<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR61937_1</dcterms:identifier><dcterms:title>verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:creator><dcterms:modified>1997-06-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening gemeente West Maas en Waal 1997</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de Ruimtelijke Ordening, art. 42</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 222</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene Wet Bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1997-05-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1997-06-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2008-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe Regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum inwerkingtreding bij benadering ingevuld</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Algemene begripsbepalingen</titel></kop><al> In deze verordening wordt verstaan onder . </al><lijst><li nr="a)"><al><cursief>medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden:
                                    </cursief>het door of met medewerking van de gemeente treffen
                                    van voorzieningen van openbaar nut, waardoor de in het
                                    exploitatiegebied gelegen onroerende zaken gebaat worden; </al></li><li nr="b)"><al><cursief>exploitatiegebied: </cursief>een als zodanig door de
                                    gemeenteraad aangewezen gebied, dat gebaat is door de aanleg van
                                    voorzieningen van openbaar nut; </al></li><li nr="c)"><al><cursief>exploitant: </cursief>de genothebbende krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht van een in het
                                    exploitatiegebied gelegen onroerende zaak welke door het treffen
                                    van voorzieningen van openbaar nut gebaat is;</al></li><li nr="d)"><al><cursief>exploitatie-overeenkomst: </cursief>de overeenkomst,
                                    onder welke naam dan ook gesloten, waarin de gemeente met een
                                    exploitant de voorwaarden overeenkomt waaronder de gemeente
                                    voorzieningen van openbaar nut zal treffen of daaraan
                                    medewerking zal verlenen; </al></li><li nr="e)"><al><cursief>aangevuld bekostigingsbesluit: </cursief>het besluit
                                    van de gemeenteraad waarin niet alleen overeenkomstig artikel
                                    222 Gemeentewet wordt besloten in welke mate de aan. de
                                    voorzieningen verbonden lasten zullen kunnen worden verhaald op
                                    een daarbij aangeduid gebied; maar waarin ook een omschrijving
                                    van de voorzieningen van openbaar nut en een begroting van
                                    kosten en opbrengsten is opgenomen; </al></li><li nr="f)"><al><cursief>voorzieningen van openbaar nut, waardoor de in het
                                        exploitatiegebied gelegen onroerende zaken gebaat worden:
                                    </cursief>onder meer: 1) riolering, met inbegrip van
                                    bijbehorende werken; 2) wegen, parkeergelegenheden, pleinen,
                                    trottoirs, voet- en rijwielpaden, straatmeubilair, waterpartijen, watergangen, bruggen, tunnels en andere
                                    rechtstreeks met de aanleg en  inrichting van deze voorzieningen en kunstwerken verband
                                    houdende werken; 3) plantsoenen en andere groenvoorzieningen,
                                    waaronder begrepen de aanleg en inrichting van openbare
                                    speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende elementen  welke rechtstreeks voortvloeien uit een juiste uitvoering van
                                    een verzorgd bestemmingsplan; 4) openbare verlichtingen
                                    brandkranen met de nodige aansluitingen; 5) waterhuishoudkundige
                                    voorzieningen, met begrip van drainagevoorzieningen;
                                    </al></li><li nr="g)"><al><cursief>afstand van gronden aan de gemeente:
                                    </cursief>eigendomsoverdracht van gronden aan de gemeente. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Kosten van exploitatie</titel></kop><al> Voor de berekening ten behoeve van de begroting van kosten en ten
                            behoeve van de vaststelling van exploitatiebijdragen, wordt onder de
                            kosten, verband houdende met het verlenen van medewerking aan het in
                            exploitatie brengen van grond begrepen:</al><lijst><li nr="1)"><al>De inbrengwaarde van alle
                            binnen het exploitatiegebied gelegen gronden, zijnde:</al><lijst><li nr="a)"><al>de waarde van de grond;</al></li><li nr="b)"><al>de waarde van de opstallen die voor de verwezenlijking van
                            de bestemming niet gehandhaafd kunnen worden;</al></li><li nr="c)"><al>de kosten van het vrij maken van de gronden van opstallen;</al></li><li nr="d)"><al>de kosten van vrij maken van de
