<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR62441_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Notitie reclamebeleid</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Reusel-De Mierden</dcterms:creator><dcterms:modified>1998-02-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Reusel-De Mierden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">D’n Uitkijk, 13-03-1998</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Notitie reclamebeleid</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Woningwet, artikel 40</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, artikel 4:81</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>1998-02-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1998-02-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-11-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B&amp;W 98-094</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De onderdelen m.b.t. tijdelijke reclame zijn per 1-1-2007 vervallen door inwerkingtreding van de Nota Evenementenbeleid</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Notitie reclamebeleid</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Burgemeester en wethouders van de gemeente Reusel-De Mierden;</al><al>gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;</al><al>besluiten vast te stellen</al><al/><al><vet>Notitie reclamebeleid</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>A. ALGEMENE INLEIDING</label></kop><structuurtekst><al>Onze wereld wordt in toenemende mate beïnvloed door reclame. Steeds
                            vaker worden reclameboodschappen verspreid, de tekens zelf worden steeds
                            agressiever en opzichtiger. Om in de gebouwde omgeving het fenomeen
                            reclame beheersbaar te houden is het voor gemeenten van belang hier een
                            beleid voor te formuleren. Bovendien verschaft dit beleid duidelijkheid
                            omtrent de wijze waarop de welstandscommissie Noord-Brabant in
                            voorkomende gevallen toetst. Elke aanvraag wordt echter, zoals de wet
                            dat eist, individueel beoordeeld zowel op zichzelf als in relatie tot de
                            omgeving.</al><al>Een van de aanleidingen om een reclamebeleid te formuleren in de
                            gemeente Reusel-De Mierden is het gevolg van een wildgroei van illegaal
                            geplaatste reclametekens en borden waartegen in het verleden niet tegen
                            is of werd opgetreden. Het niet optreden heeft vervolgens weer als
                            gevolg dat er steeds meer reclameborden worden bijgeplaatst.</al><al>Tot slot nog dit: reclame is uitermate precedentgevoelig en heeft de
                            neiging, onder de druk van de concurrentie, steeds groter en opzichtiger
                            te worden. Juist daarom is het formuleren van een beleid zeer
                            belangrijk. Tevens kan een beleid helpen tot het goed afronden van het
                            handhavingstraject wat eventueel gevolgd dient te worden. Afwijkingen
                            van het beleid zullen al snel tot een vervaging van de normen leiden en
                            het begrip van de burger voor de wijze van beoordelen zal hierdoor
                            afnemen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>B. NOTITIE PERMANENTE RECLAMETEKENS</label></kop><paragraaf><kop><label>1. Beoordelingsaspecten</label></kop><structuurtekst><al>Bij het vaststellen van normen voor reclametekens, is het zinvol
                                onderscheid te maken tussen de verschillende gebieden in een
                                gemeente. Een woonwijk vraagt een andere benadering dan een
                                winkelgebied. Een beschermd dorpsgezicht, maar ook het buitengebied,
                                zal ernstig aangetast worden bij plaatsing van reclametekens die op
                                een bedrijventerrein gebruikelijk zijn. </al><al>Verder wordt vanwege de uitstraling een onderscheid gemaakt tussen
                                gewone reclame en lichtreclame.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2. Gebiedsindeling</label></kop><structuurtekst><al>Met betrekking tot reclame-toepassing gaat deze notitie uit van de
                                volgende indeling:</al><lijst><li nr="-"><al>Bebouwde kom:</al></li><li nr="-"><al>woondoeleinden</al></li><li nr="-"><al>bedrijfsbebouwing</al></li><li nr="-"><al>winkelgebieden</al></li><li nr="-"><al>horeca</al></li><li nr="-"><al>beschermd stads- of dorpsgezicht</al></li><li nr="-"><al>Bedrijventerrein</al></li><li nr="-"><al>sportterreinen</al></li><li nr="-"><al>Buitengebied, agrarisch / niet agrarisch</al></li><li nr="-"><al>Overgangsgebieden en verbindingsassen</al></li></lijst><al>Per gebied zal een eigen beleid geformuleerd worden met zijn eigen
