<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR61923_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening Strijen 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Strijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2008-06-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoeksche Waard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:r:0005416">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:r:0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-05-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-06-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2008-06-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening Strijen 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Strijen; </al><al>gezien het voorstel van het college van 19 mei 2008;</al><al>gelet op: </al><lijst><li nr="-"><al>de Notitie Algemene Subsidieverordening Strijen 2008;</al></li><li nr="-"><al>de Gemeentewet;</al></li><li nr="-"><al>de Algemene wet bestuursrecht;</al></li></lijst><al><vet>besluit: </vet></al><al>vast te stellen de <vet>“Algemene subsidieverordening Strijen
                            </vet><vet>2008”</vet><vet>. </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen.</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: </al><al>Awb : de Algemene wet bestuursrecht. </al><al>college : het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                            Strijen.</al><al>raad: de gemeenteraad van Strijen.</al><al>subsidie: het subsidiebegrip, zoals bedoeld in artikel 4:21 Awb; “onder
                            subsidie wordt verstaan; de aanspraak op financiële middelen, door een
                            bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de
                            aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde
                            goederen of diensten.”</al><al>subsidieplafond: het bedrag dat ten hoogste beschikbaar is gedurende een </al><al>bepaald tijdvak voor het verstrekken van subsidies krachtens een bepaald
                            wettelijk voorschrift, zoals bedoeld in afdeling 4:22 Awb. </al><al>eenmalige subsidie: een subsidie die voor een bepaalde, niet structureel
                            of regelmatig terugkerende activiteit wordt verstrekt.</al><al>waarderingssubsidie: een subsidie die wordt verstrekt voor activiteiten
                            waarbij in beginsel</al><al>geen verband bestaat tussen de kosten die worden gemaakt en de subsidie
                            die wordt ontvangen. Een waarderingssubsidie is bedoeld om een bepaalde
                            unieke activiteit of groep van activiteiten met een bijzonder karakter
                            aan te moedigen dan wel waardering daarvoor kenbaar te maken.</al><al>contractsubsidie: een subsidie waaraan meetbare resultaten en/of
                            prestaties worden gekoppeld aan te leveren activiteiten, producten en
                            diensten. </al><al>projectsubsidie: een subsidie bedoeld om meerjarige voorzienbare
                            activiteiten mogelijk te maken, waarbij vanaf aanvang al vaststaat
                            wanneer de te bereiken doelen en/of prestaties dienen te zijn
                            gerealiseerd, met een maximum van 4 jaar.</al><al>stimuleringssubsidie: een subsidie die verstrekt wordt om initiatieven
                            voor activiteiten of projecten te ondersteunen. </al><al>beleidsregel: een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde
                            een algemeen verbindend voorschrift omtrent de afweging van belangen, de
                            vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij
                            het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan.</al><al>uitvoeringsovereenkomst : de overeenkomst die in de zin van artikel 4:36
                            Awb </al><al>tussen de subsidieontvanger en het college wordt afgesloten ter
                            uitwerking van de beschikking tot subsidieverlening zoals de afgesproken
                            verplichtingen, activiteiten en de beoogde resultaten.</al><al>activiteitenplan: een plan waarin de activiteiten voor het jaar waarop
                            de</al><al>subsidieaanvraag betrekking heeft zijn beschreven. In het plan dienen
                            tenminste de aard, de omvang en de frequentie van de activiteiten te
                            worden beschreven, de meetbare resultaten c.q. prestaties en de beoogde
                            doelgroep. Jaar : kalenderjaar van 1 januari tot en met</al><al>31 december. </al><al>instelling: een organisatie (vereniging of stichting) met
                            rechtspersoonlijkheid die zich ten doel stelt zonder winstoogmerk
                            activiteiten te verrichten, producten en/of diensten te leveren ten
                            behoeve van de inwoners van de</al><al>gemeente Strijen.</al><al>egalisatiereserve: een reserve, bedoeld om te fungeren als buffer
                            waarmee tekorten in het ene jaar kunnen worden opgevangen met
                            overschotten in het andere jaar. Met de egalisatiereserve kunnen
                            verschillen tussen werkelijk gemaakte kosten en subsidiebedragen worden
                            opgevangen (artikel 4:72 Awb). </al><al>bestemmingsreserve: een reserve waaraan een concrete bestemming is
                            verbonden en die dient ter dekking van een voorafgesteld doel. </al><al>jaarrekening: de laatst vastgestelde jaarrekening van de instelling, als
