<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR62329_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Baatbelasting Riolering Buitengebied, Cluster 10, 1e wijziging</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Reusel-De Mierden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Reusel-De Mierden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">D'n Uitkijk, 10-04-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Baatbelasting Riolering Buitengebied, Cluster 10, 1e wijziging</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 222</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">het 'Aangevuld bekostigingsbesluit Cluster 10', vastgesteld bij raadsbesluit van 25 februari 2002 en de nadere vaststelling van de eigen bijdrage bij raadsbesluit van 19 juli 2004</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-03-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-04-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 5, 6</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R 09-014</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>1e wijziging betreft artikel 5, lid 3 en artikel 6, lid 1 en 4.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van de "Baatbelasting Riolering
            Buitengebied 2004, Cluster 10, 1e wijziging"</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Reusel-De Mierden;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5
                        januari 2005;</al><al>gelet op artikel 222 van de Gemeentewet, het 'Aangevuld bekostigingsbesluit
                        Cluster 10', vastgesteld bij raadsbesluit van 25 februari 2002 en de nadere
                        vaststelling van de eigen bijdrage bij raadsbesluit van 19 juli 2004;</al><al>gezien het advies van de Commissie Algemeen Bestuur;</al><al>besluit vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van de "Baatbelasting
                            Riolering Buitengebied 2004, Cluster 10, 1e wijziging".</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>een onroerende zaak:</al><lijst><li nr="1."><al>een gebouwd eigendom;</al></li><li nr="2."><al>een ongebouwd eigendom;</al></li><li nr="3."><al>een samenstel van twee of meer aangrenzende gebouwde en/of
                                        ongebouwde eigendommen, voor zover voor die eigendommen
                                        eenzelfde belastingplichtige wordt aangemerkt als
                                        genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt
                                        recht;</al></li><li nr="4."><al>onder een eigendom wordt verstaan: een perceel volgens de
                                        kadastrale aanduiding.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>het bestemmingsplan: Bestemmingsplan Buitengebied 1998,
                                bestemmingsplan Bos en Natuurgebieden, Bestemmingsplan Hulselsedijk
                                96, Bestemmingsplan Buitengebied (1983), Uitbreidingsplan in
                                Hoofdzaak (Reusel), Bestemmingsplan Buitengebied '88,
                                Bestemmingsplan Buitengebied '98, herziening 2003-1 (Twisseltsebaan
                                4) en Bestemmingsplan '90 (Diessen).</al></li><li nr="c."><al>het voorbereidingsbesluit: het besluit van de gemeenteraad van 8
                                maart 2004 waarin wordt verklaard dat voor een aantal percelen
                                gelegen in het buitengebied een herziening van het bestemmingsplan
                                wordt voorbereid.</al></li><li nr="d."><al>peildatum: het tijdstip waarnaar beoordeeld wordt of een onroerende
                                zaak gebaat is door de voorzieningen, welke door de gemeente zijn
                                getroffen.</al></li><li nr="e."><al>1. bestemming:de voor een onroerende zaak geldende bestemming op
                                grond van het bestemmingsplan.</al><lijst><li nr="2."><al>gebruiksmogelijkheden: de op de peildatum voor een
                                        onroerende zaak geldende gebruiksmogelijkheden zoals vermeld
                                        in het bestemmingsplan zulks met in achtneming van een
                                        verleende vrijstelling, of in het
                                        voorbereidingsbesluit.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>f. </vet>vrijstelling: voor of op de peildatum verleende vrijstelling
                        als bedoeld in de voorschriften behorende bij de bestemming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam 'Baatbelasting Riolering Buitengebied 2004, Cluster 10'
                            wordt in de vorm van een heffing ineens een directe belasting geheven
                            ter zake van de onroerende zaken met de gebruiksmogelijkheden als
                            bedoeld in artikel 5, lid 1, gelegen binnen de gemeente en op de bij
                            deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart in grijs
                            gearceerde percelen, die op de peildatum 11 maart 2004 zijn gebaat door