                                uitgangspunten en normen, maar allereerst worden algemene
                                voorwaarden geformuleerd die voor alle gebiedsdelen gelden.</al><tussenkop> 2.1. Algemene voorwaarden voor alle gebiedsdelen</tussenkop><al>In het algemeen geldt dat reclametekens alleen aanvaardbaar zijn
                                    indien zij een directe relatie hebben met de gekozen situering,
                                    de afmetingen en kleuren afgestemd zijn op het karakter van de
                                    directe omgeving en zij niet groter zijn dan voor een goede
                                    leesbaarheid voor die situering noodzakelijk is. De
                                    reclametekens dienen qua afmetingen en plaatsing op de
                                    gevelopzet afgestemd te worden. De hierna te noemen maximum
                                    maten dienen in dit licht bezien te worden; er zullen zich
                                    situaties voordoen waarbij ook deze maximum maten de welstand
                                    nog te zeer zullen verstoren. Het toepassen van losse letters en
                                    aanlichten van reclameteksten verdient de voorkeur boven het
                                    toepassen van lichtbakken. Bij licht bakken is het raadzaam een
                                    donker fond te kiezen met heldere letters, ook in verband met de
                                    verkeersveiligheid (verblindingseffecten).</al><al>Merkreclames zijn alleen denkbaar indien het bedrijf slechts één
                                    product voert; te denken valt bijvoorbeeld aan een autodealer.
                                    Dit om een wildgroei aan tekens te voorkomen. Tenslotte: ook een
                                    reclame vraagt om een zorgvuldige vormgeving en een goede
                                    integratie in de gebouwde context.</al><tussenkop> 2.2. Bebouwde kom</tussenkop><tussenkop>
                                    2.2.1. Woondoeleinden
                                </tussenkop><al>In een gebied dat hoofdzakelijk is ingericht voor woondoeleinden
                                    passen geen reclametekens. Er ontbreekt immers een relatie
                                    tussen het woonmilieu en reclameuitingen. </al><al>Een uitzondering hierop vormen woningen met een praktijkruimte
                                    voor het uitoefenen van een vrij beroep, zoals een arts,
                                    architect of verzekeringsadviseur. Mits het bestemmingsplan
                                    reclamevoering toestaat is in dergelijke gevallen een bescheiden
                                    aanduiding aanvaardbaar. </al><lijst><li nr="-"><al>Maximale oppervlakte 0.20 m².</al></li><li nr="-"><al>Alleen naam en aard van het bedrijf met eventueel
                                            openingstijden, en/of een vignet (geen
                                            merkreclames!);</al></li><li nr="-"><al>Aanlichten van de reclametekst verdient de voorkeur
                                            boven lichtreclame;</al></li><li nr="-"><al>Bevestiging tegen gevel t.p.v. de bedrijfstoegang;</al></li></lijst><al>Bij aanwezigheid van voortuinen is plaatsing van een bord in de
                                    tuin denkbaar, mits zorgvuldig (als tuinmeubel) vormgeven en
                                    geïntegreerd in het tuinontwerp. Het toepassen van lichtbakken
                                    is dan niet geschikt, beperkte aanlichting wel. </al><lijst><li nr="-"><al>Totaalhoogte maximaal 1.20 m;</al></li><li nr="-"><al>Kleuren dienen terughoudend gekozen te worden;</al></li></lijst><tussenkop>
                                    2.2.2. Bedrijfsbebouwing met een positieve bestemming 
                                </tussenkop><al>Voor bedrijfsbebouwing met een positieve bestemming in een
                                    woonomgeving gelden de volgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="-"><al>Alleen aanduidingen die betrekking hebben op naam en
                                            aard van het bedrijf zijn toelaatbaar. Het voeren van
                                            een merkreclame is alleen mogelijk indien het bedrijf
                                            slechts één merkprodukt verkoopt (denk bijvoorbeeld aan
                                            een autodealer). In andere gevallen zal al snel door een
                                            te veel aan reclames een onrustig totaalbeeld
                                            ontstaan;</al></li><li nr="-"><al>Per 10 meter bedrijfsgevelbreedte aan de straatzijde is
                                            1 m² reclame mogelijk. Per gebouw dient in principe niet
                                            meer dan 1 reclameteken gelijktijdig zichtbaar te zijn.
