<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR6274_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Handhavingsverordening Wet werk en bijstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">IJsselpost,</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Handhavingsverordening Wet werk en bijstand</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-09-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-09-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Verzameling 2004, nummer 76 / a</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>1.Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Handhavingsverordening Wet werk en bijstand</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Capelle aan den IJssel; gelet op artikel 8a van de
                        Wet werk en bijstand, welk artikel bepaalt dat de gemeente bij verordening
                        regels stelt voor de bestijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand,
                        alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet; gelezen het voorstel
                        van het college van burgemeester en wethouders; b e s l u i t: vast te
                        stellen de volgende verordening, vergezeld van de daarbijbehorende
                        toelichting.</al><al><vet>Handhavingsverordening Wet werk en bijstand</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel><vet>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALING</vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>WWB:</cursief></vet> de Wet werk en
                                        bijstand;</al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>college:</cursief></vet> het college van
                                        burgemeester en wethouders van de gemeente Capelle aan den
                                        IJssel; </al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>algemene bijstand:</cursief></vet> de bijstand
                                        bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de WWB;</al></li><li nr="d."><al><vet><cursief>bijzondere bijstand:</cursief></vet> de
                                        bijstand bedoeld in artikel 5, onderdeel d, van de WWB;</al></li><li nr="e."><al><vet><cursief>bijstand:</cursief></vet> algemene bijstand en
                                        bijzondere bijstand;</al></li><li nr="f."><al><vet><cursief>belanghebbende:</cursief></vet> de persoon die
                                        bijstand heeft aangevraagd dan wel ontvangt of heeft
                                        ontvangen;indien het een gehuwde of samenwonende betreft
                                        wordt onder belanghebbende elk van de echtgenoten of
                                        partners verstaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begripsbepalingen van de WWB zijn op deze verordening van
                                toepassing, tenzij daarvan uitdrukkelijk wordt afgeweken. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>HANDHAVINGSBELEIDSPLAN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitbrengen van een handhavingsbeleidsplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt telkens voor een periode van drie jaar zorg voor
                                een handhavingsbeleidsplan, waarin wordt aangegeven hoe het college
                                misbruik en oneigenlijk gebruik van bijstandsuitkeringen voorkomt en
                                bestrijdt overeenkomstig de beleidsuitgangspunten van het concept
                                Hoogwaardig Handhaven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde handhavingsbeleidsplan wordt ter
                                vaststelling aan de raad voorgelegd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste handhavingsbeleidsplan heeft betrekking op de jaren 2004
                                tot en met 2006. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>VOORLICHTING EN INFORMEREN OP MAAT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorlichting en informeren op maat</titel></kop><al>In het handhavingsbeleidsplan als bedoeld in artikel 2 wordt aangegeven
                            welke acties worden ondernomen en welke instrumenten worden ingezet om
                            klanten beter en vroegtijdig te informeren over rechten, plichten en de
                            handhaving daarvan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>OPTIMALISEREN VAN DE DIENSTVERLENING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Optimaliseren van de dienstverlening</titel></kop><al>In het handhavingsbeleidsplan als bedoeld in artikel 2 wordt aangegeven
                            welke acties worden ondernomen en welke maatregelen worden getroffen om
                            de dienstverlening aan klanten te optimaliseren, zodat de kans op
                            spontane naleving van de wet- en regelgeving wordt vergroot.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>TOEPASSEN VAN CONTROLE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Toepassen van controle (op maat)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het handhavingsbeleidsplan als bedoeld in artikel 2 wordt