                            bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. </al><al>accountantsverslag een verslag zoals bedoeld in artikel 393, lid 1 van
                            Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Deze verordening is van toepassing op alle door de gemeente Strijen
                                gesubsidieerde instellingen die activiteiten, producten en/of diensten aanbieden op
                                het terrein van zorg, informatie, jeugd, ouderen, leefbaarheid,
                                cultuur en/of sport in de gemeente of ten behoeve van inwoners van
                                de gemeente. Het college kan beleidsregels vaststellen ter
                                uitvoering van de in het eerste lid vermelde beleidsterreinen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat deze verordening ook van toepassing is
                                voor het verstrekken van subsidies op andere dan in het eerste lid
                                genoemde terreinen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Activiteiten van godsdienstige, levensbeschouwelijke of politieke
                                aard en belangenbehartiging worden niet gesubsidieerd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Instellingen die zich gezien de omvang van hun werkgebied onttrekken
                                aan de beleidsinvloed van de gemeente zijn uitgesloten van
                                subsidiëring.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Instellingen die activiteiten aanbieden die naar het oordeel van de
                                gemeenteraad reeds in voldoende mate in Strijen aanwezig zijn, dan
                                wel op andere wijze aan de inwoners van Strijen worden aangeboden,
                                kunnen worden uitgesloten van subsidie.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Instellingen, van bovenlokale omvang, die activiteiten aanbieden die
                                reeds worden aangeboden door organisaties waarmee de gemeente
                                Strijen een subsidierelatie heeft, worden in beginsel uitgesloten
                                van subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Rechtspersoonlijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op grond van deze verordening worden instellingen gesubsidieerd die
                                beschikken over volledige rechtspersoonlijkheid, zoals bedoeld in
                                Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in uitzonderlijke gevallen subsidie verlenen aan
                                andere instellingen dan in het eerste lid bedoeld. De in deze
                                verordeningopgenomen bepalingen zijn dan zoveel mogelijk van
                                toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Algemene voorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De activiteiten, de te leveren producten en diensten waarvoor
                                subsidie wordt aangevraagd moeten gericht zijn op de inwoners van de
                                gemeente Strijen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De activiteiten, de te leveren producten en diensten waarvoor
                                subsidie wordt aangevraagd dienen open te staan voor alle inwoners
                                van de gemeente Strijen. Aan instellingen die activiteiten uitvoeren
                                voor specifieke door de gemeente vastgestelde doelgroepen is het
                                toegestaan activiteiten te organiseren die gericht zijn op één of
                                meerdere doelgroepen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De instelling vraagt – indien van toepassing - van de deelnemers aan
                                de activiteiten of de gebruikers van de te leveren producten of
                                diensten een passende financiële bijdrage. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de instelling ontheffing verlenen van de in het
                                derde lid gestelde voorwaarden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De activiteiten van een instelling mogen niet in strijd zijn met de
                                wet of met in internationale verdragen opgenomen rechten van de
                                mens. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De instelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De instelling dient zodanig georganiseerd te zijn dat het in dienst
                                zijnde personeel en/of de voor de instelling werkzame vrijwilligers
                                in de gelegenheid zijn invloed uit te oefenen op het beleid van de
                                instelling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de wijze
                                waarop de werkzame vrijwilligers in een instelling invloed op het
                                beleid uit kunnen oefenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De instelling is verplicht haar bezittingen, het in dienst zijnde
                                personeel en/of de voor de instelling werkzame vrijwilligers te
                                verzekeren tegen schade en het risico van wettelijke
                                aansprakelijkheid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Wijzigingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De instelling stelt onmiddellijk het college in kennis van het