                                            Uitzondering hierop kan gemaakt worden voor gebouwen die
                                            gevels aan meer dan een straat hebben. Het aantal tekens
                                            blijft dan 1 per naar de straat gekeerde gevel. Bij een
                                            grotere gevelbreedte dan 15 meter zijn twee
                                            reclametekens denkbaar. De reclame dient te worden
                                            aangebracht op begane grond niveau, in ieder geval onder
                                            de verdiepingsramen. Uiteraard gelden ook hier weer de
                                            algemene uitgangspunten met betrekking tot vormgeving,
                                            kleurstelling en plaatsing ten opzichte van het
                                            gevelvlak. Het integreren van vrijstaande bescheiden
                                            reclametekens in de voortuin is denkbaar mits plaats,
                                            vormgeving en kleur worden afgestemd op de omgeving. Het
                                            toepassen van lichtbakken is dan niet geschikt, beperkte
                                            aanlichting wel. De maximale hoogte van een dergelijk
                                            element is sterk afhankelijk van de situatie, doch mag
                                            de 2.25 m niet overschrijden.</al></li></lijst><tussenkop>
                                    2.2.3. Winkelgebieden
                                </tussenkop><al>In gebieden met een uitgesproken winkel en/of promenade karakter
                                    zijn de mogelijkheden tot reclamevoering ruimer dan in
                                    woongebieden. Gezien de grote vormverscheidenheid van
                                    winkelgebieden en reclames, is het niet mogelijk richtlijnen te
                                    formuleren die 100% uitsluitsel geven over de aanvaardbaarheid
                                    van reclames. </al><al>Algemeen kan gesteld worden dat de reclames op winkelniveau, dat
                                    wil zeggen het begane grond niveau geplaatst dienen te worden,
                                    zodat er een directe en logische relatie tussen het reclameteken
                                    en de functie ontstaat en de overlast voor eventuele
                                    bovenwoningen beperkt wordt. </al><al>De oppervlakte van reclametekens dient, al of niet verlicht, de
                                    2 m² per 10 meter gevelbreedte aan de straatzijde niet te
                                    overschrijden.</al><al>Plaatsing tegen de luifel, is beter dan plaatsing op de luifel. </al><al>De hoogte van de reclame dient op die van de luifel afgestemd te
                                    worden met een maximumhoogte van 0.5 m. Bij een plaatsing
                                    evenwijdig aan de luifel is een lengte van maximaal 60% van de
                                    winkelbreedte denkbaar. Loodrecht op de luifel geen
                                    reclametekens aanbrengen. Loodrecht onder de luifel bestaat vaak
                                    de mogelijkheid op bescheiden maar effectieve wijze reclame te
                                    voeren. Indien geen luifel aanwezig is, kan een lichtbak met
                                    bovenstaande afmetingen op de gevel aangebracht worden mits qua
                                    afmetingen en plaatsing afgestemd op de gevelopzet. Loodrecht op
                                    de gevel is er per 6 m' winkelbreedte een reclame mogelijk met
                                    een maximale oppervlakte van 0.75 m², met een maximale hoogte en
                                    breedtemaat van 1.25 m.</al><al>Per gebouw van minder dan 10 meter breedte aan straatzijde,
                                    dient in principe niet meer dan één reclameteken gelijktijdig
                                    zichtbaar te zijn. Een uitzondering is te maken voor gebouwen
                                    die gevels aan meer dan één straat hebben. Het aantal tekens
                                    blijft dan één per naar de straat gekeerde gevel. </al><tussenkop>
                                    2.2.4. Horeca
                                </tussenkop><al>Het exact aangeven van reclametekens op panden met een
                                    horecafunctie is niet eenvoudig. Bepalend voor de hoeveelheid
                                    reclametekens is vooral het gebied waar het pand is gesitueerd.