                            grond van zich in de grond bevindende resten, zoals funderingen,
                            leidingen en kabels, en van persoonlijke rechten en lasten, eigendom,
                            bezit of beperkt recht, zake- lijke lasten, alsmede de kosten van
                            schadevergoedingen.</al></li></lijst></li><li nr="2)"><al>De kosten van aanleg binnen een exploitatiegebied
                            door de gemeente van de onder artikel 1, onder f omschreven voorzieningen van openbaar nut.</al></li><li nr="3)"><al> De kosten van
                            aanleg van voorzieningen van openbaar nut buiten het exploitatiegebied
                            voor zover de binnen het exploitatiegebied liggende onroerende zaken door
                            deze voorzieningen direct dan wel indirect gebaat zijn.</al></li><li nr="4)"><al>De kosten van:</al><lijst><li nr="a)"><al>het dempen
                            van sloten en het verrichten van grondwerken ten behoeve van
                            voorzieningen van openbaar nut met, inbegrip van het egaliseren, ophogen
                            en afgraven;</al></li><li nr="b)"><al>het verrichten van bodemonderzoek en -sanering, voor
                            zover het de ondergrond van voorzienin- gen van openbaar nut betreft en
                            voor zover verhaal bij derden van de daarmee verband houdende kosten niet in de rede ligt;</al></li><li nr="c)"><al>in verband met de milieuwetgeving of
                            milieutechnisch noodzakelijke maatregelen en voorzienin-gen ter uitvoering van een bestemmingsplan;</al></li><li nr="d)"><al>de verwerving van de
                            ondergrond van voorzieningen van openbaar nut buiten het exploitatiege
                            bied;</al></li><li nr="e)"><al>het slopen van opstallen op de ondergrond van voorzieningen van
                            openbaar nut buiten het exploi- tatiegebied;</al></li><li nr="f)"><al>alle overige
                            werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het verlenen van medewerking
                            aan het in exploitatie brengen van gronden, in ieder geval:</al><lijst><li nr="1)"><al>de kosten
                            van planontwikkeling, planvoorbereiding en planbeheer en plantoezicht.
                            Onder deze kosten wordt ten minste verstaan: de kosten verband houdende
                            met het opstel- len van structuurplannen en bestemmingsplannen, het
                            opstellen van planmatige uitwerkin- gen of wijzigingen, het vervaardigen
                            van besluiten tot het verlenen van vrijstelling van een bestemmingsplan
                            alsmede van overige planologische maatregelen voor zover deze nodig zijn
                            voor het in exploitatie brengen van gronden binnen het
                            exploitatiegebied;</al></li><li nr="2)"><al>de kosten verband houdende met onderzoeken,
                            voorbereiding en toezicht ten behoeve van de voorzieningen van openbaar
                            nut voor zover deze verband houden met het in exploitatie brengen van
                            gronden binnen het exploitatiegebied;</al></li><li nr="3)"><al>de kosten van het gemeentelijk
                            apparaat, voor zover die rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van
                            grond kunnen worden toegerekend; </al></li><li nr="4)"><al>de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten, verminderd
                            met rente-opbrengsten;</al></li><li nr="5)"><al>de kosten van tijdelijk beheer van de
                            ondergrond van openbare voorzieningen van openbaar nut, zijnde de kosten
                            die ten gevolge van een noodzakelijk actief verwervingsbeleid worden
                            gemaakt en niet dan wel niet geheel door middel van tijdelijke verhuur
                            worden gedekt;</al></li><li nr="6)"><al>overige kosten die in beginsel ten laste van de
                            grondexploitatie behoren te worden gebracht. </al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>IN EXPOITATIE BRENGEN OP INITIATIEF VAN DE GEMEENTE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vaststelling aangevuld bekostigingsbesluit</titel></kop><al>1) Voordat op initiatief van de gemeente met het treffen van
                            voorzieningen van openbaar nut in een exploitatiegebied wordt aangevangen, wordt door de gemeenteraad een
                            aangevuld bekostigingsbesluit voor dat exploitatiegebied vastgesteld en
                            bekendgemaakt op de wijze zoals bedoeld in artikel 139 Gemeentewet. 2) Het aangevulde
                            bekostigingsbesluit bevat in ieder geval de volgende onderdelen: a)
                            aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing van de daarin gelegen
                            onroerende zaken die gebaat zijn door de aanleg van voorzieningen van
                            openbaar nut; b) aanduiding van de mate waarin de kosten, verband
                            houdende met hei verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen
                            van gronden, op de genothebbenden van de in het vorige lid bedoelde
                            onroerende zaken kunnen worden verhaald; c) omschrijving van de van
                            gemeentewege uit te voeren voorzieningen van openbaar nut en daarmee
                            verband houdende werkzaamheden; d) een aankondiging dat betrokken
                            eigenaren binnen een genoemde termijn een aanbod voor een ex- ploitatie-overeenkomst zullen kunnen ontvangen; e) de bepaling dat, in
                            ieder geval met een exploitant niet tot overeenstemming kan worden
                            gekomen over een exploitatie-overeenkomst, kostenverbaal zal kunnen
                            plaatsvinden door middel van heffing van baatbelasting; f) een begroting
                            van de ten laste van de onroerende zaken in het exploitatiegebied
                            komende kosten, verband houdende met het verlenen van medewerking aan
                            het in exploitatie brengen van grond, en van de ten gunste van het in
                            exploitatie nemen van gronden komende opbrengsten. De opbrengsten
                            bestaan uit: 1) Subsidies; 2) Verkoop van gronden; 3) Bijdragen in de
                            kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar nut, hetzij via
                            overeenkomst hetzij via baatbelasting; 4) Overige bijdragen. Van deze
                            begroting maakt eveneens deel uit de wijze van toerekening van de totale
                            kosten en op- brengsten aan de onroerende zaken in het exploitatiegebied, zoveel
                            mogelijk naar de mate van het profijt dat de onroerende zaken hebben van
                            het samenhangend geheel van voorzieningen van openbaar nut. 3) In het
                            aangevuld bekostigingsbesluit kan worden bepaald dat de begroting als
                            bedoeld in het tweede lid onder f later door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De begroting
                            kan door de gemeenteraad periodiek worden herzien. Deze begroting wordt bekendgemaakt op de
                            wijze als bedoeld in artikel 139 Gemeentewet. 4) Voor de berekening van de in het tweede lid onder f
                            bedoelde kosten wordt er van uitgegaan dat het exploitatiegebied in zijn geheel door de gemeente in exploitatie zal
                            worden gebracht. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Wijze van toerekening naar mate van profijt.</titel></kop><al> 1) Voor de toerekening van het profijt wordt als rekeneenheid gebruikt
                            het gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied gemaakte of te maken kosten per m2
                            grondoppervlakte. 2) Onder de grondoppervlakte wordt verstaan de
                            kadastrale oppervlakte van de onroerende zaken, waar mogelijk ingedeeld naar de in een bestemmingsplan opgenomen
                            projecteerde kavels (bouw) grond, vermenigvuldigd met factoren voor ligging en bestemming en
                            objectieve gebruiksmogelijkheid, waarin het profijt van de van gemeentewege getroffen voorzieningen van
                            openbaar nut tot uitdrukking komt. 3) Ingeval de toerekening op basis van m2 grondoppervlakte geen
                            geschikte grondslag blijkt te zijn, geschiedt de toerekening op basis van een nader door de gemeenteraad te
                            bepalen grondslag welke voorziet in de aanwezige verschillen in profijt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><al>1) De exploitant betaalt als bijdrage in de kosten, verband houdende met
                            het verlenen van medewerking aan het exploitatie brengen van gronden, het bedrag dat
                            volgens de in de begroting als bedoeld in artikel 3, tweede lid onder f uitgewerkte wijze aan zijn
                            onroerende zaak wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten op de afstand van de gronden
                            bestemd voor de aanleg en/of aanpassing van voorzieningen van openbaar nut vallende en de
                            kosten van kadastrale uitmeting, en verminderd met de inbrengwaarde van de bij de exploitant
                            in eigendom zijnde en voor exploitatie bedoelde gronden en van de gronden welke zijn bestemd voor
                            het treffen van voorzieningen van openbaar nut en door exploitant aan de gemeente
                            worden afgestaan. 2) De waarde van de in het eerste lid bedoelde grond
                            die door de exploitant is ingebracht, wordt door de gemeente en de exploitant gezamenlijk door middel van taxatie
                            vastgesteld. Indien hierover geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt deze waarde vastgesteld door
                            een commissie van drie deskundigen, van wie één aan te wijzen door de gemeente, één door de
                            exploitant en een derde door de beide reeds aangewezen deskundigen of indien zij het daarover niet
