<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR62852_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Subsidieverordening Zederik 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zederik</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zederik</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kontakt, 02-04-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidieverordening Zederik 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Algemene wet bestuursrecht, titel 4.2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-03-23</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-06-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-2.07.85 ZED 5694</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Subsidieverordening Zederik 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Geconsolideerde tekst van de
                            regeling</vet></al><al><onderstreept>Onderwerp:</onderstreept> Algemene
                        Subsidieverordening Zederik 2009.</al><al><vet>De Raad der gemeente Zederik;</vet> Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van
                        Zederik van 23 maart 2009; Gelet op artikel 147 e.v. van de Gemeentewet en de
                        Algemene wet bestuursrecht;</al><al><vet> b e s l u i t :</vet></al><al>I. Vast te stellen de navolgende <vet>“Algemene Subsidieverordening Zederik 2009”.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al/><table summary=""><title/><tgroup cols="3"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><tbody><row><entry><al>a)</al></entry><entry><al>Raad:</al></entry><entry><al>de raad van de gemeente Zederik.</al></entry></row><row><entry><al>b)</al></entry><entry><al>College:</al></entry><entry><al>het college van burgemeester en wethouders van de
                                                gemeente Zederik.</al></entry></row><row><entry><al>c)</al></entry><entry><al>Wet:</al></entry><entry><al>Algemene wet bestuursrecht, zoals opgenomen in het
                                                Staatsblad nr. 1 van 1998 en alle daarop volgend
                                                wijzigingen.</al></entry></row><row><entry><al>d)</al></entry><entry><al>Organisatie:</al></entry><entry><al>een rechtspersoonlijkheid bezittende instelling die
                                                zich ten doel stelt activiteiten te verrichten op
                                                sociaal-maatschappelijk gebied.</al></entry></row><row><entry><al>e)</al></entry><entry><al>Subsidie:</al></entry><entry><al>de aanspraak op financiële middelen zoals bedoeld in
                                                artikel 4:21 van de Wet.</al></entry></row><row><entry><al>f)</al></entry><entry><al>Subsidiebeleidskader:</al></entry><entry><al>een kaderstellende notitie, waarin de uitgangspunten
                                                voor de subsidies staan beschreven.</al></entry></row><row><entry><al>g)</al></entry><entry><al>Subsidiebeleidsregel:</al></entry><entry><al>een bij besluit door het college vastgestelde
                                                algemene regel, waarin op uitvoeringsniveau het
                                                subsidiebeleid wordt uitgewerkt.</al></entry></row><row><entry><al>h)</al></entry><entry><al>Subsidiejaar:</al></entry><entry><al>het kalenderjaar.</al></entry></row><row><entry><al>i)</al></entry><entry><al>Subsidieplafond:</al></entry><entry><al>het bedrag dat gedurende een tijdvak ten hoogste
                                                beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies
                                                voor bepaalde activiteiten.</al></entry></row><row><entry><al>j)</al></entry><entry><al>Productbegroting:</al></entry><entry><al>een overzicht op jaarbasis van de kostprijs van alle
                                                producten en activiteiten afzonderlijk, waarin
                                                begrepen zijn alle vaste en variabele kosten.</al></entry></row><row><entry><al>k) </al></entry><entry><al>Activiteitenplan: </al></entry><entry><al>omvat een overzicht van activiteiten waarvoor
                                                subsidie wordt aangevraagd en de daarmee
                                                nagestreefde doelstellingen en vermeldt per
                                                activiteit of product de daarvoor benodigde
                                                personele en materiële middelen (zie ook artikel
                                                4:63 van de Wet).</al></entry></row><row><entry><al>l) </al></entry><entry><al>Subsidiecategorie: </al></entry><entry><al><vet>Waarderingsubsidie:</vet></al></entry></row><row><entry><al>m) </al></entry><entry><al>Accountant:</al></entry><entry><al>als bedoeld in artikel 393, 1e lid, van Boek 2 van
                                                het Burgerlijk Wetboek.</al></entry></row><row><entry><al>n)</al></entry><entry><al>Bestemmingsreserve:</al></entry><entry><al>een reserve waaraan een concrete bestemming is
                                                verbonden.</al></entry></row><row><entry><al>o)</al></entry><entry><al>Egalisatiereserve:</al></entry><entry><al>een reserve die bedoeld is voor het dekken van
                                                exploitatierisico’s.</al></entry></row><row><entry><al>p)</al></entry><entry><al>Voorziening:</al></entry><entry><al>een afgescheiden gedeelte van het vermogen, gevormd
                                                om toekomstige verplichtingen af te dekken.</al></entry></row><row><entry><al>q)</al></entry><entry><al>Rekenkamercommissie: </al></entry><entry><al>de door de gemeenteraad bij of krachtens verordening
                                                ingestelde commissie die de rekenkamerfunctie
                                                uitvoert.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op de subsidiëringen van
                                activiteiten waarvoor geen andere gemeentelijke subsidieverordening
                                geldt of indien en voor zover er geen door de gemeente uit te voeren
                                bekostigingsregeling van het Rijk, van de provincie dan wel een
                                Gemeenschappelijke Regeling van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidies kunnen verstrekt worden voor activiteiten op de
                                beleidsterreinen die vallen onder de door de raad vastgestelde
                                programma’s en beleidsterreinen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De activiteiten uit het tweede lid zijn verder uitgewerkt in de
                                subsidiebeleidsregels.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Rechtsbevoegdhedenverdeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt:</al><lijst><li nr="a."><al>het beleidskader vast, hierin staan criteria en
                                                  de basis van de subsidiebedragen omschreven
                                                  waaraan getoetst wordt;</al></li><li nr="b."><al>jaarlijks de budgetten voor subsidiëring vast
                                                  waarbij hij de mogelijkheid heeft voor bepaalde
                                                  subsidies, dan wel soorten subsidies een
                                                  subsidieplafond vast te stellen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is:</al><lijst><li nr="a."><al>bevoegd om deze verordening uit te voeren;</al></li><li nr="b."><al>bevoegd om nadere beleidsregels te stellen ter
                                                  uitvoering van de verordening;</al></li><li nr="c."><al>bevoegd om voor de uitvoering van de
                                                  subsidiebeschikking een uitvoeringsovereenkomst te
                                                  sluiten zoals bedoeld in artikel 4:36 van de
                                                  Wet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Rechtspersoonlijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Activiteiten worden slechts gesubsidieerd voor zover deze worden
                                georganiseerd door rechtspersonen met volledige
                                rechtspersoonlijkheid zonder winstoogmerk.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In bijzondere gevallen kan subsidie worden verleend aan anderen dan
                                in het eerste lid bedoeld. De in deze verordening opgenomen
                                bepalingen zijn dan zoveel mogelijk van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Democratische vereisten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De organisatie dient op zodanige wijze georganiseerd te zijn, dat
                                haar leden, deelnemers, cliënten, vrijwilligers en beroepskrachten
                                naar het oordeel van het college in voldoende mate in de gelegenheid
                                zijn invloed uit te oefenen op het beleid van de organisatie en de
                                uitvoering daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ter zake nadere regels stellen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Alle subsidies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de subsidieontvanger andere doelgerichte
                                verplichtingen opleggen dan beschreven in artikel 4:37, zoals
