<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR6261_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Boeteverordening Wet inburgering nieuwkomers</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">IJsselpost, 03-11-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Boeteverordening Wet inburgering nieuwkomers</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering nieuwkomers, art. 18, lid 7</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-09-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2008-11-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Verzameling 2004, nummer 78 / a</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>1.Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Boeteverordening Wet inburgering nieuwkomers</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Capelle aan den IJssel;</al><al>gelet op artikel 18, zevende lid, van de Wet inburgering nieuwkomers;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al><al>overwegende dat het opleggen van boetes bij het niet nakomen van uit de Wet
                        inburgering nieuwkomers voortvloeiende verplichtingen bij verordening
                        geregeld dient te worden; b e s l u i t : vast te stellen de volgende
                        verordening, vergezeld van de daarbij behorende toelichting.
                        <vet>Boeteverordening Wet inburgering nieuwkomers</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: de Wet inburgering nieuwkomers; </al></li><li nr="b."><al>nieuwkomer: een persoon als genoemd in artikel 1, aanhef en onder a
                                van de wet; </al></li><li nr="c."><al>boete: de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18, eerste lid,
                                van de wet; </al></li><li nr="d."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Capelle aan den IJssel. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdracht college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt bij toepassing van artikel 18, eerste lid, van de wet
                            de bepalingen van deze verordening in acht, onverminderd artikel 18,
                            tweede en vierde lid van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, wordt geen boete opgelegd.
                        </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Hoogte van de boete</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De boete bedraagt 100% van de voor de nieuwkomer geldende bijstandsnorm,
                            genoemd in paragraaf 2, van de Wet werk en bijstand, nadat deze
                            bijstandsnorm is vermeerderd of verminderd met de op grond van paragraaf
                            3.3 van de Wet werk en bijstand door het college vastgestelde verhoging
                            of verlaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de nieuwkomer geen belanghebbende in de zin van de Wet werk en
                            bijstand is, wordt bij de toepassing van het eerste lid uitgegaan van de
                            bijstandsnorm die voor hem zou gelden in het geval hij wel
                            belanghebbende zou zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Recidive</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de nieuwkomer zich binnen twaalf maanden nadat aan hem een
                            besluit tot het opleggen van een boete bekend is gemaakt, zich opnieuw
                            gedraagt in strijd met de artikelen 2, 4, vierde lid, 8, eerste volzin,
                            9, eerste lid, 10, derde lid, of 12, eerste lid, van de wet, wordt de
                            boete verdubbeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het opleggen van een boete wordt gelijkgesteld het besluit om
                            daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel
                            18, vierde lid, van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college is bevoegd om nadere regels te stellen met betrekking tot de
                        uitvoering van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is ook van toepassing op verwijtbare gedragingen in
                            strijd met de verplichtingen ingevolge de wet, die vóór inwerkingtreding
                            van deze verordening hebben plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde gedragingen wordt, in
                            afwijking van deze verordening, de hoogte van de op te leggen boete
                            vastgesteld overeenkomstig het Boetebesluit inburgering
                            nieuwkomers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Boeteverordening Wet inburgering
                        nieuwkomers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand na
                                het verstrijken van een termijn van zes weken na de datum van haar
                                bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>Indien het tijdstip van inwerkingtreding op grond van het eerste lid
                                vroeger zou liggen dan 1 januari 2005, dan treedt deze verordening
                                in werking op 1 januari 2005.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 20 september 2004,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>TOELICHTING BOETEVERORDENING WET
                            INBURGERING NIEUWKOMERS</vet></al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>In de Wet inburgering nieuwkomers (hierna: WIN) is bepaald dat, indien de
                        nieuwkomer niet voldoet aan de wettelijke inburgeringsverplichtingen,
