<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR62784_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Dagblad Kennemerland, 10-05-2007.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het primair onderwijs</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-04-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-05-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>nummer 07/30</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>subsidie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze versie van de 'Verordening godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs' is de eerste wijziging van de oorspronkelijke 'Verordening godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs', vastgesteld bij Raadsbesluit van 26-06-2003, nummer 03/45.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>VERORDENING GODSDIENSTONDERWIJS EN LEVENSBESCHOUWELIJK
                            VORMINGSONDERWIJS</vet></al><al/><al>Verordening, vastgesteld bij Raadsbesluit van 26 juni 2003, nummer 03/45, in
                        werking getreden op 1 augustus </al><al>2003. </al><al/><al>De Verordening Subsidiëring godsdienst- en vormingsonderwijs, vastgesteld in
                        de raad van de gemeente op 28 november 1974, nummer 74/170, alsmede de 1e
                        wijziging op deze verordening van 14 september 1999 worden hierbij
                        ingetrokken.</al><al/><al>gebaseerd op de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet en de Wet op het
                        primair onderwijs;</al><al/><al>1e wijziging:</al><al>Bij raadsbesluit van 26 april 2007, nummer 07/30, gepubliceerd 10 mei 2007,
                        in werking getreden met ingang van 20 mei 2007.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1. college:</al></entry><entry colname="col2"><al>het college van burgemeester en wethouders;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2. instelling:</al></entry><entry colname="col2"><al>kerkelijke gemeenten;</al><al>plaatselijke kerken;</al><al>rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid die
                                                zich blijkens hun statuten het geven van
                                                godsdienstonderwijs ten doel stellen;</al><al>volledige rechtsbevoegdheid bezittende organisaties
                                                op geestelijke grondslag als bedoeld in artikel 51
                                                van WPO;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3. subsidie:</al></entry><entry colname="col2"><al>de aanspraak op financiële middelen voor het geven
                                                van onderwijs;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4. onderwijs:</al></entry><entry colname="col2"><al>godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijke
                                                vormingsonderwijs dat </al><al>op grond van artikel 50 WPO wordt gegeven;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5. WPO:</al></entry><entry colname="col2"><al>Wet op het primair onderwijs.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6. schooljaar:</al></entry><entry colname="col2"><al>de periode van 1 augustus tot en met 31 juli van het
                                                daaropvolgende jaar;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7. lesuur:</al></entry><entry colname="col2"><al>45 minuten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8. groep:</al></entry><entry colname="col2"><al>samenstelling van 1 of meer leerjaren;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9. leerjaar:</al></entry><entry colname="col2"><al>“klas” 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 of 8;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10. inflatiecorrectie:</al></entry><entry colname="col2"><al>het CBS percentage volgens indexcijfers CAO loon per
                                                uur in de gesubsidieerde sector voor volwassenen
                                                exclusief beloningen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Subsidiabele activiteit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verstrekt aan instellingen een subsidie voor het
                                    geven van onderwijs aan leerlingen van de openbare scholen voor
                                    basisonderwijs in de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Per school komt slechts 1 instelling per schooljaar voor
                                    subsidie in aanmerking.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Subsidiebedrag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het schooljaar 2003/2004 wordt de subsidie vastgesteld op €
                                    17,97 per lesuur. </al></li><li nr="2."><al>Op het in lid 1 genoemde bedrag wordt jaarlijks, ingaande 1
                                    augustus 2004, een inflatie-correctie toegepast overeenkomstig
                                    artikel 1. Gehanteerd wordt het percentage van het gehele
                                    kalenderjaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor het
                                    uurbedrag wordt vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>Per school wordt aan maximaal 2 door de school te bepalen
                                    leerjaren subsidie verstrekt voor maximaal 1 lesuur per week per
                                    leerjaar.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Verplichtingen subsidie-ontvanger</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Het onderwijs wordt in de schoolgebouwen en binnen de in het schoolplan
                            aangegeven schooltijden gegeven. Dit laatste voor zover ouders/
                            verzorgers daartegen geen bezwaar hebben en met inachtneming van het
                            bepaalde in artikel 50 van de WPO.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verantwoordelijkheid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De verantwoordelijkheid voor de inhoud van het onderwijs berust
                                    bij de instellingen. </al></li><li nr="2."><al>De instellingen dragen er zorg voor dat het onderwijs op
                                    pedagogisch-didactisch verantwoorde wijze wordt gegeven.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Leerkrachten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het onderwijs wordt gegeven door leerkrachten die in dienst zijn
                                    van c.q. aangewezen zijn door een instelling. </al></li><li nr="2."><al>De leerkrachten dienen in het bezit te zijn van een zogenaamde
                                    “bevoegdheidsverklaring”, verstrekt door een instelling.</al></li><li nr="3."><al>De leerkrachten onthouden zich ervan iets te onderwijzen, te
                                    doen of toe te laten wat strijdig is met de eerbied,
                                    verschuldigd aan de overtuiging van anders-denkenden.</al></li><li nr="4."><al>De leerkrachten gedragen zich naar de aanwijzingen door de
