<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR621588_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels Tegemoetkoming kosten kinderopvang Haaren 2018</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haaren</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haaren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2019-39097">gmb-2019-39097</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels Tegemoetkoming kosten kinderopvang Haaren 2018</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0017017&amp;artikel=1.13&amp;g=2019-01-01">artikel 1.13 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>algemeen</dcterms:subject><dcterms:issued>2018-01-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Op grond van artikel 28 Wet algemene regels herindeling is deze regeling per 1 januari 2023 vervallen, tenzij de hierna genoemde bestuursorganen de betreffende regeling al eerder vervallen hebben verklaard.</al><al>- Het college van de gemeente Boxtel heeft op 5 januari 2021 besloten deze regeling vervallen te verklaren voor zover deze van kracht is voor het gebied binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Boxtel zoals dat per 1 januari 2021, op grond van de Wet van 8 juli 2020 tot splitsing van de gemeente Haaren, is ontstaan.</al><al>- Het college van de gemeente Vught heeft op 9 februari 2021 besloten deze regeling per 1 april 2021 vervallen te verklaren voor zover deze van kracht is voor het gebied binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Vught zoals dat per 1 januari 2021, op grond van de Wet van 8 juli 2020 tot splitsing van de gemeente Haaren, is ontstaan.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels Tegemoetkoming kosten kinderopvang Haaren 2018</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>Het college van burgemeester en wethouders;</al><al>gelet op artikel 1.13 van de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang</al><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de volgende: Beleidsregels Tegemoetkoming kosten kinderopvang Haaren 2018</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label> Hoofdstuk </label><nr> 1 </nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De begrippen die in de beleidsregels worden gebruikt hebben een gelijkluidende betekenis als de</al><al>omschrijving in de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang en Participatiewet, de Ioaw, Ioaz of</al><al>Algemene nabestaandenwet.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label> Hoofdstuk </label><nr> 2</nr><titel>Tegemoetkoming kosten kinderopvang doelgroepouders en SMI</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 2</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>Het college verstrekt een tegemoetkoming:</al><al>1. Voor de noodzakelijke kosten van kinderopvang als aanvulling op de kinderopvangtoeslag, die</al><al>door de Belastingdienst wordt verstrekt aan de in de gemeente woonachtige ouder als</al><al>bedoeld in artikel 1.6 eerste lid van de Wikk, onderdeel c, e, g en j.</al><al>2. Voor de noodzakelijke kosten van kinderopvang op grond van SMI.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 3</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>1. De aanvraag geschiedt bij het college op een daarvoor beschikbaar gesteld</al><al>aanvraagformulier.</al><al>2. Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat ten minste:</al><al>a) naam, adres en burgerservicenummer van de ouder;</al><al>b) indien van toepassing: naam en burgerservicenummer van de partner en, indien dit een</al><al>ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner;</al><al>c) naam, geboortedatum en burgerservicenummer van het kind of de kinderen waarop de</al><al>aangevraagde tegemoetkoming betrekking heeft;</al><al>d) een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang</al><al>gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang</al><al>per kind, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de opvang;</al><al>e) overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van</al><al>de tegemoetkoming.</al><al>3. Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner.</al><al>4. Het college weigert de tegemoetkoming indien er sprake is van een voorliggende voorziening.