<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR62851_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsplan Bos en natuur, eigendommen gemeente Reusel-De Mierden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Reusel-De Mierden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Reusel-De Mierden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">D'n Uitkijk, 13-03-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsplan Bos en natuur</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Natura 2000</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Ecologische hoofdstructuur</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Groene hoofdstructuur en natuurdoeltypen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Soortbeschermingsplan Nachtzwaluw en Gladde Slang Noord-Brabant</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-03-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-03-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R 09-012</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>milieu</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsplan Bos en natuur, eigendommen gemeente Reusel-De Mierden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Samenvatting</label></kop><structuurtekst><al>Gemeente Reusel-De Mierden bezit circa duizend hectare bos en enkele
                            bijzondere natuurgebieden zoals het fraaie Panneven. De bossen zijn een
                            belangrijk infiltratiegebied voor het water dat uiteindelijk het beekdal
                            van de Reusel voedt en hebben sterke ecologische en landschappelijke
                            relaties met de omgeving. De bossen en natuurterreinen van Reusel-De
                            Mierden maken deel uit van een aantrekkelijke groene regio.</al><al>Vijf jaar geïntegreerd bosbeheer heeft het bos aantrekkelijker gemaakt
                            om in te recreëren. Er is hard gewerkt om de bossen gevarieerder te
                            maken en de natuurwaarden te verhogen. Zo zijn veel open plekken gekapt
                            en biedt de toegenomen hoeveelheid dood hout in de bossen goede kansen
                            voor versterking van de biodiversiteit. De soortensamenstelling van de
                            natuurterreinen is de afgelopen decennia sterk achteruit gegaan door
                            verzuring, verdroging, versnippering en vermesting. Herstelprojecten
                            zijn de afgelopen jaren voorbereid en staan op het punt om uitgevoerd te
                            worden. Zo zijn recentelijk de heideterreinen rond de vennen Het Voortje
                            en het Panneven geplagd/gemaaid.</al><al>De grootte van het eigendom en de ligging binnen een groene regio zijn
                            een belangrijke kwaliteit van de bossen. Reusel-De Mierden heeft
                            letterlijk goud in handen. De bossen en natuurterreinen hebben als
                            bouwsteen van een aantrekkelijk landschap een grote economische waarde
                            voor de recreatieve sector en indirect voor de middenstand.</al><al>De gemeente richt zich in beleid en uitvoeringsprogramma op het
                            versterken van de recreatieve functie van de bossen en op het herstel
                            van natuurwaarden. Belangrijke punten daarbij zijn: </al><lijst><li nr="-"><al>herstel van hydrologie: water langer vasthouden aan de bron</al></li><li nr="-"><al>herstel van verbindingen tussen gebieden</al></li><li nr="-"><al>verdere versterking van de recreatieve poorten en de recreatieve
                                    projectlocatie Reusel Noord</al></li><li nr="-"><al>versterking van het leefgebied van de gladde slang/
                                    nachtzwaluw</al></li><li nr="-"><al>de ontwikkeling van gevarieerde bosranden en een gevarieerde
                                    bosstructuur</al></li><li nr="-"><al>de aanleg van aantrekkelijke slingerpaden door de bossen</al></li><li nr="-"><al>de ontwikkeling van een speelbos voor de jeugd</al></li><li nr="-"><al>een herkenbaar gemeentebos door plaatsing van stijlvolle
                                    bebording en informatievoorziening</al></li><li nr="-"><al>natuurontwikkeling rond het Kruisven</al></li></lijst><al>De bossen en natuurterreinen zijn bij uitstek de plaats waar de
                            speerpunten van beleid: natuur, recreatie en toerisme bij elkaar komen,
                            de moeite waard om in te investeren en verder te ontwikkelen. </al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>1 Inleiding</label></kop><paragraaf><kop><label>1.1 Aanleiding</label></kop><structuurtekst><al>Gemeente Reusel-De Mierden is eigenaar van bijna 1.000 hectare bos
                                en natuur. Dit bezit brengt uitdagingen en verantwoordelijkheden met
                                zich mee. De gemeentebossen hebben te maken met meerdere
                                doelstellingen en functies. De maatschappelijke en bestuurlijke
                                wensen met betrekking tot het bosgebied nemen toe en veranderen met
                                de tijd.</al><al>De wens om het bosbeleid in overeenstemming te brengen met de
                                huidige maatschappelijke wensen en eisen is aanleiding voor het
                                opstellen van een beleidsplan bos en natuur. Met het beleidsplan bos
                                en natuur wordt een overkoepelende visie opgesteld waarmee aan de
                                inrichting, de ontwikkeling en het beheer van het bos richting wordt
                                gegeven voor de langere termijn.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.2 Kader</label></kop><structuurtekst><al>Het beleidsplan bos en natuur is van toepassing op alle bossen in
                                gemeentelijk eigendom en daarnaast op enkele heideterreinen en
                                vennen. Een kaart met de gemeentelijke bos- en natuurterreinen is in
                                dit rapport opgenomen als bijlage 1. </al><al>Het beleidsplan bos en natuur geeft antwoord op drie kernvragen:
                                “wat hebben we?”, “wat willen we?” en “hoe kunnen we dat bereiken?”.
                                Met de beantwoording van de eerste vraag wordt de huidige situatie
                                in beeld gebracht, terwijl het antwoord op de vraag “wat willen we?”
                                de visie weergeeft op het gemeentebos en de functievervulling
                                daarvan. Het antwoord op de derde vraag beslaat het feitelijke
                                bosbeleid. Een uitvoeringsprogramma geeft een overzicht van de
                                ontwikkelingen die noodzakelijk zijn om de gestelde doelen te
                                bereiken.</al><al>Het beleidsplan bos en natuur dient als toetsingskader voor
                                ontwikkelingen binnen de gemeente. Omdat het bos een sterke
                                samenhang heeft met het omringende landschap dienen zowel
                                ontwikkelingen binnen de bos- en natuurterreinen als daarbuiten
                                getoetst te worden aan het bosbeleid. Externe ontwikkelingen kunnen
                                immers effecten hebben op het functioneren van bos- en
                                natuurterreinen.</al><al>Het beleid wordt geformuleerd voor de periode tot 2020. Veel
                                projecten die worden geformuleerd kunnen in deze periode zijn
                                uitgevoerd. Doelstellingen met betrekking tot soortensamenstelling
                                van bos en natuur gelden bij uitstek voor de langere termijn. In de
                                periode tot 2020 moet de ontwikkeling sterk in de juiste richting
                                gaan, maar de doelen kunnen pas op langere termijn volledig gehaald
                                worden.</al><al>Na afloop van de periode waarvoor dit beleidsplan is opgesteld
                                verdient het aanbeveling de behaalde resultaten te evalueren en de
                                doelen voor de bossen en natuurterreinen te toetsen aan de
                                maatschappelijke wensen van die tijd.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.3 Proces</label></kop><structuurtekst><al>Het beleidsplan bos en natuur is tot stand gekomen in samenspraak
                                met diverse betrokkenen. Vertegenwoordigers van de relevante
                                gemeentelijke beleidsvelden en de externe adviseurs vormen samen de
                                kerngroep. De kerngroep heeft de afwegingen gemaakt die hebben
                                geleid tot de beleidskeuzes.</al><al>Verschillende belanghebbende partijen uit de samenleving hebben
                                zitting gehad in een klankbordgroep. De klankbordgroep heeft de
                                gemeentelijke beleidskeuzes getoetst en heeft een waardevolle
                                bijdrage geleverd aan de verdere uitwerking en aanscherping van de
                                gemaakte beleidskeuzes. In Bijlage 2 is de samenstelling van de
                                kerngroep en de klankbordgroep opgenomen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.4 Leeswijzer</label></kop><structuurtekst><al>Het plan is opgebouwd rondom de beantwoording van de in paragraaf
                                1.2 genoemde kernvragen. Hoofdstuk twee geeft een algemene
                                beschrijving van het plangebied en de relatie met de omgeving. Het
                                derde hoofdstuk geeft een beschrijving van het bos en de daaraan
                                gekoppelde natuurterreinen en de huidige stand van zaken. Ook wordt
                                hier aangegeven waar voor de toekomst de kansen en beperkingen
                                liggen. Hiermee wordt de vraag “wat hebben we?” beantwoord.</al><al>De volgende twee hoofdstukken gaan in op de vraag “wat willen we? ”.
                                De planologische context van het beleidsplan wordt toegelicht in
                                hoofdstuk 4. Daarbij is aandacht voor Rijks-, provinciaal en
                                gemeentelijk beleid. Het is een korte samenvatting. Hoofdstuk 5
                                geeft de gemeentelijke visie weer. Het bosbeleid wordt in hoofdstuk
                                6 uiteengezet. In hoofdstuk 7 tot slot wordt een
                                uitvoeringsprogramma weergegeven waarin projecten worden beschreven
                                die noodzakelijk zijn om de gestelde beleidsdoelen te realiseren.
                                Hoofdstuk 6 en 7 geven gezamenlijk antwoord op de vraag “hoe gaan we
                                dat bereiken?”</al><al>Cursief gedrukte woorden in de tekst worden nader toegelicht in de
                                begrippenlijst die als hoofdstuk 9 aan dit rapport is toegevoegd.
                                Achtergrondinformatie, waaronder kaartmateriaal, is opgenomen in de
                                bijlagen.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>2 Gebiedsbeschrijving</label></kop><paragraaf><kop><label>2.1 Plangebied</label></kop><structuurtekst><al>De gemeentelijke bossen en natuurterreinen hebben een gezamenlijke
                                oppervlakte van circa 1.000 hectare en liggen verspreid binnen de
                                gemeente. De grotere boscomplexen zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>Peelse heide in het zuiden, </al></li><li nr="-"><al>de Turnhoutse heide in het midden en </al></li><li nr="-"><al>de Wellenseindse heide in het noorden.</al></li></lijst><al>Binnen de grotere boscomplexen liggen enkele heideterreinen en
                                vennen. Van deze natuurterreinen is het Panneven met de daaromheen
                                gelegen heide het meest betekenisvol.</al><al>Los van de grotere boscomplexen heeft de gemeente diverse kleinere
                                bosgebieden en losliggende bosjes in eigendom. Vaak hebben ze het
                                karakter van landschappelijke elementen. Bijlage 1 toont de
                                verspreiding van de gemeentelijke bos- en natuurterreinen. Op deze
                                kaart zijn verschillende toponiemen opgenomen die in dit rapport
                                worden gebruikt.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.2 Relatie met de omgeving</label></kop><structuurtekst><tussenkop> 2.2.1 Landschappelijke en ecologische relatie</tussenkop><al>De grotere boscomplexen liggen op de hogere zandgronden aan de
                                    zuid- en noordwest zijde van de gemeente. Ze staan niet op
                                    zichzelf, maar hebben landschappelijke en ecologische relaties
                                    met andere gebieden. </al><al>In noordelijke richting, via Landgoed De Utrecht en Landgoed
                                    Gorp en Rovert, worden de natuurgebieden in de richting van
                                    Tilburg verbonden met de Regte heide. </al><al>Via Landgoed De Utrecht, de Mispeleindsche en Neterselsche Heide
                                    en de vennen ten oosten van Westelbeers liggen verbindingen met
                                    de Oostelbeersche en Oirschotsche heide. Oostelijk liggen sterke
                                    verbindingen met de grote boscomplexen van Bladel en Bergeijk,
                                    met de daarbinnen gelegen Cartierheide.</al><al>Over de zuidelijke grens, in België, sluiten de gemeentebossen
                                    aan op grote boscomplexen die overgaan in een relatief
                                    kleinschalig landschap. Dit landschap loopt in zuidelijke
                                    richting door, voorbij het Kempisch Kanaal, tot aan de lijn
                                    Dessel-Lommel. Ook over de westgrens, eveneens in België, liggen
                                    uitgestrekte bossen en natuurterreinen tot aan Turnhout. Bijlage
                                    3 toont bovenbeschreven verbindingen.</al><tussenkop> 2.2.2 Hydrologische relatie</tussenkop><al>Als onderdeel van het Kempisch Plateau heeft de gemeente een
                                    bijzondere ligging. In het zuidelijke deel van de gemeente ligt
                                    de waterscheiding tussen Maas en Schelde. De bossen en
                                    natuurterreinen van de gemeente liggen voornamelijk op het hoge
                                    plateau waar het regenwater in de bodem infiltreert. Op deze
                                    gronden komen overwegend drogere natuurtypen voor. Bijlage 4
                                    toont de hydrologische situatie.</al><al>Aan de voet van de hooggelegen bossen komt het geïnfiltreerde
                                    water als kwel aan de oppervlakte en ontspringen diverse
                                    beeklopen zoals de Belvensche loop, het Hoevensche loopje, de
                                    Raamsloop en de Rouwenbogtloop. Deze beeklopen voeden
                                    uiteindelijk de Reusel. Het hoogteverschil tussen de bossen en
                                    het Reuseldal loopt op tot ongeveer 10 meter. </al><al>Meer oostelijk in Bladel ontspringen beeklopen die de beek de
                                    Groote Beerze voeden.</al><tussenkop> 2.2.3 Recreatief-toeristische relatie</tussenkop><al>Een bezoek aan bos of natuur wordt hoog gewaardeerd als
                                    besteding van de vrije tijd. In Reusel-De Mierden is dat niet
                                    anders. Op korte afstand van de woonkernen functioneren de
                                    gemeentebossen als een aantrekkelijk uitloopgebied. Als
                                    onderdeel van grotere boscomplexen (zie paragraaf 2.2.1) zijn de
                                    gemeentebossen tevens in trek voor langere wandel-, fiets- of
                                    ruitertochten. De combinatie met horeca en verblijfsrecreatie
                                    trekt naast lokale bezoekers ook bezoekers van buiten de
                                    regio.</al><al>De bossen en natuurterreinen van de gemeente leveren zo een
                                    bijdrage aan de “groene beleving” van de regio, zowel voor de
                                    inwoners als de bezoekers van buiten.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>3 Analyse</label></kop><paragraaf><kop><label>3.1 Huidige situatie</label></kop><structuurtekst><tussenkop> 3.1.1 Bossen</tussenkop><al><onderstreept>Bossamenstelling in 2008</onderstreept></al><al>De gemeentebossen van Reusel-De Mierden zijn ontstaan tijdens de
                                    heideontginning in het begin van de 20<sup>e</sup> eeuw. Anno
                                    2008 verraadt het regelmatige padenpatroon nog altijd de
                                    grootschalige rationele aanpak van bebossing. </al><al>De in die tijd gewaardeerde boomsoort grove den werd geplant