                                bedoeld in artikel 4:38 van de Wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de subsidieontvanger naast de in lid 1 bedoelde
                                verplichtingen ook niet doelgerichte verplichtingen opleggen als
                                bedoeld in artikel 4:39 van de Wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht opgave te doen aan het college van
                                een wezenlijke wijziging van de gegevens die bij de aanvraag om
                                subsidie zijn overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De subsidie ontvanger brengt het geheel of gedeeltelijk beëindigen
                                van zijn activiteiten onverwijld ter kennis van het college.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De subsidieontvanger dient per omgaande aan het college te berichten
                                omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>ontwikkelingen die van belang zijn voor het door
                                                  de gemeente te voeren beleid;</al></li><li nr="b."><al>ontwikkelingen die er toe leiden dat producten
                                                  niet kunnen worden geleverd of activiteiten niet
                                                  kunnen worden uitgevoerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De subsidieontvanger is aan het college in de gevallen als bedoeld
                                in artikel 4:41 lid 2 van de Wet, een vergoeding van de
                                vermogenswaarden verschuldigd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De wijze waarop de hoogte van de in het zesde lid bedoelde
                                vergoeding wordt bepaald, wordt vermeld in het besluit tot
                                subsidieverlening, subsidievaststelling of subsidiebeëindiging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Eisen aan de administratie en verzekeren tegen wettelijke
                                aansprakelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De organisatie voert een zodanig ingerichte administratie, dat
                                daaruit te allen tijde een overzicht kan worden verkregen van de
                                producten, c.q. activiteiten, de bezittingen, de schulden, het
                                vermogen en de financiële resultaten van de organisatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De organisatie houdt de administratie en de daartoe behorende
                                bescheiden gedurende zeven jaar na afloop van het boekjaar
                                beschikbaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht de bezittingen en het personeel te
                                verzekeren tegen schade en het risico van wettelijke
                                aansprakelijkheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Toetsing aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere dan de gegevens en bescheiden
                                zoals gesteld in deze verordening voor het beoordelen van een
                                aanvraag van belang zijn, worden overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen aan het indienen van de gegevens
                                en bescheiden zoals gevraagd in deze verordening, indien zij vindt
                                dat naleving redelijkerwijs niet kan worden verlangd of geen
                                aanwijsbaar belang dient.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan modellen vaststellen voor de gegevens en bescheiden
                                die ingediend worden bij de aanvraag tot subsidieverlening of
                                subsidievaststelling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan in beleidsregels bepalen dat in bijzondere gevallen
                                afgeweken wordt van de gehanteerde termijnen voor het indienen van
                                de aanvraag tot subsidieverlening of subsidievaststelling.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college toetst elke aanvraag aan:</al><lijst><li nr="a."><al>deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>het gemeentelijke beleid, zoals genoemd in
                                                  artikel 3;</al></li><li nr="c."><al>het door de raad vastgestelde subsidieplafond of
                                                  begroting per beleidsterrein;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan te allen tijde in overleg treden met de
                                aanvrager.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Weigeringgronden</titel></kop><al>Subsidieverstrekking kan, naast de gevallen in artikel 4:25 en 4:35 van
                            de Wet, worden geweigerd:</al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer voor de activiteit waarvoor subsidie is
                                                aangevraagd geen gelden op de begroting zijn
                                                opgenomen;</al></li><li nr="2."><al>Wanneer naar het oordeel van het college:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten van de aanvrager niet zijn
                                                gericht op of niet aanwijsbaar ten goede komen aan
                                                de inwoners van de gemeente Zederik;</al></li><li nr="b."><al>de activiteiten niet door een reeds
                                                gesubsidieerde organisatie (zouden kunnen) worden
                                                ondernomen;</al></li><li nr="c."><al>de activiteiten niet openstaan voor alle
                                                groeperingen of personen, zonder onderscheid naar
                                                ras, godsdienst, levensovertuiging, sekse of
                                                seksuele geaardheid;</al></li><li nr="d."><al>de gelden niet of in onvoldoende mate zullen
                                                worden besteed voor het doel waarvoor de subsidie
                                                beschikbaar wordt gesteld;</al></li><li nr="e."><al>subsidieverstrekking niet past binnen het
                                                gevoerde gemeentelijk beleid dan wel de betreffende
                                                activiteiten in dat kader onvoldoende prioriteit
                                                hebben;</al></li><li nr="f."><al>niet voldaan wordt aan het vastgestelde
                                                subsidiebeleidskader en de
                                                subsidiebeleidsregels;</al></li><li nr="g."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of
                                                activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met
                                                wet- en regelgeving, het algemeen belang, de
                                                openbare orde of met de op grond van internationale
                                                verdragen algemeen erkende rechten van de mens;</al></li><li nr="h."><al>de subsidieaanvraag betrekking heeft op
                                                partijpolitieke, persoonlijke, godsdienstige en
                                                levensbeschouwelijke activiteiten of;</al></li><li nr="i."><al>de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over
                                                voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij
                                                uit middelen van derden, kan beschikken om de kosten
                                                van de activiteiten te dekken.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Intrekking, wijziging en beëindiging subsidieverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de subsidie intrekken, wijzigen dan wel beëindigen
                                op grond van artikel 4:48, 4:49 en 4:50 van de Wet en bovendien
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de organisatie financieel wanbeleid voert;</al></li><li nr="b."><al>er sprake is van opheffing, faillissement of
                                                  surseance van betaling van de organisatie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorzover een batig liquidatiesaldo mede door het verstrekken van
                                gemeentelijke subsidie is gevormd, kan het college, wanneer artikel
                                6 zesde lid niet van toepassing is, toestemming geven het saldo een
                                andere bestemming te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Begrotingsvoorbehoud</titel></kop><al>Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van de begroting die
                            nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan zij worden verleend onder
                            voorwaarde dat door de raad voldoende gelden ter beschikking worden
                            gesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Onderzoek door Rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie kan bij een gesubsidieerde organisatie een
                                onderzoek instellen naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en
                                rechtmatigheid van het gebruik van de verstrekte subsidies en/of de
                                gesubsidieerde activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Medewerking door de organisatie aan dit onderzoek is een voorwaarde
