<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR627130_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Leidraad Inrichting Openbare Ruimte Ouder-Amstel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-08-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2019-206539">gmb-2019-206539</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Leidraad Inrichting Openbare Ruimte Ouder-Amstel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">N.v.t.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2019-07-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2019-08-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-03-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Leidraad Inrichting Openbare Ruimte Ouder-Amstel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><nr>1.</nr><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst><paragraaf><kop><nr>1.1</nr><titel>Inhoud en doel</titel></kop><structuurtekst><al>De gemeente Ouder-Amstel is eindverantwoordelijk voor het beheer van de openbare ruimte. Vanuit die taakstelling heeft zij de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) opgesteld. De LIOR is bestemd voor iedereen die zich met de inrichting en vormgeving van de openbare ruimte bezig houdt, zoals assetbeheerders, projectleiders, ontwikkelaars en ontwerpers.</al><al/><al>De LIOR geeft inzicht in de eisen en aanbevelingen die de gemeente stelt en is gericht op het integraal samenwerken bij de inrichting van de openbare ruimte. De leidraad beschrijft tevens de speelruimte bij de aanleg en herinrichting van de openbare ruimte.</al><al>De ontwerpcriteria geven inzicht in de randvoorwaarden waar ieder ontwerp aan moet voldoen. De LIOR is bedoeld als leidraad en kader voor een ieder die tot in detail betrokken is bij de inrichting van de openbare ruimte (ontwerp, beheer, reconstructies). Het kader zijn de eisen waar ieder ontwerp aan moet voldoen.</al><al/><al>Gemeente Ouder-Amstel voert het beheer uit via het beeldkwaliteitsplan. Momenteel wordt er assetmanagement geïmplementeerd en is er in 2017 een ‘scan grip op beheer’ uitgevoerd. De conclusie uit de ‘scan grip op beheer’ is dat de vertaling van het strategische kader naar praktische handvaten voor ontwerpers en beheerders wordt gemist. Tegelijkertijd mist er een toetsbaar kader voor beheer en inrichting en een integraal document waarin de informatie samenkomt.</al><al/><al>De LIOR is door het college vastgesteld en zal jaarlijks door de gemeente worden geactualiseerd. De geactualiseerde delen worden vastgesteld door het college en verwerkt in een geactualiseerde LIOR</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>1.2</nr><titel>Status en gebruik</titel></kop><structuurtekst><al>De LIOR Ouder-Amstel is van toepassing op de gehele gemeente. Dit betreft het bestaand gebied en de gebiedsontwikkelingslocaties De Nieuwe Kern, Entrada en Amstel Business Park. Doordat een gedeelte van de gemeente grenst en omgeven is door Amsterdam is de LIOR afgestemd op de Puccinimethode van Amsterdam.</al><al/><al>De LIOR is een gestructureerde verzameling van eisen en oplossingen die voortkomen uit wet- en regelgeving, gemeentelijk beleid en praktische kennis en ervaring, en beschrijft de gewenste kwaliteit van de inrichting van de openbare ruimte.</al><al/><al>Bij elk nieuwbouw-, herinrichting- of onderhoudsproject binnen de gemeentegrenzen, waarvan het toekomstige beheer in handen komt van de gemeente, dient de opdrachtnemer zich aan de LIOR te houden. Deze verplichting moet bij interne projecten als randvoorwaarde worden opgenomen in elke projectopdracht. Bij externe projecten door een initiator dient de LIOR als randvoorwaarde te worden opgenomen in de anterieure overeenkomst<noot type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Zie voor een overzicht van aan te leveren bescheiden bij de anterieure overeenkomst bijlage 3.</noot.al></noot>. Ook voor tijdelijke voorzieningen van langere aard (&gt; 1 jaar) in de openbare ruimte dient de LIOR te worden gehanteerd. In de LIOR worden geen specifieke stedenbouwkundige randvoorwaarden<noot type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Stedenbouwkundige randvoorwaarden worden per project bepaald en vastgelegd in planvorming in de startfase van een project. Deze worden vastgesteld door college en/of raad.</noot.al></noot> aangegeven.</al><al/><al>De LIOR vormt de basis voor toekomstige inrichtingen in de openbare ruimte en biedt ruimte voor creativiteit en maatwerk. Het geeft richting aan en beschrijft waar welke keuzevrijheden zitten. De gemeente staat open voor nieuwe ontwikkelingen en duurzame oplossingen mits goed onderbouwd.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>1.3</nr><titel>Het proces</titel></kop><structuurtekst><al>De gemeente is verantwoordelijk voor het toetsen en vaststellen van de project specifieke uitgangspunten en randvoorwaarden. De initiator is verantwoordelijk voor een goede vertaling van de gestelde uitgangspunten en randvoorwaarden in de uiteindelijke inrichting. In de LIOR zijn eisen genoemd die niet in de externe regelgeving of wettelijke kaders beschreven zijn, hiervan afwijken, of hier een aanvulling op zijn. De initiator kan ook de eigen gemeentelijke dienst zijn, bijvoorbeeld ruimtelijke ontwikkeling.</al><al/><al>De gemeente toetst de plannen vanuit haar verantwoordelijkheid voor het beheer van de openbare ruimte. De plannen worden getoetst op beleid, duurzaamheid, kwaliteitsniveaus, ontwerplevensduur, gebruik en toepassing van materialen, maatvoering en detaillering. De processen zijn per projectfase (initiatieffase, definitiefase, ontwerpfase, voorbereidingsfase en realisatiefase) uitgebreider beschreven in bijlage 2.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>1.4</nr><titel>Toekomstig beheer</titel></kop><structuurtekst><al>Beheer en onderhoud mogen nooit het sluitstuk zijn van een project. Aanpassingen aan de lay-out van de bebouwing of de openbare ruimte hebben onherroepelijk gevolgen voor het beheer van diezelfde bebouwing en buitenruimte. Een goed beheermanagement is essentieel en noodzakelijk. Niet alleen vanuit het oogpunt van leefbaarheid en duurzaamheid, maar ook vanuit het oogpunt van effectiviteit en efficiëntie.</al><al/><al>Het organiseren van het beheer neemt een belangrijke plaats in bij de ontwikkeling van nieuwe projecten. Dit betekent een continue en open communicatie met betrokken partijen om de praktische toepasbaarheid van het ontwerp kritisch te bekijken vanuit het perspectief van beheer. Ten behoeve van het beheer moeten vooraf kaders gesteld worden aan het ontwerp.</al><al>Een verplicht onderdeel van de toets door de gemeente is een beheerkostenraming die gemaakt wordt door de initiator. De beheerkostenraming geeft inzicht in het groot- en klein onderhoud met een doorkijk voor 10 jaar. De beheerkostenraming moet onderdeel zijn van de ontwerpdocumenten. Het is een berekening van de nieuwe beheersituatie ten opzichte van de oude beheersituatie. De beheerkostenraming wordt als onderdeel van de ontwerpdocumenten door het college vastgesteld. Indien nodig worden de stukken aan de gemeenteraad voorgelegd in de rol van budgetverantwoordelijke.</al><tussenkop kopopmaak="ondlijn">Overdrachtsdocument</tussenkop><al>In het overdrachtsdocument wordt de overdracht naar beheer vastgelegd. De initiator is verantwoordelijk om met de gemeente af te stemmen welke overdrachtsdocumenten er vanuit het project geëist worden. Te denken valt aan:</al><lijst><li nr="•"><al>Revisietekeningen</al></li><li nr="•"><al>rapportages</al></li><li nr="•"><al>Meerjarenplanning</al></li><li nr="•"><al>Meerjarenbegroting</al></li><li nr="•"><al>Kwaliteitscertificaten / productspecificaties</al></li><li nr="•"><al>Camera inspectie riolering</al></li></lijst><al>De opdrachtdocumenten worden door de gemeente getoetst en na schriftelijke acceptatie is het werk definitief opgeleverd en wordt het overgedragen naar beheer.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>1.5</nr><titel>Ambitieniveau</titel></kop><structuurtekst><al>De vastgestelde ambitieniveaus voor het beheer van de openbare ruimte komen voort uit de CROW beeldkwaliteitscatalogus. Er wordt bij beheer van de openbare ruimte onderscheidt gemaakt in beeldkwaliteit A en B. Beeldkwaliteit A geldt voor de centra. Voor de overige gebieden geldt voor het beheerbeeldkwaliteit B. Voor de gebiedsontwikkelingslocaties DNK en ABPZ is vastgelegd dat deze dienen te voldoen aan het nog door de raad vast te stellen ambitieniveau. Dit kan ook betekenen dat de materialisering zal afwijken van hetgeen in deze versie van de LIOR is bepaald.</al><al/><al>Gemeente Ouder-Amstel heeft het beeldkwaliteitsplan waarin de beeldkwaliteitseisen per gebied zijn gedefinieerd. In de nabije toekomst wordt het beeldkwaliteitsplan doorontwikkeld naar een Integraal beleidsplan openbare ruimte (IBOR).</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>1.6</nr><titel>Innovatie</titel></kop><structuurtekst><al>Speelruimte in de LIOR zit veelal in de hedendaagse maatschappelijke thema’s als duurzaamheid, circulaire economie en het klimaatbestendig maken van de buitenruimte. Onderdelen binnen deze thema’s als biodiversiteit, droogte, hitte en wateroverlast vragen om een andere inrichting van de buitenruimte, waarbij afgeweken kan worden van de LIOR. Mocht er afgeweken worden dan zal de initiator de afwijking goed moeten motiveren en schriftelijk voorleggen aan de gemeente.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>1.7</nr><titel>Opbouw</titel></kop><structuurtekst><al>De LIOR is opgebouwd aan de hand van de assets. Per assets zijn er ontwerpcriteria opgesteld. Bij de ontwerpcriteria wordt de hardheid van de voorwaarde beschreven. De volgende twee categorieën worden onderscheiden:</al><al>E : Eis</al><al>A : Aanbeveling</al><al/><al><onderstreept>Eis:</onderstreept></al><al>De eisen en randvoorwaarden die in dit handboek als “hard” worden gedefinieerd, zijn eisen op basis van landelijke wetgeving, gemeentelijk beleid, regels of besluiten, of strenge kwaliteitseisen met betrekking tot bijvoorbeeld veiligheid. Er kan niet worden afgeweken van deze randvoorwaarden.</al><al/><al><onderstreept>Aanbeveling:</onderstreept></al><al>Een aanbeveling is ingegeven door het streven een bepaald doel te bereiken. Van een aanbeveling kan in overleg met de gemeente worden afgeweken. Dat kan bijvoorbeeld als het doel met een andere maatregel kan worden bereikt, of als de gemeente andere doelstellingen in een specifiek geval heeft.</al><al/><al>De hardheid van de norm geeft de ruimte die er is om van een specifieke voorwaarde af te wijken. Van een wettelijke bepaling kan niet worden afgeweken: er zal (tenminste) moeten worden voldaan aan deze voorwaarde. Van een eis kan niet worden afgeweken, tenzij de initiator kan aantonen dat een voorgestelde oplossing gelijkwaardig of beter is en hier een bestuurlijk besluit op wordt genomen. Ook kan van een regel of richtlijn worden afgeweken als het bestuur beoordeelt dat de voorwaarde in een bepaald geval onmogelijk of onnodig is.</al><al/><al>Er is onderscheid gemaakt in de volgende assets:</al><lijst><li nr="•"><al>Wegen en verkeer</al></li><li nr="•"><al>Bewegwijzering/bebording en markering</al></li><li nr="•"><al>Verharding</al></li><li nr="•"><al>Civiele kunstwerken</al></li><li nr="•"><al>Water</al></li><li nr="•"><al>Riolering</al></li><li nr="•"><al>Kabels en leidingen</al></li><li nr="•"><al>Groen</al></li><li nr="•"><al>Openbare verlichting</al></li><li nr="•"><al>Spelen</al></li><li nr="•"><al>Straatmeubilair</al></li><li nr="•"><al>Afvalinzameling</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>2</nr><titel>Beleidskaders</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst><paragraaf><kop><nr>2.1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><structuurtekst><al>Wettelijke bepalingen, gemeentelijke beleidseisen en externe regelgeving dienen te allen tijde overgenomen te worden. Daarnaast zijn er aanbevelingen vanuit de gemeente die als uitgangspunt dienen. Voor goedkeuring op het startdocument en projectplan moet rekening worden gehouden met het uitwerken van berekeningen, onderzoeken en documenten. De initiator is verantwoordelijk voor het vergaren van de kennis en het opvragen van de beleid- en beheerdocumenten.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>2.2</nr><titel>Kwaliteit</titel></kop><structuurtekst><al>In het kader van duurzaam inkopen zijn naast de LIOR de “Criteria voor duurzaam inkopen”</al><al>auteur Agentschap NL in opdracht van het Ministerie van VROM van toepassing (gericht op de criteria voor duurzame materialen).</al><al/><al>Daarnaast dienen de te leveren bouwstoffen te voldoen aan de daarvoor bestaande Nederlandse normen, ook al worden deze materialen en deze normen niet in de leidraad genoemd.</al><al/><al>Bouwstoffen dienen met een erkende kwaliteitsverklaring te worden geleverd. Als erkende kwaliteitsverklaring hanteert de gemeente:</al><lijst><li nr="•"><al>KOMO-attest-met-productcertificaat;</al></li><li nr="•"><al>CE-markering;</al></li><li nr="•"><al>KIWA-keur voor bouwstoffen t.b.v. waterleidingen;</al></li><li nr="•"><al>KEMA-keur voor bouwstoffen t.b.v. kabelwerk;</al></li><li nr="•"><al>GASTEC-QA-merk voor bouwstoffen t.b.v. gasleidingen;</al></li><li nr="•"><al>FSC-keurmerk voor alle houtsoorten;</al></li><li nr="•"><al>N.A.K gekeurd plantmateriaal.</al></li></lijst><al>De bouwstoffen transporteren, opslaan en verwerken in overeenstemming met de voorschriften in de desbetreffende normen, ontwerpen, kwaliteitseisen en beoordelingsrichtlijnen, dan wel in overeenstemming met de richtlijnen opgenomen in de KOMO- certificaten van de betreffende bouwstoffen. Aanwijzingen van de leverancier en/of van de gemeente voor het vervoeren, lossen en/of opslaan van de materialen opvolgen.</al><tussenkop kopopmaak="ondlijn">Het gebruik van hout</tussenkop><al>Het te leveren hout of hout verwerkt in te leveren (hout)producten dient aantoonbaar duurzaam geproduceerd te zijn. Onder aantoonbaar duurzaam geproduceerd hout wordt verstaan: hout dat voldoet aan de Dutch Procurement Criteria for Timber ten aanzien van duurzaam bosbeheer en de handelsketen, volgens de bijbehorende beoordelingsmethode, zoals op 24 juli 2008 vastgesteld door de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. De criteria zijn te vinden op <extref doc="http://www.tpac.smk.nl">www.tpac.smk.nl</extref>, onder "Documents".</al><al/><al>Indien hardhout wordt toegepast: in bestek opnemen dat leverancier een chain of custody- nummer moet hebben. Hardhout moet voldoen aan NEN 3180 klasse 1. Alternatieve materialen moeten tenminste voldoen aan de duurzaamheid als omschreven in de NEN 3180 klasse 1.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>2.3</nr><titel>Wet en regelgeving</titel></kop><structuurtekst><al>De wettelijke bepalingen dienen te allen tijde te worden overgenomen. De initiator wordt geacht bekend te zijn met de voor het ontwerp en uitvoering van belang zijnde wettelijke voorschriften. Voor de inrichting van de openbare ruimte wordt ten alle tijden de meest actuele wet- en regelgeving als geldend beschouwd.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>2.4</nr><titel>Beleidsnota’s</titel></kop><structuurtekst><al>Voor de verschillende assets zijn beheer- en beleidsplannen opgesteld. Hierin staan visie en eisen die gelden voor het ontwerpen en ontwikkelen van de openbare ruimte. De eisen zijn opgenomen in de LIOR. De initiator dient de beheer- en beleidskaders mee te nemen in het planproces. Een lijst van vastgestelde documenten is te vinden in bijlage 1: Beleidsnota’s. De initiator is verantwoordelijk voor het opvragen van een actuele en volledig volledige lijst bij de gemeente, aangezien (beleids)nota’s tussentijds kunnen worden gewijzigd of aangevuld.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>2.5</nr><titel>Duurzaamheid</titel></kop><structuurtekst><al>Het toekomstbestendig maken van de buitenruimte vraagt om invulling te geven aan thema’s als klimaatadaptatie, biodiversiteit en burgerparticipatie. Het is veelal de speelruimte voor de ontwerper om zijn kennis en creativiteit te gebruiken voor het ontwerpen van een innovatieve, toekomstbestendige en duurzame buitenruimte.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>2.6</nr><titel>Huidige Kwaliteitsniveaus</titel></kop><structuurtekst><al>Het ambitieniveau is een vastgestelde beeldkwaliteit voor het beheer en inrichting van de verschillende onderdelen van de openbare ruimte binnen de zes structuurgebieden (zie onderstaande afbeeldingen). De structuurgebieden zijn opgenomen in het beeldkwaliteitsplan van de gemeente Ouder-Amstel.</al><lijst><li nr="•"><al>Centra</al></li><li nr="•"><al>Hoofdwegen</al></li><li nr="•"><al>Bedrijventerreinen</al></li><li nr="•"><al>Groengebieden/parken</al></li><li nr="•"><al>Woongebieden</al></li><li nr="•"><al>Buitengebieden</al></li></lijst><al><plaatje><illustratie id="ieee67349-ee6f-4ca4-bd7a-db7380d5b083" naam="Afbeelding1ieee67349-ee6f-4ca4-bd7a-db7380d5b083.jpg" breedte="15cm" type="foto" hoogte="6.69cm"/></plaatje></al><al>Per deelgebied wordt de kwaliteit bepaald op verschillende gebieden als groen, verharding, straatmeubilair, oevers enz.</al><lijst><li nr="•"><al>Hoog (A)</al></li><li nr="•"><al>Basis (B)</al></li></lijst><al>De vastgelegde beeldkwaliteit dient in het dagelijks en planmatig beheer van de openbare ruimte gehandhaafd te kunnen worden. Bij de inrichting van de openbare ruimte dient hier bij de aanleg rekening mee gehouden te worden.</al><al>De ontwerpeisen zoals beschreven in hoofdstuk 3 LIOR zijn gebaseerd op het beeldkwaliteit niveau B. Voor locaties met beeldkwaliteit A kunnen aanvullende eisen worden gesteld en is meer ruimte voor maatwerk. Maatwerk geldt mogelijk ook voor de grote projecten ABPZ, De Nieuwe Kern en Entrada.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>3</nr><titel>Ontwerpcriteria</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst><paragraaf><kop><titel>Levensduur</titel></kop><structuurtekst><al>De ontwerplevensduur van de afzonderlijke elementen moet in overeenstemming zijn met het gemeentelijk beleid zoals verwoord in de beleids- en beheerplannen. In onderstaande tabel is een opsomming gemaakt van de minimale ontwerplevensduur van de elementen waarvan deze is vastgesteld.</al><al/><al>De ontwerplevensduur is de structurele levensduur van de volledige constructie of installatie. Dit betekent dat gedurende deze periode normaal onderhoud of reparaties nodig zullen zijn, maar onder de te verwachten omstandigheden geen groot onderhoud of vervanging. Bij het inrichten van de openbare ruimte dienen deze <onderstreept>minimale</onderstreept> termijnen in acht te worden genomen bij de ontwerp- en materiaalkeuze.