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 4</nr><titel> Hoogte en duur van de tegemoetkoming kosten kinderopvang</titel></kop><al>1. Het college verleent de bijzondere bijstand over het aantal uren dat naar haar oordeel</al><al>noodzakelijk is.</al><al>2. De bijzondere bijstand is afhankelijk van het inkomen van de aanvrager en zijn eventuele</al><al>partner en de kosten van de vastgestelde noodzakelijke kinderopvang. De bijzondere bijstand</al><al>wordt uitsluitend verstrekt voor zover de aanvrager niet beschikt over draagkracht op grond</al><al>van de Beleidsregels draagkrachtrichtlijn, met dien verstande dat het vermogen in de eigen</al><al>woning buiten beschouwing blijft.</al><al>3. de kosten van kinderopvang voor het aantal uren kinderopvang wat noodzakelijk wordt geacht</al><al>op grond van SMI indien wordt voldaan aan het genoemde onder lid 2 van dit artikel.</al><al>4. Voor de hoogte van de tegemoetkoming wordt uitgegaan van een maximale uurprijs van</al><al>€ 9,00.</al><al>5. De tegemoetkoming wordt in de vorm van een voorschot in maandelijkse termijnen</al><al>uitbetaald.</al><al>6. De tegemoetkoming wordt verleend voor de duur van het re-integratietraject, opleiding of</al><al>indicatieduur SMI.</al><al>7. De ouder verstrekt binnen vier weken na afloop van de in het vorige lid bedoelde periode of</al><al>uiterlijk na een kalenderjaar de definitieve beschikking kinderopvangtoeslag van de</al><al>Belastingdienst en de jaaropgave van de kinderopvangorganisatie of gastouderbureau. Aan de</al><al>hand hiervan wordt de tegemoetkoming definitief vastgesteld.</al><al>8. Teveel betaalde tegemoetkoming kosten kinderopvang wordt teruggevorderd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 5</nr><titel> Ingangsdatum van de tegemoetkoming</titel></kop><al>1. De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de aanvraag voor de</al><al>tegemoetkoming door het college in ontvangst is genomen.</al><al>2. Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de tegemoetkoming verleend</al><al>met ingang van de datum waarop de kinderopvang zal plaatsvinden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 6</nr><titel>Betaling</titel></kop><al>1. De tegemoetkoming wordt rechtstreeks betaald aan de ouder op voorwaarde dat deze een</al><al>bewijs van betaling van kosten van kinderopvang kan overleggen.</al><al>2. Het college kan op verzoek van de ouder een andere betaalwijze dan in lid 1 genoemd</al><al>toestaan.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 7</nr><titel>Inlichtingenplicht</titel></kop><al>De ouder of de partner doet het college onmiddellijk na het bekend worden daarvan uit eigen</al><al>beweging schriftelijk mededeling van inlichtingen en gegevens die voor de aanspraak op en de hoogte</al><al>van de tegemoetkoming van belang zijn.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 8</nr><titel> Terugvordering</titel></kop><al>1. Indien de aanvrager onjuiste inlichtingen heeft verstrekt op basis waarvan aan hem ten</al><al>onrechte de bijdrage is toegekend of indien aanvrager desgevraagd de bewijsstukken niet</al><al>overlegt waaruit blijkt dat hij de kosten waarvoor de bijdrage werd verstrekt, daadwerkelijk</al><al>heeft gemaakt, of wanneer een onverschuldigde betaling aan hem is gedaan, vordert het</al><al>college de kosten van de bijdrage geheel of gedeeltelijk terug.</al><al>2. Bij de beoordeling van de hoogte van het terug te vorderen bedrag, als bedoeld in het eerste</al><al>lid, houdt het college rekening met de ernst van het feit, de mate van verwijtbaarheid en de</al><al>persoonlijke omstandigheden van de aanvrager.</al><al>3. Alvorens tot terugvordering over te gaan, wordt de belanghebbende in de gelegenheid</al><al>gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.</al><al>4. Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten indien:</al><al>a) de vereiste spoed zich daartegen verzet;</al><al>b) de belanghebbende al eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te</al><al>brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;</al><al>c) er sprake is van zeer ernstige gedragingen als bedoeld in artikel 14 van de Verordening</al><al>Handhaving Participatiewet IOAW en IOAZ 2017.</al><al>5. Terugvordering van de kosten als bedoeld in het eerste lid van dit artikel vindt eerst plaats</al><al>nadat het college de eerder toegekende bijdrage bij een zelfstandig besluit heeft ingetrokken.