                                voornemen van ontbinding van de rechtspersoon of van zijn
                                faillissement, dan wel het voornemen tot het doen van aangifte
                                hiervan of het aanvragen van surseance van betaling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij ontbinding of faillissement van de instelling dienen de
                                aanwezige middelen die met subsidiegelden zijn opgebouwd te worden
                                terugbetaald. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De instelling stelt het college onmiddellijk schriftelijk in kennis
                                van wijzigingen in de samenstelling van het bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De instelling stelt het college onmiddellijk schriftelijk in kennis
                                van wijzigingen in de statuten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Bevoegdheden raad en college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt jaarlijks via de gemeentebegroting de bedragen vast
                                die voor subsidiëring</al><al> beschikbaar zijn. De raad stelt eenmaal per vier jaar de Lijst van
                                Subsidies vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt op basis van deze verordening nadere beleidsregels
                                vast, binnen de door de raad vastgestelde beleidskaders. Hierin worden tenminste opgenomen:</al><lijst><li nr="-"><al>het doel van de subsidieverlening;</al></li><li nr="-"><al>de van toepassing zijnde subsidievorm;</al></li><li nr="-"><al>nadere criteria en voorwaarden aan de
                                        subsidieverlening;</al></li><li nr="-"><al>de mogelijke grondslagen voor de berekening van de
                                        subsidie;</al></li><li nr="-"><al>mogelijke toepassing verdelingsgronden bij het overschrijden
                                        van het subsidieplafond. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college is bevoegd besluiten te nemen tot verlening en
                                vaststelling van subsidies, alsmede besluiten tot weigering, intrekking of wijziging van
                                subsidies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het subsidieplafond wordt jaarlijks via de gemeentebegroting door de
                                raad vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de hoogte van de gevraagde subsidie door de instellingen het
                                subsidieplafond overstijgt vindt verdeling plaats op basis van de in de nadere beleidsregels
                                opgenomen verdelingsgronden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de gevraagde subsidie door een instelling geheel of
                                gedeeltelijk weigeren indien door toekenning van de subsidie het vastgestelde
                                subsidieplafond wordt overschreden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Weigeringsgronden en intrekking</titel></kop><al>De subsidie kan, naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35 Awb genoemde
                            gronden, geweigerd of ingetrokken worden indien er reden bestaat aan te
                            nemen dat: </al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten, producten of diensten waarvoor de instelling
                                    subsidie vraagt niet gericht zijn op de gemeente of niet
                                    aanwijsbaar ten goede komen aan de inwoners van de
                                    gemeente;</al></li><li nr="b."><al>het subsidie betreft voor activiteiten, producten of diensten
                                    die niet passen binnen het door de gemeente vastgestelde beleid
                                    met betrekking tot de geformuleerde beleidsterreinen waarop deze
                                    verordening van toepassing is; </al></li><li nr="c."><al>de subsidie niet of in onvoldoende mate wordt besteed aan
                                    activiteiten, producten of diensten voor het doel waarvoor de
                                    instelling de subsidie heeft aangevraagd;</al></li><li nr="d."><al>er een afzonderlijke rijks-, provinciale of andere gemeentelijke
                                    subsidieregeling op de beleidsterreinen van toepassing is; </al></li><li nr="e."><al>de instelling ook zonder subsidietoekenning over voldoende
                                    gelden beschikt, hetzij uit eigen gelden of uit gelden van
                                    derden, om de kosten van de activiteiten, producten of diensten
                                    te kunnen voldoen; </al></li><li nr="f."><al>de instelling activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de
                                    wet, het algemeen belang en/of de openbare orde; </al></li><li nr="g."><al>de activiteiten, producten en diensten van de instelling van
                                    godsdienstige, levensbeschouwelijke of politieke aard zijn, dan
                                    wel belangenbehartiging;</al></li><li nr="h."><al>de subsidieaanvraag door de instelling niet tijdig is
                                    ingediend;</al></li><li nr="i."><al>de inhoudelijke en/of financiële verantwoording niet tijdig of
                                    niet volledig is ingediend. Het college kan in dat geval
