<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR6256_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening betreffende de zorg van het college van burgemeester en wethouders voor de archiefbescheiden van de gemeentelijke organen, de aanwijzing van de archiefbewaarplaats en het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze niet zi</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">IJsselpost, 02-07-1997</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Archiefverordening gemeente Capelle aan den IJssel 1996</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Archiefwet, art. 30-32</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1997-06-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1997-07-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-10-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>registratienummer 3549, B&amp;W 29-04-1997</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Archiefverordening, vastgesteld bij raadsbesluit van 28 juni 1976.</al><al>In artikel 19 is bepaald dat de verordening in werking treedt met ingang van de dag, volgend op die van haar bekendmaking.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening betreffende de zorg van het college van burgemeester en wethouders voor de archiefbescheiden van de gemeentelijke organen, de aanwijzing van de archiefbewaarplaats en het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze niet zi</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet : de Archiefwet 1995;</al></li><li nr="b."><al>burgemeester en : het college van burgemeester en wethouders
                                    van</al></li></lijst><al>wethouders Capelle aan den IJssel;</al><lijst><li nr="c."><al>gemeentelijke organen : de overheidsorganen, bedoeld in artikel
                                    1, onder b van de wet, voorzover behorende tot de gemeente
                                    Capelle aan den IJssel;</al></li><li nr="d."><al>de archiefbewaarplaats : de door de raad overeenkomstig artikel
                                    31 van de wet aangewezen archiefbewaarplaats;</al></li><li nr="e."><al>de gemeentearchivaris : de gemeentearchivaris van Rotterdam als
                                    eerste adviseur van het college van burgemeester en wethouders
                                    voornoemd ten aanzien van de zorg voor de archiefbescheiden van
                                    de gemeentelijke organen, als bedoeld in artikel 30, eerste lid
                                    van de wet;</al></li><li nr="f."><al>beheerder : degene, die ingevolge artikel 4 van deze verordening
                                    is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de
                                    gemeentelijke organen, die nog niet naar de archiefbewaarplaats
                                    zijn overgebracht;</al></li><li nr="g."><al>beheerseenheid : een door het college van burgemeester en
                                    wethouders als zodanig aan te wijzen organisatieonderdeel;</al></li><li nr="h."><al>informatiesysteem : systeem van documentatie, procedures,
                                    apparatuur en programmatuur, met behulp waarvan
                                    archiefbescheiden kunnen worden vervaardigd, bewerkt, verzonden,
                                    ontvangen en geraadpleegd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II</nr><titel>De aanwijzing van de archiefbewaarplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>De in artikel 31 van de wet bedoelde archiefbewaarplaats is de als
                            zodanig aangewezen archiefbewaarplaats van de gemeente Rotterdam.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III</nr><titel>De zorg van het college van burgemeester en wethouders voor de
                            archiefbescheiden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor het
                            inrichten en in stand houden van voldoende en doelmatige ruimten,
                            bestemd voor de bewaring van de archiefbescheiden van de gemeentelijke
                            organen, voorzover deze bescheiden niet naar de archiefbewaarplaats zijn
                            overgebracht, een en ander overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de
                            wet gestelde eisen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor het
                            aanwijzen van de beheerders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de
                            aanstelling van voldoende deskundig personeel voor het verrichten van de
                            werkzaamheden verbonden aan het beheer van de niet naar de
                            archiefbewaarplaats overgebrachte gemeentelijke archiefbescheiden en
                            documentaire verzamelingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor, dat
                                de vervaardiging en de bewaring van de archiefbescheiden geschiedt
                                op zodanige wijze, dat het behoud van deze bescheiden is
                                gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
                                vervaardiging van bescheiden, bestemd voor een overheidsorgaan of
                                andere belanghebbende, van welke bescheiden redelijkerwijze kan
                                worden aangenomen, dat zij voor dezen als archiefbescheiden voor
                                blijvende bewaring in aanmerking komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor, dat
                            jaarlijks op de ontwerpbegroting van de gemeente voldoende middelen
                            worden geraamd ter bestrijding van de kosten, die aan de zorg voor de