                            eens kunnen worden, door de ter zake bevoegde kantonrechter. 3) Indien de exploitant zelf conform
                            artikel 6, derde lid, onder e voorzieningen van openbaar nut aanlegt, bestaat de exploitatiebijdrage uit de bijdrage zoals deze op
                            de grond van het eerste lid van dit artikel wordt bepaald, verminderd met de kosten van de door de
                            exploitant uit te voeren werkzaamheden, voor zover deze kosten corresponderen met de begroting
                            van kosten zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder f. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inhoud exploitatie-overeenkomst</titel></kop><al> 1) Het verhaal van kosten verband houdende met het verlenen van
                            medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden vindt plaats met inachtneming van de voorgaande
                            artikelen. Van de exploitatie -overeenkomst wordt een akte opgemaakt. Indien de
                            exploitatie-overeenkomst mede een grondtransactie betreft, is dit een notariële akte. 2) Burgemeester en
                            wethouders beslissen tot het aangaan van een exploitatie-overeenkomst op initiatief van de gemeente slechts nadat een aangevuld
                            bekostigingsbesluit is vastgesteld. 3) De exploitatie-overeenkomst bevat
                            in ieder geval bepalingen over: a) de aard, omvang en kwaliteit van de
                            door de gemeente of exploitant aan te leggen voorzieningen van openbaar
                            nut; b) het tijdvak waarbinnen deze voorzieningen worden uitgevoerd; c)
                            de ten laste van de exploitant komende bijdrage als bedoeld in artikel
                            5, eerste lid; d) in voorkomende gevallen de afstand van gronden aan de
                            gemeente, voor zover die gronden zijn bestemd voor de aanleg of
                            aanpassing van voorzieningen van openbaar nut, en in deze gevallen het
                            verrichten van onderzoek naar bodemverontreiniging op kosten van
                            exploitant; e) (in gevallen waarbij burgemeester en wethouders besluiten
                            de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de door de gemeente aan te
                            leggen voorzieningen van openbaar nut aan de exploitant op te dragen)
                            deze opdracht en de waarborging van een tijdige en kwalitatief goede
                            uitvoering; f) een betalingsregeling; g) (in voorkomende gevallen) van
                            taakverdeling; h) (in voorkomende gevallen) een regeling voor gewijzigde
                            omstandigheden, wanprestatie, aanspra-kelijkheid en faillissement. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>IN EXPLOITATIE BRENGEN OP VERZOEK VAN EXPLOITANT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Indiening aanvraag voor medewerking</titel></kop><al> 1) Een belanghebbende kan bij burgmeester en wethouders een aanvraag
                            indienen voor medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden. 2) Burgemeester en
                            wethouders verlenen slechts medewerking aan het op aanvraag van
                            exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens een exploitatie -overeenkomst
                            als bedoeld in artikel 6, met dien verstande dat artikel 6, tweede lid, in dat geval niet van
                            toepassing is. 3) Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden
                            gevoegd: a)een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te brengen
                            onroerende zaken; b)gegevens, waaruit blijkt dat de belanghebbenden
                            genothebbende krachtens eigendom. </al><al> bezit:.of beperkt recht van dein exploitatie te brengen onroerende
                            zaken is of kan worden; </al><al> c) gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen (bouw)
                            werkzaamheden. 4) In geval door burgemeester en wethouders een aanvraag
                            voor een bouwvergunning, eventueel in combinatie met een aanvraag voor vrijstelling, wordt ontvangen, waarbij
                            in geval van verlening van de vrij stelling en/of bouwvergunning van gemeentewege voorzieningen
                            van openbaar nut moeten worden getroffen, wordt hiervan zo spoedig mogelijk, doch in ieder
                            geval voor de beslissing op de aanvraag mededeling gedaan aan de aanvrager. Daarbij zal een zo
                            nauwkeurig mogelijke raming van de voor rekening van de exploitant
                            komende kosten, verband houdende met het in exploitatie brengen van gronden,
                            worden verstrekt Tevens zal daarbij aan de aanvrager de gelegenheid
                            worden gegeven tot het indienen van een aanvraag voor medewerking. 5) Burgemeester en wethouders reageren op de
                            aanvraag om medewerking, hetzij met een weigering hetzij met de aanbieding van een concept-overeenkomst, binnen zes