</al><al>Het college vordert bij zelfstandig besluit vervolgens de bijdrage terug op grond van het</al><al>bepaalde in artikel 6:203 Burgerlijk Wetboek.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label> Hoofdstuk </label><nr> 3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 9</nr><titel> Afwijking</titel></kop><al>1. Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van het bepaalde in deze regeling.</al><al>2. In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet of onduidelijk is besluit het college en</al><al>treffen zij zo nodig voorzieningen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 10</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>1. Het college kan ten behoeve van de uitvoering en controle nadere regels vaststellen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>1. Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als Beleidsregels Tegemoetkoming kosten</al><al>kinderopvang Haaren 2018.</al><al>2. Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 januari 2018.</al><al>3. Met inwerkingtreding van de Beleidsregels Tegemoetkoming kosten kinderopvang Haaren</al><al>2018 worden de huidige Beleidsregels Tegemoetkoming kosten kinderopvang en SMI</al><al>ingetrokken.</al><al>Aldus vastgesteld in zijn vergadering van</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><gegeven><dagtekening><datum isodatum="">16 januari 2018</datum></dagtekening></gegeven><ondertekening><deze>Namens het college van burgemeester en wethouders,</deze><naam><voornaam>Joan </voornaam><achternaam>van den Akker</achternaam></naam>De secretaris<naam><voornaam> Jeannette </voornaam><achternaam>van der Vliet</achternaam></naam><functie>De burgemeester</functie></ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label> Artikelsgewijze toelichting </label></kop><al><vet>Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen</vet></al><al/><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De begrippen die in de beleidsregels worden gebruikt hebben een gelijkluidende betekenis als de</al><al>omschrijving in de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang en Participatiewet, de Ioaw, Ioaz of</al><al>Algemene nabestaandenwet.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2. Tegemoetkoming kinderopvang aan doelgroepouders en SMI</vet></al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>In dit artikel is aangegeven welke doelgroep voor een KOA - kopje in aanmerking komt. In de Wikk</al><al>worden vier groepen genoemd: bijstandsgerechtigden met een re-integratietraject, tienermoeders die</al><al>een opleiding volgen, studenten en inburgeraars.</al><al>Artikel 1.6 eerste lid onderdeel c betreft de bijstandsgerechtigden (en Ioaw en Ioaz)</al><al>of uitkeringsgerechtigden Algemene nabestaandenwet die een re-integratietraject volgen.</al><al>Artikel 1.6 eerste lid onderdeel e betreft de tienerouders jonger dan 18 jaar die een opleiding volgen</al><al>en algemene bijstand ontvangen of kunnen ontvangen.</al><al>Artikel 1.6 eerste lid onderdeel j betreft degenen die zijn ingeschreven bij een school of instelling als</al><al>bedoeld in paragraaf 2.2. of 2.4. van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdragen en schoolkosten</al><al>dan wel als bedoeld in de artikelen 2.8 tot en met 2.11 van de Wet studiefinanciering 2000.</al><al/><al>Naast deze groepen kan een tegemoetkoming worden verstrekt voor kinderopvang op sociaal</al><al>medische indicatie (SMI).</al><al>Het college kan besluiten kinderopvang op sociaal medische gronden te verstrekken, als deze</al><al>kinderopvang noodzakelijk is:</al><al>- als gevolg van lichamelijke, verstandelijke en/of psychische beperkingen van de ouder of</al><al>- om een dreigende ernstige ontwikkelingsachterstand van het kind op te heffen of te</al><al>verminderen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 3</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Lid 1 tot en met 3 spreekt voor zich.</al><al>In lid 4 wordt aangegeven dat geen tegemoetkoming kan worden verstrekt, indien er sprake is van</al><al>een voorliggende voorziening. Tot een voorliggende voorziening wordt in ieder geval gerekend een</al><al>voorziening op grond van:</al><al>a) De Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang (Wikk)</al><al>b) De Wet langdurige zorg (Wlz)</al><al>c) De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)</al><al>d) Een medisch kinderdagverblijf</al><al>e) Een peuteropvang, indien het aantal door de indicatiesteller geadviseerde uren overeenkomt</al><al>met de peuteropvang-uren.