                                aangegeven welke acties worden ondernomen en welke instrumenten
                                worden ingezet om de rechtmatigheid van de uitkering te onderzoeken
                                en fraudesignalen vroegtijdig te ontdekken en af te handelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt beleidsregels en voorschriften vast met betrekking
                                tot het uitvoeren van rechtmatigheidsonderzoeken bij de afhandeling
                                van aanvragen om uitkering, bij lopende uitkeringen, alsmede bij
                                beëindiging van de uitkering. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college bepaalt bij welke klantengroepen gedurende een nader
                                vast te stellen periode intensieve onderzoeken naar de
                                rechtmatigheid van de uitkering worden uitgevoerd. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>AFHANDELING VAN GECONSTATEERDE FRAUDE/NIET NAKOMEN VAN
                            VERPLICHTINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Terugvordering van bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende bijstand als gevolg
                                van het niet dan wel niet behoorlijk nakomen van de verplichting als
                                bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de WWB wordt van de
                                belanghebbende teruggevorderd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt beleidsregels vast met betrekking tot
                                terugvordering, invordering, alsmede kwijtschelding van verleende
                                bijstand. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het handhavingsbeleidsplan als bedoeld in artikel 2 wordt
                                aangegeven welke maatregelen worden getroffen om ten onrechte
                                verleende bijstand snel terug te vorderen en op voortvarende wijze
                                te incasseren. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verlaging van de bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de belanghebbende de verplichting als bedoeld in artikel 17,
                                eerste lid, van de WWB niet (behoorlijk) is nagekomen, één of meer
                                van de aan de bijstandsuitkering verbonden verplichtingen tot
                                inschakeling in het arbeidsproces niet (behoorlijk) is nagekomen,
                                dan wel anderszins onvoldoende besef van verantwoordelijkheid voor
                                de zelfstandige voorziening in het bestaan heeft betoond, verlaagt
                                het college de bijstand overeenkomstig het bepaalde in de
                                Afstemmingsverordening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het handhavingsbeleidsplan als bedoeld in artikel 2 wordt
                                aangegeven welke maatregelen worden getroffen om in voorkomende
                                gevallen aan het bepaalde in lid 1 op korte termijn na constatering
                                toepassing te geven. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>VERANTWOORDING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Uitbrengen van jaarlijks verslag met gegevens over
                                handhaving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt jaarlijks vóór 1 april zorg voor een verslag over
                                de met de uitvoering van het in artikel 2 bedoelde
                                handhavingsbeleidsplan behaalde resultaten over het voorafgaande
                                jaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde verslag bevat in elk geval de
                                navolgende gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al>het aantal door de taakgroep Bijzonder Onderzoek ontvangen
                                        verzoeken tot het instellen van een bijzonder onderzoek, het
                                        aantal afgehandelde bijzondere onderzoeken, uitgesplitst
                                        naar fraudesoort en resultaat van het onderzoek (onder
                                        andere het aantal aangiftes van uitkeringsfraude bij het
                                        OM);</al></li><li nr="b."><al>het aantal daadwerkelijk op de uitkering toegepaste
                                        verlagingen, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar de reden
                                        van verlaging, te weten schending van de
                                        informatieverplichting dan wel het niet-nakomen van de
                                        verplichtingen inzake inschakeling in het
                                        arbeidsproces;</al></li><li nr="c."><al>het aantal en de omvang van opgeboekte terugvorderingen
                                        wegens schending van de informatie- verplichting
