<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR629368_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening gemeente Gilze en Rijen 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2019-281368">gmb-2019-281368</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Gilze en Rijen 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2017-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Financiële verordening gemeente Gilze en Rijen 2017</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën en economie</overheidrg:onderwerp></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening gemeente Gilze en Rijen 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label/></kop><al>Agendapunt 15.</al><al>Vergadering</al><al>d.d. 18 december 2017.</al><al><vet>DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN;</vet></al><al>gezien het voorstel, genummerd RS17.00238, van het college van burgemeester en wethouders;</al><al>gelet op het bepaalde in de Gemeentewet en in het Besluit begroting en verantwoording provincies</al><al>en gemeenten;</al><al><vet>b e s l u i t</vet> :</al><al>vast te stellen de <vet>Financiële verordening gemeente Gilze en Rijen 2017</vet></al><al><vet>1 Begroting en verantwoording</vet></al><al><vet>Artikel 1 Programma-indeling</vet></al><al>1. De raad stelt de programma-indeling en de taakvelden per programma vast.</al><al>2. De raad stelt per programma resultaten/doelstellingen vast. De resultaten/doelstellingen dienen</al><al>voor het meten van en het afleggen van verantwoording over de gemeentelijke productie van</al><al>goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijk beleid.</al><al>3. De raad stelt, indien gewenst, vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen van de</al><al>begroting en jaarstukken kaders wil stellen en geïnformeerd wil worden.</al><al>4. De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast. Het</al><al>voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25,</al><al>tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.</al><al><vet>Artikel 2 Inrichting begroting en jaarstukken</vet></al><al>1. Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s en het overzicht van</al><al>algemene dekkingsmiddelen de baten en lasten per taakveld weergegeven.</al><al>2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt:</al><al>a. van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet</al><al>weergegeven;</al><al>b. van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de</al><al>uitputting van het krediet in het lopende boekjaar weergegeven.</al><al>3. In de jaarrekening wordt van de investeringen opgenomen:</al><al>a. de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten;</al><al>b. de actuele raming van de totale uitgaven.</al><al><vet>Artikel 3 Kaders begroting</vet></al><al>1. Het college legt vóór 15 juli een perspectiefnota ter besluitvorming voor aan de raad met daarin</al><al>de financiële kaders en speerpunten van beleid die het college bij het voorbereiden van de</al><al>programmabegroting van het volgende begrotingsjaar en de drie daarop volgende jaren dient te</al><al>hanteren.</al><al>2. In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen.</al><al><vet>Artikel 4 Autorisatie begroting, investeringskredieten en begrotingswijzigingen</vet></al><al>1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de lasten en baten per programma, het</al><al>overzicht algemene dekkingsmiddelen, het bedrag voor overhead, het bedrag aan te betalen</al><al>vennootschapsbelasting, het bedrag voor onvoorzien en de toevoegingen en onttrekkingen aan</al><al>de reserves per programma.</al><al>2. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen van het</al><al>meerjareninvesteringsplan hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het</al><al>investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de</al><al>begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.</al><al>3. Indien het college voorziet dat een geautoriseerd budget of investeringskrediet dreigt te worden</al><al>overschreden, meldt het college dit via een tussentijdse rapportage aan de raad. Het college</al><al>voegt hierbij een voorstel voor wijziging van het budget of het investeringskrediet of een</al><al>voorstel voor bijstelling van het beleid.</al><al>4. Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar groter dan € 40.000, die niet in de</al><al>begroting zijn opgenomen, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een</al><al>investeringsvoorstel en een voorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet aan de</al><al>raad voor. Investeringen kleiner dan € 40.000,--, inclusief eventuele dekking uit een</al><al>bestemmingsreserve, worden geautoriseerd door het college. Deze worden vervolgens gemeld</al><al>aan de gemeenteraad in de reguliere P&amp;C producten.