                                    Een reclamevoering op een horecapand in een winkelomgeving dient
                                    anders beoordeeld te worden dan een reclamevoering op een
                                    horecapand in een buitengebied. Tevens is het verschil in
                                    gebruik van een horecapand een beoordelingscriteria. Een
                                    reclamevoering bij een chinees restaurant zal anders zijn dan
                                    een reclamevoering bij een dorpscafé.</al><al>Over het algemeen kan gesteld worden dat bij de beoordeling van
                                    een reclameteken op een horecapand het gebruik, de hoeveelheid
                                    van reclametekens, in welk gebied het pand zich bevindt en de
                                    omvang van het pand een belangrijke rol spelen.</al><tussenkop>
                                    2.2.5. Beschermd stads- of dorpsgezicht
                                </tussenkop><al>Het vaststellen van een beschermd stads- of dorpsgezicht heeft
                                    het behoud van de cultuurhistorische waarden van een dergelijk
                                    gebied ten doel. Om een harmonie met deze waarden te bereiken
                                    dienen reclame uitingen in zijn algemeenheid gekenmerkt te
                                    worden door een gebruik van traditionele middelen, materialen,
                                    vormen en kleuren. Voorbeelden van traditionele middelen zijn
                                    het uithangbord en het beletteren van kroonlijsten of luifels
                                    boven entree of etalage partijen. Uiteraard is het van groot
                                    belang dat de reclame-aanduiding op harmonieuze manier opgenomen
                                    wordt in de architectuur van het pand of zelfs daartoe
                                    bijdraagt. Felle kleuren, grote ongelede vlakken met
                                    reclameboodschappen evenals lichtbakken zijn storend doordat zij
                                    onvoldoende passen in de traditionele karakteristiek. Het
                                    aanlichten van losse letters op gevel of luifel biedt een goed
                                    alternatief voor lichtbakken. </al><al>De gemeente Reusel-De Mierden heeft nog geen gebieden die vallen
                                    onder het beschermd stads- of dorpsgezicht. Vorenstaande regels
                                    zouden bijvoorbeeld voor vergelijkbare gebieden kunnen gelden
                                    zoals het Vloeieind te Lage Mierde, de Groeneweg te Reusel, het
                                    Myrthaplein te Hooge Mierde,het kerkplein te Hulsel en een
                                    gedeelte van de Lensheuvel te Reusel etc. Ter verduidelijking
                                    zijn vorenstaande gevoelige gebieden op een kaart
                                    weergegeven.</al><tussenkop> 2.3. Bedrijventerreinen</tussenkop><al>Bij bedrijventerreinen kan een onderscheid gemaakt worden tussen
                                    verschillende soorten reclameaanduidingen. </al><lijst><li nr="1."><al>Naam-, beroeps- en/of productaanduiding met een directe
                                            relatie tot het betreffende bedrijf.</al></li><li nr="2."><al>Verwijzingsreclame c.q. routeborden op het
                                            bedrijventerrein.</al></li><li nr="3."><al>Gezamenlijke presentatie van de bedrijven m.b.t.
                                            bijvoorbeeld masten bij de entree van het terrein.</al></li></lijst><al>Ad 1. Gezien de grotere schaal van de gebouwen en het utilitaire
                                    karakter, is een grotere hoeveelheid reclame denkbaar.