                                    voor de productie van hout voor de kolenmijnen. Ook nu nog is
                                    dit de meest voorkomende boomsoort. Daarnaast komen de
                                    naaldsoorten Corsicaanse den en in mindere mate ook lariks,
                                    douglas en fijnspar voor.</al><al>Loofbomen komen in een meer bescheiden hoeveelheid voor. Dit
                                    betreft soorten als inlandse eik, Amerikaanse eik en berk. De
                                    struiken die voorkomen zijn met name lijsterbes en
                                    vuilboom.</al><al>Wanneer het bos wordt beschouwd tegen het licht van de
                                    groeiplaats, moet worden geconcludeerd dat de
                                    boomsoortensamenstelling niet aansluit op het bostype dat hier
                                    zonder menselijk ingrijpen zou zijn ontstaan. Slechts een klein
                                    deel van de huidig voorkomende boomsoorten zou van nature op
                                    deze droge en arme gronden groeien.</al><al>Het bos bestaat overwegend uit grootschalige en gelijkvormige
                                    eenheden, waarin de wijze van aanleg te herkennen is. Delen van
                                    het bos zijn verjongd door middel van kleinschalige
                                    verjongingsgroepen. Deze groepen doorbreken plaatselijk het
                                    eenvormige karakter.</al><al>Doordat het bos regelmatig wordt gedund, hebben de bomen
                                    voldoende groeiruimte. Hierdoor is de natuurlijke boomsterfte
                                    laag. Oud bos en de daarbij behorende natuurlijke aftakeling van
                                    bomen is nog niet aanwezig. Met het oog op de relatief jonge
                                    leeftijd van het bos kan dit ook nog niet worden verwacht. De
                                    hoeveelheid dood hout in het bos is dan ook voor een groot deel
                                    het gevolg van kunstmatige ingrepen met als doel de ontwikkeling
                                    van de biodiversiteit.</al><al>Een deel van de gemeentebossen bestaat uit kleinere losliggende
                                    bosjes of bosstroken waarvan de oppervlakte vaak kleiner is dan
                                    een hectare. In deze bosjes komt ten opzichte van de gemiddelde
                                    waarden van het gemeentebos meer loofhout voor, waaronder veel
                                    inlandse eik. Ook staan er doorgaans meer struiken.</al><al>Deze bosjes vervullen een belangrijke landschappelijke functie
                                    en zijn van grote waarde voor flora en fauna. In de eerste
                                    plaats als verblijf- en voortplantingsplaats, maar ook als
                                    stapsteen in de verbinding tussen verschillende leefgebieden. </al><al>Door de kleine schaal zijn deze bosjes gevoelig voor invloeden
                                    uit het omringende landschap. Vermesting, verdroging en vaak ook
                                    verstoring hebben een negatieve invloed op het functioneren
                                    ervan.</al><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet>Het gemeentebos in cijfers</vet></al><al/><al><onderstreept>Boomsoortensamenstelling en
                                                  menging</onderstreept></al><al>Het aandeel naaldboomsoorten in de
                                                  gemeentebossen is 83%. 72% bestaat uit grove den
                                                  en Corsicaanse den en 11% uit soorten als douglas,
                                                  fijnspar en lariks. Een aandeel van 17% betreft
                                                  loofbomen, waarvan 7% inlandse eik, 3% Amerikaanse
                                                  eik en 7% overige soorten, waaronder berk. Ruim
                                                  een derde van het bos is gemengd. </al><al/><al><onderstreept>Inheems/uitheems</onderstreept></al><al>Inheemse bomen beslaan ongeveer 50% van het
                                                  bos. Slechts circa 10% van de bomen, namelijk berk
                                                  en inlandse eik, zijn soorten die in een
                                                  natuurlijk bos op deze gronden voor zouden
                                                  komen.</al><al/><al><onderstreept>Voorraad en
                                                  bijgroei</onderstreept></al><al>De houtvoorraad is gemiddeld 153
                                                  m<sup>3</sup>/ha, de lopende bijgroei gemiddeld 6
                                                  m<sup>3</sup>/ha. Voor dit type bossen zijn dit
                                                  normale hoeveelheden.</al><al/><al><onderstreept>Schaal en
                                                  ontwikkelingsfasen</onderstreept></al><al>65% van het bos bestaat uit gelijkvormige
                                                  eenheden, groter dan 1ha. Slechts 14% van de
                                                  oppervlakte wordt ingenomen door eenheden kleiner
                                                  dan 0,25ha. Veel bos (63%) is van een volwassen
                                                  leeftijd. Oud bos komt nog niet voor. De open
                                                  ruimte en het jonge bos beslaan circa 17%. De
                                                  overige 20% zijn de dichte, vaak nog ongedunde
                                                  halfvolwassen opstanden.</al><al/><al><onderstreept>Dood hout</onderstreept></al><al>In de gemeentebossen komt zowel liggend als
                                                  staand dood hout voor. De hoeveelheid staand dood
                                                  hout is 3,9 kubieke meter per hectare. De
                                                  hoeveelheid liggend dood hout 2,4 kubieke meter
                                                  per hectare. </al><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al><onderstreept> Ecologie binnen de bossen</onderstreept></al><al>In de bossen van Reusel-De Mierden komen veel dier- en
                                    plantensoorten voor. Zoals verwacht kan worden binnen dit type
                                    bos, betreft dit grotendeels algemene soorten. Er zijn geen
                                    gerichte inventarisaties gedaan in het kader van dit
                                    beleidsplan, maar uit bekende verspreidingsgegevens en kennis
                                    van lokale belangengroeperingen wordt dit beeld bevestigd. </al><al>De meest waardevolle soorten zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>levendbarende hagedis</al></li><li nr="-"><al>nachtzwaluw</al></li><li nr="-"><al>heikikker en poelkikker</al></li></lijst><al>Voor de twee genoemde amfibieën zijn de bossen vooral van belang
                                    als landbiotoop en overwinteringplaats. </al><al>Hoewel er in gemeentebossen geen recente waarnemingen bekend
                                    zijn van gladde slang, is ook de aanwezigheid van een populatie
                                    van deze soort in de Reuselse Moeren, op steenworp afstand van
                                    de gemeentebossen, van groot belang. Ook in de omgeving van de
                                    Moerbleek (Landgoed De Utrecht) zijn waarnemingen van gladde
                                    slang bekend en vermoedelijk komt hij ook in de omgeving van het
                                    Zwartven voor.</al><al>De kruidlaag van de bossen wordt gedomineerd door pijpenstrootje
                                    en bochtige smele en is eenvormig van opbouw. De dichte grasmat
                                    en het voorkomen van onder andere rankende helmbloem duiden op
                                    een sterke invloed van <cursief>depositie</cursief>. Uit
                                    onderzoeken in het kader van de regeling EGM blijkt keer op keer
                                    dat de bodem erg zuur is. Onderzoek heeft uitgewezen dat dit
                                    zeer nadelig is voor het bodemleven en dat afbraak van organisch
                                    materiaal sterk wordt belemmerd. Dat leidt vervolgens tot
                                    verdergaande verarming van de vegetatie. De thema’s verdroging,
                                    verzuring en vermesting zijn in sterke mate van toepassing op de
                                    gemeentebossen.</al><al><onderstreept>Recreatief gebruik van de
                                    bossen</onderstreept></al><al>De gemeentebossen worden door verschillende doelgroepen gebruikt
                                    als plaats om in te recreëren. Het zijn fietsers, wandelaars,
                                    trimmers en ruiters. </al><al>De intensiteit waarmee de verschillende boscomplexen voor
                                    recreatie worden gebruikt varieert. Het gebruik wordt bepaald
                                    door het voorzieningenniveau en de ligging ten opzichte van de
                                    woonkernen.</al><al>Op verschillende plaatsen maken de omstandigheden het
                                    aantrekkelijk om juist van daaruit het bos te bezoeken. Van
                                    belang zijn een veilige plek om auto of fiets achter te laten,
                                    de aanwezigheid van een horecagelegenheid en de gelegenheid
                                    gebruik te kunnen maken van recreatieve routes en andere
                                    recreatieve voorzieningen. De recreatieve poort Peelse Heide is
                                    hiervan een goed voorbeeld. In de huidige situatie fungeert deze
                                    locatie al als veel gebruikte uitvalsbasis voor bosbezoekers. De
                                    ontwikkelingen die hier zijn voorzien zullen deze functie in de
                                    toekomst naar alle waarschijnlijkheid nog aanzienlijk
                                    versterken.</al><al>Binnen de bossen vinden jaarlijks diverse evenementen plaats.
                                    Vaak zijn dat sportevenementen zoals veldtoertochten c.q.
                                    ATB-tochten, atletiekwedstrijden en wandeltochten. De Kempische
                                    ruiterdagen en recentelijk de outdoor-manifestatie bij D’n Ouwe
                                    Brandtoren zijn grotere evenementen die veel bezoekers naar de
                                    bossen trekken. </al><al>Het recreatieve gebruik wordt minder intensief naarmate de
                                    afstand tot dit soort locaties toeneemt. Buiten de periferie van
                                    deze locaties beperkt het recreatieve gebruik zich grotendeels
                                    tot de wandel-, ruiter- en fietsroutes.</al><tussenkop>  3.1.2 Natuurterreinen</tussenkop><al><onderstreept>Samenstelling</onderstreept></al><al>De natuurterreinen in de gemeentebossen zijn restanten van de
                                    uitgestrekte heideterreinen van vóór de ontginning. Ze zijn
                                    sterk versnipperd geraakt. </al><al>De heideterreintjes, vroeger vaak natte heide, zijn verdroogd
                                    door ontwatering van omliggende bossen en landbouwgronden. Waar
                                    vroeger soorten van natte heide voorkwamen domineert nu
                                    struikheide en zijn veel bijzondere soorten verloren gegaan. De
                                    heide is onderhevig aan <cursief>vergrassing</cursief> door
                                    verregaande verrijking als gevolg van stikstof dat vanuit de
                                    lucht in de bodem terecht komt. Het areaal heide staat nog
                                    steeds onder druk doordat de heide <cursief>verbost</cursief>. </al><al>Als onderdeel van de voormalige heideterreinen zijn ook enkele
                                    vennen in eigendom van de gemeente. Deze vennen; waaronder het
                                    Panneven en het Voortje, zijn gespaard gebleven tijdens de
                                    heideontginning. De vennen zijn in ernstige mate verdroogd
                                    waardoor veel bijzondere natuurwaarden verloren zijn gegaan.
                                    Veel andere vennen die vroeger binnen de gemeente voorkwamen
                                    zijn ontwaterd en ontgonnen en maken nu deel uit van de
                                    uitgestrekte landbouwgebieden.</al><al><onderstreept>Ecologie binnen de
                                    natuurterreinen</onderstreept></al><al>Binnen de heideterreinen komen nog steeds enkele bijzondere
                                    soorten voor. Zo worden op de heide rond het Panneven soorten
                                    als tormentil en klokjesgentiaan waargenomen. Bijzondere soorten
                                    waaronder ronde zonnedauw en bruine snavelbies zijn in het
                                    recente verleden verloren gegaan. De zaden van deze soorten
                                    komen zo goed als zeker nog in de bodem voor, wat kans biedt
                                    voor herstel.</al><al><onderstreept>Recreatief gebruik van de
                                        natuurterreinen</onderstreept></al><al>De natuurterreinen vormen een aantrekkelijke afwisseling in het
                                    landschap. Uit onderzoek blijkt dat dergelijke elementen in
                                    belangrijke mate bijdragen aan de belevingswaarde. Los van
                                    oneigenlijk gebruik als paardrijden, fietsen en wandelen door
                                    het soms droogstaande Panneven worden de natuurterreinen op
                                    afstand beleefd; vanaf het fietspad, wandelpad en de aanwezige
                                    bankjes. Doordat de vennen geheel of gedeeltelijk zijn
                                    ingesloten door bos, komt de beleving van deze elementen niet
                                    altijd even goed uit de verf.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label> 3.2 Beheer en ontwikkeling</label></kop><structuurtekst><al>De huidige situatie als beschreven in paragraaf 3.1 is een
                                momentopname. Zowel beheersingrepen als natuurlijke ontwikkelingen
                                zorgen ervoor dat bossen en natuurterreinen aan verandering
                                onderhevig zijn.</al><tussenkop> 3.2.1 Huidig beheer</tussenkop><al>In 2002 en in 2003 zijn beheerplannen opgesteld voor
                                    respectievelijk de Reuselse bossen en de Mierdse bossen. Deze
                                    plannen zijn opgesteld met steun van de provincie, die het
                                    gebruik van en de omschakeling naar, de beheermethode
                                        “<cursief>geïntegreerd bosbeheer</cursief>” wilde
                                    bevorderen. </al><al>De beheermethode <cursief>geïntegreerd bosbeheer</cursief> is
                                    gericht op het samengaan van de functies natuur, recreatie en
                                    houtproductie. Daarbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van
                                    natuurlijke processen. De gemeente heeft destijds bewust gekozen
                                    voor deze wijze van beheer en heeft inmiddels ruim vijf jaar
                                    maatregelen genomen om toe te werken naar:</al><lijst><li nr="-"><al>meer inheems loofhout</al></li><li nr="-"><al>meer variatie en menging</al></li><li nr="-"><al>meer oud bos ofwel dikke bomen</al></li><li nr="-"><al>meer struiken</al></li><li nr="-"><al>meer dood hout</al></li><li nr="-"><al>eliminatie van Amerikaanse vogelkers en bestrijding van
                                            Amerikaanse eik</al></li><li nr="-"><al>goed ontwikkelde bosranden</al></li><li nr="-"><al>lage investeringen en kostenneutraal beheer</al></li></lijst><al>Om te sturen richting het gewenste bos zijn veel werkzaamheden
                                    uitgevoerd. Dunning en kleinschalige kap zijn effectieve en in
                                    het oog springende maatregelen geweest waarmee de
                                    bossamenstelling is beïnvloed.</al><tussenkop> 3.2.2 Bosontwikkeling</tussenkop><al>De bosontwikkeling kan herleid worden door een vergelijking van
                                    de inventarisaties van 2002 en 2003 met die van 2008.
                                    Onderstaand worden de belangrijkste elementen beschreven.</al><al>De soortensamenstelling is op verschillende punten gewijzigd.
