<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR6258_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Besluit kostenvergoedingen gemeente Capelle aan den IJssel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-1991.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAfgelopenDag%26spd%3d20170104%26epd%3d20170104%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dCapelle%2baan%2bden%2bIJssel%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=4&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad, Jaargang 2017 Nr. 1991</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Besluit kostenvergoedingen gemeente Capelle aan den IJssel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">CAR/UWO</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-02-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-11-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Toegevoegd artikel 10, overige artikelen vernummerd</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Berichten uit het college van 04-12-2007, nr. 43</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>personeel en organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Besluit kostenvergoedingen gemeente Capelle aan den IJssel 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel;</al><al>gelet op de overeenstemming met de commissie voor Georganiseerd
                        Overleg;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen het navolgende;</al><al>Besluit kostenvergoedingen gemeente Capelle aan den IJssel 2007</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>Voor de toepassing van dit Besluit wordt verstaan onder:</al><al>a.<vet><cursief>gemeente:</cursief></vet></al><al>de gemeente Capelle aan den IJssel;</al><al>b.<vet><cursief>CAR/UWO:</cursief></vet></al><al>de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten /
                                de Uitwerkingsovereenkomst;</al><al>c.<vet><cursief>bevoegd gezag:</cursief></vet></al><al>het college van burgemeester en wethouders dan wel de door deze in
                                mandaat aangewezen medewerker;</al><al>d.<vet><cursief>medewerker:</cursief></vet></al><al>de ambtenaar in de zin van de CAR/UWO dan wel de werknemer met wie
                                een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan;</al><al>e.<vet><cursief>woongebied:</cursief></vet></al><al>het gebied gelegen op een afstand van minder dan 10 kilometer van de
                                plaats van tewerkstelling van de medewerker, waarbij de afstand
                                wordt vastgesteld aan de hand van de ANWB-routeplanner;</al><al>f.<vet><cursief>woon-werkverkeer:</cursief></vet></al><al>het reizen door de medewerker langs de meest gebruikelijke weg
                                tussen zijn feitelijk woonadres/verblijfadres en de plaats van
                                tewerkstelling;</al><al>g.<vet><cursief>feitelijk
                                woonadres/verblijfplaats:</cursief></vet></al><al>de vaste woongelegenheid waar de medewerker en het gezin dan wel de
                                partner verblijft;</al><lijst><li nr="h."><al><vet><cursief>plaats van
                                        tewerkstelling:</cursief></vet></al><al> de locatie waar of van waaruit de arbeid in de regel wordt
                                        aangevangen en/of beëindigd;</al></li><li nr="i."><al><vet><cursief>dienstreis:</cursief></vet></al></li></lijst><al>een naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijke
                                verplaatsing van een medewerker tot het verrichten van werkzaamheden
                                buiten de plaats van tewerkstelling, evenals het hiermede verband
                                houdende verblijf buiten deze plaats;</al><al>j.<vet><cursief>verblijfkosten:</cursief></vet></al><al>de logieskosten, de kosten van maaltijden (ontbijt, lunch en diner)
                                en kleine kosten overdag / ’s avonds tijdens een dienstreis;</al><al>k.<vet><cursief>reisregeling binnenland:</cursief></vet></al><al>de reisregeling zoals deze door het ministerie van Binnenlandse
                                Zaken en Koninkrijksrelaties is vastgesteld en die van toepassing is
                                op de rijksambtenaren ingeval van een binnenlandse dienstreis;</al><al>l.<vet><cursief>reisregeling buitenland</cursief></vet></al><al>de reisregeling zoals deze door het ministerie van Binnenlandse
                                Zaken en Koninkrijksrelaties is vastgesteld en die van toepassing is
                                op de rijksambtenaren ingeval van een buitenlandse dienstreis.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Vervoersvergoeding woon- werkverkeer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>De medewerker die voldoet aan de gestelde eisen in artikel 3 dan wel
                                artikel 4 kan eenmaal per kalenderjaar kenbaar maken of hij in
                                aanmerking wenst te komen voor de vervoersvergoeding als bedoeld in
                                artikel 3 of kiest voor de openbaar vervoervergoeding als bedoeld in
                                artikel 4 van dit besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De medewerker die woonachting is buiten het woongebied en
                                        die de afstand tussen diens feitelijk
                                        woonadres/verblijfplaats en de plaats van tewerkstelling met
                                        eigen vervoer aflegt, komt voor een vervoersvergoeding
                                        woon-werkverkeer in aanmerking.</al></li><li nr="2."><al>Het aantal kilometers woon-werkverkeer met het eigen vervoer
                                        wordt maandelijks vergoed op basis van een vaste
                                        vervoersvergoeding dan wel op declaratiebasis. </al></li><li nr="3."><al>De vaste vervoersvergoeding woon-werkverkeer eigen vervoer
                                        is van toepassing voor medewerkers waarvoor geldt dat zij
                                        ten minste 70% van het aantal werkdagen per kalenderjaar
                                        naar de voor hen geldende plaats van tewerkstelling reizen.
                                        Het aantal werkdagen is hierbij vastgesteld op 214 dagen per
                                        jaar.</al></li><li nr="4."><al>Het aantal werkdagen van 214 per jaar wordt naar
                                        evenredigheid verlaagd in het geval de medewerker minder dan
                                        vijf dagen per week werkt.</al></li><li nr="5."><al>De hoogte van de maandelijkse vervoersvergoeding woon-
                                        werkverkeer eigen vervoer op basis van een vaste
                                        vervoersvergoeding wordt als volgt bepaald:</al></li></lijst><al>(214 werkdagen x totale reisafstand per dag x € 0,19)/12
                                maanden.</al><al>Hierbij geldt dat de uitkomst (de vaste vervoersvergoeding
                                woon-werkverkeer) wordt gemaximeerd tot de volgende maxima per
                                maand:</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="20*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="20*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>enkele reisafstand</al></entry><entry colname="col2"><al>één dag per week</al></entry><entry colname="col3"><al>twee dagen per week</al></entry><entry colname="col4"><al>drie dagen per week</al></entry><entry colname="col5"><al>vier dagen of meer per week</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10-15 km</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 8,13</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 16,25</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 24,38</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 32,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>15-20 km</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 11,38</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 22,75</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 34,13</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 45,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>20 km of meer</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 16,25</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 32,50</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 48,75</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 65,--</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="6."><al>De vaste vervoersvergoeding woon- werkverkeer eigen vervoer
                                        wordt verlaagd, verhoogd dan wel niet langer toegekend
                                        indien de reisafstand wijzigt gedurende het
                                        kalenderjaar;</al></li><li nr="7."><al>De medewerker die niet gedurende een jaar ten minste 150
                                        werkdagen (70% van 214) bij een werkweek van vijf dagen naar
                                        de plaats van tewerkstelling reist, kan geen vaste
                                        vervoersvergoeding woon-werkverkeer eigen vervoer ontvangen.
