanwijzen,
                                    waarbinnen de houder van een openbare inrichting als bedoeld in
                                    artikel 2:27, verplicht is zodanige maatregelen te treffen dat
                                    de bezoekers geen glaswerk vanuit zijn openbare inrichting mee
                                    de openbare weg opnemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij evenementen met een massaal en/of buitenkarakter kan de
                                    burgemeester openbare inrichtingen gelegen aan of in de
                                    nabijheid van de evenementenlocatie verplichten tot het gebruik
                                    van plastic glaswerk. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd
                                    bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd bestuursorgaan voor
                                de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>8A</nr><titel>BIJZONDERE BEPALINGEN OVER HORECABEDRIJVEN ALS BEDOELD IN DE
                                DRANK- EN HORECAWET</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.34a</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>paracommerciële rechtspersoon,</al></li><li nr="-"><al>alcoholhoudende drank,</al></li><li nr="-"><al>sterke drank,</al></li><li nr="-"><al>horecalokaliteit</al></li></lijst><al>dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.34b</nr><titel>Regulering paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een paracommerciële rechtspersoon kan, onverminderd artikel
                                    2:29, eerste lid, alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken
                                    tijdens en tot uiterlijk anderhalf uur na afloop van een
                                    activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire
                                    doelen van de rechtspersoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een paracommerciële rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende
                                    drank tijdens jeugdactiviteiten die gericht zijn op personen
                                    onder de 18 jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een paracommerciële rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende
                                    drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en
                                    bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet
                                    rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende
                                    rechtspersoon betrokken zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het derde lid gestelde verbod geldt niet voor het
                                    verstrekken van alcoholhoudende drank tijdens maximaal negen
                                    bijeenkomsten van persoonlijke aard per kalenderjaar binnen
                                    dorps- en gemeenschapscentra waarvoor een Drank- en
                                    Horecawetvergunning is verleend. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in het vierde lid
                                    doet uiterlijk 3 dagen voor een bijeenkomst als bedoeld in het
                                    derde lid melding hiervan bij de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in het
                                    vierde lid verboden om de mogelijkheid van het houden van
                                    bijeenkomsten als bedoeld in het derde lid, openlijk aan te
                                    prijzen, hiermee te adverteren of hiervoor reclame te
                                    maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.34c</nr><titel>Verbod verstrekken van sterke drank</titel></kop><al>Het is verboden in paracommerciële inrichtingen sterke drank te
                                verstrekken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.34d</nr><titel>Verbod 'happy hours'</titel></kop><al>Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras
                                bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te
                                verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een
                                periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die in de
                                betreffende horecalokaliteit of op het betreffende terras gewoonlijk
                                wordt gevraagd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.34e</label><titel>Ontheffingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan op aanvraag ontheffing verlenen van het
                                    verbod, gesteld in artikel 2.34c. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan een ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>9.</nr><titel>TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN
                                VAN NACHTVERBLIJF</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens
                                    nachtregister</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>10.</nr><titel>TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>speelgelegenheid: een voor het publiek toegankelijke
                                        gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze
                                        bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te
                                        beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen
                                        kunnen worden gewonnen of verloren.</al></li><li nr="b."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="c."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a,
                                        van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>behendigheidsautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                        onder b, van de Wet;</al></li><li nr="e."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                        c, van de Wet;</al></li><li nr="f."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
                                        30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="g."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
                                        30, onder e, van de Wet;</al></li><li nr="h."><al>speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek
                                        gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten
                                        te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder
                                        c, van de Wet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39a</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste
                                    lid, onder c, van de Wet vergunning is verleend;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Veiligheid en
                                    Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                    verlenen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het
                                    kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet te
                                    beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel
                                    30 van de Wet, of de handeling als bedoeld in artikel 1, onder
                                    a, van de Wet te verrichten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien naar zijn oordeel
                                    moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de
                                    omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie
                                    van de speelgelegenheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39b</nr><titel>Voorschriften/beperkingen
                                    vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan vergunningen tot het aanwezig hebben van speelautomaten
                                        in inrichtingen als bedoeld in artikel 30c, eerste lid,
                                        onder a en b van de Wet worden voorschriften en beperkingen
                                        verbonden, met dien verstande dat in ieder geval uit de
                                        vergunning blijkt of die betrekking heeft op kansspel- en/of
                                        behendigheidsautomaten.</al></li><li nr="2."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn vier speelautomaten
                                        toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.</al></li><li nr="3."><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn vier speelautomaten
                                        toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het
                                        geheel niet zijn toegestaan.</al></li></lijst><al><onderstreept>Speelautomatenhallen</onderstreept></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Vergunning burgemeester
                                    speelautomatenhal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan voor maximaal twee speelautomatenhallen een
                                    vergunning verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40a</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><al>De natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert
                                (de ondernemer) dient de vergunning aan te vragen onder overlegging
                                van in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige beschrijving van de inrichting waarbij is
                                        opgenomen de oppervlakte daarvan, alsmede een plattegrond
