<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR6260_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Bezoldigingsverordening gemeente Capelle aan den IJssel 2002</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Berichten uit het college, nr 42, 14-11-2006 en IJsselpost, 22-10-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bezoldigingsverordening gemeente Capelle aan den IJssel 2002</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">CAR/UWO</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.capelleaandenijssel.nl"/><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-11-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-11-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1. Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>1. De Bezoldigingsverordening is vastgesteld door de raad op 7 januari 2003. Bij besluit van 14 november 2006 is artikel 1 sub k gewijzigd.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bezoldigingsverordening gemeente Capelle aan den IJssel 2002</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Capelle aan den
                        IJssel</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 3.1. van de Collectieve
                        Arbeidsvoorwaardenregeling;</al><al>gehoord de Commissie voor Georganiseerd Overleg en de Ondernemingsraad;</al><al>B E S L U I T </al><al>Vast te stellen de navolgende </al><al>BEZOLDIGINGSVERORDENING GEMEENTE CAPELLE AAN DEN IJSSEL 2002</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al>I Begripsbepalingen</al><al>Begripsbepalingen</al><al>Artikel 1</al><al>Voor de toepassing van deze verordening en de op grond van deze verordening
                        door burgemeester en wethouders vastgestelde regelingen wordt verstaan
                        onder:</al><al><vet>CAR:</vet></al><al>De Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten;</al><al><vet>ambtenaar:</vet></al><al>de ambtenaar in de zin van de CAR; </al><al>De werknemer met wie een arbeidsovereenkomst naar Burgerlijk Recht is
                        aangegaan;</al><al><vet>salaris:</vet></al><al>het salaris als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder b, van de CAR;</al><al><vet>bezoldiging:</vet></al><al>de bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder c. van de
                        CAR;</al><al><vet>uurloon:</vet></al><al>het uurloon als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid onder o van de CAR;</al><al><vet>schaal:</vet></al><al>de schaal als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder a, van de CAR,
                        opgenomen in bijlage II en IIa van die regeling;</al><al><vet>maximumsalaris:</vet></al><al>het hoogste bedrag van een salarisschaal;</al><al><vet>h.</vet><vet> diensttijduitloop:</vet></al><al>een salarisbedrag dat de ambtenaar, ingedeeld in één van de salarisschalen 1
                        tot en met 5 van bijlage II van de CAR, op grond van vervulde dienstjaren
                        kan worden verleend, nadat het maximumsalaris van de schaal is bereikt;</al><al><vet>betrekking:</vet></al><al>de betrekking als bedoeld in artikel 1:1; eerste lid onder b, van de
                        CAR;</al><al><vet>functiewaarderingsonderzoek</vet></al><al>het op systematische wijze in rangorde plaatsen van functies met als
                        criterium de relatieve zwaarte van het werk;</al><al><vet>k.</vet><vet> functionele schaal:</vet></al><al>het bij de functie behorende schaalniveau dat wordt vastgesteld met
                        toepassing van de Procedureregeling functiebeschrijving en –waardering
                        2005;</al><al><vet>l.</vet><vet> aanloopschaal:</vet></al><al>de schaal voorafgaand aan de functionele schaal;</al><al><vet>m.</vet><vet> uitloopschaal:</vet></al><al>de schaal, direct volgend op de functionele schaal;</al><al><vet>n.</vet><vet> personeelsbeoordeling:</vet></al><al>een beoordeling als bedoeld in het vigerende Beoordelingsreglement 1991 van
                        de Gemeente Capelle aan den IJssel;</al><al><vet>o.</vet><vet> conversietabel:</vet></al><al>de tabel waarin de vertaling van de gevonden rangorde naar salarisschalen is
                        vastgelegd;</al><al><vet>p.</vet><vet> volledige betrekking;</vet></al><al>de volledige betrekking als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder k, van
                        de CAR;</al><al><vet>q.</vet><vet> overwerk:</vet></al><al>het overwerk als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder l, van de
                        CAR;</al><al>II Salaris</al><al>Recht op salaris</al><al>Artikel 2</al><al>Het recht op salaris vangt aan met de dag waarop de aanstelling van de
                        ambtenaar ingaat.</al><al>Indien in het aanstellingsbesluit geen datum van ingang is vermeld, vangt
