<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR62170_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heusden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heusden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Scherper, 08-04-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 44 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 95 t/m 99 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Het rechtspositiebesluit wethouders</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-03-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-04-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-04-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>artikel 8</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>V200900006</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur en communicatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2007
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al> De gemeenteraad van Heusden in zijn openbare vergadering van 24 maart
                        2009;</al>
          <al>gezien het voorstel van het college van 10 maart 2009, doc.nr.;
                        V200900006;</al>
          <al>b e s l u i t :</al>
          <al>met ingang van 1 april 2009 artikel 8 van de verordening rechtspositie
                        wethouders en raadsleden 2007” als volgt te wijzigen: </al>
          <al>"Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2007"</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>I</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>In deze verordening wordt verstaan onder:</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                    maart 1994, Stb. 243;</al></li>
              <li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></li>
              <li nr="c."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van
                                    20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders;</al></li>
              <li nr="d."><al>Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister
                                    van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr.
                                    AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212;</al></li>
              <li nr="e."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt.
                                    56;</al></li>
              <li nr="f."><al>Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U 1011,
                                    Stcrt. 181;</al></li>
              <li nr="g."><al>griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet;</al></li>
              <li nr="h."><al>gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
                            Gemeentewet.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>II</nr>
            <titel>Voorzieningen voor raadsleden </titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel>
            </kop>
            <al/>
            <al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                            van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan de
                            door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor
                            gemeenteklasse 10 vastgestelde maximum.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Onkostenvergoeding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
                                verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 10,
                                vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads-en
                                commissieleden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                                artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting
                                1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt
                                aangemerkt, is in afwijking van het eerste lid de onkostenvergoeding
                                gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 10, vermeld in tabel III
                                van het Rechtspositiebesluit raads-en commissieleden.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is
                                geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid
                                is geweest.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                geschiedt in maandelijkse termijnen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Reiskosten</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte
                                kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente
                                ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur
                                vergoed.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                        taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                        gemaakte noodzakelijke reiskosten;</al></li>
                <li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van
                                        de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Verblijfkosten</titel>
            </kop>
            <al> De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                            reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid
                            vergoed. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel>
            </kop>
            <al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen,
                            seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de
                            gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                            gemeente.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Computer en internetverbinding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Op aanvraag verleent het college een raadslid voor de uitoefening
                                van het raadslidmaatschap een tegemoetkoming voor: a. aanschaf van
                                een computer, bijbehorende apparatuur en software, of</al>
              <lijst>
                <li nr="b."><al>gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en
                                        software.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het raadslid ontvangt op aanvraag een tegemoetkoming voor de
                                voorzieningen zoals genoemd in het eerste lid. De tegemoetkoming
                                bedraagt € 28,15 per maand. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Op aanvraag verleent het college een raadslid een vergoeding van €
                                17,50 per maand voor de abonnementskosten voor de internetverbinding
                                voor bovengenoemde computerapparatuur, zijnde de helft van de
                                gebruikelijke abonnementskosten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De bestaande bruikleenovereenkomst tussen een raadslid en de
                                gemeente over het in bruikleen hebben van een computer, bijbehorende
                                apparatuur en software wordt vier jaar na de levering als beëindigd
                                beschouwd en het geleverde wordt afgeschreven geacht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Een raadslid dat een bruikleenovereenkomst heeft gesloten met de
                                gemeente over het in bruikleen hebben van een computer, bijbehorende
                                apparatuur en software, en deze computer en bijbehorende apparatuur
                                zijn niet ouder dan vier jaar, mag deze overeenkomst tussentijds
                                afkopen. Het afkoopbedrag is de restwaarde van de computer,
                                bijbehorende apparatuur en software. Deze waarde wordt door de
                                gemeente bepaald door de aanschafprijs te verminderen met de
                                afschrijvingen. Na afkoop van de overeenkomst worden de computer,
                                bijbehorende apparatuur en software eigendom van het raadslid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Een raadslid dat een bruikleenovereenkomst heeft gesloten met de
                                gemeente over het in bruikleen hebben van een computer, bijbehorende
                                apparatuur en software, en deze computer en bijbehorende apparatuur
                                zijn niet ouder dan vier jaar, mag deze overeenkomst tussentijds
                                beëindigen door het geleverde in goede staat te retourneren aan de
                                gemeente.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7.</lidnr>
              <al>De gemeente stelt geen computers, bijbehorende apparatuur en