                                bij subsidieverlening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde onderzoek strekt zich alleen uit tot
                                de gesubsidieerde organisatie of activiteiten die voor meer dan 50%
                                afhankelijk zijn van gemeentelijke subsidies.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rapportage die de Rekenkamercommissie uitbrengt aan de raad zal
                                ter kennis gebracht worden aan de betrokken organisatie bij wie het
                                onderzoek heeft plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Artikel 4:24 van de Wet is niet van toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Waarderingssubsidies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Aanvraag structurele waarderingsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een structurele waarderingsubsidie moet jaarlijks
                                vóór 1 juni van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar worden
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag dienen overgelegd te worden:</al><lijst><li nr="a."><al>de meest recente statuten, het huishoudelijk
                                                  reglement en een uittreksel uit het register van
                                                  de Kamer van Koophandel waaruit de
                                                  bestuurssamenstelling blijkt, tenzij deze
                                                  onderdelen reeds in het bezit zijn van de
                                                  gemeente;</al></li><li nr="b."><al>een beschrijving van de activiteiten;</al></li><li nr="c."><al>een begroting over het subsidiejaar;</al></li><li nr="d."><al>gegevens zoals vermeld in subsidiebeleidsregel
                                                  die past bij het beleidsterrein van de
                                                  aanvraag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Organisaties met een waarderingsubsidie dienen jaarlijks
                                gelijktijdig met de subsidieaanvraag in:</al><lijst><li nr="a."><al>een verslag over de uitgevoerde
                                                  activiteiten;</al></li><li nr="b."><al>een door de kascommissie of - in het geval van
                                                  een stichting - bestuur van de organisatie
                                                  goedgekeurd financieel verslag over het voorgaande
                                                  subsidiejaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een organisatie die in aanmerking wil komen voor een
                                waarderingsubsidie mag een ander boekjaar hanteren dan het
                                subsidie(kalender)jaar. De verstrekking van de subsidie vindt in
                                kalenderjaren plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Aanvraag incidentele waarderingsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een incidentele waarderingsubsidie moet minimaal
                                acht weken voor aanvang van de activiteit ingediend worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag dienen overgelegd te worden:</al><lijst><li nr="a."><al>de meest recente statuten, het huishoudelijk
                                                  reglement en een uittreksel uit het register van
                                                  de Kamer van Koophandel waaruit de
                                                  bestuurssamenstelling blijkt, tenzij deze
                                                  onderdelen reeds in het bezit zijn van de
                                                  gemeente;</al></li><li nr="b."><al>een begroting over de activiteit;</al></li><li nr="c."><al>een activiteitenplan;</al></li><li nr="d."><al>een mededeling of tevens subsidie is aangevraagd
                                                  bij één of meerdere andere bestuursorganen en/of
                                                  fondsen voor dezelfde activiteit;</al></li><li nr="e."><al>gegevens zoals vermeld in subsidiebeleidsregel
                                                  die past bij het beleidsterrein van de
                                                  aanvraag.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Subsidievaststelling waarderingsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Waarderingsubsidies worden direct vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Organisaties met een incidentele waarderingsubsidie zijn verplicht
                                aan te geven wanneer de gesubsidieerde activiteit niet of deels
                                heeft plaatsgevonden. Wanneer een activiteit niet of maar deels
                                heeft plaatsgevonden, kan de subsidievaststelling worden ingetrokken
                                of gewijzigd conform artikel 10.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist:</al><lijst><li nr="a."><al>op de aanvragen voor de structurele
                                                  waarderingsubsidie uiterlijk voor 31 december van
                                                  het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de
                                                  subsidie betrekking heeft;</al></li><li nr="b."><al>op aanvragen voor incidentele waarderingsubsidie
                                                  binnen acht weken nadat de aanvraag met de
                                                  benodigde bescheiden is ontvangen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De onder het derde lid genoemde termijnen kunnen eenmalig worden
                                verlengd met dertien weken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college behoudt zich het recht voor om bij incidentele en
                                structurele waarderingsubsidies steekproefsgewijs te onderzoeken of
                                het doel van de activiteit waarvoor de subsidie is verstrekt, ook is
                                gerealiseerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Productsubsidies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Aanvraag structurele productsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een structurele productsubsidie moet vóór 1 juni
                                voorafgaande aan de (meerjarige) subsidieperiode worden
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij wijzigingen tijdens een meerjarige periode dient de aanvraag
                                tevens vóór 1 juni voorafgaande aan het nieuwe jaar in de periode
                                ingediend te worden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de aanvraag dienen overgelegd te worden:</al><lijst><li nr="a."><al>de meest recente statuten, het huishoudelijk
                                                  reglement en een uittreksel uit het register van
                                                  de Kamer van Koophandel waaruit de
                                                  bestuurssamenstelling blijkt, tenzij deze
                                                  onderdelen reeds in het bezit zijn van de
                                                  gemeente;</al></li><li nr="b."><al>een productbegroting over de periode;</al></li><li nr="c."><al>een activiteitenplan over de periode;</al></li><li nr="d."><al>gegevens zoals vermeld in subsidiebeleidsregel
                                                  die past bij het beleidsterrein van de
                                                  aanvraag.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Aanvraag project productsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een project productsubsidie moet vóór 1 juni
                                voorafgaande aan het jaar waarin het project plaatsvindt, ingediend
                                worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag dienen overgelegd te worden:</al><lijst><li nr="a."><al>de meest recente statuten, het huishoudelijk
                                                  reglement en een uittreksel uit het register van
                                                  de Kamer van Koophandel waaruit de
                                                  bestuurssamenstelling blijkt, tenzij deze
                                                  onderdelen reeds in het bezit zijn van de
                                                  gemeente;</al></li><li nr="b."><al>een productbegroting van het project;</al></li><li nr="c."><al>een activiteitenplan van het project;</al></li><li nr="d."><al>gegevens zoals vermeld in subsidiebeleidsregel
                                                  die past bij het beleidsterrein van de
                                                  aanvraag.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Subsidieverlening productsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op de aanvragen voor de structurele
                                productsubsidie uiterlijk voor 31 december van het jaar voorafgaand
                                aan de periode waarop de subsidie betrekking heeft;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onder het eerste lid 1 genoemde termijn kan eenmalig worden
                                verlengd met dertien weken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college geeft in het besluit tot subsidieverlening in ieder
                                geval aan:</al><lijst><li nr="a."><al>het maximale bedrag dat jaarlijks beschikbaar