</al><al>5. Lopende kredieten (eenmalige uitgaven, verspreid over meerdere begrotingsjaren, die niet</al><al>geactiveerd worden) en investeringskredieten (eenmalige uitgaven die geactiveerd worden)</al><al>worden voor zover deze niet zijn aangewend, overgeheveld naar het volgende begrotingsjaar.</al><al>Voor het nog niet aangewende deel van lopende kredieten, die gedekt worden door structurele</al><al>baten, vindt in het begrotingsjaar een dotatie aan de bestemmingsreserve “kredieten” plaats,</al><al>zodat deze in het volgende begrotingsjaar als dekking ingezet kan worden. Voor het nog niet</al><al>aangewende deel van lopende kredieten, die gedekt worden door middel van een onttrekking</al><al>aan een reserve, wordt betreffende reserve ook in het volgende jaar als dekking ingezet.</al><al><vet>Artikel 5 Tussentijdse rapportages</vet></al><al>1. Het college informeert de raad twee maal per jaar door middel van tussentijdse rapportages</al><al>over de realisatie van de begroting van de gemeente.</al><al>2. De tussenrapportage bevat een uiteenzetting over de uitvoering en de bijstelling van het beleid,</al><al>de financiële afwijkingen op de programma's en investeringskredieten en het effect hiervan op</al><al>het rekeningresultaat.</al><al>3. Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een besluit nadat de raad in</al><al>de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen</al><al>indien de begrotingspost onvoorziene uitgaven wordt overschreden. Bij raadsvoorstellen met als</al><al>dekking de begrotingspost onvoorziene uitgaven dient ook altijd het saldo van deze post</al><al>vermeld te worden.</al><al><vet>2 Financieel beleid</vet></al><al><vet>Artikel 7 Waardering en afschrijving vaste activa</vet></al><al>1. Voor regelgeving ten aanzien van de waardering en afschrijving van vaste activa is de vigerende</al><al>nota waarderings- en afschrijvingsbeleid van toepassing.</al><al>2. Het college biedt de raad periodiek een nota waarderings- en afschrijvingsbeleid aan. De raad</al><al>stelt de nota vast.</al><al><vet>Artikel 8 Reserves en voorzieningen</vet></al><al>1. In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen</al><al>toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats.</al><al>2. Het college biedt de raad periodiek een nota reserves en voorzieningen aan. De raad stelt de</al><al>nota vast.</al><al><vet>Artikel 9 Kostprijsberekening</vet></al><al>1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in</al><al>rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan</al><al>overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening</al><al>gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en</al><al>de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van</al><al>de in gebruik zijnde activa betrokken.</al><al>2. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen</al><al>voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in</al><al>gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden</al><al>gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW)</al><al>en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken.</al><al>3. Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de</al><al>in gebruik zijn de activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld.</al><al>Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de</al><al>begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende</al><al>leningen, kortlopende leningen en kredieten en het rentepercentage van de rentevergoeding</al><al>over de reserves en de voorzieningen zoals bepaald overeenkomstig het vierde en vijfde lid. De</al><al>uitkomst van dit percentage van de omslagrente wordt op een half procent afgerond.</al><al>4. Het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen in de</al><al>omslagrente voor de kostprijsberekening wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. De</al><al>hoogte van het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen</al><al>wordt bepaald aan de hand van de bij de begroting geraamde rentekosten als percentage van</al><al>de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten. De uitkomst van dit</al><al>rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen wordt op een half</al><al>procent afgerond.</al><al>5. Als het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen zoals</al><al>berekend overeenkomstig het vierde lid een percentage oplevert dat lager of gelijk is aan 2,5%,</al><al>dan bedraagt het rentepercentage voor deze rentevergoeding 3%.</al><al><vet>Artikel 10 Vaststelling tarieven belastingen, rechten, heffingen en diensten</vet></al><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven</al><al>voor belastingen, rechten en heffingen en geleverde diensten. De raad stelt de tarieven vast.</al><al><vet>Artikel 11 Lokale heffingen</vet></al><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen de verplichte</al><al>onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.</al><al><vet>Artikel 12 Weerstandsvermogen en risicobeheersing</vet></al><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf weerstandsvermogen en</al><al>risicobeheersing de verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording</al><al>provincies en gemeenten op.