                                    besluiten de subsidie op nihil vast te stellen; </al></li><li nr="j."><al>er bij meerdere instellingen een offerte is opgevraagd voor het
                                    uitvoeren van dezelfde of vergelijkbare activiteiten, producten
                                    of diensten en na een selectieprocedure de subsidie aan een
                                    andere instelling wordt toegekend; </al></li><li nr="k."><al>in strijd is gehandeld met het gestelde in artikel 5 van deze
                                    verordening.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Subsidieaanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Subsidieaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidieaanvraag dient te voldoen aan het gestelde in artikel
                                4:1, artikel 4:2 en artikel 4:61 van de Awb. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een instelling in bijzondere gevallen ontheffing
                                verlenen van de in het eerste lid vermelde voorwaarden en/of
                                criteria. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij een eerste subsidieaanvraag dienen de volgende stukken te worden
                                overlegd:</al><lijst><li nr="-"><al>een activiteitenplan en begroting;</al></li><li nr="-"><al>de jaarrekening van het jaar voorafgaand aan het
                                        subsidiejaar;</al></li><li nr="-"><al>de statuten van de organisatie;</al></li><li nr="-"><al>opgave van de bestuurssamenstelling;</al></li><li nr="-"><al>opgave van de eigen financiële bijdrage c.q. contributie van
                                        deelnemers aan activiteiten;</al></li><li nr="-"><al>een bankafschrift waarop naam en rekeningnummer van de
                                        instelling staan vermeld;</al></li><li nr="-"><al>opgave van het aantal leden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij een tweede of vervolgaanvraag om subsidie dienen tenminste een
                                activiteitenplan, een begroting, een jaarrekening en – indien van
                                toepassing – het aantal leden toegevoegd te worden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de
                                subsidieaanvraag. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan aanvraagformulieren vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien de subsidieaanvraag niet voldoet aan de door het college
                                vastgestelde regels, wordt de instelling hiervan schriftelijk op de
                                hoogte gesteld en wordt deze een hersteltermijn van maximaal 4 weken
                                geboden.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het college kan voor instellingen die niet per boekjaar werken
                                andere termijnen hanteren; deze termijnen moeten worden opgenomen in
                                de subsidiebeschikking. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Subsidievormen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Subsidievormen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeente Strijen hanteert de volgende subsidievormen: </al><lijst><li nr="-"><al>eenmalige subsidie; </al></li><li nr="-"><al>waarderingssubsidie;</al></li><li nr="-"><al>contractsubsidie;</al></li><li nr="-"><al>projectsubsidie;</al></li><li nr="-"><al>stimuleringssubsidie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan per subsidievorm nadere beleidsregels
                                    vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Subsidieaanvragen moeten voldoen aan de bepalingen van artikel
                                    4:2 Awb.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.2</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Aanvraag eenmalige subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag om in aanmerking te komen voor eenmalige subsidie
                                    dient tenminste 8 weken voor de start van de bijzondere
                                    activiteit en/of het experiment ingediend te worden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag bevat een motivering en omschrijving van de
                                    bijzondere activiteit en/of het experiment, de beoogde
                                    doelgroep, het beoogd resultaat en een begroting. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag dient betrekking te hebben op kosten die
                                    rechtstreeks verband houden met de bijzondere activiteiten en/of
                                    het experiment. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan een aanvraagformulier vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Verlening eenmalige subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen 8 weken na indiening van de aanvraag om eenmalige
                                    subsidie neemt het college hierover een besluit. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie wordt verstrekt als een eenmalig vast bedrag via een
                                    voorschot. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Verantwoording en vaststelling eenmalige subsidie.</titel></kop><al>Uiterlijk 8 weken na afloop van de bijzondere activiteiten en/of het
                                experiment dient de aanvrager c.q. instelling een inhoudelijk en
                                financieel verslag in. </al><al>De subsidievaststelling vindt uiterlijk 8 weken na indiening van het