                                        waarin is aangegeven op welke plaats in de speelautomatenhal
                                        en in welk aantal kansspel- en/of behendigheidsautomaten
                                        worden opgesteld;</al></li><li nr="b."><al>een bewijs van inschrijving bij de Kamer van
                                        Koophandel;</al></li><li nr="c."><al>een verklaring waaruit blijkt dat hij gerechtigd is over de
                                        ruimte te beschikken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40b</nr><titel>Vergunning speelautomatenhal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning kan uitsluitend worden gesteld ten name van de
                                    ondernemer en is niet overdraagbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de vergunning wordt de naam van degene die met het dagelijkse
                                    toezicht en onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is
                                    belast (bedrijfsleider/beheerder) vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden.
                                    Deze hebben in elk geval betrekking op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de sluitingstijden van de speelautomatenhal;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het toezicht in de speelautomatenhal;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het aantal en type speelautomaten dat mag worden opgesteld;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de exploitatie van de speelautomatenhal.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40c</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning wordt geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het maximaal aantal af te geven vergunningen voor
                                        speelautomatenhallen is verleend;</al></li><li nr="b."><al>de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de
                                        openbare weg voor het publiek toegankelijk is;</al></li><li nr="c."><al>de bedrijfsleider(s)/beheerder(s) de leeftijd van 21 jaar
                                        nog niet heeft (hebben) bereikt;</al></li><li nr="d."><al>de ondernemer of de bedrijfsleiders(s)/beheerder(s) onder
                                        curatele staat (staan) of bewind is ingesteld over één of
                                        meer aan hen toebehorende goederen, als bedoeld in Boek 1,
                                        titel 19, van het Burgerlijk Wetboek;</al></li><li nr="e."><al>door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het
                                        oordeel van de burgemeester de leef- en woonsituatie in de
                                        naaste omgeving of het karakter van de naaste omgeving op
                                        ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;</al></li><li nr="f."><al>de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd
                                        oplevert met het geldende bestemmingsplan,
                                        beheersverordening, exploitatieplan dan wel een
                                        stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening in de zin van
                                        de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40d</nr><titel>Wisseling bedrijfsleider/beheerder</titel></kop><al>De vergunning vervalt na verloop van twaalf weken nadat de in de
                                vergunning vermelde bedrijfsleider/beheerder de hoedanigheid van
                                bedrijfsleider/beheerder heeft verloren, tenzij de ondernemer binnen
                                die termijn een nieuwe aanvraag om vergunning voor hetzelfde pand
                                heeft ingediend. In dat geval vervalt de vergunning zodra de
                                beslissing op de nieuwe aanvraag onherroepelijk is geworden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40e</nr><titel>Overlijden en wisseling ondernemer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een ondernemer komt te overlijden vervalt de vergunning
                                    na verloop van twaalf weken, tenzij de voorzetting van de
                                    exploitatie wordt beoogd en binnen die termijn een aanvraag voor
                                    een nieuwe vergunning is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In alle gevallen van wisseling van ondernemer dient binnen vier
                                    weken na overname van de speelautomatenhal een nieuwe vergunning
                                    te worden aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zolang op een tijdig ingediende aanvraag niet is beslist is
                                    voortzetting van de exploitatie toegestaan, met inachtneming van
                                    de voorschriften en beperkingen, verbonden aan de van rechtswege
                                    vervallen vergunning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40f</nr><titel>Intrekking vergunning</titel></kop><al>De burgemeester kan de vergunning intrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste
                                        of onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de
                                        vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een
                                        situatie is ontstaan als bedoeld in 2:40c, onder e;</al></li><li nr="c."><al>indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning
                                        verbonden voorschriften en beperkingen;</al></li><li nr="d."><al>indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een
                                        periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>11.</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN
                                BALDADIGHEID</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                    krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een
                                    niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of
                                    dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                    krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet
                                    voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat
                                    lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of
                                    bij dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding
                                    aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te
                                    brengen of te doen aanbrengen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding,
                                    letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen
                                    aanbrengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats of openbaar water te
                                    vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek,
                                    kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening Overijssel
                                    2009. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare
                                    plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een
                                    beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                    toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting,
                                    verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                    weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen woningen
                                    onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik en
                                    glasoverlast</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    nuttigen</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied glazen, (aangebroken)
                                    glazen flessen en dergelijke bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een openbare inrichting , als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats niet zijnde een openbare inrichting , als
                                            bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens
                                            artikel 35 van de Drank en Horecawet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor zover het gebruik
                                    van glaswerk op grond van de beleidsregels voor evenementen of
                                    het terrassenbeleid is toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                    houden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                    drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek
                                    toegankelijke ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt
                                    en kermisterrein e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
                                    ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een
                                    andere door het college aangewezen plaats; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd
                                    is;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats
                                    indien de hond niet is aangelijnd of</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander
                                    identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet
                                    kennen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op