                                software in bruikleen ter beschikking aan raadsleden. Artikel 8
                                zoals dit gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                wijziging blijft van toepassing ten aanzien van de reeds gesloten
                                bruikleenovereenkomsten tot het moment dat de computerapparatuur
                                ouder is dan vier jaar.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op
                                aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende
                                spaarloonregeling.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan
                                deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van
                                de Wet op de loonbelasting 1964.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het
                                raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling als
                                bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                arbeidsongeschiktheid</titel>
            </kop>
            <al>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op
                            verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering
                            ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke
                            arbeidsongeschiktheid.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                                Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die
                                wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het
                                uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel
                                2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid
                                ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd
                                tot het bedrag van bedoelde korting.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit
                                Werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel ontvangt en de na
                                toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane
                                korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
                                raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde
                                vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt
                                deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag
                                van bedoelde korting.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                                gemeenteraad</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan
                                30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad
                                waarneemt, ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in
                                artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van
                                de waarneming.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
                                onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.</al>
              <al>Artikel 12 a Ziektekostenvoorziening</al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De tegemoetkoming in de kosten van een
                                        ziektekostenverzekering als bedoeld in artikel 11 van het
                                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden bedraagt € 175
                                        per jaar.</al></li>
                <li nr="2."><al>In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het
                                        kalenderjaar lid van de raad is geweest ontvangt hij de
                                        tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar
                                        evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar
                                        raadslid is geweest.</al></li>
                <li nr="3."><al>De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in heet eerste
                                        lid, geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12a</nr>
              <titel>Ziektekostenvoorziening</titel>
            </kop>
            <al/>
            <al/>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering
                                    als bedoeld in artikel 11 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                    commissieleden bedraagt € 175 per jaar.</al></li>
              <li nr="2."><al>In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het
                                    kalenderjaar lid van de raad is geweest ontvangt hij de
                                    tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid
                                    van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is
                                    geweest.</al></li>
              <li nr="3."><al>De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in heet eerste lid,
                                    geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12b</nr>
              <titel>Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en
                                bevalling of ziekte.</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De artikelen 2 tot en met 4, 8 tot en met 11 en 13a blijven van
                                toepassing op het raadslid aan wie ingevolge artikel X 10 van de
                                Kieswet ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of
                                ziekte, met dien verstande dat de onkostenvergoeding die dit
                                raadslid op grond van artikel 3, eerste of tweede lid, ontvangt de
                                helft van het bedrag dat op grond van die bepalingen van toepassing
                                is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De artikelen 1 tot en met 7, 8, eerste, tweede, vierde en vijfde
                                lid, en 9 tot en met 12a van deze verordening zijn van toepassing op
                                raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter vervanging van een
                                raadslid dat ingevolge artikel X10 van de Kieswet tijdelijk ontslag
                                heeft gekregen wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>III</nr>
            <titel>Voorzieningen voor wethouders</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Onkostenvergoeding</titel>
            </kop>
            <al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschap verbonden
                            kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 18.000 en groter,
                            vermeld in artikel 25 van het Rechtspositiebesluit wethouders.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel>
            </kop>
            <al>De tegemoetkoming voor het reizen tussen zijn woning en de plaats van
                            tewerkstelling van de wethouder is gelijk aan de vergoeding bedoeld in
                            artikel 3 van de Regeling rechtspositie wethouders.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Zakelijke reiskosten</titel>
            </kop>
            <al>1.Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 14
                            vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van andere dan de in
                            artikel 14 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt.</al>
            <al>De vergoeding betreft:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi:
                                    een volledige vergoeding van de reiskosten;</al></li>
              <li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als
                                    bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie
                                    wethouders;</al></li>
              <li nr="b."><al>een vergoeding van de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte
                                    verblijfkosten.</al></li>
              <li nr="c."><al>Op aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke reizen van de
                                    wethouder gesaldeerd overeenkomstig de regeling voor
                                    gemeentelijk personeel. Indien geen regeling als bedoeld in de
                                    eerste volzin is vastgesteld vindt op aanvraag saldering van de
                                    reiskosten voor de zakelijke reizen van de wethouder plaats
                                    overeenkomstig artikel 4a van de Reisregeling binnenland,