                                        Deze medewerker krijgt zijn reiskosten vergoed op
                                        declaratiebasis. Hierbij geldt een vergoeding van € 0,19 per
                                        kilometer met een maximum van de vergoeding zoals
                                        weergegeven in de tabel in lid 5 van dit artikel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De medewerker die woonachtig is buiten het woongebied en die
                                        de afstand tussen zijn feitelijk woonadres/verblijfadres en
                                        de plaats van tewerkstelling ten minste drie dagen per week
                                        met het openbaar vervoer aflegt, komt voor een
                                        vervoersvergoeding woon- werkverkeer openbaar vervoer in
                                        aanmerking.</al></li><li nr="2."><al>De vervoersvergoeding woon- werkverkeer openbaar vervoer is
                                        gemaximeerd tot tweemaal het bedrag zoals genoemd in de
                                        tabel van lid 5 van artikel 3, zijnde het bedrag bij 20
                                        kilometer of meer in het geval er vier dagen of meer per
                                        week wordt gereisd naar de plaats van tewerkstelling. Voor
                                        de vervoersvergoeding woon-werkverkeer openbaar vervoer
                                        geldt dan de volgende tabel:</al></li></lijst><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>enkele reisafstand</al></entry><entry colname="col2"><al>drie dagen per week</al></entry><entry colname="col3"><al>vier dagen of meer per week</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10-15 km</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 48,76</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 65,--</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>15-20 km</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 68,26</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 91,--</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>20 km of meer</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 97,50</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 130,--</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>3.De vervoersvergoeding woon- werkverkeer openbaar vervoer bestaat
                                uit de door de werkgever te vergoeden vervoersbewijzen, zijnde het
                                OV-jaarabonnement of de NS-trajectkaart of een combinatie daarvan.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De medewerker heeft de mogelijkheid om in de volgende gevallen
                                    een nieuwe vervoerskeuze te maken.</al><lijst><li nr="a."><al>Na afloop van het een jaar durende openbaar
                                            vervoersabonnement.</al></li><li nr="b."><al>Bij verhuizing van de medewerker.</al></li><li nr="c."><al>Indien om redenen van arbeidsongeschiktheid de
                                            medewerker niet meer over een OV-jaarabonnement dan wel
                                            een NS-trajectkaart kan beschikken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Eventuele kosten die de gemeente moet maken in verband met
                                    tussentijdse wijzigingen, anders dan de in lid 1 van dit artikel
                                    vermelde mogelijkheden om van vervoerskeuze te veranderen, komen
                                    te allen tijde voor rekening van de medewerker.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vervoersvergoeding wordt stopgezet bij een afwezigheid, om
                                    welke reden dan ook, van langer dan de lopende maand plus de
                                    daarop volgende kalendermaand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de aanstelling van de medewerker voor wat betreft het
                                    aantal werkdagen per week wordt gewijzigd, vindt ingaande de
                                    ingangsdatum van de wijziging van de aanstelling een herziening
                                    van de vervoersvergoeding plaats overeenkomstig artikel 3 dan
                                    wel artikel 4.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien sprake is van wijziging van de plaats van tewerkstelling
                                    wordt aan de hand van de vast stellen enkele reisafstand woon-
                                    werkverkeer de vervoersvergoeding ter beoordeling van het
                                    bevoegd gezag aangepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>De medewerker is verplicht onmiddellijk schriftelijk mededeling te
                                doen aan het bevoegd gezag van elke wijziging in zijn omstandigheden
                                en van alle gegevens die van belang kunnen zijn voor de aanspraak op
                                en het bedrag van de vervoersvergoeding<vet>.</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>De medewerker of de gewezen medewerker is verplicht de teveel
                                ontvangen vergoeding, uit welke hoofde dan ook, terug te
                                betalen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>De medewerker die op grond van het bovenstaande een
                                vervoersvergoeding ontvangt, kan niet tegelijkertijd een vergoeding
                                ontvangen op basis van het bepaalde in de artikelen 7 tot en met 11,
                                zoals opgenomen in het onderdeel reiskosten van de
                                Verplaatsingskostenverordening 1991. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Vergoeding reis- en verblijfkosten van binnenlandse
                                dienstreizen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>1. De medewerker kan gebruik maken van de regeling fiscale uitruil
                                vervoersvergoeding </al><al>woon-werkverkeer.</al><al>2. De in het eerste lid bedoelde regeling betekent de mogelijkheid
                                voor de medewerker om de niet benutte fiscale ruimte voor een
                                onbelaste vergoeding woon-werkverkeer in te zetten door uitruil met
                                de eindejaarsuitkering.</al><al>3. De medewerker die van de in het eerste lid bedoelde regeling
                                gebruik wil maken dient hiertoe het formulier regeling fiscale
                                uitruil vervoersvergoeding woon-werkverkeer in te vullen en te
                                ondertekenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De medewerker die uit hoofde van zijn functie of ingevolge een
                                    dienstopdracht een binnenlandse dienstreis maakt, heeft
                                    aanspraak op vergoeding van de kosten van deze dienstreis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dienstreizen, die in Nederland zijn begonnen en waarbij het
                                    reisgedeelte buiten Nederland beperkt is of waarbij de
                                    grensoverschrijding niet noodzakelijkerwijs leidt tot uitgaven
                                    voor maaltijden of overnachting in het buitenland, worden voor
                                    de toepassing van dit besluit aangemerkt als dienstreizen binnen
                                    Nederland.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien van derden een vergoeding wordt ontvangen voor de in het
                                    eerste lid van dit artikel bedoelde kosten, wordt deze
                                    vergoeding in mindering gebracht op de vergoeding waarop
                                    ingevolge dit besluit aanspraak bestaat. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De dienstreizen dienen in de regel met openbaar vervoermiddelen
                                    te worden gemaakt, tenzij anders is bepaald door het bevoegd
                                    gezag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de dienstreis naar het oordeel van het bevoegd gezag niet
                                    of niet op doelmatige wijze per openbaar vervoer kan worden
                                    gemaakt, kan het bevoegd gezag aan de medewerker toestemming
                                    verlenen voor de dienstreis gebruik te maken van een eigen
                                    motorvoertuig. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De reiskosten van de binnenlandse dienstreis worden vergoed
                                    indien sprake is van noodzakelijke dienstreizen in het belang
                                    van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder noodzakelijke reiskosten in het belang van de gemeente
                                    worden verstaan kosten die zijn gemaakt:</al><lijst><li nr="-"><al>in de lijn van de normale uitoefening van de functie;
                                        </al></li><li nr="-"><al>in het kader van het werken buiten de plaats van
                                            tewerkstelling; </al></li><li nr="-"><al>in het kader van training, vorming of opleiding geheel
                                            of gedeeltelijk voor rekening van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Reiskosten voor woon-werkverkeer worden niet aangemerkt als
                                    kosten in het belang van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Financiële sancties op verkeersovertredingen worden niet
                                    aangemerkt als reiskosten in de zin van deze regeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een dienstreis dient via de snelste weg te worden gemaakt,
                                    tenzij door het bevoegd gezag een andere opdracht is
                                    gegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval wordt gereisd met een eigen motorvoertuig dient de
                                    snelste weg te worden bepaald aan de hand van de routeplanner