                                    Uitgangspunt blijft dat de reclame op een logische plaats tegen
                                    het gebouw aangebracht dient te worden, bijvoorbeeld bij de
                                    entree, en afgestemd dient te zijn op de </al><al>massa c.q. gevelopzet. Indien plaatsing tegen een gevel niet
                                    mogelijk is, bijvoorbeeld bij glasvliesgevels, de reclametekst
                                    boven of in de buurt van de entree aanbrengen. Ook is een
                                    plaatsing op de dakrand dan mogelijk indien uitgegaan wordt van
                                    losse letters. Los geplaatste ornamenten zijn denkbaar, mits
                                    zorgvuldig vormgegeven, geplaatst bij de toegang tot het bedrijf
                                    en qua hoogte afgestemd op het kantoorgedeelte van het bedrijf
                                    met een maximum hoogte van 3.50 m. Per bedrijf is maximaal één
                                    merkreclame toelaatbaar.</al><al>Ad 2. Routeborden in één uniform kader zijn mogelijk. Per
                                    terrein zal een dergelijk kader moeten worden ontwikkeld en
                                    vormgegeven. Alleen naamsaanduidingen van het bedrijf en
                                    branche, c.q. beroepsaanduiding toelaten. </al><al>Ad 3. Een gezamenlijke presentatie bij de entree van het
                                    bedrijven terrein is denkbaar eventueel in combinatie met een
                                    plattegrond en routebeschrijving. Een zorgvuldige vormgeving is
                                    dan essentieel. De hoogte dient beperkt te blijven tot ongeveer
                                    5 m maximaal.</al><tussenkop> 2.4. Sportterreinen</tussenkop><al>Sportterreinen zijn meestal in een "groene" omgeving gesitueerd.
                                    Het aanbrengen van reclames niet gericht op het complex zelf is
                                    slecht passend en niet aanvaardbaar. Naamsreclame voor de
                                    sportvereniging zelf is i.v.m. de bereikbaarheid wel mogelijk,
                                    mits deze aanduidingen qua maat, vormgeving en kleurstelling
                                    zijn afgestemd op het karakter van de omgeving. Het verdient
                                    aanbeveling één uniform systeem te ontwikkelen.
                                    Reclame-uitingen, gericht op het complex zelf zijn denkbaar
                                    (borden rond het (voetbal)veld, naamsaanduiding op kantine)
                                    indien de naar de natuur gekeerde zijde donker van kleur is en
                                    de hoogte gerekend vanaf maaiveld maximaal 1.20 m bedraagt. </al><al>Het toepassen van lichtreclame dient verder beperkt te blijven
                                    tot één lichtreclame per vereniging, aangebracht op het
                                    clubgebouw met een maximale afmeting van 1.00 m²</al><tussenkop> 2.5. Buitengebied</tussenkop><al>Reclameborden, aankondigingen en verwijzingsborden horen niet
                                    thuis in het buitengebied. Ze passen slecht bij het karakter van
                                    de omgeving en vormen een visuele vervuiling. Zeker nu het
                                    recreatieve karakter van het buitengebied meer aandacht krijgt,
                                    is het van belang het karakterverschil tussen de
                                    bebouwingskernen en het buitengebied te bewaren c.q. te
                                    versterken.</al><tussenkop>
                                    2.5.1. Algemene voorwaarden geldend voor het buitengebied
                                </tussenkop><al>Gebieden die een bijzondere landschappelijke kwalificatie in het
                                    bestemmingsplan of streekplan toegekend hebben gekregen zijn in
                                    principe niet geschikt om enige vorm van reclame toe te laten.