                                    artikel 2a van de Reisregeling buitenland en artikel 13a van de
                                    krachtens het Verplaatsingskostenbesluit 1989 vastgestelde
                                    Verplaatsingskostenregeling 1989.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Buitenlandse dienstreis</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                            Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis-
                            en verblijfkosten vergoed.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                    zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf
                                    toestemming van het college vereist.</al></li>
              <li nr="3."><al>In die gevallen waarin het college, op grond van lid 2,
                                    toestemming heeft verleend worden de fractievoorzitters tijdig
                                    geïnformeerd.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van belang is in verband met de uitoefening van het
                                ambt van wethouder.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18</nr>
              <titel>Computer en internetverbinding</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Op aanvraag worden de wethouder ten laste van de gemeente voor
                                    de uitoefening van het ambt een computer, bijbehorende
                                    apparatuur en software in bruikleen ter beschikking
                                    gesteld.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met
                                    een ten laste van de gemeente ter beschikking gestelde computer,
                                    bijbehorende apparatuur en software als bedoeld in het eerste
                                    lid ontvangt de wethouder ten laste van de gemeente op aanvraag
                                    per jaar een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde
                                    daarvan voor een periode van maximaal drie jaar. Daarbij wordt
                                    ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde van de computer,
                                    bijbehorende apparatuur en software welke het college aan
                                    raadsleden in bruikleen ter beschikking stelt.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter
                                    beschikking is gesteld, verleent het college de wethouder op
                                    aanvraag voor de uitoefening van het raadslidmaatschap voor een
                                    periode van maximaal drie jaar een tegemoetkoming van 30% van de
                                    aanschafwaarde voor:</al></li>
              <li nr="a."><al>aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software,
                                    of</al></li>
              <li nr="d."><al>gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en
                                    software.</al></li>
            </lijst>
            <al>Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde van de
                            computer, bijbehorende apparatuur en software welke het college aan
                            raadsleden in bruikleen ter beschikking stelt.</al>
            <lijst>
              <li nr="4."><al>Op aanvraag worden de wethouder de aanlegkosten voor de
                                    internetverbinding volledig en de abonnementskosten voor de
                                    internetverbinding voor de in het eerste of tweede lid genoemde
                                    computerapparatuur voor de helft vergoed.</al></li>
              <li nr="5."><al>De wethouder ondertekent voor de bruikleen een
                                    bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></li>
              <li nr="6."><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
                                    vast.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19</nr>
              <titel>Mobiele telefoon</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Op aanvraag wordt de wethouder uitsluitend de uitoefening van zijn
                                ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
                                gemeente.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon
                                voor privé-doeleinden is gebruikt, vindt maandelijks verrekening van
                                de gesprekskosten plaats.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20</nr>
              <titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk
                                personeel geldende spaarloonregeling.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de
                                wethouder gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling als
                                bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>21</nr>
              <titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</titel>
            </kop>
            <al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding
                            van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1
                                    van de ministeriële regeling als bedoeld in artikel 22, tweede
                                    lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders;</al></li>
              <li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de ministeriële
                                    regeling als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>I</nr>
            <titel>De procedure van declaratie</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>22</nr>
              <titel>Betaling van kosten</titel>
            </kop>
            <al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of</al></li>
              <li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>23</nr>
              <titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6, 15,
                                17,18 en 22 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier,
                                waarvan het model door het college is vastgesteld, indien deze
                                kosten uit eigen middelen vooruit zijn betaald.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het
                                raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het
                                declaratieformulier binnen 2 maanden in bij het team
                                Organisatieondersteuning/P&amp;O, onder bijvoeging van de originele
                                bewijsstukken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>24</nr>
              <titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 15, 17, 18, 19
                                en 22 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het
                                raadslid, onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord ondertekende
                                factuur aan de gemeente.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het
                                begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                                vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het
                                begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden in bij de
                                griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of de door hem
                                aangewezen ambtenaar.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>VI</nr>
            <titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>25</nr>
              <titel>Intrekking oude regeling</titel>
            </kop>
            <al>De Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden 2005
                            wordt ingetrokken.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>26</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na de bekendmaking
                            ervan en werkt terug tot en met 1 april 2009. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>27</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening rechtspositie
                            wethouders en raadsleden 2007”.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 24
                        maart 2009.</ondertekening>
        <ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening>de griffier,</ondertekening>
        <ondertekening>de voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening>Mw. Drs. E.J.M. de Graaf</ondertekening>
        <ondertekening>drs. H.P.T.M. Willems</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>