<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR618358_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2019</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wijdemeren</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijdemeren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-278826">gmb-2018-278826</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening watertoeristenbelasting 2019</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=224&amp;g=2018-09-19">artikel 224 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2018-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2018-12-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Financiën en economie</overheidrg:onderwerp></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2019</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Wijdemeren;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 november 2018;</al><al/><al>gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;</al></preambule><afkondiging><al><vet>BESLUIT</vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2019</vet></al></afkondiging></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden;</al></li><li nr="b."><al>lengte: de lengte over alles;</al></li><li nr="c."><al>vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van eenzelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste een maand; onder afmeren wordt voor de toepassing van deze verordening ook verstaan het innemen van een plaats met behulp van een bootlift of een soortgelijke installatie.</al></li><li nr="d."><al>etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur;</al></li><li nr="e."><al>maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen;</al></li><li nr="f."><al>seizoen: het tijdvak van 1 april tot en met 31 oktober;</al></li><li nr="g."><al>schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'watertoeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf op vaartuigen die aanwezig zijn in wateren binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 aan hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem ter beschikking staande vaartuigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is belastingplichtig:</al><lijst><li nr="-"><al>de schipper,</al></li><li nr="-"><al>de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig, of</al></li><li nr="-"><al>degene die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:</al><lijst><li nr="1."><al>door degenen die verblijf houden aan boord van:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden;</al></li><li nr="b."><al>kano's, roei- en volgboten;</al></li><li nr="c."><al>motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter;</al></li><li nr="d."><al>een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt;</al></li></lijst></li></lijst><lid><lidnr> 2. </lidnr><al>waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de Verordening toeristenbelasting 2019;</al></lid><lid><lidnr> 3. </lidnr><al>van degene, die verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter zake van het ter beschikking houden van die woning forensenbelasting is verschuldigd en betaalt;</al></lid><lid><lidnr> 4. </lidnr><al>van een vreemdeling als bedoel in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt op een vaartuig als bedoeld in artikel 2 van deze verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van de heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal etmalen dat verblijf is gehouden. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal personen die verblijf hebben gehouden, bepaald op: </al><al>2,20 bij een vaartuig met een lengte van 4 tot 7 meter;</al><al>2,40 bij een vaartuig met een lengte van 7 tot 9 meter;</al><al>2,75 bij een vaartuig met een lengte van 9 tot 12 meter;</al><al>3,10 bij een vaartuig met een lengte van 12 meter en meer.</al></li><li nr="b."><al>het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden bepaald op:</al><al>16,3 bij een vaartuig met een lengte van 4 tot 7 meter;</al><al>16,6 bij een vaartuig met een lengte van 7 tot 9 meter;</al><al>17,4 bij een vaartuig met een lengte van 9 tot 12 meter;</al><al>17,8 bij een vaartuig met een lengte van 12 meter en meer.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aantal vaartuigen als bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op het aantal vaartuigen welke door de belastingplichtige bij aangifte uit de verhuuradministratie zijn opgegeven, dan wel blijken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Niet-forfaitaire maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal etmalen dat verblijf is gehouden, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op de voet van artikel 6 berekende aantal.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan desgewenst per ligplaats worden gedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Voor verblijf op vaartuigen met een vaste ligplaats bedraagt de belasting per persoon per etmaal (afgerond):</al><al>€ 1,36 bij een vaartuig met een lengte van 4 tot 7 meter;</al><al>€ 1,63 bij een vaartuig met een lengte van 7 tot 9 meter;</al><al>€ 2,28 bij een vaartuig met een lengte van 9 tot 12 meter;</al><al>€ 2,67 bij een vaartuig met een lengte van 12 meter en meer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al>Het belastingtijdvak is gelijk aan het seizoen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Wijze van belastingheffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal etmalen dat gelegenheid tot verblijf is of wordt gegeven, gedurende het belastingtijdvak minder dan tien zal of heeft belopen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990, moet de aanslag worden betaald binnen twee maanden na dagtekening van de aanslag.</al></lid><lid><lidnr> 2. </lidnr><al>De door middel van nota of andere schriftuur geheven belasting is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergoeding ter zake van het verblijf van het vaartuig wordt bepaald of indien dat tijdstip eerder valt, op het tijdstip waarop het in het in artikel 2 bedoelde verblijf van het vaartuig wordt beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de watertoeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Aanmeldingsplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, dit schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Vaststellen ambtshalve aanslag</titel></kop><al>De gemeente behoudt zich het recht voor bij gebrek aan een (tijdige) aangifte door belastingplichtige, de grondslag voor de berekening van de toeristenbelasting te schatten en de belasting middels een ambtshalve aanslag op te leggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Registratieplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf in de zin van deze verordening is verplicht hiervan een registratie bij te houden, waaruit de verschuldigde belasting kan worden berekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere voorschriften geven voor de inrichting en het gebruik van deze registratie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de watertoeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De Verordening watertoeristenbelasting 2018, vastgesteld bij raadsbesluit van 19 december 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 19, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening watertoeristenbelasting 2019’.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><gegeven><dagtekening><datum isodatum="2018-12-13">Aldus besloten in de openbare vergadering van 13 december 2018.</datum></dagtekening></gegeven><ondertekening><deze>De raad voornoemd,</deze><functie>de griffier,</functie><naam><voornaam>C.M. de</voornaam><achternaam>Heus</achternaam></naam></ondertekening><ondertekening><functie>de voorzitter,</functie><naam><voornaam> F.</voornaam><achternaam>Ossel</achternaam></naam></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>