</al><tussenkop kopopmaak="vet">Element Ontwerplevensduur in jaren</tussenkop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="55*"/><colspec colname="col3" colwidth="40*"/><tbody><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col3"><al>Wegen en verkeer:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>•</al></entry><entry colname="col2"><al>Asfaltconstructie (asfalt met complete fundering) </al></entry><entry colname="col3"><al>20 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>•</al></entry><entry colname="col2"><al>Elementenverhardingsconstructie</al></entry><entry colname="col3"><al>20 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Betonverhardingsconstructie </al></entry><entry colname="col3"><al>50 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col3"><al>Technische installaties: </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Elektrotechnische onderdelen (software)</al></entry><entry colname="col3"><al>25 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Mechanische onderdelen (hardware)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Infrastructuur / bouwkundig</al></entry><entry colname="col3"><al>60 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col3"><al>Kunstwerken:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Vaste brug beton</al></entry><entry colname="col3"><al>80 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Vaste brug hout</al></entry><entry colname="col3"><al>40 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Vaste brug staal</al></entry><entry colname="col3"><al>60 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Vaste brug kunststof</al></entry><entry colname="col3"><al>60 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Tunnel beton </al></entry><entry colname="col3"><al>80 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col3"><al>Riolering:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Vrijverval riolering DWA/gemengd ongefundeerd </al></entry><entry colname="col3"><al>20 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Vrijverval riolering DWA/gemengd gefundeerd</al></entry><entry colname="col3"><al>60 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Vrijverval riolering HWA</al></entry><entry colname="col3"><al>40 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Persleiding drukriolering buitengebied</al></entry><entry colname="col3"><al>30 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Persleiding transport </al></entry><entry colname="col3"><al>60 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Elektrotechnische / mechanische onderdelen</al></entry><entry colname="col3"><al>15 jaar </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Bouwkundige onderdelen </al></entry><entry colname="col3"><al>50 jaar </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col3"><al>Oeverbeschermingen: </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Oeverbescherming metselwerk</al></entry><entry colname="col3"><al>60 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Oeverbescherming staal (damwand)</al></entry><entry colname="col3"><al>80 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Oeverbescherming hout (damwand)</al></entry><entry colname="col3"><al>40 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col3"><al>Openbare verlichting: </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Lichtmast </al></entry><entry colname="col3"><al>40 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Armatuur </al></entry><entry colname="col3"><al>20 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col3"><al>Groen/Spelen/Straatmeubilair</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Bomen</al></entry><entry colname="col3"><al>50 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Heesters</al></entry><entry colname="col3"><al>25 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Speeltoestellen</al></entry><entry colname="col3"><al>15 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Straatmeubilair</al></entry><entry colname="col3"><al>25 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col3"><al>Afval</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Afvalcontainer (betonnen bak)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Afvalcontainer (binnenbak)</al></entry><entry colname="col3"><al>15 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>• </al></entry><entry colname="col2"><al>Afvalbak</al></entry><entry colname="col3"><al>10- 15 jaar</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>In zettingsgevoelige gebieden kan de ontwerplevensduur afwijken. Deze afwijking dient in het proces schriftelijk te worden voorgelegd aan de gemeente, conform het gestelde in bijlage 2 van de LIOR (Procedure van afwijking).</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><structuurtekst><al>In deze paragraaf staan de algemene randvoorwaarden die bij de inrichting van de openbare ruimte meegenomen moeten worden. Het zijn de overkoepelende randvoorwaarden in het inrichtingsproces.</al><al/><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Ontwerp volgens de visie Duurzaam Veilig Wegverkeer 3, 2018-2030.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Ontwerp volgens het Handboek Politiekeurmerk Veilig Wonen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Ontwerp volgens de Handreiking bereikbaarheid Hulpdiensten (Voor ontwerp en beheer).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Ontwerp volgens het Handboek voor toegankelijkheid</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Gebruik voor alle verkeerstechnische ontwerpen de ideale maatvoering conform de actuele ASVV (Aanbeveling Stedelijke Verkeersvoorzieningen) en relevante CROW-publicaties. Zij geven richtlijnen voor minimummaten en ideale maten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>De restzetting van het openbaar gebied mag maximaal 0.20 m in 10.000 dagen zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.7</al></entry><entry colname="col2"><al>De openbare ruimte dient te zijn ingericht om een korte en heftige bui, die 1 keer per 100 jaar valt te verwerken (bui T=100 (75 mm in 1 uur en 90 mm in 2 uur)) zonder dat er overlast optreedt. (Volgens het GRP Ouder-Amstel 2018-2022).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Hierbij dient rekening te worden gehouden met eventueel afstromende neerslag van particulier terrein. (overtollig hemelwater dat de particulier niet op eigen terrein kan verwerken).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Onder ‘‘verwerken’’ wordt verstaan het tijdig kunnen afvoeren van hemelwater (over maaiveld) richting het oppervlaktewater (geen bergingseis), waarbij de afvoercapaciteit van het riool minimaal 20 mm/uur bedraagt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Daarnaast mag bij de het vallen van een bui T=100, water maximaal 2 uur op straat blijven bij erftoegangswegen en maximaal 0,5 uur bij gebiedsontsluitingswegen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.11</al></entry><entry colname="col2"><al>De ontwateringseis is minimaal 0,90 m onder het maaiveld.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.12</al></entry><entry colname="col2"><al>Om toename van kwel te voorkomen dan wel te beperken, dienen bestaande slecht doorlatende lagen in de bodem intact te blijven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.13</al></entry><entry colname="col2"><al>De initiator dient ten aller tijden een nette overgang te realiseren met bestaande te handhaven objecten, waarbij hemelwater ten aller tijden van de gemeentelijke verharding naar het gemeentelijk stelsel moet afvloeien. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.14</al></entry><entry colname="col2"><al>De initiator is ten aller tijden verantwoordelijk voor het uitvoeren van de gevraagde en benodigde onderzoeken. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.15</al></entry><entry colname="col2"><al>De initiator is verantwoordelijk voor de benodigde vergunningen. Dit betreft ook vergunningen van derden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.16</al></entry><entry colname="col2"><al>De initiator dient kennis te nemen van eventueel gebruik van de locatie voor evenementen, markten etc. en dient dit mee te nemen in het ontwerp.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.17</al></entry><entry colname="col2"><al>De initiator dient kennis te nemen van de cultuurhistorische en archeologische waarden en deze mee te nemen in het ontwerp.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.18</al></entry><entry colname="col2"><al>Definitieve toepassing materialen is ten allen tijde voorbehouden aan besluit gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Aanbeveling:</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.19</al></entry><entry colname="col2"><al>Als we kijken naar toekomst bestendig, robuust en klimaat adaptief, adviseren wij u om een hogere ontwateringeis van bijvoorbeeld 1,20 m onder het maaiveld aan te houden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>2</nr><titel>Wegen en verkeer</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>2.1</nr><titel>Gebiedsontsluitingswegen</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Verkeerskenmerken</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Max. Snelheid: 50 km/uur (bibeko) of 80 km/uur (bubeko). De gemeente heeft geen 80 km/uur wegen in haar beheer. Wegen buiten de bebouwde kom met een max. snelheid van 80 km/uur zijn provinciale wegen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Ontwerp snelheid: 50 km/uur (bibeko) of 80 km/uur (bubeko).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Etmaal intensiteit: &gt; 10.000 mvt/etm.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Wegindeling</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Scheiding richting: gemarkeerde of fysieke scheiding rijrichtingen (50 km/uur).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Rijbaanindeling: 2x1 rijbaan (50 km/uur).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Breedte rijbaan: volgens ideale maten ASVV.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Positie fiets: gescheiden vrij liggende fietsvoorzieningen. Breedte minimaal 2,50 m (1-richting) en 3,00 m (2-richting).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Positie bromfiets: op gemeentelijke wegen, zowel binnen als buiten de bebouwde kom op de rijbaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Positie voetganger: gescheiden voorzieningen (bibeko) of op het fietspad (bubeko).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Positie openbaar vervoer: halteren op rijbaan (bibeko) of in havens (bubeko). Hierover afstemming zoeken met de vervoerregio/concessiehouders ov.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Parkeren: in vakken naast de rijbaan. Voor rijbaan wordt de definitie zoals in de ASVV gehanteerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Omgevingskenmerken</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.12</al></entry><entry colname="col2"><al>Verharding: gesloten</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.13</al></entry><entry colname="col2"><al>Bebouwing: op afstand (variabel, minimaal 4,00 m vanuit zijkant hoofdrijbaan).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.14</al></entry><entry colname="col2"><al>Erfontsluitingen: ja, uitritten zijn toegestaan. Bij aansluiting van 30 km/uur-wegen op 50 km/uur-wegen een poortconstructie toepassen.</al><al>Uitritten van terreinen, gebouwen en woningen zijn situatieafhankelijk en dienen altijd aan de gemeente te worden voorgelegd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Kruispuntprincipes</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.15</al></entry><entry colname="col2"><al>Gelijkvloers met snelheidsbeperkende maatregelen en voorrangsregeling. Zo vormgeven dat een verkeerregelinstallatie niet nodig is. Eventueel een rotonde aanleggen, dit is ter besluitvorming aan de gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.16</al></entry><entry colname="col2"><al>Pas als verhardingsmateriaal asfalt toe.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.17</al></entry><entry colname="col2"><al>Opbouw hoofdrijbaan: de opbouw van gesloten verhardingsconstructies baseren op een verhardingsadvies, waarin op basis van berekeningen een voorstel gedaan wordt van de opbouw. Dit moet voldoen aan CE-markering voor asfalt en uit functionele eisen bestaand. Het verhardingsadvies bevat een voorstel voor samenstelling en gradering van de mengsels een laagdiktes.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.18</al></entry><entry colname="col2"><al>Opbouw fietspad: de opbouw van gesloten verhardingsconstructies baseren op een verhardingsadvies, waarin op basis van berekeningen een voorstel gedaan wordt van de opbouw. Dit moet voldoen aan CE-markering voor asfalt en uit functionele eisen bestaand. Het verhardingsadvies bevat een voorstel voor samenstelling en gradering van de mengsels een laagdiktes.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.19</al></entry><entry colname="col2"><al>Overgang asfaltelementen: bij overgangen van asfaltverharding naar verhardingen met klinker- of tegelverharding loopt de fundering van de asfaltverharding (de zwaarste constructie) minimaal 5 meter door onder de klinker- of tegelverharding voorbij de overgangsconstructie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.20</al></entry><entry colname="col2"><al>Gootlagen: gootlagen bestaan uit betonstraatstenen grijs 210x105x80 mm dik of goottegels 300x150 mm. Beide op specie aangebracht. Dikte goottegels in overeenstemming met asfaltlagen. De tegels worden in specie op onderliggende asfalt-laag gemetseld.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.21</al></entry><entry colname="col2"><al>Kantopsluiting: kantopsluiting bij hoofdwegen, trottoirband 18/20 cm, in metselspecie gesteld op een onderlaag van asfalt, voorzien van een steunrug beton B30.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.22</al></entry><entry colname="col2"><al>Afwatering: dit is afhankelijk van materiaal en ondergrond en ter beoordeling aan de gemeente. Algemeen een dwarshelling van minimaal 2,5%.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.23</al></entry><entry colname="col2"><al>Natuurlijke afwatering via de bodem en het oppervlaktewater heeft de voorkeur. Indien dit niet mogelijk is grondverbetering aanbrengen voor het verbeteren van de waterkwaliteit.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.24</al></entry><entry colname="col2"><al>Ten behoeve van laden/lossen havens aanleggen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Aanbeveling:</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.25</al></entry><entry colname="col2"><al>Breedte fietspad (2-richting) 4,00 m.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>2.2</nr><titel>Erftoegangswegen</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Verkeerskenmerken</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Max. snelheid: 30 km/uur (bibeko) of 60 km/uur (bubeko)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Ontwerp snelheid: 30 of 60 km/uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Etmaal intensiteit: &lt; 6.000 mvt/etm.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Vrachtverkeer: incidenteel</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Om een straat of stelsel van straten juridisch kenbaar te maken als 30 of 60 km/uur-zone, worden twee borden toegepast, namelijk A1 (zone) om het begin van de 30 of 60 km zone aan te geven en A2 (zone) om het eind van de 30 of 60 km zone aan te geven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.6</al></entry><entry colname="col2"><al>De maximaal toelaatbare snelheid moet herkenbaar zijn door de inrichting van de desbetreffende straat of weg dan wel uit de aangebrachte snelheidsremmende voorzieningen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Doorgaand verkeer op dit wegtype dient te worden vermeden, de straten hebben een functie voor verkeer dat zijn bestemming of herkomst heeft op deze straten of in de directe omgeving.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.8</al></entry><entry colname="col2"><al>De bereikbaarheid (voor hulpdiensten) dient te zijn gewaarborgd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Wegindeling</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Scheiding rijrichtingen: geen scheiding van rijrichtingen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Rijbaanindeling: 1 rijbaan voor autoverkeer. Geen aparte fietsvoorzieningen. Bij eenrichtingsverkeer een fietssuggestiestrook aanbrengen voor fietsers tegen de rijrichting in.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Breedte rijbaan: volgens ideale maten ASVV.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.12</al></entry><entry colname="col2"><al>Maak maximale rechtstanden met een lengte tussen de 70 en 100 m. Zorg voor een snelheidsremmende maatregel indien de rechtstand meer dan 100 m is.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.13</al></entry><entry colname="col2"><al>Positie fiets: zowel binnen als buiten de bebouwde kom op de rijbaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.14</al></entry><entry colname="col2"><al>Positie bromfiets: op de rijbaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.15</al></entry><entry colname="col2"><al>Positie voetganger: de indruk moet worden vermeden dat de betrokken straten en weggedeelten in een erftoegangsweg deel uitmaken van een erf. Het onderscheid tussen een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom en een erf komt het beste tot zijn recht door straten te voorzien van trottoirs. Aan de zijde(n) van een erftoegangsweg waar woningen zijn gelegen, moet een verhoogd trottoir of een van de rijloper gescheiden loopstrook aanwezig zijn. Bij een erftoegangsweg buiten de bebouwde kom wordt geen trottoir aangelegd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.16</al></entry><entry colname="col2"><al>Positie openbaar vervoer: beperkt, bij voorkeur niet. Halteren op de rijbaan. Hierover afstemming zoeken met de vervoerregio/concessiehouders ov.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.17</al></entry><entry colname="col2"><al>Positie gemotoriseerd langzaam verkeer: op de rijbaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Omgevingskenmerken</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.18</al></entry><entry colname="col2"><al>Verharding: de rijbaan bestaat uit een elementenverharding. Het bestratingsmateriaal van kruispunten, parkeervakken en trottoirs en dergelijke dienen bij voorkeur contrasterend van kleur te zijn ten opzichte van de rijbaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.19</al></entry><entry colname="col2"><al>Bebouwing: dicht op de weg (&lt;10 m) en georiënteerd op de weg.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.20</al></entry><entry colname="col2"><al>Erfaansluitingen: toegestaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Kruispuntprincipes</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.21</al></entry><entry colname="col2"><al>Met gebiedsontsluitingswegen: toegestaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.22</al></entry><entry colname="col2"><al>De overgang van een weg met een 60 km/uur regime naar een 30 km/uur-zone wordt vormgegeven volgens de CROW-publicatie 228 en de ASVV. Hierbij wordt een poortconstructie toegepast.