                                    van de ANWB.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De plaats van tewerkstelling wordt door het bevoegd gezag als
                                    begin- en eindpunt van de dienstreis aangemerkt. Het aantal
                                    kilometers wordt naar boven afgerond tot het naast hogere gehele
                                    getal. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het derde lid van dit artikel
                                    kan de woning van de medewerker of een andere plaats als
                                    beginpunt en/of eindpunt van de dienstreis worden aangemerkt,
                                    tenzij op de heenreis of de terugreis de plaats van
                                    tewerkstelling wordt bezocht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding van de reiskosten met een openbaar vervoermiddel
                                    vindt plaats op grond van de daadwerkelijk gemaakte kosten voor
                                    een plaats in de eerste klasse.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de medewerker gebruik maakt van een eigen motorvoertuig
                                    bedraagt de kilometervergoeding een bedrag van € 0,31 per
                                    kilometer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Parkeer-, veer- en tolgelden maken onderdeel uit van de in het
                                    tweede lid van dit artikel bedoelde vergoeding per kilometer en
                                    komen om deze reden niet voor vergoeding in aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien naar het oordeel van het bevoegd gezag het dienstbelang
                                    er mee is gebaat dat tijdens een dienstreis naast het openbaar
                                    vervoer tevens gebruik wordt gemaakt van een taxi, worden de aan
                                    dat taxigebruik verbonden kosten volledig vergoed. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Uitbetaling van de vergoeding van de reiskosten geschiedt
                                    achteraf en op declaratiebasis. Declaraties dienen voorzien te
                                    zijn van originele, deugdelijke bewijsstukken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanspraak op een vergoeding vervalt, indien de betrokkene de
                                    declaratie niet indient binnen drie maanden na de maand waarop
                                    de declaratie betrekking heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>De vergoedingen eigen vervoer voor dienstreizen in het kalenderjaar
                                die het maximum van het belastingvrij te vergoeden bedrag per
                                kilometer overschrijden, strekken mede tot de vergoeding van
                                reiskosten in het kader van het woon-werkverkeer (saldering). </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in verband met een dienstreis noodzakelijk gemaakte kosten voor
                                maaltijden en logies en voor kleine uitgaven overdag en ’s avonds
                                kunnen voor vergoeding in aanmerking komen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Verblijfkosten voor binnenlandse dienstreizen worden vergoed tot
                                    de naar het oordeel van het bevoegd gezag in redelijkheid
                                    gemaakte werkelijke kosten, op basis van en met toepassing van
                                    de bedragen zoals hieronder opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verblijfkosten worden vergoed tegen de bedragen zoals genoemd
                                    in de Reisregeling binnenland.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verblijfkosten kunnen bestaan uit de volgende
                                    kostensoorten:</al><lijst><li nr="a."><al>kleine uitgaven overdag (dagcomponent);</al></li><li nr="b."><al>kleine uitgaven ’s avonds (avondcomponent);</al></li><li nr="c."><al>ontbijt (ontbijtcomponent);</al></li><li nr="d."><al>lunch (lunchcomponent);</al></li><li nr="e."><al>diner (dinercomponent);</al></li><li nr="f."><al>logies (logiescomponent).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij aansluitende dienstreizen kan de avondcomponent als bedoeld
                                    in het tweede lid van dit artikel niet langer dan voor de eerste
                                    acht avonden worden toegekend. Voor ieder volgend etmaal dat
                                    binnen die dienstreis valt, wordt het bedrag van de
                                    avondcomponent gehalveerd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor een resterend gedeelte van een etmaal dan wel voor een
                                    incidentele dienstreis van kortere duur dan een etmaal worden de
                                    uit te keren bedragen voor verblijfkosten berekend
                                    overeenkomstig het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid
                                    van dit artikel, met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de dagcomponent slechts wordt toegekend, indien mede
                                            wordt voldaan aan de voorwaarde dat ten minste vier uren
                                            in het resterende gedeelte of in de dienstreis
                                            valt;</al></li><li nr="b."><al>de avondcomponent en de ontbijtcomponent slechts worden
                                            toegekend, indien mede wordt voldaan aan de voorwaarde
                                            dat een overnachting in het resterende gedeelte of in de
                                            dienstreis valt;</al></li><li nr="c."><al>de lunchcomponent respectievelijk de dinercomponent
                                            slechts worden toegekend, indien mede wordt voldaan aan
                                            de voorwaarde dat de tijd tussen 12.00 uur en 14.00 uur
                                            respectievelijk tussen 18.00 uur en 21.00 uur geheel in
                                            het resterende gedeelte of in de dienstreis valt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Er bestaat geen aanspraak op een vergoeding voor maaltijden
                                    indien tijdens de dienstreis de gelegenheid bestaat maaltijden
                                    verstrekt door derden te ontvangen, tenzij de medewerker
                                    aannemelijk maakt dat hij daarvan geen gebruik heeft kunnen
                                    maken.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Vergoeding reis- en verblijfkosten van buitenlandse
                                dienstreizen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De medewerker die uit hoofde van zijn functie of ingevolge een
                                    dienstopdracht een buitenlandse dienstreis maakt, heeft
                                    aanspraak op vergoeding van de kosten van deze dienstreis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien van derden een vergoeding wordt ontvangen voor de in het
                                    eerste lid van dit artikel bedoelde kosten, wordt deze
                                    vergoeding in mindering gebracht op de vergoeding waarop
                                    ingevolge dit besluit aanspraak bestaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De dienstreizen dienen in de regel met openbaar vervoermiddelen
                                    te worden gemaakt, tenzij anders is bepaald door het bevoegd
                                    gezag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de dienstreis naar het oordeel van het bevoegd gezag niet
                                    of niet op doelmatige wijze met het openbaar vervoer kan worden
                                    gemaakt, kan het bevoegd gezag aan de medewerker toestemming
                                    verlenen voor de dienstreis gebruik te maken van een eigen
                                    motorvoertuig. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De reiskosten van de buitenlandse dienstreis worden vergoed
                                    indien sprake is van noodzakelijke dienstreizen in het belang
                                    van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder noodzakelijke reiskosten in het belang van de gemeente
                                    worden verstaan de kosten die zijn gemaakt: </al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>in de lijn van de normale uitoefening van de functie; </al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>in het kader van het werken buiten de plaats van tewerkstelling;
                                </al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>in het kader van training, vorming of opleiding geheel of
                                    gedeeltelijk voor rekening van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Reiskosten voor woon-/werkverkeer worden niet aangemerkt als
                                    kosten in belang van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Financiële sancties op verkeersovertredingen worden niet
                                    aangemerkt als reiskosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een dienstreis behoort via de meest optimale route te worden
                                    gemaakt, tenzij door het bevoegd gezag een andere opdracht is
                                    gegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval wordt gereisd met een eigen motorvoertuig dient de
                                    meest optimale route te worden bepaald aan de hand van de
                                    routeplanner van de ANWB.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De plaats van tewerkstelling wordt door het bevoegd gezag als
                                    begin- en eindpunt van de buitenlandse dienstreis aangemerkt.
