<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR62723_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Commissie georganiseerd overleg</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Dagblad Kennemerland, 22-12-1994</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Commissie georganiseerd overleg</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1994-10-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1995-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-11-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>nummer 94/143</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>commissie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling maakt onderdeel uit van de Collectieve Arbeidsvoorwaarden en Uitwerkingsovereenkomst van de gemeente Uitgeest.</al><al>Deze bepalingen vervangen de 'Overlegverordening'.</al><al>Datum publicatie is bij benadering ingevuld.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Commissie georganiseerd overleg</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>COMMISSIE GEORGANISEERD OVERLEG</vet></al><al/><al>De bepaling en met betrekking tot de Commissie voor Georganiseerd Overleg
                        zijn opgenomen in de Collectieve Arbeidsvoorwaarden en
                        Uitwerkingsovereenkomst van de Gemeente Uitgeest, vastgesteld bij
                        Raadsbesluit van 22 october 1994, nummer 94/143, in werking getreden op 1
                        januari 1995, en wel in hoofdstuk 12 “Overleg met organisaties van
                        overheidspersoneel”, welk hoofdstuk hieronder integraal is opgenomen, zoals
                        sedertdien gewijzigd. Deze bepalingen vervangen de “Overlegverordening”</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:1</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder</al><lijst><li nr="a"><al>de commissie: de in artikel 12:2 bedoelde commissie voor
                                            georganiseerd overleg;</al></li><li nr="b"><al>de ambtenaren: de ambtenaren in de zin van de
                                            collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en de werknemers
                                            die werkzaam zijn op basis van een
                                            arbeidsovereenkomst;</al></li><li nr="c"><al>de organisaties: de plaatselijke werkende groeperingen
                                            van de landelijke verenigingen van overheidspersoneel,
                                            aangesloten bij de centrales welke zijn toegelaten tot
                                            het centraal overleg met het college voor Arbeidszaken
                                            van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Er is een commissie voor georganiseerd overleg, die is
                                    samengesteld uit een vertegenwoordiging van het gemeentebestuur
                                    en een vertegenwoordiging van de toegelaten organisaties.</al></li><li nr="3."><al>Onder toegelaten organisaties worden verstaan: de Algemene
                                    Centrale van Overheidspersoneel (ACOP), de christelijke Centrale
                                    van Overheids- en Onderwijzend Personeel (CCOOP) en de Centrale
                                    van Middelbare en Hogere Functionarissen bij overheid,
                                    onderwijs, bedrijven en instellingen (CMHF), dan wel een van de
                                    bij deze centrales aangesloten bonden, voorzover deze centrales,
                                    respectievelijk bonden voldoende representatief geacht kunnen
                                    worden.</al></li><li nr="4."><al>De leden van ABVAKABO en NOVON die op 1 juli 1998 zitting hebben
                                    in de commissie namens ACOP of Ambtenarencentrum, dan wel namens
                                    ABVAKABO of NOVON, behouden hun zetels als vertegenwoordigers
                                    van ACOP dan wel ABVAKABO FNV/NOVON. Indien deze leden ophouden
                                    lid van de commissie te zijn, worden ze niet vervangen totdat
                                    het aantal leden namens ACOP dan wel AB-VAKABO FNV/NOVON in
                                    overeenstemming is met het aantal als genoemd in de bepaling van
                                    de samenstelling van de commissie. Uiterlijk op 1 juli 2002
                                    wordt het aantal leden in overeenstemming gebracht met de hier
                                    geldende bepalingen.</al></li><li nr="5."><al>Andere vakorganisaties dan bedoeld in het derde lid kunnen
                                    toegelaten worden indien ze representatief geacht kunnen worden.