                                    Opvallend zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>een toename van het aandeel inlandse eik;</al></li><li nr="-"><al>een afname van het aandeel Amerikaanse eik; </al></li><li nr="-"><al>een afname van het aandeel grove den, wat voornamelijk
                                            komt door de aanleg van groepenkappen;</al></li><li nr="-"><al>een toename van het aandeel Corsicaanse den. Ook in
                                            opstanden van deze snelgroeiende soort zijn
                                            groepenkappen gelegd, maar er is meer hout bijgegroeid
                                            dan gekapt. </al></li></lijst><al>Het aandeel inheemse loofboomsoorten is gestegen, terwijl het
                                    aandeel inheemse naaldboomsoorten is afgenomen. Het totale
                                    aandeel inheemse boomsoorten is daarmee ongeveer gelijk
                                    gebleven. </al><al>Bos wordt gemengd genoemd als minder dan 80% uit dezelfde
                                    boomsoort bestaat. De afgelopen 5 jaar is het aandeel gemengd
                                    bos licht toegenomen.</al><al/><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet>Enkele cijfers van de bosontwikkeling
                                                  tussen 2002 en 2008 (voor meer informatie zie
                                                  bijlage 6)</vet></al><al/><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al/></entry><entry><al><vet>2002/2003</vet></al></entry><entry><al><vet>2008</vet></al></entry></row><row><entry><al><vet>soortensamenstelling</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>aandeel inlandse eik</al></entry><entry><al>3%</al></entry><entry><al>7%</al></entry></row><row><entry><al>aandeel Amerikaanse eik</al></entry><entry><al>5%</al></entry><entry><al>3%</al></entry></row><row><entry><al>aandeel grove den</al></entry><entry><al>43%</al></entry><entry><al>39%</al></entry></row><row><entry><al>aandeel Corsicaanse den</al></entry><entry><al>22%</al></entry><entry><al>24%</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>inheems-uitheems</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>aandeel inheemse boomsoorten</al></entry><entry><al>50%</al></entry><entry><al>50%</al></entry></row><row><entry><al>aandeel inheemse loofboomsoorten</al></entry><entry><al>5%</al></entry><entry><al>10%</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>menging</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>aandeel gemengd bos</al></entry><entry><al>31%</al></entry><entry><al>36%</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>houtproductie</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>gemiddelde houtvoorraad</al></entry><entry><al>156 m<sup>3</sup>/ha</al></entry><entry><al>153 m<sup>3</sup>/ha</al></entry></row><row><entry><al>lopende bijgroei</al></entry><entry><al>7,4 m<sup>3</sup>/ha/jr</al></entry><entry><al>6,2 m<sup>3</sup>/ha/jr</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>bosstructuur</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>aandeel eenheden 0-5 en 5-25 are</al></entry><entry><al>9%</al></entry><entry><al>14%</al></entry></row><row><entry><al>aandeel eenheden 25 are-1 ha</al></entry><entry><al>9%</al></entry><entry><al>21%</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>dood hout</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>voorraad staand dood hout</al></entry><entry><al>1,3 m<sup>3</sup>/ha</al></entry><entry><al>3,9 m<sup>3</sup>/ha</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Ondanks de vele verjongingsgroepen die gekapt zijn, is de
                                    houtvoorraad nagenoeg gelijk gebleven. Er is op duurzame wijze
                                    omgegaan met de houtvoorraad. Wel is een afname van de bijgroei
                                    waargenomen, wat voor het toekomstig beheer een punt van
                                    aandacht is.</al><al>Doordat de bosverjonging in kleine eenheden heeft
                                    plaatsgevonden, is een eerste aanzet gemaakt naar een
                                    kleinschaliger bos. Zowel de kleinere als middelgrote eenheden
                                    zijn in aandeel gestegen. </al><al>Ook is een verschuiving zichtbaar in de leeftijdsopbouw die
                                    gemeten wordt aan de fase waarin het bos verkeert. Een deel van
                                    het volwassen bos heeft plaats gemaakt voor jong bos en open
                                    ruimte waardoor er een meer natuurlijke en evenwichtige
                                    verhouding is ontstaan. </al><al>De hoeveelheid staand dood hout is verdrievoudigd. Uit de
                                    inventarisatie blijkt dat de hoeveelheid liggend dood hout
                                    nagenoeg gelijk is gebleven, terwijl er met het oog op de
                                    hiervoor geleverde inspanningen ook een forse stijging wordt
                                    verwacht. Wellicht ligt een verschil in inventarisatiemethode of
                                    interpretatie ten grondslag aan deze opmerkelijke uitkomst.</al><al>Concluderend kan gesteld worden dat vijf jaar
                                        <cursief>geïntegreerd bosbeheer</cursief> heeft bijgedragen
                                    aan een beter functionerend bos. Het bos wordt langzaam
                                    gevarieerder, krijgt een meer natuurlijke samenstelling en
                                    blijft op duurzame wijze een bijdrage leveren aan de productie
                                    van hout. </al><al>Een meer gedetailleerde en cijfermatige beschrijving van de
                                    bosontwikkeling van de afgelopen 5 jaar, is opgenomen als
                                    bijlage 6.</al><tussenkop> 3.2.3 Beheer en ontwikkeling van natuurterreinen</tussenkop><al>Het beheer van heide en vennen is in het recente verleden
                                    extensief geweest. Rond Het Voortje is de
                                        <cursief>verbossing</cursief> teruggedrongen. Grootschalige
                                    beheeringrepen zoals plaggen van heide en venherstel zijn de
                                    afgelopen jaren voorbereid en zijn/ worden op korte termijn
                                    uitgevoerd. Het gaat specifiek om het herstel van de heide rond
                                    het Panneven en het plaggen van Het Voortje en omgeving. </al><al>De natuurterreinen worden negatief beïnvloed door verdroging,
                                    vermesting en <cursief>verbossing</cursief>. Hoe dit op de
                                    vegetatie en de fauna doorwerkt is niet bekend omdat
                                    inventarisatiegegevens ontbreken. Het is de verwachting dat
                                    verdroging en <cursief>vermestin</cursief>g tot steeds
                                    verdergaande <cursief>vergrassing</cursief> leiden en dat de
                                    verbossing het areaal en de kwaliteit negatief beïnvloedt. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.3 Kwaliteiten, kansen en punten voor herstel</label></kop><structuurtekst><al>Een studie naar de algemene kenmerken van het bos, zoals ligging en
                                ontstaansgeschiedenis, en de analyse van de bosontwikkeling brengt
                                verschillende aandachtspunten voor de gemeentebossen aan het licht.
                            </al><tussenkop> 3.3.1 Kernkwaliteit</tussenkop><al>De gemeentelijke bos- en natuurterreinen bezitten een
                                    belangrijke eigenschap die bijdraagt aan de waarde; de
                                    kernkwaliteit. De kernkwaliteit van de gemeentebossen is:</al><al><onderstreept>Oppervlakte en ligging</onderstreept></al><al>De gezamenlijke oppervlakte van het gemeentelijke bosgebied is
                                    groot. Daarbij komt dat de gemeentebossen deel uitmaken van een
                                    veel groter grensoverschrijdend complex van bossen en
                                    natuurterreinen. Binnen dit complex van bos- en natuurterreinen
                                    neemt de gemeente Reusel-De Mierden een centrale plaats in. </al><al>De bosoppervlakte en de centrale ligging bieden een goede kans
                                    voor Reusel-De Mierden om zich te profileren als groene gemeente
                                    met bijbehorende recreatieve mogelijkheden. De bossen zijn
                                    daarmee een belangrijke economische factor. </al><tussenkop> 3.3.2 Herstelpunten en potenties</tussenkop><al>Met het formuleren van bosbeleid worden ambities uitgesproken
                                    voor de langere termijn. Daarbij is aandacht voor onder andere
                                    die zaken die hersteld of (verder) ontwikkeld dienen te worden.
                                    De belangrijkste herstelpunten en potenties zijn hieronder
                                    beschreven.</al><al><onderstreept>Variatie</onderstreept></al><al>Hoewel het bosbeheer hier de afgelopen jaren al één en ander in
                                    heeft veranderd, is het karakter van het bos nog altijd
                                    eenvormig. De belangrijkste reden hiervoor ligt in de
                                    ontstaansgeschiedenis. De grootschalige bebossing heeft geleid
                                    tot een gebrek aan variatie wat de beleving en de natuurwaarde
                                    negatief beïnvloedt. Een voortzetting van het reeds ingezette
                                    beheer zal leiden tot een steeds gevarieerder en aantrekkelijker
                                    bos. De ontwikkeling naar het gewenste bos gaat niet van vandaag
                                    op morgen, maar kost enkele decennia. </al><al><onderstreept>Soortenrijkdom</onderstreept></al><al>Het bos van Reusel-De Mierden is soortenarm. Het grootste deel
                                    van het gemeentebos staat op de arme en droge gronden. Het bos
                                    en de bosbodem zijn relatief jong. De omstandigheden zijn niet
                                    gunstig om op korte termijn veel bijzondere soorten te
                                    verwachten, maar gerichte maatregelen kunnen een belangrijke
                                    bijdrage leveren aan het behoud en de versterking van populaties
                                    en aan de vestiging van nieuwe soorten.</al><al><onderstreept>Verzuring, verdroging en
                                    vermesting</onderstreept></al><al>Verzuring, verdroging en vermesting hebben bijgedragen aan het
                                    verlies van natuurwaarden. Gerichte herstelmaatregelen zijn
                                    noodzakelijk om resterende bijzondere natuurwaarden te behouden
                                    en waarden die verloren zijn gegaan zo veel als mogelijk te
                                    herstellen.</al><al><onderstreept>Verbroken relaties</onderstreept></al><al>Steeds intensiever gebruikte landbouwgebieden en infrastructuur
                                    vormen een toenemende fysieke barrière tussen bos- en
                                    natuurgebieden. Voor veel planten en dieren vormen de
                                    landbouwgebieden en wegen een onneembare hindernis waardoor de
                                    natuurlijke verspreiding van veel soorten is beperkt. </al><al>De hydrologische relatie tussen de infiltratiegebieden en de
                                    lagergelegen kwelgebieden is verstoord. </al><al><onderstreept>Landschappelijke relaties</onderstreept></al><al>De relatie tussen de bosgebieden en het omliggende landschap en
                                    tussen de bosgebieden onderling kan fysiek en visueel worden
                                    versterkt. De grootschalige landschapsstructuren zijn hierbij
                                    richtinggevend. </al><al><onderstreept>Ecologische relaties en
                                        biodiversiteit</onderstreept></al><al>In de omgeving van de gemeentebossen komen populaties voor van
                                    zeldzame en bedreigde diersoorten. Met maatwerk kunnen delen van
                                    het gemeentebos aan het leefgebied van deze soorten worden
                                    toegevoegd. De populaties worden daardoor versterkt en de
                                    biodiversiteit binnen de gemeentebossen wordt verhoogd.</al><al>De gemeentelijke eigendommen kunnen ook een belangrijke rol
                                    spelen als leefgebied en vooral als migratieroute voor
                                    specifieke diersoorten. Het herstellen van bestaande en het
                                    inrichten van nieuwe verbindingen komt ten goede aan de
                                    migratiemogelijkheden voor flora en fauna. </al><al><onderstreept>Hydrologische relaties</onderstreept></al><al>De functie van de gemeentebossen als brongebied voor de Reusel
                                    kan worden versterkt en gedeeltelijk hersteld. Een deel van de
                                    hydrologische samenhang tussen de hogere, droge gronden en de
                                    natte beeksystemen kan worden versterkt. Het water wordt daarmee
                                    langer vastgehouden aan de bron: een natuurlijke waterberging. </al><al>Een aantal gebieden lenen zich daar bij uitstek voor: de
                                    voormalige Torenbroeksche vijver, delen van de Rijtsche heide en
                                    het Kruisven (inclusief omliggende landbouwgronden).</al><al><onderstreept>Recreatieve mogelijkheden</onderstreept></al><al>Gemeente Reusel-De Mierden ligt op een knooppunt van
                                    grootschalige groene structuren. Dit biedt de mogelijkheid de
                                    gemeente als ‘groene gemeente om in te recreëren’ op de kaart te
                                    zetten en te ontwikkelen tot een belangrijke recreatieve poort
                                    voor de gehele regio.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>4 Bestaand beleid</label></kop><paragraaf><kop><label>4.1 Rijksbeleid</label></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Natura 2000</onderstreept></al><al>Vanuit Europa zijn in het kader van Natura 2000 gebieden aangewezen
                                die Europees gezien voor zeldzame soorten en hun habitat van groot
                                belang zijn. Nabij de gemeentebossen ligt Natura 2000gebied
                                Kempenland West. De gemeentebossen maken hier geen deel van uit maar
                                grenzen er nabij Bungalowpark Hertenwei direct aan.</al><al>Naast gebieden worden ook soorten beschermd, onafhankelijk van het
                                gebied waar ze zich bevinden. Dit geldt voor alle Europese vogels en
                                voor 68 soorten andere flora en fauna. Dit zijn de soorten van
                                bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Onafhankelijk van de locatie
                                waar de soorten worden aangetroffen dienen deze soorten strikt
                                beschermd te worden. Voor de bossen en natuurgebieden van Reusel-De
                                Mierden heeft dit in ieder geval betrekking op: heikikker, gladde
                                slang, poelkikker, en mogelijk op diverse soorten vleermuizen.</al><al><onderstreept>Ecologische hoofdstructuur</onderstreept></al><al>Vanuit het nationaal beleid is de Ecologische Hoofdstructuur (EHS)
                                geformuleerd als eenheid van natuurgebieden die met elkaar worden
                                verbonden tot een ruimtelijk netwerk. Het bestaat in hoofdzaak uit
                                natuurgebieden en ecologische verbindingszones. Dit netwerk van
                                natuurgebieden geniet planologisch bescherming. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>4.2 Provinciaal beleid</label></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Groene Hoofdstructuur en
                                    natuurdoeltypen</onderstreept></al><al>Op provinciaal niveau is de EHS in het Streekplan opgenomen,
                                aangevuld en uitgewerkt. Natuur en landschapswaarden in het
                                buitengebied worden beschermd door begrenzing van de zogenaamde
                                Groene Hoofdstructuur (GHS) en de Agrarische Hoofdstructuur
                                Landschap (AHS-landschap). In het provinciale beleid is per
                                (sub)zone bepaald op welke wijze de aanwezige natuur en
                                landschapswaarden binnen een gebied op planologische wijze worden
                                beschermd. Bijlage 10 toont de begrenzing van de GHS. Hieruit blijkt
                                dat alle terreinen waarop dit beleidsplan van toepassing is, zijn
                                gelegen binnen de GHS-natuur. In het Natuurgebiedsplan zijn de in de
                                GHS-natuur gelegen terreinen verder uitgewerkt in natuurdoeltypen.