                                    door het college aangewezen plaatsen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van
                                    toepassing op de eigenaar of houder van een hond:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            sociale hulphond laat begeleiden; of </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Diegene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is
                                    verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond
                                    onmiddelijk worden verwijderd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder
                                    van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond
                                    of sociale hulphond laat begeleiden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepasisng op door
                                    het college aangewezen plaatsen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij die eigenaar of houder
                                    van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:</al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of
                                            van beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de
                                            hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van
                                            de mens niet mogelijk is; en</al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                            afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                            de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                            aanwezig zijn.</al></li><li nr="d."><al>Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder
                                            d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien
                                            te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag
                                            verstrekt uniek identificatienummer door middel van een
                                            microchip die met een chipreader afleesbaar is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke
                                    dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                    opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                    verboden is daarbij aangeduide dieren:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>aanwezig te hebben, of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hen
                                    gestelde regels, of</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing
                                    is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel
                                    aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een
                                    groter aantal dan door het college is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens
                                (vee) dat zich bevindt in een aan een weg liggend weiland of terrein
                                dat niet van die weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering,
                                is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen
                                worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>12.</nr><titel>BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN
                                GOEDEREN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> Handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de
                                        algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437,
                                        eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></li><li nr="b."><al> Verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of
                                        op andere wijze overdragen van alle gebruikte en ongeregelde
                                        goederen door de handelaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het
                                    verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te
                                    nemen: </al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor
                                            zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het
                                            goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed; en</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel
                                    437ter van het Wetboek van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 437ter,
                                        tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de burgemeester
                                        of een door deze aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in
                                        kennis stelt dat hij van het opkopen een beroep of gewoonte
                                        maakt, daarbij tevens schriftelijk opgave te doen van zijn
                                        woonadres en van het volledig adres van elke lokaliteit die
                                        door hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik is
                                        genomen; </al></li><li nr="b."><al>de burgemeester of een door deze aangewezen ambtenaar onder
                                        aanbieding van zijn register(s) onverwijld doch in ieder
                                        geval binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen
                                        van een verandering van zijn woonadres en van het adres of
                                        de adressen van een bij hem ten behoeve van zijn onderneming
                                        in gebruik zijnde lokaliteit; </al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is
                                        gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard
                                        van de onderneming duidelijk zichtbaar voorkomt; </al></li><li nr="d."><al>indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen
                                        waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van
                                        misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                        gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan de
                                        burgemeester of een door deze aangewezen ambtenaar; </al></li><li nr="e."><al>zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te geven
                                        aan de burgemeester of een door deze aangewezen ambtenaar;
                                    </al></li><li nr="f."><al> wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep of
                                        gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van
                                        handelaar niet langer uitoefent, de burgemeester of een door
                                        deze aangewezen ambtenaar hiervan onverwijld doch in ieder
                                        geval binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen
                                    goederen</titel></kop><al>Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig
                                door opkoop verkregen goed gedurende de eerste vijf dagen dat het
                                onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging
                                aan te brengen tenzij deze wijziging van geen invloed is op de
                                herkenbaarheid van het goed.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in openbare inrichtingen</titel></kop><al>[vervallen; opgenomen in artikel 2:32].</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>13.</nr><titel>VUURWERK</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van
                                    consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Gebruiken van consumentenvuurwerk tijdens
                                    de jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan
                                    veroorzaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73a</nr><titel>Carbidschieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden carbidgas, een ander soort gas of (vloei)stof
                                    tot ontbranding dan wel ontploffing te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op 31 december
                                    van 10.00 uur tot 20.00 uur, op door het college aangewezen
                                    locaties.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melkbus of een daarop lijkend voorwerp, welke gebruikt wordt
                                    voor het carbidschieten mag een maximale inhoud van 50 liter
                                    hebben.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>14.</nr><titel>DRUGSOVERLAST</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>15.</nr><titel>BESTUURLIJKE OPHOUDING,
                                VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN EN
                                GEBIEDSONTZEGGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50,
                                2:73 of 5:34 van de Algemene plaatselijke verordening
                                Steenwijkerland 2009 groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare
                                    plaatsen</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet
                                besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur
                                ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:78</nr><titel>Gebiedsontzegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het
