<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR623160_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Ondermandaatbesluit directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor provinciale taken 2019</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-04-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Zuid-Holland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2019-354">bgr-2019-354</dcterms:isFormatOf><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005537&amp;titeldeel=10.1&amp;g=2019-04-02">titel 10.1 van de Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">gemandateerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2019-04-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2019-04-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2019-04-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>wijziging ondermandaatregeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule> Ondermandaatbesluit directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor provinciale taken 2019 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al><vet>Besluit van de directeur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid van </vet><vet>4 april </vet><vet>2019 tot vaststelling van de ondermandaatlijst voor de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor provinciale taken 2019</vet></al><al/><al>De directeur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid,</al><al/><al><vet>G</vet><vet>elet op: </vet></al><al>- Het besluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van 8 januari 2019, PZH-2018-671299077 (DOS-2015-0007878), houdende het toekennen van mandaat en machtiging aan de directeur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 2019);</al><al>- Het besluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van 26 maart 2019, PZH-2019-684926672 (DOS-2015-0007878), houdende wijziging van het Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 2019.</al><al/><al><vet>B</vet><vet>esluit:</vet></al><al>vast te stellen het <vet>Onderm</vet><vet>andaatbesluit </vet><vet>directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor provinciale</vet><vet> taken 201</vet><vet>9</vet> overeenkomstig de bij dit besluit behorende ondermandaatlijst met inachtneming van onderstaande bepalingen:</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Ondermandaat </titel></kop><al>De directeur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid stelt het ondermandaat ten behoeve van functionarissen van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid vast overeenkomstig de bij dit besluit behorende ondermandaatlijst.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte en voorwaarden</titel></kop><al>Het ondermandaat, behorend bij de ondermandaatlijst, geldt met inachtneming van de in het Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid van respectievelijk 8 januari en 26 maart 2019 en de daarbij behorende mandaatlijst opgenomen bepalingen en gestelde voorwaarden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Ondertekening </titel></kop><al>Indien een besluit wordt genomen bij of krachtens het bepaalde in artikel 1 luidt de ondertekening:</al><al/><al><cursief>Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,</cursief></al><al><cursief>namens dezen,</cursief></al><al><cursief>Gevolgd door de handtekening, naam van de functionaris, directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Z</cursief><cursief>uid, of gevolgd door een ondertekening door middel van naam-functieaanduiding en een automatisch</cursief><cursief> genereerde disclaimer.</cursief></al><al/><al>Of (unitmanager):</al><al><cursief>Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,</cursief></al><al><cursief>namens dezen,</cursief></al><al><cursief>Gevolgd door de handtekening, naam en functie van de functionaris (unitmanager) en aanduiding van de unit, of gevolgd door een ondertekening door middel van naam-functie (unitmanager)-unitaanduiding en een automatisch gegenereerde disclaimer.</cursief></al><al/><al>Of (medewerker):</al><al><cursief>Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,</cursief></al><al><cursief>namens dezen,</cursief></al><al><cursief>Gevolgd door de handtekening, naam en functie van de functionaris en naam van de unit waar de functionaris werkzaam is, of gevolgd door een ondertekening door middel van naam-functie-unitaanduiding e</cursief><cursief>n een automatisch gegenereerde disclaimer.</cursief></al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Ondermandaatbesluit directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor provinciale taken 2019 van 28 januari 2019 (publicatieblad Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 29 januari 2019, nr. 99) wordt ingetrokken met ingang van 1 april 2019.