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.23</al></entry><entry colname="col2"><al>Met fietsroute: gelijkvloers.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.24</al></entry><entry colname="col2"><al>Met voetpaden: afhankelijk van de situatie. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.25</al></entry><entry colname="col2"><al>Voetgangersoversteekplaats: alleen daar waar noodzakelijk. Met verkeersborden L02f. Een VOP moet zodanig zijn gesitueerd/ vormgegeven dat hij een natuurlijke oversteekplaats voor voetgangers vormt. Als voetgangers diffuus oversteken mag geen VOP worden toegepast.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.26</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij aansluiting op 50 km weg (gebiedsontsluitingsweg) poortconstructie toepassen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.27</al></entry><entry colname="col2"><al>Pas als verhardingsmateriaal elementenverharding toe</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.28</al></entry><entry colname="col2"><al>Opbouw hoofdrijbaan, elementenverharding:</al><al>• Betonstraatstenen van het type keiformaat 210x105x80 mm dik met splintervrije kop en kleurvast;</al><al>• In keperverband met bisschopmutsen;</al><al>• Straatlaag: gemiddeld 100 mm straatzand of brekerzand;</al><al>• Fundering onder de rijbaan: verhardingslaag van ongebonden steenmengsel minimaal 250 mm dik (menggranulaat, sortering 0/31,5);</al><al>• Kantopsluiting: scheiding rijbaan met trottoir, trottoirband, in cementspecie aanbrengen op fundering;</al><al>• Kantopsluiting: scheiding rijbaan met groenstrook, trottoirband of scheidingsband, in cementspecie aanbrengen op fundering en voorzien van steunrug van schrale beton.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.29</al></entry><entry colname="col2"><al>Profiel: bij voorkeur tonrond conform de RAW-standaard, met 2 cm overhoogte bij aanleg.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.30</al></entry><entry colname="col2"><al>Afwatering:</al><al>• dit is afhankelijk van materiaal en ondergrond en ter beoordeling aan de gemeente. Dwarshelling minimaal 3%.</al><al>Natuurlijke afwatering via de bodem en het oppervlaktewater heeft de voorkeur. Indien dit niet mogelijk is grondverbetering aanbrengen voor het verbeteren van de waterkwaliteit.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.31</al></entry><entry colname="col2"><al>Parkeerstrook onderbreken bij inritten en zijpaden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Aanbeveling:</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.32</al></entry><entry colname="col2"><al>Kies bij water robuust inrichten voor een hol profiel met een goot in het midden voor extra waterberging op straat. Pas de onderlinge kolkafstanden hier op aan.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>2.3</nr><titel>Erven</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Algemeen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Toepassing van erven is zeer locatie specifiek en dient onderbouwd aan gemeente te worden voorgelegd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Erven dienen als verblijfsruimte en niet als verkeersruimte.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Richtlijnen van CROW zijn van toepassing.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>2.4</nr><titel>Parkeren</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Algemeen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.4.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij nieuwbouw dient het parkeernormenbeleid in acht te worden genomen. Voor het toepassen van betaald parkeren dient afstemming gezocht te worden met de gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.4.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij herstructurering/inpassing nieuwbouw in een bestaande omgeving moet het parkeernormenbeleid als basis worden genomen. Daarnaast moet er een parkeeronderzoek worden uitgevoerd om het aantal aan te leggen parkeerplaatsen te bepalen. Voor het toepassen van betaald parkeren dient afstemming gezocht te worden met de gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.4.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij woon- en zorgcomplexen en openbare gebouwen/voorzieningen dient nader overleg plaatst te vinden met de gemeente over de aanleg van mindervalideparkeerplaatsen. Hierbij voldoen aan de ASVV.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.4.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Op plaatsen waar parkeren ongewenst is, moet dit:</al><al>1. Middels parkeerverboden of parkeerverbod zones (officiële bebording, verkeersbesluit) gereguleerd worden;</al><al>2. Fysiek onmogelijk worden gemaakt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.4.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Maatvoering parkeervak(ken): volgens de ASVV.</al><al>Langsparkeren:</al><al>• Parkeerplaats op de kop dient 6,00 m te zijn in lengte</al><al>• Overige parkeerplaatsen 5,50 m lengte.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen uitvoering</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.4.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Pas als verhardingsmateriaal elementenverharding toe.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.4.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Opbouw parkeerplaats, elementenverharding:</al><al>• Betonstraatstenen van het type keiformaat 210x105x80 mm dik met splintervrije kop, kleur: zwart (kleurvast);</al><al>• In elleboogverband;</al><al>• Straatlaag: gemiddeld 100 mm straatzand of brekerzand;</al><al>• Fundering onder lang- en haaksparkeren langs de rijbaan: verhardingslaag van ongebonden steenmengsel minimaal 250 mm dik (menggranulaat, sortering 0/31,5);</al><al>• Altijd vakverdeling aanbrengen met betonstraatstenen van het type keiformaat 210x105x80 mm dik met splintervrije kop, kleur: wit (kleurvast);</al><al>• Parkeerbanden (stootbanden) toepassen bij haakse parkeervakken, bij uitzondering van haakse parkeervakken die in aansluiting zijn met een gazonstrook en voorzien zijn van een trottoirband als scheiding. Maatvoering overstek dient afgestemd te worden met de gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.4.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Blauwe zone:</al><al>• Alle parkeervakken voorzien van een P-tegel (300x300mm);</al><al>• De parkeervakken die behoren tot de tijdvakzone ’s voorzien van een blauwe markering d.m.v. betonstraatstenen van het type keiformaat 210x105x80 mm dik met splintervrije kop, kleur: blauw (kleurvast). </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.4.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Parkeerplaatsen langs groenvoorzieningen voorzien van een verharde uitstapstrook, minimaal 60 cm breed.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>2.5</nr><titel>Trottoirs en voetpaden</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Alle voetpaden:</al><al>• Verharding: in standaard situaties betontegels 300x300x45 mm;</al><al>• Pastegels: standaard 300x150x45 mm.</al><al>• Straatlaag: gemiddeld 30 mm straatzand, op een funderingslaag (zandbed);</al><al>• Zandbed: minimaal 250 mm dik.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Centrumgebied:</al><al>• Mogelijkheid tot een hoger beeldkwaliteitsniveau. Inrichting altijd in overleg met gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Voetpad kruisend met autoverkeer, bij garageboxen of andere situaties waarbij het voetpad bereden wordt:</al><al>• Verharding toepassen met een minimale dikte van 80 mm.</al><al>• Zandbed: minimaal 350 mm dik.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Voetpad langsparkeerplaatsen:</al><al>• Indien een voetpad langs de langsparkeerplaatsen ligt, hebben de eerste twee rijen betontegels een dikte van 80 mm.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Afwatering:</al><al>• Dwarshelling: 1:50;</al><al>• Afwatering mag niet plaatsvinden naar privéterrein.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.5.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Toegankelijkheid:</al><al>• Breng op- en afritten voor mindervaliden aan met een maximaal voelbaar hoogteverschil van 0,01 m vanaf de weg of weggoot. Zorg dat mindervaliden de inrichting gemakkelijk kunnen oversteken.</al><al>• Geleideroutes aanbrengen voor slechtzienden naar onder andere winkels, ov-haltes en voorzieningen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>2.6</nr><titel>Fietspaden</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Algemeen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.6.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Streef naar de situering van sociaal veilige fietspaden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Ontwerp een vrijliggend 1-richtingsfietspad met een breedte van min. 2,50 m en een 2-richtingsfietspad van min. 3,00 m.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Obstakelvrije zones: minimale afstand tussen rand fietspad en boom/ paal e.d. 0,45 m. Minimale afstand tussen rand fietspad en gesloten wand (muur, heg e.d.) bedraagt 1,00 m.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.6.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Kleur: rood met zwarte bitumen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.6.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Opbouw open verharding:</al><al>• Verharding: in standaard situaties betontegels 300x300x80 mm, kleur: rood;</al><al>• Pastegels: standaard 300x150x80 mm, kleur: rood;</al><al>• Straatlaag: gemiddeld 30 mm straatzand, op een funderingslaag (zandbed);</al><al>• Zandbed: minimaal 500 mm dik.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.6.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Opbouw gesloten verharding:</al><al>• De opbouw van gesloten verhardingsconstructies baseren op een verhardingsadvies, waarin op basis van berekeningen een voorstel gedaan wordt voor de opbouw. Dit voorstel moet voldoen aan CE-markering voor asfalt en uit functionele eisen bestaan. Het verhardingsadvies bevat een voorstel voor samenstelling en gradering van de mengsels en laagdiktes</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.6.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Asmarkering:</al><al>• Op een dubbele fietsstrook: betontegel 300x300x80 mm kleur: wit (elementenverharding of thermoplast (asfaltverharding)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.6.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Geen slijtlaag aanbrengen op fietspaden i.v.m. skeeleraars.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Aanbeveling</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.6.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Breedte fietspad (2-richting) 4,00 m.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.6.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor recreatieve fietspaden dient overleg met de gemeente te worden gevoerd over de eisen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>3</nr><titel>Bewegwijzering/bebording en markering</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst><paragraaf><kop><nr>3.1</nr><titel>Bebording</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Plaatsing verkeersborden volgens meest recente publicaties (RVV/CROW). Gebruik de uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Verkeerstekens/verkeersborden conform NEN 3381. Zelf ontworpen/bedachte bebording is niet toegestaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Toegepaste verkeersborden hebben reflectieklasse 3.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>De bevestiging van borden is uniform en niet diefstal- en vandalismegevoelig.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij aanbrengen nieuwe palen, rondom palen en middengeleiders in verharding flexibele voegvulling toepassen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.7</al></entry><entry colname="col2"><al>De lengte van de paal afstemmen op het aantal te monteren borden. De flespaal is ook geschikt voor het bevestigen van straatnaamborden. Uitgangspunt moet zijn zo min mogelijk borden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Extra aandacht voor de aansluiting van (element-) ver harding op de (flesse-) paal. Doel hiervan is onkruid te voorkomen en daarmee de onder houdbaarheid van de verharding te verbeteren.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Materiaal</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Het verkeersbord en paal zijn type flespaal, met een hals versterkt met ankers.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.10</al></entry><entry colname="col2"><al>De kleur van een straatnaambord is RAL 5017 verkeersblauw.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.11</al></entry><entry colname="col2"><al>De kleur van de opdruk is RAL 9016 verkeerswit.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.12</al></entry><entry colname="col2"><al>Recreatieve bewegwijzering wordt aangebracht door derden conform meest recente CROW publicatie.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>3.2</nr><titel>Paaltjes</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien paaltjes worden toegepast is de noodzakelijkheid onderbouwd en aan de gemeente voorgelegd ter toetsing.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Er zijn uitsluitend klappaaltjes toegepast die passen in een uitsparing in de weg. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Er worden geen palen in fietspaden aangebracht. Indien het een strooiroute betreft dient in overleg met de gemeente beoordeeld te worden of een paaltje noodzakelijk is om inrijden tegen te gaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Er is uniformiteit in het type sloten op paaltjes (standaard driekant) in verband met de bereikbaarheid voor hulpdiensten. Hangsloten worden uitsluitend geleverd door gemeente. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij toepassing van afzetpalen dient de bereikbaarheid voor reinigings- en hulpdiensten te allen tijde gegarandeerd te zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.6</al></entry><entry colname="col2"><al>De definitieve locatie van de oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur en de aan te wijzen parkeerplaats(en) dient in overleg met een derden partij, aangewezen door de gemeente en die in contact staan met de aanvrager en de verkeerskundige van de gemeente. Hierbij worden de criteria uit artikel 5 van Beleidsregels publieke oplaadinfrastructuur elektrische voertuigen gehanteerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.7</al></entry><entry colname="col2"><al>De oplaadpalen/-infrastructuur worden bij voorkeur geplaatst op strategische zichtlocaties in de nabijheid van de woningen / bedrijven van potentiële gebruikers. De voorkeur gaat uit naar centrale, goed bereikbare plekken in de wijken, zoals langs wijkontsluitingswegen of doorgaande wegen. Hiermee wordt voorkomen dat er grote verkeersstromen ontstaan binnen woonwijken wanneer elektrisch vervoer zijn vlucht neemt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Materiaal</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Een anti-parkeerpaal dient uitgevoerd te zijn als betonpaal in RAL wit kwarts of gelijkwaardig. Voet is 30 cm bij 30 cm en paal is een standaard maat.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Klappaaltjes zijn RAL rood wit, aluminium kap.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Hondenbeleidspaal dient uitgevoerd te worden in duurzaam kastanjehout met een lengte van 130 cm en een dikte van rond de 200 mm. Bovenop de afgeschuinde kop wordt er een ovaal uitgefreesd, waarin een willekeurige plaquette komt formaat 200 x 140 mm die bevestigd wordt met 2 en/of 4 rvs anti diefstal schroeven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.11</al></entry><entry colname="col2"><al>De aanduiding palen worden aan de bovenkant schuin afgezaagd in een hoek van circa 45 graden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.12</al></entry><entry colname="col2"><al>Bovenop de afgeschuinde kop wordt er een ovaal uitgefreesd, waarin een willekeurige plaquette komt formaat 200 x 140 mm die bevestigd wordt met 2 en/of 4 rvs anti diefstal schroeven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><plaatje><illustratie id="i550f13a0-8238-428d-a31c-55a3b1a3e607" naam="Afbeelding2i550f13a0-8238-428d-a31c-55a3b1a3e607.jpg" breedte="5.04cm" type="foto" hoogte="3.37cm"/></plaatje></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.13</al></entry><entry colname="col2"><al>1x flespaal met P-bord e-rijden type E4 met opschrift: Opladen elektrische voertuigen.</al><al>Dan wel onderbord met deze tekst (zie onderstaande afbeelding)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.14</al></entry><entry colname="col2"><al>1x onderbord met 2 pijlen (RVV OB504)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.15</al></entry><entry colname="col2"><al>In geval van plaatsing in blauwe-zonegebied:</al><al>- Onderbord met tekst: “geen parkeerduurbeperking van toepassing”.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><plaatje><illustratie id="i342fd255-1dee-4bbf-9aa5-a6960b348aa5" naam="Afbeelding3i342fd255-1dee-4bbf-9aa5-a6960b348aa5.jpg" breedte="5cm" type="foto" hoogte="11.24cm"/></plaatje></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.16</al></entry><entry colname="col2"><al>2x RVS tegel ofwel op gesloten bestrating spuiten van P e-rijdenlogo, afmeting 50x50cm (zie onderstaande afbeeldingen)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><plaatje><illustratie id="ia42bda1e-efa4-4354-9d71-ce182ff732f3" naam="Afbeelding4ia42bda1e-efa4-4354-9d71-ce182ff732f3.jpg" breedte="13cm" type="foto" hoogte="5.60cm"/></plaatje></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>3.3</nr><titel>Bewegwijzering en markering</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij aanleg bushaltes toegankelijkheid in acht nemen overeenkomstig CROW publicatie 233. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Blindengeleideroutes volgens ASVV 2012 aanbrengen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Markering conform CROW publicatie 207: richtlijnen voor de bebakening en markering van wegen 2015.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Bewegwijzering op basis van CROW publicaties 197, 222 en 262.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Nieuw te plaatsen verwijsborden dienen aan te sluiten op de vorm en stijl van de in de nabije omgeving toegepaste borden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>3.4</nr><titel>DRIS (Dynamisch Reizigers Informatie Systeem)</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.4.