</al><al>f) Informele kinderopvang (opvang door buurt, familie, mantelzorg)</al><al/><al>De Wikk wordt ook aangegeven als voorliggende voorziening. Er kunnen situaties zijn waarin er</al><al>sprake is van sociaal medische indicatie, maar waarbij de ouder om andere redenen behoort tot de</al><al>doelgroep van de Wikk. Bijv. omdat hij werkt, of student is. Voor de uren waarop hij/zij een beroep</al><al>kan doen op de voorziening vanuit de Belastingdienst is dan geen tegemoetkoming mogelijk. Heeft de</al><al>ouder naast deze uren nog behoefte aan kinderopvang SMI dan kan - aanvullend op de uren</al><al>waarvoor de Belastingdienst kinderopvangtoeslag verstrekt - wel een tegemoetkoming worden</al><al>verstrekt.</al><al/><al>Ook de Wlz kan soms als voorliggende voorziening worden beschouwd. Bijv. in het geval er</al><al>gespecialiseerde gezinszorg wordt geleverd of het kind een indicatie heeft voor een medisch</al><al>kinderdagverblijf. De Wmo wordt genoemd als voorliggende voorziening. Op dit moment zijn er nog</al><al>geen collectieve voorzieningen in de Wmo voor kinderopvang . Mogelijk verandert dat in de toekomst.</al><al>Een dergelijke voorziening kan dan eveneens als voorliggende voorziening worden beschouwd.</al><al>Bij het bepalen van de omvang van de noodzakelijke kinderopvang moet ook gekeken worden of deze</al><al>in voldoende mate kan worden geboden door bezoek aan de peuterspeelzaal. Als dit het geval is dan</al><al>wordt geen tegemoetkoming verstrekt. Is naast het bezoek aan de peuterspeelzaal nog extra</al><al>kinderopvang nodig, dan kan dit wel via deze regeling worden vergoed.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 4</nr><titel>Hoogte en duur</titel></kop><al>De tegemoetkoming voor kosten die samenhangen met een Sociaal-medische indicatie zullen in eerste</al><al>instantie getoetst moeten worden aan de beleidsregels Tegemoetkoming kosten kinderopvang op</al><al>grond van een Sociaal Medische indicatie 2018. Mocht blijken dat ouders een inkomen hebben tot</al><al>120% van het sociaal minimum inkomen komen mogelijk in aanmerking voor bijzondere bijstand op</al><al>basis van deze beleidsregels.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 5</nr><titel>Ingangsdatum van de tegemoetkoming</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 6</nr><titel>Betaling</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 7</nr><titel>Inlichtingenplicht</titel></kop><al>In dit artikel wordt de inlichtingenplicht beschreven. Dit zijn de gebruikelijke verplichtingen. In het</al><al>geval dat de klant zich hier niet aan houdt, trekt het college het besluit in of wijzigt het. Eventueel te</al><al>veel betaalde tegemoetkoming wordt teruggevorderd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 8</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>1. Wanneer achteraf wordt geconstateerd dat een bijdrage is toegekend op basis van door de</al><al>cliënt verstrekte onjuiste informatie, wordt de bijdrage teruggevorderd indien de bijdrage niet</al><al>zou zijn verstrekt wanneer de juiste informatie zou hebben geleid tot een afwijzing.</al><al>2. Terugvordering kan ook plaatsvinden wanneer de gemeente onverschuldigd betalingen heeft</al><al>gedaan. Bij de terugvordering wordt rekening gehouden met de ernst van het feit, de mate</al><al>van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van de cliënt. De cliënt dient hierover</al><al>te worden gehoord, tenzij er sprake is van omstandigheden als bedoeld onder d.</al><al>3. Omdat besluiten in het kader van deze regeling geen besluiten zijn krachtens een wet, dient</al><al>terugvordering plaats te vinden op grond van het Burgerlijk Wetboek.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3. Slotbepalingen</vet></al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 9</nr><titel>Afwijking</titel></kop><al>Alleen in heel specifieke individuele gevallen kan worden afgeweken van het bepaalde in deze regels.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 10</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr> 11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></artikel></bijlage></regeling></body></cvdr>