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit besluit wordt bekendgemaakt in het publicatieblad van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dag van bekendmaking in het publicatieblad van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, en werkt terug tot en met 1 april 2019.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit besluit wordt aangehaald als: Ondermandaatbesluit directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor provinciale taken 2019.</al></lid><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie>Aldus vastgesteld op 4 april 2019.</functie><functie>De directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid,</functie><functie>Mr. R. Visser </functie><functie/></ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label/></kop></bijlage><bijlage><kop><label>ONDERMANDAATLIJST als bedoeld in artikel 1 van het Ondermandaatbesluit directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor provinciale taken 2019</label></kop><al> </al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="9*"/><colspec colname="col2" colwidth="37*"/><colspec colname="col3" colwidth="26*"/><colspec colname="col4" colwidth="19*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN</vet></al><al><vet>Algemeen</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>TOELICHTING/</vet></al><al><vet>VOORWAARDEN</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>UNITMANAGER,</vet></al><al><vet>TENZIJ ANDERS</vet></al><al><vet>AANGEGEVEN</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RAA01</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten in bestuursrechtelijke procedures:</al><al>- Proceshandelingen in bestuursrechtelijke procedures zoals het voeren van verweer, indien het besluit in mandaat is genomen door de directeur Omgevingsdienst of een onder zijn verantwoordelijkheid vallende leidinggevende.</al><al>- Besluiten inzake verzoeken om toepassing van rechtstreeks beroep (art. 7:1a Awb). </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>N.B. Op een verzoek om toepassing van rechtstreeks beroep kan op grond van art. 10:3 <cursief>Awb</cursief> niet worden beslist door degene die het besluit waartegen een bezwaar zich richt in mandaat heeft genomen. </al><al>      </al></entry><entry colname="col4"><al/><al>V.w.b. indienen van het verweerschrift en toepassing rechtstreeks beroep: unitmanager</al><al>V.w.b. overige proceshandelingen: medewerker</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RAA02</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten op grond van:</al><al>a. art. 4:5 en 4:6, <cursief>Awb </cursief>(vereenvoudigde wijze van afdoen en afdoen herhaalde aanvraag);</al><al>b. art. 4.7 en 4:8, <cursief>Awb</cursief> (horen);</al><al>c. afdeling 4.1.3, <cursief>Awb </cursief>(opschorten beslistermijn); </al><al>d. besluiten over dwangsommen bij niet tijdig beslissen;</al><al>e. titel 4.4, <cursief>Awb</cursief> (bestuursrechtelijke geldschulden) met uitzondering van afdeling 4.4.4, <cursief>Awb</cursief> (aanmaning en invordering bij dwangbevel);</al><al>f. art. 8:51a, 8:51b, 8:51c, 8:80a en 8:80b, <cursief>Awb</cursief> (bestuurlijke lus en tussenuitspraak);</al><al>g. afdeling 3.4 <cursief>Awb</cursief> (openbare voorbereidingsprocedure van toepassing verklaren).  </al></entry><entry colname="col3"><al>    </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RAA03</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>- Het eenmalig dan wel doorlopend machtigen van medewerkers of externe adviseurs om Gedeputeerde Staten te vertegenwoordigen in bestuursrechtelijke procedures.</al><al>- Het eenmalig dan wel doorlopend machtigen van medewerkers of externe adviseurs om namens Gedeputeerde Staten ter zitting, binnen de grenzen van het geschil en het daarmee gepaarde gaande financiële belang, mee te werken aan finale geschillenbeslechting en toezeggingen ten aanzien daarvan te doen.  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>Artikel 5, derde lid van het mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor OZHZ is niet van toepassing.</al></entry><entry colname="col4"><al/><al>Directeur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RAA04</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>- Het aanwijzen van functionarissen voor het voeren van mediationgesprekken en voor het aangaan en ondertekenen van mediationovereenkomsten.