                                    Een desbetreffend verzoek wordt in het georganiseerd overleg
                                    besproken.</al></li><li nr="6."><al>Organisaties die tot het georganiseerd overleg zijn toegelaten,
                                    verliezen hun toegang tot dit overleg zodra zij niet meer
                                    voldoende representatief geacht worden.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:1:1</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur in de
                                    commissie, bedoeld in artikel 12:1, wijzen burgemeester en
                                    wethouders uit hun midden een vertegenwoordiger en diens
                                    plaatsvervanger aan en kan de raad uit zijn midden aanwijzing
                                    doen van tenminste drie leden en hun plaatsvervangers.</al></li><li nr="2."><al>Voor de vertegenwoordiging van de toegelaten organisaties in de
                                    commissie, bedoeld in hoofdstuk 12:1, worden per centrale,
                                    bedoeld in artikel 12:1, derde lid, twee leden en hun
                                    plaatsvervangers aangewezen. Deze aanwijzing geschiedt door en
                                    uit de organisaties, welke een minimum aantal ambtenaren tot
                                    haar leden tellen. Indien verschillende organisaties deel
                                    uitmaken van een zelfde centrale geldt het in de vorige zin
                                    bepaalde voor deze organisatie gezamenlijk. In een nader vast te
                                    stellen regeling wordt het bedoelde minimum aantal ambtenaren
                                    bepaald.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:1:2</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanwijzing van door burgemeester en wethouders en de raad
                                    geschiedt bij elke nieuwe zittingsperiode van de en voorts
                                    telkens ter vervanging van hen die ophouden lid van het college
                                    van burgemeester en wethouders of van de raad te zijn.</al></li><li nr="2."><al>Uiterlijk 1 februari van elk jaar doet elke organisatie, bedoeld
                                    in artikel 12:1:1, tweede lid, aan burgemeester en wethouders
                                    opgaaf van het aantal der op 1 januari van dat jaar bij haar
                                    aangesloten ambtenaren.</al></li><li nr="3."><al>Degene, die als lid of als haar plaatsvervanger door een
                                    organisatie is aangewezen, houdt op dit te zijn, zodra hij geen
                                    lid van de organisatie of geen ambtenaar meer is, alsmede indien
                                    de organisatie schriftelijk aan burgemeester en wethouders doet
                                    weten dat zijn aanwijzing als vertegenwoordiger of
                                    plaatsvervanger is ingetrokken. In deze gevallen wordt zo
                                    spoedig mogelijk een opvolger aangewezen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:1:3</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Voorzitter van de commissie is door burgemeester en wethouder
                                    aangewezen vertegenwoordiger of bij afwezigheid zijn
                                    plaatsvervanger.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders wijzen een ambtenaar, niet behorende
                                    tot de vertegenwoordiging van de organisaties, tot secretaris
                                    van de commissie aan, alsmede diens plaatsvervanger. Zo nodig
                                    stellen burgemeester en wethouders verder personeel voor het
                                    secretariaat ter beschikking.</al></li><li nr="3."><al>De secretaris kan aan de besprekingen deelnemen.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Mededeling omtrent CAR en UWO</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:1:4</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Ingeval het LOGA tussen het college voor Arbeidszaken van de
                                    vereniging van Nederlandse Gemeenten en de centrales van
                                    overheidspersoneel leidt tot overeenstemming, als gevolg waarvan
                                    de tekst van de CAR wijzigt, doen burgemeester en wethouders
                                    daarvan mededeling aan de commissie voor georganiseerd
                                    overleg.</al></li><li nr="2."><al>Ten aanzien van gemeenten die zijn aangesloten bij de UWO geldt
                                    dat, ingeval het LOGA, bedoeld in het eerste lid, leidt tot
                                    overeenstemming, als gevolg waarvan de tekst van de UWO wijzigt,
                                    burgemeester en wethouders daarvan mededeling doen aan de
                                    commissie.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:1:5</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien door het bevoegde bestuursorgaan wordt voorgesteld
                                    verandering te brengen in de inrichting van enig
                                    dienstonderdeel, wijziging in de behoefte aan arbeidskrachten
                                    daaronder begrepen, stellen burgemeester en wethouders het
                                    overleg als bedoeld in artikel 12:2 hiervan op de hoogte.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders stellen in geval van een ingrijpende