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanleg afstemmen met vervoersregio Amsterdam.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>4</nr><titel>Verharding</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst><paragraaf><kop><nr>4.1</nr><titel>BIV Bitumineuze verharding (asfalt)</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Dikte asfaltverhardingen en fundering altijd onderbouwen met behulp van berekeningen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Europese CE- markeringen voor asfaltconstructies gebruiken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>De opbouw van gesloten verhardingsconstructies moet gebaseerd zijn op een verhardingsadvies, waarin op basis van berekeningen een voorstel gedaan wordt van de opbouw. Het voorstel dient uit functionele eisen te bestaan. Het verhardingsadvies moet een voorstel bevatten voor samenstelling en gradering van de mengsels een laagdiktes.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij gebruik van opsluiting d.m.v. trottoirbanden een goot van halve tegels toepassen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Open asfaltsoorten alleen buiten de bebouwde kom toepassen als deklaag t.b.v. geluidreductie. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Als deklaag een asfalt soort kiezen met een zo groot mogelijke weerstand tegen rafeling wanneer er geen opsluiting is van banden of andere verharding.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Aanbeveling:</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.1.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Toepassen van alternatieven of innovatie in overleg met de gemeente.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>4.2</nr><titel>ELV Elementenverharding</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Op A locaties gebakken kleurechte klinkers toepassen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het ontwerp zo veel mogelijk op steenmaat maatvoeren. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij voorkeur fietsvriendelijke drempels toepassen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Houd bij het ontwerp rekening met machinaal straten (zo veel mogelijk op pakmaat). </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.2.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Kies voor trottoir- en opsluitbanden die d.m.v. verloopbanden op elkaar aan kunnen sluiten. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.2.6</al></entry><entry colname="col2"><al>In bochten dienen passende bochtbanden te worden gebruikt. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.2.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij hoekoplossingen gebruik maken van passende in- en uitwendige hoekstukken. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.2.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Kies hulpstukken zodanig dat zo min mogelijk bestrating pas gemaakt moet worden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.2.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Het straatwerk in de rijbaan wordt uitgevoerd in keperverband. De bestrating van parkeervakken en inritten in elleboogverband. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.2.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Pas donkerkleurige kleurige verharding toe op plaatsen waar vervuiling door olie kan worden verwacht, zoals opstelplaatsen en parkeervakken. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.2.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij fietsstroken een elementenverharding toepassen wanneer er kabels en leidingen onder de fietsstrook liggen. Verharding dient opneembaar te zijn door nutsbedrijven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.2.12</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij erftoegangswegen bubeko dient om bermschade te voorkomen aan beide zijden van de rijbaan een bermversteviging aangebracht te worden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Aanbevelingen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.2.13</al></entry><entry colname="col2"><al>Keuze kleur, type, verband van verharding op basis van beeldkwaliteit, in overleg met de gemeente. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.2.14</al></entry><entry colname="col2"><al>Klimaat adaptieve oplossingen hebben de voorkeur.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>4.3</nr><titel>BEV Cementverharding </titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Er dient geen BEV cementverharding te worden toegepast.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>4.4</nr><titel>HOV Half-openverharding</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.4.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Alleen toepassen op recreatieve paden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.4.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Kies voor een duurzame oplossing.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>5</nr><titel>Civiele kunstwerken</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst><paragraaf><kop><nr>5.1</nr><titel>Bruggen en viaducten</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Bruggen en viaducten dienen te voldoen aan het bouwbesluit.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Verkeersbrug dient minimaal te voldoen aan de verkeersklasse NEN normen 6707. De constructie dient getoetst te worden aan de 4 modellen in NEN 6707 (hoofdstuk 7).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>De constructie voetganger/fietsbrug, die ook toegankelijk dient te zijn voor dienstverkeer, moeten worden berekend volgens NEN 6707 De constructie dient getoetst te worden aan de 4 modellen in NEN 6707 (hoofdstuk 8).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Elektrische brug dient te voldaan aan NEN3140.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Verkeersbelasting dient te voldaan aan NEN-EN- 1991-2.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Bruggen en viaducten dienen te voldoen aan de wet geluidshinder.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Inspectie bruggen dient uitgevoerd te worden volgens NEN 2767-4.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Het ontwerp moet duurzaam, vandalismebestendig en onderhoudsarm zijn. Tevens dient sociale veiligheid gewaarborgd te worden door bijvoorbeeld open zichtlijnen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Bruggen moeten voldoen aan de Keurbepalingen van het waterschap.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Plaats geen tussensteunpunten in watergang, zonder goedkeuring HHAGV.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Er dient rekening gehouden te worden met voldoende doorvaarhoogte -breedte en -diepte ivm reinigingsvoertuigen van de watergang volgens het keur van HHAGV.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.12</al></entry><entry colname="col2"><al>Verkeersbruggen dienen te worden uitgevoerd met een verhoogd voetpad aan beide zijden. De breedte van de brug dient conform de aanliggende wegen te worden uitgevoerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.13</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij de dimensionering van fiets- en voetgangersbruggen dient rekening te worden gehouden met het gebruik van deze bruggen door kleine veeg- en strooiwagens.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.14</al></entry><entry colname="col2"><al>Voetgangbruggen dienen toegankelijk te zijn voor gehandicapten, rolstoelen ed. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.15</al></entry><entry colname="col2"><al>Zorg dat de verlichting op, rond of in de brug bijdraagt aan een (verkeers)veilige situatie, conform NSVV.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.16</al></entry><entry colname="col2"><al>Contact tussen staal met grond en water dient te worden voorkomen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.17</al></entry><entry colname="col2"><al>Rot/grondlijn extra coating aanbrengen ter bescherming, uitzoeken of dit kan in de LIOR en bij concept bespreken of dit wenselijk is.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.18</al></entry><entry colname="col2"><al>Grafitticoating aanbrengen bij onderdoorgangen en tunnels .</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.19</al></entry><entry colname="col2"><al>Toepassing van u vormige bakken als aansluiting op grijs gebied. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.20</al></entry><entry colname="col2"><al>Breedte tussen de leuningen minimaal 2,50 m.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Materiaal</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.21</al></entry><entry colname="col2"><al>Bruggen/viaducten/stijgers voorzien van een Epoxy slijtlaag of antisliplaag.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.22</al></entry><entry colname="col2"><al>Alle stalen materialen thermisch verzinken en coaten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.23</al></entry><entry colname="col2"><al>Stalen leuning coaten volgens nader te bepalen kleur.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.24</al></entry><entry colname="col2"><al>Leuningen zijn van duurzame materialen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Aanbevelingen:</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1.25</al></entry><entry colname="col2"><al>Alle bruggen dienen genummerd te worden met uniform plaatje met QR-code.</al><al><cursief>Nummering bewerkstelligen per brug, kwalificatie QR code, uniform plaatje voorschrijven (maten, kleur, tekst) en alle keuringen onderhoudswerkzaamheden aan ophangen.</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>5.2</nr><titel>Geluidsschermen/zichtschermen</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Keuze voor hoogte en lengte geluidsscherm dient onderbouwd te worden door berekeningen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Er dient gekozen te worden voor onderhoudsarme geluidsschermen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Geluidschermen dienen te worden voorzien van een grafitticoating.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Er dient rekening gehouden te worden met de toegankelijkheid van het onderhoudsmaterieel.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Aanbeveling:</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.2.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Geluidsschermen laten begroeiing met beplanting.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>5.3</nr><titel>Duikers (beton)</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ontwerpcriteria</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Duikers moeten voldoen aan de Keurbepalingen van het waterschap.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij beton conform BRL 9201 en NEN-EN 1917.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij een lengte van meer dan 40 m inspectieputten toepassen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.3.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Vlakke frontmuren toepassen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.3.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Pas een minimale werkruimte rondom de ingang van de duiker (duikermond) van 3 meter breed toe. Om de bereikbaarheid van het onderhoudsmaterieel te garanderen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>5.4</nr><titel>Keermuren en kademuren</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.4.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Keermuren kademuren conform bouwbesluit.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.4.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Waterkerende dilatatievoegen NEN 7030.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.4.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij materiaalgebruik rekening houden met tegengaan plantgebruik op de muren.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.4.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Pas om de 100 m uitklimladers toe.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>5.5</nr><titel>Beschoeiing en steigers</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.5.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Pas zo min mogelijk beschoeiing en steigers toe. Toon noodzaak aan. </al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>6</nr><titel>Kabels en Leidingen</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst><paragraaf><kop><nr>6.1</nr><titel>Kabel en leidingentracé </titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor eisen en voorwaarden voor het verwijderen, de aanleg en het verleggen van kabels en leidingen dient voldaan te worden aan:</al><al>Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Ouder-Amstel (AVOI);</al><al>Handboek kabels en leidingen Ouder-Amstel;</al><al>Schaderegeling ingravingen kabels en leidingen Ouder-Amstel;</al><al>Verlegregeling Ouder-Amstel;</al><al>Toelichting verlegregeling Ouder-Amstel.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor eisen en voorwaarden voor de aanleg van de kabels en leidingen dient contact te worden opgenomen met de betreffende kabel- en leidingbeheerders en de brandweer.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Zorg voor een goed bereikbaar kabels en leidingen tracé. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>In het ontwerp/inrichtingsplan het kabel- en leidingentracé opnemen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Kabels en leidingen mogen niet in uit te geven en/of private gronden worden gelegd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Kabels en leidingen bij voorkeur niet door waterkeringen aanleggen. Overleg hierover met het hoogheemraadschap is vereist. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Nutstracé’s worden niet onder steenfunderingen en/of gesloten verhardingen aangebracht en hebben een minimale breedte zonder middenspanning van ± 2,40 m. breed volgens het zogenaamde “Schagerprofiel”.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Houd rekening met aanwezige bomen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Geen diepwortelende beplanting boven kabels en leidingen situeren.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Geen bomen plaatsen op minder dan 1,00 m afstand van kabels en leidingen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Pas de keuze van de boomsoort aan wanneer deze tot een afstand van 2,50 m van kabels en leiding moet worden aangebracht. Indien een andere boomkeuze niet mogelijk of gewenst is dan voorzieningen treffen om ingroei boomwortels te voorkomen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Aanbeveling:</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.1.12</al></entry><entry colname="col2"><al>Kies het tracé bij voorkeur in gras. Voer overleg met de nutsbedrijven.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>6.2</nr><titel>Kabel en leidingprofiel (dwarsdoorsnede)</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Ter plaatse van tracé met kabels en leidingen dient een gronddekking conform de overeenkomst VNG en nutsbedrijven te worden toepassing. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij kruisingen met water een gronddekking van minimaal 1,0 m toepassen of een passende maatregel treffen in overleg met de gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Alle kabels en leidingen dienen ten minste 2,0 m vanaf het hart van de bestaande of de toekomstige bomen te worden geprojecteerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Een nutsprofiel dient te voldoen aan de meest recente versie van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><plaatje><illustratie id="ib2613b5a-59ec-40c3-be39-d4a9295fcb43" naam="Afbeelding5ib2613b5a-59ec-40c3-be39-d4a9295fcb43.jpg" breedte="13cm" type="foto" hoogte="12.49cm"/></plaatje></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.2.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Sleuven voor kabels en leidingen dienen te worden aangevuld met schoon zand.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.2.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Toepassen van puinfundering boven tracé met kabels en leidingen is niet toegestaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.2.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanbrengen van open verharding boven tracé met kabels en leidingen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.2.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij asfaltverharding moeten kabel- en leidingkruisingen met mantelbuizen worden gerealiseerd. De toe te passen mantelbuizen (afmeting en materiaal) vaststellen in overleg met betreffende nutsbedrijf. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.2.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Rekening houden met de kabels en leidingenvrije zone in verband met kruisingen t.b.v. huisaansluitingen naar het hoofdriool.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.2.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Plaats de kabels ten behoeve van de openbare verlichting zoveel mogelijk in het gezamenlijke nutstracé.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.2.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Oude, buiten gebruik gestelde kabels en leidingen dienen uit de ondergrond verwijderd te worden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.2.12</al></entry><entry colname="col2"><al>Vervang oude GPLK kabels (oude teerhoudende voedingskabels openbare verlichting).</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>6.3</nr><titel>Voedingskasten/marktskasten (NEN normen)</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>NEN norm 1010, NEN 3140, NEN-EN-50110.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Reserveer ruimte voor bovengrondse nutsvoorzieningen, probeer deze zoveel mogelijk te integreren in erfafscheidingen of gebouwde voorzieningen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Regelkasten, voedingskasten e.d. uitvoeren met een anti-graffiti coating.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Aanbevelingen:</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.3.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Voedingskasten t.b.v. OV moeten voldoen aan licht schakel systeem (komt keuze in 2019 welk systeem dit wordt).</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>7</nr><titel>Water</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst><paragraaf><kop><nr>7.1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Watergangen dienen te voldoen aan de eisen gesteld door Waterschap AGV. Hierover dient afstemming te worden gezocht met het Waterschap AGV.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Er dient voldaan te worden aan het Handboek wegen op dijken van BOWA en Isariz.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Er dient voldaan te worden aan het Handboek onderhoud oppervlaktewater van BOWA en Isariz.