                                Hiermee is aangegeven welke vorm van natuur gewenst is op de
                                betreffende locaties (zie bijlage 9).</al><al><onderstreept>Soortbeschermingsplan Nachtzwaluw
                                    Noord-Brabant</onderstreept></al><al>De nachtzwaluw dient behoed te worden voor uitsterven door het
                                bieden van een geschikte leefomgeving. De gemeentebossen liggen
                                dicht bij een (deel)populatie van de nachtzwaluw. Een geschikte
                                leefomgeving kan worden verkregen door te zorgen voor voldoende open
                                plekken en brede zandpaden in het bos.</al><al><onderstreept>Soortbeschermingsplan Gladde Slang Noord-Brabant
                                </onderstreept></al><al>Voor de gladde slang is het verbinden van geschikte leefgebieden van
                                groot belang. De gemeentebossen vormen in potentie een belangrijke
                                stapsteen in de verbinding van de populatie van de Reuselse Moeren
                                met die van de Cartierheide. Door de juiste inrichtingsmaatregelen
                                te treffen kan deze verbinding worden gerealiseerd.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>4.3 Gemeentelijk beleid</label></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Bestemmingsplan buitengebied ‘98 Gemeente Reusel De
                                    Mierden:</onderstreept></al><al>In het vigerende bestemmingsplan zijn voor Multifunctioneel bos en
                                Natuur de volgende doeleinden geformuleerd׃</al><lijst><li nr="-"><al>Behoud en herstel of ontwikkeling van natuur, abiotische,
                                        landschappelijke, bosbouwkundige en cultuurhistorische
                                        waarden.</al></li><li nr="-"><al>Behoud van specifieke natuur en/of abiotische waarden, op de
                                        plankaart door middel van differentiaties aangegeven</al></li><li nr="-"><al>Water en waterlopen</al></li><li nr="-"><al>Extensief recreatief medegebruik</al></li></lijst><al>En tevens specifiek voor de bestemming multifunctioneel bos:</al><al>-Intensief dagrecreatief medegebruik, uitsluitend voor zover dit op
                                plankaart 2 door middel van een aanduiding is aangegeven (trimbaan,
                                mountainbikeroutes).</al><al><onderstreept>Waterplan Reusel-De Mierden</onderstreept></al><al>Voor de infiltratiegebieden van de beken die in de gemeente
                                ontspringen is de ambitie vastgelegd om per 2010 goed water vast te
                                houden. Kunstmatige ontwatering, grondwateronttrekkingen en drainage
                                worden beëindigd. De invloed van grondwateronttrekkingen en
                                afwateringen in de omgeving wordt middels het creëren van
                                bufferzones tegengegaan. Er wordt niet meer water vastgehouden dan
                                passend is voor het toegekende natuurdoeltype.</al><al><onderstreept>Behoud en herstel van natuur en landschap in de
                                    gemeente Reusel-De Mierden</onderstreept></al><al>Behoud en ontwikkeling van de gemeentelijke natuurgebieden wordt
                                benadrukt. Ten behoeve van specifieke soorten en soortgroepen dienen
                                aanpassingen aan de inrichting gedaan te worden. Daarnaast dient een
                                verbinding te worden gerealiseerd tussen de Reuselse Moeren en de
                                Peelsche heide (ook wel Cirkelbos genoemd).</al><al><onderstreept>Nota Gronden voor Beleid (1998)</onderstreept></al><al>In de nota Gronden voor Beleid heeft de gemeente Reusel-De Mierden
                                vastgelegd dat landbouwgronden in eigendom er niet zijn om het
                                gemeentelijk landbouwbedrijf in stand te houden. Ze moeten en kunnen
                                ingezet worden voor doelstellingen op het gebied van ruimtelijke
                                ordening en ruimtelijke kwaliteit.</al><al><onderstreept>Toeristisch-recreatief
                                    ontwikkelingsplan</onderstreept></al><al>Reusel-De Mierden hecht groot belang aan de ontwikkeling van de
                                toeristisch-recreatieve sector. Ten noorden van Reusel is een gebied
                                aangewezen waar ontwikkelingen worden gesteund. Dat kan ingevuld
                                worden met kleinschalige initiatieven, in combinatie met
                                landgoedontwikkeling of met grootschalige initiatieven met dag- en
                                verblijfsrecreatieparken.</al><al><onderstreept>Beleidskader Recreatieve Poorten Reusel-De
                                    Mierden</onderstreept></al><al>Ter versterking van recreatie en toerisme is het van belang dat
                                binnen de gemeente een tweetal recreatieve poorten wordt ontwikkeld,
                                te weten aan de Burgemeester Willekenslaan, nabij D’n Ouwe
                                Brandtoren en aan de Weeldsedijk, in de omgeving van de
                                Spartelvijver. Voor beide locaties is een pakket aan projecten
                                opgesteld. Met de uitvoering daarvan worden beide locaties (verder)
                                ontwikkeld tot een uitvalsbasis van waaruit men in staat is het
                                omringende landschap te bezoeken en waar men tevens gebruik kan
                                maken van parkeergelegenheid en horeca. Ook vindt men hier
                                informatie over het gebied en de recreatieve mogelijkheden
                                daarvan.</al><al>De in dit plan opgenomen projecten betreffen in hoofdzaak het
                                aanleggen of verbeteren van de voorzieningen en het verbeteren van
                                de landschappelijke inpassing. De ontwikkeling van de recreatieve
                                poort Peelse Heide is reeds in volle gang.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>5 Visie</label></kop><paragraaf><kop><label>5.1 Afweging</label></kop><structuurtekst><al>De bossen in eigendom van Reusel-De Mierden vervullen een aantal
                                belangrijke functies. Voor de inwoners van en de bezoekers aan de
                                gemeente zijn ze een hoog gewaardeerde plek om te recreëren. Als
                                drager van landschappelijke en groene kwaliteiten hebben de bossen
                                een grote economische waarde. Niet alleen voor de recreatiesector,
                                maar ook voor andere (middenstand)bedrijven.</al><al>Voor veel algemeen voorkomende dieren en plantensoorten zijn de
                                bossen en natuurterreinen een belangrijk leefgebied. Enkele zeldzame
                                en bedreigde soorten vinden in de bos- en natuurterreinen, met name
                                in en rond de heideterreinen en vennen een geschikt biotoop. Als
                                infiltratiegebied spelen de bossen op een groter schaalniveau een
                                rol voor het beekdal van de Reusel. De productie en oogst van hout
                                draagt (bij aan) de kosten van het beheer en het hout wordt als
                                duurzaam product gebruikt voor diverse doeleinden.</al><al>Het belang van alle functies is groot en het ligt dan ook niet in de
                                rede om een koers te volgen die de nadruk op één van de functies
                                legt. Het multifunctionele karakter dat de bossen hebben en waar het
                                beheer op is gericht zal als koers behouden worden. </al><al>Er zijn aanzienlijke investeringen, inzet van gronden,
                                maatschappelijk draagvlak en een daadkrachtig beheer noodzakelijk om
                                oorzaken van schade aan natuurwaarden weg te nemen. De
                                randvoorwaarden voor ontwikkeling moeten goed zijn! Verbindingen en
                                relaties moeten worden hersteld en externe invloeden als verdroging,
                                verzuring, <cursief>vermesting</cursief> en
                                    <cursief>versnippering</cursief> dienen ongedaan te worden
                                gemaakt. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>5.2 Doelstelling</label></kop><structuurtekst><al>De gemeente Reusel-De Mierden heeft tot doel haar bossen en
                                natuurterreinen in te zetten voor de brede maatschappelijke
                                behoeftes. Dit uit zich in een multifunctionele functievervulling
                                waarbij natuur en recreatie leidend zijn. De gemeente zet zich in om
                                de juiste randvoorwaarden te creëren voor natuurherstel. Op enkele
                                plaatsen zal ter versterking van de natuur het areaal worden
                                uitgebreid. De bossen worden verder ontwikkeld tot gevarieerde
                                eenheden die aantrekkelijk zijn voor mensen en waarin de
                                natuurkwaliteit steeds verder toeneemt. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>5.3 Financiën</label></kop><structuurtekst><al>Met het eigendom van de bossen en natuurterreinen zijn kosten en
                                baten gemoeid. De belangrijkste inkomsten komen voort uit de verkoop
                                van hout, verhuur van jachtrechten en subsidies. De belangrijkste
                                kosten zijn beheerkosten, advieskosten, waterschapslasten en interne
                                gemeentelijke kosten. </al><al>Er is een vaste, jaarlijkse subsidie als bijdrage voor het beheer en
                                als de beloning voor de openstelling van het bos voor recreanten,
                                dit is de Provinciale Subsidieregeling Natuurbeheer. Naast deze
                                vaste subsidie zijn er diverse incidentele subsidies te verwerven
                                die vaak gekoppeld zijn aan uitvoeringsprojecten in het kader van
                                natuurherstel en recreatie.</al><al>Mede door de aanzienlijke oppervlakte kunnen de bossen en
                                natuurterreinen efficiënt beheerd worden en kan het reguliere beheer
                                met een positief saldo worden uitgevoerd. </al><al>Onderstaand zijn de inkomsten en uitgaven met betrekking tot het
                                beheer van de gemeentelijke bossen globaal weergegeven. </al><al>De gemiddelde inkomsten, welke hoofdzakelijk zijn opgebouwd uit de
                                houtverkoop, verhuur van jachtvelden en de Subsidieregeling
                                Natuurbeheer bestaan uit ongeveer </al><al>€ 145.000,- per jaar. Dit bedrag is exclusief incidentele
                                subsidie(s) welke zijn gekoppeld aan bepaalde
                                uitvoeringsprojecten.</al><al>De gemiddelde uitgaven (exclusief doorberekening kostenplaatsen
                                eigen dienst), welke hoofdzakelijk zijn opgebouwd uit belastingen,
                                heffingen, uitvoeringskosten en advies-, toezicht- en beheerkosten
                                bedragen ongeveer € 75.000,- per jaar.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>6 Beleid bos en natuur 2008 - 2020</label></kop><paragraaf><kop><label>6.1 Bossen</label></kop><structuurtekst><tussenkop> 6.1.1Bossamenstelling</tussenkop><al><onderstreept>Boomsoortensamenstelling</onderstreept></al><al>In de komende periode wordt een lichte stijging (circa 5%) van
                                    het aandeel inheemse boomsoorten nagestreefd. De stijging zal
                                    met name gerealiseerd moeten worden door een toename van het
                                    inheems loofhout: inlandse eik en berk. Een stijging tot circa
                                    15% is in deze periode gewenst.</al><al>Er wordt gestreefd naar een verdere verhoging van het aandeel
                                    gemengd bos. Op de langere termijn dient circa 75% van het
                                    totale bosareaal te bestaan uit gemengde bosopstanden. Met name
                                    de eenvormige naaldhoutopstanden verdienen hierbij
                                    aandacht.</al><al>Het aandeel uitheemse loofboomsoorten wordt teruggedrongen. De
                                    soort Amerikaanse vogelkers wordt op systematische wijze
                                    bestreden. De soort Amerikaanse eik wordt gelijkmatig
                                    teruggedrongen door vooral zaadbronnen van deze soort bij
                                    dunningen te benadelen. Amerikaanse eiken leveren op
                                    verschillende plaatsen nog een belangrijke bijdrage aan de
                                    boomsoortenmenging. Het ongeremd bestrijden van deze soort leidt
                                    dan tot een afname van het aandeel gemengd bos. Het terugdringen
                                    van de Amerikaanse eik geschiedt daarom gelijkmatig en wordt
                                    afgestemd op de toename van het aandeel inheemse
                                    loofboomsoorten. </al><al><onderstreept>Ontwikkelingsfasen en
                                    bosstructuur</onderstreept></al><al>De evenwichtige verdeling in bosontwikkelingsfasen wordt in
                                    stand gehouden door blijvend verjongingsgaten met een
                                    oppervlakte variërend van 1.000 tot 3.000 m<sup>2</sup> te
                                    creëren. De hoeveelheid open ruimte en jong bos mag iets
                                    toenemen. De onderstaande faseverdeling wordt nagestreefd:</al><lijst><li nr="-"><al>Open fase (bos is 0 tot 2 meter hoog) 10 - 15%</al></li><li nr="-"><al>Dichte fase (bos is 2 – 15 meter hoog) 15 - 25%</al></li><li nr="-"><al>Boomfase (bos is hoger dan 15 meter) 40 - 75% </al></li></lijst><al>Binnen bosopstanden wordt gestreefd naar een verhoging van de
                                    diversiteit door het bevoordelen van verjonging en het
                                    bevorderen van een goed ontwikkelde struiketage.</al><al><onderstreept>Dood hout</onderstreept></al><al>Het aandeel dood hout wordt ten behoeve van de ontwikkeling van
                                    de biodiversiteit verder verhoogd. Voor de komende periode is
                                    een stijging tot circa 15m³ per hectare wenselijk. De stijging
                                    wordt geleidelijk gerealiseerd zodat er steeds ‘vers’ dood hout
                                    aanwezig is en uiteindelijk alle verteringsstadia voorkomen. Het
                                    aandeel dood hout wordt verhoogd door stormhout niet te ruimen
                                    en door bomen te <cursief>ringen</cursief>. Er wordt aandacht
                                    besteed aan de locatie van dood hout. Nabij de recreatieve
                                    poorten wordt de hoeveelheid beperkt. Daarbuiten wordt dood hout
                                    gecreëerd op die locaties waar de bijdrage aan de biodiversiteit
                                    het grootst is.</al><al><onderstreept>Bosbeelden</onderstreept></al><al>In de directe omgeving van de recreatieve poorten wordt extra
                                    aandacht besteed aan een gevarieerd en visueel aantrekkelijk
                                    bos. Dit betreft die delen van het bos die vanaf de
                                    parkeervoorzieningen en horecagelegenheden kunnen worden gezien.
                                    Esthetiek weegt hier zwaarder dan elders in het bos. Ook in de
                                    rest van het bos wordt voldoende aandacht besteed aan een
                                    gevarieerd bos en beeldbepalende elementen zoals markante
                                    bomen.</al><tussenkop> 6.1.2Ecologie</tussenkop><al>Over de hele linie wordt gestreefd naar een verhoging van de
                                    biodiversiteit. Om deze doelstelling te behalen worden twee
                                    wegen bewandeld. </al><lijst><li nr="1."><al>gerichte ingrepen in de bossamenstelling;</al></li><li nr="2."><al>soortgerichte maatregelen.</al></li></lijst><al><onderstreept>Ad 1, gerichte ingrepen in de
                                        bossamenstelling</onderstreept></al><al>Het bosbeheer is de komende periode gericht op een toename van
                                    het aantal soorten flora en fauna. Daarnaast wordt gestreefd
                                    naar grotere populaties van soorten. Binnen het reguliere beheer
                                    zijn daartoe voldoende mogelijkheden. Met name in bosranden en
                                    bermen is veel winst te halen. Ook meer dood hout, ouder bos en
                                    extra open ruimte leveren een goede bijdrage. Aanvullend wordt
                                    op enkele locaties in het bos meer rust gecreëerd door het
                                    afsluiten en laten vervallen van bospaden. Deze kleinschalige
                                    rustgebieden komen vooral ten goede aan zoogdieren en vogels. Op
                                    korte termijn leiden deze maatregelen vooral tot een toename van
                                    algemene soorten.</al><al><onderstreept>Ad 2, soortgerichte
                                    maatregelen</onderstreept></al><al>De tweede weg die moet leiden tot een verhoging van de
                                    biodiversiteit richt zich op de populatieontwikkeling van
                                    specifieke, minder algemene soorten. Speerpunt daarbij zijn de
                                    gladde slang en de nachtzwaluw. Voor beide soorten is in
                                    opdracht van Provincie Noord-Brabant een soortbeschermingplan
                                    opgesteld waarin is aangegeven welke inrichtings- en
                                    beheermaatregelen kunnen bijdragen aan de duurzame
                                    instandhouding en uitbreiding van de plaatselijke populaties. De
                                    gemeente streeft naar de realisatie van de voorgestelde
                                    inrichtingsmaatregelen. </al><al>Het kappen van groepen en het behouden van brede zandpaden ten
                                    behoeve van de nachtzwaluw wordt in het reguliere bosbeheer
                                    geïmplementeerd. Voor de gladde slang is het realiseren van een
                                    verbindingszone in het zuiden van de gemeente noodzakelijk.
