<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR62770_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Ontheffingenbeleid hogere waardeprocedure Wet geluidhinder</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Reusel-De Mierden</dcterms:creator><dcterms:modified>2008-04-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Reusel-De Mierden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">D'n Uitkijk, 18-04-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Ontheffingenbeleid hogere waardeprocedure Wet geluidhinder</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet geluidhinder</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Beleidsnotitie SRE ontheffingenbeleid hogere waardeprocedure</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-04-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-04-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B&amp;W 08-154</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>milieu</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Ontheffingenbeleid hogere waardeprocedure Wet geluidhinder</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>1.    Inleiding </label></kop><structuurtekst><al>Decentralisatie van de hogere waardeprocedure is onderdeel van de
                            gewijzigde Wet geluidhinder die per 1 januari 2007 van kracht is. Door
                            de wetswijziging gaan de bevoegdheden voor wat betreft het vaststellen
                            van hogere waarden grotendeels van Gedeputeerde Staten naar het college
                            van burgemeester en wethouders. Het betreft een ontheffing van de
                            voorkeursgrenswaarde op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen,
                            zoals woningen. Dit kan noodzakelijk zijn om woningbouw of een
                            ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken. </al><al/><al>Onderdeel van de wijziging van de Wet geluidhinder is dat het college
                            van burgemeester en wethouders beleid kan vaststellen of hogere waarden
                            moeten worden toegestaan en zo ja, op welke criteria
                            ontheffingsaanvragen worden beoordeeld. Indien het college geen beleid
                            vast stelt, zal bij elke ontheffingsaanvraag een uitgebreide motivering
                            moeten worden toegevoegd. Het beleid en de criteria beschrijven de
                            motivatie eenmalig voor alle toekomstige ontheffingsaanvragen. Hiermee
                            wordt de motivatie eenvoudiger en kan de gemeente op grond van het
                            vastgestelde beleid het besluit nemen.</al><al/><al>Het onderliggende stuk beschrijft het ontheffingenbeleid van de gemeente
                            Reusel-De Mierden. </al><al/><al>In deze beleidsnota wordt in paragraaf 2 kort ingegaan op de achtergrond
                            van het ontheffingenbeleid. In paragraaf 3 wordt ingegaan op de nieuwe
                            regeling van de hogere waarden c.q. de decentralisatie in de Wet
                            geluidhinder en op de vraag hoe burgemeester en wethouders de aan hen
                            toegekende bevoegdheid om hogere waarden vast te stellen kunnen
                            uitoefenen. In paragraaf 4 worden het beleid en de criteria
                            gepresenteerd. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>2.    Achtergrond </label></kop><structuurtekst><al>De belangrijkste reden voor decentralisatie van de hogere
                            waardeprocedure is dat het apart voorleggen van een hogere waardebesluit
                            aan Gedeputeerde Staten weinig toevoegt aan de inhoud van de procedure
                            en procedurele vertraging kan geven. Door de bevoegdheid tot het nemen
                            van het hogere waardebesluit te leggen bij Burgemeester en Wethouders
                            kunnen de verschillende belangen op het gebied van milieu en ruimtelijke
                            ordening het meest direct worden afgewogen.</al><al/><al><cursief>Hogere waardebeleid gaat om de afweging waar meer geluid op een
                                woning wordt toegestaan en waar de geluidbelasting op een gevel niet
                                hoog mag zijn. In bijvoorbeeld een nieuwe wijk kan de gemeente door
                                bij het ontwerp rekening te houden met geluid, ervoor zorgen dat er
                                geen geluidoverlast vanwege weg- of railverkeer of industrie
                                ontstaat (door te voldoen aan de voorkeursgrenswaarden, bijvoorbeeld
                                50 dB(A) voor wegverkeers- of industrielawaai). </cursief></al><al><cursief>Midden in een dorp zijn de randvoorwaarden al aanwezig
                                (weg/rooilijn/verkeersintensiteit) en wordt het lastig om het hier
                                ‘stil’ te krijgen. Echter meer geluid betekent hier niet altijd meer
                                geluidoverlast. Geluid hoort er tot op zekere hoogte bij en wordt in
                                dat geval niet als storend ervaren en wordt algemeen
                                geaccepteerd.</cursief></al><al><cursief>Door ontheffingscriteria vast te stellen kan waar gewenst en
                                waar nodig worden afgeweken van de voorkeursgrenswaarden tot de
                                maximale ontheffingswaarde, zonder dat bij elke ontheffing een zeer
                                uitgebreide motivering moet worden toegevoegd.</cursief></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label> 3.    Nieuwe regeling hogere waarden in de Wet geluidhinder </label></kop><paragraaf><kop><label>3.1    Bevoegd gezag </label></kop><structuurtekst><al>De regeling tot het vaststellen van hogere waarden is in de Wet
                                geluidhinder ondergebracht. In de gewijzigde wet is geregeld dat
                                bijna alle bevoegdheden van Gedeputeerde Staten overgaan naar het
                                college van burgemeester en wethouders. Uitgangspunt is dat een
                                hogere waarde wordt vastgesteld door het college van de gemeente
                                waarbinnen de activiteit zich voltrekt ten behoeve waarvan de hogere
                                waarde wordt vastgesteld</al><al/><al>Het college van burgemeester en wethouders krijgt in de volgende
                                gevallen de bevoegdheid om hogere waarden vast te stellen:</al><lijst><li nr=""><al>zones rond gemeentelijke industrieterreinen;</al></li><li nr=""><al>zones langs wegen;</al></li><li nr=""><al>zones langs spoorwegen;</al></li><li nr=""><al>reconstructie van een weg als bedoeld in de Wet
                                        geluidhinder.</al></li></lijst><al/><al>Het vaststellen van hogere waarden bij zones rond industrieterreinen
                                is niet van toepassing binnen de gemeente Reusel-De Mierden. Reden
                                is het ontbreken van gezoneerde industrieterreinen, wat een
                                voorwaarde is. </al><al/><al>Omdat in grensoverschrijdende situaties beide gemeenten
                                belanghebbende zijn is een verplichting tot overleg opgenomen.</al><al/><al>Gedeputeerde Staten blijven bevoegd om hogere waarden vast te
                                stellen in de volgende gevallen:</al><lijst><li nr=""><al>aanleg en reconstructie van provinciale wegen;</al></li><li nr=""><al>Wanneer de Minister van Verkeer en Waterstaat een weg c.q.
