<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR62823_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.officielebekendmakingen.nl, 18-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, art. 8b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">IOAW art. 35, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">IOAZ art. 35, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-05-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R2014.0079-D</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>overig</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013 wordt gelijktijdig ingetrokken met inwerkingtreding Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 de dag na publicatie</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>HANDHAVINGSVERORDENING PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>het college: college van burgemeester en wethouders </al></li><li nr="b."><al>wet: Participatiewet</al></li><li nr="c."><al>IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikte werkloze werknemers</al></li><li nr="d."><al>IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</al></li><li nr="e."><al>bijstandsnorm: </al><al>1° toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel
                                c, van de </al><al>Participatiewet, of</al><al>2° grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 van de IOAW
                                of artikel 5 van de </al><al>IOAZ voor zover er sprake is van een inkomensvoorziening op grond
                                van de IOAW of de </al><al>IOAZ;</al></li><li nr="f."><al>uitkering: algemene bijstand op grond van de Participatiewet of een
                                uitkering op grond van de IOAW of de IOAZ;</al></li><li nr="g."><al>belanghebbende: de persoon met een uitkering krachtens de
                                Participatiewet, de IOAW of de IOAZ.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Opdracht aan het college</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college zorgt voor de rechtmatige en doelmatige uitvoering van
                                de wet, waaronder de bestrijding van fraude en van misbruik en
                                oneigenlijk gebruik en stelt hiertoe periodiek doch in elk geval
                                eens per vier jaar een beleidsplan vast.</al></li><li nr="2."><al>Het college maakt zoveel mogelijk gebruik van de middelen die de wet
                                biedt om misbruik en oneigenlijk gebruik van deze wetten tegen te
                                gaan.</al></li><li nr="3."><al>Het college informeert de raad periodiek over de in het eerste lid
                                bedoelde uitvoering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college vordert de kosten van bijstand dan wel
                                inkomensvoorziening terug in de gevallen die in artikel 58, lid 2 en
                                59 van de Participatiewet en de artikelen 25 tot en met 31 van de
                                IOAW en de IOAZ zijn aangegeven, voor zover zich daar geen andere
                                wettelijke regeling tegen verzet.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt beleidsregels vast voor de uitvoering van het
                                bepaalde in het eerste lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Verhaal</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verhaalt de kosten van bijstand boven een nader door het
                                college te bepalen bedrag, en overeenkomstig het bepaalde in de
                                artikelen 61 en 62 van de Participatiewet, voor zover zich hier geen
                                andere wettelijke regel tegen verzet.</al></li><li nr="2."><al>Van verhaal wordt afgezien, als daarvoor zeer dringende redenen
                                aanwezig zijn.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt beleidsregels vast voor de uitvoering van het
                                bepaalde in het eerste lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Afstemming</titel></kop><al>Als de belanghebbende zijn verplichtingen niet of onvoldoende nakomt dan wel
                        anderszins blijk geeft van onvoldoende besef van verantwoordelijkheid voor
                        de voorziening in het bestaan, verlaagt het college de uitkering of de
                        inkomensvoorziening conform de Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW
                        en IOAZ 2015 onverminderd de plicht van het college om een boete op te
                        leggen bij het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht en
                        onverminderd de terugvordering van ten onrechte verstrekte bijstand of ten
                        onrechte verstrekte inkomensvoorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aangifte</titel></kop><al>Indien een gedraging van de belanghebbende leidt tot benadeling van de
                        gemeente, doet het college, onverminderd de verplichting de ten onrechte
                        verstrekte bijstand of inkomensvoorziening terug te vorderen, aangifte bij
                        het Openbaar Ministerie, in overeenstemming met de door de wetgever en het
                        Openbaar Ministerie hiervoor gehanteerde uitgangspunten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                        afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de