                                    Prioriteit heeft het verbinden van de Peelsche heide (Groote
                                    Cirkel) en het gebied de Reuselse Moeren, waarin zich een
                                    populatie gladde slangen bevindt. Deze verbinding wordt tot
                                    stand gebracht door het creëren van corridors in het bestaande
                                    bos en aan de randen daarvan (bosranden). Daarnaast dient er een
                                    brede verbindingszone tussen de Postelsedijk en de Peelsche
                                    heide aangelegd te worden. Een faunapassage onder de
                                    Postelsedijk maakt daar onderdeel van uit.</al><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><cursief>Afbeelding 1; Globale ligging van de
                                                  te ontwikkelen verbindingszone t.b.v. de gladde
                                                  slang</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop> 6.1.3 Recreatief gebruik</tussenkop><al><onderstreept>Bereikbaarheid en
                                    toegankelijkheid</onderstreept></al><al>Om de recreatiefunctie beter te kunnen benutten en om de
                                    recreatiestroom beter te kunnen reguleren, worden de twee
                                    recreatieve poorten verder ontwikkeld (zie ook bijlage 7).</al><al>Deze twee locaties worden de belangrijkste vertrekpunten voor
                                    aan bos en natuur gerelateerde recreatieve activiteiten. Goed
                                    toegeruste parkeervoorzieningen met nabijgelegen
                                    horecagelegenheden moeten een groot deel van de recreanten
                                    stimuleren om hun bezoek bij één van deze recreatieve poorten te
                                    beginnen. Vanaf de doorgaande wegen moeten deze locaties
                                    duidelijk zijn aangegeven. Bij de recreatieve poorten wordt
                                    informatie over het gebied verstrekt en is extra aandacht voor
                                    aantrekkelijke bosbeelden. </al><al>De recreatieve poorten functioneren als startpunt voor diverse
                                    wandel-, fiets- en ruiterroutes. In de directe nabijheid van de
                                    recreatieve poorten kunnen themabijeenkomsten, natuur- of
                                    cultuurgerelateerde manifestaties en sportactiviteiten
                                    plaatsvinden. Op dit moment is het niet toegestaan dat
                                    activiteiten die in strijd zijn met de bepalingen van de Flora-
                                    en faunawet binnen het vogelbroedseizoen, lopende van 15 maart
                                    tot en met 15 juli, plaatsvinden in de bos- en natuurterreinen.
                                    Dit houdt in dat activiteiten als de Kempische ruiterdagen en de
                                    Outdoordag Reusel feitelijk gezien zonder ontheffing van het
                                    Ministerie van LNV niet meer op de gebruikelijke tijdstippen
                                    (binnen het vogelbroedseizoen) mogen plaatsvinden. In de nabije
                                    toekomst dient daarom nader te worden bekeken hoe hiermee dient
                                    te worden omgegaan. Reguliere activiteiten waarbij niet wordt
                                    afgeweken van het normale gebruik van bos- en natuurterreinen op
                                    de daarvoor bedoelde wegen en paden, zijn in de regel niet in
                                    strijd met de Flora- en faunawet en worden daarom in principe
                                    toegestaan binnen het broedseizoen. </al><al>Toegangsmogelijkheden en parkeervoorzieningen buiten de
                                    recreatieve poorten worden beperkt. </al><al>Het gehele gemeentelijke boseigendom is opengesteld op de
                                    daarvoor bedoelde wegen en paden. De bossen zijn afgesloten voor
                                    gemotoriseerd verkeer. Handhaving verdient daarbij bijzondere
                                    aandacht. Vormen van recreatie die strijdig zijn met het
                                    bosbeleid worden uit het bos geweerd. Voor gewenste
                                    recreatievormen waartussen conflicten kunnen optreden worden
                                    waar mogelijk gescheiden voorzieningen aangelegd, bijvoorbeeld
                                    wandel-, ruiter- en mountainbikepaden.</al><al>Het netwerk van wegen en paden behoeft geen intensivering. Ook
                                    met een toenemend aantal bosbezoeken wordt gestreefd naar een
                                    toename van rust in delen van het bos. De recreatieve
                                    infrastructuur wordt dusdanig ingepast dat de recreatiedruk
                                    wordt geconcentreerd rondom de recreatieve poorten. </al><al>Enkele langere routes leiden de recreanten verder de bossen in.
                                    Onderdeel van deze routes zijn nieuw aan te leggen smalle
                                    slingerpaden met een hoge belevingswaarde. De aanleg van deze
                                    paden wordt gecombineerd met het afsluiten en laten vervallen
                                    van enkele bestaande paden. De recreatieve zonering die hiermee
                                    ontstaat, komt ten goede aan de natuurfunctie. </al><al><onderstreept>Betrokkenheid en
                                    herkenbaarheid</onderstreept></al><al>Bezoekers van bossen en natuurterreinen voelen zich vaak
                                    verbonden met het gebied waarin zij recreëren. Hiermee rekening
                                    houdend, geeft de gemeente voldoende voorlichting over de
                                    bosgebieden, de daarin voorkomende natuurwaarden en de
                                    werkzaamheden die in het bos worden uitgevoerd. Algemene
                                    informatie over het betreffende bos- of natuurgebied en het
                                    beheer wordt bij de recreatieve poorten weergegeven op
                                    informatiepanelen. Meer specifieke informatie wordt op kleinere
                                    informatieborden verstrekt op de relevante locaties. Uitleg over
                                    de reden waarom honden binnen de bossen aan de lijn moeten is
                                    daar een goed voorbeeld van. Boswerkzaamheden worden tijdig
                                    aangekondigd d.m.v. persberichten en ter plaatse verduidelijkt
                                    met tijdelijke informatieborden. </al><al> Ook de bekendheid van de gemeentelijke bos- en natuurterreinen
                                    draagt bij aan de betrokkenheid. Door openstellingborden,
                                    routemarkeringen en informatieborden uit te voeren in een
                                    uniforme uitnodigende huisstijl, streeft de gemeente naar een
                                    herkenbare identiteit van haar eigendommen. Onderdeel daarvan is
                                    het gebruik van historische toponiemen bij de verwijzing naar
                                    verschillende bosgebieden. </al><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><cursief>Afbeelding 2; (Tijdelijke)
                                                  informatieborden bereiden bezoekers voor op werk
                                                  in uitvoering.</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><onderstreept>Recreatieve voorzieningen</onderstreept></al><al>Recreatieve voorzieningen dienen met name geconcentreerd te
                                    worden binnen bepaalde zones rondom de recreatieve poorten en de
                                    projectlocatie Reusel Noord. Dit geldt zowel voor recreatief
                                    meubilair als bebording, informatiepanelen en bankjes als voor
                                    elementen van meer bijzondere aard. Daarnaast kunnen buiten de
                                    zones, als aangegeven op de kaart in bijlage 7 langs de langere
                                    wandel-, fiets- en ruiterroutes sporadisch voorzieningen
                                    voorkomen. Daarbuiten worden “gebiedsvreemde” elementen
                                    geweerd.</al><al>Voor de jongere bosbezoekers is het wenselijk dat een speelbos
                                    wordt gerealiseerd. In een speelbos spelen kinderen in en met de
                                    natuur. De natuur is er extra aantrekkelijk gemaakt om te spelen
                                    en sluit aan op het landschap in de omgeving. In een bosrijk
                                    gebied zal het bos een inspiratiebron zijn, in een waterrijk
                                    gebied spreekt water meer tot de verbeelding. De
                                    speelvoorzieningen passen bij het karakter van het speelbos en
                                    dagen kinderen uit de natuur verder te onderzoeken. De ideale
                                    locatie hiervoor is de nabijheid van de recreatieve poort bij de
                                    Spartelvijver. </al><tussenkop>  6.1.4 Houtoogst</tussenkop><al>De productie en oogst van hout past binnen de multifunctionele
                                    doelstelling van de gemeente. Ook de komende periode levert de
                                    gemeente een bijdrage aan de productie van deze duurzame
                                    grondstof. Een geringe afname van de productiecapaciteit wordt
                                    aanvaard met het oog op de recreatieve functie en de
                                    ontwikkeling van de biodiversiteit.</al><al>Het te oogsten hout komt hoofdzakelijk uit dunningen. Al dan
                                    niet in combinatie met een dunning worden plaatselijk
                                    kleinschalige kapvlakten gemaakt met een oppervlakte van 1.000
                                    tot 3.000 m<sup>2</sup>. Daarnaast komt een klein deel van het
                                    hout vrij uit het creëren van bosrandzones en open bos. </al><al/><al><cursief>Afbeelding 3; Houtproductie en natuurontwikkeling
                                        kunnen hand in hand gaan.</cursief></al><al/><al>De houtvoorraad dient tussen 150 en 170 m<sup>3</sup> per
                                    hectare te liggen. Jaarlijks wordt 50 tot 75% van de bijgroei
                                    geoogst, wat neerkomt op een gemiddelde oogst van 3.000 tot
                                    4.000 m<sup>3</sup> per jaar. De huidige voorraad van circa 153
                                    m<sup>3</sup> per hectare zal daarmee iets toenemen. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label> 6.2 Natuurterreinen</label></kop><structuurtekst><tussenkop> 6.2.1 Samenstelling</tussenkop><al>Herstel van natuurwaarden staat de komende periode centraal bij
                                    het beheren van de natuurterreinen. Op deze van oorsprong open
                                    terreinen wordt de <cursief>verbossing</cursief> teruggedrongen.
                                    Daarnaast worden vennen en heidevegetaties hersteld door
                                    vernattingsmaatregelen en plaggen. Het aandeel struikheide en
                                    dopheide dient toe te nemen en populaties van bijzondere soorten
                                    zoals klokjesgentiaan worden versterkt.</al><tussenkop> 6.2.2 Ecologie</tussenkop><al>Herstelwerkzaamheden als vernatting en plaggen richten zich op
                                    het herstel van de habitat van bijzondere soorten. Het is van
                                    groot belang dat voorafgaand aan werkzaamheden de actuele
                                    natuurwaarden goed in beeld zijn gebracht. Restpopulaties moeten
                                    worden beschermd tijdens de uitvoering van werkzaamheden.
                                    Daarnaast dienen de werkzaamheden gericht te zijn op het herstel
                                    van verdwenen soorten. Goed ecologisch onderzoek en begeleiding
                                    zijn daarbij onontbeerlijk. De vegetatieontwikkelingen worden
                                    door gerichte inventarisaties gevolgd.</al><al/><al><cursief>Afbeelding 4; Panneven.</cursief></al><tussenkop> 6.2.3 Recreatief gebruik</tussenkop><al>Recreatief gebruik van de natuurterreinen wordt afgestemd op de
                                    draagkracht van de betreffende terreinen. De vennen zijn erg
                                    gevoelig voor verstoring en vernieling en kunnen dan ook
                                    uitsluitend vanaf de omringende paden worden beleefd. De
                                    heideterreinen zijn minder gevoelig, maar ook voor deze
                                    terreinen geldt dat beleving vanaf de paden voldoende is.</al><al>De gevoelige natuurgebieden worden voorzien van voldoende
                                    informatieborden. De borden geven inzicht in de bijzondere
                                    kwaliteiten van het gebied en verklaren het kwetsbare karakter
                                    ervan.</al><al>Handhaving van de openstellingregels is met name bij het
                                    Panneven van groot belang.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>6.3 Landschap en hydrologie</label></kop><structuurtekst><al>De gemeente Reusel-De Mierden kent een grote diversiteit aan
                                landschapstypen. De landschappen zijn op verschillende wijzen met
                                elkaar verbonden. De relatie tussen de infiltratiegebieden op de
                                hogere zandgrond en de kwelzones in de beekdalen is daarvan een
                                duidelijk voorbeeld. De gemeente streeft ernaar de landschappelijke
                                samenhang tussen de bos- en natuurgebieden onderling en tussen de
                                bosgebieden en de overige landschappen te verbeteren. </al><al>Om dit te bereiken wordt de harde overgang van bos naar open terrein
                                plaatselijk omgevormd tot een geleidelijke golvende bosrand. Een
                                goed ontwikkelde bosrand bestaat uit een rand van grassen en
                                kruiden, overgaand in een mantelvegetatie van struikvormende soorten
                                waarin een enkele solitaire boom kan voorkomen.</al><al>De hydrologische relatie tussen de hoger gelegen bosgronden en de
                                beekdalen wordt zo veel mogelijk hersteld. Er wordt naar gestreefd
                                water zo lang mogelijk in het infiltratiegebied vast te houden. Dit
                                leidt niet alleen tot een matiging van de piekafvoeren, maar ook tot
                                een langere en gelijkmatigere nalevering van water naar de
                                kwelgebieden. Om dit te bereiken worden de kunstmatige ontwateringen
                                binnen de gemeentebossen en aangrenzende natuurterreinen opgeheven.