                            archiefbescheiden zijn verbonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders stelt voorschriften vast voor
                            het beheer van de archiefbescheiden van de gemeentelijke organen,
                            voorzover deze nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders doet ten minste eenmaal per
                            twee jaar aan de raad verslag omtrent hetgeen zij hebben verricht ter
                            uitvoering van artikel 30 van de wet. Hij legt daarbij de verslagen
                            over, die door de gemeentearchivaris aan hen zijn uitgebracht in verband
                            met het beheer en het toezicht, bedoeld in de artikelen 11 en 18 van
                            deze verordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV</nr><titel>Het beheer van de archiefbewaarplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders draagt het beheer van de
                                in de archiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden en
                                documentaire verzamelingen van de gemeentelijke organen op aan de
                                gemeentearchivaris.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer van de in de archiefbewaarplaats berustende
                                archiefbescheiden en documentaire verzamelingen vindt plaats
                                overeenkomstig de daarvoor door het gemeentebestuur van Rotterdam
                                vastgestelde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>De gemeentearchivaris brengt eenmaal per twee jaar verslag uit aan het
                            college van burgemeester en wethouders over het door hem gevoerde beheer
                            van de archiefbewaarplaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>De gemeentesecretaris heeft, met inachtneming van de voorschriften ten
                            aanzien van de beveiliging van geheimen, toegang tot de
                            archiefbewaarplaats, voorzover het de daarin overgebrachte
                            archiefbescheiden van de gemeente Capelle aan den IJssel betreft.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>V</nr><titel>Toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, welke niet zijn
                            overgebracht naar de archiefbewaarplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en
                                wethouders oefent de gemeentearchivaris toezicht uit op het beheer
                                van de archiefbescheiden van de gemeentelijke organen, voorzover
                                deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de
                                archiefbewaarplaats. Hij ziet er op toe, dat dit beheer geschiedt
                                overeenkomstig de bepalingen van de wet en de ter uitvoering daarvan
                                gegeven voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en
                                wethouders oefent de gemeentesecretaris toezicht uit op de naleving
                                van de voorschriften als bedoeld in artikel 8, voorzover dit
                                toezicht niet krachtens het eerste lid van dit artikel aan de
                                gemeentearchivaris is opgedragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>De gemeentearchivaris is bevoegd, ter uitoefening van het hem bij
                            artikel 32, tweede lid van de wet opgedragen toezicht, zich onder
                            handhaving van zijn verantwoordelijkheid te doen vervangen door aan hem
                            ondergeschikte ambtenaren, die in het bezit zijn van een diploma
                            archivistiek als bedoeld in artikel 22 van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beheerder verstrekt aan de gemeentearchivaris of aan degene die
                                namens hem met het toezicht is belast en de gemeentesecretaris, alle
                                bescheiden en inlichtingen, die voor een goede vervulling van hun
                                taak noodzakelijk zijn en verlenen de nodige medewerking om inzicht
                                te verschaffen in de ordening en toegankelijkheid van de
                                archiefbescheiden alsmede in de opzet en werking van hulpmiddelen en
                                systemen waarin archiefbescheiden zijn opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentearchivaris en degenen die hem in de uitoefening van het
                                toezicht vervangen of bijstaan en de gemeentesecretaris, hebben met
                                inachtneming van de voorschriften ten aanzien van de beveiliging van
                                geheimen, toegang tot de archiefbescheiden die nog niet naar de
                                archiefbewaarplaats zijn overgebracht en de ruimten waarin deze zich
                                bevinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>De gemeentearchivaris doet van zijn bevindingen bij de uitoefening van
                            het in artikel 13, eerste lid van deze verordening bedoelde toezicht
                            mededeling aan de beheerders, alsmede, indien hij hiertoe aanleiding
                            vindt, aan het college van burgemeester en wethouders. Hij geeft daarbij
                            aan welke voorzieningen naar zijn mening in het belang van een goed
                            beheer moeten worden getroffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>De beheerder doet aan de gemeentearchivaris tenminste tijdig mededeling
                            van het voornemen tot:</al><lijst><li nr="a."><al>opheffing, samenvoeging of splitsing van een beheerseenheid of