                                        spoorweg wil veranderen in situaties waarin de Tracéwet niet
                                        van toepassing is</al></li><li nr=""><al>zones rond industrieterreinen van regionaal als zodanig
                                        aangewezen bij provinciale milieuverordening. In dergelijke
                                        situaties is het van belang dat de provincie tijdig overleg
                                        pleegt met de gemeente. </al></li></lijst><al/><al>Gedeputeerde Staten blijven langs de ruimtelijke weg betrokken bij
                                situaties waarin de hogere waarde wordt vastgesteld door het college
                                van burgemeester en wethouders. Dit doordat Gedeputeerde Staten in
                                de huidige en toekomstige Wet Ruimtelijke ordening nog beschikken
                                over sturingsinstrumenten. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.2    Procedure </label></kop><structuurtekst><al>Als een gemeente een hogere waarde vaststelt is de in afdeling 3.4
                                van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van
                                toepassing. Indien burgemeester en wethouders bevoegd zijn de hogere
                                waarde vast te stellen en tegelijk het besluit ten behoeve van de
                                vaststelling of herziening van een bestemmingsplan wordt genomen,
                                moet het ontwerpbesluit tegelijkertijd met het ontwerp van het
                                bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd.</al><al>Wanneer het besluit tot vaststelling van een hogere waarde verband
                                houdt met de toepassing van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke
                                Ordening kan het ontwerp van het besluit gedurende twee weken ter
                                inzage worden gelegd. </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>4.    Vast te stellen ontheffingenbeleid en criteria </label></kop><structuurtekst><al>Uitgangspunt van dit ontheffingenbeleid is het huidige provinciale
                            beleid. Het ontheffingenbeleid van Gedeputeerde Staten bestaat al sinds
                            1998, is dus beproefd en blijkt te voldoen. De wijziging van de Wet
                            geluidhinder heeft niet zozeer als doel het beleid ten aanzien van
                            geluidhinder te veranderen maar om de uitvoering te verbeteren. </al><al/><al>Bij het beoordelen van de ontheffingsverzoeken c.q. de voornemens om een
                            hogere waarde vast te stellen wordt voor de geluidsbelasting uitgegaan
                            van een prognoseperiode voor over 10 jaar. Hierbij wordt aangesloten bij
                            de geldingsduur van een bestemmingsplan. Bij het vaststellen van de
                            geluidbelasting moeten autonome ontwikkelingen, zoals de groei van het
                            verkeer of aanleg van wegen of woonwijken (waarover besluitvorming heeft
                            plaatsgevonden), worden meegenomen. Overige te verwachten ontwikkelingen
                            mogen worden meegenomen mits hierover op bestuurlijk niveau
                            besluitvorming heeft plaatsgevonden of kan worden aangetoond dat binnen
                            redelijke termijn uitvoering gegeven wordt aan in ontwikkeling zijnde
                            plannen. Als richttijd wordt hier de prognoseperiode van 10 jaar
                            aangehouden.</al><al/><al>Het verlenen van waarden hoger dan de voorkeurswaarde is alleen
                            toegestaan als maatregelen om de voorkeurswaarde te bereiken op
                            onoverkomelijke bezwaren stuiten van stedenbouwkundige,
                            landschappelijke, verkeerskundige en financiële aard (de politieke
                            afweging) en als er sprake is van een van de gevallen uit de rijtjes die
                            staan opgesomd in de verschillende Algemene Maatregelen van Bestuur (een
                            soort administratieve toets). In het wijzigingsvoorstel van de Wet
                            geluidhinder vervalt de administratieve toets. </al><al/><al>De overige voorwaarden blijven bestaan. Ingevolge hoofdstuk VIIIA (Wet
                            geluidhinder) kan de gemeente een hogere grenswaarde vaststellen in die
                            gevallen waarin de toepassing van maatregelen, gericht op het
                            terugbrengen van de te verwachten geluidbelasting, vanwege de
                            weg/spoorweg of industrie, van de gevels van de betrokken woningen