                                Ook wordt in de directe nabijheid van de bos- en natuurterreinen
                                kunstmatige ontwatering, grondwateronttrekking en drainage tot een
                                minimum beperkt. De kwantitatieve en kwalitatieve effecten van de
                                maatregelen op de waterhuishouding worden vooraf goed onderzocht en
                                na uitvoering gemonitoord.</al><al> Om de landschappelijke relatie tussen infiltratie en kwel te
                                benadrukken worden rond de bronsloten “groene vingers” in het
                                landschap ontwikkeld.</al><al>De gemeente streeft naar herstel van de retentiegebieden die van
                                nature in en om het bos aanwezig waren. De gemeente stelt zich tot
                                doel de komende periode de volgende retentie- en natuurgebieden te
                                herstellen:</al><lijst><li nr="-"><al>het voormalige ven “de Torenbroeksche Vijver”</al></li><li nr="-"><al>de natte laagte in de Rijtsche heide</al></li><li nr="-"><al>het Kruisven en de omliggende landbouwgronden </al></li></lijst><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><cursief>Afbeelding 5; Te herstellen natuurlijke
                                                  retentie.</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De ligging van de Torenbroeksche Vijver sluit aan op de
                                verbindingszone voor de gladde slang. De projecten kunnen elkaar in
                                kwalitatieve en in kwantitatieve zin versterken. Ook de ontwikkeling
                                van de twee andere natte gebieden versterkt het leefgebied en de
                                migratiemogelijkheden voor de gladde slang.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label> 6.4 Archeologie en cultuurhistorie</label></kop><structuurtekst><al>Binnen de gemeentebossen bevinden zich enkele archeologische
                                monumenten. Gemeente Reusel-De Mierden zet zich in voor het behoud
                                van deze monumenten en past daar zo nodig beheer- en
                                inrichtingsmaatregelen op aan. Er worden geen maatregelen getroffen
                                om de vaak kwetsbare monumenten voor het grote publiek in beeld te
                                brengen. </al><al>In het padenstelsel binnen o.a. de Peelsche heide is de
                                ontginningsstructuur duidelijk te herkennen en is daarom aangemerkt
                                als cultuurhistorisch waardevol. Er wordt beperkte waarde gehecht
                                aan de instandhouding hiervan. Als dit voor andere bosfuncties van
                                belang is kunnen veranderingen in het netwerk van wegen en paden
                                worden doorgevoerd. Bijlage 5 geeft een overzicht van de aanwezige
                                cultuurhistorische en archeologische aspecten.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>6.5 Faunabeheer en jacht</label></kop><structuurtekst><al>Bossen maken van oudsher onderdeel uit van de jachtgronden binnen de
                                gemeente. De gemeente beschouwt de jacht als één van de bosfuncties
                                en ziet binnen de gemeentebossen ruimte voor het voortzetten
                                daarvan. Voorwaarde daarvoor is dat handelingen in het kader van de
                                jacht of de gevolgen daarvan op geen enkele wijze conflicteren met
                                de flora- en faunawet en dat de beoefening van jacht in harmonie met
                                de overige bosfuncties geschiedt.</al><al>Met het oog op de jacht worden geen aanpassingen gedaan aan de
                                huidige situatie waarin het bos verkeert. Evenmin heeft de jacht
                                invloed op de keuzes die gemaakt worden voor de ontwikkeling van
                                bossen en natuurterreinen. Maatregelen en ontwikkelingen ten behoeve
                                van wild en andere fauna staan in het teken van behoud en
                                ontwikkeling van de biodiversiteit en zijn toegelicht in paragraaf
                                6.3. </al><al>De plaatsing van voorzieningen als eenvoudige hoogzits is in overleg
                                met de beheerder in beperkte mate toegestaan, mits deze niet direct
                                zichtbaar zijn vanaf recreatieve routes en er geen schade of
                                verstoring optreedt aan flora (waaronder bomen) en fauna.</al><al>Reeën kunnen de bosontwikkeling beïnvloeden. Door hun
                                voedselvoorkeur kunnen ze met name de ontwikkeling van het aandeel
                                inheemse loofbomen negatief beïnvloeden. De grootte van de populatie
                                dient afgestemd te zijn op de fase waarin de bosontwikkeling
                                verkeert. Over de grootte van de populatie dient nadere afstemming
                                plaats te vinden tussen wildbeheereenheid en de gemeente.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>7 Uitvoeringsprogramma </label></kop><structuurtekst><al>Om de beleidsdoelen te realiseren moeten de ambities worden omgezet in
                            daden. Hiervoor is een uitvoeringsprogramma opgesteld. In dit
                            uitvoeringsprogramma staan concrete projecten genoemd die voortvloeien
                            uit het in hoofdstuk 6 omschreven beleid en niet kunnen worden opgenomen
                            in het reguliere beheer. Gezamenlijk dragen ze bij aan het halen de
                            ambities die Reusel-De Mierden heeft voor haar bossen en
                            natuurterreinen. Per project is aangegeven welke prioriteit hieraan is
                            toegekend en wat, los van vooronderzoek, de planning is voor
                            daadwerkelijke realisatie.</al><al>Het uitvoeringsprogramma beschrijft de projecten op hoofdlijnen. De
                            uitvoering van veel projecten start met het opstellen van een goed
                            onderbouwd uitwerkingsplan c.q. vooronderzoek, waarbij de
                            uitvoeringskosten tevens begroot worden. Als voor de uitvoering van
                            projecten aanvullende kredieten noodzakelijk zijn, zal daar bestuurlijke
                            besluitvorming aan vooraf gaan.</al><al>In het uitvoeringsprogramma zijn enkele projecten opgenomen die nauw
                            samenhangen met elkaar of elkaars effecten versterken. Hoewel de
                            doelstellingen verschillend zijn, komen de daartoe te nemen maatregelen
                            in die gevallen geheel of gedeeltelijk overeen of sluiten goed op elkaar
                            aan. Het is aan te bevelen deze projecten tegelijkertijd en
                            gebiedsgericht op te pakken.</al><al>Naast de projecten zal ook het reguliere beheer op basis van dit
                            beleidsplan worden uitgevoerd. Dat gebeurt in een cyclus van 5 jaar. Het
                            bosareaal is daartoe verdeeld in 5 werkblokken van min of meer
                            vergelijkbare grootte (zie bijlage 8). Elk jaar wordt één van de
                            werkblokken behandeld. Met dit Beleidsplan bos en natuur als leidraad
                            stelt de gemeente jaarlijks een werkplan op waarin alle reguliere
                            beheerwerkzaamheden voor het betreffende jaar zijn opgenomen. </al><al>Onderstaand is een overzicht weergegeven van de reguliere
                            beheerwerkzaamheden ten behoeve van de verbetering van de
                            bossamenstelling en/of landschappelijke relatie.</al><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet>Werkzaamheden/ projecten als onderdeel van het
                                                  regulier beheer</vet></al></entry></row><row><entry><al>Verhogen aandeel inheems loofhout en gemengd bos ten
                                                behoeve van de verhoging van de natuurwaarde, de
                                                variatie in bosbeeld en de stabiliteit van het
                                                bos.</al></entry></row><row><entry><al>Bestrijden van Amerikaanse vogelkers in de
                                                gemeentebossen en deze te weren ten behoeve van
                                                natuurlijkheid en duurzaam bosbeheer.</al></entry></row><row><entry><al>Bestrijden van Amerikaanse eik op plekken waar deze
                                                geheel kan verdwijnen zonder andere doelen geweld
                                                aan te doen (b.v. menging en beleving) en waar op
                                                korte termijn de ontwikkeling van een geheel inheems
                                                bos te verwachten is. Daarnaast geleidelijk
                                                aansturen op afname van de soort in evenwicht met
                                                andere doelen.</al></entry></row><row><entry><al>Verbeteren van de bosstructuur door middel van
                                                groepsgewijze verjonging en duninningen voornamelijk
                                                op plaatsen waar spontaan ondergroei van gewenste
                                                bomen of struiken ontstaat. </al></entry></row><row><entry><al>Verhogen van aandeel dood hout ten behoeve van de
                                                natuurwaarde door het ringen van bomen en het laten
                                                liggen van stormhout op plaatsen waar dit geen
                                                gevaar of hinder oplevert.</al></entry></row><row><entry><al>Ontwikkelen gevarieerde bosranden door plaatselijke
                                                aanleg van golvende en geleidelijke bosranden.
                                                Versterken overgang tussen bos en open terrein en
                                                vergroten leefgebied struweel- en bosrandsoorten. De
                                                prioriteit ligt hier bij de te ontwikkelen
                                                toeristische poorten, projectlocatie Reusel Noord en
                                                de doelsoorten (gladde slang en nachtzwaluw) </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="10"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="9*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="6*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="14*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="27*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="7*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="8*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="11*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="7*"/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth="6*"/><colspec colname="col10" colnum="10" colwidth="6*"/><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Ambitie</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Projectnr.</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Project </vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Doel en methode</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>Prioriteit/ (Planning)</vet> *2</al></entry><entry colname="col6"><al><vet>Geraamde totale projectkosten</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>Uitvoering overwegen bij (Co)financiering
                                                  van:</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>Investeringen 2009</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>Investeringen 2010</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>Investeringen 2011</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Verhogen recreatieve betekenis</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1.1</al></entry><entry colname="col3"><al>Verhogen herkenbaarheid van de gemeentebossen (met
                                                name rondom de toeristische poorten)</al></entry><entry colname="col4"><al>Versterken van de gastheerrol en de herkenbaarheid
                                                van de gemeentebossen door het plaatsen van
                                                openstellingsborden en informatieborden in huisstijl
                                                en beschikbaar stellen van folders.
                                                (Cultuurhistorische) benamingen dienen vermeld te
                                                worden.</al></entry><entry colname="col5"><al>A</al><al>(2009) </al></entry><entry colname="col6"><al>€ 60.000,-</al></entry><entry colname="col7"><al>50%</al><al>Provincie / POP</al></entry><entry colname="col8"><al>€ 30.000,-</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1.2</al></entry><entry colname="col3"><al>Herzien recreatieve infrastructuur rondom
                                                toeristische poorten (combinatie met project
                                                2.4)</al></entry><entry colname="col4"><al>Afstemmen van recreatieve infrastructuur op
                                                recreatieve poorten. Aanleg van slingerpaden in
                                                combinatie met het afsluiten van bestaande bospaden.
                                                Plaatsen van informatieborden en routemarkeringen in
                                                gemeentelijke huisstijl. Versterken van de functie
                                                als recreatieve poort door aangepast voorzieningen
                                                niveau.</al></entry><entry colname="col5"><al>A </al><al>(2009)</al></entry><entry colname="col6"><al>€ 40.000,-</al></entry><entry colname="col7"><al>50%</al><al>Reconstructie kleine projecten</al></entry><entry colname="col8"><al>€ 20.000,-</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1.3</al></entry><entry colname="col3"><al>Vooronderzoek en uitwerkingsplan versterking
                                                belevingswaarde en natuurwaarde Grote Cirkel
                                                (relaties met projecten 2.1, 2.2 en 3.3)</al></entry><entry colname="col4"><al>Ontwikkeling van heide binnen de Grote Cirkel. De
                                                herkenbaarheid van buitenste grens van de cirkel
                                                wordt versterkt.</al></entry><entry colname="col5"><al>B</al><al>(2009 t/m 2011 e.v.)</al></entry><entry colname="col6"><al>€ 5.000,-</al><al>Realisatiekosten</al><al>onbekend</al></entry><entry colname="col7"><al>Provincie (soortbescherming) / LIFE (m.b.t. de
                                                daadwerkelijke uitvoering)</al></entry><entry colname="col8"><al>€5.000,- en realisatiekosten*1 t.l.v. Best. res.Bui.
                                                en derden</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Versterken biodiversiteit</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2.1</al></entry><entry colname="col3"><al>Vooronderzoek en uitwerkingsplan</al><al>Verbinden Cirkelbos met Reuselse Moeren (combinatie
                                                met project 1.3 en 3.3)</al><al>Onderdeel : EVZ.</al></entry><entry colname="col4"><al>De ontwikkeling van een brede verbinding tussen de
                                                Peelse heide en de Reuselse Moeren. Naast de
                                                algemene verbindende functie dient de zone ook
                                                geschikt te worden gemaakt als stapsteen voor de
                                                gladde slang. Onder de Postelsedijk dient een royale
                                                faunapassage aangelegd te worden. Een deel van de
                                                verbindingszone krijgt een nat karakter waarmee de
                                                Torenbroeksche vijver gedeeltelijk wordt
                                                hersteld.</al></entry><entry colname="col5"><al>A</al><al>(2009 t/m 2011)</al></entry><entry colname="col6"><al>€ 10.000</al></entry><entry colname="col7"><al>Provincie / LIFE/ Brabants
                                                Landschap,/Staatsbosbeheer.</al><al>(m.b.t. de daadwerkelijke uitvoering)</al></entry><entry colname="col8"><al>€10.000,- en realisatiekosten*1 t.l.v. Best.
                                                res.Bui. en derden</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>2.2</al></entry><entry colname="col3"><al>Verbeteren migratiemogelijkheden gladde slang</al><al>(relatie met project 1.3)</al></entry><entry colname="col4"><al>Het ontwikkelen van aantrekkelijke corridors in het
                                                Cirkelbos en de Rijtsche heide waardoor de gladde
                                                slang kan migreren en waar hij kan fourageren. De
                                                versterking van de populatie levendbarende hagedis
                                                door de ontwikkeling van heide verdient daarbij
                                                aandacht.</al></entry><entry colname="col5"><al>A</al><al>(2009)</al></entry><entry colname="col6"><al>€ 50.000</al></entry><entry colname="col7"><al>100%</al><al>Provincie (soortbescherming)</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>2.3</al></entry><entry colname="col3"><al>Vooronderzoek en uitwerkingsplan Ontwikkeling natuur
                                                omgeving Kruisven</al><al>(o.b.v. Landschapsplan)</al></entry><entry colname="col4"><al>Het ontwikkelen van natuur door het verlagen van de
                                                bouwvoor en indien mogelijk het verhogen van de
                                                grondwaterstand. </al></entry><entry colname="col5"><al>B</al><al>(2011 t/m 2013)</al></entry><entry colname="col6"><al>€ 15.000,-</al><al>Realisatiekosten</al><al>onbekend</al></entry><entry colname="col7"><al>Provincie / LIFE/ Waterschap</al><al>(m.b.t. de daadwerkelijke uitvoering)</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al>€15.000,- en realisatiekosten *1 t.l.v. Best.res.
                                                Bui. en derden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>2.4</al></entry><entry colname="col3"><al>Creëren rustgebieden </al><al>(combinatie met project 1.2)</al></entry><entry colname="col4"><al>Afsluiten paden waarmee grotere aaneengesloten
                                                bosvakken ontstaan. Deze gebieden dienen als
                                                kleinschalige rustgebieden voor fauna</al></entry><entry colname="col5"><al>B</al><al>(2009)</al></entry><entry colname="col6"><al>€ 10.000,-</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>€ 10.000,-</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Versterken hydrologische relaties</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3.1</al></entry><entry colname="col3"><al>Vooronderzoek en uitwerkingsplan voor het ongedaan
                                                maken verdroging Panneven (combinatie met project
                                                3.2)</al></entry><entry colname="col4"><al>Uitvoering van de adviezen van een reeds uitgezet
                                                onderzoek gericht op hydrologisch herstel Panneven.
                                            </al></entry><entry colname="col5"><al>A</al><al>(2010 t/m 2012)</al></entry><entry colname="col6"><al>€ 25.000,-</al><al>Realisatiekosten</al><al>onbekend</al></entry><entry colname="col7"><al>EGM / Provincie / Waterschap</al><al>(m.b.t. de daadwerkelijke uitvoering)</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>€25.000,- en realisatiekosten *1 t.l.v. Best.res.
