<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR628580_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Kwaliteitskader peuteropvang Assen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Assen</dcterms:creator><dcterms:modified>2020-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Assen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2019-262690">gmb-2019-262690</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Kwaliteitskader peuteropvang Assen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2019-10-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-11-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Kwaliteitskader peuteropvang Assen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label/></kop><al>Dit Kwaliteitskader is gekoppeld aan de ‘Subsidieregeling Peuteropvang gemeente Assen’. Dit is een kindgebonden gemeentelijke financiering voor peuters die gebruik maken van een door de gemeente Assen erkende voorschoolse voorziening uitgevoerd onder de Wet kinderopvang.</al><al><vet>Doel                       : </vet>Bewaken, beheersen en verbeteren van vve kwaliteit in de gemeente Assen.</al><al><vet>Looptijd    :</vet> Dit Kwaliteitskader gaat in per 1-1-2020 en eindigt per 31-12-2023. Hiermee is het vorige kwaliteitskader peuteropvang Assen, vastgesteld op 27 juni 2017, ingetrokken.</al><al><vet>Toetsing</vet>   <vet>:</vet> De GGD inspecteert jaarlijks de eisen uit dit kwaliteitskader, bovenop de basisvoorwaarden zoals aangegeven in de landelijke wet- en regelgeving. De GGD adviseert de gemeente Assen over haar constateringen.</al><al>Ontwikkelingen in de landelijke wet- en regelgeving, recente wetenschappelijke inzichten en de Assense context vormen de basis van het kwaliteitskader.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al><vet>Nr.</vet></al></entry><entry><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry></row><row><entry><al><vet>1.</vet></al></entry><entry><al><vet><cursief><onderstreept>Wet-   en regelgeving:</onderstreept></cursief></vet></al><al>De aanbieder van   peuteropvang moet voldoen aan de basisvoorwaarden zoals aangegeven in het   Besluit Basisvoorwaarden Kwaliteit Voorschoolse Educatie, de Wet Kinderopvang   en de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang.</al><al> </al></entry></row><row><entry><al><vet>2.</vet></al></entry><entry><al><vet><cursief><onderstreept>Aanbod   peuteropvang:</onderstreept></cursief></vet></al><al>De kindgebonden   gemeentelijke financiering voor peuters is er voor peuteropvang waarbij het   gaat om</al><lijst><li nr="1."><al>een laagdrempelige voorziening voor alle peuters van 2,5 - 4 jaar en   voor peuters met een vve-indicatie* vanaf 2 jaar;</al></li><li nr="2."><al>een voorziening waar peuters, in groepsverband, een passend aanbod   krijgen en gericht in hun ontwikkeling gestimuleerd worden door middel van doelgerichte   activiteiten en spel (spelen, ontmoeten, ontwikkelen);</al></li><li nr="3."><al>een voorziening waar wordt gewerkt met een door het NJI erkend   vve-programma;</al></li><li nr="4."><al>een voorziening waar peuters van dezelfde leeftijd geplaatst worden in   horizontale groepen. Wanneer dit niet haalbaar is kan daar van worden   afgeweken op voorwaarde dat dit onderbouwd opgenomen is in het pedagogisch   beleidsplan. </al></li><li nr="5."><al>een voorziening waarbij zoveel mogelijk sprake is van gemengde groepen:   kinderen met en zonder vve-indicatie en wel of niet vallend onder de   kinderopvangtoeslag spelen en ontwikkelen zich gezamenlijk in een groep. Wanneer   dit niet haalbaar is kan daar van worden afgeweken op voorwaarde dat dit   onderbouwd opgenomen is in het pedagogisch beleidsplan. </al></li><li nr="6."><al>een voorziening die een vroegtijdige signaleringsfunctie heeft waardoor   kinderen en ouders tijdig de juiste ondersteuning kunnen krijgen.</al></li></lijst><al> </al><al><cursief>Peuters van 2 – 2,5 jaar</cursief></al><al>Peuters met een   vve-indicatie* van de JGZ kunnen 16 uur per week (verdeeld over minimaal 3   dagdelen, verspreid over de week) naar de peuteropvang (8 uur regulier aanbod   en 8 uur aanvullend aanbod).</al><al> </al><al><cursief>Peuters van 2,5 – 4 jaar</cursief></al><al>Voor alle peuters   is er een regulier aanbod voor tenminste 2 dagdelen (verspreid over de week) van   in totaal 8 uur per week, gedurende 40 weken per jaar.   Voor peuters met een vve-indicatie* van de JGZ is er een aanvullend aanbod   van 8 uur extra per week (in totaal 16 uur per week, verdeeld over minimaal 3   dagdelen, verspreid over de week), gedurende 40 weken per jaar. </al><al> </al><al>*Peuters die   voldoen aan de gemeentelijke doelgroepdefinitie<sup>1</sup> krijgen een   vve-indicatie en komen in aanmerking voor het aanvullend aanbod (vve). De Jeugdgezondheidszorg (JGZ)   kan dit al vroeg inschatten omdat zij de kinderen volgen vanaf de eerste   levensweken. Soms blijkt pas op de peuteropvang dat een kind tot de doelgroep   behoort. In dat geval legt de voorschoolse organisatie het ter toetsing voor   aan de JGZ.