<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR62210_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Neerijnen</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-05-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Neerijnen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="Het Kontakt">14-04-2010 Het Kontakt</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET RUIMTELIJKE ORDENING">Wet ruimtelijke ordening</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-04-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-04-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-05-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>06/08434</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening maakt deel uit van het verzamelbesluit Neerijnen d.d. 01-04-2010.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Neerijnen;</al><al>	gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 november 2008;</al><al>	Besluit vast te stellen de:</al><al>	Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><al>a. aanvrager: degene die een aanvraag om tegemoetkoming in de schade als bedoeld in </al><al>artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening indient; </al><al>b. adviseur: de door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen persoon als </al><al>bedoeld in artikel 6.1.1.1, onder c, Besluit ruimtelijke ordening; </al><al>c. adviescommissie: schadebeoordelingscommissie als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van </al><al>deze verordening; </al><al>d. besluit: Besluit ruimtelijke ordening; </al><al>e. college: het college van burgemeester en wethouders; </al><al>f. gemeente: gemeente Neerijnen; </al><al>g. planologische maatregel: oorzaak als bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, Wet ruimtelijke </al><al>ordening; </al><al>h. planschade: schade als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, Wet ruimtelijke ordening; </al><al>i. wet: Wet ruimtelijke ordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdrachtverstrekking</titel></kop><al>Binnen twaalf weken na het verstrijken van de termijnen als bedoeld in artikel 6.1.3.1 van het </al><al>besluit verstrekt het college aan één of meerdere adviseurs gezamenlijk, opdracht om ter zake </al><al>van een aanvraag advies uit te brengen, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 6.1.3.1 </al><al>van het besluit of aan artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Adviseur of adviescommissie</titel></kop><al>1. Voor de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking wordt door het college </al><al>een adviseur aangewezen die beschikt over voldoende deskundigheid inzake advisering </al><al>op het gebied van planschade. </al><al>2. Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid bedoelde </al><al>adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op planschade vanwege </al><al>inkomensderving en er, gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag, </al><al>behoefte bestaat aan extra deskundigheid wordt door het college een tweede adviseur </al><al>aangewezen die deskundig is op het gebied van accountancy of van financieel </al><al>economische bedrijfsvoering. </al><al>3. Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid bedoelde </al><al>adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op planschade vanwege </al><al>waardevermindering van een onroerende zaak en er, gezien de complexiteit, aard en </al><al>omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid wordt door het </al><al>college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is ter zake van de waardering van </al><al>onroerende zaken en van waardevermindering daarvan als gevolg van een planologische </al><al>verslechtering. </al><al>4. Indien naar het oordeel van het college het tweede en het derde lid van toepassing zijn, </al><al>worden zowel de in het tweede als het derde lid bedoelde adviseurs aangewezen. </al><al>5. Bij aanwijzing van meerdere adviseurs vormen deze een adviescommissie, waarvan de in </al><al>het eerste lid bedoelde adviseur voorzitter is. </al><al>6. De adviescommissie wijst uit haar midden een rapporteur aan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Deskundigheid en onafhankelijkheid</titel></kop><al>1. Voordat een persoon als adviseur wordt aangewezen, kan het college verlangen dat deze </al><al>aantoont op grond van opleiding en ervaring deskundig te zijn met betrekking tot de in </al><al>artikel 3, eerste, tweede of derde lid, bedoelde aspecten waarop deze persoon de </al><al>aanvraag moet beoordelen. </al><al>2. Een adviseur mag niet werkzaam zijn onder verantwoordelijk van de raad. Eveneens mag </al><al>een adviseur niet betrokken zijn bij de planologische maatregel waarop de aanvraag </al><al>betrekking heeft. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Betrokkenheid aanvrager en andere belanghebbenden bij aanwijzing adviseur of</titel></kop><al>1. Voordat het college de opdracht tot advisering zoals bedoeld in artikel 2 verstrekt, stelt </al><al>het college de aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de </al><al>belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet schriftelijk </al><al>op de hoogte van de aanwijzing van: </al><al>a. een adviseur als bedoeld in artikel 3, eerste lid, of </al><al>b. meerdere adviseurs als bedoeld in artikel 3, vijfde lid. </al><al>2. De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden </al><al>als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet kunnen binnen twee weken </al><al>na de mededeling als bedoeld in het eerste lid schriftelijk en voldoende gemotiveerd een </al><al>verzoek tot wraking van één of meerdere adviseurs bij het college indienen. </al><al>3. Het college beslist binnen twee weken na het verstrijken van de in het tweede lid </al><al>bedoelde termijn over een ingediend verzoek tot wraking van één of meerdere adviseurs. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Werkwijze adviseur of adviescommissie</titel></kop><al>1. Het college stelt aan de adviseur of de adviescommissie alle op de aanvraag betrekking </al><al>hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling daarvan naar het oordeel van de </al><al>adviseur of van de adviescommissie noodzakelijke bescheiden ter beschikking. </al><al>2. Het college wijst uit de ambtelijke organisatie één of meer personen aan die de adviseur of </al><al>de adviescommissie bij de uitvoering van de adviesopdracht bijstaat. </al><al>3. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie organiseert één of meerdere </al><al>hoorzittingen, waar de aanvrager en de in het tweede lid bedoelde ambtelijke </al><al>vertegenwoordiger(s) in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag toe te lichten, </al><al>onderscheidenlijk de voor de advisering over de aanvraag relevante informatie te </al><al>verschaffen, dan wel een standpunt van de gemeente over de aanvraag aan de adviseur </al><al>of de adviescommissie kenbaar te maken. Eventuele andere betrokken bestuursorganen, </al><al>alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet </al><al>worden eveneens in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken. </al><al>4. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie bepaalt het tijdstip waarop de </al><al>adviseur of de adviescommissie de situatie ter plaatse zal bezichtigen en nodigt de </al><al>aanvrager voor de plaatsopneming uit. </al><al>5. Ten behoeve van een taxatie van een bij de aanvraag betrokken onroerende zaak, wordt </al><al>door de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie met de aanvrager een afspraak </al><al>gemaakt. </al><al>6. Van de in het derde lid bedoelde hoorzitting en van de in het vierde lid bedoelde </al><al>bezichtiging wordt door, dan wel onder verantwoordelijkheid van, de adviseur of de </al><al>voorzitter van de adviescommissie een verslag gemaakt, dat onderdeel vormt van het uit </al><al>te brengen advies. </al><al>7. Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviseur of de adviescommissie binnen </al><al>zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een concept daarvan aan </al><al>de gemeente, aan de aanvrager, aan eventuele andere betrokken bestuursorganen en aan </al><al>de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet. De </al><al>adviseur of de voorzitter van de adviescommissie kan deze termijn onder opgaaf van </al><al>redenen met een daarbij aan te geven termijn met ten hoogste vier weken verlengen. </al><al>8. De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen alsmede de belanghebbenden </al><al>als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet worden in de gelegenheid </al><al>gesteld om binnen vier weken na de toezending van het concept advies schriftelijk hierop </al><al>te reageren. </al><al>9. In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen </al><al>vier weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan </al><al>het college, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken. </al><al>10. In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de </al><al>adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde </al><al>termijn een advies uit aan het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><al>1. Deze verordening treedt, na publicatie, met terugwerkende kracht in werking op 1 juli 2008.</al><al>	2. Deze verordening wordt aangehaald als Procedureverordening voor advisering</al><al>	tegemoetkoming in planschade 2008.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 1 april 2010.</ondertekening><ondertekening>	, voorzitter</ondertekening><ondertekening>	, Griffier</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>