<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR630348_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening commissie bezwaar- en klaagschriften Gemeenschappelijke regeling werkbedrijven Kust-, Duin- en Bollenstreek</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Gemeenschappelijke regeling werkbedrijven Kust-, Duin- en Bollenstreek</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-05-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Zuid-Holland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2019-917">bgr-2019-917</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening commissie bezwaar- en klaagschriften Gr KDB</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">N.v.t.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2019-05-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2019-05-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Verordening commissie bezwaar- en klaagschriften Gr KDB</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening commissie bezwaar- en klaagschriften Gemeenschappelijke regeling werkbedrijven Kust-, Duin- en Bollenstreek</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter; </al><al>ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft; </al><al>gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur d.d. 17 april 2019; </al><al>gelet op de artikelen 7:13 en 9:14 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; </al><al>b e s l u i t e n : </al><al>vast te stellen de volgende “Verordening commissie bezwaar- en klaagschriften”: </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al/><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepalingen. </titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><al>a. verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen of </al><al>waartegen de klacht is gericht; </al><al>b. commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaar- en klaagschriften; </al><al>c. gemeenschappelijke regeling: de gemeenschappelijke regeling werkbedrijven </al><al>Kust-, Duin- en Bollenstreek (GR KDB); </al><al>d. werkbedrijven: de organisatie, bestaande uit de gemeenschappelijke regeling </al><al>en haar uitvoeringsorganisaties; </al><al>e. wet: de Algemene wet bestuursrecht. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Inleidende bepalingen commissie. </titel></kop><al>1. Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaar- en klaagschriften. </al><al>2. De commissie heeft tot taak het verwerend orgaan te adviseren over de te nemen </al><al>beslissing op bezwaar- en klaagschriften als bedoeld in artikel 1:5 van de wet en ten </al><al>aanzien van de afhandeling van klaagschriften als bedoeld in artikel 9:4, eerste lid, van </al><al>de wet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Samenstelling commissie. </titel></kop><al>1. De commissie bestaat uit ten minste drie leden. </al><al>2. De leden worden benoemd, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur. </al><al>3. De commissie wijst uit haar midden een voorzitter aan. </al><al>4. De leden van de commissie mogen geen binding hebben met de gemeenschappelijke </al><al>regeling en de door deze regeling ingestelde uitvoeringsorganisaties. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Secretaris. </titel></kop><al>1. Het dagelijks bestuur voegt een medewerker van de gemeenschappelijke regeling, dan wel haar uitvoeringsorganisaties, als secretaris toe aan de commissie. </al><al>2. De secretaris van de commissie is tevens de coördinator van de klachtenbehandeling, </al><al>zoals bedoeld in deze verordening. </al><al>3. Het dagelijks bestuur wijst tevens één of meer plaatsvervangers van de secretaris aan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Zittingsduur. </titel></kop><al>1. De leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Zij kunnen </al><al>éénmaal voor een periode van vier jaar worden herbenoemd. </al><al>2. De leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan </al><al>schriftelijk mededeling aan het dagelijks bestuur. </al><al>3. De aftredende of ontslag nemende leden van de commissie blijven hun functie vervullen </al><al>totdat in de opvolging is voorzien. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Ingediend bezwaarschrift. </titel></kop><al>1. Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend. </al><al>2. Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt binnen zeven werkdagen in </al><al>handen van de commissie gesteld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Mondelinge klachten. </titel></kop><al>1. Een mondelinge klacht dient te worden ingediend bij de secretaris van de commissie. In </al><al>geval van een mondelinge klacht tegen een bestuursorgaan, de directeur van de </al><al>werkbedrijven of de secretaris van de gemeenschappelijke regeling, wordt deze </al><al>doorgeleid naar de voorzitter van de gemeenschappelijke regeling of, in geval van een </al><al>klacht tegen de voorzitter, naar de plaatsvervangend voorzitter. </al><al>2. Wordt de klacht in het gesprek van de klachtbehandelaar niet tot tevredenheid van de </al><al>klager opgelost, dan dient hem gewezen te worden op de mogelijkheid de klacht </al><al>schriftelijk in te dienen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Schriftelijke klachten. </titel></kop><al>1. Een schriftelijke klacht wordt ingediend bij het dagelijks bestuur. </al><al>2. Het klaagschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt binnen zeven werkdagen in </al><al>handen van de commissie gesteld. </al><al>3. De secretaris zendt aan degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft een </al><al>afschrift van het klaagschrift toe. </al><al>4. De secretaris verstrekt aan de klager en degene op wiens gedraging de klacht betrekking </al><al>heeft, schriftelijke informatie met betrekking tot de procedure. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Uitoefening bevoegdheden. </titel></kop><al>De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie: </al><al>a. artikel 2:1, tweede lid; </al><al>b. artikel 6:6, voor wat betreft het stellen van een termijn aan de indiener; </al><al>c. artikel 6.17, voor zover het de verzending van stukken tijdens de behandeling door de </al><al>commissie betreft; </al><al>d. artikel, 7:4, tweede lid; </al><al>e. artikel 7:6, vierde lid. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Vooronderzoek. </titel></kop><al>1. De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te </al><al>winnen of te laten inwinnen. </al><al>2. De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen </al><al>advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te </al><al>verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het dagelijks </al><al>bestuur vereist, voor zover het budget, dat in de begroting van de gemeenschappelijke </al><al>regeling aan de commissie is toegekend, voor het inwinnen van advies of inlichtingen niet </al><al>toereikend is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>Hoorzitting. </titel></kop><al>1. De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting, waarin de </al><al>belanghebbende en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld door </al><al>de commissie te worden gehoord. </al><al>2. De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de wet. </al><al>3. Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet </al><al>hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en aan het verwerend orgaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Uitnodiging zitting. </titel></kop><al>1. De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee </al><al>weken voor de zitting schriftelijk uit. </al><al>2. Binnen drie dagen na de verzending van de uitnodiging kunnen de belanghebbenden </al><al>of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip </al><al>van de zitting te wijzigen. </al><al>3. De beslissing van de voorzitter wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting </al><al>aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan medegedeeld. </al><al>4. De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te </al><al>staan van de termijnen, genoemd in het eerste tot en met het derde lid. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Quorum. </titel></kop><al>Voor het houden van een zitting is vereist dat ten minste de voorzitter en één van de leden van de commissie aanwezig zijn, evenals de secretaris of diens plaatsvervanger. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Niet-deelnemen aan de behandeling. </titel></kop><al>De leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift of klaagschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15:</nr><titel>Openbaarheid zitting. </titel></kop><al>1. Indien de zitting van de commissie betrekking heeft op een bezwaarschrift wordt zij </al><al>in het openbaar gehouden. </al><al>2. De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of één van de </al><al>aanwezige leden het nodig oordeelt of indien belanghebbende daartoe een verzoek doet. </al><al>3. Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich </al><al>tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting achter gesloten deuren </al><al>plaats. </al><al>4. Indien de zitting van de commissie betrekking heeft op een klaagschrift wordt zij </al><al>achter gesloten deuren gehouden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16:</nr><titel>Schriftelijke verslaglegging. </titel></kop><al>1. Het verslag, als bedoeld in artikel 7:7 van de wet vermeldt de namen van de aanwezigen </al><al>en hun hoedanigheid. </al><al>2. Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat </al><al>verder ter zitting is voorgevallen. </al><al>3. Indien de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond, of indien </al><al>belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden, niet in elkaars tegenwoordigheid </al><al>zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding. </al><al>4. Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag </al><al>worden gehecht. </al><al>5. Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17:</nr><titel>Nader onderzoek. </titel></kop><al>1. Indien na afloop van de zitting, maar voordat het advies wordt opgesteld, nader </al><al>onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen </al><al>van de andere commissieleden dit onderzoek houden. </al><al>2. De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de </al><al>commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden. </al><al>3. De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen </al><al>binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de </al><al>commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De </al><al>voorzitter beslist op dit verzoek. </al><al>4. Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen van deze verordening, die betrekking </al><al>hebben op de hoorzitting, zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18:</nr><titel>Raadkamer en advies. </titel></kop><al>1. De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het uit te brengen </al><al>advies. </al><al>2. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. </al><al>3. Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. </al><al>4. Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien de </al><al>minderheid dat verlangt. </al><al>5. Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op </al><al>het bezwaar- of klaagschrift. </al><al>6. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19:</nr><titel>Uitbrengen advies en verdaging. </titel></kop><al>1. Het advies wordt, onder medezending van het verslag, als bedoeld in artikel 16 en </al><al>eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en nader verslag, tijdig </al><al>uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaar- of klaagschrift dient te beslissen. </al><al>2. Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van 12 weken, </al><al>genoemd in artikel 7:10, eerste lid, van de wet, ontoereikend is voor achtereenvolgens </al><al>het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het </al><al>verwerend orgaan tijdig de beslissing te verdagen. </al><al>3. Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een </al><al>afschrift. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20:</nr><titel>Jaarverslag. </titel></kop><al>De commissie brengt jaarlijks aan de bestuursorganen van de gemeenschappelijke regeling verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22:</nr><titel>Inwerkingtreding. </titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van haar bekendmaking. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23:</nr><titel>Citeertitel. </titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening commissie bezwaar-en klaagschriften GR KDB”. </al><al/><al>Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur in zijn openbare vergadering van 17 mei 2019. </al><al>M.J. Adriaanse,   </al><al>secretaris   </al><al>J.A.C. Langeveld,</al><al>Voorzitter</al><al/><al>Aldus vastgesteld door het dagelijks bestuur in zijn vergadering van 17 april 2019. </al><al>M.J. Adriaanse,   </al><al>secretaris   </al><al>J.A.C. Langeveld,</al><al>Voorzitter</al><al/><al>Aldus vastgesteld door de voorzitter d.d. 17 april 2019. </al><al>J.A.C. Langeveld</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al/></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>