                                inhoudelijke en financiële verslag plaats. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.3</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Aanvraag waarderingssubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om in aanmerking te komen voor waarderingssubsidie
                                    dient vóór 1 oktober in het jaar voorafgaande aan het
                                    subsidiejaar of de subsidieperiode bij het college ingediend te
                                    worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag moet worden ingediend: </al><lijst><li nr="a."><al>een activiteitenplan; </al></li><li nr="b."><al>een begroting;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van de bestuurssamenstelling. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een aanvraagformulier vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Verlening waarderingssubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het
                                    subsidiejaar wordt het besluit van het college op de ingediende
                                    subsidieaanvraag waarderingssubsidie aan de instelling
                                    meegedeeld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan besluiten een waarderingssubsidie voor meerdere
                                    jaren toe te kennen maar ten hoogste voor 4 jaren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De waarderingssubsidie wordt als een vast bedrag verstrekt en er
                                    vindt geen verrekening achteraf plaats. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Verantwoording en vaststelling waarderingssubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na het verlenen van een waarderingssubsidie hoeft geen
                                    verantwoording te worden afgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij waarderingssubsidie is het besluit tot verlening van de
                                    subsidie tevens de vaststelling. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.4</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Aanvraag contractsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om in aanmerking te komen voor contractsubsidie
                                    dient vóór 1 aprilin het jaar voorafgaande aan het
                                    subsidiejaar bij het college ingediend te worden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag om in aanmerking te komen voor contractsubsidie
                                    dient ingezonden te worden in de vorm van een concept
                                    uitvoeringsovereenkomst en een begroting. De concept
                                    uitvoeringsovereenkomst moet gebaseerd zijn op het door het
                                    college uitgebrachte programma van eisen, zoals dat vorm wordt
                                    gegeven via een opdrachtformulering. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in de concept uitvoeringsovereenkomst vermelde activiteiten,
                                    producten en diensten dienen benoemd te worden naar beoogde
                                    doelgroepen en in meetbare resultaten en prestaties. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast omtrent de procedure van
                                    verlening van contractsubsidie. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor organisaties die per schooljaar werken in plaats van per
                                    kalenderjaar gelden andere regels. Deze regels worden in de
                                    subsidiebeschikking opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Verlening contractsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het
                                    subsidiejaar wordt het besluit van het college op de ingediende
                                    subsidieaanvraag contractsubsidie aan de instelling meegedeeld.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de beschikking tot subsidieverlening wordt als voorwaarde
                                    opgenomen de verplichting van de subsidieontvanger om mee te
                                    werken aan het sluiten van een uitvoeringsovereenkomst, zoals
                                    bedoeld in artikel 4:36 Awb. In de uitvoeringsovereenkomst is
                                    opgenomen welke activiteiten, producten en diensten er geleverd
                                    dienen te worden, de hoogte van het subsidiebedrag, de beoogde
                                    doelgroepen en de meetbare resultaten en prestaties. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Verantwoording en vaststelling contractsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na afloop van het subsidiejaar dient de instelling voor 1 juni
                                    een inhoudelijk jaarverslag in, waarin informatie wordt gegeven
                                    over alle aspecten zoals in de beschikking en de
                                    uitvoeringsovereenkomst genoemd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Daarnaast dient de instelling een jaarrekening in te dienen en
                                    een balans per 31 december van het subsidiejaar. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidievaststelling wordt gebaseerd op datgene dat is
                                    overeengekomen in de beschikking en uitvoeringsovereenkomst.