                        sanctionering plaatsvindt door het opleggen van een bestuurlijke boete
                        (artikel 18 tot en met artikel 20). </al><al>De inburgeringsverplichtingen kunnen echter ook deel uitmaken van aan een
                        bijstandsuitkering verbonden verplichtingen. Indien niet voldaan wordt aan
                        dergelijke aan de bijstandsuitkering verbonden verplichtingen, dan vindt
                        sanctionering plaats door een verlaging van de uitkering. Omdat
                        bijstandsgerechtigde nieuwkomers daardoor dubbel kunnen worden
                        gesanctioneerd (zowel een boete als een korting op de uitkering), is ter
                        voorkoming daarvan in de WIN een anticumulatiebepaling opgenomen. </al><al>Sanctionering bij het niet voldoen aan de inburgeringsverplichtingen vindt
                        dus op twee verschillende manieren plaats. Om te voorkomen dat het op twee
                        verschillende manieren sanctioneren van dezelfde wettelijke bepalingen leidt
                        tot verschillende sancties was in een Algemene Maatregel van Bestuur op
                        grond van de WIN (het Boetebesluit WIN) de hoogte van de boetes geregeld. De
                        hoogte van de boetes sloten aan bij het Maatregelenbesluit Abw, Ioaw en
                        Ioaz. </al><al><vet>Invoering Wet werk en bijstand</vet></al><al>Op 1 januari 2004 zijn de Wet werk en bijstand (WWB) en de Invoeringswet Wet
                        werk en bijstand in werking getreden. De WWB vervangt onder meer de Algemene
                        bijstandswet (Abw).</al><al>Mede gelet op de rechtszekerheid en gelijke behandeling van klanten voorziet
                        de WWB in een opdracht aan de gemeenteraad om een gemeentelijke verordening
                        vast te stellen ten aanzien van:</al><lijst><li nr="·"><al>het ondersteunen van klanten bij arbeidsinschakeling en het
                                aanbieden van daarop gerichte voorzieningen
                                (Reïntegratieverordening);</al></li><li nr="·"><al>het verlagen van de bijstand als een klant tekortschietend besef van
                                verantwoordelijkheid betoont of verplichtingen, waaronder begrepen
                                de inlichtingenplicht, niet of onvoldoende nakomt
                                (Afstemmingsverordening).</al></li></lijst><al>Op grond van de Invoeringswet WWB dienen deze twee verordeningen
                        tegelijkertijd in werking te treden.</al><al>In november 2003 is besloten om gebruik te maken van de in de Invoeringswet
                        Wet werk en bijstand geboden mogelijkheid om de wettelijk voorgeschreven
                        Afstemmingsverordening en Reïntegratieverordening op de uiterste datum, te
                        weten 1 januari 2005, tezamen in te laten gaan.</al><al><vet>Wijziging van de WIN</vet></al><al>Met de invoering van de Wet werk en bijstand (WWB) wordt ook de Wet
                        inburgering nieuwkomers gewijzigd. Op grond van artikel 18, lid 1, van de
                        WIN moet het college van burgemeester en wethouders een boete opleggen als
                        een nieuwkomer in strijd handelt met een uit de WIN voortvloeiende, in de
                        betreffende bepaling nader aangeduide verplichting.</al><al>Het gaat daarbij met name om het niet of onvoldoende nakomen van de
                        verplichting om een inburgeringsprogramma te volgen.</al><al>De hoogte van de boete is, tot het moment dat de Reïntegratieverordening en
                        de Afstemmingsverordening in werking treden, landelijk geregeld via het
                        Boetebesluit inburgering nieuwkomers. De boete bedraagt 20% van de voor de
                        nieuwkomer geldende bijstandsnorm, die voor hem geldt of voor hem zou gelden
                        als hij bijstandsgerechtigd zou zijn geweest. In geval van recidive binnen
                        twaalf maanden nadat eerder een boete is opgelegd, wordt de boete verdubbeld
                        tot 40% van de toepasselijke bijstandsnorm.</al><al>Zodra vorengenoemde WWB-verordeningen in werking treden vervalt, op grond
                        van de Invoeringswet WWB en artikel 2 van de Invoeringsregeling WWB, het
                        Boetebesluit WIN en treedt artikel 47 van de Invoeringswet WWB feitelijk in
                        werking.</al><al>Op grond van het via dit artikel van de Invoeringswet gewijzigde artikel 18,
                        zevende lid, van de WIN moeten vanaf dat moment, bij gemeentelijke
                        verordening nadere regels zijn gesteld over de hoogte van de boete.</al><al>De onderhavige verordening voorziet in deze regels.</al><al><vet>Relatie met Afstemmingsverordening WWB</vet></al><al>De onderhavige verordening sluit aan bij de bepalingen van de
                        Afstemmingsverordening WWB. Hiervoor is gekozen vanuit het oogpunt van het
                        gelijkheidsbeginsel. Door de Boeteverordening WIN aan te laten sluiten bij
                        de Afstemmingsverordening WWB geldt voor de inburgeraar die niet voldoet aan
                        de verplichtingen van de WIN een sanctie die niet afhankelijk is van het
                        feit of betrokkene wel of geen bijstandsuitkering ontvangt.</al><al><vet>Ingangsdatum en overgangsregeling</vet></al><al>De voorliggende verordening heeft per 1 januari 2005 onmiddellijke werking.