                        het recht op salaris aan met de dag waarop de ambtenaar feitelijk in dienst
                        is getreden.</al><al>Het recht op salaris eindigt, in geval van ontslag, met ingang van de dag
                        waarop het ontslag ingaat.</al><al>Aanstelling in aanloopschaal/functionele schaal/uitloopschaal</al><al>Artikel 3</al><al>Burgemeester en wethouders bepalen met inachtneming van de resultaten van
                        een functiewaarderingsonderzoek en aan de hand van de vastgestelde
                        conversietabel de voor de ambtenaar geldende salarisschaal.</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot
                        de uitvoering van een functiewaarderingsonderzoek en de daarbij te hanteren
                        methode.</al><al>De waardering van de functie wordt uitgedrukt in de functionele schaal.</al><al>De ambtenaar kan bij indiensttreding direct in de functionele schaal worden
                        aangesteld.</al><al>In afwijking van het vierde lid kan de ambtenaar, die nog niet voldoet aan
                        de gestelde eisen, in de aanloopschaal worden aangesteld.</al><al>In afwijking van het vierde lid kan een ambtenaar, die in bijzondere mate
                        voldoet aan de gestelde eisen worden aangesteld in de uitloopschaal.</al><al>Een aanstelling in de uitloopschaal is niet mogelijk in de functie van
                        gemeentesecretaris en directeur.</al><al>Gebroken tijdvakken</al><al>Artikel 4</al><al>Wanneer het salaris of een toelage moet worden berekend over een gedeelte
                        van een maand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te
                        delen door het aantal kalenderdagen van die maand.</al><al>Onvolledige betrekking</al><al>Artikel 5</al><al>Het salaris van de ambtenaar met een onvolledige betrekking wordt
                        vastgesteld op een evenredig deel van het salaris dat voor hem zou gelden
                        bij een volledige betrekking.</al><al>Salarisbedragen</al><al>Artikel 6</al><al>De salarissen van de ambtenaren waarvan het salaris niet bij of krachtens de
                        wet is geregeld, worden vastgesteld op de bedragen volgens de salarisschalen
                        zoals opgenomen in bijlage II of bijlage IIa van de CAR.</al><al>Bepaling salarisschaal</al><al>Artikel 7</al><al>Vanaf 1 april 1996 zijn de bijlagen II of IIa van de CAR als volgt van
                        toepassing op de ambtenaar:</al><al>bijlage II is per 1 april 1996 van toepassing op:</al><al>die ambtenaar die ook op 31 maart 1996 reeds een salaris genoot op grond van
                        deze bijlage, dan wel in dienst van een andere werkgever een salaris genoot
                        op grond van bijlage II van de CAR, tenzij op grond van het gestelde onder
                        b, tweede gedachtestreepje, bijlage IIa op de ambtenaar van toepassing
                        is;</al><al>bijlage IIa is van toepassing op:</al><al>de ambtenaar die op of na 1 april 1996 een nieuwe betrekking in de zin van
                        de CAR aanvaardt zonder direct daaraan voorafgaand een betrekking in de zin
                        van de CAR te hebben vervuld, en</al><al>de ambtenaar die op of na 1 april 1996 een nieuwe betrekking in de zin van
                        de CAR aanvaardt, waarbij een betrekking mede als nieuw wordt aangemerkt
                        ingeval een bestaande aanstelling of arbeidsovereenkomst wordt gewijzigd als
                        gevolg van een wijziging in de uit te voeren taken, direct voorafgegaan door
                        een andere betrekking in de zin van de CAR, waarbij aan die nieuwe
                        betrekking een beter salarisperspectief is verbonden.</al><al>Vanaf 1 april 1997 geschiedt de overgang van een der schalen uit bijlage II
                        van de CAR naar een der schalen uit bijlage IIa van de CAR op de navolgende
                        wijze:</al><al>de ambtenaar met een salaris op grond van een der schalen uit bijlage II en
                        die reeds vóór 1 april 1997:</al><al>het maximum heeft bereikt van die schaal, en</al><al>binnen die betrekking geen perspectief heeft op een hogere schaal,</al><al>gaat per 1 april 1997 een salaris ontvangen op basis van het hoogste bedrag
                        van de overeenkomende schaal ingevolge bijlage IIa;</al><al>de ambtenaar met een salaris op grond van een der schalen uit bijlage II en
                        die op een datum gelegen op of na 1 april 1997:</al><al>het maximum heeft bereikt van die schaal, en</al><al>binnen zijn betrekking geen perspectief heeft op een hogere schaal op de
                        datum van het bereiken van het maximum van de schaal,</al><al>gaat met ingang van die datum een salaris ontvangen op basis van het hoogste