</al><al>- Het maken van afspraken en het aangaan en ondertekenen van vaststellingsovereenkomsten naar aanleiding van mediationgesprekken. </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>Vaststellingsovereenkomsten als resultaat van mediationgesprekken mogen alleen in mandaat worden aangegaan en ondertekend, indien het conflict zijn oorsprong vindt in een besluit dat is genomen door de directeur Omgevingsdienst of een onder zijn verantwoordelijkheid vallende leidinggevende. </al><al>Artikel 5, derde lid van het mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor OZHZ is voor wat betreft het aanwijzen van functionarissen voor het voeren van mediationgesprekken niet van toepassing.  </al></entry><entry colname="col4"><al/><al>Directeur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RAA05</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten op bezwaarschriften op grond van de <cursief>Awb </cursief>conform advies van de bezwarencommissie (art. 7:11, <cursief>Awb</cursief>) indien het primaire besluit genomen is door een onder de verantwoordelijkheid van de directeur Omgevingsdienst vallende leidinggevende. </al><al>    </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>Omvat mede besluiten in het kader van de voorbereiding, zoals toepassing van art. 2:2 (weigeren raadsman of vertegenwoordiger), 7:10 (verdagen beslistermijn), <cursief>Awb.</cursief></al><al>Artikel 5, derde lid van het mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor OZHZ is niet van toepassing.  </al></entry><entry colname="col4"><al/><al>Directeur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RAA06</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Het aanwijzen van personen belast met het houden van toezicht.</al></entry><entry colname="col3"><al>      </al></entry><entry colname="col4"><al/><al>Directeur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RAA07</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Het aanvragen en verantwoorden van subsidies op basis van regelingen van andere overheidsorganen, het Rijk en de Europese Unie, alsmede het aangaan van uitvoeringsovereenkomsten ter verkrijging van deze subsidies.   </al><al>Het mandaat heeft geen betrekking op:</al><al>- het besluit om als leadpartner op te treden en daarmee (mede) de verantwoordelijkheid te dragen voor de uitvoering van projecten door derden;</al><al>- het besluit om Gedeputeerde Staten te committeren aan het vaststellen van een subsidieregeling.  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>De uitgezonderde besluiten blijven voorbehouden aan Gedeputeerde Staten.</al><al/></entry><entry colname="col4"><al/><al>Directeur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RAA08</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten in het kader van het beheren van een zekerheidstelling.</al></entry><entry colname="col3"><al>    </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RAA09</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Het uitoefenen van de bevoegdheden op grond van de Wet <cursief>Bibob</cursief>, met uitzondering van het verwerken van het advies “ernstig gevaar” van het Landelijk Bureau Bibob.</al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>Artikel 5, derde lid van het mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor OZHZ is niet van toepassing op het vragen van advies.  </al><al>NB. Het mandaat omvat mede het, voorafgaand aan het vragen van advies aan Landelijk Bureau Bibob, uit te voeren eigen onderzoek.</al><al>Het verwerken van het advies “ernstig gevaar” van het Landelijk Bureau Bibob is voorbehouden aan Gedeputeerde Staten.  </al></entry><entry colname="col4"><al/><al>Unitmanager</al><al>Indien het betreft het vragen van advies aan het Landelijk Bureau Bibob (LBB) en het verwerken van dit advies: </al><al>Directeur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RAA10</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Het uitoefenen van bevoegdheden op grond van de <cursief>Wob</cursief>.</al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>Het mandaat omvat zowel de bevoegdheid tot het nemen van besluiten en het verrichten van handelingen strekkend tot passieve openbaarmaking </al><al>(art. 3 <cursief>Wob</cursief>), als tot het nemen van besluiten en het verrichten van handelingen strekkend tot actieve openbaarmaking (art. 8 <cursief>Wob</cursief>).  </al><al>Uitoefening van het mandaat vindt plaats met inachtneming van een door het college van Gedeputeerde Staten te geven werkinstructie <cursief>Wob</cursief>, alsmede met inachtneming van de door het college van Gedeputeerde Staten vastgestelde beleidsregels inzake actieve openbaarheid, zoals deze op het moment waarop het onderhavige mandaat wordt uitgeoefend geldend zijn. </al><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 5, eerste lid van het mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor OZHZ, zendt de directeur van de omgevingsdienst in de eerste week van elke kalendermaand een overzicht aan Gedeputeerde Staten van alle bij de omgevingsdienst ingediende verzoeken om passieve openbaarheid, alsmede informatie over de stand van zaken van in de behandeling zijnde verzoeken.  </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>   </al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="9*"/><colspec colname="col2" colwidth="36*"/><colspec colname="col3" colwidth="26*"/><colspec colname="col4" colwidth="19*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN</vet></al><al><vet>Vergunningverlening</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>TOELICHTING/</vet></al><al><vet>VOORWAARDEN</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>UNITMANAGER,</vet></al><al><vet>TENZIJ ANDERS</vet></al><al><vet>AANGEGEVEN</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RMV01</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten omtrent </al><al>a. vergunningen op grond van de Wabo tenzij sprake is van besluiten op grond van art 3.1 Bor of besluiten die strijdig zijn met een provinciaal ruimtelijk belang;</al><al>b. het stellen van nadere voorwaarden na een gebruiksmelding brandveilig gebruik of sloopmelding op grond van het Bouwbesluit 2012;</al><al>c. maatwerkvoorschriften en besluiten op gelijkwaardigheidsverzoeken op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer. </al><al>Geldt <vet>niet </vet>voor besluiten op grond van:</al><al>- art. 3 Wet <cursief>Bibob</cursief>;</al><al>- hoofdstuk 2 van de <cursief>Wabo</cursief> met betrekking tot provinciale wegen, en voor zover betrekking hebbend op omgevingsvergunningen voor wegaansluitingen op provinciale wegen, reclame-uitingen op gebouwen, beplantingen en enkelvoudige uitwegen (enkelvoudige omgevingsvergunning).  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>Betreft: </al><al>- Procedure-stappen; </al><al>- ontwerpbesluit;</al><al>- besluit. </al><al>Daaronder vallen zowel vergunningverlening als intrekking van de vergunning.</al><al>      </al></entry><entry colname="col4"><al/><al>Procedurestappen: medewerker</al><al>Ontwerpbesluit en besluit: unitmanager</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RMV02</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten op grond van de <cursief>Wabo</cursief>: </al><al>- een wettelijk advies op grond van art. 2.26, Wabo;</al><al>- een verklaring van geen bedenkingen op grond van art. 2.27 of 2.28, Wabo, aan het bevoegd gezag voor een onderdeel van de omgevingsvergunning zoals bedoeld in de artikel 6.8 Bor, behoudens als het wettelijk verplicht advies uitsluitend betrekking heeft op een provinciale weg;</al><al>- een verzoek aan de gemeente tot wijziging of intrekking van een door de gemeente afgegeven omgevingsvergunning, voor zover dit verzoek betrekking heeft op één of meerdere provinciale taken, behoudens als deze taak uitsluitend betrekking heeft op het provinciale wegbeheer.</al><al>Besluiten op grond van artikel 11 Interimwet stad-en-milieubenadering.  </al><al>Geldt <vet>niet </vet>voor besluiten op grond van artikel 6.5 lid 4 en art 6.6 lid 1 <cursief>Bor.</cursief>  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>Daaronder vallen zowel de verklaring van geen bedenkingen voor één onderdeel van de omgevingsvergunning, als de verklaring van geen bedenkingen voor het totaal van de onderdelen van de omgevingsvergunning.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RMV04</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten op grond van Hoofdstuk 8, 10, 13, 14, 17 en 19 <cursief>Wm</cursief>.</al><al>Geldt <vet>niet</vet> voor artikel 10:63 <cursief>Wm</cursief>  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>NB. De vergunningverlenende taak o.g.v. artikel 10:63 Wm is opgedragen aan de Omgevingsdienst Midden-Holland.</al></entry><entry colname="col4"><al/><al>Procedurestappen: medewerker</al><al>Ontwerpbesluit en besluit: unitmanager</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RMV06</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten op grond van hetgeen is bepaald bij of krachtens het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen.  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>Betreft het verlenen van ontheffing voor bepaalde afvalstoffen</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RMV09</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten op grond van hetgeen is bepaald bij of krachtens het Vuurwerkbesluit.  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RMV13</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten in het kader van de MER, niet zijnde plannen en structuurvisies (hoofdstuk 7 Wm). Indien het betreft een vormvrije m.e.r.