                                    voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken
                                    van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van
                                    personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een
                                    persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende
                                    handelingen verrichten een bevel geven zich gedurende ten
                                    hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de
                                    gemeente op een openbare plaats op te houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de
                                    burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel
                                    als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw [één of meer
                                    van de bovengenoemde overtredingen begaat, een bevel geven zich
                                    gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde
                                    delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven
                                    als de overtreding binnen zes maanden na het geven van een
                                    eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid,
                                    plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde
                                    bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke
                                    omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De
                                    burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van
                                    een bevel.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE EN
                            DERGELIJKE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="f."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="g."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al></li><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2
                                        van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, ESCORTBEDRIJVEN,
                                STRAATPROSTITUTIE EN DERGELIJKE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen en
                                    escortbedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;</al></li><li nr="d."><al>het aantal werkzame prostitué(e)s;</al></li><li nr="e."><al>de plaatselijk en kadastrale ligging van de
                                            seksinrichting door middel van een situatietekening met
                                            een schaal van tenminste 1:1000;</al></li><li nr="f."><al>het bewijs van inschrijving in het handelsregister bij
                                            de Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="g."><al>een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd
                                            is tot het gebruik van de ruimte bestemd voor de
                                            seksinrichting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend voor een periode van maximaal drie
                                    jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke
                                    macht of de voogdij;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in
                                    een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van
                                    artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking
                                    gesteld;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                                    onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de
                                    rechter in Nederland, inclusief Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
                                    de drie openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, dan
                                    wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar
                                    Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge
                                    artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                    toegelaten;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                    uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                    geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als
                                    bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van
                                    Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de
                                    Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                    vreemdelingen;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met
                                    249, 252, 250a (oud), 273f, 300 tot en met 303, 416, 417,
                                    417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                    Strafrecht;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
                                    artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                    1994;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op
                                    de kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74,
                                    tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76,
                                    derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
                                    tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                    straf.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum
                                    van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                    datum van de intrekking van deze vergunning.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3.4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem terzake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><al>[Verwerkt in artikel 3:7]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke sluitingsuren; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ter bescherming van de in artikel
                                    3:13, tweede lid, genoemde belangen of in geval van strijdigheid
                                    met de bepalingen in dit hoofdstuk, de nadere regels als bedoeld
                                    in artikel 3:3 of de aan de vergunning verbonden
                                    voorschriften:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om gedurende de tijd dat een seksinrichting
                                    krachtens het eerste lid gesloten dient te zijn, die
                                    seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin of
                                    aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden gedurende de
                                    tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid gesloten
                                    dient te zijn, zich daarin of aldaar te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7a</nr><titel>Intrekking en wijziging van de
                                    vergunning</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan het bevoegd
                                bestuursorgaan ter bescherming van de in artikel 3:13, tweede lid,
                                genoemde belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in
                                dit hoofdstuk of de nadere regels als bedoeld in artikel 3:3, de
                                vergunning intrekken of wijzigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door
                                    exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de
                                    feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden),
                                    XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX
                                    (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede
                                    Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet
                                    wapens en munitie; en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met
                                    het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                    Vreemdelingenwet bepaalde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straat- en raamprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door ambtenaren van de politie het bevel worden
                                    gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                    verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen
                                    van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                    bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                    aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    in gevaar brengt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in
                                    het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>BESLISSINGSTERMIJN; WEIGERINGSGRONDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5
                                    gestelde eisen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                    beheersverordening, exploitatieplan, stadsvernieuwingsplan of
                                    leefmilieuverordening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd
                                    met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij
                                    of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                    bepaalde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven
                                    kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning
                                    bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de
                                    aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid,
                                    achterwege gelaten, in het belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                    leefklimaat;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING
                                BEHEER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder f, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN
                            ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>GELUIDHINDER EN VERLICHTING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet Geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve
                                    festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet
                                    voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                    dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in één of
                                    meer delen van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, bedraagt niet meer dan 60 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening - op zondag tot en met donderdag
                                    uiterlijk om 00.00 uur en op vrijdag, zaterdag en dagen waarop
                                    een algemeen erkende feestdag volgt uiterlijk om 01.00 uur te
                                    worden beëindigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele
                                    festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste
                                    twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college
                                    daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 10
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting bedraagt niet meer dan 60 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening - op zondag tot en met donderdag
                                    uiterlijk om 00.00 uur en op vrijdag, zaterdag en dagen waarop
                                    een algemeen erkende feestdag volgt uiterlijk om 01.00 uur en in
                                    de nacht van 31 december op 1 januari (oud en nieuw) uiterlijk
                                    om 04.00 uur beëindigd. De geluidsnorm is exclusief 10 dB(A)
                                    aftrek vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de
                                    bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zevende lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                        bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid
                                        van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen
                                        tabel van toepassing, met dien verstande dat:</al></li><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige
                                        gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze
                                        gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in
                                        redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                                        geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                                        gevoelige terreinen op de grens van het terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor
                                        zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige
                                        ruimten en verblijfsruimten;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de
                                        tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.</al></li><li nr="e."><al>Tabel</al></li></lijst><al/><table><tgroup cols="4" char="" charoff="50" align="left"><colspec colname="col1" colwidth="39*"/><colspec colname="col2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colwidth="20*"/><colspec colname="col4" colwidth="20*"/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>7.00 – 19.00 uur</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>19.00 – 23.00 uur</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>23.00 – 7.00 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Voor de duur van 10 uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                        harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting
                                        gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de
                                        genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. Indien versterkte
                                        elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen,
                                        wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en
                                        is het Besluit van toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3
                                        van deze verordening van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of het Besluit op een zodanige wijze toestellen of
                                    geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                                    verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                    geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en
                                    niet openbare riolen en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>houtopstand: hakhout, een houtwal, een houtsingel of een of meer
                                    bomen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de
                                    stronk uitlopen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de
                                    houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                    ingevolge artikel 1, vijfde </al><al> lid, van de Boswet;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma
                                    ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C.
                                    Moreau);</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium,
                                    behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus
                                    multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus.</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>perceel: een bebouwd perceel met erf en tuin;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>aanbeplanting: bomenrij die de weg of oprijlaan begeleid en
                                    versterkt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
                                    die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                    houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van
                                    houtopstanden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag
                                        houtopstand te vellen of te doen vellen.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of
                                                langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande
                                                uit niet-geknotte populieren of wilgen;</al></li><li nr="b."><al>vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="c."><al>fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te
                                                dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het
                                                bijzonder bestemde terreinen;</al></li><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="e."><al>houtopstand die bij wijze van dunning moet worden
                                                geveld, indien de doorsnede van de te vellen
                                                houtopstand een kleinere diameter heeft dan 40
                                                centimeter;</al></li><li nr="f."><al>houtopstand die gelegen is buiten een bebouwde kom,
                                                tenzij de houtopstand gelegen is op erven en in
                                                tuinen of een zelfstandige eenheid vormt die: </al><lijst><li nr="-"><al>ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10
                                                  are (1000m2);</al></li><li nr="-"><al>ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer
                                                  dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal
                                                  rijen;</al></li></lijst></li><li nr="g."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                                Plantenziektewet of krachtens een </al><al> aanschrijving of op last van het college, zulks
                                                onverminderd het bepaalde in artikel 4:11, onder
                                                f;</al></li><li nr="h."><al>houtopstand ten aanzien waarvan bij een geldend
                                                bestemmingsplan, beheersverordening of een geldend
                                                voorbereidingsbesluit is bepaald dat het verboden is
                                                deze te vellen zonder vergunning van het college
                                                (aanlegvergunning);</al></li><li nr="i."><al>bomen die staan op percelen kleiner dan of gelijk
                                                aan 400 m² binnen de bebouwde kom</al><al> ingevolge de Wegenverkeerswet 1994 en die niet