                        bedrag van de overeenkomende schaal ingevolge bijlage IIa.</al><al>Anders dan bij het aanvaarden van passende of gangbare arbeid als bedoeld
                        onder hoofdstuk 7 van de CAR met betrekking tot aanspraken bij ziekte dan
                        wel bij wijze van disciplinaire straf, als bedoeld in de CAR, kan geen
                        salarisschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris dan dat van de reeds
                        voor de ambtenaar geldende salarisschaal.</al><al>Periodieke verhoging</al><al>Artikel 8</al><al>Het salaris van de ambtenaar die voldoende functioneert, wordt binnen de
                        voor hem geldende salarisschaal periodiek verhoogd tot het naasthogere
                        bedrag.</al><al>De periodieke verhogingen worden toegekend aan de ambtenaar die het
                        maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft
                        bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van de maand
                        waarin zijn aanstelling een jaar is verstreken en nadien telkens na een
                        jaar.</al><al>Het tijdstip waarop ingevolge het vorige lid voor de eerste maal een
                        periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe
                        naar het oordeel van burgemeester en wethouders, blijkende uit een ten
                        aanzien van de ambtenaar vastgestelde personeelsbeoordeling, aanleiding
                        bestaat.</al><al>De diensttijduitloop wordt voor de eerste maal toegekend drie jaren nadat
                        het maximumsalaris van de functionele schaal is bereikt en vervolgens om de
                        twee jaren tot het maximum van de diensttijduitloop is bereikt.</al><al>Extra periodieke verhoging van het salaris</al><al>Artikel 9</al><al>Aan de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende
                        salarisschaal nog niet heeft bereikt, kan een extra periodieke
                        salarisverhoging of meer periodieke salarisverhogingen tot een in de
                        salarisschaal genoemd bedrag, niet uitgaande boven het maximumsalaris,
                        worden toegekend op grond van zeer goede of uitstekende vervulling van de
                        betrekking.</al><al>Het toekennen van een of meer periodieke verhogingen als genoemd in lid 1
                        blijkt uit een ten aanzien van de ambtenaar vastgestelde
                        personeelsbeoordeling.</al><al>Bij de toepassing van het vorige lid blijft het tijdstip waarop ingevolge
                        artikel 8 een salarisverhoging wordt toegekend onverlet, tenzij anders wordt
                        bepaald .</al><al>Geen periodieke verhoging</al><al>Artikel 10</al><al>Indien een ambtenaar onvoldoende functioneert, kan worden bepaald dat voor
                        hem de in artikel 8 bedoelde salarisverhoging achterwege wordt gelaten.</al><al>Het achterwege laten van een periodieke verhoging blijkt uit een ten aanzien
                        van de ambtenaar vastgestelde personeelsbeoordeling.</al><al>Nadien kan worden bepaald dat de salarisverhoging, die met toepassing van
                        het eerste lid achterwege is gelaten, al dan niet met terugwerkende kracht
                        wordt toegekend</al><al>Van een beslissing tot toepassing van het eerste lid wordt de ambtenaar zo
                        spoedig mogelijk, doch in elk geval voor de datum waarop anders de
                        salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk mededeling gedaan, onder
                        vermelding van de redenen welke tot de beslissing hebben geleid.</al><al>Salaris bij bevordering naar hogere schaal</al><al>Artikel 11</al><al>Wanneer de ambtenaar wordt bevorderd naar een salarisschaal met een hoger
                        maximumsalaris, wordt:</al><al>voor de ambtenaar, als bedoeld in artikel 7 tweede lid onder a. en bijlage
                        II van de CAR, het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het bedrag,
                        gelegen onmiddellijk boven het salaris dat de ambtenaar in de oude schaal
                        zou hebben genoten;</al><al>voor de ambtenaar, als bedoeld in artikel 7 tweede lid onder b. en bijlage
                        IIa van de CAR , het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het
                        eersthogere bedrag in die schaal, waarmee gerealiseerd wordt dat het
                        verschil tussen het nieuwe salaris en het oude salaris van de ambtenaar
                        tenminste 75% bedraagt van het verschil tussen het bedrag dat de ambtenaar