                            de in het tweede lid genoemde voorzieningen die tot stand zijn of worden
                            gebracht door of met medewerking van het gemeentebestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde voorziening omvat het leggen van
                            riool(pers)leidingen met inbegrip van bijbehorende werken waaronder de
                            plaatsing van rioolgemalen en rioolputten en bijbehorende werken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak als
                        bedoeld in artikel 2, eerste lid, het genot heeft krachtens eigendom, bezit
                        of beperkt recht.</al><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens
                        eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op het tijdstip van
                        ingang van de heffing dan wel, indien de belasting wordt geheven in de vorm
                        van een jaarlijkse belasting, bij de aanvang van het belastingjaar als
                        zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op
                        dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                        is.</al><al>Indien de lasten die zijn verbonden aan de voorzieningen genoemd in artikel
                        2, tweede lid, ter zake van een onroerende zaak krachtens overeenkomst zijn
                        of worden voldaan, wordt de belasting ter zake van die onroerende zaak niet
                        geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatstaf van heffing is een bedrag per onroerende zaak overeenkomstig
                            het gestelde in artikel 5.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien in de periode gelegen tussen de in artikel 2, eerste lid genoemde
                            datum en de datum van ingang van de heffing van deze verordening de
                            eigendom, het bezit of beperkt recht van een gedeelte van een op de in
                            artikel 2, eerste lid genoemde datum bestaande onroerende zaak is dan
                            wel wordt overgedragen, wordt voor de vaststelling van de
                            belastingschuld voor de na de overdracht op de datum van ingang van
                            heffing bestaande onroerende zaken, uitgegaan van een verdeelsleutel op
                            basis van het aantal nieuwe eigendommen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Belastingtarief:</titel></kop><al>Het tarief is afhankelijk van de score welke aan de onroerende zaak is
                        toegekend. De belasting wordt bepaald overeenkomstig de score op basis van
                        onderstaande tabel welke wordt vermenigvuldigd met de omrekeningsfactor als
                        bedoeld in lid 3.</al><lijst><li nr="2."><al>Voor de percelen die vallen onder het voorbereidingsbesluit van 8
                                maart 2004 gelden dezelfde bestemmingen, gebruiksmogelijkheden en
                                scores als bedoeld in lid 1.</al></li><li nr="3."><al>Aan elke score, bedoeld in de rechterkolom van lid 1, wordt een
                                omrekeningsfactor met bijbehorend belastingbedrag toegekend volgens
                                onderstaande tabel:</al></li><li nr="4."><al>Indien de gebruiksmogelijkheid als bedoeld in de tabel in lid 1 van
                                toepassing is op meerdere eigendommen waarvoor niet één
                                belastingplichtige geldt, is de overeenkomstig de leden 1, 2 en 3
                                berekende belasting naar rato van het aantal eigendommen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse
                            belasting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de
                                belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een
                                jaarlijkse belasting gedurende:</al><lijst><li nr="-"><al>5 jaren bij een belastingbedrag van €<vet>
                                        1.500,00</vet></al></li><li nr="-"><al>6 jaren bij een belastingbedrag van €
                                        <vet>1.950,00</vet></al></li><li nr="-"><al>7 jaren bij een belastingbedrag van €
                                        <vet>2.400,00</vet>.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verzoek genoemd in het eerste lid dient binnen zes weken na de
                                dagtekening van de aanslag schriftelijk bij de in artikel 231,
                                tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
                                gemeenteambtenaar te worden ingediend.</al></li><li nr="3."><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></li><li nr="4."><al>De jaarlijkse belasting bedraagt:</al><lijst><li nr="-"><al>bij een belastingbedrag van € <vet>1.500,00</vet> het vijfde
                                        gedeelte hiervan.</al></li><li nr="-"><al>bij een belastingbedrag van € <vet>1.950,00</vet> het zesde
