<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR618176_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouder van Bergen op Zoom inhoudende Beleidsregels vrijlating inkomsten uit arbeid Participatiewet, IOAW en IOAZ</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bergen op Zoom</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bergen op Zoom</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-278074">gmb-2018-278074</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels vrijlating inkomsten uit arbeid Participatiewet, IOAW en IOAZ</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="https://wetten.overheid.nl/BWBR0004044/2018-11-23"/><dcterms:source resourceIdentifier="https://wetten.overheid.nl/BWBR0015703/2018-11-23"/><dcterms:source resourceIdentifier="https://wetten.overheid.nl/BWBR0004163/2018-07-28"/><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2018-12-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BW18-00661</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Sociale Zaken</overheidrg:onderwerp></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouder van Bergen op Zoom inhoudende Beleidsregels vrijlating inkomsten uit arbeid Participatiewet, IOAW en IOAZ</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom;</al><al/><al>Overwegende dat uitstroom van uitkeringsgerechtigden zoveel mogelijk dient te worden bevorderd;</al><al/><al>Gelet op het bepaalde in de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al><al/><al>Besluiten:</al><al/><al>Vast te stellen de volgende regeling: Beleidsregels vrijlating inkomsten uit arbeid Participatiewet, IOAW en IOAZ</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen </titel></kop><al>1. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde </al><al> betekenis als in de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte </al><al> werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen </al><al> zelfstandigen en de Algemene wet bestuursrecht.</al><al>2. In deze beleidsregels worden verstaan onder:</al><al> a. PW: Participatiewet;</al><al> b. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al><al> c. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al><al> d. uitkering: algemene bijstand op grond van de PW dan wel een uitkering op grond van de IOAW of IOAZ;</al><al> e. uitkeringsgerechtigde: degene die uitkering ontvangt;</al><al> f. inkomstenvrijlating: het gedeeltelijk vrijlaten van inkomsten uit arbeid, zoals bedoeld in artikel 31, lid 2, </al><al> onder n, r en y, PW, artikel 8, lid 2, lid 5 en lid 7, IOAW en artikel 8, lid 3, lid 9 en lid 11, IOAZ;</al><al> g. medisch urenbeperkt: een persoon als bedoeld in artikel 6b PW, artikel 4b IOAW en artikel 4b IOAZ.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vaststelling vrijlating van inkomsten uit arbeid</titel></kop><al>1. Het college past de inkomensvrijlating ambtshalve toe.</al><al>2. Voor de toepassing van een inkomstenvrijlating dienen de inkomsten uit arbeid tezamen met andere in </al><al> aanmerking te nemen inkomensbestanddelen niet hoger te zijn dan de toepasselijke bijstandsnorm of grondslag.</al><al>3. De inkomstenvrijlating is van toepassing op inkomsten uit arbeid die na de ingangsdatum van de uitkering zijn</al><al> aangevangen.</al><al>4. Bij het ontvangen van inkomsten uit arbeid bij aanvang van de uitkering geldt de inkomstenvrijlating vanaf het </al><al> moment dat er sprake is van een structurele urenuitbreiding van minimaal 5 uur per week.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Reguliere vrijlating en aanvullende vrijlating alleenstaande ouders</titel></kop><al>1. Inkomsten uit arbeid worden gedurende maximaal 6 maanden vrijgelaten tot 25% van deze inkomsten met </al><al> een maximum als genoemd in artikel 31, lid 2, onder n, PW, artikel 8, lid 2, IOAW en artikel 8, lid 3, IOAZ voor </al><al> zover dit bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de uitkeringsgerechtigde.</al><al/><al>2. Als de vrijlatingstermijn van 6 maanden in het vorige lid is verstreken, worden inkomsten uit arbeid van de </al><al> alleenstaande ouder die de volledige zorg heeft voor een tot zijn last komend kind jonger dan 12 jaar, gedurende </al><al> een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden vrijgelaten tot 12,5% van deze inkomsten met een</al><al> maximum als genoemd in artikel 31, lid 2, onder r, PW, artikel 8, lid 5, IOAW en artikel 8, lid 9, IOAZ voor </al><al> zover dit bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de uitkeringsgerechtigde.