<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR62741_7</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Precariobelasting Uitgeest 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.officielebekendmakingen.nl, 10-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Precariobelasting Uitgeest 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 228</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R2015.0106</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belasting</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al><al>Vervangt de Verordening Precariobelasting 2015, vastgesteld bij Raadsbesluit R2014.0107 van 8 december 2014 welke wordt ingetrokken per 1 januari 2016 met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-45646</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening precariobelasting Uitgeest 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Uitgeest; </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 november 2015,
                        nr. R2015.0106;</al><al>gehoord de beraadslagingen in de commissie Algemene Zaken en Financiën d.d.
                        19 november 2015</al><al>besluit:</al><al/><al>Verordening precariobelasting Uitgeest 2016;</al><al/><al>gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van deze verordening en de bijbehorende
                                tarieventabel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 0.00 uur, of
                                        een gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;</al></li><li nr="c."><al>maand: een kalendermaand;</al></li><li nr="d."><al>jaar: een kalenderjaar;</al></li><li nr="e."><al>feest: een feest als bedoeld in artikel 2:25A van de
                                        Algemene Plaatselijke Verordening (APV);</al></li><li nr="f."><al>evenement: een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de
                                        Algemene Plaatselijke Verordening (APV);</al></li><li nr="g."><al>standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 5:18 van
                                        de Algemene Plaatselijke Verordening (APV);</al></li><li nr="h."><al>terras: een terras als bedoeld in artikel 2:27 van de
                                        Algemene Plaatselijke Verordening (APV);</al></li><li nr="i."><al>horecabedrijf: een horecabedrijf als bedoeld in 2:27 van de
                                        Algemene Plaatselijke Verordening (APV).</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Gedeelten van de in de tabel genoemde tijds- en andere eenheden
                                worden voor een geheel gerekend, met dien verstande dat indien het
                                belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en het hebben van
                                voorwerpen aanvangt in de loop van dit tijdvak, de belasting zoveel
                                twaalfden van het over een jaar te betalen bedrag beloopt als er na
                                het aanvangstijdstip nog volle maanden van het tijdvak
                                resteren.</al></li><li nr="3."><al>Indien op grond van de verordening meer dan één tarief zou kunnen
                                worden toegepast, wordt de aanslag berekend naar het laagste
                                tarief.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Voorwerp van belasting; belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake
                        van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
                        bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij
                        behorende tarieventabel. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die het voorwerp of voorwerpen onder,
                        op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel
                        van degene van wie dat voorwerp of voorwerpen onder, op of boven voor
                        openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van:</al><lijst><li nr="a)"><al>voorwerpen ten behoeve van percelen, waarvan de gemeente krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht de genothebbende is, met
                                uitzondering van die percelen, waarin de gemeentebedrijven worden
                                uitgeoefend en van die, welke aan derden zijn verhuurd;</al></li><li nr="b)"><al>voorwerpen welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden
                                gedoogd;</al></li><li nr="c)"><al>buizen in de grond tot lozing van fecaliën, van huishoud- of van
                                hemelwater;</al></li><li nr="d)"><al>voorwerpen, gebruikt voor activiteiten met een politiek,
                                godsdienstig, geestelijk, wereldbeschouwelijk, sociaal, weldadig
                                doel dan wel, voor zover geen sprake is van een directe of indirecte
                                commerciële (neven) activiteit, voor activiteiten met een sportief,
                                cultureel, recreatief of mediadoel;</al></li><li nr="e)"><al>voorwerpen op de openbare weg bij kleinschalige niet commerciële
                                buurtactiviteiten;</al></li><li nr="f)"><al>voorzieningen aangebracht ten behoeve van mindervaliden, tot het
                                toegankelijk maken van een eigendom:</al></li><li nr="g)"><al>voorwerpen op de openbare weg bij het houden van een fietstocht of
                                wandelmars van maximaal één dag en bij de fiets- en
                                wandelvierdaagsen;</al></li><li nr="h)"><al>voorwerpen, die noodzakelijk voor de uitoefening van hun
                                publiekrechtelijke taak door het rijk, de provincie of het
                                waterschap worden geplaatst of aangebracht;</al></li><li nr="i)"><al>voorwerpen, waarvoor reeds uit anderen hoofde een vergoeding aan de
                                gemeente is verschuldigd, met uitzondering van de leges.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven
                        opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met
                        inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Berekening van de precariobelasting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het hebben van voorwerpen op of boven gemeentegrond, voor de
                                openbare dienst bestemd, wordt de oppervlakte bepaald op die, welke
                                door de voorwerpen wordt overdekt.</al></li><li nr="2."><al>Bij het hebben van voorwerpen onder gemeentegrond, voor de openbare
                                dienst bestemd, wordt de oppervlakte bepaald op die uitgaande van
                                een horizontale projectie van de voorwerpen op de grond.</al></li><li nr="3."><al>Bij de berekening van de belasting worden waarden van vijf tot tien
                                eurocent op tien eurocent vastgesteld.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al>Indien de belasting wordt geheven naar jaartarieven is het belastingtijdvak
                        het kalenderjaar waarin voorwerpen aanwezig zijn. In de overige gevallen is
                        het belastingtijdvak het kwartaal, de maand, de week of de dag waarin de
                        voorwerpen aanwezig zijn, met dien verstande dat ook heffing voor elk
                        belastbaar feit afzonderlijk kan plaatsvinden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Ontheffing</titel></kop><al>Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de voorwerpen
                        zijn verwijderd voor het verstrijken van dit jaar, wordt op aanvraag van de
                        belastingplichtige naar evenredigheid ontheffing verleend over de na
                        verwijdering resterende volle maanden van het belastingtijdvak.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Wijze van heffing; tijdstip van verschuldigdheid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al></li><li nr="2."><al>Voor de vaste standplaatsen wordt belasting geheven bij wege van
                                nota.</al></li><li nr="3."><al>De belasting wordt verschuldigd bij de aanvang van het
                                belastingtijdvak of, zo dit later is, op het tijdstip waarop het
                                hebben van voorwerpen een aanvang neemt.</al></li><li nr="4."><al>Aanslagen en nota’s van minder dan € 4,50 worden niet opgelegd. Voor
                                de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van het op één
                                aanslagbiljet of nota verenigde belastingaanslagen aangemerkt als
                                één belastingaanslag of nota.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Betalingstermijn</titel></kop><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de
                        aanslagen worden betaald in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van
                        de maand, volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet
                        is vermeld.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Nadere regels door het College van Burgemeester en Wethouders</titel></kop><al>Het College van Burgemeester en Wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de precariobelasting.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening Precariobelasting 2015” wordt ingetrokken met ingang
                                van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing met
                                dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten
                                die zich voor die datum hebben voor gedaan.</al></li><li nr="2."><al>De verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                                van de bekendmaking</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening
                                Precariobelasting Uitgeest 2016’.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Uitgeest/i264199.pdf">Verordening precariobelasting tarieventabel 2016.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>