<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR62802_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Uitgeest 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Officielebekendmakingen.nl</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Uitgeest 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, art. 2.1.2,</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, art. 2.1.4, lid 1, 2, 3, 7</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, art. 2.1.5, lid 1,</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, art. 2.1.6,</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, art. 2.1.7,</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, art. 2.3.6 lid 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, art 2.6.6 lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-05-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R2014.0070</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>overig</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangt verordening Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Uitgeest 2013 d.d. 10-12-2012 R2012.0049</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Uitgeest 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De gemeenteraad van de gemeente Uitgeest,</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        Datum;</al><al/><al>gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4 eerste, tweede, derde en zevende lid,
                        2.1.5 eerste lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6 vierde lid en 2.6.6 eerste lid van de
                        Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;</al><al/><al>Overwegende dat burgers een eigen verantwoordelijkheid dragen voor de wijze
                        waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk
                        leven;</al><al/><al>dat van burgers verwacht mag worden dat zij elkaar daarin naar vermogen
                        bijstaan;</al><al/><al>dat van de gemeente verwacht mag worden dat zij burgers die zelf, dan wel
                        samen met personen in hun omgeving, onvoldoende zelfredzaam zijn of
                        onvoldoende in staat zijn tot participatie, ondersteuning biedt;</al><al/><al>dat het noodzakelijk is om regels vast te stellen ter uitvoering van het
                        beleidsplan als bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet met betrekking tot de
                        ondersteuning bij de versterking van de zelfredzaamheid en participatie van
                        personen met een beperking of met psychische of psychosociale problemen,
                        beschermd wonen en opvang, en dat het noodzakelijk is om de toegankelijkheid
                        van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking te
                        bevorderen en daarmee bij te dragen aan het realiseren van een inclusieve
                        samenleving,</al><al/><al>besluit vast te stellen de Verordening maatschappelijke ondersteuning
                        gemeente Uitgeest 2015.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze Verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt
                        verstaan onder:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening is algemeen
                                gebruikelijk wanneer deze in de reguliere handel verkrijgbaar is,
                                niet speciaal voor personen met beperkingen is bedoeld en niet
                                aanzienlijk duurder is dan een vergelijkbaar product met hetzelfde
                                doel. </al></li><li nr="b."><al>Bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de
                                wet;</al></li><li nr="c."><al>Hoofdverblijf: de woning bestemd en geschikt voor permanente
                                bewoning, waar de cliënt zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en
                                in de gemeentelijke basis-registratie personen staat ingeschreven
                                dan wel zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijk woonadres,
                                waar een persoon daadwerkelijk de meeste nachten per jaar
                                doorbrengt.</al></li><li nr="d."><al>Ingezetene: cliënt die hoofdverblijf heeft in de gemeente
                                Uitgeest.</al></li><li nr="e."><al>Melding: kenbaar maken van een hulpvraag aan het college als bedoeld
                                in art 2.3.2. lid 1 van de wet.</al></li><li nr="f."><al>Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Procedureregels aanvraag maatschappelijke ondersteuning</titel></kop><al>Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 2.3.1 tot en met 2.3.5
                        van de wet bij nadere regeling op welke wijze in samenspraak met de cliënt
                        wordt vastgesteld of de cliënt voor een maatwerkvoorziening voor
                        zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang in aanmerking
                        komt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Criteria voor een maatwerkvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening:</al></li><li nr="a)"><al>ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of
                                participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze
                                beperkingen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of
                                wegnemen</al></li><li nr="•"><al>op eigen kracht,</al></li><li nr="•"><al>met gebruikelijke hulp, </al></li><li nr="•"><al>met mantelzorg, </al></li><li nr="•"><al>met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk, </al></li><li nr="•"><al>met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen,</al></li><li nr="•"><al>met gebruikmaking van algemene voorzieningen. </al><al/><al>De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten
                                van het onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een
                                situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid
                                of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan
                                blijven, en</al><al/></li><li nr="b)"><al>ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de
                                samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen
                                en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in
                                verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk
                                geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het
                                college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg
                                of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met
                                gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of
                                wegnemen. </al><al/><al>De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten
                                van het onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de
                                behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het
                                realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld
                                zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de
                                samenleving.</al><al/><al/></li><li nr="3."><al>Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot
                                zelfredzaamheid en participatie geldt dat een cliënt alleen voor een
                                maatwerkvoorziening in aanmerking komt als:</al><lijst><li nr="a."><al>de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs
                                        niet vermijdbaar was, en </al></li><li nr="b."><al>de voorziening voorzienbaar was, maar van de cliënt
                                        redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te
                                        hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had
                                        gemaakt.</al></li><li nr="c."><al>De noodzaak tot ondersteuning langdurig is, tenzij het
                                        leveren van een kortdurende dienst leidt tot het te bereiken
                                        resultaat.</al><al/><al/></li></lijst></li><li nr="4."><al>Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een
                                eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts
                                verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is
                                afgeschreven, </al><lijst><li nr="a."><al>tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan
                                        als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn
                                        toe te rekenen; </al></li><li nr="b."><al>tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de
                                        veroorzaakte kosten, of </al></li><li nr="c."><al>als de eerder verstrekte voorziening niet langer een
                                        oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan
                                        maatschappelijke ondersteuning.</al><al/></li></lijst></li><li nr="5."><al>Recht op een maatwerkvoorziening bestaat slechts voor zover deze als
                                de goedkoopst</al><al>adequaat compenserende voorziening kan worden aangemerkt.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Afwijzingscriteria maatwerkvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt :</al><lijst><li nr="a."><al>voor zover met betrekking tot de problematiek die in het
                                        gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot
                                        ondersteuning, een voorziening op grond van een andere
                                        wettelijke bepaling bestaat;</al></li><li nr="b."><al>voor zover de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke
                                        hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit
                                        zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen;</al></li><li nr="c."><al>voor zover de cliënt met gebruikmaking van algemene
                                        voorzieningen de beperkingen kan wegnemen;</al></li><li nr="d."><al>indien de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen
                                        gebruikelijk is;</al></li><li nr="e."><al>indien het een voorziening betreft die de cliënt na de
                                        melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of
                                        geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk
                                        toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan
                                        worden vastgesteld;</al></li><li nr="f."><al>voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening
                                        die aan cliënt al eerder is verstrekt in het kader van enige
                                        wettelijke bepaling of regeling en de normale
                                        afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken
                                        is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening
                                        verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet
                                        aan de cliënt zijn toe te rekenen, of tenzij cliënt geheel
                                        of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten;</al></li><li nr="g."><al>voor zover deze niet in overwegende mate op het individu is
                                        gericht;</al></li><li nr="h."><al>cliënt zijn/haar hoofdverblijf heeft buiten de gemeente
                                        Uitgeest.</al></li><li nr="i."><al>de aanvraag betrekking heeft op kosten die cliënt
                                        voorafgaand aan het moment van aanvragen of het moment van
                                        beschikken heeft gemaakt en niet redelijkerwijs meer is na
                                        te gaan of deze voorziening noodzakelijk was en als
                                        goedkoopst-adequaat aan te merken valt.</al><al/></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan nadere regels stellen inzake de aard, inhoud en
                                omvang van de te verstrekken maatwerkvoorzieningen en de toegang
                                daartoe als bedoeld in artikel 3 en 4 van deze verordening.</al><al/><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in
                                de beschikking in ieder geval vastgelegd:</al></li><li nr="a."><al>welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat
                                daarvan is;</al></li><li nr="b."><al>bij te leveren diensten wat de ingangsdatum en duur van de
                                verstrekking is; </al></li><li nr="c."><al>hoe de voorziening wordt verstrekt; </al></li><li nr="d."><al>welke andere voorzieningen indien van toepassing relevant zijn of
                                kunnen zijn.</al><al/></li><li nr="2."><al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een
                                pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:</al></li><li nr="a."><al>voor welk resultaat het pgb kan worden aangewend;</al></li><li nr="b."><al>welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;</al></li><li nr="c."><al>wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen;</al></li><li nr="d."><al>wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld,
                                en</al></li><li nr="e."><al>de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.</al><al/></li><li nr="3."><al>Als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover
                                in de beschikking geïnformeerd.</al><al/></li><li nr="4."><al>Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van dit
                                artikel.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Regels voor pgb</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6
                                van de wet. </al></li><li nr="2."><al>Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet
                                verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking
                                heeft op kosten die de cliënt voorafgaand aan de indiening van de
                                aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte
                                voorziening noodzakelijk was.</al></li><li nr="3."><al>De hoogte van een pgb wordt bepaald aan de hand van en tot het
                                maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie
                                goedkoopst adequate voorziening in natura. </al></li><li nr="4."><al>Het college stelt nadere regels over de wijze waarop de hoogte van
                                een pgb wordt vastgesteld.</al></li><li nr="5."><al>De cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten,
                                hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen slechts onder
                                voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale
                                netwerk. Het college stelt hiervoor nadere regels vast.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en
                            algemene voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor het
                                gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde
                                cliëntondersteuning, </al></li><li nr="2."><al>Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een
                                maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang hij van de
                                maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor
                                het pgb is verstrekt, overeenkomstig het Uitvoeringsbesluit Wmo
                                2015, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en
                                zijn echtgenoot/echtgenote.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan bij nadere regeling bepalen:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welke algemene voorzieningen, niet zijnde
                                        cliëntondersteuning, de cliënt een bijdrage is
                                        verschuldigd;</al></li><li nr="b."><al>wat per soort algemene voorziening de hoogte van deze
                                        bijdrage is; en</al></li><li nr="c."><al>dat de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten
                                        behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige is
                                        verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder
                                        begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van
                                        het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en
                                        degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag
                                        uitoefent over een cliënt. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college bepaalt bij nadere regeling: </al><lijst><li nr="a."><al>op welke wijze de kostprijs van een maatwerkvoorziening of