                                </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De subsidievaststelling vindt uiterlijk plaats voor 1 oktober na
                                    afloop van het subsidiejaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Overschot contractsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij contractsubsidies kunnen, ook bij volledige levering van
                                    activiteiten, producten en diensten op basis van de
                                    uitvoeringsovereenkomst, aan de subsidie gerelateerde voordelige
                                    of nadelige verschillen ontstaan. De instelling vormt daartoe
                                    een egalisatiereserve. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het jaarlijks aan de egalisatiereserve toe te voegen bedrag
                                    bedraagt niet meer dan 10% van het toegekende subsidiebedrag.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De totale hoogte van de egalisatiereserve bedraagt niet meer dan
                                    10% van de werkelijke uitgave in het betreffende boekjaar. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het gestelde in lid 3 is niet van toepassing op verleende
                                    contractsubsidie aan regionaal werkende instellingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Toestemmingsvereisten contractsubsidie en reserves</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ontvanger van een contractsubsidie behoeft de toestemming van
                                    het college voor rechtshandelingen bedoeld in artikel 4:71,
                                    eerste lid, onderdelen a, b, c, d, f, g, i en j van de Awb.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek tot het vormen van een reserve of fonds (artikel 4:
                                    71 eerste lid, onderdeel g) moet vergezeld gaan van een
                                    beschrijving van het doel van de reserve of fonds. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.5</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Aanvraag projectsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag om in aanmerking te komen voor projectsubsidie dient
                                    tenminste 16 weken voor de start van het project ingediend te
                                    worden. De aanvraag dient een beschrijving te bevatten van de
                                    activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, de na te streven
                                    doelen, de doelgroep en een begroting. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag dient een opgave te bevatten van uit te voeren
                                    activiteiten, producten en diensten, de na te streven doelen
                                    naar beoogde doelgroepen en meetbare resultaten en prestaties.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De instelling dient een opgave te overleggen van bij andere
                                    bestuursorganen of organisaties ingediende aanvragen voor
                                    subsidie of een financiële bijdrage voor hetzelfde project, met
                                    vermelding van de stand van zaken van de beoordeling of
                                    besluiten op die aanvragen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Verlenen projectsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen 16 weken na indiening van een aanvraag om in aanmerking
                                    te komen voor projectsubsidie wordt het besluit van het college
                                    aan de instelling meegedeeld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> In de beschikking tot subsidieverlening wordt als voorwaarde
                                    opgenomen de verplichting van de subsidieontvanger om mee te
                                    werken aan het sluiten van een uitvoeringsovereenkomst, zoals
                                    bedoeld in artikel 4:36 Awb. In de uitvoeringsovereenkomst is
                                    opgenomen welke activiteiten, producten en diensten er geleverd
                                    dienen te worden, de hoogte van het subsidiebedrag, de beoogde
                                    doelgroepen en de meetbare resultaten en prestaties. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Verantwoording en vaststelling projectsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen 16 weken na afloop van het project dient de instelling
                                    een inhoudelijk en financieel jaarverslag in, waarin informatie
                                    wordt gegeven over alle aspecten zoals in de beschikking en de
                                    overeenkomst zoals genoemd in artikel 24, lid 2 van deze
                                    verordening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidievaststelling wordt gebaseerd op datgene dat is
                                    overeengekomen in de beschikking en de overeenkomst. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidievaststelling vindt uiterlijk plaats 16 weken na
                                    indiening van de verantwoording.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.6</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Aanvraag stimuleringssubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om in aanmerking te komen voor stimuleringssubsidie
                                    dient vóór 1 oktober in het jaar voorafgaande aan het
                                    subsidiejaar bij het college ingediend te worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag dient te worden ingediend:</al><lijst><li nr="a."><al>een activiteitenplan; </al></li><li nr="b."><al>een begroting; </al></li><li nr="c."><al>een opgave van de bestuurssamenstelling. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een aanvraagformulier vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Verlening stimuleringssubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het
                                    subsidiejaar wordt het besluit van het college op de ingediende
                                    aanvraag stimuleringssubsidie aan de instelling meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan besluiten een stimuleringssubsidie voor meerdere
                                    jaren toe te kennen, maar ten hoogste voor 4 jaren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De stimuleringssubsidie wordt als een vast bedrag verstrekt en
                                    er vindt geen verrekening achteraf plaats. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Verantwoording en vaststelling stimuleringssubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na het verlenen van een stimuleringssubsidie hoeft geen
                                    verantwoording te worden afgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij stimuleringssubsidie is het besluit tot verlening van de
                                    subsidie tevens de vaststelling. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Jubileumsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In Strijen gevestigde of werkzame organisaties, die in het kader
                                    van een jubileumviering activiteiten organiseren of
                                    voorzieningen treffen in het belang van de organisatie, komen in
                                    aanmerking voor een jubileumsubsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een jubileum wordt verstaan een 25-, 40-, 50-, 75-jarig
                                    bestaan en vervolgens iedere 25 jaar daarop volgend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidie bedraagt € 10,-- per jaar met een maximum van €
                                    1.000,--.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor een jubileumsubsidie gelden dezelfde voorwaarden als voor
                                    een eenmalig subsidie.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Subsidieverlening en bevoorschotting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Subsidieverlening en bevoorschotting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent subsidie overeenkomstig de vastgestelde
                                beleidsregels en de afgesloten uitvoeringsovereenkomsten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het verlenen van subsidie nadere regels
                                verbinden overeenkomstig het gestelde in artikel 4:37, artikel 4:38
                                en artikel 4:39 Awb. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de toegekende subsidie geheel of gedeeltelijk bij
                                voorschot uitbetalen; subsidies tot en met een bedrag van € 2.500,--
                                worden in één keer uitbetaald.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de toegekende subsidie verrekenen met bij de
                                gemeente openstaande vorderingen van de instelling. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verlenen van een subsidie en de wijze van voorschotbetaling
                                maakt het college schriftelijk aan de instelling bekend. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Subsidievaststelling en controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Subsidieverantwoording en vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de bij deze verordening behorende bijzondere beleidsregels is
                                aangegeven welke instellingen verantwoording moeten afleggen door
                                middel van een inhoudelijk jaarverslag en een financiële
                                jaarrekening die vergezeld moet zijn van een accountantsverklaring.
