<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR62005_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Brandbeveiligingsverordening 2001</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Loon op Zand</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Loon op Zand</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekjournaal 2001</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Brandbeveiligingsverordening 2001</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Brandweerwet 1985, art. 12</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2001-08-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2001-09-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-03-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Brandbeveiligingsverordening 2001</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Loon op Zand; </al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 10
                        juli 2001, nummer 2001169; </al><al>gelet op het advies van de commissie Technische Zaken, Milieu en
                        Volkshuisvesting d.d. 14 augustus 2001; </al><al>gelet op artikel 12 van de Brandweerwet 1985 (Stb. 87); </al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening: </al><al/><al><vet>brandbeveiligingsverordening</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al> Onder inrichting wordt verstaan een voor mensen toegankelijke
                            ruimtelijk begrensde plaats. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Werkingssfeer</titel></kop><al> Deze verordening is niet van toepassing op bouwwerken als bedoeld in de
                            Woningwet en de bouwverordening. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Brandveilig gebruik</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Vergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.1</nr><titel>Vergunning gebruik inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van
                                    burgemeester en wethouders een inrichting in gebruik te hebben
                                    ofte houden, waarin:</al><lijst><li nr="a."><al>meer dan vijftig personen tegelijk aanwezig zullen
                                            zijn;</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsmatig de in artikel 2.2.2 bedoelde stoffen
                                            zullen worden opgeslagen;</al></li><li nr="c."><al>aan meer dan tien personen bedrijfsmatig of in het kader
                                            van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft;</al></li><li nr="d."><al>aan personen in het kader van de Wet op de
                                            bejaardenoorden huisvesting zal worden verschaft;</al></li><li nr="e."><al>aan meer dan tien personen jonger dan twaalf jaar, of
                                            aan meer dan tien lichamelijk en/of geestelijk
                                            gehandicapte personen dagverblijf zal worden
                                            verschaft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning
                                    voorschriften verbinden in het belang van het voorkomen,
                                    beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar
                                    en het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het belang waarvoor de vergunning is verleend dit vereist
                                    op grond van een verandering van de inzichten en/of verandering
                                    van de omstandigheden gelegen buiten de inrichting, opgetreden
                                    na het verlenen van de vergunning, kunnen burgemeester en
                                    wethouders aan de vergunning nieuwe voorschriften verbinden en
                                    gestelde voorschriften wijzigen of intrekken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2</nr><titel>Weigeren vergunning</titel></kop><al>Een vergunning moet worden geweigerd indien de in de aanvraag
                                vermelde wijze van gebruik van de inrichting in relatie tot de
                                beoogde gebruiksfunctie niet geacht kan worden een brandveilig
                                gebruik te zijn en door het stellen van voorschriften geen voldoende
                                brandveilig gebruik kan worden bereikt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.3</nr><titel>Intrekken vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt, dat zij de vergunning ten gevolge van onjuiste
                                            of onvolledige gegevens hebben verleend;</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de houder van de vergunning niet heeft
                                            voldaan aan een voorschrift van de vergunning;</al></li><li nr="c."><al>van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen 26
                                            weken na het onherroepelijk worden van de vergunning;
                                            dan wel de datum of periode waarop of waarin een
                                            activiteit is voorzien waarvoor de vergunning is
                                            verleend, is verstreken zonder dat bedoelde activiteit
                                            heeft plaatsgevonden;</al></li><li nr="d."><al>van de vergunning gedurende een periode van 26 weken of
                                            langer geen gebruik is gemaakt;</al></li><li nr="e."><al>het belang waarvoor de vergunning is verleend dit
                                            vereist op grond van een verandering van de inzichten
                                            en/of verandering van de omstandigheden gelegen buiten
                                            de inrichting, opgetreden na het verlenen van de
                                            vergunning, en het niet mogelijk blijkt door het stellen
                                            of wijzigen van voorschriften dat belang voldoende te
                                            beschermen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4</nr><titel>Verplicht aanwezige bescheiden</titel></kop><al> In de inrichting waar de activiteiten plaatsvinden waarop de