                                        gedeelte hiervan.</al></li><li nr="-"><al>bij een belastingbedrag van € <vet>2.400,00 </vet>het
                                        zevende gedeelte hiervan.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar
                                worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op het totaal van de
                                aan het begin van het belastingjaar, waarin de afkoop plaats vindt,
                                nog te verschijnen belastingbedragen.</al></li><li nr="6."><al><vet>A.</vet> Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een
                                jaarlijkse heffing en de belastingplicht in de loop van het
                                belastingtijdvak als bedoeld in het eerste lid eindigt of wijzigt
                                als gevolg van het overdragen van eigendom, bezit of beperkt recht,
                                wordt de nieuwe genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt
                                recht, met ingang van het eerstvolgende belastingjaar een aanslag
                                ineens opgelegd voor de resterende belastingjaren van het
                                belastingtijdvak, berekend overeenkomstig het vierde lid van dit
                                artikel.</al></li></lijst><al><vet>B.</vet> In afwijking van het bepaalde in onderdeel A, wordt op verzoek
                        van de in dat onderdeel bedoelde belastingplichtige de jaarlijkse heffing
                        overeenkomstig het eerste lid gecontinueerd. Het verzoek daartoe dient
                        binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag ingevolge onderdeel A,
                        schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de
                        Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te worden ingediend.</al><al>7.Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing
                        en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het bezit of het beperkt
                        recht van een gedeelte van de onroerende zaak wordt overgedragen, wordt,
                        voor de verdeling van de resterende belastingschuld, de maatstaf van heffing
                        als bedoeld in artikel 4 voor de betreffende onroerende zaken opnieuw
                        vastgesteld voor de nog niet verstreken belastingjaren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al>De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                        eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                        dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden
                        later.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de baatbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening Baatbelasting
                                Riolering Buitengebied 2004, Cluster 10'.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 24 januari 2005.</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>De griffier,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting voor de raad</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Om een baatbelasting te kunnen heffen dient door de gemeenteraad een
                    belasting-verordening te worden vastgesteld overeenkomstig de in de Gemeentewet
                    ter zake opgenomen regels. </al><al>De wetgever gaat in artikel 222 van de Gemeentewet uit van een stelsel waarin
                    lasten van voorzieningen worden omgeslagen over de door die voorzieningen gebate
                    onroerende zaken. Voor ieder gebaat object wordt in beginsel een belastingschuld
                    vastgesteld. De baatbelasting wordt echter niet geheven als de lasten ter zake
                    van een bepaalde onroerende zaak langs andere weg worden verhaald, zoals in dit
                    geval via een exploitatieovereenkomst. </al><al>Een verordening baatbelasting kan worden vastgesteld vanaf het moment dat een
                    aanvang is gemaakt met de aanleg van de voorzieningen, doch uiterlijk twee jaar
                    nadat de voorzieningen geheel zijn voltooid. Om te bepalen of een onroerende
                    zaak is gebaat moet worden uitgegaan van een tijdstip dat is gelegen uiterlijk
                    één jaar na voltooiing van de voorzieningen. </al><al>In de raadsvergadering van 25 april 2000 is het beleidsplan “Sanering
                    ongerioleerde afvalwaterlozingen buitengebied”vastgesteld. In dit plan is
                    gesteld, dat alle ongerioleerde panden waarvoor de kosten van aansluiting op een
                    rioleringssysteem kleiner zijn dan </al><al>€ 14.688,87 incl. BTW, moeten worden voorzien van een rioleringssysteem ter
                    voldoening aan de milieuwetgeving per 1 januari 2005. </al><al>Als gevolg van dit beleidsplan zijn ongerioleerde panden ingedeeld in clusters.
                    De inventarisatie heeft geleid tot 21 clusters, welke middels drukriolering
