<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR62968_6</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten Uitgeest 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.officielebekendmakingen.nl, 10-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten Uitgeest 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 221</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R2015.0098</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belasting</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al><al>Vervangt de Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2015, vastgesteld bij Raadsbesluit R2014.0104 van 8 december 2015 welke wordt ingetrokken per 1 januari 2016 met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten Uitgeest
            2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Uitgeest; </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 november 2015 nr.
                        R2015.0098;</al><al>gehoord de beraadslagingen in de commissie Algemene Zaken en Financiën d.d.
                        19 november 2015</al><al>besluit:</al><al>Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten Uitgeest
                        2016;</al><al/><al>Gelet op artikel 221 van de Gemeentewet;</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>ruimte: een roerende woon- of bedrijfsruimte, welke duurzaam aan een
                                plaats gebonden is en dient tot permanente bewoning of permanent
                                gebruik;</al></li><li nr="b."><al>woonruimte: een ruimte waarvan de vastgestelde waarde in hoofdzaak
                                kan worden toegerekend aan delen van de ruimte die dienen tot woning
                                dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden;</al></li><li nr="c."><al>bedrijfsruimte: een ruimte die niet kan worden aangemerkt als
                                woonruimte.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam ‘belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten’
                                worden ter zake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe
                                belastingen geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar een bedrijfsruimte, al dan niet krachtens
                                        eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
                                        gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar van een ruimte het genot heeft krachtens
                                        eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen
                                        eigenarenbelasting.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een bedrijfsruimte
                                        in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene
                                        die dat deel in gebruik heeft gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een bedrijfsruimte voor
                                        volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die
                                        die ruimte ter beschikking heeft gesteld.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Degene die een in het vorige lid bedoelde bedrijfsruimte in gebruik
                                heeft gegeven of ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die ruimte of
                                deel daarvan in gebruik is gegeven of ter beschikking is
                                gesteld.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><al>Als één ruimte wordt aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>een binnen de gemeente gelegen ruimte;</al></li><li nr="b."><al>een gedeelte van een in onder a bedoelde ruimte dat blijkens zijn
                                indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden
                                gebruikt;</al></li><li nr="c."><al>een samenstel van twee of meer in onder a bedoelde ruimten of in
                                onder b bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in
                                gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar
                                behoren;</al></li><li nr="d."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van een in onder a bedoelde
                                ruimte, van een in onder b bedoeld gedeelte daarvan of van een in
                                onder c bedoeld samenstel.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf is de waarde die aan de ruimte dient te worden
                                toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen
                                worden overgedragen en de verkrijger de ruimte in de staat waarin
                                deze zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou
                                kunnen nemen.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                bedrijfsruimte, met uitzondering van ruimten die zijn ingeschreven
                                in een van de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers
                                van beschermde monumenten, bepaald op de vervangingswaarde indien
                                dit leidt tot een hogere waarde dan die ingevolge het eerste
                                lid.</al></li><li nr="3."><al>Bij de berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden
                                met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de bestemming van de ruimte;</al></li><li nr="b."><al>de sedert de stichting van de ruimte opgetreden technische
                                        en functionele veroudering waarbij de invloed van latere
                                        wijzigingen in aanmerking wordt genomen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                ruimte in aanbouw bepaald op de vervangingswaarde, bedoeld in het
                                tweede lid. Onder een ruimte in aanbouw wordt verstaan een roerende
                                zaak of gedeelte daarvan waarvoor een omgevingsvergunning in de zin
                                van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor het bouwen van
                                een bouwwerk is afgegeven en die door bouw nog niet geschikt is voor
                                gebruik overeenkomstig de beoogde bestemming.</al></li><li nr="5."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                woonruimte, die deel uitmaakt van een op de voet van de
                                Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de
                                voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit
                                Natuurschoonwet 1928, bepaald met inachtneming van een
                                vooronderstelde verplichting om het landgoed gedurende een tijdvak