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>7.2</nr><titel>Oevers</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Taluds niet steiler dan 1:3.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Tussen bovenkant talud en verharding minimaal 1 m horizontale berm aanbrengen i.v.m. opsluiting van verharding en te plaatsen straatmeubilair.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Aanbeveling:</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Oevers bij voorkeur afwerken als natuurvriendelijke oever.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>7.3</nr><titel>Duikers</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Duikers dienen te voldoen aan het KEUR van Waterschap AGV.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>8</nr><titel>Riolering</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst><paragraaf><kop><nr>8.1</nr><titel>Leiding onder vrijverval</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Uitgangspunten voor de hydraulische berekeningen zijn opgenomen in het GRP.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>De minimale dekking op rioolbuizen bedraagt 1,20 m.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>De minimale diameter van de hoofdriolering is 250 mm.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>De maximale afstand tussen inspectieputten is 80 m. Op elke kruising van leidingen en bij hoekverdraaiingen inspectieputten toepassen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de bodemgesteldheid aanvullende eisen stelt aan de fundering van de riolering, dan moeten maatregelen worden uitgevoerd in overleg met de gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>DWA riolen ontwerpen als boomstructuur.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.1.7</al></entry><entry colname="col2"><al>HWA riolen ontwerpen als maasstructuur.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.1.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Het streven moet zijn om sprongen DWA riolen te voorkomen. Indien onvermijdbaar dan een inspectieput toepassen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.1.9</al></entry><entry colname="col2"><al>In DWA riolen mogen geen zinkers worden aangebracht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.1.10</al></entry><entry colname="col2"><al>In HWA riolen alleen zinkers indien onvermijdbaar.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.1.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij kruisende leidingen een onderlinge afstand van minimaal 30 cm aanhouden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.1.12</al></entry><entry colname="col2"><al>HWA riolen uitvoeren als IT-riool en volledig aanbrengen 10 cm onder laagste slootpeil.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.1.13</al></entry><entry colname="col2"><al>DWA verhang eerste 150 meter van een streng 1:300 daarna overgaan naar 1:500.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.1.14</al></entry><entry colname="col2"><al>De binnenonderkant van een leiding niet dieper dan 3,50 m onder maaiveld.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Materiaal</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.1.15</al></entry><entry colname="col2"><al>kleiner/gelijk Ø 400 mm in PVC.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8,1.16</al></entry><entry colname="col2"><al>groter Ø 400 mm beton.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>8.2</nr><titel>Leiding onder druk</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De minimale stroomsnelheid in de persleidingen is 0,70 m/sec en de maximale snelheid is 1,50 m/sec.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>De persleidingen leggen met een dekking van minimaal 0,80 m en een zodanig verloop dat ontluchten bij normaal bedrijf niet noodzakelijk is.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij aansluiting persleiding op vrijvervalriolering toepassen van een PVC ontvangstput met uitstroomvoorziening en luchtdicht deksel. Detailtekening ter goedkeuring voorleggen aan de gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>De persleiding dient voorzien te zijn van voldoende afsluiters op cruciale plaatsen om druk loos onderhoud uit te kunnen voeren.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.2.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien nodig in de persleidinghandbediende ontluchters aanbrengen. De ontluchters zodanig aanbrengen dat deze gemakkelijk bereikbaar zijn door middel van bijvoorbeeld straatpotten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Materiaal</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.2.6</al></entry><entry colname="col2"><al>hdpe.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>8.3</nr><titel>Putten</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij betonnen inspectieput onderbak zo hoog mogelijk maken om het aantal voegen te beperken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij toepassing stellagen: minimaal 3 lagen, maximaal 5 lagen Steens metselwerk.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij toepassen stelringen dient de hoogte van de stelringen ten hoogste gelijk te zijn aan 4 stellagen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.3.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Inspectieputten dienen te allen tijde bereikbaar te zijn; de deksels dienen goed bereikbaar te zijn voor inspectie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.3.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien er lozingen en/of grondsoorten met verontreiniging verwacht worden die het rioolstelsel aantasten (zeer agressieve of verwekende stoffen, hoge temperaturen, e.d.) de keuze van het materiaal hierop afstemmen. Onderdelen van het rioolstelsel beschermen tegen aantasting. Dit geldt ook indien er een rioolpersleiding op de put loost.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.3.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Als de afstand tussen de binnenonderkant van de buis en de bovenkant van het deksel 2,30 m of minder is, dan is de inwendige afmeting van de inspectieput minimaal 800 x 800 mm.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.3.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij putten met een grotere afstand tussen de binnenonderkant van de buis en de bovenkant van het deksel dan 2,30 m moet de inwendige afmeting van de put minimaal 1000 x 1000 mm zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.3.8</al></entry><entry colname="col2"><al>De inwendige afineting van de putten is daarnaast afhankelijk van de afmetingen van de aansluitende riolen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.3.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Inspectieput DWA altijd voorzien van geprefabriceerde stroomprofiel.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.3.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij de gemeente wordt uniformiteit van putranden en deksels nagestreefd. Het fabricaat van de putranden en deksels dient afgestemd te worden op het fabricaat van de reeds toegepaste putranden met deksel in de directe omgeving.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Materiaal</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.3.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Afhankelijk van locatie en afmetingen in kunststof of beton.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.3.12</al></entry><entry colname="col2"><al>Putafdekking van beton/gietijzer of een combinatie.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>8.4</nr><titel>Gemalen</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.4.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Er moet worden voldaan aan de eisen zoals beschreven in het PVE gemalen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>8.5</nr><titel>Kolk- en huisaansluiting </titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.5.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Per pand 1 DWA en 1 RWA uitlegger aanleggen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.5.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Per DWA opzetter mag niet meer dan één aansluitleiding worden aangesloten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.5.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Nabij perceelgrens, op particulier terrein (0,5 m binnen de erfgrens), altijd een controle put 315 mm toepassen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.5.4</al></entry><entry colname="col2"><al>De standaarddiameter van leidingen van huisaansluitingen is 125 mm.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.5.5</al></entry><entry colname="col2"><al>De standaard diameter van leidingen van huisaansluitingen op een bedrijventerrein is 160 mm.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.5.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Hoogteligging dekking huisaansluiting ter plaatse van de perceelsgrens: 0,80 m t.o.v. de kruin van de weg.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.5.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Per opzetter mag niet meer dan twee kolkleidingen worden aangesloten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.5.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Het toe te passen type kolk, straatkolk/trottoirkolk, dient in ieder geval per deelgebied uniform te zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.5.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Plaats bij parkeervakken de kolken in de molgoot tussen de parkeervakken in.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.5.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Plaats een kolk op elk tangentpunt van een kruising.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.5.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Houd minimaal 2,00 m afstand tussen kolken en snelheid remmende drempels.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.5.12</al></entry><entry colname="col2"><al>Plaats geen kolken ter plaatse van inritten naar eigen terrein.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.5.13</al></entry><entry colname="col2"><al>Plaats geen kolken ter plaatse van invalide inritten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.5.14</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij de gemeente wordt uniformiteit van kolken nagestreefd. Het toe te passen fabricaat en type kolken dient uniform te zijn en te worden afgestemd op het fabricaat en type van de reeds toegepaste kolken in de directe omgeving. Definitieve keuze van fabricaat en type kolk dient te worden afgestemd met de gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.5.15</al></entry><entry colname="col2"><al>Kolken voorzien van stankschermen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.5.16</al></entry><entry colname="col2"><al>Kolken op speelplaatsen, schoolpleinen en woonerven voorzien van een ES vergrendeling.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Materiaal</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.5.17</al></entry><entry colname="col2"><al>PVC.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.5.18</al></entry><entry colname="col2"><al>Kolken afhankelijk van locatie in kunststof of beton.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>9</nr><titel>Groen</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst><paragraaf><kop><nr>9.1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Versterk, door middel van sortimentskeuze, de verschillende stedenbouwkundige of landschappelijke sferen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Benut bestaande waterstructuren, landschapspatronen en/of elementen. Hou hierbij rekening met doorzichten en sociale veiligheid.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Creëer natuurvriendelijke oevers langs waterpartijen (talud met een helling tussen de 1:4 en 1:2).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Handhaaf en bescherm waardevolle, zeldzame en/of beschermde plantensoorten of levensgemeenschappen (Flora- en Faunaonderzoek).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Zorg dat openbaar groen niet direct aan particulier terrein grenst om onrechtmatig gebruik van groen tegen te gaan door bijvoorbeeld een pad of gemetselde erfafscheiding aan te brengen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Groen moet bereikbaar zijn voor gemotoriseerd onderhoudsmaterieel en mechanisch beheer.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Materiaal</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.1.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Plantmateriaal dat onder keuring van de Nederlandse Algemene keuringsdienst (N.A.K.) staat, moet met een B-plombe geleverd worden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.1.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Het plantmateriaal moet van een eerste kwaliteit, soort echt, goed gekweekt, op tijd verplant, ziektevrij en dicht met wortelharen bezet zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.1.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Teelgrond dient te voldoen aan de CROW richtlijnen, en dient altijd eerst voorgelegd te worden voor goedkeuring bij de gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.1.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Bomenzand dient te voldoen aan de richtlijnen in de CROW.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Aanbevelingen:</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.1.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Streef naar biodiversiteit, zorg voor variatie in soorten beplanting, waar mogelijk inheems, die aantrekkelijk is voor o.a. vogels, bijen en/of vlinders.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.1.12</al></entry><entry colname="col2"><al>Streef naar zo min mogelijk versnippering van groenvakken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.1.13</al></entry><entry colname="col2"><al>Braakliggende terreinen inzaaien met een bloemenmengsel.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>9.2</nr><titel>Bomen</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Een nieuw te planten boom moeten voldoende boven- en ondergrondse groeiruimte hebben om zich ongehinderd te kunnen ontwikkelen tot een volgroeide boom.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Een nieuw te planten boom moeten voldoende boven- en ondergrondse groeiruimte hebben om zich ongehinderd te kunnen ontwikkelen tot een volgroeide boom.</al><al>Bij de boomkeuze moet overlast in de toekomst zoveel mogelijk worden voorkomen.</al><al>Overlast kan b.v. bestaan uit vallende vruchten, uitwerpselen van bladluizen, schaduw, opdrukken van verharding of belemmeren van het zicht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Boomsoorten die gevoelig zijn voor besmettelijke ziekten worden niet in grote aantallen toegepast.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij het ontwerp moet er rekening mee gehouden worden dat bomen in de toekomst geen conflict opleveren met zonnepanelen of met de openbare verlichting.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Bomen worden alleen geplant in een groenvak van minimaal 20 m<sup>2</sup>.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Bomen mogen alleen in bijzondere gevallen in verharding worden toegepast. In die gevallen moet als ondergrondse groeiruimte bij klein blijvende bomen minimaal 10 m<sup>3</sup> bomenzand of boomgranulaat worden toegepast, voor middelgrote bomen 20 m<sup>3</sup> en voor grote bomen 30 m<sup>3</sup>.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.7</al></entry><entry colname="col2"><al>De afstand van een boom tot een perceelgrens moet minimaal 2 meter bedragen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Bomen die op de waardevolle bomenlijst zijn geplaatst dienen ingepland te worden in nieuwe plannen of ontwerpen. Deze bomen dienen behouden te blijven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Plaats de juiste soort boom op de juiste locatie; houd rekening met habitus/eindgrootte/wortelgroei in relatie tot onder- en bovengrondse omstandigheden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimale plantafstand (hart op hart) tussen bomen aan straten en wegen: ¾ x de kroondiameter in volgroeide toestand.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Voorkom een tunneleffect langs wegen om concentratie van luchtvervuiling te voorkomen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.12</al></entry><entry colname="col2"><al>Plaats bomen minimaal ½ kroondiameter + 1 m (in volgroeide toestand) afstand van verticale objecten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.13</al></entry><entry colname="col2"><al>Plaats bomen minimaal 2 meter van een erfafscheiding.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.14</al></entry><entry colname="col2"><al>Plaats bomen zo dat in volgroeide toestand het wortelpakket volledig kan uitgroeien, houdt hier ook rekening mee met de inrichting van de ondergrondse groeiruimte.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.15</al></entry><entry colname="col2"><al>Houd rekening met verminderde groeiruimte voor wortels van bomen in taluds of vlak boven de waterspiegel.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.16</al></entry><entry colname="col2"><al>Zorg dat bewoners zo min mogelijk schaduwoverlast krijgen. Het is acceptabel wanneer bewoners een deel van de dag schaduw in hun huis of tuin hebben, mits de zon ook gedurende een deel van de dag binnenvalt. Zie schaduwdriehoek (bijlage 1).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.17</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimale afstand lichtmasten met een hoogte van 6 meter of meer: 5 meter.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.18</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimale afstand kolken en inspectieputten: 2 meter.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.19</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimale afstand kabels en leidingen: 2 meter.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.20</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimale afstand hoogspanningsleidingen: 5 meter.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.21</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimale maat boom tot ondergrondse afvalcontainer moet ½ kroondiameter +1 meter in volgroeide toestand uit de buitenkant van de ondergrondse constructie zijn, om de containers zonder schade aan de kroon te kunnen legen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.22</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimale vrije doorrijhoogte langs wegen met max. snelheid van 30-50 km/u: 4,2 meter.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.23</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimale vrije doorrijhoogte langs voet- en fietspaden en parkeerplaatsen: 2,5 meter.