                                                  wordt gesteld en de wijze waarop dit bedrag wordt
                                                  bepaald;</al></li><li nr="b."><al>dat bij de subsidieontvanger tussentijds navraag
                                                  gedaan kan worden naar de rechtmatigheid en
                                                  doelmatigheid van de verleende subsidie;</al></li><li nr="c."><al>wanneer het indienen van een mogelijke
                                                  tussentijdse rapportage verlangd wordt;</al></li><li nr="d."><al>op welke wijze de voorschotten betaalbaar worden
                                                  gesteld;</al></li><li nr="e."><al>wat de voorschriften zijn over de hoogte van een
                                                  (te vormen) eigen vermogen en de – na overleg met
                                                  de subsidieaanvrager - specifiek op die
                                                  organisatie geënte regeling ten aanzien van het
                                                  eigen vermogen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Uitvoeringsovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Conform artikel 4:36 uit de Wet kan het college ter uitvoering van
                                een subsidie-verleningsbeschikking een uitvoeringsovereenkomst
                                afsluiten met de aanvrager.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een uitvoeringsovereenkomst kan tijdens de betreffende periode na
                                indiening van een inhoudelijk en financieel verslag worden herzien
                                wanneer dit wenselijk of noodzakelijk wordt geacht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Vaststelling productsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De organisatie die een structurele productsubsidie heeft ontvangen
                                dient uiterlijk vóór 1 juni van elk jaar volgend op het jaar van
                                subsidieverlening een aanvraag tot vaststelling van de subsidie
                                in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De organisatie die een project productsubsidie heeft ontvangen dient
                                uiterlijk 13 weken na afloop van het project een aanvraag tot
                                vaststelling van de subsidie in.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een
                                verantwoording. De verantwoording bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>een verslag over het afgelopen subsidiejaar of
                                                  project. Dit verslag bevat in ieder geval een
                                                  vergelijking tussen de nagestreefde en de
                                                  gerealiseerde doelstellingen, producten,
                                                  prestaties of activiteiten en een toelichting op
                                                  de verschillen. Het verslag is gerelateerd aan het
                                                  ingediende activiteitenplan;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de aan de activiteiten en/of
                                                  producten verbonden uitgaven en inkomsten. Het
                                                  overzicht is gerelateerd aan de
                                                  productbegroting;</al></li><li nr="c."><al>hetgeen van toepassing is conform artikel 
                                                  22;</al></li><li nr="d."><al>een balansoverzicht van het totaal van de
                                                  organisatie over het voorafgaande boekjaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt de productsubsidie vast binnen zes maanden nadat
                                de aanvraag in haar volledigheid is ontvangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Accountantscontrole</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de totale jaarlijkse verleende productsubsidie € 50.000,00 of
                                meer bedraagt, dient de aanvraag tot subsidievaststelling te zijn
                                voorzien van een accountantsverklaring.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de totale jaarlijkse verleende subsidie minder dan €
                                50.000,00 bedraagt, dient de aanvraag tot subsidievaststelling te
                                zijn voorzien van een beoordelingsverklaring.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De organisatie is verplicht alle overige accountantsrapporten die in
                                de subsidieperiode worden uitgebracht te verstrekken aan het
                                college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><al>Artikel 4:71 lid 1 van de Wet wordt van toepassing verklaard. Daarnaast
                            geldt het volgende ten aanzien van reserves en voorzieningen:</al><lijst><li nr="1."><al>Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de
                                                werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor
                                                subsidie werd verstrekt komt ten gunste
                                                onderscheidenlijk ten laste van een egalisatie- of
                                                algemene reserve (conform artikel 4:72 van de
                                                Wet).</al></li><li nr="2."><al>Het college maakt met een organisatie afspraken over
                                                de maximale hoogte van de egalisatie- of algemene
                                                reserve.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan subsidieontvangers op hun verzoek
                                                toestaan, naast een egalisatie- of algemene reserve,
                                                een of meerdere bestemmingsreserves en/of
                                                voorzieningen te hebben.</al></li><li nr="4."><al>Een verzoek als genoemd in het derde lid dient
                                                schriftelijk ingediend te worden en gemotiveerd te
                                                zijn.</al></li><li nr="5."><al>Op een verzoek bedoeld in het derde lid beslist het
                                                college binnen dertien weken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Hardheidclausule</titel></kop><al>In bijzondere gevallen en voor zover toepassing van deze verordening zal
                            leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, kan het college
                            afwijken van het bepaalde in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Meerjarenafspraken die zijn gemaakt voor de inwerkingtreding van deze
                            verordening behouden de overeengekomen looptijd, doch uiterlijk tot 31
                            december 2010.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 april 2009.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene Subsidieverordening Zederik 2003, vastgesteld op 31
                                maart 2003 wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Stimuleringsregeling Verbetering toegankelijkheid openbare en
                                semi-openbare gebouwen 1998 wordt ingaande 1 april 2009
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Verordening regelende de subsidiëring godsdienstonderwijs en
                                levensbeschouwelijk vormingsonderwijs op scholen voor basisonderwijs
                                in de gemeente Zederik wordt ingaande 1 april 2009 ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan aangehaald worden als “Algemene Subsidieverordening
                            Zederik 2009”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergaderingvan de raad van de gemeente
                        Zederik,gehouden op 23 maart 2009.</al></slotformulering><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>Toelichting Algemene Subsidieverordening Zederik</titel></kop><al><vet>Algemeen</vet>Op grond van artikel 4:23 van de Algemene wet bestuursrecht
                    (Awb of de wet) verstrekt een bestuursorgaan slechts subsidie op grond van een
                    wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden
                    verstrekt. Uitzondering hierop is alleen mogelijk als:• in de begroting de
                    subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden
                    vastgesteld, staan vermeld, of;• in incidentele gevallen, mits de subsidie voor
                    ten hoogste vier jaren wordt verstrekt.De algemene subsidieverordening Zederik
                    is het wettelijke voorschrift voor de gemeente Zederik. De algemene
                    subsidieverordening is een aanvulling op en verbijzondering van de wet.In de
                    Algemene wet bestuursrecht is voor een aantal onderdelen van het subsidieproces
                    de keuzemogelijkheid opgenomen om een nadere regeling te treffen bij
                    subsidieverlening of krachtens wettelijk voorschrift i.c. de
                    subsidieverordening.Veel gemeenten werken met zogenaamde modelverordeningen van
                    de Vereniging Nederlandse Gemeenten als voorbeeld voor hun eigen verordeningen.