                                        pgb wordt bepaald, </al></li><li nr="b."><al>door welke andere instantie dan het CAK in de gevallen
                                        bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet de
                                        bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb voor opvang
                                        worden vastgesteld en geïnd.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen
                                met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder
                                begrepen, door:</al><lijst><li nr="a."><al>het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie
                                        van de cliënt;</al></li><li nr="b."><al>het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van
                                        zorg;</al></li><li nr="c."><al>erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun
                                        werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen
                                        handelen in overeenstemming met de professionele
                                        standaard.</al><al/></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen
                                worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met
                                betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder
                                begrepen.</al><al/></li><li nr="3."><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op
                                de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de
                                aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig
                                in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde
                                voorzieningen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Meldingsregeling calamiteiten en geweld</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en
                                geweldsincidenten bij de verstrekking van een voorziening door een
                                aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan.</al><al/></li><li nr="2."><al>Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat
                                zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening binnen
                                5 werkdagen aan de toezichthoudend ambtenaar.</al><al/></li><li nr="3."><al>De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de wet,
                                doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en
                                adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en
                                het bestrijden van geweld.</al><al/></li><li nr="4."><al>Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen
                                gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij de
                                verstrekking van een voorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                            terugvordering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het
                                college op verzoek of binnen 5 werkdagen uit eigen beweging
                                mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem
                                redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn
                                tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of
                                2.3.6 van de wet.</al><al/></li><li nr="2."><al>Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een
                                beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien
                                dan wel intrekken als het college vaststelt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt
                                        en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een
                                        andere beslissing zou hebben geleid;</al></li><li nr="b."><al>de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb
                                        is aangewezen;</al></li><li nr="c."><al>de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te
                                        achten;</al></li><li nr="d."><al>de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of
                                        het pgb verbonden voorwaarden, of</al></li><li nr="e."><al>de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een
                                        ander doel gebruikt.</al><al/></li></lijst></li><li nr="4."><al>Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden herzien dan wel
                                ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling
                                niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de
                                verlening heeft plaatsgevonden.</al><al/></li><li nr="5."><al>Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a,
                                heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige
                                gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het
                                college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn
                                medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde
                                vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten
                                onrechte genoten pgb.</al><al/></li><li nr="6."><al>Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is
                                ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.</al><al/></li><li nr="7."><al>Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is
                                ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.</al><al/></li><li nr="8."><al>Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de
                                geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van
                                pgb’s.</al><al/></li><li nr="9."><al>Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van dit
                                artikel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Jaarlijkse waardering mantelzorgers</titel></kop><al>Het college bepaalt bij nadere regeling waaruit de jaarlijkse blijk van
                        waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente bestaat. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische
                            problemen</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen in overeenstemming met het
                        beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.7 van de wet, om op aanvraag aan
                        personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale
                        problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben een
                        tegemoetkoming te verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de
                        participatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door
                            derden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college houdt in het belang van een goede
                                prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die
                                het hanteert voor door derden te leveren diensten, rekening
                                met:</al></li><li nr="a."><al>de aard en omvang van de te verrichten taken;</al></li><li nr="b."><al>de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de
                                zwaarte van de functie;</al></li><li nr="c."><al>een redelijke toeslag voor overheadkosten;</al></li><li nr="d."><al>een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het
                                personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en
                                werkoverleg;</al></li><li nr="e."><al>kosten voor bijscholing van het personeel.</al><al/></li><li nr="2."><al>Het college houdt in het belang van een goede
                                prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die
                                het hanteert voor door derden te leveren overige voorzieningen, in
                                ieder geval rekening met:</al></li><li nr="a."><al>de marktprijs van de voorziening, en </al></li><li nr="b."><al>de eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de
                                leverancier worden gevraagd, zoals:</al></li><li nr="i."><al>aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening;</al></li><li nr="ii."><al>instructie over het gebruik van de voorziening;</al></li><li nr="iii."><al>onderhoud van de voorziening, en</al></li><li nr="iv."><al>verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden (bijv.