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Materiaal</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.24</al></entry><entry colname="col2"><al>Maatvoering minimaal 18/20 bij ontsluitingswegen/accentpunten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.2.25</al></entry><entry colname="col2"><al>Maatvoering minimaal 16/18 bij woonstraten.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>9.3</nr><titel>Boombeschermers</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Bomen dienen voorzien te worden van twee boompalen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Boomroosters toepassen in verharding, daar waar een plantgat beloop- of berijdbaar moet zijn. Alleen op A locaties en ter goedkeuring gemeente, op B locaties worden geen boomroosters toegepast. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>De grootte en zwaarte van de rooster is afhankelijk van de belasting. Rooster aanpassen aan het gebruik van de verharding en de grootte van de boom in volwassen toestand.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.3.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Boombeschermers toepassen bij bomen in gras en verharding.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.4.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de verwachting is dat door verkeersbewegingen schade aan een boom zou kunnen ontstaan (bijv. bij parkeervakken), dient een boombescherming te worden toegepast.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Materiaal</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.4.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Boompalen tamme kastanje kopmaat 8 cm doorsnede, lengte 2,50 m.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.4.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Boomband type autogordel.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>9.4</nr><titel>Bosplantsoen</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.4.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij het aanbrengen van bosplantsoen wordt gebruik gemaakt van inheemse soorten of soorten met een grote ecologische waarde.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.4.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Inplanten van bosplantsoen dient te gebeuren met gesloten vakken met een opbouw van laag aan de randen naar hoog in het midden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.4.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Vakken zijn minimaal 5 bij 5 meter.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.4.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij aanplant van bosplantsoen wordt gelet op voldoende variatie in soorten en de waarde van die soorten als voedsel en schuil- of nestgelegenheid voor dieren.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>9.5</nr><titel>Gras en kruidachtige</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.5.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij aanleg moet het terrein vlak of onder de aangegeven taludhelling zijn afgewerkt zonder verdere oneffenheden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.5.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Taluds mogen niet steiler zijn dan 1:3.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.5.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Het terrein moet met gangbare maaimachines onderhouden kunnen worden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.5.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij langere slootkanten moet maximaal om de 100 m een deel van de slootkant zodanig worden ingericht dat het water zichtbaar blijft.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.5.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Gazons moeten bereikbaar zijn voor maaimachines met een breedte van 2 meter en te maaien zijn met maaimachines van 2 meter breed.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.5.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Obstakels in gazons moeten zodanig worden geplaatst dat er zo min mogelijk handmatig maaiwerk over blijft.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.5.7</al></entry><entry colname="col2"><al>De draagkracht van de bodem en de ontwatering moeten voldoende zijn om machinaal te kunnen maaien.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.5.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Gazons moeten een deel van de dag direct zonlicht kunnen ontvangen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.5.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Graskanten moeten voor de hoogteligging aansluiten op aangrenzend gebied.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.5.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimale breedte van een grasstrook is 2 m<sup>1</sup>.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Materiaal</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.5.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Gazons trap- en speelvelden worden ingezaaid met GZ9 mengsel, 2 kg/are.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.5.12</al></entry><entry colname="col2"><al>Bermen worden ingezaaid met een B3 mengsel 0,75 per are of met een kruidenmengel passend bij de ondergrond.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>9.6</nr><titel>Heesters (opgaand en sierheesters)</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.6.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De gekozen soorten moeten een duidelijk aantoonbare sierwaarde hebben moeten passen binnen het gemiddelde budget voor vervanging en onderhoud.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.6.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Beplantingsvakken met sierheesters mogen niet smaller zijn dan 1 meter.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.6.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Sierheesters die uitzicht belemmerend kunnen zijn voor het wegverkeer mogen geen eindhoogte hebben die hoger is dan 1 m.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.6.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Sierheesters op plaatsen waar vaak mensen langs lopen, mogen geen stekels of doorns hebben. Dit geldt ook voor uitstapstroken langs parkeerplaatsen en kinderspeelplaatsen.</al><al>Langs sociaal onveilige routes dienen juist wel sierheesters met stekels of doorns te worden toegepast.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.6.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Op plaatsen waar veel kinderen komen, mogen geen sierheesters worden toegepast die scherpe doorns hebben of erg giftige vruchten dragen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.6.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Beplantingen met sierheesters die lager blijven dan 2 m, mogen niet grenzen aan bermen, ruigten en slootkanten omdat de beplanting dan overwoekerd raakt door ruigte- en bermsoorten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.6.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Sierheesters worden niet toegepast op plaatsen waar de grondwaterstand minder dan 30 cm beneden maaiveld ligt (bijvoorbeeld bij slootkanten).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.6.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimale afmeting van plantvakken met heesters: 1,5 m<sup>1</sup> en 10 m<sup>2</sup>.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.6.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Zorg voor onderhoudsarme beplanting: de juiste keuze voor de juiste plaats.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.6.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Stem het sortiment heesters en bomen op elkaar af: denk aan de lichtdoorlatendheid van de boomkroon.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.6.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Stem soorten en aantallen beplanting zodanig af dat een plantvak binnen 4 jaar gesloten is om onkruidgroei te beperken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.6.12</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij plantvakken in de lengterichting van langsparkeervakken een verharde uitstapstrook van 0,45 m<sup>1</sup> aanbrengen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.6.13</al></entry><entry colname="col2"><al>Langs bochten in wegen heesters van maximaal 50 cm hoog aanbrengen wegens verkeersveiligheid.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.6.14</al></entry><entry colname="col2"><al>Langs voet- en fietspaden heesters van maximaal 1 m hoog aanbrengen wegens sociale veiligheid.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.6.15</al></entry><entry colname="col2"><al>Voorkom ‘verrommeling’: plant verschillende soorten in één vak geclusterd, en niet door elkaar.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>9.7</nr><titel>Bodem bedekkende heesters</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Eisen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.7.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Vakken met bodem bedekkende heesters mogen niet grenzen aan bermen, ruigten en slootkanten. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.7.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Beplantingsvakken met bodem bedekkende heesters mogen niet smaller zijn dan 1 meter.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.7.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Sierheesters op plaatsen waar vaak mensen langs lopen, mogen geen stekels of doorns hebben. Dit geldt ook voor uitstapstroken langs parkeerplaatsen en kinderspeelplaatsen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.7.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Op plaatsen waar veel kinderen komen, mogen geen sierheesters worden toegepast die scherpe doorns hebben of erg giftige vruchten dragen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.7.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Bodem bedekkende heesters worden niet toegepast op plaatsen waar de grondwaterstand minder dan 30 cm beneden maaiveld ligt (bijvoorbeeld bij slootkanten).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.7.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimale afmeting van plantvakken met heesters: 1,5 m<sup>1</sup> en 10 m<sup>2</sup>.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.7.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Zorg voor onderhoudsarme beplanting: de juiste keuze voor de juiste plaats.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.7.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Stem het sortiment heesters en bomen op elkaar af: denk aan de lichtdoorlatendheid van de boomkroon.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.7.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Stem soorten en aantallen beplanting zodanig af dat een plantvak binnen 4 jaar gesloten is om onkruidgroei te beperken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.7.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij plantvakken in de lengterichting van langsparkeervakken een verharde uitstapstrook van 0,45 m<sup>1</sup> aanbrengen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.7.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Langs bochten in wegen heesters van maximaal 50 cm hoog aanbrengen wegens verkeersveiligheid.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.7.12</al></entry><entry colname="col2"><al>Langs voet- en fietspaden heesters van maximaal 1 m hoog aanbrengen wegens sociale veiligheid.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.7.13</al></entry><entry colname="col2"><al>Voorkom ‘verrommeling’: plant verschillende soorten in één vak geclusterd, en niet door elkaar.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>9.8</nr><titel>Hagen</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.8.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De kniphoogte van hagen mag niet hoger zijn dan 200 cm en niet lager dan 50 cm.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.8.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Een haag mag niet breder zijn dan 200 cm en niet smaller dan 50 cm.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.8.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Beplantingsvakken met hagen mogen niet smaller zijn dan 1 meter.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.8.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Hagen die uitzicht belemmerend kunnen zijn voor het wegverkeer mogen geen kniphoogte hebben die hoger is dan 50 cm.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.8.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij hagen tegen een perceelgrens moet worden afgesproken dat de particuliere zijde door de eigenaar/gebruiker van dat perceel wordt onderhouden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>9.9</nr><titel>Bollen en vaste planten</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.9.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De gekozen soorten moeten een duidelijk aantoonbare sierwaarde hebben. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.9.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Alleen toepassen op plekken waar een groot publiek er van kan genieten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.9.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Bollen worden toegepast als toevoeging aan andere groenvoorzieningen zoals gras of heesters.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.9.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Beplantingsvakken met vaste planten mogen niet smaller zijn dan 1 meter.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.9.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Bollen of vaste planten worden niet toegepast op plaatsen waar de kans groot is dat er frequent door de beplanting gelopen of gereden wordt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.9.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Op plaatsen waar veel kinderen komen, mogen geen bollen of vaste planten worden toegepast die giftige vruchten dragen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.9.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Beplantingen met vaste planten mogen niet grenzen aan bermen, ruigten en slootkanten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.9.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Vaste planten alleen daar toepassen als er veilig gewerkt kan worden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.9.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Vaste planten en bollen worden niet toegepast op plaatsen waar de grondwaterstand minder dan 30 cm beneden maaiveld ligt (bijvoorbeeld bij slootkanten).</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>10</nr><titel>Openbare verlichting</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst><paragraaf><kop><nr>10.1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Op vrijwel alle installaties in de openbare ruimte zijn de laagspanningsnormen NEN1010 juli 2015 en NEN3140+A1:2015 van kracht, en op sommige installaties de hoogspanningsnormen NEN-EN-IEC 61936 en NEN-EN 50522.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Hanteren van het advies, uitgangspunten en aanbevelingen van de NSVV.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor verlichting bij parkeerplaatsen dient NPR 13201-1 ‘Richtlijnen voor Openbare Verlichting’ gehanteerd te worden. Minimaal 3 lux bij kleinere parkeerplaatsen. Bij grotere parkeerplaatsen moet minimaal 5 lux gehaald te worden. Er mogen geen donkere plekken ontstaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>BIBEKO:</cursief> De basis kenmerken ‘weg-ontwerp’ geven aan dat er binnen de bebouwde kom langs alle type wegen verlichting aanwezig is. Bij fysieke afsluitingen in wegen (ook fietspaden) dient de herkenbaarheid met verticale elementen (bijvoorbeeld met verkeerspalen) en verlichting gewaarborgd te zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.1.5</al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>BUBEKO:</cursief> Het buitengebied wordt in principe niet verlicht. Alleen waar nodig wordt voor de verkeersveiligheid oriëntatieverlichting toegepast op kruisingen, gevaarlijke bochten en bij snelheid remmende maatregelen. Eerst worden andere mogelijkheden bekeken zoals verbeterde reflectie, markering en bebakening (verticale elementen).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij alle vormen van snelheid remmende maatregelen (drempels, plateaus, versmallingen, asverspringingen, midden geleiders etc.) dient de herkenbaarheid met verticale elementen (bijvoorbeeld met verkeersmasten) en verlichting gewaarborgd te zijn. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.1.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Wanneer het plaatsen van openbare verlichting in strijd is met milieu-uitgangspunten - en/ of kostenaspecten, wordt gekeken naar alternatieven voor de openbare verlichting. Dergelijke situaties doen zich voornamelijk voor in gebieden waar flora en fauna hinder van het licht ondervinden, of waar de ondergrondse infrastructuur niet standaard aanwezig is. Een voorbeeld hiervan is de toepassing van lichtpunten voorzien van zonnepanelen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.1.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Lichtmasten zoveel als mogelijk plaatsen waar bewoners geen lichthinder ondervinden (dus niet ter hoogte van ramen ed.), masten plaatsen ter hoogte van de scheiding van perceelgrenzen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.1.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Straten met een toegang tot achterpaden dienen ter hoogte van de achterpaden voorzien te worden van een lichtpunt. Achterpaden worden niet door de gemeente Uithoorn verlicht.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>10.2</nr><titel>Masten</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij de aanleg van de gemeentelijke infrastructuur is gekozen voor het zogenaamde aftaksysteem waarbij de aansluitkabel van de lichtmast door een aftakmof op de hoofdkabel wordt aangesloten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>De onderlinge lichtmastafstand dient zoveel als mogelijk constant te zijn. Indien het niet mogelijk is de onderlinge lichtmastafstand constant te houden (vanwege b.v. in- en uitritten) dient er een geleidelijke overgang in onderlinge lichtmastafstand te zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien mogelijk altijd een lichtmast plaatsen recht tegenover een zij-/dwarsstraat. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>De eerste mast in de straat op maximaal 10 m vanaf de zij-/dwarsstraat plaatsen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Lichtmasten zoveel als mogelijk plaatsen waar geen belemmering van de lichtbundel op kan treden (niet te dicht bij een kunstwerk).