                                    Ter bescherming van het landschapsschoon, de verkeersveiligheid
                                    en ter behoud van het specifieke karakter van deze gebieden is
                                    een zeer terughoudend beleid noodzakelijk. In de overige
                                    gebieden kunnen reclameborden en/of tekens vrijstaand aan de weg
                                    alleen worden toegestaan voor niet agrarische bedrijven met een
                                    positieve bestemming. Dit om een teveel aan borden in het
                                    buitengebied te weren. Bij agrarische bedrijven is het wel
                                    mogelijk kleine bordjes te plaatsen (bv. "eieren te koop ")
                                    bovendien is een naamsaanduiding op stal of bedrijfsgebouw
                                    mogelijk. </al><al>Lichtreclames passen niet in het buitengebied en zullen met name
                                    's avonds als zeer dominant en opzichtig ervaren worden.</al><al>Daarom is het plaatsen van lichtreclames in het buitengebied in
                                    principe niet toelaatbaar. </al><al>Verwijsborden zijn niet toegestaan evenals niet perceelsgebonden
                                    reclameborden en algemene merktekens. </al><al>De vormgeving, kleurstelling en plaatsing dient in harmonie met
                                    de omgeving te zijn. Dus geen felle kleurwisselingen en
                                    schreeuwende kleurcombinaties. Een donker fond met lichtkleurige
                                    letters is met name in het buitengebied van belang. </al><tussenkop>
                                    2.5.2. Agrarische bestemming, perceelsgebonden
                                </tussenkop><al>Onbebouwd perceel: </al><al>-Geen reclame toegestaan.</al><al>Bebouwd perceel:</al><lijst><li nr="-"><al>In principe geen naamsaanduidingen vrijstaand op het
                                            perceel. Kleine bordjes met "te koop " producten die het
                                            bedrijf zelf produceert zijn mogelijk:</al></li><li nr="-"><al>slechts één reclameteken per positief bestemd bedrijf
                                            (kan tweezijdig zijn);</al></li><li nr="-"><al>een direct visueel verband tussen het bord en (de
                                            toegang van) het bedrijf;</al></li><li nr="-"><al>maximale afmetingen 0.60 m², maximale hoogte 1.25 m,
                                            maximale breedte 1.25 m;</al></li><li nr="-"><al>geen lichtreclame of aanlichting;</al></li><li nr="-"><al>donker fond.</al></li></lijst><tussenkop>
                                    2.5.3. Op of aan een gebouw
                                </tussenkop><al>Eén naamsaanduiding van het eigen bedrijf op bedrijfsbebouwing
                                    per perceel/bedrijf is mogelijk. </al><al>Maximale afmetingen van de naamsaanduiding is 3% van de
                                    geveloppervlakte met een maximum </al><al>van 2.5 m².</al><al>De naamsaanduiding op een logische wijze plaatsen; dat wil
                                    zeggen op een gevel grenzend aan het erf bij de toegang van het
                                    bedrijf en integreren met de gevelopzet. </al><tussenkop>
                                    2.5.4. Niet-agrarische bestemming (met positief bestemde niet agrarische bestemming)
                                </tussenkop><al>Onbebouwd perceel:</al><al>-Geen reclame toegestaan.</al><al>Bebouwd perceel:</al><lijst><li nr="-"><al>Oppervlakte per reclameobject maximaal 1 m².</al></li><li nr="-"><al>De maximale breedte van het reclameobject is 2 m.</al></li><li nr="-"><al>De bovenkant van het opschrift mag niet hoger reiken dan
                                            2.5 m boven het maaiveld. Bij aanwezigheid van bv. een
                                            aarden wal geldt het peil van de weg en/of het
                                            bedrijfspand als maaiveld.</al><al> De afmetingen mogen in totaal niet meer dan 2 m²
                                            bedragen. Deze oppervlakte wordt in mindering gebracht
                                            op de maximaal toelaatbare reclame op het gebouw (4 m²,