                                                Bui. en derden</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>3.2</al></entry><entry colname="col3"><al>Vooronderzoek en uitwerkingsplan voor het opheffen
                                                van overbodige detailontwatering in bossen en
                                                natuurterreinen</al></entry><entry colname="col4"><al>Herstel van de functie van infiltratiegebied van de
                                                bossen. Buffering van water en uiteindelijk de
                                                realisatie van sterkere en langdurigere kwelstromen
                                                t.b.v. het beekdal.</al></entry><entry colname="col5"><al>A</al><al>(2010 t/m 2012)</al></entry><entry colname="col6"><al>€ 25.000,-</al><al>Realisatiekosten</al><al>onbekend</al></entry><entry colname="col7"><al>EGM/ Provincie/ Waterschap/ Brabants Landschap.</al><al>(m.b.t. de daadwerkelijke uitvoering)</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>€25.000,- en realisatiekosten *1 t.l.v. Best.res.
                                                Bui. en derden</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>3.3</al></entry><entry colname="col3"><al>Vooronderzoek en uitwerkingsplan voor het herstel
                                                Torenbroeksche vijver </al><al>(combinatie met projecten 1.3 en 2.1 en 2.2)</al></entry><entry colname="col4"><al>Het herstel van het ven de Torenbroeksche vijver
                                                nabij de Grote Cirkel en Rijtsche heide. Opheffen
                                                van detailontwatering en verwijderen bos t.b.v.
                                                ruimte voor ven en heischrale omgeving. Uit gebruik
                                                nemen en verwerving landbouwgronden waar deze op de
                                                locatie van het voormalige ven liggen. </al></entry><entry colname="col5"><al>B</al><al>(2009 t/m 2011 e.v.)</al></entry><entry colname="col6"><al>Inbegrepen bij 2.1</al><al>Realisatiekosten</al><al>onbekend</al></entry><entry colname="col7"><al>EGM / Provincie / Waterschap / LIFE/
                                                Staatsbosbeheer.</al><al>(m.b.t. de daadwerkelijke uitvoering)</al></entry><entry colname="col8"><al>€10.000,- en realisatiekosten*1 t.l.v. Best.res.
                                                Bui. en derden </al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Versterken landschappelijke relaties</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4.1</al></entry><entry colname="col3"><al>Vooronderzoek en uitwerkingsplan voor het
                                                landschappelijk versterken van brongebieden. (o.b.v.
                                                Landschapsplan)</al></entry><entry colname="col4"><al>Aanleg van “groene vingers” in het landbouwgebied
                                                rond de “bronsloten”. Dit ter versterking van
                                                landschappelijke betekenis en versterking van
                                                natuurwaarden.</al></entry><entry colname="col5"><al>B</al><al>(2011 t/m 2013 e.v.)</al></entry><entry colname="col6"><al>€ 15.000,-</al><al>Realisatiekosten</al><al>onbekend</al></entry><entry colname="col7"><al>Provincie / Waterschap / POP/ regeling groen- blauwe
                                                diensten.</al><al>(m.b.t. de daadwerkelijke uitvoering)</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al>€15.000,- en realisatiekosten *1 t.l.v. Best.res.
                                                Bui. en derden</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al><vet>Totale investering m.b.t. begroting 2009-2012
                                                  excl. BTW </vet></al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al><vet>€ 0,-</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>€ 0,-</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>€ 0,-</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al><vet>Totaal t.l.v. Bestemmingsreserve Buitengebied
                                                </vet></al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al><vet>€ 85.000,-</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>€ 50.000,-</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>€ 30.000,-</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>*1 realisatiekosten worden geraamd op basis van de betreffende
                            vooronderzoeken en uitwerkingsplannen</al><al>*2 bij de fasering is aan projecten, waarbij met relatief weinig kosten
                            (i.c.m. subsidie(s)) een groot resultaat te behalen valt, de hoogste
                            prioriteit toegekend. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>8 Literatuur</label></kop><structuurtekst><lijst><li nr="-"><al>Adviesburo De Meent bv, <cursief>Recreatief Medegebruik De
                                        Kempen</cursief>, eindrapportage, Samenwerkingsverband Regio
                                    Eindhoven, 1996</al></li><li nr="-"><al>Stichting het Noord-Brabants Landschap, Coördinatie Kleine
                                    Landschapselementen, <cursief>Behoud en Herstel van natuur en
                                        landschap in de gemeente Reusel-De Mierden</cursief>,
                                    gemeente Reusel<vet>-</vet>De Mierden, 1992</al></li><li nr="-"><al>Gemeente Reusel-De Mierden, <cursief>Toeristisch-recreatief
                                        Ontwikkelingsplan</cursief>, Gemeente Reusel-De Mierden,
                                    2007</al></li><li nr="-"><al>Grontmij, <cursief>Waterplan Reusel-De Mierden</cursief>,
                                    Waterschap De Dommel, Brabant Water en gemeente Reusel-De
                                    Mierden, Eindhoven 2003</al></li><li nr="-"><al>Jagt, J.L. van der et al, <cursief>Geïntegreerd Bosbeheer,
                                        praktijk, voorbeelden en achtergronden</cursief>,
                                    Expertisecentrum LNV, Wageningen 2000</al></li><li nr="-"><al>Silve, <cursief>Beheersplan Geïntegreerd Bosbeheer, Gemeente
                                        Reusel-De Mierden 2002, Bosgebied de Mierden</cursief>,
                                    Gemeente Reusel-De Mierden, Wageningen 2003.</al></li><li nr="-"><al>Silve, <cursief>Beheersplan Geïntegreerd Bosbeheer, Gemeente
                                        Reusel-De Mierden 2002, Bosgebied Reusel</cursief>, Gemeente
                                    Reusel-De Mierden, Wageningen 2002.</al></li><li nr="-"><al>Sovon Vogelonderzoek Nederland, <cursief>Soortbeschermingsplan
                                        Nachtzwaluw Noord-Brabant</cursief>, Provincie
                                    Noord-Brabant, 2006</al></li><li nr="-"><al>SRE,<cursief> Beleidskader recreatieve poorten Reusel-De
                                        Mierden</cursief>, Gemeente Reusel-De Mierden, 2006</al></li><li nr="-"><al>Stichting Ravon, <cursief>Wie is er bang voor de gladde
                                        slang</cursief>, Beschermingsplan voor de gladde slang in
                                    Noord-Brabant, Provincie Noord-Brabant, 2006</al></li><li nr="-"><al>Stichting Recreatie, Kennis- en Innovatiecentrum, <cursief>Vrij
                                        spel voor het speelbos</cursief>, in opdracht van het
                                    Ministerie van LNV</al></li><li nr="-"><al>Taken Landschapsplanning bv, <cursief>Visie Reuseldal</cursief>,
                                    Waterschap de Dommel, 2006</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>9 Begrippenlijst</label></kop><structuurtekst><al>Depositie : Het neerslaan van stoffen zoals ammoniak, stikstof en
                            fosfaat op een bepaald gebied.</al><al>Ecologische verbindingszone : Ook EVZ genoemd. Een zone die is ingericht
                            ten behoeve van de migratie van flora en fauna tussen twee of meer
                            leefgebieden. Voor veel verbindingszones zijn specifieke doelsoorten
                            geformuleerd.</al><al>Geïntegreerd bosbeheer : Geïntegreerd bosbeheer is er op gericht om in
                            een bos zowel natuur, bosbeleving als houtproductie tot hun recht te
                            laten komen. De beheermaatregelen sluiten zoveel mogelijk aan op
                            spontane processen en zijn bedoeld om de functies van het bos integraal
                            te verbeteren of daarin een beter evenwicht te brengen. Door een actief
                            beheer ontstaat een aantrekkelijk en een naar soorten en leeftijden
                            gemengd bos.</al><al>Verbossing : Het verschijnsel waarbij open natuurterreinen door spontane
                            opslag van bomen langzaam bos worden. Het bos verdringt andere
                            vegetaties zoals heide.</al><al>Vergrassing : Het verschijnsel waarbij in natuurgebieden enkele grassen
                            alle andere planten verdringen.</al><al>Blessen : Het markeren van bomen die gekapt gaan worden.</al><al>Vermesting : Het rijker worden van de bodem door depositie van met name </al><al> stikstof. Door vermesting komen bijzondere vegetatietypen onder </al><al> druk te staan.</al><al>Versnippering : Het van elkaar verwijderd raken van natuurgebieden of
                            leefgebieden </al><al> van soorten doordat tussen de gebieden wegen, bebouwing, </al><al> landbouwgebieden en andere barrières liggen die moeilijk te </al><al> passeren zijn voor soorten. Populaties van soorten kunnen hierdoor </al><al> versnipperd raken en doordat deelpopulaties te klein worden </al><al> uitsterven.</al><al>Ringen : Het actief maken van dood hout door bomen onderaan de stam</al><al> rondom in te zagen. De boom zal sterven omdat de sapstroom </al><al> wordt onderbroken.</al><al>Broedseizoen : Het broedseizoen is de periode waarbinnen veel
                            vogelsoorten broeden en hun jongen grootbrengen. Als periode wordt 15
                            maart tot 15 juli aangehouden. Er zijn echter ook vogelsoorten die voor
                            of </al><al> na deze periode broeden.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><al><vet>Bijlage 1 Overzichtskaart</vet></al><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><cursief>Wellenseind</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><cursief>De Flaes</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><cursief>Neterselsche</cursief></al><al><cursief>Heide</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><cursief>visvijver</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><cursief>visvijver</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><cursief>Spartelvijver</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><cursief>Hoogenberg</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><cursief>Kattenbosch</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><cursief>crossterrein</cursief></al><al><cursief>De Wielewaal</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><cursief>Torenbroek</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><cursief>Peelsche Heide</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><cursief>Koppenaardsche</cursief></al><al><cursief>Heide</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><cursief>Belevensche</cursief></al><al><cursief>Heide</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><cursief>Het Hoog</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><cursief>Hulsels venneke</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><cursief>Peelsche</cursief></al><al><cursief>bergen</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><cursief>(’t Goor)</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Bijlage 2 Samenstelling kerngroep en klankbordgroep</vet></al><al>De kerngroep is, naast enkele medewerkers van Staro, samengesteld uit
                    medewerkers van gemeente Reusel-De Mierden, werkzaam binnen de voor het
                    beleidsplan bos en natuur relevante beleidsterreinen. Binnen de kerngroep zijn
                    de beleidskeuzes gemaakt zoals die in dit plan zijn weergegeven. </al><al>De klankbordgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de verschillende
                    belanghebbende partijen. De klankbordleden hebben tijdens de beleidsvorming een
                    bijdrage geleverd aan het toetsen van het geformuleerde beleid aan de
                    maatschappelijke wensen en het externe beleid. De partijen als weergegeven in
                    onderstaand overzicht zijn uitgenodigd deel te nemen aan respectievelijk de
                    kerngroep en de klankbordgroep.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="16*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="84*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Kerngroep</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Naam</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Beleidsveld</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>J.van de Sande</al></entry><entry colname="col2"><al>Wethouder Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening, Milieu,
                                        Inrichting en beheer v/d openbare ruimte</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>S.Oomens</al></entry><entry colname="col2"><al>Projectleider ten behoeve van het beleidsplan bos en natuur,
                                        Bosbeleid, ontwikkeling en beheer</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>W.Panjoel</al></entry><entry colname="col2"><al>Beleidsmedewerker Recreatie en toerisme</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>M.van Meijl</al></entry><entry colname="col2"><al>Algemeen beleidsmedewerker, afdeling woonomgeving</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>G.Linden</al></entry><entry colname="col2"><al>Juridisch beleidsmedewerker, bestemmingsplan buitengebied,
                                        reconstructie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>H.Wouters</al></entry><entry colname="col2"><al>Natuurontwikkeling</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>J.Rots</al></entry><entry colname="col2"><al>Bosgroep Zuid-Nederland, Regiobeheerder De Kempen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="52*"/><colspec colname="col2" colwidth="18*"/><colspec colname="col3" colwidth="31*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>Klankbordgroep</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Organisatie</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Naam</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Deelname</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Adviescommissie WZW (WMO raad)</al></entry><entry colname="col2"><al>A.van de Ven</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Amef-Fortis, Landgoed De Utrecht</al></entry><entry colname="col2"><al>B.Wolters</al></entry><entry colname="col3"><al>Schriftelijke bijdrage</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Brabants Landschap</al></entry><entry colname="col2"><al>H.Schep</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Brabantse Milieufederatie</al></entry><entry colname="col2"><al>G.Versteeg</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gemeente Arendonk (BE)</al></entry><entry colname="col2"><al>College van B&amp;S</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gemeente Bladel</al></entry><entry colname="col2"><al>College van B&amp;W</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gemeente Hilvarenbeek</al></entry><entry colname="col2"><al>College van B&amp;W</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gemeente Mol (BE)</al></entry><entry colname="col2"><al>College van B&amp;S</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gemeente Ravels (BE)</al></entry><entry colname="col2"><al>College van B&amp;S</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Heemkundewerkgroep De Mierden</al></entry><entry colname="col2"><al>A.Verhees</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Heemkundewerkgroep Reusel</al></entry><entry colname="col2"><al>L.Vosters</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>IVN</al></entry><entry colname="col2"><al>J.Verspaandonk</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Landgoed Wellenseind</al></entry><entry colname="col2"><al>K.van Haaren</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Locaal Toeristische Adviesraad</al></entry><entry colname="col2"><al>A.van Dooren</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Provincie Noord-Brabant (streekhuis)</al></entry><entry colname="col2"><al>Streekmanager</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Staatsbosbeheer</al></entry><entry colname="col2"><al>J.G.H. Smits</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ravon</al></entry><entry colname="col2"><al>A.van Rijsewijk</al></entry><entry colname="col3"><al>Schriftelijke bijdrage</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vogelwerkgroep De Kempen</al></entry><entry colname="col2"><al>P.Wouters</al></entry><entry colname="col3"><al>Actieve deelname klankbordgroep</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Waterschap de Dommel</al></entry><entry colname="col2"><al>N.Heegh</al></entry><entry colname="col3"><al>Schriftelijke bijdrage</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Werkgroep Weidevogelbescherming Reusel-De Mierden</al></entry><entry colname="col2"><al>J.van Gompel</al></entry><entry colname="col3"><al>Actieve deelname klankbordgroep</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Wildbeheereenheid Reusel</al></entry><entry colname="col2"><al>A.J.M. de Laat</al></entry><entry colname="col3"><al>Actieve deelname klankbordgroep</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>W.M. van de Voort</al></entry><entry colname="col3"><al>Actieve deelname klankbordgroep</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>ZLTO Reusel-De Mierden</al></entry><entry colname="col2"><al>K.van Gestel</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Bijlage 3 Landschappelijke relaties</vet></al><al><vet>Bijlage 4 Hydrologische relaties</vet></al><al/><al><vet>Bijlage 5 Cultuurhistorie en archeologie</vet></al><al/><al><vet>Bijlage 6 Bosontwikkeling in gemeente Reusel-De Mierden
                    2003-2008</vet></al><al><vet>1 Inleiding</vet></al><al>In 2002 en 2003 is voor de gemeentebossen van Reusel-De Mierden een tweetal
                    beheerplannen opgesteld. Als onderdeel hiervan is een bosbouwkundige
                    inventarisatie uitgevoerd. In het kader van het beleidsplan bos en natuur
                    2008-2020 is opnieuw een inventarisatie uitgevoerd. Beide inventarisaties geven
                    een momentopname van het bos. Een vergelijking van de twee opnamen geeft een
                    indruk van de ontwikkelingen die in de tussenliggende periode hebben
                    plaatsgevonden.</al><al>Deze ontwikkelingen hebben een rol gespeeld bij de totstandkoming van het
                    bosbeleid. Niet alleen worden hiermee de huidige processen in beeld gebracht,
                    ook kan worden gevisualiseerd wat de resultaten zijn van het bosbeheer dat in de
                    afgelopen jaren is gevoerd. Tot slot bieden de gegevens een doorkijkje naar de
                    ontwikkelingsmogelijkheden voor de toekomst. In dit laatste ligt het
                    belangrijkste raakvlak met het beleid.</al><al><vet>2 Methode</vet></al><al>De bosinventarisatie is uitgevoerd volgens de methode Woodstock. Hierbij wordt
                    een ruitennet over het te inventariseren boscomplex gelegd, waarbij op elk
                    knooppunt van lijnen een meetpunt (plot) wordt gelegd. Door de systematische
                    plaatsing van de plots geven alle plots gezamenlijk een representatief beeld van
                    de werkelijke situatie. In 2003 is in totaal 870 hectare bos betrokken bij de
                    inventarisatie. In 2008 zijn ook diverse kleinere bospercelen opgenomen waardoor
                    de totale oppervlakte 923 hectare bedroeg. Om ondanks het verschil in
                    oppervlakte een goede vergelijking te kunnen maken, zijn de resultaten in
                    onderstaande tekst zo veel mogelijk weergegeven als gemiddelde waarden per
                    hectare.</al><al>De grootte van een plot is variabel. De straal van de plot ligt tussen de 5 en
                    20 meter en wordt zó gekozen dat er minimaal 20 bomen binnen het plot vallen.