                                    Het aantal kilometers wordt naar boven afgerond tot het naast
                                    hogere gehele getal. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het vorige lid van dit artikel
                                    kan de woning van de medewerker of een andere plaats als
                                    beginpunt en/of eindpunt van de dienstreis worden aangemerkt,
                                    tenzij op de heenreis onderscheidenlijk de terugreis de plaats
                                    van tewerkstelling wordt bezocht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als reiskosten per openbaar vervoer, per boot en per vliegtuig
                                    worden vergoed de kosten die blijkens overgelegde bewijsstukken
                                    in verband met de buitenlandse dienstreis zijn gemaakt voor het
                                    gebruik van daartoe door het bevoegd gezag aangewezen
                                    vervoermiddelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd gezag bepaalt in welke vervoersklasse mag worden
                                    gereisd, met dien verstande dat het reizen per vliegtuig in de
                                    eerste klasse of een daarmee vergelijkbare klasse niet voor
                                    vergoeding in aanmerking komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover het dienstbelang dan wel de reisomstandigheden naar
                                    het oordeel van het bevoegd gezag daartoe aanleiding geven,
                                    worden toeslagen voor bijzondere treinen, kosten van
                                    plaatsreservering in treinen en kosten voor het gebruik van een
                                    slaapwagon, alsmede extra kosten voor bagage als reiskosten
                                    vergoed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De volgende kosten worden eveneens als reiskosten vergoed:</al><lijst><li nr="a."><al>kosten van vervoer van het station, de haven of het
                                            vliegveld van aankomst naar de plaats van bestemming op
                                            de heen- en op de terugreis;</al></li><li nr="b."><al>kosten voor luchthavenrechten;</al></li><li nr="c."><al>kosten voor een kruier.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien voor een binnen Nederland verlopend gedeelte van de
                                    dienstreis dat aansluit op een reisgedeelte per openbaar
                                    vervoer, vliegtuig of boot, met toestemming van het bevoegd
                                    gezag gebruik wordt gemaakt van een eigen motorvoertuig, wordt
                                    daarvoor een vergoeding verleend van € 0,31 per kilometer. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de medewerker gebruik maakt van een eigen motorvoertuig
                                    bedraagt de kilometervergoeding een bedrag van € 0,31 per
                                    kilometer.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Parkeer-, veer- en tolgelden maken onderdeel uit van de in het
                                    zesde lid van dit artikel bedoelde vergoeding per kilometer en
                                    komen om deze reden niet voor vergoeding in aanmerking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Verblijfkosten zijn de in verband met een dienstreis
                                    noodzakelijk gemaakte kosten voor maaltijden, logies en kleine
                                    uitgaven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verblijfkosten worden vergoed tegen de bedragen zoals genoemd
                                    in de Reisregeling buitenland.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen aanspraak op een vergoeding wegens verblijfkosten bestaat
                                    voor een dienstreis korter dan vier uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de medewerker die met alle bewijsstukken
                                    aantoont dat een vergoeding vastgesteld volgens het tweede lid
                                    door bijzondere omstandigheden niet toereikend is om tijdens de
                                    dienstreis gemaakte verblijfkosten te bestrijden, toestaan de
                                    meerdere kosten, hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk in rekening
                                    te brengen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergoeding voor verblijfkosten inzake buitenlandse
                                    dienstreizen bestaat uit:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een vergoeding voor kleine uitgaven ter grootte van 1,5% van het
                                    bedrag voor overige kosten zoals opgenomen in de Reisregeling
                                    buitenland, voor ieder uur dat de dienstreis duurt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een vergoeding van de werkelijk gemaakte logieskosten tot
                                    maximaal per overnachting het daarvoor in de Reisregeling
                                    buitenland opgenomen bedrag;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een ontbijtvergoeding ter grootte van 12% van het bedrag voor
                                    overige kosten zoals opgenomen in de Reisregeling buitenland,
                                    voor iedere periode van 06.00 uur tot 08.00 uur die binnen de
                                    dienstreis valt;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een lunchvergoeding ter grootte van 20% van het bedrag voor
                                    overige kosten zoals opgenomen in de Reisregeling buitenland,
                                    voor iedere periode van 12.00 uur tot 14.00 uur die binnen de
                                    dienstreis valt;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>een dinervergoeding ter grootte van 32% van het bedrag voor
                                    overige kosten zoals opgenomen in de Reisregeling buitenland,
                                    voor iedere periode van 18.00 uur tot 21.00 uur die binnen de
                                    dienstreis valt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien een bewijsstuk van kosten voor logies en ontbijt wordt
                                    overgelegd waaruit niet blijkt welk deel van de kosten voor
                                    logies en welk deel van de kosten voor ontbijt zijn gemaakt,
                                    worden de op het bewijsstuk vermelde kosten vergoed, voor zover
                                    deze niet meer bedragen dan de som van de vergoedingen genoemd
                                    in het vijfde lid, onder b en c. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><al>De in verband met een dienstreis gemaakte kosten voor interlokale en
                                internationale telefoongesprekken ten behoeve van dienstdoeleinden,
                                alsmede de naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk
                                gemaakte kosten voor vaccinatie en representatie worden op basis van
                                overgelegde bewijsstukken geheel vergoed. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Uitbetaling van verblijfkosten geschiedt achteraf, op