                    Er bestaat geen model-subsidieverordening.<vet>Hoofdstructuur</vet>Bij het
                    opstellen van de Algemene Subsidieverordening is de volgende hoofdstructuur
                    gehanteerd:• Een algemene subsidieverordening die door de raad wordt
                    vastgesteld, waarin de wettelijke grondslag van activiteiten staat vermeld;• Een
                    nadere regeling van de subsidiëring via het beleidskader van de raad en
                    beleidsregels door het college;• In uitzonderingsgevallen een nadere regeling
                    via een aparte subsidieverordening, indien de aard/inhoud van de regeling dit
                    rechtvaardigt ;• Uitvoering door het college als bevoegd orgaan tot het
                    verstrekken van subsidie;• Regulering van alle “buitenwettelijke subsidies”.Uit
                    het oogpunt van deregulering is gestreefd naar een zo bondig mogelijke
                    verordening, als verbijzondering van en aanvulling op hoofdstuk 4 van de wet,
                    maar tevens naar een beschrijving die voldoende inzicht geeft in het proces.In
                    deze verordening wordt gekozen voor een kaderregeling; daarvoor biedt de Awb
                    ruimte. Een nadere uitwerking van de subsidieactiviteiten vindt plaats in het
                    algemeen subsidiebeleidskader en de -beleidsregels. Daarnaast is er nog de
                    specifieke verordening subsidie gemeentelijke monumenten en rieten daken. Op
                    termijn wordt bekeken of deze ook kan worden opgenomen in de systematiek van de
                    algemene subsidieverordening. </al><al>De nieuwe Algemene Subsidieverordening gaat uit van twee subsidievormen:</al><lijst><li nr="1."><al>Waarderingssubsidies;</al></li><li nr="2."><al>Productsubsidies;</al></li></lijst><al>Bij beide vormen van subsidie is sprake van onderscheid in een eenmalig of
                    structureel karakter. De waarderingssubsidies zijn bedoeld voor activiteiten van
                    vrijwilligersorganisaties die zich minder goed lenen voor sturing op resultaat,
                    maar die het college toch graag wil ondersteunen of aanmoedigen. Bij de
                    productsubsidies wordt gestuurd op prestaties en resultaat die voortvloeien uit
                    gemeentelijke doelstellingen en beleid. Het structurele karakter kan vorm
                    krijgen in meerjarige afspraken.In beginsel worden structurele productsubsidies
                    verstrekt voor een periode van maximaal vier jaar. Dit waarborgt de continuïteit
                    van de betreffende activiteiten en levert efficiencyvoordelen op. Wanneer dit
                    niet mogelijk is of niet de efficiencyvoordelen oplevert, kunnen subsidies
                    worden verstrekt voor kortere periode.Structurele waarderingsubsidies worden
                    verstrekt voor een periode van één jaar.<vet>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE
                        BEPALINGEN</vet><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet>Om
                    interpretatieverschillen te voorkomen zijn in dit artikel de
                    begripsomschrijvingen opgenomen die van toepassing zijn in deze verordening.Voor
                    de omschrijving van het begrip subsidie wordt verwezen naar de Algemene wet
                    bestuursrecht. Deze definitie is door de wet dwingend voorgeschreven. De
                    definitie van het begrip subsidie (artikel 4:21 van de wet) omvat vier
                    kernelementen:</al><lijst><li nr="1."><al>aanspraak op financiële middelen;</al></li><li nr="2."><al>verstrekt door bestuursorgaan;</al></li><li nr="3."><al>met het oog op bepaalde activiteiten van aanvrager;</al></li><li nr="4."><al>niet zijnde een betaling voor geleverde goederen of diensten.</al></li></lijst><al>Artikel 4:21 van de wet kent een materieel subsidiebegrip. Alles wat onder de
                    definitie valt is subsidie. Voorbeelden:a. bijdrage;b. verstrekking;c.
                    tegemoetkoming;d. uitkering;e. garantie;f. symbolisch huurbedrag;g. verkoop
                    beneden kostprijs (overdracht voor symbolisch bedrag).<vet>Artikel 2
                        Reikwijdte</vet>Artikel 4:23 Awb geeft aan dat subsidiëring in beginsel
                    slechts mogelijk is op grond van een wettelijk voorschrift. Door de aanwezigheid
                    van een wettelijke grondslag wordt de rechtszekerheid van de subsidieaanvrager
                    en de subsidieontvanger gewaarborgd. Dit betekent voor de gemeentelijke praktijk
                    dat subsidies op een verordening gebaseerd dienen te zijn. In dit artikel wordt
                    aangegeven dat de verordening geldt voor alle gemeentelijke subsidies, tenzij
                    andere verordeningen van toepassing zijn of tenzij de gemeente een
                    bekostigingsregeling uitvoert van het Rijk, de provincie of Gemeenschappelijke
                    Regeling. Een andere verordening die de gemeente hanteert, is de
                    subsidieverordening gemeentelijke monumenten en rieten daken.In de Algemene
                    subsidieverordening worden de subsidiabele activiteiten op hoofdlijnen
                    omschreven. De verschillende activiteiten worden in beleidsregels op
                    programmaniveau nader uitgewerkt.<vet>Artikel 3
                        Rechtsbevoegdhedenverdeling</vet>Op grond van dit artikel is het college
                    belast met de uitvoering van deze verordening. Uitvoering houdt onder meer in
                    het verlenen en vaststellen van subsidie, het vaststellen van beleidsregels, het
                    aangaan van uitvoeringsovereenkomsten en het verlenen van voorschotten en
                    betalen. Verder regelt dit artikel dat het college nadere beleidsregels kan
                    vaststellen. De kaderstellende rol van de raad komt met name tot uiting in het
                    budgetrecht, het vaststellen van de Algemene subsidieverordening en het
                    vaststellen van het subsidiebeleidskader.<vet>Artikel 4
                        Rechtspersoonlijkheid</vet>Het eerste lid bepaalt dat een subsidie in
                    principe alleen aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid wordt
                    verleend. Dit om financiële en juridische risico´s zoveel mogelijk in te perken.
                    Met het stellen van deze eis bestaat enige zekerheid over de levensvatbaarheid
                    van initiatieven en over de continuïteit, terwijl controleerbaar is wie de
                    subsidieontvanger mag vertegenwoordigen. Dit kan bij (steeksproefgewijze)
                    controle blijken uit de registers van de Kamer van Koophandel. Het tweede lid
                    bepaalt dat in bijzondere gevallen uitzondering kan worden gemaakt. Van deze
                    mogelijkheid kan gebruik worden gemaakt bij bijvoorbeeld kleinschalige
                    (bewoners-) initiatieven (door een niet-rechtspersoon) met een eenmalig
                        karakter.<vet>Artikel 5 Democratische vereisten</vet>Behoeft geen
                        toelichting<vet>HOOFDSTUK 2 ALLE SUBSIDIES</vet><vet>Artikel 6
                        Verplichtingen subsidieontvanger</vet>Volgens de wet moet in een verordening
                    de basis gelegd worden voor het in voorkomende gevallen kunnen opleggen van
                    bijzondere verplichtingen aan de ontvanger van een subsidie. Verplichtingen
                    moeten in beginsel strekken tot het verwezenlijken van het doel van de subsidie
                    (doelgerichte verplichtingen). Deze verplichtingen zijn onder andere nauw
                    verbonden met de kwaliteit van de organisatie en/of de inhoud van activiteiten.