                    Van elke plot wordt bepaald in welke ontwikkelingsfase het bos zich bevindt en
                    over welke oppervlakte deze fase zich uitstrekt. Per plot wordt van elke boom,
                    met een dbh van minimaal 5 cm, genoteerd wat de soort is. Daarnaast wordt van
                    elke boom de dbh en de dominantie ten opzichte van de omringende bomen
                    opgenomen. Van elke boomsoort binnen een plot wordt van één boom de hoogte en de
                    toename in dikte over de afgelopen 5 jaar bepaald. Tot slot wordt gekeken naar
                    de aanwezigheid van dood hout en de aanwezigheid en samenstelling van de
                    struiklaag, bestaande uit bomen en struiken met een dbh van minder dan 5
                    cm.</al><al>Omdat niet het gehele bos wordt geïnventariseerd, maar alleen slechts kleine,
                    verspreid liggende deeltjes (de plots) daarvan, spreken we van een steekproef.
                    Zoals elke andere steekproef, heeft ook deze te maken met een zekere mate van
                    betrouwbaarheid. De resultaten van de inventarisaties kunnen dan ook niet als
                    absolute getallen worden beschouwd, maar dienen als indicatie te worden
                    gebruikt. De daarvan afgeleide ontwikkelingen geven een trend weer.</al><al><vet> 3 Resultaten</vet></al><al><vet>3.1 Houtvoorraad</vet></al><al>In 2003 bedroeg de houtvoorraad 156,3m<sup>3</sup>/ha. In 2008 bleek de gemeten
                    houtvoorraad gedaald tot 153,0m<sup>3</sup>/ha. Met het oog op de uitgevoerde
                    dunningen en de kap van een flink aantal verjongingsgaten, is de daling van de
                    voorraad niet groot.</al><al><vet>3.2 Boomsoortenverdeling</vet></al><al>In de onderstaande cirkeldiagrammen is de verdeling van de houtvoorraad per
                    boomsoort weergegeven. De soortgroep den overig betreft weymouthden,
                    Oostenrijkse den en zeeden. De soortgroep overig naald betreft Japanse lariks,
                    fijnspar, douglas en Abies grandis. De soortgroep overig loof betreft als
                    belangrijkste soort de berk en daarnaast een klein aandeel populier, zwarte els,
                    beuk, wilg en robinia. De soortgroepen zijn niet nader uitgesplitst omdat de
                    betrouwbaarheid van de steekproef daarmee te klein wordt.</al><al/><al><cursief>cirkeldiagram Houtvoorraad per boomsoort (groep) in % in 2003 en 2008
                    </cursief></al><al/><al>In beide diagrammen blijkt dat naaldsoorten en met name grove den het
                    gemeentebos domineren. De staande houtvoorraad van grove den is tussen de twee
                    opnames gedaald met 4%. Dit is te verklaren door de gekapte verjongingsgaten.
                    Dit is veelal in grove dennenvakken is gebeurd. Hoewel ook verjongingsgroepen
                    zijn gemaakt in vakken met Corsicaanse den, heeft de hoge bijgroei van deze
                    soort zorg gedragen voor een stijging van het aandeel in de totale
                    houtvoorraad.</al><al>Ten opzichte van 2003 is in 2008 een toename van het aandeel inheems loofhout
                    (loof overig en inlandse eik) waar te nemen. Deze toename is gedeeltelijk
                    veroorzaakt door het feit dat in 2008 meer landschappelijke elementen zijn
                    opgenomen dan in 2003. Deze elementen bevatten vaak veel inlandse eik en hebben
                    daarmee een positieve invloed op het gemiddelde van het gemeentebos.</al><al><vet>3.3 Diameterverdeling</vet></al><al>Onderstaande grafieken tonen de verdeling van de houtvoorraad per diameterklasse
                    in 2003 en 2008. Let bij de interpretatie van de grafieken op de verschillende
                    schaalverdeling. </al><al/><al><cursief>Grafiek Houtvoorraad per soort per diameterklasse in 2003 en
                        2008</cursief></al><al/><al>Een vergelijking van beide grafieken leert dat er een verschuiving is opgetreden
                    in de diameterverdeling. Daar waar de diameterklassen 5 tot 20 en 20 tot 30 cm
                    in aandaal zijn afgenomen, zijn de klassen 30 tot 40 en 40+cm juist toegenomen.
                    De bomen in het bos worden dus over het algemeen dikker.</al><al>Opvallend is onder ander dat in de meeste diameterklassen het aandeel
                    Amerikaanse eik is afgenomen. Deze afname is vooral sterk in de klasse 40+. Deze
                    uitheemse soort is de afgelopen jaren sterk benadeeld vanwege het woekerende
                    karakter ervan.</al><al>Om nader inzicht te krijgen in de verschuiving in voorraad per diameterklasse
                    zijn in de volgende grafieken de gegevens van enkele afzonderlijke boomsoorten
                    weergegeven. </al><al/><al><cursief>Grafiek voorraad Amerikaanse eik en inlandse eik per
                        diameterklasse</cursief></al><al/><al>Door het benadelen van de Amerikaanse eik is de totale voorraad duidelijk
                    gedaald. De verdeling over de diameterklassen is echter minder sterk veranderd,
                    hoewel verhoudingsgewijs een daling is waar te nemen in de ingroei in klasse 5
                    tot 20 cm. Bij de inlandse eik is juist een algehele toename van de voorraad te
                    zien. Ook hier is de verdeling over de diameterklassen verhoudingsgewijs weinig
                    veranderd.</al><al>Bij de grafiek voor de soortgroep overig loof, waarin berk het grootste aandeel
                    heeft, is in de verdeling over de diameterklassen wel een verschil waar te
                    nemen. Mede door het vrijstellen van inheems loofhout is de berk in aandeel
                    sterk toegenomen in de hogere diameterklassen. Ten opzichte van 2003 zijn veel
                    bomen doorgegroeid in een volgende klasse. </al><al/><al><cursief>Grafiek voorraad overig loof, grove den en Corsicaanse den per
                        diameterklasse</cursief></al><al/><al>De voorraad van de meest voorkomende soort grove den is in totaal afgenomen.
                    Deze afname is het sterkst in de klasse 20 tot 30cm, die het meest voorkomt.
                    Juist in die vakken zijn vaak verjongingsgaten gekapt en dunningen uitgevoerd.
                    De soort Corsicaanse den vertoont een soortgelijke verschuiving van de voorraad
                    per diameterklasse. Door de sterke bijgroei van deze soort is vooral in de
                    klasse 30 tot 40cm, een flinke toename opgetreden, wat heeft geleid tot een
                    stijging van de totale voorraad Corsicaanse den.</al><al><vet>3.4 Bijgroei</vet></al><al>De toename van de houtvoorraad als gevolg van de groei van bomen is uitgedrukt
                    in kubieke meter per hectare per jaar en wordt de bijgroei genoemd.
                    Veranderingen in bijgroei kunnen iets zeggen over de wijze waarop het bos
                    reageert op beheermaatregelen, maar zijn ook het gevolg van de natuurlijke
                    dynamiek zoals weersomstandigheden en calamiteiten. </al><al>In 2003 is de totale bijgroei van het bos vastgesteld op
                    7,43m<sup>3</sup>/ha/jr. Uit de meting in 2008 is gebleken dat dit is gedaald
                    naar 6,25 m<sup>3</sup>/ha/jr. Dit heeft te maken met het verlagen van de totale
                    voorraad, maar ook met het feit dat die daling vooral is bewerkstelligd bij de
                    productieve soort grove den. Hieronder is in een staafdiagram weergegeven wat de
                    verschillen zijn in bijgroei per boomsoort tussen 2003 en 2008. </al><al/><al><cursief>Grafiek Bijgroei per hectare per jaar</cursief></al><al/><al><vet>3.5 Bosstructuur</vet></al><al>Onder bosstructuur wordt hier verstaan de ruimtelijke verdeling van
                    verschillende bosontwikkelingsfasen binnen het totale bosareaal. Om deze
                    verdeling meetbaar te maken is onderscheid gemaakt tussen een zestal
                    ontwikkelingsfasen: </al><lijst><li nr="·"><al>Kale fase: permanente open plekken of kapvlaktes waarin boomvormende
                            planten (nog) afwezig zijn</al></li><li nr="·"><al>Jonge fase: open terrein waarin jonge bomen nog niet in sluiting
                            staan</al></li><li nr="·"><al>Dichte fase: fase waarin jonge bomen een gesloten begroeiing vormen</al></li><li nr="·"><al>Stakenfase: fase waarin de lengtegroei van de bomen sterk toeneemt</al></li><li nr="·"><al>Boomfase: de nadruk ligt op de diktegroei, doorgaans de langst durende
                            fase</al></li><li nr="·"><al>Oude of vervalfase: komt in Nederland nauwelijks voor, fase waarin bomen
                            aftakelen en vervolgens sterven. </al></li></lijst><al>Onderstaande schijfdiagrammen geven de verdeling van de totale bosoppervlakte
                    over de verschillende bosfasen weer in 2003 en 2008. De aftakelingsfase is in de
                    gemeentebossen niet aanwezig.</al><al/><al><cursief>Schijfdiagram Bosfaseverdeling 2003 en 2008</cursief></al><al/><al>De kale fase is tussen 2003 en 2008 sterk toegenomen. Dit is vooral het gevolg
                    van het grote aantal kleinschalige kapvlakten die zijn gecreëerd ten behoeve van
                    de verjonging. Een gevolg hiervan is tevens een afname van het aandeel van de
                    boomfase. Een deel van de bomen in de stakenfase is doorgegroeid in de boomfase
                    waardoor ook deze fase in aandeel is afgenomen.</al><al/><al><cursief>Schijfdiagram fase grootte verdeling 2003 en 2008</cursief></al><al/><al>Tijdens de inventarisatie is per plot opgenomen hoe groot de </al><al>aaneengesloten oppervlakte is van de ontwikkelingsfase waarin het betreffende
                    bos zich bevindt. Naarmate deze oppervlakte groter is kan worden gesproken over
                    grootschaliger bos. Bovenstaande diagrammen geven voor 2003 en 2008 de verdeling
                    weer van de totale bosoppervlakte over de grootteklassen. Hierin wordt zichtbaar
                    dat de lage klassen toenemen, wat duidt op de ontwikkeling van een kleinschalig
                    bos. De grootste klasse blijft echter vooralsnog de klasse van bos dat zich voor
                    100 of meer aaneengesloten aren in eenzelfde bosfase bevindt.</al><al>Onderstaande afbeeldingen tonen een gecombineerd beeld van de faseverdeling en
                    de verdeling van de fasegrootte. De toename van de kleinschalige bosdelen in een
                    vroege ontwikkelingsfase, is een direct gevolg van de gemaakte
                    verjongingsgaten.</al><al/><al><cursief>Grafiek Verdeling bosfase en fase grootte 2003</cursief></al><al/><al><vet>3.6 Menging</vet></al><al>Een bos wordt gemengd genoemd als 20% of meer van het totale grondvlak bestaat
                    uit een andere dan de dominante boomsoort. Daarbij wordt geen onderscheid
                    gemaakt tussen inheemse of uitheemse soorten of tussen naald- of
                    loofboomsoorten. Hieronder staan de resultaten weergegeven uit 2003 en 2008. De
                    cirkeldiagrammen geven het percentage van het aantal plots weer dat bestaat uit
                    gemengd of ongemengd bos.</al><al/><al><cursief>Schijfdiagram Menging 2003</cursief></al><al/><al>Het is duidelijk dat het aandeel gemengd bos is toegenomen. Dit is vooral
                    veroorzaakt doordat tijdens de dunningen veel aandacht besteed is aan het
                    vrijstellen van inheemse loofboomsoorten en mengsoorten in het algemeen. </al><al><vet>3.7 Dood hout</vet></al><al>De aanwezigheid van dood hout is van belang voor vele organismen waaronder
                    mossen, korstmossen, insecten en de diverse vogels die hierdoor worden
                    aangetrokken. Bij de meting van de hoeveelheid dood hout is onderscheid gemaakt
                    tussen staand en liggend dood hout. Hier onder is het aandeel staand dood hout
                    af te lezen in de situaties van 2003 en 2008. Meteen wordt duidelijk dat de
                    hoeveelheid dood hout is toegenomen. Dit is vooral bewerkstelligd door het
                    ringen van bomen en het niet ruimen van stormhout. </al><al/><al><cursief>Grafiek staand en liggend dood hout</cursief></al><al/><al>Naast het staande dode hout is ook het liggend dode hout opgenomen. De wijze van
                    inventariseren maakt echter dat de resultaten van de opname uit 2008 en die van
                    2003 niet met elkaar te vergelijken zijn. Onderstaande grafiek toont daarom
                    uitsluitend het in 2008 gemeten liggend dode hout per groep boomsoorten.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>