                                    declaratiebasis. Declaraties dienen voorzien te zijn van
                                    originele, deugdelijke bewijsstukken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanspraak op een vergoeding vervalt, indien de medewerker de
                                    declaratie niet indient binnen drie maanden na de maand waarop
                                    de declaratie betrekking heeft.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Vergoeding kosten van een warme maaltijd</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de medewerker die naar het oordeel van het bevoegd gezag
                                    niet in staat is zijn maaltijd op de hiervoor bestemde tijd
                                    (tussen 17.00 en 20.00 uur) op de voor hem gebruikelijke plaats
                                    te nuttigen, wordt een maaltijd verstrekt dan wel vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aan de medewerker hiervoor in rekening gebrachte kosten
                                    worden hem op basis van de overgelegde rekening vergoed.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor wat betreft de hoogte van de vergoeding van de maaltijd
                                    wordt aangesloten bij de Reisregeling binnenland.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><al>Het bevoegd gezag behoudt zich het recht voor om in verband met
                                fiscale wijzigingen, de bedragen zoals overeengekomen met een
                                medewerker en de bedragen zoals zijn opgenomen in dit besluit te
                                wijzigen in het fiscaal onbelast toegestane maximum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan, in overeenstemming met de commissie voor
                                    Georganiseerd Overleg en gehoord de Ondernemingsraad, nadere
                                    regels stellen ter uitvoering van het bepaalde in dit
                                    besluit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen waarin dit besluit niet of niet in redelijkheid
                                    voorziet kan het bevoegd gezag nader beslissen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag van
                                        vaststelling. </al></li><li nr="2."><al>Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit
                                        kostenvergoedingen gemeente Capelle aan den IJssel
                                        2007.</al></li><li nr="3."><al>Met ingang van de dag van vaststelling worden
                                        ingetrokken:</al></li><li nr="-"><al>de Verordening vervoersvergoeding woon-werkverkeer gemeente
                                        Capelle aan den IJssel 2002, vastgesteld bij besluit van 29
                                        oktober 2002;</al></li><li nr="-"><al>het Besluit dienstreisvergoedingen buitenland, vastgesteld
                                        bij besluit van 6 maart 2001.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Capelle aan den IJssel, 5 februari 2008.</ondertekening><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>G.Kruijt. J.J. van Doorne.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting op het Besluit kostenvergoedingen gemeente Capelle aan den
                    IJssel 2007</tussenkop><al>1.<vet>Begripsbepalingen</vet></al><al>De begripsbepalingen in paragraaf 1 van het Besluit kostenvergoedingen gemeente
                    Capelle aan den IJssel 2007 zijn grotendeels gelijk aan de begripsbepalingen uit
                    de Verordening vervoersvergoeding </al><al>woon-werkverkeer gemeente Capelle aan den IJssel 2002. Een uitbreiding van de
                    begripsbepalingen heeft plaatsgevonden met de begrippen “Dienstreis”,
                    “Reisregeling binnenland” en “Reisregeling buitenland”. </al><al/><al>2.<vet>Vervoersvergoeding woon-werkverkeer</vet></al><tussenkop>Verordening 2002</tussenkop><al>Op 29 oktober 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders besloten tot
                    het vaststellen van de Verordening vervoersvergoeding woon-werkverkeer gemeente
                    Capelle aan den IJssel 2002. Deze verordening werd vastgesteld op grond van de
                    noodzaak om goede secundaire arbeidsvoorwaarden met betrekking tot
                    woon-werkverkeer voor de medewerkers van de gemeente te creëren. Op deze wijze
                    diende de gemeente Capelle aan den IJssel aantrekkelijker te worden gemaakt voor
                    zowel het zittende personeel als voor het nieuw te werven personeel ofwel de
                    gemeente diende concurrerend te zijn ten opzichte van andere gemeenten. </al><al>De betreffende verordening werd vastgesteld met inachtneming van de fiscale
                    wetgeving, wat in concreto betekende dat alle begrippen en termen uit de fiscale
                    wetgeving werden overgenomen. </al><al>De Verordening vervoersvergoeding gemeente Capelle aan den IJssel 2002 die is
                    ingegaan op 1 januari 2002, bevatte in hoofdlijnen de volgende bepalingen:</al><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar die naar zijn vaste arbeidsplaats reist en waarvan de
                            afstand naar het feitelijk woonadres/verblijfplaats meer dan 10
                            kilometer bedraagt, derhalve een afstand vanaf 10,1 kilometer, heeft de
                            keuze uit een vervoersbijdrage ter grootte van 50% van de fiscale
                            forfaitaire tabel, dan wel indien gebruik wordt gemaakt van een vorm van
                            openbaar vervoer, uit een OV-jaarabonnement of een NS-trajectkaart. De
                            OV-jaarkaart geldt voor het vaste woon-werkverkeer-traject en is op
                            basis van de tweede klasse. De OV-jaarkaart wordt verstrekt door de
                            werkgever.</al></li><li nr="2."><al>Deeltijders die minder dan vier dagen per week werken en kiezen voor een
                            vervoersbijdrage ter grootte van 50% van de fiscale forfaitaire tabel,
                            ontvangen overeenkomstig de forfaitaire regeling een vergoeding naar
                            evenredigheid van het aantal dagen waarop is gereisd.</al></li><li nr="3."><al>Alle vergoedingen zijn in de sfeer van de loonheffingen – loonbelasting,
                            sociale premies en Zorgverzekeringswet – onbelast respectievelijk worden
                            door de werkgever netto verstrekt. </al></li><li nr="4."><al>De reiskostenvergoeding op grond van de verordening wordt niet
                            afhankelijk gesteld van het gebruikte vervoermiddel en is evenmin
                            afhankelijk van de intentie om te verhuizen naar de standplaats als
                            bedoeld in de Verplaatsingskostenverordening 1991. Op grond van de
                            Verplaatsingskostenverordening bestond de mogelijkheid om indien een
                            dergelijke intentie werd uitgesproken, een tegemoetkoming in de
                            reiskosten te ontvangen voor de duur van twee jaar. Deze tegemoetkoming
                            in de reiskosten wordt met de inwerkingtreding van de Verordening
                            vervoers-vergoeding gemeente Capelle aan den IJssel 2002 derhalve niet