                    worden aangesloten. Voor deze clusters zijn de kosten van aanleg berekend op
                    basis van nauwkeurige bestekscalculaties. In voornoemd beleidsplan is tevens
                    bepaald dat de eigenaren van de percelen/panden een eigen bijdrage moeten
                    betalen.</al><al>Voor het innen van de eigen bijdrage zijn twee manieren voorhanden, te weten de
                    exploitatieovereenkomst en de baatbelasting.</al><al>Bij de exploitatieovereenkomst verklaart de betalende partij bereid te zijn de
                    vastgestelde kosten te betalen en de gemeente verklaart de riolering aan te
                    leggen. De overeenkomsten zijn gebaseerd op de Aangevuld Bekostigingsbesluiten
                    van 25 februari 2002 en het raadsbesluit van 19 juli 2004 waarin de eigen
                    bijdragen verlaagd zijn.</al><al>Indien eigenaren geen overeenkomst willen aangaan, kan door het instellen van
                    een baatbelasting, een mogelijkheid om betaling van de bijdrage af te dwingen
                    worden gecreëerd. Ingevolge artikel 222 van de Gemeentewet moet voor het heffen
                    van een baatbelasting een Bekostigingsbesluit worden genomen. De eerdergenoemde
                    Aangevuld Bekostigingsbesluiten voldoen aan de voorwaarden van een
                    Bekostigingsbesluit.</al><al>De grondslag voor de kosten van de aanleg van riolering is gelegen in het
                    gegeven dat een onroerende zaak baat ondervindt van de riolering die de gemeente
                    aanlegt. De baatbelasting kan worden aangemerkt als een zakelijke objectieve
                    belasting. De vraag of een onroerende zaak is gebaat, dient te worden beantwoord
                    onafhankelijk van het gebruik dat van een onroerende zaak wordt gemaakt. Niet
                    het feitelijke gebruik is relevant, maar de voor de onroerende zaak aanwezige
                    objectieve gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden. In de jurisprudentie is het
                    bestemmingsplan als een objectief toetsingskader aanvaard. Wij hebben derhalve
                    het bestemmingsplan als basis gebruikt voor het bepalen van de
                    gebruiksmogelijkheden.</al><al>Niet alle percelen die zijn gebaat, zijn in overeenstemming zijn met het
                    bestemmingsplan; om deze percelen toch in de belasting te kunnen betrekken is in
                    het voorbereidingsbesluit aangegeven wat de toekomstige gebruiksmogelijkheden
                    zullen zijn.</al><al>Indien de riolering is aangelegd, heeft een ongerioleerde lozer welke binnen een
                    afstand van 40 meter van de riolering gelegen is, op basis van het
                    Lozingenbesluit Bodembescherming c.q. het Lozingenbesluit Oppervlaktewater de
                    verplichting tot aansluiting op de riolering. De onroerende zaken die aan dit
                    criterium voldoen, zijn aangemerkt als gebate onroerende zaken. De kosten voor
                    het treffen van de nodige voorzieningen voor aansluiting op de riolering op
                    eigen terrein dienen door de eigenaren zelf te worden voldaan.</al><tussenkop>Artikel 1 begripsomschrijvingen</tussenkop><al>Om misverstanden te voorkomen is in dit artikel een omschrijving van het begrip
                    onroerende zaak opgenomen. Aangesloten wordt bij de eigendomsgrenzen. Het
                    gebruik heeft geen invloed op de afbakening van een onroerende zaak. </al><al>Ook is in dit artikel aangegeven wat in deze verordening onder het
                    bestemmingsplan wordt verstaan. De peildatum is 11 maart 2004.</al><al>Gespreid over de gehele gemeente is een groot aantal bestemmingsplannen van
                    toepassing. De naam van de diverse bestemmingsplannen is in dit artikel vermeld. </al><al>Percelen die gebaat zijn maar niet in overeenstemming zijn met een
                    bestemmingsplan worden middels een Voorbereidingsbesluit, waarin is aangegeven
                    wat de toekomstige gebruiksmogelijkheden zullen zijn, alsnog in de belasting te
                    betrekken. Daarmee wordt de feitelijke situatie in overeenstemming gebracht met
                    het bestemmingsplan.</al><tussenkop>Artikel 2 belastbaar feit </tussenkop><tussenkop>Gebate gebied</tussenkop><al>Via artikel 2 maakt de kaart waarop het gebate gebied is aangegeven deel uit van
                    de belastingverordening. De kaart is gewaarmerkt ten bewijze dat zij behoort bij
                    het besluit van de gemeenteraad waarbij de belastingverordening is vastgesteld. </al><al>Door het in kaart brengen van het belastinggebied maakt de gemeente kenbaar
                    welke onroerende zaken door de getroffen voorzieningen binnen het gebate gebied
                    vallen en derhalve zijn of worden gebaat. Het afgebakende gebate gebied is
                    gelijk aan het gebate gebied dat is aangegeven op de kaart bij het ‘Aangevuld
                    bekostigingsbesluit Cluster 10 van 25 februari 2002. Tevens zijn de percelen die