                        laatstelijk genoot en het naasthogere bedrag in die oude schaal, dan wel het
                        naastlagere bedrag in die oude schaal, indien het salaris in de oude schaal
                        reeds overeenkwam met het hoogste bedrag uit die schaal.</al><al>Naast de in het vorige lid genoemde periodieke verhoging bij bevordering
                        naar de hogere schaal, kan toekenning van een of meer periodieke verhogingen
                        plaatsvinden.</al><al>Voor zover nodig zal – in afwijking van het eerste lid onder a – de
                        vooruitgang in salaris tengevolge van de indeling in de schaal met een hoger
                        maximumsalaris nimmer minder bedragen dan het geval zou zijn bij verhoging
                        ingevolge artikel 8 in de schaal waarin de ambtenaar is ingedeeld.</al><al>Een bevordering van de aanloopschaal naar de functionele schaal blijkt uit
                        een vastgestelde personeelsbeoordeling. Als voorwaarde voor bevordering naar
                        de functionele schaal geldt de kwalificatie van voldoende functioneren.</al><al>Indien de ambtenaar zeer goed of uitstekend de betrekking vervult, blijkende
                        uit een ten </al><al>aanzien van de ambtenaar vastgestelde personeelsbeoordeling, en volgens het
                        maximum van de voor hem geldende functionele schaal wordt bezoldigd, kunnen
                        burgemeester en wethouders de ambtenaar bevorderen naar de
                        uitloopschaal.</al><al>Een bevordering naar de uitloopschaal is niet mogelijk voor de functie van
                        gemeentesecretaris en directeur.</al><al>III Instrumenten van flexibele beloning</al><al>Gratificatie</al><al><vet>Artikel 12</vet></al><al>Indien een ambtenaar een uitstekende individuele herkenbare prestatie voor
                        de gemeente heeft geleverd, kan aan hem op grond van een schriftelijk
                        gemotiveerd voorstel een eenmalige beloning in de vorm van een gratificatie
                        worden toegekend.</al><al>De hoogte van de gratificatie bedraagt minimaal € 230,-- netto.</al><al>Indien er sprake is van een meer dan bijzondere prestatie kan dit bedrag met
                        2½ worden vermenigvuldigd. Bij een uitzonderlijke prestatie kan het bedrag
                        met 5 worden vermenigvuldigd.</al><al>Aan een groep ambtenaren die een uitstekende herkenbare prestatie voor de
                        gemeente heeft geleverd, kan een groepsgratificatie worden toegekend.</al><al>De hoogte van de gratificatie als bedoeld in het derde lid bedraagt minimaal
                        €230,- netto. </al><al>Incentives</al><al>Artikel 13</al><al>Aan een ambtenaar die in bijzondere situaties zich extra heeft ingezet dan
                        wel extra werk heeft verricht kan een incentive worden toegekend.</al><al>De waarde van de incentive is niet hoger dan € 230,-- netto.</al><al><vet>Tijdelijke persoonlijke toelage</vet></al><al><vet>Artikel 14</vet></al><al>Aan een ambtenaar die extra of zwaardere werkzaamheden verricht die niet
                        behoren tot de normale vervulling van de door hem beklede functie, wordt
                        gedurende een tijdvak van maximaal twee jaar een tijdelijke toelage
                        toegekend. </al><al>Aan een ambtenaar die een andere, hoger bezoldigde functie waarneemt, wordt
                        gedurende de periode van de waarneming een tijdelijke toelage
                        toegekend.</al><al>De in het eerste en tweede lid bedoelde toelage wordt slechts toegekend
                        indien de betreffende werkzaamheden gedurende tenminste een aaneengesloten
                        periode van dertig kalenderdagen zijn verricht. De in het eerste en tweede
                        lid bedoeld toelage kan ook worden toegekend indien een ambtenaar het
                        maximum van de uitloopschaal heeft bereikt.</al><al>De tijdelijke toelage genoemd in het eerste lid kan met ten hoogste een jaar
                        worden verlengd.</al><al>De in het eerste lid bedoelde toelage is gelijk aan het bedrag van één tot
                        maximaal drie periodieke verhogingen binnen de salarisschaal van de
                        betrokken ambtenaar.</al><al>De toelage als bedoeld in het eerste lid eindigt indien de extra of
                        zwaardere werkzaamheden komen te vervallen, tenzij burgemeester en
                        wethouders van oordeel zijn dat er omstandigheden zijn om de toelage geheel
                        of gedeeltelijk te handhaven.</al><al>Arbeidsmarkttoelage/ Behoudtoelage</al><al><vet>Artikel 15</vet></al><al>Aan de ambtenaar, die een functie gaat vervullen of reeds vervult, die door