                    Het is echter ook mogelijk in sommige gevallen niet-doelgerichte verplichtingen
                    op te leggen.De wet heeft zelf al een aantal doelgerichte verplichtingen benoemd
                    (art. 4:37 Awb). Daarnaast zijn nog andere doelgerichte verplichtingen mogelijk
                    op basis van art. 4:38 van de wet en bestaat ook de mogelijkheid van het
                    opleggen van niet-doelgerichte verplichtingen (art. 4:39
                            Awb).<onderstreept><vet>Doelgerichte
                    verplichtingen</vet></onderstreept>De verplichtingen genoemd in het eerste lid
                    kunnen rechtstreeks betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteit, maar ook
                    een meer afgeleid en ondersteunend karakter hebben. Voorbeeld van verplichtingen
                    die rechtstreeks betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteit: een
                    verplichting aan een instelling om bepaalde activiteiten ten behoeve van derden
                    (bijv. cursussen) uitsluitend te laten verzorgen door personen die aan bepaalde
                    opleidingseisen voldoen. Voorbeeld van een meer afgeleid en ondersteunend
                    karakter: verplichting inzake de wijze waarop de administratie moet worden
                    gevoerd of aan het bestuursorgaan moet worden gerapporteerd over de
                    activiteiten. Ook kan lid 1 een basis zijn voor een verplichting aan de
                    subsidieontvanger om zelf in een eigen bijdrage of aanvullende inkomsten te
                            voorzien.<onderstreept><vet>Niet-doelgerichte
                        verplichtingen</vet></onderstreept>De wetgever heeft het opleggen van
                    niet-doelgerichte verplichtingen niet geheel willen uitsluiten, maar wel met
                    zekere procedurele en inhoudelijke waarborgen omringd. Voorbeelden van
                    niet-doelgerichte verplichtingen zijn aan een gesubsidieerde instelling
                    opgelegde verplichtingen om in het kader van een werkervaringsproject een
                    stageplaats ter beschikking te stellen of om in een gebouw voorzieningen voor
                    gehandicapten aan te brengen. De niet-doelgerichte verplichtingen moeten wel
                    enig verband houden met de gesubsidieerde activiteit. Hieruit volgt dat
                    bijvoorbeeld van een gesubsidieerde welzijnsinstelling of een museum nog wel kan
                    worden geëist dat de eigen activiteiten waar mogelijk op milieuvriendelijke
                    wijze worden verricht, maar niet dat wordt meegewerkt aan het verspreiden van
                    folders over het milieubeleid van het subsidiërend
                            bestuursorgaan.<onderstreept><vet>Vergoeding
                        vermogenswaarden</vet></onderstreept>In de verordening kan een bepaling
                    worden opgenomen om met behulp van de subsidie behaalde vermogenswinsten te
                    vergoeden aan de subsidiegever (art. 4:41 Awb). De subsidieontvanger is een
                    vergoeding verschuldigd als de subsidie bij de subsidieontvanger heeft geleid
                    tot vermogensvorming. Vast moet staan dat de vermogenstoename niet zou hebben
                    plaatsgevonden als de subsidie niet zou zijn verleend. Het maximum van de
                    vergoeding is gelijk aan de vermogenstoename zelf. De subsidieontvanger is de
                    vergoeding alleen verschuldigd wanneer de subsidieontvanger:• de voor de
                    gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen vervreemdt, bezwaart
                    of de bestemming wijzigt;• een schadevergoeding ontvangt voor verlies of
                    beschadiging van voor gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde
                    goederen;• de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk beëindigt.Of
                    wanneer:• de subsidieverlening of –vaststelling wordt ingetrokken of de subsidie
                    wordt beëindigd;• de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt
                        ontbonden.<vet>Artikel 7 Eisen aan de administratie en verzekeren tegen
                        wettelijke aansprakelijkheid</vet>Behoeft geen toelichting<vet>Artikel 8
                        Toetsing aanvraag</vet>In hoofdstuk 3 en 4 staat beschreven wat
                    subsidieaanvragers moeten indienen bij hun aanvraag tot subsidieverlening en
                    –vaststelling. Wanneer het college meer gegevens nodig heeft, kan zij hier om
                    vragen. Wanneer zij bepaalde gegevens of bescheiden redelijkerwijs niet kan
                    vragen of deze niet van belang zijn, kan zij ontheffing verlenen voor het
                    indienen daarvan. Het college kan modellen vaststellen voor de onderdelen die
                    een subsidieaanvrager moet indienen, zoals een aanvraagformulier. De aanvraag
                    wordt vervolgens getoetst aan de Algemene subsidieverordening, het
                    subsidiebeleidskader en de beleidsregels.<vet>Artikel 9 Weigeringgronden</vet>In
                    dit artikel zijn weigeringgronden opgenomen die gelden voor alle
                    subsidiesoorten. Deze weigeringgronden zijn een aanvulling op de
                    weigeringgronden van artikel 4:25 en 4:35 van de wet. Artikel 4:25 geeft aan dat
                    een subsidie wordt geweigerd wanneer door verstrekking van de subsidie het
                    subsidieplafond wordt overschreden. Artikel 4:35 stelt dat subsidie in ieder
                    geval kan worden geweigerd indien er gegronde reden bestaat om aan te nemen
                    dat:a. de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;b. de aanvraag
                    niet zal voldoen aan de verplichtingen verbonden aan de subsidie;c. de aanvrager
                    niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen over de
                    verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voorzover
                    deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn. Daarnaast kan
                    subsidieverlening worden geweigerd indien de aanvrager:a. in het kader van de
                    aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van
                    deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zouden hebben geleid,
                    ofb. failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten
                    aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing
                    is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.Indien
                    een aanvraag wordt ingediend buiten de daarvoor gestelde termijn kan deze buiten
                    behandeling wordt gelaten. Dit staat uitgewerkt in artikel 4:5 van de Wet:1. Het
                    bestuurorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien:a. de
                    aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in
                    behandeling nemen van de aanvraag, of;b. de aanvraag geheel of gedeeltelijk is
                    geweigerd op grond van artikel 2:15 van de Wet (eisen aan elektronisch ontvangen
                    aanvraag);c. de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de
                    beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking,mits de
                    aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het
                    bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen.2. Indien de aanvraag of een van
                    de daarbij behorende gegevens of bescheiden in een vreemde taal is gesteld en