                            maanden na de dag waarop het verzoek is ontvangen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>aanhouding verzoek</titel></kop><al> De reactie op een aanvraag kan worden aangehouden: a)in geval de
                            procedure tot goedkeuring van een van toepassing zijn bestemmingsplan of
                            een herziening daarvan nog niet is afgerond, tot vier weken na het onherroepelijk
                            worden van (het desbetreffende deel van) het bestemmingsplan of de herziening daarvan; b)In geval
                            voorzienbaar is dat de in artikel 9 genoemde belemmeringen binnen
                            afzienbare tijd zullen kunnen worden weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn
                            weggenomen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Weigeringsgronden voor een exploitatie-overeenkomst</titel></kop><al> De medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden behoeft niet
                            te worden verleend, indien: a) de in exploitatie te brengen grond niet
                            is gelegen in een gebied waarvoor een bestemmingsplan geldt; b) de door
                            de exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden of de daartoe benodigde
                            voorzieningen van openbaar nut zouden leiden tot strijd met het bestemmingsplan of de
                            Woningwet; </al><al>c) het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een
                            bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met belangen van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing of
                            herinrichting; </al><al>d) het in exploitatie brengen van grond anderszins zou leiden tot ten
                            laste van de gemeente blijvende kosten van voorzieningen van openbaar nut of bezwaren ten aanzien van het
                            doeltreffend voorzien in watervoor-ziening, openbare verlichting, riolering en andere voorzieningen van
                            openbaar nut; </al><al>e) exploitant geen afstand wil doen van gronden ten behoeve van de
                            aanleg van voorzieningen van openbaar nut; f) exploitant de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut
                            niet wil onderzoeken op de aanwezigheid van bodemverontreiniging, dan wel de bodem niet wil saneren waneer dat
                            noodzakelijk is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><al> In een gebied waarvoor een aangevuld bekostigingsbesluit is genomen,
                            zal, indien de exploitant een exploitatie-overeenkomst aangaat, in de
                            overeenkomst worden bepaald dat, met betrekking tot de uitvoering van de
                            in deze overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut, geen
                            aanvullend kostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste van
                            desbetreffende onroerende zaak zal plaatsvinden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Uitzonderingsbepalingen</titel></kop><al>1) De artikelen 2, eerste lid, 3,5,en 6, eerste en tweede lid, van
                            deze verordening zijn niet van toepassing voor voorzieningen van openbaar nut van ondergeschikt belang, zoals een
                            uitweg op de openbare weg of een aansluiting op het openbare riool. In dergelijke gevallen besluiten
                            burgermeester en wethouders onder welke voorwaarden deze voorzieningen van openbaar nut door of met
                            medewerking van gemeente zullen worden aangelegd. 2) Het bepaalde in artikel 2, eerste lid, en artikel
                            5,eerste en tweede lid, van deze verordening kan buiten toe-passing blijven ten aanzien van a) een exploitatiegebied dat in de
                            naaste toekomst niet of niet geheel voor bebouwing in aanmerking komt;
                            b) de in een exploitatiegebied gelegen gronden die in de naaste toekomst
                            niet voor bebouwing in aanmerking komen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Ingeval voor het moment van inwerkingtreding van deze verordening een
                            aangevuld bekostigingsbesluit is genomen dan wel een aanvraag als
                            bedoeld in artikel 7 is ingediend, kan de exploitatie-overeenkomst
                            worden gebaseerd op de exploitatieverordening 1994 zoals vastgesteld bij
                            raadsbesluit van 15 september 1994.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al> 1) Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                            die van bekendmaking op de wijze als bedoeld in artikel 139 Gemeentewet. De verordening wordt
                            bekendgemaakt nadat Gedeputeerde Staten de verordening hebben goedgekeurd. 2) Op hetzelfde tijdstip vervalt de
                            “Exploitatieverordening West Maas en Waal”, zoals vastgesteld bij
                            raads- besluit van 15 september 1994.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Exploitatieverordening
                            gemeente West Maas en Waal 1997”. </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>