<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR61789_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Reinigingsheffingen 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Reinigingsheffingen 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Milieubeheer, artikel 15.33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-05-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe Regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/66</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Reinigingsheffingen 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 november
                        2010, nummer 2010/66,</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al>s t e l t v a s t :</al><al>de “Verordening reinigingsheffingen 2011”</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I:</nr><titel>INLEIDENDE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="1."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="2."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder grof
                            bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig
                            van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid
                            niet periodiek worden ingezameld. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II:</nr><titel>AFVALSTOFFENHEFFING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een directe belasting
                                    geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet
                                    milieubeheer.</al></li><li nr="2."><al>De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de
                                    daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke
                                    grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een
                                    perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van
                                    de Wet milieubeheer een verplichting tot inzameling van
                                    huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                                    omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit,
                                    beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel
                                    ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de
                                    Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van
                                    huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker
                                    aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die gebruikt maakt in de zin van artikel 15.33
                                            Wet milieubeheer</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel in gebruik is
                                            afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik heeft
                                            afgestaan.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen
                            in de hoofdstukken I tot en met III van de bij deze verordening
                            behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven, is het
                            belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting als bedoeld in hoofdstuk I van de bij deze
                                    verordening behorende tarieventabel, wordt bij wege van aanslag
                                    geheven.</al></li><li nr="2."><al>De belasting bedoeld in de hoofdstuk II van de bij deze
                                    verordening behorende tarieventabel wordt geheven bij wege
                                    schriftelijke kennisgeving. Als schriftelijke kennisgeving wordt
                                    aangemerkt de kassabon van de door de gemeente aangewezen
                                    distributeurs van gemeentelijke huisvuilzakken.</al></li><li nr="3."><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk III van de bij deze
                                    verordening behorende tarieventabel wordt geheven bij wege van
                                    mondelinge of schriftelijke kennisgeving. </al></li><li nr="4."><al>Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending
                                    of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de
                                    belastingplichtige bekendgemaakt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar
                            tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk I van de bij deze verordening
                                    behorende tarieventabel, is verschuldigd bij de aanvang van het
                                    belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                    belastingplicht. </al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    aanvangt is de belasting, bedoeld in hoofdstuk I van de bij deze
                                    verordening behorende tarieventabel, verschuldigd voor zoveel
                                    twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting
                                    als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog
                                    volle kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde
                                    gedeelten van de voor dat jaar volgens hoofdstuk I verschuldigde
                                    belasting, bedoeld in hoofdstuk I van de bij deze verordening
                                    behorende tarieventabel, als er in dat jaar na het afloop van de
                                    belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven. </al></li><li nr="4."><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk II van de bij deze verordening
                                    behorende tarieventabel wordt verschuldigd bij de aankoop van de
                                    in die tabel genoemde gemeentelijke huisvuilzakken. </al></li><li nr="5."><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk III van de bij deze
                                    verordening behorende tarieventabel wordt verschuldigd bij de
                                    aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik
                                    van de bezittingen, werken of inrichtingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk I van de bij deze verordening
                                    behorende tarieventabel moet worden betaald in drie gelijke
                                    termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de
                                    maand die volgt op de maand die in de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet is vermeld en elke volgende termijn steeds één
                                    maand later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid wordt, indien het totaalbedrag
                                    van de op één aanslagbiljet voorkomende aanslag dan wel de op
                                    één aanslagbiljet verenigde aanslagen niet meer dan € 2.500,00
                                    bedraagt, de belasting betaald in acht gelijke termijnen als de
                                    verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso
                                    kunnen worden afgeschreven. De eerste termijn vervalt op de
                                    laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                                    dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke volgende
                                    termijn steeds één maand later.</al></li><li nr="3."><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk II van de bij deze verordening
                                    behorende tarieventabel moet worden betaald op het moment van de
                                    kennisgeving.</al></li><li nr="4."><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk III van de bij deze
                                    verordening behorende tarieventabel moet worden betaald:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de kennisgeving mondeling wordt gedaan: op het
                                            moment van de kennisgeving;</al></li><li nr="b."><al>indien de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan: binnen
                                            één maand na de dagtekening vermeld op de
                                            kennisgeving.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het
                                    eerste of het tweede lid gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de invordering van de afvalstoffenheffing bedoeld in de
                                    hoofdstukken II, III en VII van de bij deze verordening
                                    behorende tarieventabel, wordt geen kwijtschelding