                                            zie 5.5.).</al></li><li nr="-"><al>Per terrein maximaal 2 reclame-objecten toegestaan.</al></li><li nr="-"><al>Een dubbelzijdige reclame wordt gezien als
                                                <onderstreept>twee</onderstreept>
                                            reclame-objecten.</al></li><li nr="-"><al>Geen lichtreclames c.q. aanlichting.</al></li><li nr="-"><al>De plaatsing van de reclame dient een directe relatie
                                            met de toegang en/of ingang van het bedrijf te
                                            hebben.</al></li></lijst><tussenkop>
                                    2.5.5. Op of aan een gebouw
                                </tussenkop><lijst><li nr="-"><al>De totale oppervlakte van het opschrift mag niet meer
                                            dan 5% van de geveloppervlakte bedragen met een maximum
                                            van 4 m². Hierbij telt reclame op het perceel mee (zie
                                            5.4).</al></li><li nr="-"><al>Per gebouw is maximaal één opschrift dat aan de
                                            straatzijde zichtbaar is toelaatbaar. Een uitzondering
                                            kan gemaakt worden voor gebouwen die gevels aan meer dan
                                            één straat hebben. Het aantal opschriften is dan één per
                                            naar straat gerichte gevel.</al></li><li nr="-"><al>Per gebouw is maximaal 1 lichtreclame toelaatbaar met
                                            een maximale oppervlakte van 1 m². Uitzondering kan
                                            gemaakt worden voor gebouwen die gevels hebben aan meer
                                            dan één straat.</al></li><li nr="-"><al>De opschriften dienen te zijn opgenomen in de
                                            architectonische opbouw van de gevel en daaraan zo
                                            mogelijk bij te dragen. Plaats, afmeting en kleur worden
                                            mede daardoor bepaald. Het is zeker niet ondenkbaar dat
                                            in bepaalde gevallen de maximale afmetingen nog te ruim
                                            zijn.</al></li></lijst><tussenkop>
                                    2.5.6. Overgangsgebieden en verbindingsassen
                                </tussenkop><al>Met overgangsgebieden worden de zones bedoeld waar de andere
                                    gebieden (woon- en winkelgebieden, beschermde gezichten,
                                    bedrijventerreinen, sportterreinen en buitengebied) aan elkaar
                                    grenzen. Deze gebieden vallen vaak samen met verbindingsassen,
                                    waar het verkeer de enige duidelijk aanwijsbare functie is. De
                                    vorm van de buitenruimte wordt hier dan ook in mindere mate door
                                    bebouwing bepaald. Niet bij elke overgang is een dergelijk
                                    gebied aanwezig: sommige ruimtelijk-functionele structuren
                                    sluiten naadloos op elkaar aan. </al><al>Overgangsgebieden zijn vanwege hun monofunctionele karakter en,
                                    meestal, grote verkeersstromen, geschikte plaatsen voor het
                                    maken van tijdelijke reclame voor bijvoorbeeld evenementen en
                                    voorstellingen. Ook zullen zich in deze zones vaak
                                    informatiedragers bevinden, zoals gemeente- en
                                    wijkplattegronden. </al><al>Wanneer de gemeente besluit medewerking te verlenen aan de
                                    plaatsing van dragers voor wisselende publicatieborden dan
                                    zullen deze gebieden daarvoor in het algemeen de meest
                                    aangewezen plekken zijn. Overigens zal ook hier een zorgvuldige
                                    plaatskeuze en afstemming op de omgeving noodzakelijk blijven,
                                    en blijft een welstandstoetsing dus ook nodig. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3. Juridische aspecten</label></kop><structuurtekst><al>Bij veel gemeenten heerst de opvatting dat storende reclame m.b.v.