                    vallen onder het voorbereidingsbesluit van 8 maart 2004 onderdeel van het gebate
                    gebied, en waren ook reeds opgenomen in de gebiedsaanduiding behorende bij het
                    Aangevuld Bekostigingsbesluit.</al><tussenkop>Tijdstip gebaat zijn</tussenkop><al>In artikel 2 is het tijdstip van gebaat zijn vermeld: De peildatum waarnaar het
                    gebaat zijn wordt bepaald is 11 maart 2004. Naar de toestand op dit tijdstip is
                    beoordeeld of de onroerende zaken gebaat zijn door de getroffen of nog te
                    treffen voorzieningen. Er vindt naar de toestand op deze datum een eenmalige
                    beoordeling plaats over de vraag of een onroerende zaak gebaat is de aanleg van
                    de riolering. Dit brengt mee dat latere wijzigingen in het gebaat zijn van een
                    onroerende zaak geen invloed hebben op de verschuldigde belasting. Ook latere
                    bijbouw of afbraak van objecten kan niet leiden tot wijziging in het bestand van
                    belaste objecten. Hierdoor wordt voorkomen dat latere wijzigingen in het
                    objectenbestand kunnen leiden tot het onverbindend worden van de tariefstelling. </al><tussenkop>Voorzieningen</tussenkop><al>Bepalend voor de baatbelasting zijn uitsluitend die voorzieningen waarop de
                    verordening betrekking heeft. Voor de duidelijkheid en de rechtszekerheid is het
                    zeer essentieel dat de verordening de specifieke voorzieningen vermeldt welke
                    aanleiding geven tot profijt van de in het desbetreffende deel van de gemeente
                    gelegen onroerende zaken. Artikel 2, tweede lid, vermeldt daarom dat via de
                    baatbelasting de kosten van de aanleg van drukriolering worden verhaald.</al><tussenkop>Artikel 3 Belastingplicht</tussenkop><al>In dit artikel wordt de belastingplicht omschreven. Belastingplichtig zijn
                    natuurlijke personen en rechtspersonen zoals vennootschappen, stichtingen en
                    verenigingen, die van de door gemeentelijke voorzieningen gebate onroerende
                    zaken, zoals vermeld in artikel 2, het genot hebben krachtens eigendom, bezit of
                    beperkt recht.</al><al>De wet gaat uit van belastingheffing tenzij de kosten van de voorzieningen
                    krachtens overeenkomst worden voldaan. De gemeente dient de kosten van de
                    getroffen voorzieningen om te slaan over alle gebate percelen, zowel over de
                    ‘belastingpercelen’ als over de percelen waarvoor langs privaatrechtelijke weg
                    wordt bijgedragen. Indien eigenaren een exploitatieovereenkomst getekend hebben,
                    wordt er van die onroerende zaak geen belasting geheven.</al><tussenkop>Artikel 4 en 5 Maatstaf van heffing en tarief</tussenkop><al>Er is in de Gemeentewet geen heffingsmaatstaf opgenomen voor de baatbelasting.
                    Dit houdt in dat de gemeentelijke wetgever vrij is in het bepalen van de
                    heffingsmaatstaf, met dien verstande dat het bedrag van een gemeentelijke
                    belasting niet afhankelijk kan worden gesteld van het inkomen, de winst of het
                    vermogen. Belangrijk bij de keuze van een heffingsmaatstaf is of zij aansluit
                    bij de aard van de voorzieningen die worden aangelegd. Er is gekozen voor een
                    heffingsmaatstaf die zoveel mogelijk aansluit bij het objectieve karakter van de
                    baatbelasting en bij de baat bij de getroffen voorzieningen, zodoende is gekozen
                    om uit te gaan van de bestemming conform het vigerende bestemmingsplan of het
                    voorbereidingsbesluit van 8 maart 2004.</al><al>De tarieven zijn in de raadsvergadering van 19 juli 2004 aangepast.</al><al>In artikel 5 is een kolom opgenomen met de bijbehorende belastingbedragen.</al><al>Voor de berekening van de exploitatiebijdrage zijn de volgende elementen van
                    belang:</al><lijst><li nr="-"><al>de berekeningsbasis ofwel de bestemming van de onroerende
                            zaak/perceel</al></li><li nr="-"><al>de basisbijdrage; door de raad bij besluit van 19 juni 2004 bepaald op €
                            1.750,--</al></li><li nr="-"><al>de vermenigvuldigingsfactor die is gekoppeld aan de totaalscore op basis
                            van de bestemming.</al></li></lijst><al>Als berekeningsbasis geldt de bestemming van de onroerende zaak zoals die in het
                    betreffende bestemmingsplan is opgenomen of de bestemming, zoals die bij de
                    herziening van het bestemmingsplan zal worden vastgesteld. Voor een aantal
                    percelen waarvoor een herziening van het bestemmingsplan in voorbereiding is, is
                    op 8 maart 2004 een voorbereidingsbesluit genomen.</al><al>Elke bestemming geeft een score en de totaalscore is gekoppeld aan een