                                    overdracht van één of meer taken aan een andere beheerseenheid,
                                    overheidsorgaan of rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>bouw, verbouwing, inrichting of verandering van inrichting en
                                    ingebruikneming van ruimten als archiefruimte;</al></li><li nr="c."><al>verandering van de plaats van bewaring van niet naar de
                                    archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden;</al></li><li nr="d."><al>ontwerp, vervanging, aanschaf of invoering van een
                                    informatiesysteem;</al></li><li nr="e."><al>voorbereiding, invoering en wijziging van
                                    ordeningssystemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al>De gemeentearchivaris doet eenmaal per twee jaar aan het college van
                            burgemeester en wethouders verslag over de uitoefening van het
                            toezicht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VI</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag, volgende op
                            die van haar bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: "Archiefverordening Capelle aan
                            den IJssel 1996".</al><al>II.In te trekken de Archiefverordening, vastgesteld bij raadsbesluit van
                            28 juni 1976, met ingang van de in artikel 19 genoemde dag.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 9 juni 1997,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>Deze Archiefverordening sluit aan bij de Archiefwet 1995 (Stb. 276 en 277) en
                    het Archiefbesluit 1995 (Stb. 671), en dient door de gemeenteraad te worden
                    vastgesteld op grond van de in de aanhef genoemde artikelen in de </al><al>Archiefwet 1995.</al><al>Zij bestaat in hoofdzaak uit drie gedeelten, namelijk de regeling voor de zorg,
                    die het college van burgemeester en wethouders draagt voor de archieven van de
                    gemeentelijke organen, het beheer van de archiefbewaarplaats en het toezicht op
                    het beheer van de archiefbescheiden, die niet zijn overgebracht naar de
                    archiefbewaarplaats.</al><al>Deze verordening is, evenals wet en besluit, niet alleen van toepassing op
                    klassieke, papieren archiefbescheiden, maar ook op moderne, digitale
                    informatiedragers.</al><al>Hoofdstuk III bevat een uitwerking van het begrip "zorg", dat in de Archiefwet
                    1995 niet wordt gedefinieerd. Wat voldoende en doelmatige archiefruimten zijn
                    (artikel 3), is geregeld in het Archiefbesluit 1995.</al><al>Hoofdstuk IV bevat bepalingen die vroeger vaak werden opgenomen in een
                    instructie voor de archivaris, maar die met het oog op de externe werking beter
                    in een verordening passen. Ook zijn documentaire collecties, die in vrijwel alle
                    gemeenten aanwezig zijn, onder de werking van de verordening gebracht. Veelal
                    bevatten deze collecties ook archiefbescheiden en geschiedt het beheer door de
                    archivaris op dezelfde wijze. </al><al>Hoofdstuk V is een uitwerking van het toezicht bedoeld in artikel 32/37, tweede
                    lid van de wet.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 </tussenkop><al>Begripsbepalingen zijn alleen uit de wet overgenomen als daaraan in deze
                    verordening een meer specifieke betekenis moest worden toegekend.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>De aanwijzing van de archiefbewaarplaats geschiedde bij raadsbesluit van </al><al>28 juni 1976 (Archiefverordening, artikel 9).</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Een ministeriële regeling stelt op grond van artikel 13, vierde lid, van het
                    Archiefbesluit 1995 vast, aan welke bouwkundige en inrichtingseisen de
                    archiefbewaarplaats en de archiefruimten moeten voldoen. Artikel 13, vierde lid
                    zal op een nader bij Koninklijk besluit te bepalen tijdstip in werking treden
                    (artikel 24, tweede lid van het Archiefbesluit 1995).</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>De aanwijzing van de beheerders is opgenomen in de op grond van artikel 8 te
                    stellen voorschriften: het Besluit Informatiebeheer. </al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Dit artikel brengt tot uitdrukking, dat het college van burgemeester en
                    wethouders behalve voor het aanwijzen van beheerders ook voor een voldoende
                    personeelsbezetting dienen te zorgen.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Een ministeriële regeling stelt op grond van artikel 11, tweede lid van het
                    Archiefbesluit 1995 nadere regels omtrent de kwaliteit van en de procedures rond
                    het materiële behoud van de daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden.
                    Artikel 11, tweede lid zal op een nader bij Koninklijk besluit te bepalen
                    tijdstip in werking treden (artikel 24, tweede lid van het Archiefbesluit 1995). </al><al>Zodra dat gebeurt, kan het eerste lid van artikel 6 vervallen waarbij het tweede
                    lid als enige overblijft. Artikel 11 van het Archiefbesluit 1995 kent de in dit
                    artikel bedoelde verplichting namelijk slechts ten behoeve van de interne
                    stukken. Uit overwegingen van behoorlijk bestuur en ter besparing van
                    conserveringskosten voor de overheid als geheel achten wij dit onjuist. </al><al>De gemeente heeft als ontvanger van door andere overheden opgemaakte stukken