                    een vertaling daarvan voor de beoordeling van de aanvraag of voor de
                    voorbereiding van de beschikking noodzakelijk is, kan het bestuursorgaan
                    besluiten de aanvraag niet te behandelen, mits de aanvrager de gelegenheid heeft
                    gehad binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn de aanvraag met een
                    vertaling aan te vullen.3. Indien de aanvraag of een van de daarbij behorende
                    gegevens of bescheiden omvangrijk of ingewikkeld is en een samenvatting voor de
                    beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking
                    noodzakelijk is, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te
                    behandelen, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door het
                    bestuursorgaan gestelde termijn de aanvraag met een samenvatting aan te
                    vullen.4. Een besluit om de aanvraag niet te behandelen wordt aan de aanvrager
                    bekendgemaakt binnen vier weken nadat de aanvraag is aangevuld of nadat de
                    daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.<vet>Artikel 10 Intrekking,
                        wijziging en beëindiging subsidieverstrekking</vet>In dit artikel wordt
                    verwezen naar drie artikelen uit de wet. In artikel 4:48 van de Wet staat het
                    volgende:1. Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het bestuursorgaan de
                    subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen,
                    indien:a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel
                    hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;b. de subsidieontvanger niet heeft
                    voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;c. de subsidieontvanger
                    onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste
                    of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot
                    subsidieverlening zou hebben geleid;d. de subsidieverlening anderszins onjuist
                    was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten, of;e. met toepassing
                    van artikel 4:34 lid 5, een beroep wordt gedaan op de voorwaarde dat voldoende
                    gelden ter beschikking worden gesteld.2. De intrekking of wijziging werkt terug
                    tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking
                    of wijziging anders is bepaald.Een uitwerking van artikel 4:34 van de Wet wordt
                    gegeven in de toelichting bij artikel 13.Artikel 4:49 van de Wet beschrijft
                    wanneer een subsidievaststelling kan worden ingetrokken of ten nadele van de
                    ontvanger kan worden gewijzigd:a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan
                    het bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op
                    grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn
                    vastgesteld;b. indien de subsidievaststelling onjuist was en de
                    subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten, of;c. indien de
                    subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan aan de
                    subsidie verbonden verplichtingen.De intrekking of wijziging werkt terug tot en
                    met het tijdstip waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of
                    wijziging anders is bepaald. De subsidievaststelling kan niet meer worden
                    ingetrokken of gewijzigd indien vijf jaren zijn verstreken na bekendmaking of
                    vanaf de dag dat voldaan had moeten worden aan de verplichting (lid c).Artikel
                    4:50 van de Wet beschrijft hoe de subsidieverlening kan worden ingetrokken of
                    ten nadele van de subsidieontvanger gewijzigd als subsidievaststelling nog niet
                    heeft plaatsgevonden. Dit kan voor zover de subsidieverlening onjuist is of voor
                    zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in overwegende mate
                    tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten. Bij
                    intrekking of wijziging op grond van de redenen die artikel 4:50 expliciet
                    beschrijft, vergoedt het bestuursorgaan de schade die de subsidieontvanger lijdt
                    doordat hij in vertrouwen op de subsidie anders heeft gehandeld dan hij zonder
                    subsidie zou hebben gedaan.<vet>Artikel 11 Begrotingsvoorbehoud</vet>Dit artikel
                    is opgenomen uit veiligheid en om de termijn tussen de aanvraag en het verlenen
                    van de subsidie te verkorten, conform artikel 4:34 van de Wet. Mocht blijken dat
                    bij het verlenen van subsidie, als de begroting nog niet is goedgekeurd, een
                    hoger bedrag is bepaald dan in de begroting later wordt goedgekeurd dan geldt
                    met een beroep op dit artikel het bedrag dat in de goedgekeurde begroting staat.
                    Een beroep op dit artikel moet uitdrukkelijk in de beschikking bij verlening
                    worden opgenomen. Wanneer de begroting een lager bedrag vaststelt, moet het
                    college binnen vier weken na vaststelling (goedkeuring) van de begroting een
                    beroep doen op het begrotingsvoorbehoud. Dit beroep wordt gedaan via een
                    intrekkingsbeschikking die bij een subsidie voor een activiteit die ook in het
                    voorgaande begrotingsjaar werd gesubsidieerd gebaseerd wordt op veranderde
                    omstandigheden (artikel 4:50 Awb) en in overige gevallen op het feit dat niet
                    voldoende gelden ter beschikking zijn gesteld (artikel 4:48, eerste lid,
                    onderdeel e Awb).<vet>Artikel 12 Onderzoek door Rekenkamercommissie</vet>Als
                    extra controlemiddel van de raad is de functie van de Rekenkamercommissie
                    uitgebreid met de onderzoeksmogelijkheid bij instellingen die voor meer dan de
                    helft financieel afhankelijk zijn van gemeentelijke subsidies. Dit geldt ook
                    voor regionale instellingen die van meer dan één gemeente subsidie ontvangen. De
                    optelsom van alle gemeentelijke bijdragen dient in dat geval meer dan 50% te
                    bedragen. Een onderzoek door de Rekenkamercommissie kan plaatsvinden op verzoek
                    van de raad, maar kan ook op initiatief van de commissie zelf
                        plaatsvinden.<vet>Artikel 13 Evaluatie</vet>Artikel 4:24 stelt dat minimaal
                    eenmaal in de vijf jaren een verslag moet worden gepubliceerd over de
                    doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, tenzij anders
                    wordt bepaald. De gemeente Zederik kiest er voor de evaluatie op beleidsniveau
                    te laten plaatsvinden.<vet>HOOFDSTUK 3 WAARDERINGSUBSIDIES</vet>In de volgende
                    hoofdstukken wordt onderscheid gemaakt in de procedure voor de verschillende
                    subsidiesoorten. Eerst wordt de procedure voor de waarderingsubsidie, zowel
                    incidenteel als structureel, behandeld. In het vierde hoofdstuk staat de
                    procedure omtrent de (structurele en project) productsubsidie
                        centraal.<vet>Artikel 14 Aanvraag structurele waarderingsubsidie</vet>Hoewel
                    een subsidie voor een kalenderjaar wordt verleend of vastgesteld, is het voor
                    vrijwilligersorganisaties toegestaan om in hun seizoen af te wijken van het