                    vermenigvuldi-gingsfactor: score 1 = factor 1; score 2 = factor 1,3; score 3 of
                    4 = factor 1,6; score 5 of 6 = factor 1,9; score 7 of 8 of meer = factor 2,2. De
                    verschuldigde bijdrage is het basisbedrag (€ 1.750,--) x de berekende
                    factor.</al><al>Deze wijze van vaststellen van de verschuldigde belasting is uiteraard alleen
                    aan de orde voor zover een onroerende zaak is gebaat. Is een onroerende zaak
                    niet gebaat dan is het heffen van een baatbelasting niet aan de orde.</al><tussenkop>Artikel 5, lid 4</tussenkop><al>In de situaties waarin binnen een gebruiksmogelijkheid (als bedoeld in tabel lid
                    1) meerdere eigendommen (van verschillende belastingplichtigen) zijn gelegen,
                    vindt de berekening van de verschuldigde belasting plaats op basis van het
                    hiervoor beschreven systeem. De verdeling van de berekende belasting geschiedt
                    vervolgens op basis van het aantal eigendommen binnen de
                    gebruiksmogelijkheid.</al><al>De rechtvaardiging hiervan ligt in het feit dat de gebruiksmogelijkheid in het
                    bestemmingsplan of voorbereidingsbesluit is vastgelegd; het aantal eigendommen
                    speelt voor deze gebruiksmogelijkheid geen rol.</al><al>Op deze wijze wordt tevens bereikt dat bij gelijke gebruiksmogelijkheden het
                    totaal verschuldigde bedrag aan belasting gelijk is ongeacht het aantal
                    eigendommen.</al><tussenkop>Artikel 6 Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse
                    heffing</tussenkop><al>De baatbelasting is in beginsel een heffing ineens. De belastingplichtige zal,
                    na het vervallen van het tijdstip waarop de belasting verschuldigd is, de
                    heffing ineens moeten betalen. Op verzoek van de belastingplichtige kan de
                    baatbelasting echter in de vorm van een jaarlijkse belasting worden geheven,
                    afhankelijk van het belastingbedrag. In dit artikel is een regeling opgenomen
                    voor belastingplichtigen die de baatbelasting gespreid over de door de gemeente
                    vastgestelde termijn willen betalen. Belastingplichtigen dienen hiertoe een
                    verzoek te doen. De gemeente heeft de vrijheid om ook buiten de gestelde termijn
                    het verzoek alsnog in te willigen. In het vijfde lid van dit artikel is een
                    regeling opgenomen voor het geval dat een belastingplichtige, op wie de
                    gespreide regeling van betaling van toepassing is, gedurende de loop van de
                    belastingperiode ophoudt belastingplichtig te zijn. </al><tussenkop>Artikel 7 Wijze van heffing</tussenkop><al>Ingevolge artikel 233 van de Gemeentewet kunnen gemeentelijke belastingen worden
                    geheven bij wege van aanslag, bij wege van voldoening op aangifte of op andere
                    wijze. In deze verordening is gekozen voor de heffing bij wege van aanslag. </al><tussenkop>Artikel 8 Termijnen van betaling</tussenkop><al>In dit artikel zijn de termijnen van betaling opgenomen. Er is gekozen voor twee
                    termijnen, de eerste vervalt de maand volgend op de dagtekening van het
                    aanslagbiljet, de tweede termijn twee maanden later.</al><tussenkop>Artikel 9 Kwijtschelding</tussenkop><al>Er is gekozen voor een bepaling in de verordening die regelt dat in het geheel
                    geen kwijtschelding van baatbelasting wordt verleend. </al><tussenkop>Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en
                    wethouders</tussenkop><al>Aangezien artikel 217 van de Gemeentewet bepaalt dat al hetgeen voor de heffing
                    en de invordering van belang is in de belastingverordening moet staan, hebben
                    wij ervoor gekozen in de verordening een bepaling op te nemen die aangeeft dat
                    het mogelijk is dat het college van burgemeester en wethouders nadere regels kan
                    stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de betreffende
                    gemeentelijke belasting. Op deze wijze wordt aan de belastingplichtige burger
                    duidelijk gemaakt dat er nog nadere regels kunnen gelden.</al><tussenkop>Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel</tussenkop><al>Ingevolge artikel 139 van de Gemeentewet moet het besluit tot vaststelling van
                    een belastingverordening worden bekendgemaakt. Artikel 142 van de Gemeentewet
                    bepaalt vervolgens dat de verordening in werking treedt met ingang van de
                    achtste dag na die van de bekendmaking, tenzij in de verordening een ander
                    tijdstip is opgenomen, niet liggende voor de vaststelling en bekendmaking van de
                    verordening. In dit geval is gekozen voor het volgen van de wettelijke
                    regeling.</al><al>De raadsgriffier,</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>