Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemeente Uitgeest

Verordening hondenbelasting Uitgeest 2012

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Uitgeest
Officiële naam regelingVerordening hondenbelasting Uitgeest 2012
CiteertitelVerordening hondenbelasting Uitgeest 2012
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpbelasting

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.

De 'Verordening hondenbelasting 1997' vastgesteld bij Raadsbesluit van 30/31 oktober 1996, nummer 96/91, in werking getreden met ingang van 22 november 1996 sedertdien gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2012, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, art. 226

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

17-11-201101-01-2013nieuwe regeling

03-11-2011

De Uitgeester, 16-11-2011

R2011.0067
11-11-201001-01-2012nieuwe regeling

04-11-2010

De Uitgeester, 10-11-2010

R2010.0086

Tekst van de regeling

VERORDENING HONDENBELASTING UITGEEST 2012

Gelet op artikel 226 van de Gemeentewet.

Verordening, vastgesteld bij Raadsbesluit d.d. 3 november 2011, nummer R2011.0067, gepubliceerd 16 november 2011, in werking getreden op 17 november 2011 en de heffing met ingang van 1 januari 2012.

De Verordening hondenbelasting Uitgeest 2011, vastgesteld bij Raadsbesluit d.d. 4 november 2010, nummer R2010.0086, gepubliceerd op 10 november 2010, in werking getreden op 11 november 2010 en heffing met ingang van 1 januari 2011 is ingetrokken met ingang van 1 januari 2012, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

artikel 1 Belastbaar feit

Onder de naam hondenbelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente.

artikel 2 Belastingplicht

  • 1.

    Belastingplichtig is de houder van een hond.

  • 2.

    Als houder wordt aangemerkt degene die, onder welke titel dan ook, een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is.

  • 3.

    Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar, aan te wijzen lid van dat huishouden.

artikel 3 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven ter zake van honden:

  • a.

    die uitsluitend dienen om blinde personen te leiden;

  • b.

    die door de “Stichting Hulphond Nederland” als gehandicaptenhond aan een gehandicapte ter beschikking zijn gesteld;

  • c.

    die in een hondenasiel verblijven, als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk asiel is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit;

  • d.

    die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welke inrichting is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit;

  • e.

    die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden;

  • f.

    waarvan de houder geen ingezetene van de gemeente is en de hond korter dan 6 weken in de gemeente vertoeft;

  • g.

    die eigendom van de regionale politie zijn en gebruikt worden voor politiedoeleinden.

artikel 4 Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.

artikel 5 Belastingtarief

  • 1.

    De belasting bedraagt per belastingjaar:

    • a.

      voor de eerste hond € 52,35

    • b.

      voor een tweede hond van dezelfde houder € 92,15

    • c.

      voor iedere hond boven het aantal van twee € 138,90

  • 2.

    In afwijking van het voorgaande lid bedraagt de belasting voor honden,

  • 3.

    gehouden in kennels die zijn geregistreerd bij de Raad van beheer op

  • 4.

    kynologisch gebied in Nederland, per kennel € 662,45

  • 5.

    Het tweede lid blijft buiten toepassing indien de belastingplichtige schriftelijk

  • 6.

    verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijk aantal

  • 7.

    honden indien blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid

  • 8.

    bepaalde bedrag.

artikel 6 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

artikel 7 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsbelang

  • 1.

    De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.

artikel 9 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de hondenbelasting.

artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, in het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,-, doch minder is dan € 3.000,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de hondenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De "Verordening hondenbelasting 2011" wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening hondenbelasting Uitgeest 2012".