                                                staan in/op houtwallen;</al></li><li nr="j."><al>bomen voor zover niet reeds voornoemd onder a tot en
                                                met i, waarvan de stam gemeten met schors op een
                                                hoogte van 1,30 m. boven het maaiveld een kleinere
                                                stamomtrek dan 155 cm. heeft en die niet staat in/op
                                                houtwallen, houtsingels, laanbeplantingen en/of
                                                bospercelen die tot deze afdeling behoren. Binnen de
                                                beschermde stads- en dorpsgezichten Blokzijl,
                                                Vollenhove, Giethoorn, Jonen en Dwarsgracht geldt
                                                dat de stam gemeten met schors op een hoogte van
                                                1,30 m. boven het maaiveld een kleinere stamomtrek
                                                dan 100 cm. heeft en die niet staat in/op houtwallen
                                                of houtsingels, laanbeplantingen en of bospercelen
                                                die tot deze afdeling behoren;</al></li><li nr="k."><al>houtopstand gelegen in een beschermd natuurmonument
                                                in de zin van de Natuurbeschermingswet;</al></li><li nr="l."><al>periodiek afzetten van hakhout ter uitvoering van
                                                het reguliere onderhoud.</al></li><li nr="3."><al>Het eerste lid is niet van toepassing als de
                                                burgemeester toestemming verleent voor het vellen
                                                van een houtopstand in verband met een spoedeisend
                                                belang voor de openbare orde of een direct gevaar
                                                voor personen of goederen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11a</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><al>[vervalt]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11a</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr=""><al>De vergunning kan in elk geval worden geweigerd op grond
                                            van:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                            dorpsschoon;</al></li><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="f."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand;</al></li></lijst><lijst><li nr="g."><al>de vitaliteit van de houtopstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgronden genoemd in het eerste lid worden uitgewerkt
                                    in nadere regels. Deze nadere regels worden vastgesteld door het
                                    college. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11c</nr><titel>Bijzondere bomen</titel></kop><al>[vervalt]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11b</nr><titel>Vervallen vergunning</titel></kop><al>Een omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden vervalt
                                indien daarvan niet binnen drie jaren na bekendmaking gebruik is
                                gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11c</nr><titel>Bijzondere
                                    vergunningsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren
                                    het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
                                    overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen
                                    moet worden herplant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan
                                    kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde van
                                    feitelijk niet-gebruik tot het moment van definitief worden van
                                    de vergunning, oftewel tot het moment dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de bezwaar- of beroepstermijn voor derden is verstreken
                                            zonder dat bezwaar of beroep is </al><al> ingediend;</al></li><li nr="b."><al>beslist is op een verzoek om een voorlopige
                                            voorziening;</al></li><li nr="c."><al>beslist is op het beroep van derden en geen verzoek tot
                                            voorlopige voorziening is gedaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11d</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het
                                    bevoegd gezag is geveld dan wel op andere wijze tenietgegaan,
                                    kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond
                                    waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit
                                    anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                    verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hem
                                    te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen
                                    termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan
                                    wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
                                    gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan
                                    wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van
                                    voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om
                                    overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door
                                    hem te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
                                    bedreiging wordt weggenomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en
                                    met derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is
                                    verplicht daaraan te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11e</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door de
                                toepassing van artikel 4:11, artikel 4:11e of artikel 4:11f, schade
                                lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te
                                zijnen laste behoort te komen en waarvan de vergoeding niet
                                anderszins is verzekerd, kent het bevoegd gezag hem op zijn verzoek
                                een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Bestrijding iepziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar
                                    het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor
                                    verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van
                                    iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door
                                    het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij de
                                    aanschrijving vast te stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></li><li nr="b."><al>de iepen te ontschorsen en de schors te
                                            vernietigen;</al></li><li nr="c."><al>of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te
                                            vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding
                                            van de iepziekte wordt voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met uitzondering
                                    van geheel ontschorst iepenhout en iepenhout met een doorsnede
                                    kleiner dan 4 cm, voorhanden of in voorraad te hebben of te
                                    vervoeren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van dit verbod. Indien
                                    het bevoegd gezag van oordeel is dat er sprake is van een acuut
                                    gevaar van verspreiding van de iepziekte of de iepenspintkevers,
                                    dan kan door het bevoegd gezag gevorderd worden dat de hiertoe
                                    in aanmerking komende iepen meteen gekapt worden, zonder dat er
                                    rekening gehouden wordt met de in de aanschrijving vastgestelde
                                    termijn.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN
                                STANKOVERLAST</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest,
                                    afvalstoffen enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten
                                    een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                    openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                                    plaatsen of aanwezig te hebben:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                    voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen
                                    daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                    geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                    commercieel doel;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een
                                    verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                    landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                    bepaald voorwerp of bepaalde stof: op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                    tweede lid nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke
                                    ordening of de Provinciale Verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van
                                    meststoffen</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke, ontsierende of
                                    gevaarlijke reclame</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak
                                niet-bouwvergunningplichtige handelsreclame te maken of te voeren
                                door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor
                                het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat
                                voor de omgeving of strijdigheid ontstaat met redelijke eisen van
                                welstand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning in de zin van artikel
                                2.1 lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is
                                vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan
                                worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten
                                    kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de
                                    beheersverordening of exploitatieplan is bestemd of mede
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik op een zogenaamd paalkampeerterrein. Een
                                    paalkampeerterrein is gelegen in een natuurgebied en op een
                                    nader door het college aangewezen locatie. Op een
                                    paalkampeerterrein is het toegestaan maximaal 3 etmalen te
                                    overnachten, waarbij op enig moment op de betreffende locatie
                                    niet meer dan 3 kampeermiddelen voor eigen gebruik gelijktijdig
                                    aanwezig mogen zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4:18, eerste lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER
                            GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>PARKEEREXCESSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf
                                    e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                        verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                                lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren
                                                van personen tegen betaling.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                        gerekend:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                        worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen,
                                        en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor
                                        deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                        bedoelde persoon.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                        gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                        slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                                toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een
                                                cirkel met een straal van 25 meter met als
                                                middelpunt een van deze voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te
                                                gebruiken.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen
                                            of te hebben op een door het college aangewezen weg,
                                            waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog
                                            op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
                                            schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                            gemeente;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                    Omgevingsverordening Overijssel 2009 of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op
                                    de weg worden geplaatst of gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende
                                    voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met
                                    stankverspreidende stoffen</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door
                                    voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><lijst><li nr=""><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                        uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                        opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de
                                        openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of
                                        bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of
                                        plaatsen te laten staan.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen
                                        fietsen of bromfietsen langer dan een door het college
                                        vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>COLLECTEREN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is organisaties die vermeld staan op het landelijke
                                    collecterooster van het Centraal Bureau Fondsenwerving of
                                    organisaties die niet zijn gevestigd in de gemeente verboden
                                    zonder vergunning van het college een openbare inzameling van
                                    geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te
                                    bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is organisaties die zijn gevestigd in de gemeente verboden
                                    een openbare inzameling van geld of goederen te houden of
                                    daartoe een intekenlijst aan te bieden zonder daarvan melding te
                                    doen bij het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Gelet op hetgeen bepaald is in het eerste en tweede lid kan het
                                    college nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inzameling als bedoeld in het tweede lid kan worden gehouden
                                    indien wordt voldaan aan de in de nadere regels opgenomen
                                    criteria.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Hetgeen in het eerste en tweede lid bepaald is, geldt niet voor
                                    een inzameling die in besloten kring wordt gehouden.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>VENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                            degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                            jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op
                                            snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag
                                    tussen 20.00 en 9.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Venten met gedrukte stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, van de Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door een verbod in te stellen:</al><lijst><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen,
                                            of</al></li><li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>STANDPLAATSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen,
                                    zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld
                                            in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                            Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                            2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en
                                    weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                                            redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse
                                            in gevaar komt;</al></li><li nr="c."><al>vanwege de strijd met een geldend bestemmingsplan,
                                            beheersverordening of exploitatieplan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid, geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de
                                    Omgevingsverordening Overijssel 2009.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, tweede lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>SNUFFELMARKTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan<vet>, </vet>beheersverordening of
                                    exploitatieplan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>6.</nr><titel>OPENBAAR WATER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar
                                    water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente
                                    gebruikelijke wijze van bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de
                                    Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                    Waterwet, de Omgevingsverordening Overijssel 2009, een regeling
                                    van het waterschap Drents Overijsselse Delta of het bepaalde bij
                                    of krachtens de Telecommunicatiewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen</titel></kop><lid><lidnr/><al>[Dit artikel is bij raadsbesluit d.d. 1 september 2009