-beoordeling, als bedoeld in artikel 2, lid 5, sub b van het Besluitmilieueffectrapportage in het kader van taken die geheel bij een andere omgevingsdienst zijn ondergebracht, dan besluit in dat geval de omgevingsdienst waar die taak geconcentreerd is ondergebracht. De betreffende omgevingsdienst waarin de activiteit plaatsvindt moet om advies worden gevraagd. </al><al>  </al><al/></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>Betreft mede: </al><al>- procedurestappen;</al><al>- advies reikwijdte en detailniveau MER;</al><al>- besluit MER-beoordeling;</al><al>- aanvaardbaarheids-verklaring (op grond van overgangsregels);</al><al>Ingeval het besluit betrekking heeft op een activiteit die plaatsvindt op het grondgebied van meerdere omgevingsdiensten, geldt het mandaat voor de gehele activiteit. In dat geval wordt in overleg tussen de betrokken omgevingsdiensten en het  bureauhoofd van de provincie bepaald wie het besluit in mandaat neemt.   </al></entry><entry colname="col4"><al/><al>Procedurestappen: medewerker</al><al>Overig: unitmanager</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>     </al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="9*"/><colspec colname="col2" colwidth="36*"/><colspec colname="col3" colwidth="26*"/><colspec colname="col4" colwidth="19*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN</vet></al><al><vet>Toezicht en handhaving</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>TOELICHTING/</vet></al><al><vet>VOORWAARDEN</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>UNITMANAGER,</vet></al><al><vet>TENZIJ ANDERS</vet></al><al><vet>AANGEGEVEN</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RH01</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten omtrent gedoogbeschikkingen. </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>  </al></entry><entry colname="col4"><al/><al>Directeur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RH02</al><al>                  </al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten betreffende het uitoefenen van toezicht op naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet- en regelgeving zoals gemandateerd in dit besluit in de mandaatnummers RMV01 t/m RMV13, alsmede artikel 10:63 Wm. </al><al>  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>Betreft mede: </al><al>a. voorwaarschuwingsbrief;</al><al>b. accepteren van een melding of beoordelen van rapportages op grond van vergunningvoorschriften;</al><al>c. nemen van goedkeuringsbesluiten op basis van vergunningvoorschriften;</al><al>d. beoordelen van milieujaarverslagen overeenkomstig de bij of krachtens titel 12.3 <cursief>Wm</cursief> gestelde regels;</al><al>e. vorderingen om informatie in het kader van de controle op de naleving van regelgeving, alsmede de reacties op de in dit kader toegezonden informatie (art. 5.16, <cursief>Awb</cursief>).  </al></entry><entry colname="col4"><al/><al>Medewerker ten aanzien van a en e en ten aanzien van bezoeksbevestigingsbrieven. Unitmanager ten aanzien van b, c en d.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RH02A</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Het naar aanleiding van de kenbaar gemaakte zienswijze(n) afzien van bestuursrechtelijk handhavend optreden.  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al/></entry><entry colname="col4"><al/><al>Directeur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RH03</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten op verzoeken van derden om bestuursrechtelijk handhavend op te treden.  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RH04</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten op grond van Titel 5.3 en Titel 5.4, <cursief>Awb</cursief> (herstelsancties en bestuurlijke boete).</al><al>  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>Betreft mede het besluit tot het opleggen van een spoedeisende last onder bestuursdwang, dan wel het toepassen van spoedeisende bestuursdwang, conform art. 5.31, <cursief>Awb</cursief> juncto 5.17, <cursief>Wabo, </cursief>dan wel de schriftelijke bekrachtiging van de mondelinge aanzegging daartoe.</al><al>De verplichting tot het plegen van vooroverleg, als bedoeld in artikel 5, eerste en derde lid, van het mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor OZHZ is niet van toepassing bij een direct gevaar voor de menselijke gezondheid dan wel dreiging daarvan, dan wel bij aanmerkelijke gevolgen voor het milieu of de natuur. In dat geval worden de portefeuillehouder en het bureauhoofd van de provincie zo spoedig mogelijk door de directeur Omgevingsdienst geïnformeerd over de toepassing van het mandaat.