                            meer toegekend. </al></li><li nr="5."><al>De reiskosten bij dienstreizen over een traject dat samenvalt met het
                            woon-werkverkeer kunnen niet langer worden gedeclareerd. De vergoeding
                            van deze reiskosten wordt geacht verdisconteerd te zijn in de vergoeding
                            van de werkgever.</al></li><li nr="6."><al>Indien de werknemer arbeidsongeschikt is, maar wel dagelijks of een
                            aantal dagen per week van zijn woning naar de arbeidsplaats reist in
                            verband met reïntegratie of arbeidstherapie, blijft de aanspraak op een
                            vervoersvergoeding gehandhaafd.</al></li></lijst><al>Volgens de bepalingen van de Verordening vervoersvergoeding woon-werkverkeer
                    gemeente </al><al>Capelle aan den IJssel 2002 was er sprake van woon-werkverkeer als de werknemer
                    ten minste eenmaal per week op dezelfde dag langs de snelste weg heen en weer
                    reist tussen zijn woning of verblijfplaats en de arbeidsplaats. De afstand
                    woon-werkverkeer werd door de werkgever bepaald aan de hand van een zeer
                    nauwkeurige routeplanner, zijnde de ANWB-routeplanner (snelste route). Inzake
                    het begrip feitelijk woonadres/verblijfplaats ging het bij een woning om een
                    vaste woongelegenheid waar het gezin dan wel de partner verbleef en kon het om
                    een verblijfplaats gaan als de medewerker door de week in de buurt van zijn werk
                    een kamer aanhield. In de laatstgenoemde situatie gold de vergoeding voor de
                    reizen die bij deze kamer beginnen. </al><al>Aan de onderhavige verordening is toepassing gegeven doordat na het besluit van
                    het college van burgemeester en wethouders aan alle medewerkers een besluit is
                    toegezonden inzake het al dan niet toekennen van een vergoeding op grond van de
                    verordening. Vanaf dit moment wordt de toekenning van een vergoeding en de
                    hoogte van de vergoeding op grond van de verordening vastgesteld bij de
                    indiensttreding van een medewerker en maakt als zodanig onderdeel uit van de
                    aanstellingsbrief.</al><tussenkop>Huidige verordening</tussenkop><al>Inmiddels zijn de fiscale spelregels inzake de vergoedingen voor het
                    woon-werkverkeer aanzienlijk veranderd en voldoet de Verordening
                    vervoersvergoeding woon-werkverkeer gemeente </al><al>Capelle aan den IJssel 2002 niet meer aan de huidige fiscale wet- en
                    regelgeving. Het reiskostenforfait was van toepassing tot 1 januari 2004. Sedert
                    deze datum bestaat dit niet meer. Een werkgever mag een onbelaste vergoeding
                    geven voor de kosten woon-werkverkeer tot een maximumbedrag van € 0,19 per
                    daadwerkelijk afgelegde kilometer. Nu het gaat om een onbelaste vergoeding van
                    de daadwerkelijk afgelegde kilometers, betekent dit dat de gemeente gedwongen
                    wordt tot het voeren van een administratie waarin is vastgelegd het aantal dagen
                    dat een medewerker op zijn werk is geweest en de afgelegde afstand wordt
                    vastgelegd. </al><al>Al voor de invoering van de nieuwe wetgeving was het duidelijk dat de beoogde
                    vereenvoudiging zo niet haalbaar was. In plaats van het voeren van een
                    administratie waarin alles nauwkeurig wordt vastgelegd met betrekking tot de
                    woon-werkvergoedingen is het mogelijk om een praktische regeling te hanteren. </al><al>Door middel van deze regeling is het mogelijk om onder bepaalde voorwaarden een
                    vaste vergoeding uit te betalen voor reiskosten, zonder dat een nauwkeurige
                    administratie van werkelijk gewerkte dagen en afgelegde afstanden noodzakelijk
                    is. Deze praktische regeling is vastgelegd in artikel 3 van het </al><al>Besluit kostenvergoedingen gemeente Capelle aan den IJssel 2007. </al><al>Met de inwerkingtreding van het Besluit kostenvergoedingen gemeente Capelle aan
                    den IJssel 2007 is de Verordening vervoersvergoeding woon-werkverkeer gemeente
                    Capelle aan den IJssel 2002 ingetrokken. </al><tussenkop>Vaste vervoersvergoeding</tussenkop><al>De hoogte van de maandelijkse vervoersvergoeding woon-werkverkeer eigen vervoer
                    op basis van een vaste vervoersvergoeding wordt als volgt bepaald:</al><al>(214 werkdagen x totale reisafstand x € 0,19)/12 maanden.</al><al>Deze praktische regeling is echter alleen toepasbaar voor medewerkers die ten
                    minste 70% van het aantal werkdagen per kalenderjaar ofwel 150 dagen op
                    jaarbasis naar de vaste arbeidsplaats reizen. </al><al>Vastgesteld kan worden dat voor bijna alle medewerkers van de gemeente deze
                    regeling toepasbaar is. </al><al>Echter, voor de medewerker die niet voldoet aan het criterium van 70% van het
                    aantal werkdagen per kalenderjaar geldt dat hij zijn reiskosten vergoed krijgt
                    op declaratiebasis. Hierbij geldt een vergoeding van</al><al>€ 0,19 per kilometer met een maximum van de vergoeding als weergegeven in de
                    tabel in artikel 3, lid 5 van het Besluit kostenvergoedingen gemeente Capelle
                    aan den IJssel 2007. </al><al>In het Besluit kostenvergoedingen gemeente Capelle aan den IJssel 2007 blijft de
                    maximale hoogte van de vervoersvergoeding gelijk aan de maximale
                    vervoersvergoeding zoals deze werd bepaald volgens de Verordening
                    vervoersvergoeding woon-werkverkeer gemeente Capelle aan den IJssel 2002 op
                    basis van het voorheen geldende reiskostenforfait. Er zijn derhalve geen
                    financiële consequenties.</al><tussenkop>Wijzigingen</tussenkop><al>Het Besluit kostenvergoedingen gemeente Capelle aan den IJssel 2007 kent, voor
                    wat betreft de vervoersvergoeding woon-werkverkeer, ten opzichte van de voorheen
                    geldende regeling voor de vervoersvergoedingen woon-werkverkeer drie
                    wijzigingen: </al><lijst><li nr="1."><al>Een vergoeding gebaseerd op de hierboven genoemde methode in plaats van
                            het toepassen van het oude reiskostenforfait. </al></li><li nr="2."><al>De vergoeding van de reiskosten op declaratiebasis voor de medewerkers
                            die niet voldoen aan het genoemde criterium van 70%. </al></li><li nr="3."><al>De saldering zoals opgenomen in artikel 16 van het Besluit
                            kostenvergoedingen gemeente Capelle aan den IJssel 2007. </al></li></lijst><tussenkop>Saldering</tussenkop><al>Onder saldering wordt verstaan de mogelijkheid om met ingang van het jaar 2008
                    de vervoersvergoedingen woon-werkverkeer te salderen met de vergoedingen voor
                    dienstreizen. Met salderen wordt het volgende bedoeld: als gevolg van het
                    beschikbare budget voor woon-werkverkeer de medewerkers ontvangen niet de
                    maximaal mogelijke fiscale onbelaste reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer.