                        Dit betekent dat vanaf 1 januari 2005 de nieuwe regels ook van toepassing
                        zijn op gedragingen die vóór de datum van inwerkingtreding van deze
                        verordening hebben plaatsgevonden. </al><al>In deze verordening is een standaardboete opgenomen die zwaarder is dan
                        onder het regime van het Boetebesluit WIN. Het rechtszekerheidsbeginsel
                        brengt met zich mee dat als gevolg van inwerkingtreding van nieuwe wetgeving
                        een belanghebbende niet met terugwerkende kracht in een nadeliger positie
                        mag komen te verkeren. Daarom is in deze verordening - via een
                        overgangsbepaling - bepaald dat, indien de gedragingen in strijd met de
                        verplichtingen ingevolge de WIN vóór 1 januari 2005 hebben plaatsgevonden,
                        nog de lagere boete zoals voorgeschreven in het Boetebesluit WIN zal worden
                        toegepast.</al><al/><al/><tussenkop>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>In dit artikel wordt een aantal in de verordening gehanteerde begrippen
                    verklaard.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>In dit artikel wordt verwezen naar het artikel in de WIN dat voorschrijft dat
                    het college van burgemeester en wethouders een bestuurlijke boete oplegt,
                    wanneer de nieuwkomer niet meewerkt aan het inburgerings-onderzoek, het
                    educatief programma, maatschappelijke begeleiding en doorgeleiding naar een
                    instantie die zorgdraagt voor verdere scholing of voor toegang tot de
                    arbeidsmarkt, voorzover de nieuwkomer daarvoor in aanmerking komt.</al><al>Overigens wordt in artikel 17 van de WIN bepaald dat het college controleert of
                    de nieuwkomer zich houdt aan de verplichtingen. Indien blijkt dat dit niet het
                    geval is, zonder dat een grond voor ontheffing of vrijstelling aanwezig is of
                    indien berichtgeving van een andere instantie hierover ontvangen is, stelt de
                    gemeente een onderzoek in. Zij hoort de nieuwkomer en tracht hem te bewegen de
                    verplichtingen na te komen.</al><al>Indien de nieuwkomer de verplichtingen dan nog niet nakomt, wordt door het
                    college een boete opgelegd op grond van artikel 18 van de WIN. Artikel 18,
                    tweede lid, van de WIN bepaalt overigens dat de hoogte van de boete wordt
                    afgestemd op de ernst van het feit, de omstandigheden waarin de nieuwkomer
                    verkeert en de mate van verwijtbaarheid.</al><al>Verder kan het college op grond van artikel 18, vierde lid WIN afzien van het
                    opleggen van een boete als daarvoor dringende redenen zijn. Deze bepaling kan
                    worden gezien als een hardheidsclausule. Gelet op de mogelijkheden om op grond
                    van de in artikel 2, tweede lid, van deze verordening genoemde criteria al een
                    vergaande individualisering toe te passen, in het bijzonder doordat rekening kan
                    worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de klant, zal er slechts
                    in zeer uitzonderlijke situaties aanleiding zijn om toepassing aan deze bepaling
                    te geven. De dringende redenen kunnen geen verband houden met de omstandigheden
                    waaronder een verplichting niet is nagekomen, maar uitsluitend gelegen zijn in
                    de onaanvaardbaarheid van de gevolgen die een sanctie voor een belanghebbende
                    inhoudt.</al><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>Het bepaalde in het eerste lid maakt het mogelijk om maatwerk te leveren en af
                    te wijken van de standaardboete als de bijzondere omstandigheden van het geval
                    daar aanleiding toe geven.</al><al>In het tweede lid is, om ieder mogelijk misverstand daarover uit te sluiten en
                    in navolging van artikel 18, tweede lid van de WWB expliciet bepaald dat geen
                    boete wordt opgelegd als iedere vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><tussenkop>Lid 1 en lid 2</tussenkop><al>Ter voorkoming van het op twee verschillende manieren sanctioneren van dezelfde
                    gedraging, moet de hier bepaalde boete overeenkomen met de (overeenkomstige)