                                vergunning betrekking heeft moet de vergunning aanwezig zijn, en
                                moet op verzoek van degene die is belast met de zorg voor de
                                naleving van deze verordening, ter inzage worden gegeven. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Het voorkomen van brand en het beperken van brand en
                                brandgevaar</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.1</nr><titel>Gebruikseisen voor inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een inrichting te gebruiken, indien de wijze van
                                    gebruik van de inrichting in relatie tot de beoogde
                                    gebruiksfunctie niet geacht kan worden een brandveilig gebruik
                                    te zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een inrichting te gebruiken in strijd met de
                                    gebruikseisen zoals die per onderwerp vermeld staan in de van
                                    overeenkomstige toepassing zijnde bijlage 3 bij de
                                    bouwverordening. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het gestelde in het tweede lid, is het verboden een
                                    inrichting niet zijnde een woonschip, uitgezonderd een woonschip
                                    waarin sprake is van verminderde zelfredzaamheid van bewoners in
                                    combinatie met permanente aanwezigheid van personeel en
                                    begeleiding van bewoners, te gebruiken in strijd met de
                                    gebruikseisen zoals per onderwerp vermeld in de van
                                    overeenkomstige toepassing zijnde bijlage 4 bij de
                                    bouwverordening. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen het vijfde en zesde lid van
                                    artikel 3 van bijlage 3, buiten toepassing verklaren. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.2</nr><titel>Verbod stoffen aanwezig te hebben</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden stoffen als bedoeld in de Regeling Bouwbesluit
                                    brandveiligheid (Stcrt. 1992, nr. 104), alsmede artikel II van
                                    de Regeling tot wijziging (Stcrt. 1992, nr. 188) in, op of nabij
                                    een inrichting aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorhanden hebben voor huishoudelijke en al het
                                            andere niet-bedrijfsmatige gebruik van de in het eerste
                                            lid bedoelde stoffen, indien dit de in bijlage 5 van de
                                            bouwverordening aangegeven maximum hoeveelheden niet
                                            overschrijdt;</al></li><li nr="b."><al>het voorhanden hebben van de in het eerste lid bedoelde
                                            stoffen in een inrichting waarvoor een vergunning
                                            overeenkomstig artikel 2.1.1 is verleend;</al></li><li nr="c."><al>de brandstof in een inrichting tot het bewaren, bezigen
                                            of afleveren van vloeibare brandstoffen, dat voldoet aan
                                            de eisen gesteld bij of krachtens de Verordening opslag
                                            gas- , huisbrand- en stookolie;</al></li><li nr="d."><al>de brandstof in het reservoir bij een
                                            verbrandingsmotor;</al></li><li nr="e."><al>de brandstof in een verlichtings- , een verwarmings- of
                                            een ander warmteontwikkelend toestel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het bepalen van de hoeveelheden als bedoeld in het tweede
                                    lid, onder a, worden de inhoudsmaten van vaatwerk dat
                                    gedeeltelijk is gevuld met een vloeistof als bedoeld in dat lid
                                    volledig meegerekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.3</nr><titel>Opslag en verwerking stoffen</titel></kop><al> Stoffen als bedoeld in de Regeling Bouwbesluit brandveiligheid
                                (Stcrt. 1992, Dr. 104), alsmede artikel TI van de Regeling tot
                                wijziging (Stcrt. 1992, Dr. 188) moeten worden opgeslagen volgens de
                                in bijlage 6 van de bouwverordening aangegeven wijze. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Het bestrijden van brand en het voorkomen van ongevallen bij
                                brand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1</nr><titel>Gebruiksgereed houden bluswaterwinplaatsen</titel></kop><al> De rechthebbende op een inrichting, ten behoeve waarvan een
                                bluswaterwinplaats aanwezig is, is verplicht deze zodanig te
                                onderhouden, dat daaruit te allen tijde over voldoende bluswater kan
                                worden beschikt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2</nr><titel>Gebruik middelen en voorzieningen</titel></kop><al> Het is verboden voorwerpen of stoffen op zodanige wijze te plaatsen
                                of te hebben dat daardoor het onmiddellijke gebruik of de
                                zichtbaarheid wordt belemmerd van: </al><lijst><li nr="a."><al>middelen en voorzieningen tot melding van alarmering bij en
                                        bestrijding van brand;</al></li><li nr="b."><al>middelen en voorzieningen tot ontvluchting en redding van
                                        personen en dieren bij brand.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.4</nr><titel>Verrichten van werkzaamheden</titel></kop><al>Bij het verrichten of doen verrichten van onderhouds-,
                                herstellings-, wijzigings- of sloopwerkzaamheden, waarbij stoffen
                                als bedoeld in de Regeling Bouwbesluit brandveiligheid (Stcrt. 1992,
                                nr. 104), alsmede artikel II van de Regeling tot wijziging (Stcrt.