                                de APV kan worden geweerd of aangepakt. Dit is maar zeer ten dele
                                waar: slechts bij mobiele <onderstreept>tijdelijk
                                    reclame</onderstreept> (reclame die niet tegen een bouwwerk is
                                aangebracht en niet een bouwwerk op zich te noemen is) is de APV van
                                toepassing, mits in deze verordening bepalingen m.b.t. reclame zijn
                                opgenomen.</al><al>Uit jurisprudentie blijkt dat de APV geen rechtsgrond mag zijn voor
                                reclame aan of op bouwwerken </al><al>omdat daarop een hogere wet (de Woningwet) van toepassing is (in de
                                model-APV wordt voor een dergelijke verkeerde toepassing overigens
                                gewaarschuwd in artikel 4:16 lid 3).</al><al>Mobiele reclames van enige omvang met een permanent karakter moeten
                                worden gezien als een bouwwerk op grond van de Woningwet en zijn
                                bouwvergunningsplichtig.</al><al>Onder bouwwerk wordt verstaan: elke constructie van enige omvang van
                                hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van
                                bestemming hetzij direct of indirect met de grond is verbonden,
                                hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om
                                ter plaatse te functioneren.</al><al>Ingevolge artikel 40 van de Woningwet is het verboden te bouwen
                                zonder een (bouw)vergunning van ons college. Onder bouwen verstaat
                                artikel 1, eerste lid, onder a, van de Woningwet, voor zover hier
                                van toepassing: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten,
                                vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.</al><al>Reclametoepassingen worden gezien als wijzigingen van het uiterlijk
                                van bestaande bouwwerken. In artikel 12 van de Woningwet is bepaald
                                dat het uiterlijk van een bouwvergunningsplichting bouwwerk niet in
                                strijd mag zijn met redelijke eisen van welstand. Volgens artikel 44
                                van de Woningwet mag alleen en moet een bouwvergunning worden
                                geweigerd indien het bouwwerk naar het oordeel van burgemeester en
                                wethouders niet voldoet aan artikel 12, eerste lid. </al><al>Door het aanbrengen van reclame wijzigt het uiterlijk en zal dus
                                moeten worden getoetst op strijdigheid met welstand. Hoofdstuk 9 van
                                de bouwverordening geeft de criteria aan waarop zo'n wijziging moet
                                worden getoetst. Onder punt 2 kan de gemeente deze criteria
                                (bijvoorbeeld op het gebied van reclametekens) nader uitwerken. </al><al>Een reclamevoering die moet worden aangemerkt als een bouwwerk moet
                                tevens worden getoetst aan het bestemmingsplan. De meeste (reclame)
                                bouwwerken in het buitengebied zullen in strijd zijn met het
                                geldende bestemmingsplan omdat veelal in de bestemmingsplannen van
                                de gemeente Reusel-De Mierden is opgenomen dat de gronden niet mogen
                                worden gebruikt voor reclame doeleinden en/of dat er niet mag worden
                                gebouwd. De aanvraag om bouwvergunning zal dan moeten worden
                                geweigerd wegens strijd met het bestemmingsplan en welstand.</al><al>Uitgezonderd van toetsing zijn de vergunningsvrije bouwwerken, zoals
                                omschreven in artikel 43 van de Woningwet. Met name lid e
                                (veranderingen van niet ingrijpende aard). Dit artikel zou in dit
                                verband aanleiding kunnen geven tot interpretatieverschillen. Uit
                                jurisprudentie is inmiddels gebleken dat het plaatsen van een
                                reclamebord geen vergunningsvrije activiteit is en ook geen
                                verandering van niet-ingrijpende aard. Hiermee is de onduidelijkheid
                                van de wettekst verdwenen, en kan voor alle reclame-toepassingen een
                                eenduidig beleid worden gevoerd en eenzelfde procedure worden
                                gevolgd. </al><al>Volgens artikel 100 van de Woningwet voorziet het gemeentebestuur in
                                het bouw- en woningtoezicht dat in elk geval de taak heeft binnen de
                                gemeente toezicht uit te oefenen op de naleving van de bij of
                                krachtens deze wet gegeven voorschriften. </al><al>Tot slot nog dit: Reclame met als doel gedachten en/of gevoelens te
                                openbaren is mogelijk zonder voorafgaand verlof van het openbaar
                                gezag. In artikel 7 lid 1 van de Grondwet is deze vrijheid van
                                drukpers vastgelegd. De vrijheid geldt echter niet voor
                                handelsreclame. Overigens is voor het aanbrengen van ideële reclame
                                wel een vergunning vereist, maar die mag niet worden geweigerd,
                                tenzij de openbare orde wordt verstoord. </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>