                                        respectievelijke vanwege andere redenen;</al></li><li nr="d."><al>het aantal en de omvang van geïncasseerde terugvorderingen
                                        wegens schending van de informatie- verplichting
                                        respectievelijke vanwege andere redenen;</al></li><li nr="e."><al>het aantal en de omvang van kwijtgescholden terugvorderingen
                                        wegens schending van de informatieverplichting
                                        respectievelijke vanwege andere redenen.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Handhavingsverordening Wet
                            werk en bijstand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand
                                    na het verstrijken van een termijn van zes weken na de datum van
                                    haar bekendmaking. </al></li><li nr="2."><al>Indien het tijdstip van inwerkingtreding op grond van het eerste
                                    lid vroeger zou liggen dan 1 januari 2005, dan treedt deze
                                    verordening in werking op 1 januari 2005. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 20 september 2004,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING HANDHAVINGSVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Op 1 januari 2004 zijn de Wet werk en bijstand (WWB) en de Invoeringswet Wet
                    werk en bijstand </al><al>(Invoeringswet WWB) in werking getreden. De WWB vervangt onder meer de Algemene
                    bijstandswet (Abw).</al><al>Artikel 8a WWB bepaalt dat de gemeenteraad in het kader van het financiële
                    beheer bij verordening regels dient te stellen voor de bestrijding van het ten
                    onrechte ontvangen van bijstand, alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van
                    de WWB. Dit artikel is bij amendement in de WWB opgenomen.</al><al>Met de invoering van artikel 8a WWB is beoogd om de handhaving van de WWB en het
                    fraudebeleid op de agenda van de gemeenteraad te krijgen.</al><al>De gemeente Capelle aan den IJssel heeft eind augustus 2003 besloten om bij
                    Sociale Zaken uitvoering te geven aan het concept Hoogwaardig Handhaven.</al><al>Het concept Hoogwaardig Handhaven omvat een werkwijze die zodanig is opgezet dat
                    misbruik dan wel oneigenlijk gebruik met bijstandsuitkeringen zo doeltreffend
                    mogelijk wordt voorkomen en bestreden.</al><al>Het gaat hierbij om een evenwichtig pakket van preventieve en repressieve
                    maatregelen (voorlichting, dienstverlening op maat, het uitvoeren van gerichte
                    controles, toepassen van sancties, alsmede het terug- en invorderen van ten
                    onrechte uitbetaalde uitkering). </al><al>Het doel van Hoogwaardig Handhaven is te komen tot een situatie waarin
                    (potentiële) klanten van Sociale Zaken de wet- en regelgeving spontaan naleven.
                    Hiermee worden onterechte uitgaven aan bijstandsuitkeringen voorkomen. </al><al>De verordening is inhoudelijk afgestemd op de beleidsuitgangspunten van het
                    concept Hoogwaardig Handhaven, te weten fraudepreventie (door middel van
                    voorlichting en informeren op maat), optimaliseren van de dienstverlening,
                    uitvoeren van controle op maat en daadwerkelijk sanctioneren bij geconstateerde
                    fraude dan wel het niet-nakomen van verplichtingen.</al><al>Het concept Hoogwaardig Handhaven heeft niet alleen betrekking op het voorkomen
                    en bestrijden van fraude met uitkeringen maar ook op de naleving van de
                    verplichtingen die zijn gericht op uitstroom naar regulier werk. Met het oog
                    hierop wordt de verordening niet aangeduid als fraudeverordening maar als
                    Handhavingsverordening Wet werk en bijstand.</al><al>In de Handhavingsverordening is bepaald dat het college van burgemeester en
                    wethouders telkens voor een periode van drie jaar een handhavingsbeleidsplan
                    opstelt en dit ter vaststelling aan de gemeenteraad voorlegt.</al><al>In dit beleidsplan wordt aangegeven hoe het college denkt zo goed mogelijk vorm
                    te geven aan handhaving van de wet- en regelgeving op basis van de
                    beleidsuitgangspunten van het concept Hoogwaardig Handhaven.</al><al>Voorts bevat de Handhavingsverordening een bepaling die voorziet in de opdracht
                    aan het college van burgemeester en wethouders om jaarlijks vóór 1 april aan de
                    gemeenteraad een verslag uit te brengen over de met de uitvoering van het
                    handhavingsbeleidsplan behaalde resultaten over het voorafgaande jaar.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>In dit artikel wordt onder meer aangegeven dat de begrippen in deze verordening