                            onvoldoende doeltreffend zal zijn of er bezwaren zijn van
                            stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard
                            (hoofdcriteria). </al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><al>Hieronder volgt opsomming van de ontheffingscriteria voor Reusel-De
                            Mierden. Vaak gaat het om een combinatie van deze criteria.</al><al/><lijst><li nr=""><al>Bronmaatregelen zijn niet mogelijk;</al></li><li nr=""><al>Stedenbouwkundige maatregelen zijn niet mogelijk;</al></li><li nr=""><al>Verkeerskundige maatregelen zijn niet mogelijk;</al></li><li nr=""><al>Landschappelijke bezwaren;</al></li><li nr=""><al>Financiële overwegingen.</al></li></lijst><al/><al>Naast de bovengenoemde hoofdcriteria moet bij nieuwe wegen aan één van
                            de onderstaande subcriteria worden voldaan. Alleen dan kan worden
                            afgeweken van de voorkeursgrenswaarde:</al><al/><al><cursief>Indien er sprake is van een geprojecteerde, in aanbouw zijnde
                                of aanwezige woningen en een nog niet geprojecteerde weg, voor zover
                                die weg: </cursief></al><lijst><li nr=""><al>een noodzakelijke verkeers- en vervoersfunctie zal
                                    vervullen.</al></li><li nr=""><al>een zodanige verkeersverzamelfunctie zal vervullen, dat de
                                    aanleg van die weg zal leiden tot aanmerkelijk lagere
                                    geluidsbelastingen van woningen binnen de zone van een andere
                                    weg. (Bijvoorbeeld de aanleg van randwegen.)</al></li></lijst><al/><al>Voorwaarde bij iedere ontheffing is dat de woningen zullen beschikken
                            over ten minste één geluidluwe gevel en dat bij de indeling rekening
                            wordt gehouden met de geluidbelaste zijde (tenminste één geluidgevoelige
                            ruimte aan de geluidluwe gevel). </al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><titel><cursief>Bijlage 1. Overzicht voorkeursgrenswaarden en maximale
                            ontheffingswaarden </cursief></titel></kop><al/><al>De waarden in de onderstaande tabellen komen uit de Wet geluidhinder en het
                    Besluit geluidhinder spoorwegen. Vanaf 1 januari 2007 wordt voor wat betreft
                    weg- en railverkeer gewerkt met de nieuwe dosismaat Lden (den: day, evening,
                    night). </al><al/><al><vet>Tabel 1. Voorkeursgrenswaarde en maximale grenswaarde
                        wegverkeerslawaai</vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al><vet>Situatie</vet></al></entry><entry><al><vet>Voorkeursgrenswaarde</vet></al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Nieuwe woning</al></entry><entry><al>48 dB</al></entry></row><row><entry><al><vet>Nieuwe woning bestaande weg</vet></al></entry><entry><al><vet>Maximale ontheffingswaarde</vet></al></entry></row><row><entry><al>Nieuw te bouwen woning</al></entry><entry><al>Stedelijk: 63 dB</al><al>Buitenstedelijk: 53 dB</al></entry></row><row><entry><al>Nieuw te bouwen agrarische bedrijfswoning</al></entry><entry><al>Buitenstedelijk: 58 dB</al></entry></row><row><entry><al>Vervangende nieuwbouw</al></entry><entry><al>Stedelijk: 68 dB</al><al>Buitenstedelijk: 63 dB </al></entry></row><row><entry><al><vet>Bestaande woning/nieuwe weg</vet></al></entry></row><row><entry><al>Bestaande woning</al></entry><entry><al>Stedelijk: 63 dB</al><al>Buitenstedelijk: 58 dB</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al><vet>Hoogst toelaatbaar binnenniveau</vet></al></entry></row><row><entry><al>Nieuwe woning en bestaande weg of</al><al>Bestaande woning en nieuwe weg</al></entry><entry><al>33 dB</al></entry></row><row><entry><al>Bestaande woning en bestaande weg (sanering)</al></entry><entry><al>38 dB</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Toelichting:</al><al>Stedelijk gebied: gebied binnen de ruimtelijke bebouwde kom (zoals vastgelegd in
                    bestemmingsplannen), uitgezonderd, in geval van een autoweg of autosnelweg als
                    bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied
                    binnen de ruimtelijke bebouwde kom, voor zover liggend binnen een zone langs die
                    autoweg of autosnelweg. </al><al/><al>Buitenstedelijk gebied: gebied buiten de ruimtelijke bebouwde kom en in geval
                    van een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en
                    verkeerstekens 1990, het gebied binnen de ruimtelijke bebouwde kom, voor zover
                    liggend binnen een zone langs die autoweg of autosnelweg. </al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>