                                1992, nr. 188), of gereedschappen worden gebruikt, waarvan het
                                gebruik aanleiding kan geven tot het ontstaan van brand, moeten
                                voldoende maatregelen zijn getroffen tegen het ontstaan van brand.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.5</nr><titel>Verbod open vuur en roken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken afvuur te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>in een ruimte in gebruik als opslagplaats van één of
                                            meer van de stoffen genoemd in de regeling Bouwbesluit
                                            brandveiligheid (Stcrt. 1992, nr. 104), alsmede artikel
                                            II van de Regeling <cursief>tot </cursief>wijziging
                                            (Stcrt. 1992, nr. 188), onder a tot met h;</al></li><li nr="b."><al>bij het verrichten van werkzaamheden die het uitstromen
                                            van brandbare vloeistoffen en (of) gassen kunnen
                                            veroorzaken;</al></li><li nr="c."><al>bij het vullen van een brandstofreservoir met een
                                            brandbare vloeistof of een brandbaar gas.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het verbod gesteld in het eerste lid kunnen burgemeester en
                                    wethouders ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.6</nr><titel>Verboden handelingen met stoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een brandbaar gas of gasmengsels uit een vat te
                                    doen overstromen in een ander vat dat niet bestemd of ingericht
                                    is om dat gas of gasmengsel te bevatten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden gassen of gasmengsels in drukvaten of in
                                    leidingen te verwarmen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden een brandbaar gas te bezigen voor het vullen van
                                    speelgoed, hobby- en sportartikelen, anders dan luchtvaartuigen
                                    bedoeld in de Regeling inzake het met bepaalde luchtvaartuigen
                                    opstijgen van en landen op alsmede het inrichten van niet als
                                    luchtvaartterreinen aangewezen terreinen (Stb. 1988,511). </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden een brandbare vloeistof, een brandbaar gas of
                                    gasmengsel of een brandbare damp te laten wegstromen op zodanige
                                    wijze dat daardoor brand kan ontstaan. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden gloeiende vaste stoffen op te slaan, te
                                    vervoeren of weg te gooien op zodanige wijze dat daardoor brand
                                    ontstaat. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.7</nr><titel>Melden van brand en broei</titel></kop><al> Ieder die brand of broei ontdekt of deze vermoedt, is verplicht dit
                                onmiddellijk aan de brandweer te melden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.8</nr><titel>Bossen, heidevelden, venen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar van een naaldhoutbos, een heideveld, een veen of
                                        een ander terrein, dat met brandbare gewassen is begroeid,
                                        is verplicht -na een van burgemeester en wethouders
                                        ontvangen aangetekende brief- de voorschriften op te volgen,
                                        die burgemeester en wethouders in die brief geven tot 'het
                                        voorkomen van brand en het beperken van de gevolgen van
                                        brand. </al></li><li nr="2."><al> Onder een in het eerste lid genoemd naaldhoutbos wordt
                                        verstaan elke aaneengesloten of vrijwel aaneengesloten
                                        opstand, die voor meer dan de helft bestaat uit
                                        naaldhout.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Toezicht op de naleving</titel></kop><al> Het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze verordening
                            wordt opgedragen aan ambtenaren van de brandweer en daartoe door
                            burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al> Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de
                            derde categorie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Overgangsbepaling (aanvragen om) gebruiksvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om gebruiksvergunning als bedoeld in artikel 26 van de
                                brandbeveiligingsverordening vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 5
                                april 1979, alsmede enig beroep, ingesteld tegen een beslissing
                                omtrent een dergelijke aanvraag, wordt afgedaan op grond van
                                genoemde brandbeveiligingsverordening en alle daarin aangebrachte
                                wijzigingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een gebruiksvergunning als bedoeld in artikel 26 van de
                                brandbeveiligingsverordening vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 5
                                april 1979 geldt als gebruiksvergunning als bedoeld in artikel
                                2.1.1, voor zover deze niet krachtens overgangsrecht van de
                                bouwverordening geldt als gebruiksvergunning als bedoeld in artikel
                                6.1.1 van de bouwverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 17 september 2001</al></li><li nr="2."><al>Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                                    brandbeveiligingsverordening, vastgesteld bij raadsbesluit d.d.
                                    5 april 1979 en alle daarin aangebrachte wijzigingen. </al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als:
                                    Brandbeveiligingsverordening 2001. </al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Loon op Zand van 30 augustus 2001. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening>Voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Secretaris, </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>