                    verlaging op grond van de WWB. Het financiële beloop van de sancties is dan
                    gelijk, ongeacht of het niet naleven van inburgeringsverplichtingen op grond van
                    de WWB of de Boeteverordening WIN wordt gesanctioneerd. Indien aan de
                    bijstandsuitkering de verplichting is verbonden tot het volgen van een
                    inburgeringsprogramma overeenkomstig de WIN en deze verplichting niet of in
                    onvoldoende mate is nagekomen, wordt overeenkomstig artikel 10, eerste lid, sub
                    b van de Afstemmingsverordening de bijstandsuitkering van de belanghebbende
                    gedurende één maand verlaagd met 100%. Dit vanwege het niet (behoorlijk) nakomen
                    van de verplichting zoals omschreven in artikel 9, tweede lid, onder e, van de
                    Afstemmingsverordening.</al><al>Zoals in de toelichting bij artikel 2 reeds is opgemerkt dient de boete te
                    worden afgestemd op de ernst van het feit, de omstandigheden van de nieuwkomer
                    en de verwijtbaarheid. Dit betekent dus dat de boete niet in alle gevallen 100%
                    van de voor de nieuwkomer geldende bijstandsnorm bedraagt, maar dat hiervan kan
                    worden afgeweken. </al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><tussenkop>Lid 1 en lid 2</tussenkop><al>Indien de nieuwkomer binnen één jaar nadat een boetebesluit bekend is gemaakt
                    (of besloten is hiervan af te zien wegens dringende redenen), opnieuw zijn
                    verplichtingen niet nakomt, is er sprake van recidive en wordt de grotere mate
                    van verwijtbaarheid van de tweede schending van de verplichting tot uitdrukking
                    gebracht in een verdubbeling van de boete. Dit artikel komt inhoudelijk overeen
                    met artikel 10, tweede lid, van de Afstemmingsverordening WWB. </al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Voor de juiste uitvoering van de verordening kan het noodzakelijk zijn dat
                    nadere uitvoeringsregels worden vastgesteld. Dit artikel geeft het college de
                    bevoegdheid om dergelijke regels vast te stellen.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Zoals in het algemene deel van de toelichting is aangegeven, moeten de
                    Reïntegratieverordening WWB, de Afstemmingsverordening WWB en de
                    Boeteverordening WIN, per 1 januari 2005 tegelijk in werking treden.</al><al>De voorliggende verordening heeft, nu de wettelijke grondslag voor toepassing
                    van het Boetebesluit WIN is komen te vervallen en in de Invoeringswet WWB geen
                    bijzonder overgangsrecht is opgenomen, </al><al>per 1 januari 2005 onmiddellijke werking. Dit betekent dat vanaf 1 januari 2005
                    de nieuwe regels ook van toepassing zijn op gedragingen die vóór de datum van
                    inwerkingtreding van deze verordening hebben plaatsgevonden. </al><al>In deze verordening is echter een standaardboete opgenomen die zwaarder is dan
                    onder het regime van het Boetebesluit WIN. Het rechtszekerheidsbeginsel brengt
                    met zich mee dat als gevolg van inwerkingtreding van nieuwe wetgeving een
                    belanghebbende niet met terugwerkende kracht in een nadeliger positie mag komen
                    te verkeren. Daarom is in de verordening - via een overgangsbepaling - bepaald
                    dat, indien bedoelde gedragingen vóór 1 januari 2005 hebben plaatsgevonden, nog
                    de lagere boete zoals voorgeschreven in het Boetebesluit WIN zal worden
                    toegepast.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>In het eerste lid wordt de inwerkingtreding van de verordening geregeld. De
                    verordening kan pas in werking treden nadat ze is bekendgemaakt en de termijn
                    voor het indienen van een verzoek tot het houden van een referendum is
                    verstreken. Op grond van de Tijdelijke Referendumwet bedraagt deze termijn zes
                    weken.</al><al>Het tweede lid regelt dat als de verstreken termijn van zes weken, zoals genoemd
                    in het eerste lid, vóór 1 januari 2005 ligt, de verordening op 1 januari 2005 in
                    werking zal treden.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>