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Lichtmasten niet dichter dan 7 m bij een stam van een boom.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Lichtmasten zoveel als mogelijk plaatsen waar bewoners geen lichthinder ondervinden (dus niet ter hoogte van ramen ed.), masten plaatsen ter hoogte van de scheiding van perceelgrenzen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Lichtmasten zoveel als mogelijk positioneren op locaties waar de kans op parkeer- of andere schade zo minimaal mogelijk is.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Binnen de bebouwde kom de masten plaatsen op 0,3 m vanuit de wegverharding, tussen perceelgrens en mast moet minimaal nog 90 cm beschikbaar te blijven. Wanneer dit niet mogelijk is dient de mast tegen de perceelgrens te worden geplaatst of op minimaal 0,3 m van de gevel.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Buiten de bebouwde kom de masten op 0,5 m vanuit de wegverharding plaatsen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Masten met lichtpunthoogte van 4 m met een (rondstralend) paaltoparmatuur dienen bij voorkeur op een afstand van minimaal 3 m van gevels geplaatst te worden. Wanneer dit niet mogelijk is, dan dient de mast tegen de perceelgrens geplaatst te worden, indien mogelijk voor een ‘blinde’ gevel. Indien er geen ‘blinde’ gevel aanwezig is en er ontstaat lichthinder in woningen, dan maatregelen treffen in het afschermen van de lichtbundel.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.12</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien in het openbaar gebied decoratieve verlichting wordt geplaatst uit oogpunt van leefbaarheid en esthetica dient het ontwerp ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de gemeente. Voor de toepassing van decoratieve verlichting zijn dezelfde (licht)technische eisen van toepassing als de functionele verlichting. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.13</al></entry><entry colname="col2"><al>Binnen het openbaar gebied bevinden zich bijzondere locaties/ gebieden zoals:</al><al>• hondenuitlaatplaatsen;</al><al>• hangplekken/ jongerenontmoetingsplekken;</al><al>• recreatieve ruimten (speelterreinen en trapveldjes)</al><al>Het wel of niet plaatsen van verlichting op deze locaties is afhankelijk van de wegcategorie waarin het betreffende gebied zich bevindt. Dit is ter beoordeling van de gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.14</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij sportaccommodaties worden uitsluitend de openbare, gemeentelijke parkeerplaatsen van openbare verlichting voorzien.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.15</al></entry><entry colname="col2"><al>Onderdoorgangen / tunnels en viaducten etc. worden conform de NPR van verlichting voorzien.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.16</al></entry><entry colname="col2"><al>De bekabeling en eventuele OV-meetverdeelkast dient te voldoen aan NEN 1010 en NEN 314.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.17</al></entry><entry colname="col2"><al>Lichtmastnummering met kleur geel en zwart.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Aanbeveling</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.2.17</al></entry><entry colname="col2"><al>Initiator dient kennis te nemen van de ontwikkeling van het eigen ov-net met kast, type ed.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>10.3</nr><titel>Armaturen</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De keuze voor een armatuur wordt grotendeels bepaald door de lamp die geplaatst wordt. Verder dient gekeken te worden naar de levensduur van het materiaal, maar ook de mate waarin het armatuur te gebruiken is voor andere type lampen, mocht er in de toekomst gekozen worden voor een ander type.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>De voorschakelapparatuur bevindt zich in het armatuur. Er dient gebruik te worden gemaakt van dimbare elektronische voorschakelapparatuur. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Armaturen in Led.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>10.4</nr><titel>Lampen</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.4.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Gelijktijdig met de uitvoering van (grote) projecten aan de openbare verlichting in Ouder-Amstel, wordt de bestaande verlichting vervangen door LED-verlichting.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.4.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Alle verlichting dient voorzien te worden van LED-verlichting.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.4.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Alle verlichting wordt in LED met witte lichtkleur toegepast, 4000K. Daar waar warmer licht gewenst is 3000K, dit is ter beoordeling aan de gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.4.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Verlichtingsklasse volgens NSVV NPR 13201-1.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.4.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Lichtpunthoogte:</al><al>• Hoofdwegen: 10.00 meter</al><al>• In woonstraten: 4.00 meter</al><al>• Langs buurtwegen: 6.00 meter</al><al>• Langs wijkontsluitingswegen: 7.00 meter</al><al>• Langs voet-/fietspaden: 4.00 meter</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>10.5</nr><titel>VRI (verkeersregelinstallatie)</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.5.1</al></entry><entry colname="col2"><al>In principe wordt er geen VRI toegepast. Het standpunt van de gemeente is dat VRI’s zo min mogelijk moeten worden toegepast. Er dient steeds per project te worden aangegeven waarom een dergelijke voorziening nodig is. De VRI kan daarbij vanuit een tweetal oogpunten noodzakelijk zijn: verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.5.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Nut en noodzaak van een VRI moet met een capaciteitsberekening of verkeersveiligheidsrapportage worden aangetoond.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.5.3</al></entry><entry colname="col2"><al>VRI ontwerp conform CROW publicatie 213 Handboek Verkeerslichten regeling met hierin opgenomen wettelijke normen en voorschriften.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.5.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Ontwerp nieuwe regelingen op 15 jaar prognose (doorkijk).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.5.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Kruispunt ontwerp zo efficiënt mogelijk voor afwikkeling en ruimtegebruik.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.5.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Bereikbaar en toegankelijk voor beheer en onderhoud.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.5.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Plaats zo weinig mogelijk masten en drukknop palen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.5.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Waar mogelijk de masten gecombineerd met openbare verlichting.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.5.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Waar mogelijk de masten gecombineerd met bewegwijzering.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.5.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Houd rekening met gehandicapten (geleidelijnen palen/ masten en rateltikkers).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.5.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Plaatsing masten zodanig dat bomen het zicht niet kunnen hinderen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.5.12</al></entry><entry colname="col2"><al>Levensduur VRI 15 jaar, periodiek (5 jaar) toetsen of ontwerpregeling voldoet.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.5.13</al></entry><entry colname="col2"><al>Kabels dienen aangelegd te worden voor aansluiting op eigen gemeentelijk net. </al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>11</nr><titel>Spelen</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst><paragraaf><kop><nr>11.1</nr><titel>Speelterrein</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>In het plangebied moet minimaal 300 m² speelruimte per hectare worden gereserveerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>De speeltoestellen moeten voldoen aan het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Speelplekken en speelvoorzieningen moeten op veilige en goed zichtbare plekken worden gerealiseerd, rekening houdend met de leeftijd van de gebruikers. Speelplekken moeten tevens duidelijk herkenbaar, gevarieerd, duurzaam en vandalismebestendig zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>De speelplekken kunnen worden ingericht binnen de gereserveerde ruimte voor openbaar groen (10% van het plangebied) mits het een speelplek in het groen betreft en geen verhard speelveld bijv. basketbalveld of een skatebaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Speelvelden moeten worden voorzien van een zitgelegenheid en een afvalbak.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien val-dempende ondergronden noodzakelijk zijn is de toepassing van kunstgras vereist.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.1.7</al></entry><entry colname="col2"><al>In verband met de bespeelbaarheid moeten speel- en trapvelden worden voorzien van afdoende drainage inclusief controleputten en doorspuitmogelijkheden. Specificatie drainage is afhankelijk van de grondsamenstelling.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.1.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Aan te brengen speeltoestellen en valdempende ondergronden worden aansluitend en zonder tussenpozen uitgevoerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.1.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Tijdens de plaatsing van speelvoorzieningen moet het terrein zodanig worden afgezet, dat vroegtijdig gebruik wordt voorkomen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.1.10</al></entry><entry colname="col2"><al><plaatje><illustratie id="ic3ff17e8-d30b-44e0-81f4-753938214fc2" naam="Afbeelding6ic3ff17e8-d30b-44e0-81f4-753938214fc2.jpg" breedte="13.44cm" type="foto" hoogte="1.61cm"/></plaatje></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.1.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Er mag geen beplanting toegepast worden met scherpe doorns. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.1.12</al></entry><entry colname="col2"><al>Er mag geen beplanting toegepast worden met giftige vruchten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.1.13</al></entry><entry colname="col2"><al>Valondergronden niet uitvoeren in houtsnippers.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.1.14</al></entry><entry colname="col2"><al>Geen zandbakken aanleggen in de openbare ruimte.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>12</nr><titel>Straatmeubilair</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst><paragraaf><kop><nr>12.1</nr><titel>Zitbanken</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Banken moeten goed bereikbaar zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Plaats bij iedere bank een afvalbak (de soort afvalbak is afhankelijk van A of B locatie, zie onder “afvalbakken”).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Plaats ‘rust’ banken voor ouderen en minder validen op de routes naar voorzieningen (winkelcentra, sportvoorzieningen, speelplekken enz.). Deze banken moeten uitgerust zijn voor beoogde doelgroep (verhoogde zitplekken, armleuningen om zich op te drukken enz.). </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Voorkom plaatsing banken onder bomen of hoge heesters.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Plaats banken afwisselend in zon, schaduw en beschutting, bij voorkeur met de rug in de meest voorkomende windrichting. Zorg voor prettig uitzicht vanaf de bank.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Houd met de plaatsing van banken rekening met de privacy van bewoners en mogelijke jeugdoverlast.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>12.2</nr><titel>Hekwerken</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Zorg dat kinderwagens en rolstoelen de doorgang kunnen passeren. Indien ook onderhoudsmaterieel de doorgang gebruikt, pas de breedte daarop aan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Schrikhekken alleen toepassen wanneer dit ten behoeve van de veiligheid van weggebruikers benodigd is. Schrikhekken dienen reflectieklasse 3 te zijn.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>12.3</nr><titel>Afvalbakken(adoptiebak)</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Afvalbakken moeten voor gebruikers goed bereikbaar zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Plaats de afvalbak op een toegankelijke plaats in verband met legen en onderhoud.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Plaats afvalbak naast zitbanken. Minimale afstand tussen afvalbak en bank 1,20 m.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.3.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Plaats afvalbakken naast abri’s.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.3.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Afvalbakken worden geplaatst in verharding. Vrije ruimte tussen puntobstakels en randen en voetpaden bij voorkeur 150 cm doch minimaal 120 cm. Bij plaatsen tegen de rand van de verharding 15 cm uit de groenstrook blijven. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.3.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Afvalbakken dienen uitneembaar te zijn en vervaardigd van kunststof. Vorm en kleur dienen te passen in de omgeving. De toe te passen afvalbakken dienen aan te sluiten bij de in de nabije omgeving toegepaste afvalbakken. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.3.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Maak de afvalbakken bereikbaar voor minder validen door de bovenkant op een hoogte van 1,00 m te stellen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.3.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Plaats batterijbakken nabij winkels.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>12.4</nr><titel>Rijwielklemmen</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.4.1</al></entry><entry colname="col2"><al>De fietsenrekken voldoen aan de kwaliteitseisen van het FietsParKeur.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.4.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien rijwielklemmen benodigd zijn worden er fietsnietjes geplaatst. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.4.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Plaats fietsnietjes conform richtlijnen ASVV en houd onder andere rekening met een vrije doorloop- en uitrijruimte achter de fietsen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.4.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Realiseer goede voorzieningen voor het stallen van fietsen; bij werk, winkel, openbaar vervoer en recreatie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.4.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Daar waar fietsen gestald moeten kunnen worden, moet gekozen worden voor een voor die locatie geschikt fietsparkeersysteem.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>12.5</nr><titel>Brandkranen</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.5.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het aantal en de locaties van brandkranen moeten altijd in overleg met de brandweer bepaald worden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>12.6</nr><titel>Vlaggenmasten</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.6.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het aantal en de locaties van vlaggenmasten moeten altijd in overleg met de gemeente bepaald worden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>13</nr><titel>Afvalinzameling</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst><paragraaf><kop><nr>13.1</nr><titel>Ondergrondse containers </titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij appartementencomplexen worden ondergrondse containers geplaatst, voor:</al><al>• groente-, fruit- en restafval (gft/restafval).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>• Bij de laagbouw in de woonkernen Ouderkerk a/d Amstel en Duivendrecht is de loopafstand tot de dichtstbijzijnde ondergrondse container voor restafval in principe maximaal 125 meter vanaf elk perceel en bij zorgcentra 75 meter. Er wordt gestreefd naar een verhouding van circa 40 huishoudens per ondergrondse container voor restafval.</al><al>• In dijklichamen (lintbebouwing) worden semi-ondergrondse restafvalcontainers geplaatst.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>• De inzameling van Oud papier en karton (OPK), plastic- en metalen verpakkingen en drankenkartons (PMD), Glas en Textiel vindt plaats in ondergrondse containers in milieuparkjes. Op dit moment zijn er 18 milieuparkjes in de gemeente Ouder-Amstel.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Er wordt gestreefd naar een optimale verdeling voor een dekkend netwerk met een minimaal aantal ondergrondse containers en zo laag mogelijke kosten bij aanleg en in de toekomst (beheer en lediging).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Situering ondergrondse containers en opstelplaatsen minicontainers:</al><al>• Parkeerplaatsen en bomen blijven gehandhaafd of worden (zo mogelijk) in de nabijheid gecompenseerd.</al><al>• Geen belemmering van verkeers- of sociale veiligheid.</al><al>• Onbelemmerde doorgang op het trottoir voor voetgangers, rolstoelen en kinderwagens.</al><al>• Minimale (geluids)hinder voor omwonenden.</al><al>• Goede bereikbaarheid voor gebruikers.</al><al>• Inzamelvoertuigen kunnen veilig stoppen en ledigen.</al><al>• Bij lediging minimale verkeershinder en -oponthoud.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.1.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Binnen 2 meter van een gasleiding mogen geen ondergrondse containers worden geplaatst.</al><al>• Er worden in principe geen kabels en leidingen verlegd.</al><al>• Goed bereikbaar voor voetgangers, minder validen en fietsers.</al><al>• De minimale afstand tussen een bestaande gevel en de rand van de 'containerplaat' (de plaat waarop de inwerpzuil staat) is twee meter.</al><al>• De locatie is bereikbaar voor een inzamelvoertuig met een breedte van 2,50 meter en een draaicirkel van circa 21 meter. Deze voertuigen kunnen dusdanig onbelemmerd manoeuvreren dat het risico op schade gering is. De voertuigen hoeven niet achteruit te rijden.</al><al>• Bij openen, dichtdoen en lediging ontstaat minimale (geluids)hinder voor omwonenden. Zo wordt de container bij lediging niet over de tuin van inwoners getild.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.1.7</al></entry><entry colname="col2"><al>De ondergrondse container dient 5 cm boven de bestrating geplaatst te worden, dit om regenwater in de container te voorkomen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.1.