                        burgemeester en wethouders na overleg met de Ondernemingsraad is aangewezen
                        als zijnde moeilijk vervulbaar, kan om redenen van werving of behoud van
                        voldoende gekwalificeerd personeel een toelage worden toegekend.</al><al>De in het eerste lid bedoelde toelage wordt toegekend voor een tijdvak dat
                        tevoren is vastgesteld, met inachtneming van een maximum van drie jaar.</al><al>Aan de toekenning is de voorwaarde verbonden dat burgemeester en wethouders
                        van oordeel zijn dat het in het belang van de gemeente is dat de ambtenaar
                        de functie gaat bekleden. Bij toekenning van de toelage bij behoud dient bij
                        de beoordeling te blijken dat de ambtenaar tenminste voldoende tot goed
                        functioneert.</al><al>De toelage kan worden ingetrokken als uit beoordeling blijkt dat de
                        betreffende ambtenaar niet tenminste voldoende tot goed functioneert.</al><al>De hoogte van de toelage als bedoeld in het eerste lid bedraagt maximaal 10%
                        van het salaris van de betrokken ambtenaar.</al><al>De toelage als bedoeld in het eerste lid eindigt op de ingevolge het tweede
                        lid vastgestelde vervaldatum.</al><al>Geen afbouwregeling en samenloop</al><al>Artikel 16</al><al>Bij het beëindigen van instrumenten van flexibele beloning als bedoeld onder
                        hoofdstuk III wordt geen afbouwregeling toegepast.</al><al>Een samenloop van de instrumenten van flexibele beloning als bedoeld in dit
                        hoofdstuk is niet mogelijk.</al><al>Nadere regels</al><al>Artikel 17</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen in overeenstemming met het Georganiseerd
                        Overleg en met instemming van de Ondernemingsraad nadere regels stellen
                        omtrent de toepassing van de instrumenten van flexibele beloning als bedoeld
                        in de artikelen 12 tot en met 15.</al><al>IV Overige toelagen en vergoedingen</al><al>Overwerkvergoeding</al><al>Artikel 18</al><al>a. De ambtenaar die werkzaamheden in dienstopdracht verricht buiten de
                        feitelijke</al><al>arbeidsduur, ontstaan door onvoorziene omstandigheden of pieken boven de
                        normale werkbelasting, komt in aanmerking voor vergoeding van overwerk.</al><al>Onder feitelijke arbeidsduur wordt verstaan de arbeidsduur die voor de
                        ambtenaar voor een bepaalde week is vastgesteld.</al><al>Voor vergoeding van overwerk komen in aanmerking ambtenaren die worden
                        gesalarieerd overeenkomstig het maximum van de functionele schaal 11 en de
                        lagere schalen.</al><al>In principe worden de uren waarop is overgewerkt gecompenseerd in tijd en
                        wordt de toeslag in geld uitbetaald.</al><al>De vergoeding is gelijk aan het bruto uurloon dat geldt voor de betrokken
                        ambtenaar en wordt verhoogd met een percentage afhankelijk van de uren
                        waarop overwerk wordt verricht .</al><al>Dit percentage bedraagt:</al><al>50% van maandag 00.00 uur tot vrijdag 24.00 uur</al><al>75% van zaterdag 00.00 uur tot zaterdag 24.00 uur.</al><al>100% van zondag 00.00 uur tot zondag 24.00 uur.</al><al>Erkende feestdagen worden gelijkgesteld aan de vergoeding zoals deze geldt
                        op een zondag.</al><al>Indien de vergoeding in tijd niet in tijd kan worden gecompenseerd, vindt
                        een totale </al><al> compensatie in geld plaats.</al><al>Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat het niet in het
                        belang van de dienst is dat de overwerkvergoeding in tijd en geld
                        plaatsvindt, dan wordt de totale vergoeding in geld uitbetaald.</al><al>Dit artikel is niet van toepassing op overwerk dat voortvloeit uit
                        verplichtingen in het kader van de Rampenwet, en door of namens burgemeester
                        en wethouders aangewezen werkzaamheden in tijden van oorlog, oorlogsgevaar,
                        of andere buitengewone omstandigheden.</al><al>Burgemeester en wethouders regelen afzonderlijk de vergoeding voor zodanig
                        overwerk.</al><al>Toelage onregelmatige dienst</al><al>Artikel 19 </al><al>Aan de ambtenaar voor wie een salarisschaal geldt met een lager
                        maximumsalaris dan dat van schaal 11 functioneel van bijlage IIa, behorende
                        bij de CAR en voor wie werktijden zijn vastgesteld conform in artikel 3:3
                        van de CAR, wordt een toelage toegekend op grond van artikel 3:3 van de