                                van 25 jaren als zodanig in stand te houden en geen opgaand hout te
                                vellen anders dan volgens de regels van normaal bosbeheer
                                noodzakelijk of gebruikelijk is. Ruimten die dienstbaar zijn aan de
                                woonruimte worden geacht deel uit te maken van die woonruimte.</al></li><li nr="6."><al>Met betrekking tot een ruimte als bedoeld in artikel 3, aanhef en
                                onderdeel d, wordt de waarde gesteld op een evenredig deel van de
                                waarde die dient te worden toegekend aan de gehele ruimte.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>glasopstanden die bedrijfsmatig worden aangewend voor de
                                        kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond ervan
                                        bestaat uit cultuurgrond die bedrijfsmatig wordt
                                        geëxploiteerd ten behoeve van de land- of bosbouw. Onder
                                        cultuurgrond wordt mede begrepen de open grond, alsmede de
                                        ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend
                                        wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de
                                        ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>ruimten die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                        eredienst of voor het houden van openbare
                                        bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en
                                        ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die
                                        dienen als woning;</al></li><li nr="c."><al>ruimten ten behoeve van waterverdedigings- en
                                        waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen,
                                        instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                        rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen van
                                        zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en
                                        ander afvalwater en die worden beheerd door organen,
                                        instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                        rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen van
                                        zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="e."><al>werktuigen die van een ruimte kunnen worden afgescheiden
                                        zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen
                                        wordt toegebracht en die niet op zichzelf als ruimten zijn
                                        aan te merken;</al></li><li nr="f."><al>bedrijfsruimten voor zover die bestemd zijn te worden
                                        gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met
                                        uitzondering van delen van zodanige bedrijfsruimten die
                                        bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van
                                        onderwijs.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vrijstelling met betrekking tot de in het eerste lid, onderdeel
                                f, bedoelde bedrijfsruimten geldt niet voor de eigenarenbelasting
                                zover de gemeente van die ruimten niet het genot heeft krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking
                                gelaten de waarde van gedeelten van de bedrijfsruimten die in
                                hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>6</nr><titel>Waardepeildatum</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf wordt bepaald naar de waarde die de ruimte wordt
                                op de waardepeildatum heeft naar de staat waarin de ruimte op die
                                datum verkeert. </al></li><li nr="2."><al>De waardepeildatum ligt één jaar voor het begin van het kalenderjaar
                                waarvoor de waarde wordt bepaald. </al></li><li nr="3."><al>Indien een ruimte in het kalenderjaar voorafgaande aan het begin van
                                het kalenderjaar waarvoor de waarde wordt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>opgaat in een andere ruimte dan wel in meer ruimten, of
                                    </al></li><li nr="b."><al>wijzigt als gevolg van hetzij bouw, verbouwing, verbetering,
                                        afbraak of vernietiging, hetzij verandering van bestemming,
                                        of</al></li><li nr="c."><al>een verandering in waarde ondergaat als gevolg van een
                                        andere, specifiek voor de ruimte geldende, bijzondere
                                        omstandigheid, wordt, in afwijking van het eerste lid, de
                                        waarde bepaald naar de staat van die ruimte bij het begin
                                        van het kalenderjaar.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                                heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: </al><lijst><li nr="a."><al>de gebruikersbelasting 0,1770%;</al></li><li nr="b."><al>bij de eigenarenbelasting </al><al>1. voor woonruimten 0,1379%;</al><al>2. voor bedrijfsruimten 0,2454%.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
                                twee maanden later. </al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in het geval het totaalbedrag
                                van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan
                                € 75,-, doch minder is dan € 5.000,-, en zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke
                                termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van
                                het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                later.</al></li><li nr="3."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de belastingen op roerende
                        woon- en bedrijfsruimten.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De "Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten
                                2015” wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde
                                datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum
                                hebben voorgedaan. </al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016. </al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening belastingen op
                                roerende woon- en bedrijfsruimten Uitgeest 2016”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>