                    Omdat meer zou mogen worden vergoed voor de woon-werkvergoeding dan momenteel
                    wordt gedaan ontstaat er een fiscale ruimte. Voor de vergoedingen voor
                    dienstreizen geldt dat deze worden vergoed tegen een bedrag van </al><al>31 eurocent. Dit is € 0,12 meer dan de fiscale wetgeving voorschrijft. Deze €
                    0,12 wordt dan ook bruto uitgekeerd. De nieuwe fiscale wetgeving biedt de
                    mogelijkheid om de ongebruikte fiscale ruimte in het </al><al>woon-werkverkeer te salderen met het belaste deel van de zakelijke kilometers. </al><tussenkop>Voorbeeld</tussenkop><al>Het volgende voorbeeld kan dit verduidelijken.</al><al>Medewerker A reist vijf dagen per week 10 kilometer van zijn huis naar de
                    arbeidsplaats (en andersom) en zou derhalve een onbelaste vergoeding kunnen
                    krijgen, gelet op de fiscale wetgeving, van maximaal </al><al>(214 werkdagen x 20 kilometer x € 0,19)/12 maanden) € 67,67 per maand ofwel €
                    812,04 per jaar. </al><al>Om reden dat de vaste vergoeding voor het woon-werkverkeer in onze regeling is
                    gemaximeerd tot € 32,50 per maand, is derhalve een fiscale ruimte aanwezig van €
                    35,17 per maand ofwel € 422,04 per jaar. </al><al>Eenmaal per maand gedurende het gehele jaar maakt deze medewerker een dienstreis
                    van 100 kilometer waarvoor gedeclareerd mag worden een bedrag van € 0,31 per
                    kilometer (€ 0,19 belast en € 0,12 onbelast). Gelet op het belaste deel van de
                    kilometervergoeding (€ 0,12) wordt op maandbasis belast een bedrag van 100 x €
                    0,12 = € 12,-- en op jaarbasis derhalve een bedrag van € 240,--. Gelet echter op
                    de fiscale ruimte van € 35,17 per maand ofwel € 422,04 per jaar had de
                    vergoeding voor de dienstreis onbelast kunnen worden uitbetaald. Dit wordt op
                    het einde van het jaar alsnog gecorrigeerd. </al><al>De salarisadministratie draagt zorg voor de uitbetaling van de
                    vervoersvergoeding en derhalve ook voor de uitbetaling van de saldering. Van de
                    zijde van de medewerker is derhalve geen actie noodzakelijk.</al><al/><al><vet><cursief>Vervoersvergoeding woon-werkverkeer openbaar
                        vervoer</cursief></vet></al><al>Medewerkers kunnen voor het
                    woon-werkverkeer gebruik maken van het openbaar vervoer. </al><al>Hiervoor dienen zij een abonnement (maandkaart dan wel jaarkaart) aan te
                    schaffen van het betreffende openbaar vervoersmiddel. Na overhandiging van een
                    kopie van een dergelijke kaart zal de gemeente overgaan tot het vergoeden van de
                    gemaakte kosten. Na afloop van de geldigheidstermijn van het abonnement dient de
                    medewerker het originele exemplaar te overhandigen aan de salarisadministratie.
                    Losse kaartjes dan wel strippenkaarten komen niet in aanmerking voor een
                    vergoeding. Indien wordt gekozen om te reizen met het openbaar vervoer dient
                    deze keuze in beginsel gedurende een jaar </al><al>(12 maanden) gehandhaafd te blijven. Na afloop van het jaar (12 maanden) dient
                    de medewerker opnieuw zijn keuze kenbaar te maken.</al><tussenkop>Let op</tussenkop><al>De vervoersvergoeding op grond van het Besluit kostenvergoedingen gemeente
                    Capelle aan den IJssel 2007 is niet afhankelijk van het gebruikte vervoermiddel.
                    De vervoersvergoeding is eveneens niet afhankelijk van de noodzaak casu quo de
                    intentie om te verhuizen naar de standpplaats als bedoeld in de
                    Verplaatsingskostenverordening 1991. Op grond van de
                    Verplaatsingskostenverordening bestond de mogelijkheid om bij aanwezigheid van
                    de noodzaak van een verhuizing, een tegemoetkoming te verstrekken in de
                    reiskosten voor de duur van twee jaar. In artikel 9 van het Besluit
                    kostenvergoedingen is vastgelegd dat indien een vervoersvergoeding wordt
                    toegekend de in de Verplaatsingskostenverordening genoemde reiskostenvergoeding
                    niet wordt toegekend. </al><al/><al>3.<vet>Vergoeding reis- en verblijfkosten van binnenlandse
                    dienstreizen</vet></al><tussenkop>Reis- en verblijfkosten</tussenkop><al>In paragraaf 3 van het Besluit kostenvergoedingen gemeente Capelle aan den
                    IJssel 2007 is vastgelegd aan welke voorwaarden een binnenlandse dienstreis
                    dient te voldoen voordat wordt overgegaan tot een vergoeding van de hieraan
                    verbonden reiskosten en (eventueel) de verblijfkosten. Een dergelijke
                    vastlegging van de voorwaarden voor een dienstreis heeft tot op heden niet
                    plaatsgevonden en is noodzakelijk geacht om alle mogelijke onduidelijkheden weg
                    te nemen.</al><al> De hoogte van de kilometervergoeding voor dienstreizen is afgeleid van de
                    Reisregeling binnenland die geldt voor de ambtenaren van de sector rijk.