                        CAR.</al><al>De toelage als bedoeld in het eerste lid bedraagt per gewerkt uur een
                        percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur en wel:</al><al>25% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 06.00 en 08.00 uur en
                        tussen 18.00 en 22.00 uur;</al><al>50% voor de uren op zaterdag en de uren op maandag tot en met vrijdag tussen
                        0.00 en 06.00 uur en tussen 22.00 en 24.00 uur.</al><al>100% voor de uren op zondag en op de nieuwjaarsdag, de tweede Paasdag, de
                        Hemelvaartsdag, de tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen en de dag waarop
                        de verjaardag van de koningin wordt gevierd.</al><al>Voor de in het vorige lid onder a genoemde morgen- en avonduren wordt de
                        toelage slechts toegekend, indien de arbeid is aangevangen vóór 07.00 uur,
                        respectievelijk is beëindigd na 19.00 uur.</al><al>In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen die het bepaalde in
                        de vorige leden aanvult of daarvan afwijkt.</al><al>Inconveniëntentoelage</al><al>Artikel 20</al><al>Een inconveniëntentoelage wordt toegekend conform hetgeen is geregeld in de
                        Regeling inconveniënten van de gemeente Capelle aan den IJssel.</al><al>Toelage Beschikbaarheiddienst</al><al><vet>Artikel 21</vet></al><al>Een toelage beschikbaarheidtoelage wordt toegekend conform hetgeen is
                        geregeld in de Verordening toelage beschikbaarheidsdienst gemeente Capelle
                        aan den IJssel 2002. </al><al>Afbouw toelage </al><al>Artikel 22</al><al>Aan de ambtenaar wiens bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn toedoen
                        beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in artikel 19, 20 en
                        21 een blijvende verlaging ondergaat, wordt door burgemeester en wethouders
                        een aflopende toelage toegekend, indien:</al><al>die blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de som van het salaris en
                        de toelage, als bedoeld in artikel 19 en</al><al>de ambtenaar de toelage, als bedoeld in artikel 19, 20 en 21 direct
                        voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering
                        ervan, gedurende ten minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft
                        genoten.</al><al>De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de ambtenaar
                        de leeftijd van 55 jaar bereikt en hij onmiddellijk voor de aanvang van die
                        toelage, gedurende tenminste 3 jaren zonder wezenlijke onderbreking een
                        toelage – als bedoeld in artikel 19, 20 en 21 – heeft genoten, over in een
                        blijvende toelage als bedoeld in het vorige lid.</al><al>Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt onder wezenlijke
                        onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden.</al><al>V Overige bepalingen</al><al>Onvoorziene gevallen</al><al>Artikel 23</al><al>Voor gevallen waarin deze verordening niet of niet naar billijkheid
                        voorziet, treffen burgemeester en wethouders in overeenstemming met het
                        Georganiseerd Overleg en met instemming van de Ondernemingsraad een
                        bijzondere regeling.</al><al>Slotbepalingen</al><al>Artikel 24</al><al> Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2003 en kan worden
                        aangehaald als de </al><al> Bezoldigingsverordening gemeente Capelle aan den IJssel 2002.</al><al> De “Bezoldigingsverordening 1985, zoals vastgesteld door de raad op 4
                        november 1985 </al><al> en zoals sindsdien gewijzigd, en het daarmee verband houdende gehanteerde
                        beleid </al><al> en/of regelingen wordt ingetrokken.</al><al> De medewerkers die met toepassing van de Bezoldigingsverordening 1985 en
                        het </al><al> daarmee verband houdende gehanteerde beleid ten tijde van de
                        inwerkingtreding van </al><al> de Bezoldigingsverordening gemeente Capelle aan den IJssel 2002 recht
                        hadden op </al><al> bevordering naar de uitloopschaal behouden dit recht volgens de daarvoor </al><al> overeenkomstig de Bezoldigingsverordening 1985 gehanteerde criteria tot
                        uiterlijk </al><al> 1 januari 2008.</al></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders,</ondertekening><ondertekening>De secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>Kruijt. J.J. van Doorne.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>