</al></entry><entry colname="col4"><al/><al>Besluiten tot het opleggen van een last onder dwangsom en tot het opleggen van een last onder bestuursdwang: </al><al>Directeur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RH05</al><al>  </al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten op grond van hetgeen is bepaald bij of krachtens de <cursief>Wabo.</cursief>  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RH06</al><al>  </al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten op grond van hetgeen is bepaald bij of krachtens het Vuurwerkbesluit.</al></entry><entry colname="col3"><al>  </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RH07</al><al>  </al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten op grond van hetgeen is bepaald bij of krachtens artikel 1.1a, hoofdstuk 8,10, 13, 14, 17 en 19 <cursief>Wm</cursief>.</al><al>  </al><al>  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>Bij ongewone voorvallen en gevallen waarbij de stabiliteit van afvalvoorzieningen in het geding is, zal in spoedeisende gevallen voorafgaand vooroverleg niet altijd mogelijk zijn. Artikel 5, eerste en derde lid, van het mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor OZHZ is dan niet van toepassing. In dat geval worden portefeuillehouder en  bureauhoofd van de provincie zo spoedig mogelijk geïnformeerd over de toepassing van het mandaat.</al></entry><entry colname="col4"><al/><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RH08</al><al>  </al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten op grond van hetgeen is bepaald bij of krachtens:</al><al>- de Ontgrondingenwet;</al><al>- de Omgevingsverordening Zuid-Holland voor de bevoegdheden betreffende ontgrondingen, stiltegebieden, bodemsanering, ontgassen van varende schepen en de milieubeschermingsgebieden voor grondwater;</al><al>- de PMV voor wat betreft de milieubeschermingsgebieden voor grondwater;</al><al>- het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>In de nieuwe Omgevingsverordening zullen grotendeels de bevoegdheden die voorheen in de PMV stonden opgaan. Voor het deel van de milieubeschermingsgebieden voor grondwater blijft de PMV echter nog van kracht; dit deel van de verordening zal pas later worden overgebracht naar de Omgevingsverordening, dus tot die tijd blijft de PMV de grondslag. </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RH09</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>1. Toezicht/handhaving op het aanwezig hebben van een begeleidingsbrief bij het vervoer van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.</al><al>2. Vorderingen om informatie in het kader van de controle op de naleving van regelgeving, alsmede de reacties op de in dit kader toegezonden informatie.</al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>Betreft een mandaat op grond van art. 18.2c <cursief>Wm</cursief> (taak om zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens hoofdstuk 10 gestelde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op het aanwezig hebben van een begeleidingsbrief bij het vervoer van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 10.44 <cursief>Wm</cursief>).  </al><al>Dit mandaat heeft met name betrekking op vervoer tussen bedrijven.   </al></entry><entry colname="col4"><al/><al>Medewerker</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RH10 </al><al>  </al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten in het kader van omgevingsvergunningen voor zover het betreft de PMV en de Omgevingsverordening Zuid-Holland, waarbij Gedeputeerde Staten niet het bevoegd gezag zijn. </al><al/></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>Betreft mede:</al><al>Het verzoek om handhaving bij een gemeente als bedoeld in art. 5.20, eerste lid, Wabo (Indien na ambtelijk/bestuurlijk overleg door de gemeente geen gevolg wordt gegeven aan het handhavingsadvies kan een formeel verzoek om handhaving worden ingediend bij de gemeente).</al><al>Het ingebreke stellen van een gemeente indien niet tijdig wordt besloten op het handhavingsverzoek(Alvorens tot ingebrekestelling wordt overgegaan, dient eerst nog ambtelijk/bestuurlijk overleg plaatste vinden). De PMV is slechts gedeeltelijk ingetrokken en zal pas op een later moment geheel opgaan in de Omgevingsverordening.</al></entry><entry colname="col4"><al/><al>Directeur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RH12</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten in het kader van toezicht op en handhaving van: </al><al>a. <cursief>Wnb</cursief></al><al>b. Natuurschoonwet 1928;</al><al>c. Beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland 2013;  </al><al>Betreft niet besluiten op grond van de hardheidsclausule.   </al><al>Geldt voor het gehele grondgebied van Zuid-Holland. </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al><vet>N.B. </vet>de vergunningverlening van a en b is opgedragen aan de Omgevingsdienst Haaglanden.</al><al>  </al><al><vet>N.B.</vet> de vergunningverlening van c is opgedragen aan de Omgevingsdienst Midden-Holland.   </al></entry><entry colname="col4"><al/><al>Ondermandaat conform RH02 voor zover van toepassing</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RH13</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Verzoeken tot intrekking van door de Faunabeheereenheid Zuid-Holland aan derden gegeven toestemming op grond van artikel 5.10 van de Omgevingsverordening Zuid-Hollland. </al><al/></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>Dit betreft de toestemming als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Wet natuurbescherming.</al><al>Dit geschiedt op verzoek van Gedeputeerde Staten (en in overleg met het afdelingshoofd van de provincie). </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>  </al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="9*"/><colspec colname="col2" colwidth="36*"/><colspec colname="col3" colwidth="26*"/><colspec colname="col4" colwidth="19*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>  </al></entry><entry colname="col2"><al><vet>BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN</vet></al><al><vet>Bodem</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>TOELICHTING/</vet></al><al><vet>VOORWAARDEN</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>UNITMANAGER,</vet></al><al><vet>TENZIJ ANDERS</vet></al><al><vet>AANGEGEVEN</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Onderzoeksfase bodemsaneringsprojecten</cursief></vet></al><al>  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RBS01</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten op grond van art. 48 en 49, <cursief>Wbb.</cursief></al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>Betreft het uitvoeren van onderzoek en van saneringen, alsmede stakings- en gedoogbevelen.  </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Besluiten op basis van de Wet bodembescherming</cursief></vet></al></entry><entry colname="col3"><al>  </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RBS02</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten op grond van art. 30, 32, <cursief>Wbb</cursief>, met betrekking tot het treffen van maatregelen bij ongewone voorvallen.  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al/></entry><entry colname="col4"><al/><al>Directeur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RBS03</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Het uitvoeren van maatregelen bij ongewone voorvallen als bedoeld in de art. 30, 32, <cursief>Wbb</cursief>, die zijn genomen met behulp van <cursief>RBS02.</cursief></al><al>  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>Omvat <vet>niet</vet> de besluiten tot het nemen van maatregelen bij ongewone voorvallen als bedoeld in de art. 30en 32, <cursief>Wbb.</cursief>  </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RBS04</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten in het kader van meldingen nieuwe verontreinigingen en historische verontreinigingen voor wat betreft:</al><al>a. procedurestappen;</al><al>b. ontwerpbesluiten;</al><al>c. definitieve besluiten.</al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>Omvat <vet>niet </vet>de besluiten tot inzet van het bevelsinstrumentarium.    </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RBS05</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten op grond van art. 43 <cursief>Wbb</cursief>, met betrekking tot de inzet van het bevelsinstrumentarium.  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al/></entry><entry colname="col4"><al/><al>Directeur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RBS06</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Het voorbereiden en uitvoeren van besluiten op grond van art. 43 <cursief>Wbb</cursief>, met betrekking tot de inzet van het bevelsinstrumentarium, die zijn genomen met RBS05.  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>Omvat <vet>niet</vet> de besluiten tot de inzet van het bevelsinstrumentarium</al><al>  </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RBS06A</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten op grond van de art. 55ab en 55b, Wbb (handhaving onderzoeksplicht en saneringsplicht).  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RBS07</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten op grond van de art. 70 en 71, <cursief>Wbb</cursief> (gedogen van onderzoek en inzet middelen).  