                                    verandering in de inrichting van enig dienstonderdeel regels
                                    vast betreffende:</al><lijst><li nr="a"><al>de fase waarin ter zake van die verandering het overleg
                                            als bedoeld in artikel 12:2 wordt gevoerd;</al></li><li nr="b"><al>De wijze waarop en de fase waarin de bij die verandering
                                            betrokken ambtenaren worden gehoord;</al></li><li nr="c"><al>De personele gevolgen van die verandering</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Over het voornemen al dan niet regels, bedoeld in het vorig lid,
                                    vast te stellen wordt overleg gevoerd als bedoeld in artikel
                                    12:2.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Taak en bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:2</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie voert overleg over alle aangelegenheden van
                                    algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren met
                                    inbegrip van de algemene regels volgens welke het
                                    personeelsbeleid zal worden gevoerd. De commissie kan niet
                                    overleggen over onderwerpen die voorbehouden zijn aan het LOGA
                                    tussen het College voor Arbeidszaken van de vereniging van
                                    Nederlandse Gemeenten en de centrales van
                                    overheidspersoneel.</al></li><li nr="2."><al>Er worden nadere regels gesteld over de werkwijze van de
                                    commissie voor georganiseerd overleg.</al></li><li nr="3."><al>De nadere regels, bedoeld in het tweede lid, bevatten een
                                    bepaling hoe moet worden gehandeld indien een geschil niet tot
                                    overeenstemming leidt.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:2:1</nr><titel/></kop><al>Besluiten omtrent de onderwerpen, bedoeld in artikel 12:2, eerste lid,
                            worden door burgemeester en wethouders en de raad niet genomen, noch
                            voorstellen daaromtrent door burgemeester en wethouders aan de raad
                            gedaan dan nadat de commissie haar gevoelens over de conceptbesluiten,
                            respectievelijk voorstellen heeft kenbaar gemaakt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:2:2</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie, alsmede de vertegenwoordiging van de organisaties,
                                    is bevoegd aangaande de in artikel 12:2, eerste lid, bedoelde
                                    onderwerpen voorstellen te doen aan burgemeester en
                                    wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Heeft een voorstel betrekking op onderwerpen, behorende tot de
                                    bevoegdheid van burgemeester en wethouders, dan nemen deze
                                    daaromtrent een beslissing. Behoren zij tot de bevoegdheid van
                                    de raad, dan brengen burgemeester en wethouders het voorstel,
                                    voorzien van hun advies, in elk geval ter kennis van de raad,
                                    indien uit het voorstel de eenstemmige wens der
                                    vertegenwoordiging van de organisaties daartoe blijkt.</al></li><li nr="3."><al>De besluiten, welke worden genomen naar aanleiding van
                                    voorstellen van de commissie, worden meegedeeld aan de
                                    vertegenwoordiging van de organisaties en aan de hoofdbesturen
                                    van de vertegenwoordigende organisaties.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:2:3</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie kan een subcommissie instellen, bestaande uit door
                                    haar aan te wijzen voorzitter en leden, indien dit voor de
                                    behandeling van een bepaald onderwerp nodig wordt geacht.</al></li><li nr="2."><al>De secretaris van de commissie is tevens secretaris van de
                                    subcommissie. Hij kan zich doen bijstaan of vervangen door
                                    degenen die ingevolge artikel 12:1:3, tweede lid, ter
                                    beschikking staan.</al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in artikel 12:2:7 is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>vergaderingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:2:4</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie vergadert indien de voorzitter dit nodig oordeelt
                                    op door hem te bepalen tijdstippen.</al></li><li nr="2."><al>Voorts belegt de voorzitter een vergadering indien ten minste
                                    drie leden van de commissie hem dit schriftelijk met opgaaf van
                                    redenen verzoeken en wel uiterlijk binnen één maand na ontvangst
                                    van het verzoek. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:2:5</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie wordt tijdig, in de regel 14 dagen van tevoren, ter
                                    vergadering opgeroepen. De oproepingsbrief vermeldt zoveel
                                    mogelijk de te behandelen onderwerpen.</al></li><li nr="2."><al>Een vergadering kan slechts plaatshebben indien ten minste de
                                    helft van de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur aanwezig