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Het straatwerk dient afwaterend van de container gestraat te worden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.1.9</al></entry><entry colname="col2"><al>Ten aanzien van het type container dient contact te worden opgenomen met de opdrachtgever. Er worden afspraken gemaakt over een eventuele directie-leverantie dan wel voorwaarden waaraan de container dient te voldoen en de verrekening van de kosten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Materiaal</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.1.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Betonnen bak van beton.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.1.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Binnenbak van metaal.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.1.12</al></entry><entry colname="col2"><al>Opbouw/opnamesysteem van metaal.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>13.2</nr><titel>Opstelplaats minicontainers</titel></kop><structuurtekst><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Ontwerpcriteria</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Eisen</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>• In het buitengebied van Ouderkerk a/d Amstel vindt de inzameling van restafval en plastic- en metalen verpakkingen en drankenkartons (PMD) plaats met minicontainers (ca. 225 adressen).</al><al>• Vanaf medio 2019 wordt er groente-, fruit- en tuinafval ingezameld bij alle laagbouw met minicontainers.</al><al>• Per laagbouwwoning moet 1 m² in het openbare gebied worden gereserveerd als verzamel/opstelplaats voor de minicontainers.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>De opstelplaatsen mogen maximaal 100 meter verwijderd zijn van de bijbehorende woning(en).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Trottoirtegels waarvan één tegel met pictogram rolcontainer.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Situering ondergrondse containers en opstelplaatsen minicontainers:</al><al>• Parkeerplaatsen en bomen blijven gehandhaafd of worden (zo mogelijk) in de nabijheid gecompenseerd.</al><al>• Geen belemmering van verkeers- of sociale veiligheid.</al><al>• Onbelemmerde doorgang op het trottoir voor voetgangers, rolstoelen en kinderwagens.</al><al>• Minimale (geluids)hinder voor omwonenden.</al><al>• Goede bereikbaarheid voor gebruikers.</al><al>• Inzamelvoertuigen kunnen veilig stoppen en ledigen.</al><al>• Bij lediging minimale verkeershinder en -oponthoud.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.2.5</al></entry><entry colname="col2"><al>De locatie is bereikbaar voor een inzamelvoertuig met een breedte van 2,50 meter.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.2.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Stoeptegel symbool.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>Aanbeveling:</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.2.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Plaats bij woning voor minicontainers op het adres zelf: Een plek uit het zicht aan de voorzijde of achter de woning (met toegang tot verharde achterpaden richting de opstelplaats) geniet de voorkeur.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1:</nr><titel>beleidsnota’s</titel></kop><al/><al>Voor de verschillende assets zijn beleid- en beheerplannen opgesteld. Hierin staan richtlijnen die gelden voor het ontwerpen en ontwikkelen van de openbare ruimte. De initiator dient rekening te houden met de beheer- en beleidskaders en deze mee te nemen in het ontwerpproces. De onderstaande opsomming is niet limitatief en dient door initiator bij de gemeentelijke projectleider te worden nagevraagd. De meest actuele versie van het betreffende beleid wordt als geldend beschouwd.</al><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Beleidsnotitie Duurzaamheid Ouder-Amstel</al><al>Beeldkwaliteitsplan openbare ruimte gemeente Ouder-Amstel</al><al>Participatie-en Inspraakverordening Ouder-Amstel</al><tussenkop>Wegen en Verkeer</tussenkop><al>Beheerplan wegen</al><al>Fietsbeleidsnota gemeente Ouder-Amstel</al><al>Investeringsagenda fiets Vervoerregio</al><al>Metropolitane fietsroutes Vervoerregio</al><al>Beleidsregels voor oplaadvoorzieningen elektrisch vervoer in Ouder-Amstel</al><al>Nota Parkeernormen Ouder-Amstel</al><tussenkop>Kabels en leidingen</tussenkop><al>Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Ouder-Amstel</al><al>Handboek kabels en leidingen Ouder-Amstel</al><al>Verlegregeling kabels en leidingen Ouder-Amstel</al><al>Schaderegeling kabels en leidingen Ouder-Amstel</al><tussenkop>Water en riolering</tussenkop><al>Handboek onderhoud oppervlaktewater</al><al>Gemeentelijk rioleringsplan Ouder Amstel</al><tussenkop>Openbare verlichting</tussenkop><al>Beleid openbare verlichting</al><al>Beheerplan openbare verlichting</al><tussenkop>Groen en spelen</tussenkop><al>Bomenverordening Ouder-Amstel</al><al>Visie groenbeleid gemeente Ouder-Amstel</al><al>Groenbeheerplan Ouder-Amstel</al><al>Hondenbeleid</al><al>Speelplekkenbeleid</al><tussenkop>Afval</tussenkop><al>Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Ouder-Amstel</al><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2:</nr><titel>proces en planfases</titel></kop><al/><al>In deze bijlage zijn de verschillende planfases uitgewerkt die voor de inrichting van de openbare ruimte van belang zijn.</al><al/><al>Binnen de gemeente worden op diverse afdelingen initiatieven ontwikkeld met betrekking tot inrichting van de openbare ruimte. Daarnaast komen er verzoeken van externe partijen, die tot aanpassing en uitbreiding van de openbare ruimte leiden. Het gevolg is dat meerdere afdelingen binnen de gemeente werken aan het inrichten van de openbare ruimte.</al><al/><al>Per planfase kunnen de verantwoordelijkheden van de diverse afdelingen verschillen. Het is voor alle partijen belangrijk om te weten in welke planfase een project zit, zodat ook duidelijk is op welk detailniveau er advisering of toetsing verwacht wordt en door wie.</al><al/><al>De verschillende delen van de LIOR zijn aan de planfases van het proces gekoppeld. In elke planfase worden tussentijdse producten getoetst door de gemeente. Bij schriftelijke goedkeuring kan worden doorgegaan naar de volgende planfase. Bij afkeuring wordt de procedure van afwijking gestart en dient het product te worden aangepast, zodat het binnen de randvoorwaarden past en vervolgens opnieuw ter toetsing wordt aangeboden aan de gemeente.</al><tussenkop kopopmaak="vet">Procedure van afwijking</tussenkop><al>Indien er wordt afgeweken van de LIOR dient de procedure van afwijking doorlopen te worden.</al><al/><al>De initiator moet de voorgestelde afwijking duidelijk omschrijven en afbakenen en tevens onderbouwd en overtuigend motiveren:</al><lijst><li nr="-"><al>Waarom de afwijking voldoet aan het gemeentelijke ambitieniveau, de wetgeving en externe regelgeving;</al></li><li nr="-"><al>Waarom de afwijking minimaal gelijkwaardig is aan de in de LIOR vermelde eisen, aanbevelingen en oplossingen;</al></li><li nr="-"><al>Welke consequenties het afwijken heeft op alle beheeraspecten (waaronder o.a. kosten, robuustheid, wijze van onderhoud, duurzaamheid, etc.), zowel in positieve als in negatieve zin.</al></li></lijst><al>De initiator moet de voorgestelde afwijking schriftelijk voorleggen aan de gemeente. De gemeente zal eerst beoordelen in hoeverre er wordt afgeweken van de LIOR en vervolgens een onderbouwde afweging maken voor de toepassing van de afwijking. Pas na schriftelijke goedkeuring door de gemeente kan de afwijkende oplossing worden toegepast.</al><tussenkop kopopmaak="vet">Initiatiefase</tussenkop><al>In de initiatiefase wordt door middel van een startdocument bepaald of het initiatief kan worden uitgewerkt. Er vindt een bestuurlijke en/of een ambtelijke toetsing plaats op het startdocument of deze voldoet en er kan worden doorgegaan naar de definitiefase. Bij schriftelijke goedkeuring van het startdocument wordt de LIOR overgedragen aan de initiator van het project.</al><al><plaatje><illustratie id="ib53aa6c8-2c50-4ac0-8d0f-479503649c08" naam="Figuur1ib53aa6c8-2c50-4ac0-8d0f-479503649c08.jpg" breedte="11.30cm" type="foto" hoogte="12.91cm"/></plaatje></al><al>Figuur 1 Proces initiatiefase</al><tussenkop kopopmaak="ondlijn">Startdocument</tussenkop><al>In het startdocument wordt door de initiator het initiatief geformuleerd. Het startdocument bevat minimaal de volgende punten:</al><lijst><li nr="-"><al>Aanleiding tot het idee/ context/ achtergrondinformatie;</al></li><li nr="-"><al>Resultaat en resultaatgebieden;</al></li><li nr="-"><al>Randvoorwaarden en uitgangspunten;</al></li><li nr="-"><al>Eerste kostenraming.</al></li></lijst><al>De initiator is verantwoordelijk om het format van het startdocument op te vragen bij de gemeente. Het gebruik van een eigen startdocument door de initiator is toegestaan als deze voldoet aan de gestelde eisen vanuit de gemeente. De verantwoording en het risico liggen in dit geval bij de initiator.</al><tussenkop kopopmaak="vet">Definitiefase</tussenkop><al>In de definitiefase wordt een concept projectplan opgesteld. Er vindt een bestuurlijke en/of een ambtelijke toetsing plaats op deel 1: Beleidskaders en procesbeschrijving LIOR. Bij schriftelijke goedkeuring van het projectplan wordt doorgegaan naar de ontwerpfase. Bij afkeuring volgt de procedure van afwijking.</al><al><plaatje><illustratie id="ieda7aaba-38db-4b49-ad0d-56aba4c886e1" naam="Figuur2ieda7aaba-38db-4b49-ad0d-56aba4c886e1.jpg" breedte="15.50cm" type="foto" hoogte="11.11cm"/></plaatje></al><al>Figuur 2 Proces definitiefase</al><tussenkop kopopmaak="ondlijn">Projectplan</tussenkop><al>In het projectplan worden de ontwerpuitgangspunten gedefinieerd. De ontwerpuitgangspunten komen voort uit de beleid- en beheerstukken. Het zijn de harde eisen waar het ontwerp aan voldoen moet. Het projectplan is een verdieping van het startdocument en bevat minimaal de volgende punten:</al><lijst><li nr="-"><al>Grondhouding (alleen van toepassing bij projecten waarbij de gemeente initiator is)</al></li><li nr="-"><al>Projectaanpak</al></li><li nr="-"><al>Projectorganisatie</al></li><li nr="-"><al>Risicoanalyse en risicomanagement</al></li><li nr="-"><al>Projectkosten en projectbaten</al></li><li nr="-"><al>Communicatie</al></li></lijst><al>De initiator is verantwoordelijk om het format van het projectplan (startdocument deel 2) op te vragen bij de gemeente.</al><tussenkop kopopmaak="vet">Ontwerpfase</tussenkop><al>In de ontwerpfase worden de ontwerpdocumenten getoetst aan Deel 2 ontwerpcriteria LIOR. De ontwerpdocumenten kunnen bestaan uit een schetsontwerp, voorlopig ontwerp en/of definitief ontwerp. De complexiteit en aard van het project bepaald of er een ambtelijke en/of bestuurlijke beslissing genomen moet worden. Bij goedkeuring van de ontwerpdocumenten mag er worden doorgegaan naar de voorbereidingsfase. Bij afkeuring volgt de procedure van afwijking.</al><al><plaatje><illustratie id="i3c0180aa-f143-43b3-b73a-bf6ae658f1ec" naam="Figuur3i3c0180aa-f143-43b3-b73a-bf6ae658f1ec.jpg" breedte="15.35cm" type="foto" hoogte="10.72cm"/></plaatje></al><al>Figuur 3 Proces ontwerpfase</al><tussenkop kopopmaak="ondlijn">Ontwerpdocumenten</tussenkop><al>Het ambtelijke orgaan toets de ontwerpdocumenten op de ontwerpcriteria uit de LIOR. In de ontwerpdocumenten dient minimaal te zijn opgenomen:</al><lijst><li nr="•"><al>Overzichtskaart;</al></li><li nr="•"><al>Principe details;</al></li><li nr="•"><al>Materiaal aanduidingen.</al></li><li nr="•"><al>Type begroeiingen aangeven</al></li><li nr="•"><al>Bomen 1<sup>e</sup>, 2<sup>e</sup> of 3<sup>e</sup> grootte aangeven</al></li></lijst><al>In de definitieve ontwerpdocumenten dient het detailniveau dermate hoog te zijn dat er een complete toetsing kan plaatsvinden aan de ontwerpcriteria uit deel 2 van de LIOR. Het gemeentelijke bestuur besluit of de ontwerpdocumenten voldoet aan de beleidskaders uit deel 1 van de LIOR en doorgegaan mag worden naar de voorbereidingsfase.</al><al>De definitieve ontwerpdocumenten bestaan ten minste uit:</al><lijst><li nr="•"><al>Overzichtstekening 1:200;</al></li><li nr="•"><al>Opbreektekening 1:200;</al></li><li nr="•"><al>Aanlegtekening 1:200;</al></li><li nr="•"><al>Aanlegtekening ondergrondse infrastructuur 1:200 (riool, nuts en telecom);</al></li><li nr="•"><al>E&amp;B tekening (eigendom en beheer);</al></li><li nr="•"><al>Beplantingsplan;</al></li><li nr="•"><al>Verlichtingsplan;</al></li><li nr="•"><al>Maatvoering;</al></li><li nr="•"><al>Dwarsprofielen;</al></li><li nr="•"><al>Detailleringen;</al></li><li nr="•"><al>Materialisering;</al></li><li nr="•"><al>Markeringstekeningen (indien van toepassing);</al></li><li nr="•"><al>Funderingsberekeningen bijvoorbeeld bij plaatsen bouwwerken op stuit (rioolgemaal en overstorten);</al></li><li nr="•"><al>Geotechnische onderbouwing indien sprake is van bouwrijp maken.</al></li></lijst><al>De definitieve documenten die aangeleverd dienen te worden door initiator zijn nader te bepalen per project en in overleg met de gemeente.</al><al/><al>De initiator is in deze fase verplicht het beheer te onderbouwen en een budgetraming voor het klein en groot onderhoud aan te leveren met doorkijk van 10 jaar. De gemeente toetst de budgetraming. De toetsing kan resulteren in een aanpassing van de ontwerpdocumenten waarna de Procedure van afwijking van toepassing is. Bij schriftelijk akkoord wordt doorgegaan naar de voorbereidingsfase.</al><tussenkop kopopmaak="vet">Voorbereidingsfase</tussenkop><al>In de voorbereidingsfase worden het technisch ontwerp (TO) en het bestek getoetst aan deel 3 materialenboek van de LIOR. Bij goedkeuring mag worden doorgegaan naar de realisatiefase. Bij afkeuring volgt de procedure van afwijking.</al><al><plaatje><illustratie id="i00a09a8d-f368-440b-b4b2-b49a97d7b6ef" naam="Figuur4i00a09a8d-f368-440b-b4b2-b49a97d7b6ef.jpg" breedte="13.94cm" type="foto" hoogte="9.15cm"/></plaatje></al><al>Figuur 4 Proces voorbereidingsfase</al><tussenkop kopopmaak="ondlijn">Bestek/bestektekeningen</tussenkop><al>Het bestek is de definitieve toetsing voor de realisatie van het ontwerp. De projectleider toetst of het bestek voldoet aan deel 2 en deel 3 ontwerp en materiaalgebruik van de LIOR.</al><tussenkop kopopmaak="vet">Realisatiefase</tussenkop><al>In de realisatiefase vindt de laatste toetsing plaats bij de oplevering van het project<noot type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Het hoofdstuk overdracht is nog niet vervat in een apart hoofdstuk, de eisen die aan het overdrachtsdocument gesteld worden staan verwoord in paragraaf 1.4 van hoofdstuk 1.</noot.al></noot>. De gemeente toetst het overdrachtsdocument. Afwijkingen in de realisatiefase dienen via de procedure van afwijking tijdig aan de gemeente schriftelijk kenbaar gemaakt te worden. Na schriftelijke goedkeuring door de gemeente kunnen de afwijkingen worden doorgevoerd.</al><al/><al>Na oplevering is de initiator verantwoordelijk voor het opstellen en aanleveren van het revisiedocument als onderdeel van het overdrachtsdocument. Wijzigingen en afwijkingen in inrichting en beheer dienen beschreven te worden. Goedkeuring is noodzakelijk voor de overdracht naar beheer. In deze paragraaf wordt beschreven waar het overdrachtsdocument minimaal aan moet voldoen.</al><al><plaatje><illustratie id="i460f0538-9a2f-4a05-84c6-260275f2f12b" naam="Figuur5i460f0538-9a2f-4a05-84c6-260275f2f12b.jpg" breedte="13.41cm" type="foto" hoogte="9.65cm"/></plaatje></al><al>Figuur 5 Proces realisatiefase</al><tussenkop kopopmaak="ondlijn">Overdrachtsdocument</tussenkop><al>In het overdrachtsdocument wordt de overdracht naar beheer vastgelegd. De volgende documenten dienen aangeleverd te worden door de initiator;</al><lijst><li nr="-"><al>Ondergronden</al></li><li nr="-"><al>Maatvoering e.d.</al></li><li nr="-"><al>Revisietekeningen</al></li><li nr="-"><al>Beheersysteem</al></li><li nr="-"><al>Meerjarenplanning</al></li><li nr="-"><al>Meerjarenbegroting</al></li><li nr="-"><al>Kwaliteitscertificaten</al></li><li nr="-"><al>Camera inspectie riolering</al></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>3:</nr><titel>checklist aan te leveren bescheiden anterieure overeenkomst</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Voorlopig ontwerp;</al><lijst><li nr="a."><al>Plankaart;</al><lijst><li nr="i."><al>Wegen;</al><lijst><li nr="1."><al>Rijbanen;</al></li><li nr="2."><al>Voetpaden;</al></li><li nr="3."><al>Parkeren;</al></li><li nr="4."><al>Overige paden;</al></li></lijst></li><li nr="ii."><al>Groen;</al><lijst><li nr="1."><al>1<sup>ste</sup>, 2<sup>de</sup> ,3<sup>de</sup> grote bomen;</al></li><li nr="2."><al>Heestervakken;</al></li><li nr="3."><al>Gazon;</al></li><li nr="4."><al>Ruig gazon, ruige berm;</al></li></lijst></li><li nr="iii."><al>Water;</al></li><li nr="iv."><al>Afval;</al></li><li nr="v."><al>Openbare verlichting;</al></li><li nr="vi."><al>Wonen;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Matenplan;</al><lijst><li nr="i."><al>Basis maatvoering</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="2."><al>Profielen;</al><lijst><li nr="a."><al>Overzichtsprofiel (incl. maatvoering en ondergrondse infra);</al></li><li nr="b."><al>Detailprofiel (incl. maatvoering en ondergrondse infra);</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Woningtypen en -aantallen;</al></li><li nr="4."><al>Ontsluiting en parkeren;</al><lijst><li nr="a."><al>Parkeerbalans;</al></li><li nr="b."><al>Ontsluiting autoverkeer en nood- en hulpdiensten;</al></li><li nr="c."><al>Ontsluiting langzaam verkeer;</al></li><li nr="d."><al>Overige voetpaden;</al></li><li nr="e."><al>Mogelijk gebruikrecht van overpad;</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Plangrenzen;</al><lijst><li nr="a."><al>Begrenzing exploitatiegebied;</al><lijst><li nr="i."><al>Exploitatiegrens;</al></li><li nr="ii."><al>Huidige kadastrale grenzen;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Uitgeefbaar terrein;</al><lijst><li nr="i."><al>Uitgeefbaar;</al></li><li nr="ii."><al>Uitgeefbaar met opstalrecht;</al></li><li nr="iii."><al>Huidige kadastrale grenzen;</al></li><li nr="iv."><al>Over te dragen gebied aan gemeente (aantal m²,verdeling grijs &amp; groen)</al></li><li nr="v."><al>Exploitatiegrens;</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="6."><al>Concept riolering en nuts-tracés;</al><lijst><li nr="a."><al>DWA riool;</al></li><li nr="b."><al>HWA riool;</al></li><li nr="c."><al>Nutstracé;</al></li><li nr="d."><al>Zoeklocatie WKO;</al></li><li nr="e."><al>Openbare verlichting;</al></li><li nr="f."><al>Zoeklocatie ondergrondse containers;</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>Beeldkwaliteit architectuur;</al></li><li nr="8."><al>Beeldkwaliteit landschapsinrichting;</al></li></lijst><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>