</al><al>3. In het kader van deze vrijlatingsfaciliteiten worden inkomsten uit arbeid in alle gevallen, behoudens bij lid 4, geacht </al><al> bij te dragen aan de arbeidsinschakeling van de uitkeringsgerechtigde.</al><al>4. Inkomsten die voortvloeien uit illegale activiteiten (bijvoorbeeld diefstal/heling of drugsverkoop) alsmede inkomsten </al><al> uit arbeid waarvan geen, niet tijdig of onvolledig opgave is gedaan waardoor sprake is geweest van schending van </al><al> de inlichtingenplicht en teveel uitkering is verstrekt, worden niet geacht bij te dragen aan de arbeidsinschakeling </al><al> van de uitkeringsgerechtigde.</al><al>5. Het recht op de inkomstenvrijlating bestaat bij gehuwden voor ieder van de partners afzonderlijk met dien </al><al> verstande dat als beide partners in dezelfde maand recht hebben op deze vrijlating het maximale vrijlatingsbedrag </al><al> voor beide partners tezamen over die maand niet hoger is dan het maximale vrijlatingsbedrag als vermeld in </al><al> artikel 31, lid 2, onder n, PW, artikel 8, lid 2, IOAW of artikel 8, lid 3, IOAZ.</al><al>6. Het recht op de inkomstenvrijlating bestaat één keer per uitkeringsperiode.</al><al>7. Als de uitkeringsperiode ten minste 6 maanden wordt onderbroken, ontstaat er een nieuw recht op de </al><al> inkomstenvrijlating.</al><al>8. Overeenkomstig artikel 31, lid 5, PW geldt deze vrijlating niet voor uitkeringsgerechtigden jonger dan 27 jaar.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inkomstenvrijlating medisch urenbeperkte persoon</titel></kop><al>1. Inkomsten uit arbeid van een persoon die medisch urenbeperkt is, worden vrijgelaten tot 15% van deze inkomsten </al><al> met een maximum als genoemd in artikel 31, lid 2, onder y, PW, artikel 8, lid 7, IOAW en artikel 8, lid 11, IOAZ</al><al> tenzij artikel 3, lid 1 of lid 2, van deze beleidsregels van toepassing is. </al><al>2. Voor een persoon de medisch urenbeperkt is, blijft artikel 2, lid 3 en lid 4, van deze beleidsregels buiten </al><al> toepassing. </al><al>3. Het recht op de inkomstenvrijlating bestaat bij gehuwden voor ieder van de partners afzonderlijk met dien </al><al> verstande dat als beide partners in dezelfde maand recht hebben op deze vrijlating het maximale vrijlatingsbedrag </al><al> voor beide partners tezamen over die maand niet hoger is dan het maximale vrijlatingsbedrag als vermeld in </al><al> artikel 31, lid 2, onder y, PW, artikel 8, lid 7, IOAW of artikel 8, lid 11, IOAZ.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><al>Gereserveerd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Gelijkstelling met inkomsten uit arbeid</titel></kop><al>1. Naast inkomsten uit arbeid geldt de vrijlating ook voor de volgende inkomsten: </al><al> a. doorbetaling van loon door de werkgever tijdens ziekte; </al><al> b. een uitkering in verband met zwangerschap en bevalling, uitsluitend vanuit een werksituatie;</al><al> c. inkomen uit werkzaamheden als (marginale) zelfstandige. </al><al>2. In dit verband wordt onder marginale zelfstandige verstaan de uitkeringsgerechtigde die niet voldoet aan het </al><al> urencriterium als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en daarmee niet als zelfstandige in </al><al> de zin van artikel 1, onder b, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 kan worden aangemerkt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Gelijkstelling met uitkeringsperiode</titel></kop><al>Onder dezelfde uitkeringsperiode wordt verstaan de situatie dat:</al><al>a. sprake is van voortzetting van een uitkering die voorheen door een andere gemeente werd verstrekt;</al><al>b. na wijziging van de woon- en/of gezinssituatie de uitkering naar een andere norm of grondslag wordt voortgezet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In bijzondere gevallen wordt met toepassing van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht ten gunste van belanghebbende afgeweken van deze beleidsregels, indien toepassing hiervan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als: “Beleidsregels vrijlating inkomsten uit arbeid Participatiewet, IOAW en IOAZ”.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>1. Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 januari 2019.</al><al>2. Deze beleidsregels zijn ook van toepassing op uitkeringsgerechtigden die op de datum van inwerkingtreding </al><al> inkomsten uit arbeid ontvangen en voldoen aan de voorwaarden van deze beleidsregels, maar op grond van het </al><al> bestaande beleid geen recht hebben op een vrijlating van inkomsten uit arbeid. </al><al/><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie>Vastgesteld bij B&amp;W-besluit d.d. 4 december, 2018. </functie></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>