                    daarvan zelf ook profijt.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Zonder voldoende middelen is een goed archiefbeheer onmogelijk.</al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>De bedoelde voorschriften zijn opgenomen in het Besluit Informatiebeheer. </al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Binnen één zittingsperiode verneemt de gemeenteraad aldus ten minste tweemaal
                    wat er op het gebied van de archiefzorg, het archiefbeheer en het toezicht
                    daarop heeft plaatsgevonden.</al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>Als gevolg van het feit, dat de gemeentelijke archiefbewaarplaats van Rotterdam
                    is aangewezen als gemeentelijke archiefbewaarplaats van Capelle aan den IJssel
                    (artikel 2) draagt het college van burgemeester en wethouders het beheer van de
                    overgebrachte archiefbescheiden op aan de gemeentearchivaris van Rotterdam.</al><al>De wet draagt de archivaris het beheer van de archiefbewaarplaats op, maar
                    schept geen regeling ten aanzien van documentaire verzamelingen. Dit artikel
                    draagt het beheer van uit de cultureel en historisch oogpunt gevormde
                    documentaire verzamelingen eveneens op aan de archivaris.</al><al>Voor de door het gemeentebestuur van Rotterdam vastgestelde voorschriften, welke
                    betrekking hebben op het beheer van de in de gemeentelijke archiefbewaarplaats
                    berustende archiefbescheiden wordt verwezen naar:</al><lijst><li nr="a."><al>de op 29 november 1968 door het college van burgemeester en wethouders
                            vastgestelde "Instructie voor de gemeentearchivaris" en</al></li><li nr="b."><al>het op 29 november 1968 door het college van burgemeester en wethouders
                            vastgestelde "Reglement voor de dienst en het gebruik van de archieven
                            en verzamelingen, opgenomen in de gemeentelijke
                            archiefbewaarplaats".</al></li></lijst><al>In Rotterdam is men bezig een nieuwe Archiefverordening en een nieuw Besluit
                    informatiebeheer te ontwerpen. In deze regelingen zal het beheer van de in de
                    archiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden en documentaire verzamelingen
                    zodanig worden geregeld, dat de "Instructie voor de gemeentearchivaris" en het
                    "Reglement voor de dienst en het gebruik van de archieven en verzamelingen,
                    opgenomen in de gemeentelijke archiefbewaarplaats" kunnen worden
                    ingetrokken.</al><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>Zie de toelichting bij artikel 9.</al><tussenkop>Artikel 13</tussenkop><al>Met de formulering "onder de verantwoordelijkheid van" wordt in artikel 13, </al><al>lid 1, tot uitdrukking gebracht, dat het daarmee aan de Rotterdamse archivaris
                    toegekende toezicht op het beheer van de Capelse archiefbescheiden zich voltrekt
                    binnen de wettelijke zorg (dat wil zeggen het beleid terzake) van het college
                    van burgemeester en wethouders voor die archiefbescheiden.</al><al>De in artikel 8 van deze verordening bedoelde voorschriften voor het beheer
                    (Besluit informatiebeheer) bevatten een aantal bepalingen, waarop niet in de
                    eerste plaats een gemeentearchivaris heeft toe te zien. Te denken valt hier aan
                    bepalingen betreffende de keuze van inschrijvings- en ordeningssystemen, </al><al>de verblijfplaatsadministratie en de controle op de afdoening van de stukken. </al><al>Het tweede lid van artikel 13 draagt daarom het toezicht op de naleving van dit
                    soort bepalingen op aan de gemeentesecretaris.</al><tussenkop>Artikel 15 </tussenkop><al>De ontwikkelingen op het gebied van de moderne informatietechnologie hebben in
                    de wet geleid tot een gewijzigde definitie van de term "archiefbescheiden". </al><al>De wetgever heeft, binnen de formele betekenis van het begrip
                    archief-bescheiden, bedoeld onder deze term alle op enigerlei wijze vastgelegde
                    informatie te begrijpen inclusief die welke slechts via informatietechnologie
                    opgevraagd kan worden.</al><al>Ondanks de ruimere betekenis van "archiefbescheiden" kan de materie veelal met
                    de traditionele bepalingen worden geregeld, zij het dat sommige begrippen een
                    andere, ruimere inhoud hebben gekregen. Dat heeft onder andere gevolgen voor een
                    term als "beheer". Zo zal het voor het toezicht op het beheer van machine
                    leesbare gegevensbestanden niet meer voldoende zijn dat toegang tot de ruimte is
                    verzekerd. </al><al>De formulering betreffende de noodzakelijke medewerking is ontleend aan de
                    artikelen 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en 45 van de Wet
                    persoonsregistraties. Artikel 17 van het Archiefbesluit 1995 regelt op
                    overeenkomstige wijze het door de algemene rijksarchivaris uit te oefenen
                    toezicht op de rijks- en andere overheidsorganen.</al><tussenkop>Artikel 16</tussenkop><al>Zie de toelichting bij artikel 9.</al><tussenkop>Artikel 17 </tussenkop><al>Slechts die aspecten van de uitoefening van het archiefbeheer zijn hier vermeld,
                    die bij constatering achteraf tot onevenredig hoge kosten zouden kunnen leiden,
                    of die ernstige schade voor het behoud dan wel de openbaarheid van de
                    archiefbescheiden en de rechtszekerheid van de burger tot gevolg zouden hebben.
                </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>