                    Wijzigingen in de hoogte van de vergoeding en/of de voorwaarden voor de
                    vergoeding zijn opgenomen in een circulaire van het ministerie van Binnenlandse
                    Zaken en Koninkrijksrelaties die (voor dit onderwerp) eenmaal per jaar ter
                    kennis van de gemeente wordt gebracht. De hoogte van de kilometervergoeding voor
                    dienstreizen is momenteel bepaald op € 0,28 per kilometer waarvan € 0,12 belast
                    is. In overeenstemming met de commissie voor Georganiseerd Overleg is enige
                    jaren geleden vastgesteld dat de kilometervergoeding in deze gemeente echter €
                    0,31 bedraagt. </al><al>De verblijfkosten kunnen bestaan uit de volgende kostensoorten:</al><lijst><li nr="a."><al>kleine uitgaven overdag (dagcomponent);</al></li><li nr="b."><al>kleine uitgaven ’s avonds (avondcomponent);</al></li><li nr="c."><al>ontbijt (ontbijtcomponent);</al></li><li nr="d."><al>lunch (lunchcomponent);</al></li><li nr="e."><al>diner (dinercomponent);</al></li><li nr="f."><al>logies (logiescomponent).</al></li></lijst><al>De voorwaarden waaraan een dienstreis moet voldoen ten einde te kunnen komen tot
                    een uitbetaling van de reis- en verblijfkosten zijn neergelegd in de artikelen
                    10 tot en met 13 en 15 van het Besluit kostenvergoedingen en behoeven geen
                    nadere toelichting. De hoogte van de vergoeding voor reiskosten en
                    verblijfkosten is vastgelegd in de artikelen 14 en 18. Bijzondere vermelding
                    verdient het bepaalde in </al><al>artikel 15, lid 1 volgens welk artikel de vergoeding van de reiskosten
                    plaatsvindt op grond van de daadwerkelijk gemaakte kosten voor een plaats in de
                    eerste klasse. Deze bepaling is in overeenstemming met het bepaalde in de
                    Reisregeling binnenland.</al><tussenkop>Parkeer-, veer- en tolgelden</tussenkop><al>De vergoeding van € 0,31 per kilometer bevat ook reeds de kosten voor parkeer-,
                    veer- en tolgelden. </al><al>Dit betekent dat deze kosten niet alsnog kunnen worden gedeclareerd. </al><tussenkop>Schade</tussenkop><al>Volledigheidshalve wijzen wij erop dat in het geval met eigen motorrijtuig in de
                    zin van de </al><al>Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen een dienstreis wordt gemaakt,
                    de eventuele schade die geleden wordt als gevolg van deze dienstreis wordt
                    vergoed, <vet><cursief>tenzij</cursief></vet> de schade bestaat uit de normale
                    slijtage van het gebruikte motorrijtuig dan wel sprake is van aan opzet of
                    bewuste roekeloosheid grenzende verwijtbaarheid van de medewerker. De medewerker
                    die in de regel meer dan 10.000 kilometers per jaar rijdt ten behoeve van de
                    dienst en hiervoor een vergoeding ontvangt, heeft in het geheel geen recht op
                    vergoeding van schade aan zijn eigen motorrijtuig.</al><al/><al>4.<vet>Vergoeding reis- en verblijfkosten van buitenlandse
                    dienstreizen</vet></al><al>In paragraaf 4 van het Besluit kostenvergoedingen gemeente Capelle aan den
                    IJssel 2007 is vastgelegd aan welke voorwaarden een buitenlandse dienstreis
                    dient te voldoen voordat wordt overgegaan tot een vergoeding van de hieraan
                    verbonden reiskosten en (eventueel) de verblijfkosten. Een dergelijke
                    vastlegging van de voorwaarden voor een dienstreis heeft tot op heden niet
                    plaatsgevonden en is noodzakelijk geacht om alle mogelijke onduidelijkheden weg
                    te nemen.</al><al>De hoogte van de vergoedingen voor reiskosten en (eventueel) verblijfkosten voor
                    buitenlandse dienstreizen is afgeleid van de Reisregeling buitenland die geldt
                    voor de ambtenaren van de sector rijk. Wijzigingen in de hoogte van de
                    vergoeding en/of de voorwaarden voor de vergoeding zijn opgenomen in een
                    circulaire van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties die
                    (voor dit onderwerp) eenmaal per jaar ter kennis van de gemeente wordt gebracht.
                    De werkelijke kosten van de dienstreizen worden geheel vergoed. De hoogte van de
                    verblijfkosten worden bepaald door de Reisregeling buitenland en zijn
                    afhankelijk van het betreffende land dat bezocht wordt (zie bijbehorende
                    tarieflijst).</al><al>De verblijfkosten kunnen bestaan uit de volgende kostensoorten:</al><lijst><li nr="a."><al>ontbijt (ontbijtcomponent);</al></li><li nr="b."><al>lunch (lunchcomponent);</al></li><li nr="c."><al>diner (dinercomponent);</al></li><li nr="d."><al>logies (logiescomponent);</al></li><li nr="e."><al>overige kosten.</al></li></lijst><al>De Reisregeling buitenland geeft een tweetal bedragen per land of gebiedsdeel
                    weer, te weten een bedrag voor logieskosten en een bedrag voor overige kosten.
                    Het bedrag van de overige kosten ziet op de kostensoorten zoals hierboven
                    genoemd onder a tot en met e. Ieder component vertegenwoordigd een percentage
                    van het bedrag voor overige kosten. De percentages kunnen als volgt worden
                    weergegeven:</al><lijst><li nr="-"><al>12% van het bedrag voor overige kosten ziet op de
                            ontbijtvergoeding;</al></li><li nr="-"><al>20% van het bedrag voor overige kosten ziet op de lunchvergoeding;</al></li><li nr="-"><al>32% van het bedrag voor overige kosten ziet op de dinervergoeding;
                            en</al></li><li nr="-"><al>1,5% voor ieder uur dat de dienstreis duurt.</al></li></lijst><al>De voorwaarden waaraan een dienstreis moet voldoen ten einde te kunnen komen tot
                    een uitbetaling </al><al>van de reiskosten alsmede de hoogte van de vergoeding voor reiskosten zijn
                    neergelegd in de </al><al>artikelen 19 tot en met 23 van het Besluit kostenvergoedingen en behoeven geen
                    nadere toelichting. </al><al>De voorwaarden en de hoogte van de vergoeding voor verblijfkosten zijn
                    vastgelegd in de artikelen 24 tot en met 26. </al><al/><al>5.<vet>Vergoeding kosten van een warme maaltijd</vet></al><al>De vergoeding van de kosten van een warme maaltijd is vastgelegd in artikel 27
                    van het Besluit kostenvergoedingen. Deze vergoeding is afgeleid van de
                    Reisregeling binnenland die geldt voor de ambtenaren van de sector rijk.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>