                                    directeur van de school gegeven en verstrekken desgevraagd
                                    zoveel mogelijk de door de directeur gevraagde
                                    inlichtingen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aantal leerlingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Elke les moet bezocht worden door tenminste 8 en ten hoogste 28
                                    leerlingen. Hierbij kunnen leerlingen die wegens ziekte of om
                                    andere redenen verhinderd zijn de les bij te wonen, worden
                                    meegerekend als zij naar het oordeel van het college geacht
                                    kunnen worden regelmatig aan het onderwijs deel te nemen.</al></li><li nr="2."><al>Voor de bepaling van het aantal leerlingen wordt uitgegaan van
                                    de toestand bij aanvang van het betreffende schooljaar.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Combinaties</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de aanvang van elk schooljaar zendt de instelling aan het
                                    college een overzicht, waaruit blijkt welke groepen per les
                                    zullen worden gevormd. Deze opgave dient mede door de
                                    directeuren van de betreffende openbare basisscholen te worden
                                    ondertekend. </al></li><li nr="2."><al>Wanneer het college dit verzoekt, wijzigt de instelling een
                                    combinatie, ter verkrijging van een acceptabel aantal leerlingen
                                    per groep.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Aanvraag subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag dient jaarlijks vóór 1 juni, voorafgaand aan het
                                    schooljaar waarvoor subsidie wordt gevraagd, te worden
                                    ingediend. </al></li><li nr="2."><al>Bij de aanvraag wordt opgave gedaan, vermeldende:</al><lijst><li nr="a"><al>welke leerjaren van de met name te noemen basisscholen
                                            onderwijs ontvangen; </al></li><li nr="b"><al>hoeveel leerlingen van welk leerjaar afzonderlijk dit
                                            onderwijs volgen en welke combinaties van leerjaren
                                            eventueel worden toegepast;</al></li><li nr="c"><al>welke leerkrachten de lessen verzorgen;</al></li><li nr="d"><al>het totaal aantal lessen;</al></li><li nr="e"><al>de vergoedingen die door de instellingen aan de leraren
                                            zijn uitbetaald.</al><al>De in lid 2 bedoelde opgave dient mede door de
                                            directeuren van de betreffende openbare basisscholen te
                                            worden ondertekend. Het college kan bepalen dat binnen
                                            een door hem bepaalde termijn nadere gegevens moeten
                                            worden overlegd.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Toezending statuten</titel></kop><al>De instelling die voor het eerst voor subsidie in aanmerking wenst te
                            komen, zendt haar statuten voor de aanvang van het schooljaar, waarvoor
                            subsidie wordt gevraagd, aan het college.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Procedure vaststelling</titel></kop><al>Het college stelt de subsidie binnen tien weken na ontvangst van de
                            aanvraag vast.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Voorbehoud vaststelling gemeentebegroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voorzover een subsidie wordt verstrekt ten laste van een
                                    gemeentebegroting die nog niet is vastgesteld, wordt het
                                    voorbehoud van goedkeuring door de gemeenteraad gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het voorbehoud vervalt, indien het college daarop niet binnen
                                    vier weken na vaststelling van de gemeentebegroting, een beroep
                                    heeft gedaan.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Intrekken en wijzigen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekken en wijzigen</titel></kop><al>Het college kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de
                            instel¬ling </al><al>wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van feiten of omstandigheden waarvan het college bij de
                                    subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon
                                    zijn;</al></li><li nr="b."><al>indien de subsidievaststelling onjuist was en de instelling dit
                                    wist of behoorde te weten, of</al></li><li nr="c."><al>indien de instelling heeft gehandeld in strijd met aan de
                                    subsidie verbonden verplichtingen.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Betaling en terugvordering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Betaling</titel></kop><al>De subsidie (of een gedeelte daarvan) wordt binnen vier weken na de
                            beschikking tot de subsidievaststelling overeenkomstig die beschikking
                            bij voorschot betaalbaar gesteld.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Vaststelling en afrekening</titel></kop><al>De instelling dient binnen vier weken na afloop van het schooljaar
                            waarvoor de subsidie is </al><al>verleend, bij het college een aanvraag tot vaststelling van de subsidie
                            in.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen worden
                            teruggevorderd voor zover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld,
                            dan wel de handeling als bedoeld in artikel 13, onder c. heeft plaats
                            gevonden, nog geen vijf jaren zijn verstreken.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>VI</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels
                            stellen.</al><lijst><li nr="1."><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                    college.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2003.</al></li><li nr="2."><al>De Verordening Subsidiëring godsdienst- en vormingsonderwijs
                                    zoals vastgesteld in de raad van de gemeente op 28 november
                                    1974, nummer 74/170, alsmede de eerste wijziging op deze
                                    verordening van 14 september 1999, worden hierbij
                                    ingetrokken.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                            godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs”</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage/></regeling></body></cvdr>