                                    ingetrokken.]</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats overige vaartuigen, niet zijnde
                                    woonschepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig, niet zijnde een woonschip, of
                                    met nader door het college genoemde vaartuigen, niet zijnde
                                    woonschepen, een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een
                                    ligplaats voor een vaartuig, niet zijnde een woonschip, of voor
                                    nader door het college genoemde vaartuigen, niet zijnde
                                    woonschepen, beschikbaar te stellen op door het college
                                    aangewezen gedeelten van openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig, niet zijnde een
                                    woonschip, op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten
                                    van openbaar water:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van openbare orde,
                                            volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen,
                                            niet zijnde woonschepen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het tweede lid is eveneens van toepassing op het
                                    innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan
                                    wel voor een vaartuig, niet zijnde een woonschip, bedoeld in het
                                    eerste lid voor zover het college van zijn bevoegdheid gebruik
                                    maakt om het verbod omschreven in het eerste lid te beperken tot
                                    nader genoemde vaartuigen, niet zijnde woonschepen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde is niet van toepassing
                                    op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de
                                    Omgevingsverordening Overijssel 2009 of een regeling van het
                                    waterschap Drents Overijsselse Delta.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede en derde lid van artikel
                                    5:25a bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een
                                    vaartuig, niet zijnde een woonschip, voorschriften stellen met
                                    betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een
                                    ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid,
                                    veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de
                                    gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig, niet zijnde een woonschip, is
                                    verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met
                                    betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een
                                    ligplaats op te volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                    Waterwet, de Omgevingsverordening Overijssel 2009, de
                                    provinciale landschapsverordening of een regeling van het
                                    waterschap Drents Overijsselse Delta.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikelen 5:25 en 5:26
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de
                                    Omgevingsverordening Overijssel 2009.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de
                                    Omgevingsverordening Overijssel 2009.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>7.</nr><titel>CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN
                                RUITERVERKEER IN NATUURGEBIEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd
                                    dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of
                                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te
                                    nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                    kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                    verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in
                                    natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld
                                    in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                    terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                    paarden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                    hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid,
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister
                                    van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                    hulpverleningsdiensten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                    exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                    wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen
                                    die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid
                                    bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van
                                    de onder d bedoelde personen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                    'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van
                                    motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                    aangewezen als 'toestel'.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>8.</nr><titel>VERBOD VUUR TE STOKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten
                                    inrichtingen of anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover het betreft:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke, voor
                                    zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving
                                    oplevert;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                    afvalstoffen worden verbrand, voor zover dat geen gevaar,
                                    overlast of hinder voor de omgeving oplevert;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar,
                                    overlast of hinder voor de omgeving oplevert.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                    wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Verbod op het gebruik van wensballonnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zogenoemde wensballonnen door middel van hete
                                    lucht afkomstig van vuur op te laten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een wensballon wordt mede verstaan elk voorwerp dat door
                                    middel van open vuur opstijgt en zonder sturing wegdrijft.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>9.</nr><titel>VERSTROOIING VAN AS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling </titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens de artikelen van deze
                                verordening bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven
                                voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten
                                hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde
                                en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                                beperkingen wordt, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid,
                                gestraft met een geldboete van de eerste categorie: </al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>2:47 tot en met 2:50;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>2:62;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>4:6.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op
                                overtreding van de artikelen en de krachtens deze artikelen gegeven
                                voorschriften en beperkingen waarvan de strafbaarheid reeds is
                                geregeld in bijzondere wetten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet
                                op de economische delicten van toepassing op overtreding van het
                                bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde lid, 2:11,
                                tweede lid, 2:12, eerste lid en 4:11, eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel
                                de burgemeester aangewezen personen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen
                                belasten met dit toezicht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van
                                politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van
                                Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van
                                de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude
                                verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening Steenwijkerland 2006,
                                laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 14 oktober 2008, wordt
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt op 1 maart 2009 in werking. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            Steenwijkerland 2009 versie 10 9<sup>e </sup>wijziging. </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 27 januari 2009,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, R.G.H.P. Moonen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter, drs. H.H. Apotheker</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>