                        verordening een bijzondere hardheid zou betekenen voor de
                        belanghebbende.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De Handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Handhavingsverordening
                                Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 </al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ
                        2015</titel></kop><al>Algemeen</al><al/><al>De Participatiewet schrijft voor dat de gemeente een verordening moet opstellen
                    die de handhaving regelt. De letterlijke tekst van het artikel 8b
                    Participatiewet luidt:</al><al/><al>“De gemeenteraad stelt in het kader van het financiële beheer bij verordening
                    regels voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand alsmede
                    van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.”</al><al/><al>Er worden geen eisen gesteld aan de inhoud van het beleid. Het doel is voor te
                    schrijven dat regels worden gesteld voor de bestrijding van ten onrechte
                    ontvangen bijstand en van misbruik en oneigenlijk gebruik, Het stellen van
                    regels is verplicht.</al><al/><al>De IOAW en de IOAZ schrijven evenals de Participatiewet voor dat de gemeenteraad
                    regels vast stelt met betrekking tot de bestrijding van het ten onrechte
                    ontvangen van een uitkering alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de
                    wet in het kader van het financiële beheer.. Gezien de verwantschap tussen deze
                    wetten en uit een oogpunt van deregulering en efficiency is gekozen voor een
                    combiverordening. </al><al/><al>Artikelsgewijze toelichting</al><al>Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier behandeld.</al><al/><al>Artikel 1. Begripsomschrijving</al><al>Dit artikel bevat enkele begripsomschrijvingen.</al><al>Onder uitkeringsgerechtigden met een uitkering ingevolge de Participatiewet
                    worden mede verstaan mensen met een uitkering krachtens het Besluit
                    bijstandsverlening zelfstandigen 2004.</al><al/><al>Artikel 2. Opdracht aan het college</al><al>Dit artikel legt de verantwoordelijkheid voor een rechtmatige en doelmatige
                    uitvoering van de Participatiewet en de IOAW/IOAZ neer bij het college. Het
                    college dient in ieder geval eenmaal per vier jaar een beleidsplan op te
                    stellen. Daarnaast krijgt het college de opdracht om de gemeenteraad periodiek
                    te informeren over de uitvoering en de resultaten op het gebied van handhaving. </al><al/><al>Met het tweede lid wordt tot uitdrukking gebracht dat de bijstand en de
                    inkomensvoorziening alleen bestemd zijn voor hen die daar recht op hebben. Het
                    college heeft de plicht alle mogelijke middelen in te zetten om de
                    rechtmatigheid van de uitkeringen te waarborgen.</al><al/><al>Artikel 3. Terugvordering</al><al>Terugvordering is een bevoegdheid van de gemeente. Zoals in het algemene deel
                    van deze toelichting al is vermeld, is terugvordering van teveel betaalde
                    bijstand als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de
                    inlichtingenplicht echter een verplichting van het college geworden. Met dit
                    artikel spreekt de gemeenteraad uit dat van de bevoegdheid tot terugvordering in
                    de overige gevallen gebruik wordt gemaakt De regels omtrent de terugvordering
                    zijn vastgelegd in de door het college vastgestelde Beleidsregels terugvordering
                    en verhaal Participatiewet. Deze zijn ook van toepassing op de IOAW en
                    IOAZ.</al><al/><al>Artikel 4. Verhaal</al><al>Ook verhaal (op derden zoals de onderhoudsplichtige) is een bevoegdheid. Met dit
                    artikel spreekt de gemeenteraad uit dat van die bevoegdheid gebruik wordt
                    gemaakt. Ook dit onderdeel is nader uitgewerkt in de bij de toelichting van
                    artikel 3 genoemde beleidsregels.</al><al/><al>Artikel 5. Afstemming</al><al>Wanneer de cliënt onvolledige of onjuiste informatie verstrekt, waardoor teveel
                    bijstand is betaald, wordt deze bijstand teruggevorderd en wordt een boete
                    opgelegd. Bij het niet nakomen van andere verplichtingen, zoals het niet nakomen
                    van de arbeidsvoorwaarden, de medewerkingsplicht en andere opgelegde
                    verplichtingen, kan de uitkering of de inkomensvoorziening (tijdelijk) worden
                    verlaagd conform de Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 ..
                    Dat kan ook als de belanghebbende blijk geeft van onvoldoende besef van
                    verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. Deze verlaging is
                    bedoeld om het nakomen van de verplichtingen en de hoogte van de uitkering op
                    elkaar af te stemmen en heeft daarmee het karakter van gedragscorrectie. </al><al/><al>Artikel 6. Aangifte</al><al>Het aanwenden van strafvorderlijke bevoegdheden kan slechts aan de orde zijn bij
                    het redelijk vermoeden dat het nadeel € 50.000,00 of meer bedraagt.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>