                    kalenderjaar. Voorbeeld hiervan is een voetbalvereniging die werkt in seizoenen
                    die min of meer gelijk lopen met schooljaren. Subsidies worden alsnog verleend
                    over een kalenderjaar, maar voor het indienen van de stukken geldt een
                    afwijking; deze kunnen ingediend worden per seizoen. Concreet betekent dit dat
                    voor de subsidie in 2010 de volgende termijn gelden: • voor 1 juni 2009:
                    subsidieaanvraag indienen voor de periode 2009/2010• voor 1 juni 2009:
                    verantwoording afleggen over de periode 2007/2008.<vet>Artikel 15 Aanvraag
                        incidentele waarderingsubsidie</vet>Behoeft geen toelichting<vet>Artikel 16
                        Subsidievaststelling</vet>Behoeft geen toelichting<vet>HOOFDSTUK 4
                        PRODUCTSUBSIDIESArtikel 17 Aanvraag structurele productsubsidie</vet>Behoeft
                    geen toelichting<vet>Artikel 18 Aanvraag project productsubsidie</vet>Behoeft
                    geen toelichting<vet>Artikel 19 Subsidieverlening</vet>Behoeft geen
                        toelichting<vet>Artikel 20 Uitvoeringsovereenkomst</vet>Ter uitvoering van
                    de beschikking tot subsidieverlening kan een overeenkomst worden gesloten
                    (artikel 4:36 van de Wet). De uitvoeringsovereenkomst is een uitwerking van de
                    beschikking waarin de activiteiten zijn beschreven in meetbare prestaties en
                    resultaten. De uitvoeringsovereenkomst geldt voor de periode waarover de
                    subsidie is verleend. Mocht de subsidieverlening worden aangepast, dan kan
                    zonodig ook de uitvoeringsovereenkomst worden aangepast. Een subsidiebeschikking
                    biedt niet de mogelijkheid het uitvoeren van de activiteiten af te dwingen bij
                    de subsidieontvanger; het enige middel dat de subsidieverstrekker heeft bij het
                    niet uitvoeren van de activiteiten is het (gedeeltelijk of geheel) lager
                    vaststellen van de verstrekte subsidie. Bij een uitvoeringsovereenkomst bestaat
                    wel de mogelijkheid tot afdwingen van een prestatie.<vet>Artikel 21 Vaststelling
                        productsubsidie</vet>Behoeft geen toelichting<vet>Artikel 22
                        Accountantscontrole</vet>Wanneer artikel 4:78 van de wet van toepassing
                    wordt verklaard, zou een accountantscontrole verplicht zijn. Als de kosten van
                    de accountants-controle niet meer in een redelijke verhouding staan tot het
                    subsidiebedrag, moet de controle in beginsel achterwege worden gelaten. Om die
                    reden is gekozen om de controle alleen verplicht te stellen bij subsidiebedragen
                    hoger dan € 50.000,00. Voor bedragen onder de € 50.000,00 is een
                    beoordelingsverklaring voldoende. Een beoordelingsverklaring wordt opgesteld op
                    basis van de werkzaamheden die de accountant heeft uitgevoerd zonder de
                    administratieve organisatie te toetsen. Hierdoor kunnen onjuistheden die bij het
                    tot stand komen van de informatie onopgemerkt blijven. Een
                    beoordelingsverklaring geeft een mindere mate van zekerheid dan een
                    accountantsverklaring. Organisaties die controleplichtig zijn volgens artikel
                    393 van het Burgerlijk Wetboek dienen een accountantsverklaring in.<vet>Artikel
                        23 Reserves en voorzieningen</vet>Artikel 4:71 regelt dat de
                    subsidieontvanger toestemming nodig heeft van het bestuursorgaan voor:a. het
                    oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon;b. het wijzigen van de
                    statuten;c. het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van
                    registergoederen, indien zij mede zijn verworven door middel van subsidie dan
                    wel de uitgaven daarvoor mede zijn bekostigd uit de subsidie;d. het aangaan en
                    beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van
                    registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan, indien deze goederen
                    geheel of gedeeltelijk zijn verworven door middel van de subsidie dan wel de
                    uitgaven daarvoor mede zijn bekostigd uit de subsidie;e. het aangaan van
                    kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening;f. het aangaan van
                    overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich verbindt tot zekerheidsstelling
                    met inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van derden of waarbij hij zich
                    als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk
                    maakt;g. het vormen van fondsen en reserveringen;h. het vaststellen of wijzigen
                    van tarieven voor door de subsidieontvanger in de gewone uitoefening van zijn
                    gesubsidieerde activiteiten te verrichten prestaties;i. het ontvinden van de
                    rechtspersoon;j. het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen
                    van zijn surséance van betaling.Een budgetinstelling dient een
                    egalisatiereserve, ook wel algemene reserve, op te bouwen. Het verschil tussen
                    de subsidie en de werkelijke kosten, een ‘winst’ of ‘verlies’, wordt toegevoegd
                    aan of gefinancierd uit deze reserve. Met iedere budgetinstelling worden
                    individueel afspraken gemaakt over de maximale hoogte van de reserve.
                    Voorzieningen en bestemmingsreserves zijn bedoeld om op een nader tijdstip
                    aanschaffingen en vervangingen van duurzame goederen te financieren, waarop
                    afgeschreven en waarvoor gereserveerd moet worden. Het verschil tussen een
                    voorziening en een bestemmingsreserve: </al><table summary=""><title/><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al><vet>Voorziening</vet></al></entry><entry><al><vet>Bestemmingsreserve</vet></al></entry></row><row><entry><al>Vreemd vermogen</al></entry><entry><al>Eigen vermogen</al></entry></row><row><entry><al>Bedoeld voor een nu al te verwachten verplichting in de
                                        toekomst die redelijkerwijs is in te schatten</al></entry><entry><al>Reserve voor een specifieke bestemming, maar waarvan de
                                        uitgaven niet goed zijn in te schatten</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De hoogte van een voorziening wordt van geval tot geval bekeken. Het opleggen
                    van een egalisatiereserve en/of voorzieningen wordt per instelling bekeken. In
                    de beschikking tot subsidieverlening worden zonodig die nadere verplichtingen
                        opgenomen.<vet>HOOFDSTUK 5 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGENArtikel 24
                        Hardheidsclausule</vet>Behoeft geen toelichting<vet>Artikel 25
                        Overgangsbepaling</vet>Wanneer al meerjarige afspraken zijn gemaakt, blijven
                    deze geldig, tenzij deze afspraken de termijn van 31 december 2010 passeren. In
                    dat geval wordt voor 2011 een nieuwe subsidieaanvraag ingediend en worden nieuwe
                    afspraken gemaakt.<vet>Artikel 26 Inwerkingtreding</vet>Behoeft geen
                        toelichting<vet>Artikel 27 Citeertitel</vet>Behoeft geen toelichting</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>