                                    is en tenminste de helft van de organisaties is
                                    vertegenwoordigd.</al></li><li nr="3."><al>Indien wegens onvoltalligheid in de zin van het tweede lid een
                                    vergadering niet kan plaatshebben, worden de aan de orde zijnde
                                    onderwerpen door de voorzitter geplaatst op de agenda van een
                                    binnen 14 dagen te houden nieuwe vergadering, in welke
                                    vergadering die onderwerpen in elk geval kunnen worden
                                    behandeld.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:2:6</nr><titel/></kop><al>Elk lid heeft het recht onderwerpen ter behandeling aanhangig te maken
                            door deze schriftelijk op te geven aan de voorzitter. Deze stelt die
                            onderwerpen zoveel mogelijk in de eerstvolgende vergadering aan de
                            orde.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:2:7</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen zijn niet openbaar.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter kan hoofden van dienst of andere ambtenaren de
                                    vergadering laten bijwonen. Deze kunnen aan de besprekingen
                                    deelnemen.</al></li><li nr="3."><al>De vertegenwoordigers van de organisaties kunnen zich laten
                                    bijstaan door een vertegenwoordiger van het hoofdbestuur van hun
                                    organisatie; zij zijn voorts bevoegd de onderwerpen van de
                                    agenda binnen de grenzen van een doelmatige en vertrouwelijke
                                    behandeling van zaken aan voorbespreking in eigen kring te
                                    onderwerpen.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter kan omtrent het in de vergadering behandelde en
                                    omtrent de inhoud van aan de commissie overlegde stukken
                                    geheimhouding opleggen. Deze geheimhouding geldt niet ten
                                    opzichte van burgemeester en wethouders en van de raad, alsmede
                                    niet tegenover de hoofdbesturen van de vertegenwoordigende
                                    organisaties.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>12:2:8</nr><titel/></kop><al>De voorzitter kan op verzoek van ten minste twee leden of zo dikwijls
                            hij dit nodig acht, de vergadering schorsen voor een door hem te bepalen
                            tijd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:2:9</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien in de vergadering moet worden gestemd brengt elke
                                    vertegenwoordiging, bedoeld in artikel 12:1, tweede lid, één
                                    stem uit.</al></li><li nr="2."><al>De stem van de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur wordt
                                    bepaald door hoofdelijke stemming van de aanwezige leden in of
                                    buiten de vergadering. Bij staking van stemmen beslist de
                                    voorzitter.</al></li><li nr="3."><al>De stem van de vertegenwoordiging van de organisaties wordt
                                    bepaald door stemmen per vertegenwoordigende organisatie,
                                    waarbij voor elke organisatie zoveel stemmen worden uitgebracht
                                    als ambtenaren bij haar zijn aangesloten op de eerste dag van
                                    het lopende jaar, met dien verstande dat voor een organisatie
                                    niet meer stemmen in aanmerking komen dan het totaal aantal
                                    stemmen dat door de andere organisaties gezamenlijk wordt
                                    uitgebracht. Bij staking van stemmen wordt de vertegenwoordiging
                                    geacht tegen te hebben gestemd.</al></li><li nr="4."><al>Indien een organisatie in de loop van het jaar wordt
                                    vertegenwoordigd, geldt voor de toepassing van het derde lid het
                                    aantal aangesloten ambtenaren op dat tijdstip.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:2:10</nr><titel/></kop><al>Het in de vergadering behandelde wordt zakelijk weergegeven in de
                            notulen, welke zo spoedig mogelijk in afschrift aan de leden wordt
                            gezonden, tenzij in het reglement, bedoeld in artikel 12:2:11 anders is
                            bepaald.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:2:11</nr><titel/></kop><al>Indien door de commissie een reglement van orde voor de vergadering
                            wordt vastgesteld, behoeft dit de goedkeuring van burgemeester en
                            wethouders.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Advies- en arbitragecommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:3:1</nr><titel/></kop><al>De artikelen 12:3:2 tot en met 12:3:8 zijn slechts van toepassing in die
                            gemeenten die zijn aangesloten bij de advies- en
                            arbitragecommissie.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:3:2</nr><titel/></kop><al>Voor de toepassing van de artikelen 12:3:4 tot en met 12:3:8 wordt
                            verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>deelnemers aan het overleg; de vertegenwoordiging van het