                                sociaal teams).</al></li><li nr="3."><al>Het college kan nadere regels stellen over en rekening houdend met
                                voorgaande.</al><al/><al/><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Klachtregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college behandelt klachten van cliënten die betrekking hebben op
                                de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen als bedoeld in
                                deze verordening, overeenkomstig de klachtenregeling van de gemeente
                                Uitgeest. </al><al/></li><li nr="2."><al>Aanbieders dienen te beschikken over een regeling voor de
                                afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van alle
                                voorzieningen.</al><al/></li><li nr="3."><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op
                                de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke
                                overleggen met de aanbieders en een jaarlijks
                                cliëntervaringsonderzoek. </al><al/></li><li nr="4."><al>Het college kan besluiten één of meerdere van de in dit artikel
                                genoemde eisen niet of anders aan de aanbieder te stellen, indien
                                deze niet proportioneel is in relatie tot de omvang van de
                                organisatie van de aanbieder of de aard of omvang van de
                                opdracht.</al><al/></li><li nr="5."><al>Het college kan nadere regels stellen ter zake en met inachtneming
                                van het voorgaande.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Medezeggenschap</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aanbieders dienen te beschikken over een regeling voor de
                                medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de
                                aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van
                                alle voorzieningen.</al><al/></li><li nr="2."><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op
                                de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de
                                aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.</al><al/></li><li nr="3."><al>Het college kan besluiten één of meerdere van de in dit artikel
                                genoemde eisen niet of anders aan de aanbieder te stellen, indien
                                deze niet proportioneel is in relatie tot de omvang van de
                                organisatie van de aanbieder of de aard of omvang van de
                                opdracht.</al><al/></li><li nr="4."><al>Het college kan nadere regels stellen ter zake en met inachtneming
                                van het voorgaande.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Betrekken van ingezetenen bij het beleid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder
                                geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van
                                het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning,
                                overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde
                                regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt
                                verleend.</al><al/></li><li nr="2."><al>Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid
                                voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke
                                ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming
                                over Verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende
                                maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om
                                hun rol effectief te kunnen vervullen.</al><al/></li><li nr="3."><al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan
                                periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen
                                aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate
                                deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.</al><al/></li><li nr="4."><al>Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede
                                en derde lid.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt periodiek geëvalueerd. </al><al>Het College kan besluiten de geldende bedragen te indexeren met de
                        consumentenprijsindex (CPI) alle huishoudens van het Centraal bureau voor de
                        Statistiek. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Gevallen waarin deze verordening niet voorziet</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend, waarin deze
                        verordening niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Intrekking oude Verordening en overgangsrecht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Verordening maatschappelijke ondersteuning 2013 wordt
                                ingetrokken. </al></li><li nr="2."><al>Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond
                                van de Verordeningmaatschappelijke ondersteuning 2013, totdat het
                                college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee
                                deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken.</al></li><li nr="3."><al>Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening maatschappelijke
                                ondersteuning 2013 en waarop nog niet is beslist bij het in werking
                                treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze
                                verordening. </al></li><li nr="4."><al>Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening
                                maatschappelijke ondersteuning 2013, wordt beslist met inachtneming
                                van die verordening.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze Verordening treedt in werking op 1 januari 2015</al></li><li nr="2."><al>Deze Verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke
                                ondersteuning Uitgeest 2015.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>