                                De overige instellingen hoeven slechts een financieel jaarverslag in
                                te dienen of geen verantwoording af te leggen. Het college kan een
                                instelling ontheffing verlenen van de in dit lid gestelde
                                voorwaarden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidievaststelling is gebaseerd op datgene dat is
                                overeengekomen in de beschikking en/of uitvoeringsovereenkomst.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een instelling een niet volledige verantwoording heeft
                                ingediend wordt de instelling in de gelegenheid gesteld het verzuim
                                binnen 4 weken schriftelijk te herstellen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het eigen vrij besteedbare vermogen van de instelling meer
                                bedraagt dan 10% van de werkelijke uitgaven in het boekjaar stelt
                                het college de subsidie naar verhouding lager vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd om controle uit te oefenen op de
                                betrouwbaarheid van de overlegde jaarverslagen en jaarrekeningen. De
                                administratie van de instelling dient op een zodanig wijze vorm te
                                zijn gegeven dat deze controle op eenvoudige wijze mogelijk is.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De instelling is verplicht om de door het college aangewezen persoon
                                c.q. personen inzage te geven in de boeken en andere zakelijke
                                bescheiden. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Terugvordering van subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen
                                indien:</al><lijst><li nr="a.."><al>de geleverde prestaties niet volledig voldaan hebben aan de
                                        vooraf overeengekomen prestaties;</al></li><li nr="b."><al>in het inhoudelijk verslag opzettelijk onjuiste of
                                        onvolledige informatie wordt verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>in het financieel verslag opzettelijk onjuiste of
                                        onvolledige informatie wordt verstrekt;</al></li><li nr="d."><al>de subsidie zonder schriftelijke toestemming van het college
                                        aan andere doeleinden is of wordt besteed dan waarvoor het
                                        is toegekend;</al></li><li nr="e."><al>er sprake is van opheffing;</al></li><li nr="f."><al>er sprake is van faillissement of surseance van
                                        betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Terugvordering kan jaarlijks plaats vinden, ongeacht de afgesproken
                                subsidieperiode.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij toepassing van het eerste lid kan aan de betreffende instelling
                                de verplichting worden opgelegd</al><al> een accountantsverklaring in te leveren.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Rechten en verplichtingen welke voortvloeien uit de
                                ‘Subsidieverordening Welzijn Strijen 2004” blijven gelden tot en met
                                31 december 2008. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van de
                                overgangssituatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in individuele gevallen ontheffing verlenen van één
                                of meerdere bepalingen van deze verordening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of waarin zij tot
                                onredelijkheid leidt kan het college van het bepaalde in deze
                                verordening afwijken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening kan aangehaald worden onder de titel “Algemene
                            subsidieverordening Strijen 2008”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37.</nr><titel>Inwerkingtreding.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juni 2008. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met ingang van 1 juni 2008 wordt de “Subsidieverordening Welzijn
                                Strijen 2004” ingetrokken.</al><al/></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Strijen in zijn
                        openbare vergadering, </ondertekening><ondertekening>gehouden op 27 mei 2008. </ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.A. Bourdrez J.P.M. Klijs </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>