                    dezelfde betekenis hebben als in de WWB.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Het eerste lid bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders telkens
                    voor een periode van drie jaar een handhavingsbeleidsplan opstelt. Het tweede
                    lid bepaalt dat dit ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt voorlegd. In dit
                    beleidsplan wordt aangegeven hoe het college denkt zo goed mogelijk vorm te
                    geven aan handhaving van de wet- en regelgeving op basis van de
                    beleidsuitgangspunten van het concept Hoogwaardig Handhaven.</al><al>Voor de invoering van het concept Hoogwaardig Handhaven is een Activiteitenplan
                    opgesteld. </al><al>Dit Activiteitenplan omvat een groot aantal onderwerpen waarop in 2004 beleid
                    dient te worden ontwikkeld. </al><al>De daadwerkelijke uitvoering van dit beleid vindt evenwel voor het grootste
                    gedeelte eerst vanaf </al><al>1 januari 2005 plaats. Dit betekent ook dat de effecten van dit beleid eerst een
                    jaar later kunnen worden gemeten.</al><al>Om deze redenen is gekozen voor het uitbrengen van een handhavingsbeleidsplan
                    dat steeds betrekking heeft op een periode van drie jaar.</al><al>Het derde lid houdt verband met het feit dat in augustus 2003 een
                    Activiteitenplan voor de invoering van het concept Hoogwaardig Handhaven is
                    vastgesteld en bij het Ministerie van Sociale Zaken is ingediend in verband met
                    de aanvraag om subsidie. In dit Activiteitenplan was bepaald dat een beleidsplan
                    hoogwaardig handhaven zou worden ontwikkeld dat in elk geval betrekking heeft op
                    het jaar 2004.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Het goed en vroegtijdig informeren van klanten over rechten, plichten en de
                    handhaving daarvan vormt een wezenlijk beleidsuitgangspunt van het concept
                    Hoogwaardig Handhaven.</al><al>Teneinde misbruik en oneigenlijk gebruik van bijstandsuitkeringen te voorkomen
                    is het dan ook noodzakelijk dat in het handhavingsbeleidsplan concrete
                    maatregelen inzake het verstrekken van voorlichting worden beschreven. </al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>Met het bieden van een kwalitatief goede dienstverlening en door onnodige
                    drempels in de bedrijfsvoering weg te nemen zal kunnen worden bevorderd dat
                    (potentiële) klanten van Sociale Zaken de wet- en regelgeving spontaan naleven.
                    In het handhavingsbeleidsplan zal dan ook aangegeven moeten worden welke
                    maatregelen zullen worden getroffen om de dienstverlening aan klanten te
                    optimaliseren.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Het bepaalde in het eerste en tweede lid heeft betrekking op de toepassing van
                    reguliere controle op de rechtmatigheid van de uitkering. Dit, bij de aanvraag
                    van de uitkering, tijdens de uitkering, alsmede bij de beëindiging hiervan. </al><al>Het derde lid ziet op het toepassen van risicosturing (in het kader van het
                    uitvoeren van controle op maat).</al><al>Risicosturing is een systematiek waarbij klanten met een bepaald risicoprofiel
                    intensiever worden gecontroleerd. De achterliggende gedachte is dat
                    frauderisico’s onder klanten met bepaalde kenmerken hoger zijn dan onder andere
                    klantengroepen. Op basis van een gehouden risicoanalyse wordt bepaald bij welke
                    klantengroepen een verhoogd risico op fraude bestaat.</al><al>Het derde lid regelt dat het college van burgemeester en wethouders bepaalt bij
                    welke groepen klanten (gedurende een bepaalde periode) intensieve onderzoeken
                    naar de rechtmatigheid van de uitkering worden uitgevoerd.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Tot de beleidsuitgangspunten van het concept Hoogwaardig Handhaven behoort dat,
                    indien is geconstateerd dat de klant de regels of voorschriften heeft
                    overtreden, hierop “lik-op-stuk” wordt gereageerd met het toepassen van een
                    sanctie, alsmede - indien van toepassing - met een snelle terug- en invordering
                    van de ten onrechte uitbetaalde uitkering.</al><al>Terugvordering van te veel of ten onrechte uitbetaalde bijstand is in de WWB een
                    bevoegdheid van het college (artikel 58 WWB). In de Abw was dit een
                    verplichting. De situaties waarin terugvordering aan de orde is (of kan zijn),
                    zijn wel in de WWB opgenomen. Deze zijn niet gewijzigd in vergelijking met de
                    Abw.</al><al>In de WWB is niet vastgelegd in welke gevallen het college tot ‘kwijtschelding’
                    van ten onrechte verstrekte bijstand kan overgaan. In de Abw was dit wel het
                    geval (artikel 78a Abw). In oktober 2000 zijn terzake beleidsregels vastgesteld.