</al><al><vet>Artikel 13 Onderhoud kapitaalgoederen</vet></al><al>1. Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud</al><al>kapitaalgoederen de verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting en</al><al>verantwoording provincies en gemeenten op.</al><al>2. Het college stelt periodiek onderhoudsplannen voor de kapitaalgoederen vast.</al><al><vet>Artikel 14 Financiering</vet></al><al>1. In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de</al><al>verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en</al><al>gemeenten in ieder geval op:</al><al>a. de kasgeldlimiet;</al><al>b. de renterisiconorm.</al><al>2. Het college biedt de raad periodiek een treasurystatuut aan. De raad stelt het statuut vast.</al><al><vet>Artikel 15 Bedrijfsvoering</vet></al><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf bedrijfsvoering de verplichte</al><al>onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.</al><al><vet>Artikel 16 Verbonden partijen</vet></al><al>1. Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden partijen de</al><al>verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en</al><al>gemeenten op.</al><al>2. Het college biedt de raad periodiek een nota verbonden partijen aan. De raad stelt de nota vast.</al><al><vet>Artikel 17 Grondbeleid</vet></al><al>1. In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte</al><al>onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.</al><al>2. Het college biedt de raad periodiek een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast.</al><al><vet>Financiële organisatie en financieel beheer</vet></al><al><vet>Artikel 18 Administratie</vet></al><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij dienstbaar is voor:</al><al>a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen</al><al>b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa, voorraden,</al><al>vorderingen, schulden, contracten</al><al>c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en</al><al>investeringskredieten</al><al>d. het maken van kostencalculaties</al><al>e. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie</al><al>van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid</al><al>f. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid</al><al>van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de budgetten en relevante</al><al>wet- en regelgeving.</al><al>g. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie,</al><al>alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van</al><al>het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en</al><al>regelgeving.</al><al><vet>Artikel 19 Financiële organisatie</vet></al><al>Het college draagt het bestuur van de uitvoeringsorganisatie op om te zorgen voor en vast te leggen:</al><al>a. een eenduidige indeling van de uitvoeringsorganisatie en een eenduidige toewijzing van de</al><al>gemeentelijke taken aan de organisatieonderdelen;</al><al>b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkhedenverlening</al><al>van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende</al><al>budgetten en investeringskredieten;</al><al>c. regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende</al><al>informatievoorziening van de financieringsfunctie;</al><al>d. de te maken afspraken met de uitvoeringsorganisatie over de te leveren prestaties, de daarvoor</al><al>beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de</al><al>activiteiten en uitputting van middelen;</al><al>e. kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de taakvelden;</al><al>f. regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;</al><al>g. regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en</al><al>instellingen;</al><al>h. maatregelen voor het voorkomen van fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke</al><al>regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en</al><al>verantwoording wordt voldaan.</al><al><vet>Artikel 20 Interne controle</vet></al><al>Het college zorgt voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking</al><al>en de rechtmatigheid van de beheershandelingen.</al><al>4 Slotbepalingen</al><al><vet>Artikel 21 Inwerkingtreding</vet></al><al>1. Deze verordening treedt in werking op de dag na vaststelling en werkt terug tot en met</al><al>1 januari 2017.</al><al>2. De "Financiële verordening gemeente Gilze en Rijen 2016", vastgesteld bij raadsbesluit</al><al>d.d. 21 december 2015, wordt ingetrokken.</al><al><vet>Artikel 22 Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening wordt in de gemeentelijke stukken aangehaald onder de naam "Financiële</al><al>verordening gemeente Gilze en Rijen 2017".</al><al>Aldus vastgesteld in de openbare</al><al>vergadering van 18 december 2017.</al><al>DE RAAD VOORNOEMD,</al><al>de griffier, de voorzitter,</al><al>mr. J.W. Timmermans dr. A.J.W. Boelhouwer</al></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>