</al><al> </al></entry></row><row><entry><al><vet>3.</vet></al></entry><entry><al><vet><cursief><onderstreept>Inhoudelijke   eisen: </onderstreept></cursief></vet></al><al>De aanbieder van   peuteropvang beschikt over een pedagogisch-educatief beleidsplan waarin de   samenwerking met het basisonderwijs** staat beschreven. Uit dit plan blijkt   dat er afspraken zijn gemaakt over</al><lijst><li nr="1."><al>een gedeelde visie ten aanzien van het ontwikkelen en leren van 0-12   jarigen en de wijze waarop beide visies te herkennen zijn in het aanbod van   activiteiten;</al></li><li nr="2."><al>een gezamenlijk pedagogisch klimaat met daarin beschreven:</al></li><li nr="3."><al>de wijze waarop de ontwikkeling van de kinderen   wordt gestimuleerd, in het bijzonder op de gebieden taal en   sociaal-emotionele ontwikkeling;</al></li><li nr="4."><al>de wijze waarop de ontwikkeling van de kinderen   wordt gevolgd;</al></li><li nr="5."><al>de wijze waarop het aanbod van voorschoolse   educatie hierop wordt afgestemd;</al></li><li nr="6."><al>de doorgaande leer- en ontwikkelingslijn van kinderen en de   wijze waarop een zorgvuldige overgang van het kind van voor- naar   vroegschoolse educatie wordt gewaarborgd. Voor kinderen die meer   ondersteuning nodig hebben en alle kinderen met een vve-indicatie is er sprake   van een warme overdracht.</al></li><li nr="7."><al>een doorlopende zorgstructuur voor 0-12 jarigen (intern en extern) en de   wijze waarop kinderen ondersteuning krijgen die past bij hun ontwikkeling en   behoeften.</al></li></lijst><al> </al><al><cursief>Ouderbetrokkenheid bij vve</cursief></al><al>Uit het pedagogisch-educatief   beleidsplan, waarin de samenwerking met het basisonderwijs** staat   beschreven, blijkt verder dat er per locatie afspraken zijn over de wijze   waarop:</al><lijst><li nr="1."><al>ouders van   kinderen met een vve-indicatie betrokken worden, waarbij de ouders weten</al></li><li nr="2."><al>hoe het staat met   de ontwikkeling van hun kind;</al></li><li nr="3."><al>wat zij thuis aan   ontwikkelingsstimulering kunnen doen en hoe ze dat moeten doen;</al></li><li nr="4."><al>ouders van kinderen met een vve-indicatie geactiveerd en gemotiveerd   worden om deel te nemen aan de ouderactiviteiten in de wijk, zodat zij hun   kinderen beter kunnen ondersteunen in hun ontwikkeling.</al></li></lijst><al> </al><al>**Peuteropvanglocaties   die niet in een Integraal kindcentrum gehuisvest zijn kunnen ook een   samenwerking met het basisonderwijs hebben, waarbij de samenwerkingsafspraken   zijn opgenomen in een (pedagogisch-educatief) plan.</al><al> </al></entry></row><row><entry><al><vet>4.</vet></al></entry><entry><al><vet><cursief><onderstreept>Vve-taakuren:</onderstreept></cursief></vet></al><al>Er is vastgelegd   dat er per peuteropvanggroep formatie is opgenomen voor vve-taken buiten de   directe openingsuren.  Deze vve-taken   hebben een directe relatie met de kwaliteit van vve: </al><lijst><li nr="1."><al>voorbereidings- en evaluatietijd;</al></li><li nr="2."><al>oudercontactmomenten;</al></li><li nr="3."><al>deelname aan het Assens ‘kennisnetwerk jonge kind’.</al></li></lijst></entry></row></tbody></tgroup></table><al> </al><al><sup>1 </sup>De Assense doelgroepdefinitie voor vve is als volgt:</al><al> </al><al>Kinderen komen in aanmerking voor vve als:</al><lijst><li nr="-"><al>het kind een taalachterstand in het Nederlands heeft</al></li><li nr="-"><al>één of meerdere omgevingsfactoren een storend effect hebben op:</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>het taalaanbod in de thuissituatie van het kind; en/of</al></li><li nr="-"><al>de taalontwikkeling en/of de sociaal emotionele ontwikkeling van het kind </al><al>Bij omgevingsfactoren kan het gaan om:</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al/></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Het opleidingsniveau van de ouders (één of beide ouders/verzorgers heeft maximaal lbo/vbo, praktijkonderwijs of vmbo basis- of kaderberoepsgerichte leerweg);</al></li><li nr="2."><al>Laaggeletterdheid bij één of beide ouders;</al></li><li nr="3."><al>Schuldenproblematiek in het gezin;</al></li><li nr="4."><al>Chronische ziekte bij ouder, broer of zus van het kind (lichamelijk of psychisch)*;</al></li><li nr="5."><al>Een (op andere wijze) kwetsbaar gezin.*</al><al> *Wanneer deze criteria niet van invloed zijn op de taal- en/of sociaal emotionele ontwikkeling van het kind kunnen ze onder SMI vallen (bv. wanneer het gezin ontlast moet worden).</al></li></lijst><al/><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van B&amp;W op 8 oktober 2019</al><al/><al>M.L.J. Out, voorzitter</al><al>T. Dijkstra, secretaris</al><al/></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>