                                    verleend.</al></li><li nr="2."><al>Bij de invordering van afvalstoffenheffing wordt in afwijking
                                    van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het percentage
                                    voor de berekening van de kosten van bestaan vastgesteld op 100
                                    percent.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III:</nr><titel>REINIGINGSRECHTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam “reinigingsrechten” worden rechten geheven zowel
                                    voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten
                                    als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde
                                    gemeentebezittingen, werken en inrichtingen die bij de gemeente
                                    in beheer of in onderhoud zijn. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel
                                    ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die
                                    van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruikmaakt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen
                            in de hoofdstukken IV tot en met VII van de bij deze verordening
                            behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk IV van de tarieventabel worden
                                    geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per
                                    belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden
                                    opgelegd.</al></li><li nr="2."><al>De rechten bedoeld in de hoofdstuk V van de bij deze verordening
                                    behorende tarieventabel wordt geheven bij wege van een
                                    schriftelijke kennisgeving. Als schriftelijke kennisgeving wordt
                                    aangemerkt de kassabon van de door de gemeente aangewezen
                                    distributeurs van gemeentelijke bedrijfsafvalzakken.</al></li><li nr="3."><al>De rechten bedoeld in de hoofdstukken VI en VII van de
                                    tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende
                                    kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het
                                    gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of
                                    uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de
                                    belastingplichtige bekendgemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor
                            de jaarlijks verschuldigde rechten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk IV van de tarieventabel zijn
                                    verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit
                                    later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde
                                    gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in
                                    dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle
                                    kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde
                                    gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in
                                    dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                                    kalendermaanden overblijven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel/></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk V van de bij deze
                                            verordening behorende tarieventabel wordt verschuldigd
                                            bij de aankoop van de in die tabel genoemde
                                            bedrijfsafvalzakken.</al></li><li nr="2."><al>De rechten bedoeld in de hoofdstuk VI en VII van de
                                            tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de
                                            dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de
                                            bezittingen, werken of inrichtingen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk IV van de bij deze verordening
                                    behorende tarieventabel moeten worden betaald in drie gelijke
                                    termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de
                                    maand die volgt op de maand die in de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet is vermeld en elke volgende termijn steeds één
                                    maand later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid worden, indien het totaalbedrag
                                    van de op één aanslagbiljet voorkomende aanslag dan wel de op
                                    één aanslagbiljet verenigde aanslagen niet meer dan € 2.500,00
                                    bedraagt, de rechten betaald in acht gelijke termijnen als de
                                    verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso
                                    kunnen worden afgeschreven. De eerste termijn vervalt op de
                                    laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                                    dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke volgende
                                    termijn steeds één maand later.</al></li><li nr="3."><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk V van de bij deze verordening
                                    behorende tarieventabel moet worden betaald op het moment van de
                                    kennisgeving. </al></li><li nr="4."><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk VI van de bij deze verordening
                                    behorende tarieventabel moeten worden betaald:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de kennisgeving mondeling wordt gedaan: op het moment van
                                    de kennisgeving;</al></li><li nr="b."><al>indien de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan: binnen één
                                    maand na de dagtekening vermeld op de kennisgeving.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk VII van de bij deze verordening
                                    behorende tarieventabel moeten worden betaald: op het moment van
                                    de kennisgeving.</al></li><li nr="6."><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid,
                                    onderdeel c., van de Invorderingswet 1990 met een
                                    belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een
                                    bestuurlijke boete zijn de voorgaande leden van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li><li nr="7."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                    voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de reinigingsrechten bedoeld in hoofdstuk IV tot
                            en met VII van de bij deze verordening behorende tarieventabel, wordt
                            geen kwijtschelding verleend. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV:</nr><titel>AANVULLENDE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening reinigingsheffingen 2010” van 5 november 2009,
                                    wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde
                                    datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                    toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                                    datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                    2011, of zo dit later is, op de eerste dag na die van de
                                    bekendmaking. </al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft,
                                    indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt
                                    na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de
                                    heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de
                                    tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor
                                    zover ter zake daarvan de heffing van de rechten in die periode
                                    plaatsvindt.</al></li><li nr="4."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al></li><li nr="5."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                                    reinigingsheffingen 2011”.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 16 december 2010</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>W.van Zanen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.T.J. Blankers-Kasbergen</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>