                                    gemeentebestuur en de vertegenwoordigers van de organisaties
                                    genoemd in artikel 12:1, derde lid;</al></li><li nr="b."><al>advies- en arbitragecommissie: de advies- en arbitragecommissie
                                    ingesteld door het College voor Arbeidszaken van de Vereniging
                                    van Nederlandse Gemeenten.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:3:3</nr><titel/></kop><al>Voor de toepassing van de artikelen 12:3:4 tot en met 12:3:8 zijn
                            slechts van toepassing op geschillen inzake aangelegenheden, bedoeld in
                            artikel 12:2, eerste lid, voor zover die aangelegenheden uitsluitend de
                            rechtstoestand van ambtenaren betreffen, met inbegrip van de algemene
                            regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:3:4</nr><titel/></kop><al>Indien een of meer van de deelnemers aan het overleg tijdens het overleg
                            tot het oordeel komen dat dit overleg niet zal leiden tot een uitkomst
                            die de instemming van alle deelnemers aan het overleg zal hebben,
                            brengen zij dat tot oordeel binnen zes dagen, nadat zij daarvan in het
                            overleg blijk hebben gegeven, schriftelijk ter kennis van de overige
                            deelnemers aan het overleg.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:3:5</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Binnen tien dagen na de kennisgeving, bedoeld in artikel 12:3:4,
                                    schrijft de voorzitter een vergadering uit van de commissie voor
                                    georganiseerd overleg. De vergadering moet worden gehouden
                                    binnen zeven dagen nadat deze is uitgeschreven.</al></li><li nr="2."><al>Tenzij door de commissie, bedoeld in het eerste lid, wordt
                                    besloten het overleg voort te zetten dan wel te beëindigen,
                                    wordt in de vergadering nagegaan of overeenstemming bestaat over
                                    de vraag wat het onderwerp en de inhoud van het geschil is en of
                                    een oplossing van dat geschil zal worden gezocht door middel van
                                    voortzetting van het overleg nadat het advies is ingewonnen van
                                    de advies- en arbitragecommissie dan wel door onderwerping van
                                    het geschil aan een arbitrale uitspraak van die commissie.</al></li><li nr="3."><al>Tot het inwinnen van advies zijn - ieder voor zich – de
                                    vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en een meerderheid
                                    van alle toegelaten organisaties als bedoeld in artikel 12:1,
                                    derde en vierde lid bevoegd.</al></li><li nr="4."><al>Voor onderwerping van het geschil aan arbitrage is
                                    overeenstemming vereist tussen de vertegenwoordiging van het
                                    gemeentebestuur en de toegelaten organisaties, als bedoeld in
                                    artikel 12:1, derde en vierde lid. Het bepaalde in artikel
                                    12:2:9 is hierbij onverkort van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:3:6</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Binnen zes dagen na de vergadering, bedoeld in artikel 12:3:5,
                                    wordt het verzoek om advies ter kennis gebracht van de
                                    voorzitter van de advies- en arbitragecommissie. Het verzoek
                                    wordt ondertekend door de deelnemers aan het overleg over de
                                    vraag wat het onderwerp en de inhoud van het geschil is, brengen
                                    de overige deelnemers aan het overleg hun visie op het onderwerp
                                    en de inhoud van het geschil eveneens binnen zes dagen na eerder
                                    genoemde vergadering ter kennis van de voorzitter van de advies-
                                    en arbitragecommissie.</al></li><li nr="2."><al>Binnen zes dagen na de vergadering bedoeld in artikel 12:3:5
                                    wordt het verzoek om arbitrage ter kennis gebracht van de
                                    voorzitter van de advies- en arbitragecommissie. Het verzoek
                                    daartoe wordt ondertekend door alle deelnemers aan het overleg
                                    en dient ten minste daarvan te bevatten:</al><lijst><li nr="a"><al>het onderwerp en de inhoud van het geschil;</al></li><li nr="b"><al>de standpunten van alle deelnemers aan het overleg
                                            omtrent onderwerp en inhoud van het geschil.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:3:7</nr><titel/></kop><al>Binnen twee weken na ontvangst van het advies wordt het overleg over het
                            geschil voortgezet.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:3:8</nr><titel/></kop><al>De arbitrale uitspraak van de advies- en arbitragecommissie heeft
                            bindende kracht.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:3:9</nr><titel/></kop><al>In de gevallen, waarin deze regeling niet voorziet, beslissen
                            burgemeester en wethouders, na overleg met de commissie van
                            georganiseerd overleg.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage/></regeling></body></cvdr>