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al/></entry><entry colname="col4"><al/><al>Directeur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RBS08</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Het voorbereiden en uitvoeren van besluiten op grond van art. 70 en 71, <cursief>Wbb</cursief> (gedogen van onderzoek en inzet middelen), die zijn genomen met behulp van RBS07. </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>Omvat <vet>niet </vet>de besluiten tot het gedogen van onderzoek en inzet middelen</al><al>  </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RBS09</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten op grond van art. 50, lid 1, <cursief>Wbb</cursief> (vordering van gebruik of eigendom onroerende zaken of beperkte rechten).  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>  </al></entry><entry colname="col4"><al/><al>Directeur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Besluit Verbond/Bsb</cursief></vet></al><al>  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RBS10</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten in het kader van de uitvoering van het besluit Verbond c.q. <cursief>Bsb-</cursief>operatie met uitzondering van de in <cursief>RBS</cursief>11 bedoelde besluiten.</al><al>  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RBS11</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Ontwerpaanwijzing ex. Besluit verplicht bodemonderzoek bedrijfsterreinen op grond van verkennend onderzoek van art. 4, Besluit Verbond.  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al/></entry><entry colname="col4"><al/><al>Directeur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>Overig</cursief></vet></al><al>  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RBS13</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten inzake subsidieverstrekking voor de sanering van bedrijfsterreinen, zoals bedoeld in het Besluit financiële bepalingen bodemsanering tot een bedrag van max. € 100.000.  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RBS13A</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten inzake subsidieverstrekking voor de sanering van bedrijfsterreinen zoals bedoeld in het Besluit financiële bepalingen bodemsanering waarbij een bedrag boven de € 100.000 is gevraagd/toegekend, voor zover het betreft:</al><al>- verlenging beslistermijn;</al><al>- wijziging uitvoeringstermijn;</al><al>- vaststelling subsidie;</al><al>- wijzigingen van ondergeschikt belang.  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RBS14</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten omtrent het afstand doen van recht van kostenverhaal op grond van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging artikel 75 lid 6 Wet bodembescherming.  </al></entry><entry colname="col3"><al>  </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>  </al><al>RBS15</al></entry><entry colname="col2"><al>  </al><al>Besluiten op grond van de <cursief>Wbb</cursief> in het kader van de nazorg van gesaneerde bodemsaneringslocaties.</al></entry><entry colname="col3"><al>  </al><al>Betreft:</al><al>- meldingen en adviesaanvragen;</al><al>- verzoek om toestemming voor bodemonderzoek, monitoring en nazorgmaatregelen;</al><al>- aanmeldingen schademelding bij verzekeraar of schade-expert.  </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al><vet>Bijlage </vet><vet>Lijst van afkortingen</vet></al><lijst><li nr="•"><al><cursief>Art.</cursief>: artikel</al></li><li nr="•"><al><cursief>Awb</cursief>: Algemene wet bestuursrecht </al></li><li nr="•"><al><cursief>Bibob</cursief>: bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur</al></li><li nr="•"><al><cursief>Bor</cursief>: Besluit omgevingsrecht</al></li><li nr="•"><al><cursief>Brzo</cursief>: Besluit risico's zware ongevallen 2015</al></li><li nr="•"><al><cursief>Bsb:</cursief> Bodemsanering bedrijfsterreinen</al></li><li nr="•"><al><cursief>MER</cursief>: Milieueffectrapportage</al></li><li nr="•"><al><cursief>PMV</cursief>: Provinciale milieuverordening Zuid-Holland</al></li><li nr="•"><al><cursief>RIE</cursief>: Richtlijn industriële emissies </al></li><li nr="•"><al><cursief>Wabo</cursief>: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</al></li><li nr="•"><al><cursief>Wbb</cursief>: Wet bodembescherming</al></li><li nr="•"><al><cursief>Wm</cursief>: Wet milieubeheer</al></li><li nr="•"><al><cursief>Wnb</cursief>: Wet natuurbescherming</al></li><li nr="•"><al><cursief>Wob</cursief>: Wet openbaarheid bestuur</al></li></lijst></bijlage><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel/></kop><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>