                    Ook onder de werking van de WWB zal het college over terug-, invordering en
                    kwijtschelding beleidsregels vaststellen.</al><al>In het eerste lid is het uitgangspunt neergelegd dat bijstand welke via
                    schending van de informatieplicht is verkregen, geheel wordt teruggevorderd.
                    Fraude mag immers niet lonend zijn. </al><al>In het tweede lid is aangegeven dat het gemeentelijk beleid inzake
                    terugvordering, invordering en kwijtschelding van uitbetaalde bijstand wordt
                    vastgelegd in door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen
                    beleidsregels. In deze beleidsregels wordt, waar dit van belang is, rekening
                    gehouden met het feit of de te veel of ten onrechte uitbetaalde bijstand het
                    gevolg is geweest van het niet (behoorlijk) nakomen van de
                    inlichtingenverplichting.</al><al>In het derde lid wordt bepaald dat in het handhavingsbeleidsplan onder meer zal
                    worden aangegeven op welke wijze toepassing zal worden gegeven aan
                    lik-op-stukbeleid bij de terugvordering en incasso van ten onrechte uitbetaalde
                    bijstand wegens onder andere schending van de informatieverplichting.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>In dit artikel wordt de relatie gelegd met de Afstemmingsverordening. Aangegeven
                    wordt dat bij het niet (behoorlijk) nakomen van de informatieverplichting dan
                    wel van de verplichtingen tot inschakeling in het arbeidsproces, tot verlaging
                    van de uitkering zal worden overgegaan. De hoogte, de duur en de ingangsdatum
                    van de toe te passen verlaging zijn vastgelegd in de
                    Afstemmingsverordening.</al><al>Analoog aan het derde lid van artikel 6, is in het tweede lid bepaald dat in het
                    handhavingsbeleidsplan ook met betrekking tot de verlaging (overeenkomstig de
                    Afstemmingsverordening) toepassing van </al><al>lik-op-stukbeleid zal worden beschreven.</al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>Dit artikel voorziet in de opdracht aan het college van burgemeester en
                    wethouders om jaarlijks vóór </al><al>1 april aan de gemeenteraad een verslag uit te brengen over de met de uitvoering
                    van het handhavingsbeleidsplan behaalde resultaten over het voorafgaande jaar. </al><al>In het tweede lid is aangegeven welke gegevens in elk geval in het verslag
                    zullen worden opgenomen.</al><al>In verband met de inwerkingtreding van de verordening per 1 januari 2005 zal het
                    eerste verslag dat conform het bepaalde in het eerste lid wordt uitgebracht,
                    betrekking hebben op het jaar 2005 en vóór </al><al>1 april 2006 aan de gemeenteraad worden voorgelegd.</al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>De inhoud van dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>In het eerste lid wordt de inwerkingtreding van de verordening geregeld. De
                    verordening kan pas in werking treden nadat ze is bekendgemaakt en de termijn
                    voor het indienen van een verzoek tot het houden van een referendum is
                    verstreken. Op grond van de Tijdelijke Referendumwet bedraagt deze termijn zes
                    weken.</al><al>Het tweede lid regelt dat als de verstreken termijn van zes weken, zoals genoemd
                    in het eerste lid, vóór 1 januari 2005 ligt, de verordening op 1 januari 2005 in
                    werking zal treden.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>